October 2007

Algemeen deel Master OER TNW





Algemeen gedeelte


van het opleidingsdeel van het studentenstatuut

inclusief de

onderwijs- en examenregeling

(OER) voor de


masteropleidingen


Applied Physics,
Biomedical Engineering,
Chemical Engineering,
Nanotechnology,

Technical Medicine

(art. 7.59 en 7.13 W.H.W.)


Faculteit Technische Natuurwetenschappen


Universiteit Twente


Kenmerk: TNW070259/VDH
Datum: 13 september 2007


Inhoudsopgave


Paragraaf 1 Algemeen 2

Artikel 1 Toepasselijkheid van de regeling 2

Artikel 2 Begripsbepalingen 2

Artikel 3 Doel van de opleiding 4

Artikel 4 Eindtermen van de opleiding 4

Artikel 5 Voltijdse dan wel deeltijdse inrichting van de opleiding 4

Artikel 6 Toelating tot de opleiding 4

Artikel 7 Taal 4

Artikel 8 Indeling studenten 4

Artikel 9 Archivering 5

Artikel 10 Het collectief recht van beklag van studenten 5

Paragraaf 2 Samenstelling onderwijsprogramma master-opleiding 6

Artikel 11 Samenstelling van het onderwijsprogramma 6

Artikel 12 Volgorde onderwijseenheden 6

Artikel 13 Samenstelling vrij programma 6

Paragraaf 3 Tentamens 7

Artikel 14 Aantal, tijdvakken en frequentie tentamens 7

Artikel 15 Aanmelding voor tentamens 7

Artikel 16 Verplichte deelname aan praktische oefeningen 8

Artikel 17 Orde tijdens tentamens 8

Artikel 18 Geldigheidsduur tentamens 8

Artikel 19 Vorm van de tentamens en de wijze van toetsing 9

Artikel 20 Schriftelijke en mondelinge tentamens 9

Artikel 21 Vaststelling en bekendmaking van de uitslag 10

Artikel 22 Errata in overzichten 10

Artikel 23 Het inzagerecht 10

Artikel 24 Beroepsrecht 11

Artikel 25 Vrijstelling van tentamens en/of praktische oefeningen 11

Paragraaf 4 Examens 12

Artikel 26 De examencommissie 12

Artikel 27 Afstudeercommissie 12

Artikel 28 Aanmelding voor het examen 13

Artikel 29 Graad 13

Artikel 30 Uitslag van het masterexamen 13

Artikel 31 Uitzonderlijke bekwaamheid 13

Artikel 32 Getuigschriften en registratie 14

Paragraaf 5 Kwaliteitszorg 15

Artikel 33 Interne kwaliteitszorg 15

Artikel 34 Didactische professionalisering 15

Artikel 35 Studiebegeleiding 15

Paragraaf 6 Faciliteiten 16

Artikel 36 Faciliteiten 16

Paragraaf 7 Calamiteiten 16

Artikel 37 Regelingen betreffende calamiteiten 16

Paragraaf 8 Invoeringsbepalingen 17

Artikel 38 Wijziging regeling 17

Artikel 39 Overgangsregeling 17

Artikel 40 Bekendmaking 17

Artikel 41 Inwerkingtreding en wijziging 17


Paragraaf 1 Algemeen


Artikel 1 Toepasselijkheid van de regeling


1.Deze regeling is van toepassing op het onderwijs en de examens van de masteropleidingen Applied Physics, Biomedical Engineering, Chemical Engineering, Nanotechnology en Technical Medicine.


2.Voor elke in lid 1 genoemde opleiding bestaat een opleidingsspecifieke bijlage. Per opleiding vormt die bijlage samen met dit algemene deel de onderwijs- en examenregeling voor de betreffende master-opleiding.


3.De opleidingen worden verzorgd onder verantwoordelijkheid van de Faculteit Technische Natuurwetenschappen van de Universiteit Twente, verder te noemen: de faculteit TNW.


4.De onderwijs- en examenregeling wordt vastgesteld door de decaan.


5.Er zijn Engelse vertalingen van dit algemene deel en de opleidingsspecifieke bijlagen beschikbaar. In geval van conflict is de Nederlandse tekst bepalend en niet de Engelse versie.


Artikel 2 Begripsbepalingen


De in deze regeling voorkomende begrippen hebben, indien die begrippen ook voorkomen in de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW) de betekenis die deze wet eraan geeft. In deze regeling wordt verstaan onder:


a.De wet: de Wet op het Hoger onderwijs en Wetenschappelijk onderzoek afgekort tot WHW en zoals sindsdien gewijzigd;


b.De faculteit TNW: de Faculteit der Technische Natuurwetenschappen;


c.Decaan: de decaan van de faculteit TNW;


d.Opleiding: de master-opleiding bedoeld in artikel 7.3a, lid 1 onder b van de wet;


e.Opleidingsdirecteur: diegene die door de decaan met het bestuur van de opleiding is belast; de opleidingsdirecteur is primair verantwoordelijk voor de organisatie van de opleiding;


f.Student: hij of zij die is ingeschreven aan de Universiteit Twente (als student of extraneus) voor het volgen van het onderwijs en/of het afleggen van de tentamens en de examens van de opleiding;


g.Onderwijseenheid (ook wel ‘vak’ genoemd): een afzonderlijk examenonderdeel waaraan een tentamen is verbonden als bedoeld in WHW art. 7.3 en 7.10;


h.Praktische oefeningen, zoals bedoeld in art. 7.13, lid 2 onder d van de wet, omvatten één van de volgende vormen:

•het maken van een scriptie;

•het maken van een werkstuk of een proefontwerp;

•het uitvoeren van een ontwerp- of onderzoekopdracht;

•het verrichten van een literatuurstudie;

•het verrichten van een stage;

