See News

Prof. Marcel Karperien uit Enschede voelt hete adem; er is geen behandeling bij versleten knie

Professor Marcel Karperien uit Enschede voelt hete adem; er is geen behandeling bij versleten knie

ENSCHEDE – Professor Marcel Karperien van de Universiteit van Twente voelt de frustratie bijna persoonlijk. Een half miljoen Nederlanders zit met een versleten knie. Maar er is geen behandeling. Patiënten wachten met smart op de prof, die werkt aan de injecteerbare pleister.

Karperien, zijn onderzoeksgroep en ReumaNederland verwachten dat de vinding voor een doorbraak zorgt op artrosegebied. Zes ton krijgt Karperien van de goededoelenorganisatie, zo werd vorige week bekend. Van dat geld wordt de pleister verder ontwikkeld. ,,We hebben paarden er al mee behandeld. Na zeven maanden was het kraakbeen mooi hersteld. De volgende stap zijn tien menselijke patiënten’’, legt de professor uit. 

‘Pleisterwerk’

Samen met zijn onderzoeksgroep ontwikkelde hij een speciaal vulmiddel dat met hulp van een tweecomponentenspuit in de knie wordt ingebracht. Daar vermengen de vloeistoffen zich met elkaar en vullen het gat dat is ontstaan door wegvallend kraakbeen. Deze methode wordt de injecteerbare pleister genoemd. Een beetje misleidende naam overigens. Want met leukoplast heeft de behandeling weinig te doen. De naam verwijst naar pleister, beter gezegd pleisterwerk, waarmee bouwvakkers muren glad strijken.

,,Het klinkt wat plastisch, maar patiënten met knieartrose hebben ook gaatjes in hun kraakbeen’’, zegt Karperien. Het zijn vaak jonge mensen. Meestal liepen ze een trauma op het sportveld op. Een gescheurde kruisband of meniscus. Met daarnaast beschadigd kraakbeen.

Kwestie van tijd

De orthopeed kan dit niet behandelen, zegt Karperien. Met als gevolg dat binnen vijf à tien jaar artrose ontstaat. Heel pijnlijk. Hij vergelijkt het met een kogellager waarvan een kogel is beschadigd. De kogel loopt niet meer mooi rond. Dan is het een kwestie van tijd voor de hele kogellager kapot gaat.

Het team van Marcel Karperien ontwikkelde de chemie van het vulmiddel, de verlijming ervan in de knie en de tweecomponentenspuit. De vloeistoffen vullen de gewrichtsbeschadiging op met lichaamseigen materiaal; suikermoleculen. Deze komen van nature voor in kraakbeen.

In de knie trekt het vulmiddel cellen aan. Die vermenigvuldigen zich en vervangen uiteindelijk het vulmiddel met natuurlijk kraakbeen. Het defect is hersteld. De behandeling zoals omschreven voldoet bij defecten in de knie die niet groter zijn dan twee vierkante centimeter. Is de schade erger, dan zijn stamcellen nodig. Van een donor, of van de patiënt zelf. De stamcellen worden vooraf vermengd in het vulmiddel.

Geldschieter

De onderzoeksgroep richtte het bedrijf Hy2Care op. Daarachter schuilt een consortium van investeerders. In totaal 5.7 miljoen euro heeft de groep nodig om de behandeling uit te ontwikkelen en te testen op patiënten. Op een miljoen na, is dat binnen. ,,We zijn in gesprek met een laatste geldschieter. In april horen we of het doorgaat.’’ Lukt het, dan start de patiëntentest van de eerste tien personen binnen één à twee jaar.

Spannende tijden dus voor de onderzoekers, die vooral hun jonge patiënten voor ogen hebben. Die wachten op een ‘medicijn’. Zolang er geen behandeling is, voelen ze de pijn van hun versleten knie. ,,Ze staan twintig jaar in de wacht voor ze in aanmerking komen voor een prothese.’’

Karperien concentreert zich nu op de pleister voor knieartrose. Maar voor de toekomst zijn daar ook die andere gewrichten als schouder, heup en enkel. Ook die patiënten richten hun hoop op de wetenschap en de vinding van Marcel Karperien en zijn team. De UT’ers voelen de hete adem.

Open dag bij UT

Artrose-professor Marcel Karperien en zijn onderzoeksgroep houden vrijdag (13-17 uur) 8 maart een Publieksdag voor belangstellenden op de UT. Wie meer wil weten over de injecteerbare pleister, andere nieuwe behandelingen of diagnostiek kan zich vooraf melden via www.utwente.nl/en/tnw/dbe. Tussen 16 en 17 uur is een rondleiding.

Onderstaande video van de Universiteit Twente laat de injecteerbare pleister zien: