October 2007

Opleidingsbijlage Master OER Technical Medicine NL september 2007





Bijlage


Masteropleiding

Technical Medicine


(TM)

bij het opleidingsdeel van het studentenstatuut inclusief de

onderwijs- en examenregeling (OER)



Faculteit Technische Natuurwetenschappen


Universiteit Twente




Kenmerk: TNW070264/VDH
Datum: 13 september 2007



Inhoudsopgave



Artikel 1 Begripsbepalingen (aanvulling op OER artikel 2) 1

Artikel 2 Doel en eindtermen van de opleiding (OER artikel 3 en 4) 2

Artikel 3 Toelating tot de opleiding (OER artikel 6) 7

Artikel 4 Taal (aanvulling op OER artikel 7) 7

Artikel 5 Samenstelling onderwijsprogramma (OER artikel 11) 7

Artikel 6 Volgorde onderwijseenheden (aanvulling op OER Artikel 12) 8

Artikel 7 Vrij programma (OER artikel 13) 8

Artikel 8 Inwerkingtreding en wijziging 8



Preambule

a.De regels in deze bijlage zijn onderdeel van het opleidingsdeel van het studentenstatuut, inclusief de onderwijs- en examenregeling, van de masteropleidingen Applied Physics, Biomedical Engineering, Chemical Engineering, Nanotechnology, Technical Medicine van de faculteit Technische Natuurwetenschappen van de Universiteit Twente, verder te noemen ‘OER’.

b.De regels in deze bijlage zijn van toepassing op de master-opleiding Technical Medicine.

c.In geval van conflict is deze Nederlandstalige bijlage bepalend voor de wet en niet de Engelse versie van deze bijlage.

d.Als wet wordt hier bedoeld de Nederlandse Wet op het Hoger Onderwijs en Onderzoek (WHW).




Artikel 1Begripsbepalingen (aanvulling op OER artikel 2)


De in deze regeling voorkomende begrippen hebben, indien die begrippen ook voorkomen in de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW) de betekenis die deze wet eraan geeft. In deze bijlage wordt verstaan onder:


1.Onderwijsvormen:

a.Blokonderwijs: onderwijs waarbij het thema multidisciplinair wordt ontwikkeld en aangeboden;

b.Lijnonderwijs: onderwijs dat wordt ontwikkeld en aangeboden vanuit één discipline;

c.Hoorcollege: een docent geeft de hoofdlijnen van het blok en globale informatie over de te bestuderen onderwerpen;

d.Werkgroep: een groep van maximaal 10 studenten werkt gemeenschappelijk aan een opdracht, waarbij de verdieping van de opgedane kennis centraal staat;

e.Responsiecollege: bespreking van de zelfstudieopdrachten en bestudeerde stof;

f.Zelfstudieopdracht: een student werkt zelfstandig aan de verwerving van kennis;

g.Projecten: student ontwerpt een oplossing voor een gegeven probleem/casus;


2.Klinische Stage: in een klinische omgeving leert de student medisch-technologische handelingen op basis van professioneel gedrag toe te passen binnen de diagnostiek en of behandeling van patiënten;


3.Klinische Specialisatiestage: de stage waarin de mastereindopdracht wordt uitgevoerd.


4.Praktisch klinisch onderwijs: praktisch vaardigheidsonderwijs met betrekking tot diagnostiek en therapie;


5.Professioneel Gedrag: een persoonlijke werkstijl tot uitdrukking komend in woord, gedrag en uiterlijk, waarin normen en waarden van de beroepsuitoefening zichtbaar zijn;



Artikel 2Doel en eindtermen van de opleiding (OER artikel 3 en 4)


Het beroepsprofiel geeft een eindpunt aan en het referentiekader de manier waarop de Technisch Geneeskundige problemen aanpakt en oplost. Vervolgens is een competentieprofiel ontwikkeld dat de bekwaamheden beschrijft waarover de Technisch Geneeskundige dient te beschikken bij afstuderen.