•het deelnemen aan een excursie die onderdeel uitmaakt van het studieprogramma;

•het uitvoeren van proeven en experimenten;

•het gericht oefenen van klinische vaardigheden in het daartoe specifiek geoutilleerde skillslab;

•of het deelnemen aan een andere onderwijsactiviteit, die gericht is op het bereiken van

bepaalde praktische vaardigheden;


i.Practicum: een onderwijseenheid met onder meer praktische oefeningen in de vorm van het uitvoeren van proeven en experimenten;


j.Klinische stage: in een klinische omgeving leert de student medisch-technologische handelingen op basis van professioneel gedrag toe te passen binnen de diagnostiek en of behandeling van patiënten;


k.Professioneel Gedrag: een persoonlijke werkstijl tot uitdrukking komend in woord, gedrag en uiterlijk, waarin normen en waarden van de beroepsuitoefening zichtbaar zijn;


l.Tentamen: een onderzoek naar de kennis, het inzicht en de vaardigheden van de student met betrekking tot een bepaalde onderwijseenheid, alsmede de beoordeling van dat onderzoek door minstens één daartoe door de examencommissie aangewezen examinator;


m.Toets: tussentijds onderzoek naar de kennis, het inzicht en de vaardigheden met betrekking tot het theoretische deel van een onderwijseenheid (ook wel ‘deeltentamen’ of ‘tussentoets’ genoemd).


n.Examinator: lid van het personeel dat met het verzorgen van het onderwijs in de desbetreffende onderwijseenheid is belast en ten behoeve van het afnemen van de tentamens wordt aangewezen door de examencommissie;


o.Examen: toetsing, waarbij door de examencommissie wordt vastgesteld of alle tentamens van de tot de propedeuse, de bachelor of de masterfase behorende onderwijseenheden met goed gevolg zijn afgelegd (conform artikel 7.10 van de wet);


p.Examencommissie: de examencommissie van een opleiding ingesteld conform art. 7.12 van de wet;


q.EC: studiepunt conform het European Credit Transfer System waarbij één studiepunt gelijk staat aan 28 uur studie;


r.Semester: het academisch jaar is verdeeld in twee delen van elk 30 EC;

Kwartiel: een semester is verdeeld in twee delen van elk 15 EC;


s.Vakcoördinator: een examinator die door de opleidingsdirecteur is aangesteld als verantwoordelijke voor de coördinatie van de desbetreffende onderwijseenheid;


t.Afstudeeropdracht: de master-eindopdracht. Bij Technical Medicine wordt de afstudeeropdracht tijdens de klinische specialisatiestage gedaan;

Afstudeercolloquium: afsluitende presentatie over de afstudeeropdracht;


u.Vrij programma: een door de student zelf samengesteld en door de examencommissie goedgekeurd programma als bedoeld in art. 7.3c van de wet waaraan een examen is verbonden;


v.BOOZ: Bureau Onderwijs- en Onderzoekszaken van de faculteit TNW;


w.VIST: Vakken Informatie Systeem Twente (http://webapps.utwente.nl/vist/nl/vistservlet );


x.TAST: Tentamen Aanmeld Systeem Twente (https://webapps.utwente.nl/tast/nl/tastservlet );


y.TOST: Tentamen Opvraag Systeem https://webapps.utwente.nl/tost/nl/tostservlet );


z.Werkdag: maandag t/m vrijdag m.u.v. de erkende feestdagen;


Artikel 3 Doel van de opleiding


De beoogde doelen worden per opleiding in de opleidingsbijlage vermeld.


Artikel 4 Eindtermen van de opleiding


De eindtermen worden per opleiding in de opleidingsbijlage vermeld.


Artikel 5 Voltijdse dan wel deeltijdse inrichting van de opleiding


De TNW masteropleidingen worden voltijds verzorgd.


Artikel 6 Toelating tot de opleiding


De toelating tot een master-opleiding wordt in de opleidingsbijlage vermeld.


Artikel 7 Taal


1.Het onderwijs in de master-opleiding wordt gegeven in het Engels (Besluit College van Bestuur Universiteit Twente 343.967).


2.De tentamens en examens worden Engelstalig afgenomen, tenzij de specifieke aard, de inrichting of de kwaliteit van het onderwijs, dan wel de positie van de student aanleiding geeft om het tentamen of examen Nederlandstalig af te nemen.


3.Indien noch de examinator noch de examinandus daartegen bezwaar heeft, kan het tentamen in een andere taal worden afgenomen.


4.Het verslag van de afstudeeropdracht wordt in het Engels geschreven. Bij het verslag is een Engelse en een Nederlandse samenvatting verplicht, behalve voor studenten die de Nederlandse taal niet machtig zijn.


5.Opleidingsspecifieke aanvullingen op de bepalingen in dit artikel zijn vastgelegd in de opleidingsbijlage.


Artikel 8 Indeling studenten


1.Studenten worden door de practicumorganisatie ingedeeld voor de practica waarbij zoveel mogelijk rekening wordt gehouden met de vooraf door hen kenbaar gemaakte voorkeur. De studenten worden tijdig in kennis gesteld van de indeling waarbij zij voor een bepaalde sluitingsdatum nog de gelegenheid krijgen de data in overleg met de practicumorganisatie te veranderen.


2.Studenten zijn gehouden zich bij de practicumruimten te melden op de data zoals ze op de sluitingsdatum zijn vastgesteld, behoudens overmachtsituaties, zulks ter beoordeling aan de practicumorganisatie.

3.Studenten die zich tweemaal niet hebben gehouden aan de voorwaarden voor aanmelding voor een practicum, worden in eerste instantie direct uitgesloten van deelname aan een van de practica. Zij worden pas toegelaten nadat zij daartoe bij de examencommissie een beargumenteerd verzoek hebben gedaan, dat vervolgens, al dan niet onder voorwaarden, door de examencommissie is gehonoreerd.


