Relatie tussen SKO en “excellente docent”

SKO (of: SUTQ in het Engels)

SKO heeft als doel dat de docent zich kan ontwikkelen richting een meer scholarly approach van het onderwijs, door het beantwoorden van een onderwijsvraag middels onderzoek en/of ontwerp. De deelnemer krijgt een certificaat als hij of zij voldoet aan een aantal beoordelingscriteria. De beoordeling vindt plaats op grond van een door de docent geschreven document. SKO kent een traject met een start (aanmelding, intake, goedkeuring) en afronding binnen één jaar. Het resultaat is dat de deelnemende docent heeft getoond dat hij of zij in staat is onderwijs te ontwerpen, te onderzoeken of te organiseren. Het eindproduct heeft een innovatieve component. Het SKO-programma is door de Universitaire Commissie Onderwijs (UCO) en het CvB goedgekeurd. In 2016-2017 wordt een pilot uitgevoerd.

EWI en “Excellente docent”

EWI  richt zich in de pilot op de vorming van een netwerk van excellente docenten. Docenten die zich ontwikkeld hebben tot topdocent kunnen solliciteren naar het lidmaatschap van het netwerk. De wijze waarop zij die ontwikkeling hebben doorgemaakt is aan de docenten zelf. Daarvoor zijn geen regels, wel biedt de onderwijsorganisatie voldoende (individuele) ondersteuning aan. Sollicitanten worden, op grond van selectiecriteria, beoordeeld zoals dat in sollicitatieprocedures gewoon is. Sollicitatiegesprek, motivatiebrief, CV, aanbevelingsbrief, referenties kunnen elementen van de procedure zijn. Het resultaat is een netwerk van topdocenten die zich niet alleen kenmerken door de competenties die ze hebben, maar ook door de invloed die ze hebben op hun onderwijsomgeving.

SKO en “Excellente docent”

Docenten kiezen hun eigen weg om zich verder te ontwikkelen tot excellent docent. Hij of zij kan daarbij (op weg) geholpen worden door een adviseur of collega. Een heel geschikte eerste stap richting topdocent is deelnemen aan SKO. In hoeverre SKO op den duur een noodzakelijke stap moet worden, moet zich nog uitwijzen.