Mieke Boon stopt als voorzitster FFNT

Mieke Boon, universitair docent bij de afdeling wijsbegeerte, is gestopt als voorzitster van het Female Faculty Network Twente. Ze leidde het vrouwennetwerk vanaf de oprichtingsdatum, nu anderhalf jaar geleden. Na afloop van de tweede jaarlijkse conferentie vorige week donderdag legde ze de hamer officieel neer. Vice-voorzitter Wilma Dierkes, universitair docent bij de vakgroep rubbertechnologie, volgt haar op. Boon wil zich weer volledig gaan richten op haar wetenschappelijke carrière. `Die heeft de laatste anderhalf jaar zwaar onder druk gestaan door het voorzitterschap. Ik heb een vidi-beurs en die kent nu eenmaal een beperkte duur.' Boon blijft wel lid van het ambassadeursnetwerk van het FFNT, waarin ze samen met de hoogleraren David Reinhoudt (Mesa+), Albert van den Berg (Mesa+), Carla Millar (BBT) en Suzanne Hulscher (CTW) toeziet op de uitvoering van het beleid om meer vrouwen aan de top te krijgen.

`Niet klagen, maar actief werken aan een oplossing'

Tijdens de borrel na afloop van de tweede FFNT-conferentie, vorige week donderdag, droeg Mieke Boon het voorzitterschap van het vrouwennetwerk over aan Wilma Dierkes. De anderhalf jaar dat ze voorzitter was, trokken een zware wissel op haar carrière als UD bij de afdeling wijsbegeerte, maar Boon is desondanks `heel tevreden' met wat het FFNT bereikt heeft in die tijd. `We zijn een belangrijke functie gaan vervullen.'

De doelstelling van het Female Faculty Network Twente is een evenrediger verhouding van mannen en vrouwen in hoge posities op de UT, maar het FFNT ziet het als haar voornaamste doelstelling de professionaliteit van vrouwen in de academische wereld te vergroten door cursussen. Van de ongeveer vierhonderd vrouwelijke wp'ers is inmiddels bijna de helft lid van het netwerk. `Daardoor zijn de problemen echt zichtbaar geworden', meent Boon. `Eerst waren ze vooral individueel, nu is duidelijk dat ze structureel en algemeen zijn. Vrouwen zijn er daardoor ook alerter op.' Een korte pauze. `Voorzichtigheid is daarbij gebaat: we moeten opletten niet te gemakkelijk een individuele zaak te verheffen tot iets algemeens.'

`De verdeling deugt niet en dat is niet rechtvaardig', zegt Boon, `maar ernstiger is dat je als universiteit een heleboel talent onbenut laat en dat kun je je eenvoudigweg niet veroorloven.'

Aan dat probleem ligt een complex van factoren ten grondslag - institutioneel, cultureel en individueel van aard - en dat maakt het bestuurlijk lastig op te lossen, zegt Boon. Ze verwijst naar het openingswoord van Flierman op de tweede FFNT-conferentie. `Veel van de beleidsmaatregelen om het aantal vrouwen in hoge posities te vergroten, worden in de academische wereld als oneerlijk gezien, bijvoorbeeld de verplichting om bij elke benoeming van een mannelijke persoonlijk hoogleraar ook een vrouwelijke aan te stellen. Vanuit rechtvaardigheid en ratio is dat ook raar. Maar het komt niet vanzelf goed, dus zijn onconventionele maatregelen noodzakelijk.'

Het internationale karakter van het FFNT - de helft van de leden is buitenlands - zorgt voor een breed spectrum aan perspectieven. Boon: `Veel problemen blijken hetzelfde, maar er zijn ook verschillen. Scandinavische landen zijn bijvoorbeeld veel verder dan wij, ook in hun denken over dit thema. In zekere zin geldt dat ook voor voormalige Oostblok-landen. Daar bestaat, deels als gevolg van het communistische systeem, ruwweg de helft van het wp uit vrouwen. Dat wil overigens niet zeggen dat mannen daar zo vooruitstrevend zijn. Sterker, die lopen weer ver achter: alle huishoudelijke taken komen op de schouders van de vrouwen terecht.'

Het FFNT is een belangrijke functie gaan vervullen', vindt Boon. `Wat we hebben willen doen is de professionaliteit van vrouwen op de agenda zetten. Dus niet klagen over een onrechtvaardige behandeling, maar actief werken aan een oplossing. Je kunt ons ook niet typeren als een belangenvereniging. Het werkt misschien wel zo, maar dat is zeker niet de intentie. We willen een gesprekspartner zijn en niet met spandoeken lopen.'

Als je naar de cijfers kijkt is het opvallend om te zien dat het aantal vrouwelijke aio's en - weliswaar in mindere mate - ud's redelijk in de pas loopt. Daarna stokt het…

`Wetenschappelijk medewerkers gaan over de benoeming van iemand tot ud. Bij de niveaus daarna hebben ook het management, hoogleraren en ud's van andere afdelingen een stem en spelen wetenschappelijke afwegingen een minder dominante rol, alleen al vanwege het feit dat die niet voor iedereen even goed zichtbaar zijn. Er treden dan andere mechanismen in werking. Wist je dat het percentage vrouwen dat aangenomen wordt, stijgt wanneer in de benoemingscommissie meer vrouwen zitting hebben?'

Het voorzitterschap heeft haar wetenschappelijke carrière geen goed gedaan, realiseert Boon zich. `Er zijn relatief weinig vrouwen op de UT en dat heeft als gevolg dat je voor veel dingen wordt gevraagd. Ik vind de doorstroming van vrouwen heel belangrijk, maar mijn carrière ook. Uiteindelijk gaat het je parten spelen. Dit is iets dat het college goed in de gaten moet houden; dat je niet de carrières van vrouwen opoffert voor de goede zaak, maar hen steun en compensatie biedt.'

Mieke Boon

Mieke Boon (Foto: Arjan Reef)

Reference: UT nieuws donderdag 16 november 2006, jaargang 41, nr. 33