Een competentieprofiel wordt opgebouwd volgens een ordeningsprincipe. In 3TU verband zijn op basis van onderzoek naar academische vorming zeven competentiegebieden onderscheiden die een technologisch academicus karakteriseren. Deze academische competenties zijn gebaseerd op de Dublin Descriptoren en het eindrapport van de Commissie Accreditatie Hoger Onderwijs, een onofficiële lijst van kwalificaties voor Bachelors en Masters van de Vereniging voor Samenwerkende Nederlandse Universiteiten (VSNU). In het competentieprofiel spelen naast theorievorming ook ontwerpen en toepassen een belangrijke rol. Het gaat niet alleen om de analyse, modellering, verklaring of interpretatie van fenomenen, maar ook om de synthese van kennis ten behoeve van ontwerpen en nieuwe systemen in een concrete maatschappelijke context. Daarom zijn voorstellingsvermogen, creativiteit, probleemoplossend- en integratief vermogen belangrijke kenmerken van de academisch gevormde Technisch Geneeskundige.


Onder de zeven overkoepelende en gerelateerde competenties zijn alle doelstellingen in termen van kennis, vaardigheden en attitudes, van de Masteropleiding Technische Geneeskunde ondergebracht. Ze zijn zo geformuleerd dat ze het uitstroomniveau van alle mastertracks (specialisaties) beschrijven en sturing geven aan het vaststellen van de meer specifieke doelstellingen van deze tracks.

De zeven competentiegebieden staan niet op zichzelf, juist hun samenhang en integratie geeft betekenis aan het competentieprofiel. Deze samenhang wordt weergegeven in het onderstaande vignet van de Technische Geneeskunde.


Domein = Wat?

Competent in de Discipline Technische Geneeskunde

•Competent in Onderzoeken en Ontwerpen

•Competent in Medisch Technisch handelen


Werkwijze = Hoe?

Competent in Wetenschappelijke Benadering

•Intellectuele competentie

•Competent in Professioneel Gedrag


Context = Waar?

•Situationele competentie / Competent in Contextgericht handelen

Competentievignet van de Technische Geneeskunde







Domein = Wat

1

Competent in de discipline Technische Geneeskunde:


De Technisch Geneeskundige is vertrouwd met bestaande wetenschappelijke kennis en is in staat deze door studie uit te breiden.


De TG-er heeft kennis van en inzicht in de gezonde staat van het totale menselijke systeem en al zijn subsystemen.

De TG-er heeft kennis van en inzicht in de algemene kenmerken en hun consequenties van de essentiële pathofysiologische begrippen op elk der subsystemen.

De TG-er heeft kennis van en inzicht in de kernbegrippen en daarmee in de structuur en de samenhang van de relevante technologische vakgebieden. Hiervan begrijpt de TG-er cruciale aspecten, zoals theorieën en nieuwe methoden & technieken en actuele vragen.

De TG-er heeft kennis van de essentiële begrippen en daarmee van de globale structuur en samenhang van de ondersteunende disciplines.

De TG-er bezit de kennis van de wijze waarop theorievorming, modelvorming en validatie plaatsvinden in het eigen en andere relevante vakgebieden en kan deze toepassen. De TG-er begrijpt tevens de wijze van interpretatie, experimenteren, gegevensverzameling, simuleren en besluitvorming.

De TG-er kan reflecteren op standaardmethoden en gehanteerde vooronderstellingen; kan deze in twijfel trekken; kan aanpassingen voorstellen en de reikwijdte ervan inschatten.

De TG-er is in staat kennishiaten te signaleren en door studie kennis te herzien en uit te breiden. De TG-er is zich bewust van de noodzaak van life-long learning en van toetsing.


2

Competent in het onderzoeken en het ontwerpen:


De Technisch Geneeskundige is in staat door onderzoek nieuwe wetenschappelijke kennis te verwerven en nieuwe behandelplannen en diagnosemethoden te ontwerpen.