Artikel 9 Archivering


De docent die het schriftelijke tentamenwerk van een student heeft beoordeeld, ziet erop toe, dat dit werk tenminste twee jaar na het vaststellen van de beoordelingsmededeling wordt bewaard in de desbetreffende leerstoel- of groepsadministratie. Na deze periode kan het desbetreffende werk worden vernietigd.


Artikel 10 Het collectief recht van beklag van studenten


1.Het collectief recht van beklag kan worden uitgeoefend ter zake van het niet of niet volledig dan wel in onvoldoende mate nakomen van de verplichtingen van de universiteit (i.c. faculteit) jegens studenten.


2.Het in het eerste lid bedoelde recht kan worden uitgeoefend door een groep studenten die voor dezelfde opleiding bij de universiteit zijn ingeschreven.


3.Het beklag wordt schriftelijk ingediend bij de opleidingsdirecteur. Het bevat een duidelijke omschrijving van de bezwaren en van hetgeen volgens de indieners moet gebeuren om deze bezwaren weg te nemen.


4.De opleidingsdirecteur bevestigt binnen 5 werkdagen na ontvangst van het klaagschrift en stelt de indieners hiervan in de gelegenheid om binnen drie weken hierop een toelichting te geven.

5.Binnen zes weken na ontvangst van het klaagschrift deelt de opleidingsdirecteur aan de indieners schriftelijk en gemotiveerd mee of het beklag voor hem aanleiding is tot het treffen van maatregelen en, indien dit het geval is, welke maatregelen dit zijn.


6.Indien het beklag een aangelegenheid betreft die niet tot de bevoegdheid van de opleidingsdirecteur behoort, zendt de opleidingsdirecteur het beklag door aan het bevoegd orgaan of bevoegde functionaris. De opleidingsdirecteur deelt dit aan de indieners van het klaagschrift mede. Het gestelde in het vierde en vijfde lid is van overeenkomstige toepassing.

Paragraaf 2 Samenstelling onderwijsprogramma master-opleiding


Artikel 11 Samenstelling van het onderwijsprogramma


1.Het onderwijsprogramma start formeel zoals vermeld in de door de UT vastgestelde jaarcirkel.


2.De samenstelling van het onderwijsprogramma is in de opleidingsbijlage vermeld.


3.Van elke onderwijseenheid (ook wel vak genoemd) is opgenomen: de vakcode, de vaknaam, voorkenniseisen en de studielast (EC). De informatie over de tentamenvorm (mondeling of schriftelijk, eventueel in de vorm van een opdracht) en de tentamen- en herkansingsperiode is opgenomen in de omschrijving op VIST http://webapps.civ.utwente.nl/vist/nl/vistservlet De regels voor de nadere invulling van het onderwijsprogramma en de goedkeuring daarvan door de examencommissie, als er gekozen kan worden uit verschillende onderwijsheden, worden per opleiding in de opleidingsbijlage vermeld.


4.Aan de masteropleiding is het masterexamen verbonden. Het masterexamen van de opleidingen Applied Physics, Biomedical Engineering, Chemical Engineering en Nanotechnology heeft een studielast van 120 EC. Het masterexamen van de opleiding Technical Medicine heeft een studielast van 180 EC.


5.Uiterlijk twee weken voor het begin van de onderwijsperiode (semester of kwartiel) waarin het onderwijs voor een onderwijseenheid wordt aangeboden, maakt de desbetreffende vakcoördinator in VIST de volgende aspecten van het onderwijs bekend: omvang, vereiste voorkennis en inhoud van de onderwijseenheid, het studiemateriaal, de tentameneisen, de wijze van tentaminering, de hulpmiddelen die bij een tentamen zijn toegestaan en de vormgeving van het onderwijs.


6.De vakcoördinator van de onderwijseenheid maakt tijdig bekend (10 weken voor aanvang van de colleges) welke boeken noodzakelijk zijn voor het volgen van het vak.


Artikel 12 Volgorde onderwijseenheden


1.De volgorde waarin onderwijseenheden (vakken) moeten worden gedaan en waarin vervolgens de tentamens moeten worden afgelegd c.q. de volgorde van de deelname aan practica is de volgende:

•De student moet voor begin voldoen aan de voorkennisvereisten van onderwijseenheden;

•Voor het afstudeercolloquium dienen alle overige onderwijseenheden behaald te zijn.


2.Aanvullende regels worden in de opleidingsbijlage vermeld.


Artikel 13 Samenstelling vrij programma


De regels voor het samenstellen van een vrij programma (artikel 7.3c WHW) en de procedure voor goedkeuring daarvan door de examencommissie worden per opleiding in de opleidingsbijlage vermeld.

Paragraaf 3 Tentamens

Artikel 14 Aantal, tijdvakken en frequentie tentamens


1.Tot het afleggen van de tentamens van de master-opleiding wordt minimaal 2 maal per jaar de gelegenheid gegeven:

- Voor alle theorievakken wordt in elk geval een tentamengelegenheid geboden aan het eind van de onderwijsperiode (semester of kwartiel) waarin het onderwijs van de desbetreffende onderwijseenheid is gegeven.

- In bijzondere gevallen kan een student met de docent overleggen over een individuele tentamengelegenheid.


2.De tentamens bedoeld in het eerste lid worden afgenomen zoals voor de desbetreffende onderwijseenheid is aangegeven in het rooster van het lopende studiejaar; van de gelegenheid tot het afleggen van schriftelijke tentamens wordt jaarlijks bij het begin van het studiejaar een tentamenrooster gemaakt en gepubliceerd (in TAST). Het verplaatsen van tentamens naar een ander tijdstip dan in het rooster is aangegeven, is alleen toegestaan na overleg van de vakcoördinator met de opleidingsdirecteur.


