Vergoeding medezeggenschapsorganen

Regeling vergoedingen medezeggenschapsorganen UT 2010

Onderaan dit document staat een toelichting.

Inhoudsopgave
I Algemeen
II Universiteitsraad
III Faculteitsraden
IV Dienstraden
V Slotbepalingen
Toelichting Regeling vergoedingen medezeggenschapsorganen UT


I Algemeen

Artikel 1 Begripsbepalingen

Deze regeling verstaat onder:

a. universiteit de Universiteit Twente

b. college het College van Bestuur van de universiteit

c. WHW Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek

d. personeelslid degene die een dienstverband heeft met de universiteit

e. student degene die als student bij de universiteit staat ingeschreven

f. universiteitsraad (UR) het medezeggenschapsorgaan als bedoeld in artikel 9.31 van de WHW

g. faculteitsraad (FR) het medezeggenschapsorgaan als bedoeld in artikel 9.37 van de WHW

h. dienstraad (OR) het medezeggenschapsorgaan als bedoeld in artikel 9.50 van de WHW

i. zittingsjaar de periode van 1 september van een kalenderjaar tot 1 september van het daarop volgende kalenderjaar


II Universiteitsraad

Artikel 2 Vergoeding

1. Studenten die zitting hebben in de universiteitsraad ontvangen een vacatiegeld van € 2.350 per zittingsjaar.

2. Personeelsleden die zitting hebben in de universiteitsraad ontvangen een gratificatie van € 365 per zittingsjaar.

3. Voor personeelsleden die zitting hebben in de universiteitsraad ontvangt de eenheid waar het personeelslid werkzaam is een compensatie van 18% van de personele lasten bij een volledig dienstverband.

4. De in lid 1 tot en met 3 genoemde vergoedingen komen ten laste van het daarvoor centraal ingesteld budget.

Artikel 3 Aanvullende vergoeding

1. Studenten die als lid van de universiteitsraad een bijzondere functie vervullen, ontvangen een aanvullend vacatiegeld van € 940 per zittingsjaar.

2. De student die voorzitter is van de universiteitsraad ontvangt in plaats van het in lid 1 genoemde bedrag een aanvullend vacatiegeld van € 1.550 per zittingsjaar.

3. Voor personeelsleden die als lid van de universiteitsraad een bijzondere functie vervullen, ontvangt de eenheid waar het personeelslid werkzaam is een aanvullende compensatie.

4. Het personeelslid dat voorzitter is van de universiteitsraad ontvangt een aanvullende gratificatie van € 365 per zittingsjaar.

5. De in lid 1 tot en met 3 genoemde aanvullende vergoedingen komen ten laste van het daarvoor centraal ingestelde budget.


III Faculteitsraden

Artikel 4 Vergoeding

1. Studenten die zitting hebben in een faculteitsraad ontvangen een vacatiegeld van € 615 per zittingsjaar.

2. Studenten die voorzitter zijn van een faculteitsraad ontvangen in plaats van het in lid 1 genoemd bedrag een vacatiegeld van € 1.230 per zittingsjaar.

3. Personeelsleden die zitting hebben in een faculteitsraad ontvangen een gratificatie van € 365 per zittingsjaar.

4. De in lid 1 tot en met 3 genoemde vergoedingen komen ten laste van de faculteit waarbij de faculteitsraad is ingesteld.


IV Dienstraden

Artikel 5 Vergoeding

1. Personeelsleden die zitting hebben in een OR ontvangen een gratificatie van

€ 365 per zittingsjaar.

2. De in lid 1 genoemde vergoeding komt ten laste van de dienst waar het personeelslid werkzaam is.


V Slotbepalingen

Artikel 6

1. In bijzondere gevallen kan het college in positieve zin van het gestelde in deze regeling afwijken.

2. In gevallen waarin deze regeling niet voorziet, beslist het college.

3. Indexatie van de in deze regeling genoemde bedragen zal jaarlijks plaatsvinden en worden vastgesteld per 1 september van elk jaar met ingang van 1 september 2011.

4. De Regeling vergoedingen medezeggenschapsorganen UT, ingangsdatum 1 september 2006, komt per 1 september 2010 te vervallen.