Onderzoeken betekent hier: het op doelgerichte en methodische wijze ontwikkelen van nieuwe kennis en inzichten.

Ontwerpen betekent hier een synthetiserende activiteit gericht op de totstandkoming van nieuwe of gewijzigde diagnostische en/of therapeutische strategieën en middelen.


De TG-er is in staat te analyseren welke pathofysiologische kernbegrippen behoren bij een ziektebeeld.

De TG-er is in staat te analyseren welke technologische kernbegrippen kunnen worden gebruikt bij het oplossen van medische problemen.

De TG-er is in staat op basis van de analyse van de betrokken pathofysiologische kernbegrippen met behulp van de technologie een oplossing voor een medisch probleem te vinden en er een ontwerp voor te maken.

De TG-er is in staat de essentiële begrippen van ondersteunende disciplines te gebruiken bij het professioneel handelen in een klinische context.

De TG-er is in staat op basis van een analyse en interpretatie van resultaten van onderzoek zelfstandig onderzoek op te zetten om een mogelijke oplossing van een probleem te toetsen er een ontwerp van te maken en uit te voeren in een reële of virtuele wereld.

De TG-er is in staat bepaalde verbanden vanuit diverse gezichtspunten te beschouwen, hypotheses te verzinnen of toepassingen te ontdekken.

De TG-er is in staat interdisciplinair te werken en bezit het vermogen te analyseren wanneer bij het onderzoek of het ontwerpproces de inbreng van andere disciplines gewenst is.

De TG-er is zich bewust van de veranderlijkheid van het onderzoeks- en ontwerpproces door externe omstandigheden of voortschrijdend inzicht. De TG-er kan dit proces vervolgens bijsturen.

De TG-er is in staat binnen de betreffende discipline zelfstandig een bijdrage te leveren aan de ontwikkeling van wetenschappelijke kennis.

De TG-er is in staat ontwerpproblemen te (her)formuleren en kan deze interpretatie verdedigen tegenover betrokken partijen.

De TG-er bezit synthetische vaardigheden ten aanzien van medische problemen en kan zelfstandig een ontwerpplan maken en uitvoeren.

De TG-er is in staat nieuwe onderzoeksvragen te formuleren op basis van een ontwerp- of uitvoeringsprobleem.

De TG-er is in staat ontwerpbeslissingen te nemen en deze op systematische wijze te rechtvaardigen en te evalueren.




3

Competent in het medisch technisch handelen:


De Technisch Geneeskundige is in staat op basis van een integratie van kennis, vaardigheden, planning en reflectie medische technologie toe te passen in het diagnostisch en therapeutisch proces van de geneeskundige praktijk. Dit handelen is tevens gericht op innovatie.


De TG-er heeft zich het proces van technisch-medisch probleemoplossen eigen gemaakt. Hij kan pathofysiologische afwijkingen duiden en een voor de individuele patiënt adequate behandeling uitvoeren.

De TG-er is in staat op basis van de soort hulpvraag tot het systematisch doorwerken van het diagnostisch proces en zo te komen tot het juiste aanpak voor het probleem.

De TG-er is in staat na analyse van de situatie strategisch te handelen op basis van de generalisatie van het geleerde (op basis van de overeenkomsten) en de specificatie vanuit het inzicht in het uitzonderlijke van de situatie (op basis van de verschillen).

De TG-er differentieert de klacht van de patiënt naar aard en ernst en beoordeelt de noodzaak tot interventie.

De TG-er stelt op grond van een werkhypothese een behandelplan op en voert dat uit binnen het multidisciplinaire behandelteam, voor zover zijn kennis en ervaring hiervoor toereikend zijn en met inachtneming van medisch-ethische aspecten.

De TG-er draagt eigen verantwoordelijkheid binnen een multidisciplinair team en neemt medisch technologische beslissingen, voor zover zijn kennis en ervaring hiervoor toereikend zijn en met inachtneming van medisch-ethische aspecten.