3.Indien ten aanzien van een tentamen in het eerste lid bedoeld niet is aangegeven hoeveel malen per studiejaar het kan worden afgelegd omdat het gaat over een onderwijseenheid die niet in de faculteit zelf wordt onderwezen, is het daaromtrent bepaalde in de onderwijs- en examenregeling van de desbetreffende faculteit of opleiding van toepassing, behoudens een hiervan afwijkende beslissing van de examencommissie.


4.In afwijking van het gestelde in het eerste lid wordt tot het afleggen van het tentamen van een onderdeel, waarvan het onderwijs in een bepaald studiejaar niet is gegeven, in dat jaar tenminste éénmaal de gelegenheid gegeven.


5.De examencommissie kan in bijzondere gevallen toestaan, dat wordt afgeweken van het aantal malen per studiejaar dat tentamens kunnen worden afgelegd.


6.Als regel mag een student voor ieder examenonderdeel ten hoogste drie maal een tentamen afleggen. Studenten die na drie tentamenpogingen geen voldoende beoordeling hebben behaald, of met hun cijfer niet voldoen aan de door de examencommissie gestelde eisen voor het masterexamen, kunnen bij de examencommissie een beargumenteerd verzoek indienen om alsnog een tentamen voor het desbetreffende vak te mogen afleggen.


Artikel 15 Aanmelding voor tentamens


1.Voor schriftelijke tentamens dient men zich aan te melden via TAST.


2.Op het jaarrooster is informatie te vinden over de sluitingsdata voor intekening voor de tentamens in TAST.


3.Indien de student zich niet vóór het sluiten van de inschrijvingstermijn heeft ingetekend vervalt het recht op deelname aan het desbetreffende tentamen.


4.Het in het eerste lid gestelde, geldt ook voor toetsen die zijn opgenomen in TAST.


5.Tegelijk met of direct na het in ontvangst nemen van de tentamenopgaven, overhandigt iedere student een ingevuld cijferbriefje (naam, studentnummer, adres, naam en vakcode van de desbetreffende onderwijseenheid) aan de surveillant. Hiermee geeft de student te kennen aan het tentamen deel te nemen.




Artikel 16 Verplichte deelname aan praktische oefeningen


1.Een onderwijseenheid waaraan praktische oefeningen zijn verbonden wordt niet eerder geacht met goed gevolg te zijn afgelegd dan nadat deze praktische oefeningen zijn verricht.


2.Van de verplichting tot het deelnemen aan praktische oefeningen kan door de desbetreffende examencommissie vrijstelling worden verleend. Deze vrijstelling kan onder meer worden verleend aan studenten die in gewetensnood denken te komen door het uitvoeren van een bepaalde opdracht of practicum, op grond van gewetensbezwaren. In dat geval bepaalt de betrokken examencommissie of de praktische oefening op een andere, door haar te bepalen wijze, kan worden verricht.


Artikel 17 Orde tijdens tentamens


1.Bij elke tentamenzitting worden één of meerdere surveillanten aangewezen om er op toe te zien dat de zitting in goede orde verloopt.


2.Tijdens een tentamenzitting moet de student zich desgevraagd kunnen legitimeren met een bewijs van inschrijving (collegekaart).


3.In geval van fraude krijgt de student geen beoordeling. De examencommissie kan hem of haar dan voor ten hoogste één jaar uitsluiten van deelname aan dat tentamen. In het geval van vooropgezette fraude kan de examencommissie hem of haar voor ten hoogste één jaar uitsluiten van deelname aan maximaal alle tentamens.

Onder fraude wordt verstaan:

a.Het bij tentamens en tentamenonderdelen gebruik maken van meer of andere hulpmiddelen dan die waarvan de examinator vóór het tentamen of tentamenonderdeel in VIST heeft bekendgemaakt dat ze waren toegestaan.

b.Het bij tentamens en tentamenonderdelen gebruik maken van hulpmiddelen of hulp waarvan de student wist of behoorde te weten dat zij niet waren toegestaan. Onder de in de vorige zin bedoelde hulp of hulpmiddelen vallen in ieder geval:

i. Spieken, al dan niet:

- met behulp van spiekbriefjes

- door af te kijken bij tentamens

- door af te laten kijken bij tentamens

- door tijdens de uren dat een tentamen wordt afgenomen en terwijl het werk nog niet is ingeleverd, betreffende de tentamenstof in contact te treden met anderen dan de surveillanten.

- met behulp van elektronische apparatuur.

ii. Valsheid in geschrifte.

c.Gedrag van studenten waarvan de examinator vóór het afnemen van het tentamen of tentamenonderdeel schriftelijk heeft bekendgemaakt dat hij het als frauduleus beschouwt en waarbij hij heeft aangegeven welke maatregelen hij zal opleggen bij vaststelling van dit gedrag. Onder dit gedrag kan vallen het tonen van eigen werk aan andere studenten.

d.Plagiaat.

Artikel 18 Geldigheidsduur tentamens


1.De geldigheidsduur van behaalde examenonderdelen van Applied Physics, Biomedical Engineering, Chemical Engineering en Nanotechnology is onbeperkt.


2.In afwijking van lid 1 kan de examencommissie bepalen dat studenten die de studie hebben onderbroken, of op andere wijze buitengewone studievertraging hebben opgelopen, examenonderdelen die 4 jaren of langer geleden zijn behaald en inmiddels ingrijpende vakinhoudelijke wijzigingen hebben ondergaan, opnieuw behoren af te leggen.


3.De geldigheidsduur van de met goed gevolg behaalde examenonderdelen behorend tot het eerste jaar van de opleiding Technical Medicine, eindigt na afloop van vijf cursusjaren volgend op het cursusjaar waarin het examenonderdeel is afgelegd.


