Ervaring met interactie in een mastervak HMI (Speech and Language Processing 1)

Werkgroep Interactie in hoorcolleges

Docent: Mariët Theune

Context en aanleiding:

De docent is een van de verantwoordelijken voor het (HMI) mastervak Speech and Language Processing 1 (SLP1) en verzorgt daarbinnen ongeveer 5 hoorcolleges (dit aantal wisselt enigszins per jaar). De overige colleges worden door anderen gegeven. Het vak kent geen werkcolleges. Naar aanleiding van de docentenbijeenkomst over “Interactie in het Hoorcollege” heeft de docent in kwartiel 1 van 2011-2012 geprobeerd om meer interactiviteit te brengen in de hoorcolleges, met als doel om deze een extra toegevoegde waarde te geven boven het samenvatten en op begrijpelijke wijze uitleggen van dingen die ook door de studenten gelezen kunnen worden in het bijbehorende boek.

Acties:

Aan elk van de hoorcolleges werden een of twee eenvoudig uit te voeren interactieve elementen toegevoegd in de vorm van discussies en van opdrachten die klassikaal, alleen of in groepjes gemaakt en vervolgens besproken werden. Hieronder volgen enkele voorbeelden.

In het eerste college werd door middel van open vragen en discussie besproken wat het nut is van spraak- en taaltechnologie en wat voor soort kennis er bij komt kijken. Om te beginnen werd de studenten gevraagd of ze zelf voorbeelden konden geven van toepassingen in het dagelijks leven waarbij spraak- en taaltechnologie wordt gebruikt. Ter inspiratie (voor zover nodig) werden door de docent enkele bekende bedrijven genoemd die iets met spraak- en taaltechnologie doen.

Om na te denken over de uitdagingen van het automatisch verwerken van taal werd een specifieke toepassing als uitgangspunt genomen, namelijk “question answering”, met als aansprekend voorbeeld IBM’s Watson, het systeem dat de Amerikaanse algemene kennisquiz heeft gewonnen. Naar aanleiding van een voorbeeldvraag uit een filmpje over Watson werd in een open discussie aan de studenten gevraagd om te bedenken wat voor soort kennis van taal er nodig was om die vraag te kunnen beantwoorden.

Voor diverse taken binnen de spraak- en taaltechnologie wordt gebruik gemaakt van eindige automaten (FSA). Om de kennis van de studenten over dit onderwerp op te frissen, moesten ze tijdens het college een simpele opgave uit het boek maken (eventueel in samenwerking met de buurman of –vrouw). Na een minuut of 5 zelfstandig werken werden de verschillende oplossingen ter plekke uitgetest met behulp van een Internet-demo waarin kleine FSA’s gespecificeerd en getest kunnen worden.

Bij een college over morfologie (woordvormen en woordvormingsprocessen) werd geprobeerd om de studenten op een speelse wijze over het onderwerp na te laten denken met behulp van het beroemde onzingedicht “Jabberwocky’ van Lewis Carroll. De studenten werd gevraagd om de woordsoort te bepalen van een aantal onzinwoorden uit het gedicht, aan de hand van hun morfologie. Ook hierbij werd kort zelfstandig gewerkt gevolgd door een bespreking.

Bij het college over syntax (zinsstructuur in natuurlijke taal) werden enkele klassikale oefeningen gedaan, o.a. het in samenspraak bepalen van de zinsstructuur van een van de vragen aan Watson.

In diverse colleges werden oude tentamenopgaven gemaakt (klassikaal, alleen of in groepjes) waardoor de hoorcolleges deels het karakter van een werkcollege kregen.

In het algemeen heeft de docent geprobeerd om niet steeds alles direct zelf uit te leggen, maar regelmatig eerst aan de studenten te vragen hoe zij dachten dat iets zat.

Evaluatie:

De interactiviteit is niet expliciet geevalueerd, maar enkele studenten gaven in de vakevaluatie wel spontaan aan dat zij interactiviteit misten bij sommige andere bijeenkomsten van het vak. Hieruit kan de conclusie getrokken worden dat de interactiviteit door de studenten gewaardeerd werd.

De docent was ook tevreden. De interactieve elementen maakten de colleges levendig en gaven ruimte voor eigen inbreng van de studenten. Er onstond een sfeer waarin studenten ook tijdens de niet-interactieve gedeeltes makkelijk met vragen en opmerkingen kwamen. De toevallige samenstelling van de groep studenten was overigens gunstig voor interactiviteit. Met ongeveer 20 studenten was de groep niet te groot, en voor het grootste deel waren de studenten niet verlegen en enthousiast om mee te doen.

Of de interactiviteit ook de resultaten verbeterd heeft valt moeilijk te zeggen.

Al met al was het een tevreden stellend experiment dat voor herhaling vatbaar is. Overigens bleek dat de interactieve elementen vrijwel steeds meer tijd kostten dan was gepland. Een aantal geplande onderdelen kwamen helaas door tijdgebrek te vervallen. Hier zal beter rekening mee gehouden moeten worden.