5. Deze regeling treedt in werking op 1 september 2010 en is door het College van Bestuur vastgesteld op 5 juli 2010.


Toelichting Regeling vergoedingen medezeggenschapsorganen UT

Algemeen

Bij de UT is een stelsel van ongedeelde medezeggenschap van toepassing, zoals bedoeld in artikel 9.30, lid 1 b van de WHW.

In deze vergoedingsregeling is per type medezeggenschapsorgaan weergegeven welke vergoedingen de leden en/of de betrokken eenheden ontvangen voor de tijd en moeite die in de medezeggenschap wordt gestoken. Als het personeelslid of de student slechts een deel van een zittingsjaar lid is van een medezeggenschapsorgaan of slechts een deel van het zittingsjaar een bijzondere functie vervult, wordt de vergoeding naar rato van het aantal maanden uitbetaald.

Een apart punt in dit verband is de situatie dat niet-personeelsleden in de UR of een FR worden verkozen. Buitengewoon hoogleraren en personeelsleden die in dienst zijn van NWO, of een daarmee vergelijkbare door het college aangewezen organisatie, hebben immers passief kiesrecht voor de personeelsgeleding van deze medezeggenschapsorganen. Aangezien er in die situatie geen sprake is van een dienstverband met de universiteit, zijn per geval nadere afspraken nodig.

Artikel 2

Het vacatiegeld voor studentleden van de UR (lid 1) is volledig belast. Het bedrag wordt bruto uitbetaald. De ontvanger dient dit als inkomsten op te geven bij de Belastingdienst/studiefinanciering.

Ter compensatie van de inhouding vanwege het ziektekostenstelsel is het vacatiegeld voor studentleden van de URaad zoals genoemd onder artikel 2.1. van deze regeling met € 150 per zittingsjaar verhoogd van € 2.200 naar € 2.350.

De gratificatie voor personeelsleden (lid 2) is gebaseerd op artikel 3.20 van de CAO Nederlandse Universiteiten. Het bedrag is volledig belast en wordt uitbetaald onder inhouding van de verschuldigde loonheffing.

De compensatie aan de eenheden (lid 3) wordt berekend op basis van het bruto schaalsalaris van het betreffende personeelslid, vermeerderd met een opslag voor sociale lasten en een opslag van 20% voor overheadkosten.

Het centrale budget (lid 4) wordt beheerd door de griffie van de UR.

Artikel 3

Bij bijzondere functies (lid 1 en 3) wordt gedacht aan het voorzitterschap van de UR, van een fractie of van een commissie.

Het aanvullende vacatiegeld voor studentleden (lid 1 en 2) is volledig belast. De bedragen worden bruto uitbetaald. De ontvanger dient dit als inkomsten op te geven bij de Belastingdienst/studiefinanciering. Voor de toekenning van een aanvullende compensatie aan eenheden (lid 3), is in totaal 0,65 fte beschikbaar. Bij aanvang van ieder zittingsjaar beslist de UR over de verdeling van de beschikbare compensatie over de bijzondere functies. De UR stelt de eenheden schriftelijk in kennis van dit besluit. De aanvullende compensatie wordt berekend op basis van het brutoschaalsalaris van het betreffende personeelslid, vermeerderd met een opslag voor sociale lasten en een opslag van 20% vooroverheadkosten.

De aanvullende gratificatie voor de voorzitter van de UR (lid 4) is gebaseerd op artikel 3.20 van de CAO Nederlandse Universiteiten. Het bedrag is volledig belast en wordt uitbetaald onder inhouding van de verschuldigde loonheffing.

Het centrale budget (lid 5) wordt beheerd door de griffie van de UR.

Artikel 4

Het vacatiegeld voor studentleden van een FR (lid 1 en 2) is volledig belast. De bedragen worden bruto uitbetaald. De ontvanger dient dit als inkomsten op te geven bij de Belastingdienst/studiefinanciering.

De gratificatie voor personeelsleden (lid 3) is gebaseerd op artikel 3.20 van de CAO Nederlandse Universiteiten. Het bedrag is volledig belast en wordt uitbetaald onder inhouding van de verschuldigde loonheffing.

Artikel 5

De gratificatie voor personeelsleden (lid 2) is gebaseerd op artikel 3.20 van de CAO Nederlandse Universiteiten. Het bedrag is volledig belast en wordt uitbetaald onder inhouding van de verschuldigde loonheffing.