4.De geldigheidsduur van de met goed gevolg afgelegde klinische stages van de opleiding Technical Medicine is drie jaren volgend op het cursusjaar waarin het examenonderdeel is afgelegd.


5.De geldigheidsduur van een voor een examenonderdeel van de opleiding Technical Medicine verleende vrijstelling eindigt na afloop van vijf cursusjaren volgend op het cursusjaar waarin de vrijstelling verleend is.     


6.De examencommissie heeft de bevoegdheid de geldigheidsduur van de examenonderdelen in de masterfase te verlengen.


Artikel 19 Vorm van de tentamens en de wijze van toetsing


1.In de omschrijving in het vakkeninformatiesysteem VIST is vastgelegd of de eindbeoordeling van een onderwijseenheid schriftelijk, mondeling dan wel op andere wijze plaatsvindt.


2.T.a.v. het tentamen dat betrekking heeft op een onderwijseenheid die niet binnen de opleiding wordt onderwezen gelden de regels van de desbetreffende opleiding.


3.De aangewezen examinator kan ten gunste van de student van het gestelde in de leden 1 en 2 afwijken.


4.Op verzoek van de student kan de examencommissie toestaan dat een tentamen op een andere wijze dan krachtens het eerste lid is bepaald, wordt afgelegd.


5.Binnen de examenonderdelen van de opleiding Technical Medicine kan de student ook worden beoordeeld op professioneel gedrag. Als aspecten van professioneel gedrag worden in het bijzonder verstaan: communicatie met patiënten en gedrag ten opzichte van patiënten, intercollegiaal gedrag, reflectie op eigen functioneren, wetenschappelijke instelling en bereidheid tot leren.


6.Ten behoeve van de examencommissie wordt een persoonlijk dossier van iedere aan de opleiding Technical Medicine deelnemende student aangelegd. In dit dossier worden alle relevante gegevens met betrekking tot de beoordeling van kennis, vaardigheden en professioneel gedrag van de student en de overige voor de opleiding relevante persoonsgegevens opgenomen. Op het persoonsarchief zijn de universitaire regelingen over privacy en inzagerecht van toepassing.


7.Aan lichamelijk of zintuiglijk gehandicapte studenten wordt de gelegenheid geboden de tentamens en de practica op een zoveel mogelijk aan hun individuele handicap aangepaste wijze af te leggen. De hiertoe te verlenen faciliteiten bestaan uit een op de individuele situatie afgestemde vorm of duur van de tentamens, of het ter beschikking stellen van praktische
hulpmiddelen.


Artikel 20 Schriftelijke en mondelinge tentamens


1.Een schriftelijk tentamen duurt ten hoogste 3½ uur; een mondeling tentamen ten hoogste 1½ uur.

2.De beoordeling van een schriftelijk tentamen vindt plaats aan de hand van vooraf opgestelde normen voor de verschillende opgaven of delen van opgaven van het tentamen.

3.Het bij een schriftelijk tentamen maximaal per opgave te behalen aantal punten wordt aan de studenten bekend gemaakt door dit bij de tentamenopgaven te vermelden.


4.Het mondeling afnemen van een tentamen is openbaar, tenzij de examencommissie in een bijzonder geval anders heeft bepaald, dan wel de student of docent daartegen bezwaar heeft gemaakt.



Artikel 21 Vaststelling en bekendmaking van de uitslag


1.De examinator stelt direct na het afnemen van een mondeling tentamen de uitslag vast en reikt de student de desbetreffende schriftelijke verklaring uit en stelt BOOZ direct schriftelijk op de hoogte van de uitslag.


2.De uitslag van een toets wordt door de examinator schriftelijk in zijn eigen administratie vastgelegd. Van een toetsresultaat wordt geen beoordeling zoals bedoeld in lid 3 t/m 6 opgemaakt. De uitslag wordt door de examinator bekendgemaakt aan betrokken studenten met inachtneming van de privacy van de student.


3.De examinator stelt de uitslag van een schriftelijk tentamen of andere afronding van een onderwijseenheid zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen 15 (Applied Physics, Biomedical Engineering, Chemical Engineering, Nanotechnology) resp. 20 (Technical Medicine) werkdagen na afloop vast. De examinator verschaft BOOZ de nodige gegevens.


4.BOOZ maakt de uitslag onverwijld aan de student bekend met inachtneming van de privacy van de student. Daarnaast kunnen studenten hun cijfers raadplegen in TOST.


5.De beoordelingen worden doorgaans uitgedrukt in de vorm van één van de cijfers 1 tot en met 10. Aan de cijfers moet de volgende betekenis worden gehecht:


1: zeer slecht 4: onvoldoende 7: ruim voldoende

2: slecht 5: net niet voldoende 8: goed

3: zeer onvoldoende 6: voldoende 9: zeer goed 10: uitmuntend


Examenonderdelen kunnen met een 'G' (gedaan) beoordeeld worden indien naar het oordeel der examinator(en) een tenminste redelijke prestatie is geleverd. Stages worden met een cijfer gewaardeerd. Op de cijferlijst wordt een vrijstelling aangegeven met 'V', een onvoldoende met ‘O' en een 10 met ‘T’.


6.Indien een student voor een zelfde onderwijseenheid meerdere keren is beoordeeld, geldt de hoogste beoordeling.


Artikel 22 Errata in overzichten


Indien in een cijferlijst of een overzicht m.b.t. het studieverloop van een student een vergissing is gemaakt, is zowel de faculteit als de student verplicht om dit, direct na constatering ervan, aan de andere partij kenbaar te maken en mee te werken aan het ongedaan maken van de gemaakte vergissing. De door de faculteit gevoerde administratie strekt daarbij tot volledig bewijs, behoudens tegenbewijs. Als tegenbewijs geldt in elk geval de originele, volledig ingevulde en door de docent ondertekende beoordelingsmededeling.


Artikel 23 Het inzagerecht


Gedurende tenminste 6 maanden na de bekendmaking van de uitslag van een schriftelijk tentamen krijgt de student op zijn verzoek inzage in zijn beoordeelde werk, de vragen, antwoorden en de toegepaste norm. Op zijn verzoek wordt hem tegen kostprijs een kopie van het beoordeelde werk verschaft, tenzij de examencommissie anders beslist.


Artikel 24 Beroepsrecht

1.Tegen beschikking van een individuele examinator staat beroep open bij de examencommissie. Dit beroep dient binnen twee weken na de beschikking te worden aangetekend bij de voorzitter van de examencommissie.


2.Tegen beschikkingen van examencommissies staat beroep open bij het college van beroep voor de examens krachtens artikel 7.61 van de wet. Dit beroep dient binnen vier weken na de beschikking te worden aangetekend bij de secretaris van het college van beroep voor de examens.


Artikel 25 Vrijstelling van tentamens en/of praktische oefeningen


1.De examencommissie kan op grond van een bewijs van eerder met goed gevolg afgelegde tentamens en/of examens in het hoger onderwijs, dan wel op grond van een bewijs van buiten het hoger onderwijs verworven competenties, vrijstelling verlenen voor één of meer tentamens en/of practica.


2.De examencommissie kan op voorstel van de desbetreffende examinator vrijstelling verlenen voor een tentamen. Het voorstel wordt met redenen omkleed.


Paragraaf 4 Examens


Artikel 26 De examencommissie


1.De decaan van de faculteit stelt een examencommissie (MEX) in ten behoeve van het afnemen van het masterexamen en ten behoeve van de organisatie en coördinatie van de tentamens in de masteropleiding.


2.De decaan benoemt de voorzitter, de secretaris en de leden van de examencommissie uit leden van het personeel die belast zijn met het verzorgen van het onderwijs in de opleiding.


3.De examencommissie bestaat uit tenminste twee hoogleraren.


4.Ten behoeve van het afnemen van de tentamens wijst de examencommissie voor ieder examenonderdeel een of meer examinatoren aan. Als examinatoren kunnen slechts aangewezen worden leden van het personeel die met het verzorgen van de opleiding zijn belast alsmede deskundigen van buiten de universiteit (art. 7.12 van de wet).


5.De examencommissie kan zich laten bijstaan door de bij de opleiding betrokken medewerkers zoals studieadviseur en/of mentoren. Zij hebben een adviserende stem in de vergaderingen.

6.De examencommissie kan, voor zover de wet of deze regeling zich daar niet tegen verzetten, besluiten om bepaalde haar toekomende bevoegdheden, eventueel voorzien van beperkende randvoorwaarden, te delegeren aan de voorzitter of de secretaris van de examencommissie.

7.Een lid van het Bureau Onderwijs- en Onderzoekszaken treedt in de vergaderingen van de examencommissies op als griffier.


8.De vergaderingen van de examencommissie zijn besloten.


Artikel 27 Afstudeercommissie


1.Ter begeleiding en beoordeling van de afstudeeropdracht wordt een afstudeercommissie samengesteld. Bij de opleiding Technical Medicine is de wetenschappelijk directeur van het onderzoekinstituut Technische Geneeskunde hiervoor verantwoordelijk. Bij de overige opleidingen de afstudeerhoogleraar.


2.Tot de afstudeercommissie van de opleidingen Applied Physics, Biomedical Engineering, Chemical Engineering en Nanotechnology behoren tenminste:

-de afstudeerhoogleraar;

-de dagelijkse begeleider van de student;

-één lid van de wetenschappelijke staf van een leerstoel van de betreffende opleiding, mits niet dezelfde leerstoel als waarbij de afstudeeropdracht wordt uitgevoerd.


3.Tot de afstudeercommissie van de opleiding Technical Medicine behoren tenminste:

-de wetenschappelijk directeur van het onderzoekinstituut Technische Geneeskunde;

-een medisch inhoudelijk verantwoordelijke binnen het ziekenhuis waar de klinische specialisatiestage, waarvan de afstudeeropdracht een onderdeel is, wordt gedaan;

-de dagelijkse begeleider van de student;

-een lid van de wetenschappelijke staf van een technische leerstoel van de Universiteit Twente.


4.Wetenschappelijk deskundigen van buiten de betreffende opleiding of universiteit kunnen deel uit maken van de afstudeercommissie.


5.Bij de opleidingen Applied Physics, Biomedical Engineering, Chemical Engineering en Nanotechnology is het mogelijk de afstudeeropdracht buiten de faculteit uit te voeren mits één van de hoogleraren van de betreffende opleiding bereid is als afstudeerhoogleraar op te treden.


6.De samenstelling van de afstudeercommissie behoeft de goedkeuring van de examencommissie.


Artikel 28 Aanmelding voor het examen


1.Tot het afleggen van het masterexamen wordt tenminste 2 maal per jaar gelegenheid gegeven. De examencommissie stelt de zittingen van de examencommissie voor het begin van het studiejaar vast; deze data worden door BOOZ gepubliceerd.


2.De student kan zich voor het examen aanmelden zodra hij heeft voldaan aan de opleidingseisen minus de afstudeeropdracht.


3.Een student die wenst deel te nemen aan het masterexamen dient zich daarvoor uiterlijk 4 weken voorafgaand aan de desbetreffende examenzitting bij BOOZ aan te melden op het daarvoor bestemde formulier.


4.Indien een student alle onderdelen van de opleiding voldoende heeft afgerond met uitzondering van de afstudeeropdracht dan kan de examencommissie besluiten dat het masterdiploma wordt uitgereikt bij het behalen van een voldoende beoordeling van de afstudeeropdracht.


Artikel 29 Graad


Aan degene die het examen met goed gevolg hebben afgelegd, wordt de graad Master of Science (MSc) verleend (conform art.7.10a van de wet).


Artikel 30 Uitslag van het masterexamen


1.De uitslag kan zijn: geslaagd of afgewezen. Indien de student is afgewezen, kan de examencommissie hem/haar het recht verlenen binnen een aangegeven periode opnieuw in een of meer onderdelen geëxamineerd te worden.


2.Geslaagd is de student die:

- voor alle examenonderdelen van de master-opleiding, inclusief de afstudeeropdracht, een voldoende beoordeling heeft verkregen.


3.Voor de opleiding Applied Physics heeft de resp. examencommissie bepaald (krachtens WHW art. 7.10), in afwijking van het tweede lid dat maximaal één van de examenonderdelen van het masterexamen, met uitzondering van de afstudeeropdracht en de stage, met een onvoldoende mag zijn beoordeeld, mits niet lager dan een 5.


4.De uitspraken van de examencommissie en de resultaten van gehouden stemmingen worden vastgelegd in het verslag van de vergadering.


Artikel 31 Uitzonderlijke bekwaamheid


1.Bij uitreiking van het masterdiploma kan door de examencommissie het judicium ‘met lof’ worden verleend, op voorstel van de desbetreffende afstudeercommissie.


2.Noodzakelijke voorwaarden voor verlening van het judicium zijn:

- Het cijfer voor de afstudeeropdracht of het gemiddelde van het cijfer van de onderdelen van de afstudeeropdracht bedraagt ten minste 9;

- Het gemiddelde cijfer van de overige onderdelen van de master-opleiding is 8 of hoger.

3.Een eenmaal verleend masterdiploma kan later niet worden vervangen door een diploma voorzien van het judicium ‘met lof’.


Artikel 32 Getuigschriften en registratie


1.Ten bewijze dat het examen met goed gevolg is afgelegd, wordt door de examencommissie een getuigschrift uitgereikt. Het getuigschrift wordt ondertekend door de voorzitter van de examencommissie. Bij afwezigheid kan ook één van de leden van de examencommissie tekenen. De uitreiking geschiedt in een openbare zitting van de examencommissie, tenzij de examencommissie in bijzondere gevallen anders heeft bepaald.


2.Op het getuigschrift worden vermeld (art.7.11):

-welke opleiding het betreft;

-de verleende graad (art.7.10a);

-op welk tijdstip de opleiding voor het laatst is geaccrediteerd dan wel op welk tijdstip de opleiding de toets nieuwe opleiding met goed gevolg heeft ondergaan (art. 5a.11).


3.Op een van het getuigschrift deel uitmakende bijlage (art.7.11) worden de tot het examen behorende onderdelen en de beoordeling van die onderdelen vermeld. Tevens worden vermeld de niet tot het examen behorende onderdelen waarin, voordat over de uitslag van het examen is beslist, op verzoek van de student is getentamineerd, mits die onderdelen met goed gevolg zijn afgelegd.


4.Indien de examencommissie het judicium ‘met lof’ heeft verleend aan de student, wordt dit op het getuigschrift vermeld.


5.Het BOOZ draagt zorg voor de registratie van de uitslagen van examens. Dit bureau registreert tevens welke getuigschriften aan een student zijn uitgereikt.


Paragraaf 5 Kwaliteitszorg


Artikel 33 Interne kwaliteitszorg


Het systeem van kwaliteitszorg staat beschreven in het kwaliteitszorghandboek van de opleiding. In dit handboek staat een uitgebreide omschrijving van de organisatie, de procedures en de betrokken commissies.

Artikel 34 Didactische professionalisering


1.Bij de aanstelling van docenten (hoogleraren, universitair docenten en - hoofddocenten, medewerkers onderwijs) worden afspraken gemaakt over de voorbereiding op onderwijstaken. Nieuwe docenten nemen deel aan een didactisch inwerktraject dat door de decaan op voorstel van de opleidingsdirecteur wordt vastgesteld. Bij het beoordelingsmoment voor een vaste aanstelling worden de vorderingen in het didactisch inwerktraject geëvalueerd en zwaarwegend meegenomen in de beslissing omtrent een vaste aanstelling.


2.Het beleid is erop gericht dat post-docs, aio’s, oio’s en student-assistenten een didactische training volgen gericht op de onderwijstaak die zij zullen vervullen.


3.Bij functionerings- en beoordelingsgesprekken wordt de uitvoering van onderwijstaken besproken. Zo nodig wordt een docent door de opleidingsdirecteur verplicht zich onderwijskundig bij te scholen.


4.Bij het jaarlijks bilateraal overleg tussen werkeenheden en het managementteam TNW wordt het onderwijs dat door de werkeenheden wordt verzorgd besproken en worden zo nodig afspraken gemaakt voor het komende jaar.


5.Tijdens de personeelsbesprekingen tussen de hoofden van de werkeenheden en het managementteam TNW komen de onderwijsprestaties van iedere medewerker aan de orde en worden zonodig afspraken gemaakt voor verbeteringen.


6.Docenten worden via algemene aankondigingen of gericht uitgenodigd voor onderwijskundige cursussen.


7.Om de kwaliteit van het Engelstalig masteronderwijs te garanderen dienen alle docenten aantoonbaar te beschikken over het niveau van Engelse taalvaardigheid, dat nodig is om de betreffende onderwijstaak naar behoren uit te voeren. De opleiding, waartoe een onderwijseenheid behoort, wordt verantwoordelijk gehouden voor het toezien op en het naleven van deze voorwaarde.


8.De bepalingen in de leden 1 tot en met 7 van dit artikel gelden voor docenten van de faculteit TNW. Indien er opleidingsspecifieke bepalingen zijn over docenten van buiten de faculteit TNW, staan deze vermeld in de opleidingsbijlage of in het kwaliteitszorghandboek van de opleiding.

Artikel 35 Studiebegeleiding

1.Ten behoeve van de studiebegeleiding stelt de opleidingsdirecteur een of meer studieadviseurs aan.


2.De examencommissie kan studieadviseurs en andere studiebegeleiders om advies vragen over te nemen beslissingen die de individuele studenten aangaan; daarbij zullen deze de door studenten gegeven informatie als vertrouwelijk beschouwen.


3.Een uitgebreidere beschrijving van de studiebegeleiding en nadere regels zijn vermeld in de opleidingsbijlage (Applied Physics, Biomedical Engineering, Chemical Engineering en Nanotechnology) of in het kwaliteitszorghandboek (Technical Medicine).


Paragraaf 6 Faciliteiten

Artikel 36 Faciliteiten

1.Studieruimte, buiten de projectkamers, is voor studenten beschikbaar in de centrale universiteitsbibliotheek.


2.De faculteit stelt aan de studieverenigingen van de opleidingen ruimte ter beschikking voor de uitvoering van hun activiteiten.


3.In de universiteitsbibliotheek is een omvangrijke collectie met voor de opleiding relevante literatuur aanwezig. Daarnaast is een omvangrijke collectie met relevante literatuur voor de opleiding Technical Medicine aanwezig in de onderwijsruimten van die opleiding.


4.Studenten die tijdens de afstudeeropdracht zijn gealloceerd bij een leerstoel hebben minimaal de beschikking over een tafel, stoel en het gedeelde gebruik van een computer.


Paragraaf 7 Calamiteiten

Artikel 37 Regelingen betreffende calamiteiten


1.Het College van Bestuur of namens deze de gebouwbeheerder stelt vast of er sprake is van een (dreigende) calamiteit.


2.Zodra dit is vastgesteld, wordt (een deel van) het gebouw ontruimd volgens de daarvoor geldende procedures.


3.Indien er zich calamiteiten voordoen of dreigen voor te doen tijdens of kort voor een tentamen geldt het volgende: Indien er een calamiteit is te verwachten voor aanvang van een tentamen, wordt het tentamen uitgesteld met onmiddellijke ingang. De vakcoördinator stelt in overleg met de opleidingsdirecteur en/of BOOZ een nieuw tentamentijdstip vast. Het nieuw vastgestelde tentamenmoment, dat binnen een maand plaatsvindt (de vakantiemaanden niet meegerekend), is bindend. Dit wordt binnen drie werkdagen nadat het gebouw weer is vrijgegeven bekendgemaakt via de gebruikelijke media.


4.Indien er een calamiteit plaatsvindt of is te verwachten tijdens een tentamen dient er, indien mogelijk, als volgt te worden gehandeld:

a.Op al het tentamenwerk is bij aanvang van het tentamen de naam en studentnummer door de student vermeld.

b.De aanwezigen dienen op last van de verantwoordelijke instantie of surveillant direct de tentamenzaal te verlaten.

c.De studenten laten het gemaakte tentamenwerk achter in de tentamenzaal.

d.Indien men in de gelegenheid is geweest reeds een begin te hebben gemaakt met het tentamen wordt, indien dit redelijkerwijze mogelijk is, op grond van de ingeleverde (gedeeltelijk) gemaakte opgaven door de docent hierover het eindcijfer bepaald.


5.Indien de docent op grond van het in 4d genoemde geen eindcijfer kan bepalen, wordt er binnen een maand (de vakantiemaanden niet meegerekend) na het door een calamiteit afgebroken tentamen een herkansing georganiseerd voor de gedupeerde studenten, mits deze zich voor het bedoelde tentamen hadden aangemeld.


6.Indien er zich calamiteiten voordoen of dreigen voor te doen tijdens of kort voor een college of practicum, dan wordt dit uitgesteld met onmiddellijke ingang. De vakcoördinator stelt in overleg met de opleidingsdirecteur en/of BOOZ een nieuw college- of practicumtijdstip vast. Dit tijdstip wordt uiterlijk de dag volgend op het vrijgeven van het gebouw bekendgemaakt via de gebruikelijke media.

Paragraaf 8 Invoeringsbepalingen


Artikel 38 Wijziging regeling


1.Wijziging van deze regeling wordt door de decaan na advies van de opleidingscommissie en na instemming van de faculteitsraad bij afzonderlijk besluit vastgesteld.


2.Geen wijzigingen vinden plaats die van toepassing zijn op het lopende studiejaar, tenzij de belangen van de studenten hierdoor redelijker wijze niet worden geschaad.


3.Wijzigingen kunnen voorts niet ten nadele van de student van invloed zijn op enige beslissing die krachtens deze regeling door de examencommissie ten aanzien van een student is genomen.


Artikel 39 Overgangsregeling


1.Indien de samenstelling van het studieprogramma inhoudelijk wijziging ondergaat, dan wel dat één van de in de onderwijs- en examenregeling opgenomen artikelen wijziging ondergaat, wordt door de examencommissie een overgangsregeling vastgesteld.


2.In deze overgangsregeling wordt in ieder geval opgenomen:

a. Een regeling over vrijstellingen die verkregen kunnen worden op grond van reeds behaalde tentamens;

b. Het aantal malen dat alsnog tentamen in de onderdelen van het oude programma kan worden afgelegd;

c. De geldigheidsduur van de overgangsregeling.


Artikel 40 Bekendmaking


De decaan zorgt voor een passende bekendmaking aan alle betrokkenen van deze regeling alsmede van de wijziging ervan.


Artikel 41 Inwerkingtreding en wijziging


Deze regeling treedt in werking op 1 oktober 2007 (laatst gewijzigd d.d. 13 september 2007).


Vastgesteld door de decaan van de Faculteit na instemming van de Faculteitsraad en na advies bij de Opleidingscommissies te hebben ingewonnen, Enschede, d.d. 13 september 2007.