De TG-er bezit de competentie tot bekwaam uitvoeren van technisch medische handelingen.


Werkwijze = Hoe

4

Competent in de wetenschappelijke benadering:


De Technisch Geneeskundige heeft een systematische aanpak, gebaseerd op de klinisch empirische cyclus en gekenmerkt door de ontwikkeling en het gebruik van theorieën, modellen en samenhangende interpretaties, heeft een kritische houding en heeft inzicht in wetenschap en technologie.


De TG-er is in staat voor een medisch probleem informatie te verzamelen, te analyseren en te interpreteren en met inachtneming van de medisch technologische kernbegrippen en de essentiële technologische begrippen te komen tot een verantwoorde aanpak voor het oplossen van een medisch probleem.

De TG-er is in staat de resultaten van onderzoek te analyseren en te interpreteren op basis van de medische, technologische en ondersteunende kernbegrippen.

De TG-er is in staat op basis van een analyse en de interpretatie van de resultaten van onderzoek een keuze te maken voor een verantwoorde aanpak van een klinisch probleem.

De TG-er heeft inzicht in de aard van wetenschap en technologie en heeft kennis van actuele discussies hierover. (doel, methoden, verschillen en overeenkomsten tussen wetenschapsgebieden, aard van wetten, theorieën, verklaringen, rol van experiment, objectiviteit etc).

De TG-er heeft inzicht in de wetenschappelijke medisch technologische praktijk en de actuele discussies hierover.

De TG-er is in staat resultaten van onderzoek en ontwerpen adequaat te documenteren en te publiceren met de bedoeling bij te dragen aan de kennisontwikkeling van het vakgebied Technische Geneeskunde.


5

Intellectuele competentie:


De Technisch Geneeskundige is in staat te redeneren, te reflecteren en zich een oordeel te vormen. Dit zijn vaardigheden die in de context van een discipline worden geleerd of aangescherpt en daarna generiek toepasbaar zijn.


De TG-er kan zelfstandig kritisch reflecteren op eigen overwegingen, besluiten en handelen en op basis hiervan zijn gedrag bijsturen.

De TG-er kan logisch redeneren en redeneerwijzen zoals inductie, deductie, analogie en dergelijke toepassen.

De TG-er kan adequate vragen stellen en heeft een kritisch constructieve houding bij het analyseren en oplossen van klinische problemen.

De TG-er kan een beredeneerd oordeel vormen in het geval van incomplete of irrelevante data

De TG-er kan een standpunt innemen ten aanzien van een wetenschappelijk betoog in het vakgebied en kan dit kritisch op waarde schatten.

De TG-er beschikt over nummerieke vaardigheden en het besef van grootte-ordes.


6

Competent in Professioneel Gedrag:


De Technisch Geneeskundige heeft een persoonlijke werkstijl (tot uitdrukking komend in woord, gedrag en uiterlijk), waarin normen en waarden van de beroepsuitoefening zichtbaar zijn. Deze betreffen gedragsdimensies in de omgang met taken/werk, anderen en zichzelf.


De TG-er kenmerkt zich door professioneel gedrag. Dit houdt in betrouwbaarheid, betrokkenheid, nauwkeurigheid, vasthoudendheid, zelfstandigheid, respect voor de ander ongeacht diens levensfase, sociaal economische status, opleiding, cultuur, levensovertuiging, seksuele geaardheid, ras en sekse.

De TG-er is in staat op basis van een inschatting / analyse van het deskundigheidsniveau van de ander en diens informatiebehoefte, onderzoeksresultaten, ontwerpen, ideeën, oplossingen, zowel mondeling als schriftelijk op een wetenschappelijk verantwoorde en voor de ander begrijpelijke wijze over te dragen.

De TG-er houdt een constructieve dialoog met de patiënt en draagt zorg voor een medisch verantwoorde, gezamenlijke besluitvorming.

De TG-er kan projectmatig werken; bezit pragmatisme en verantwoordelijkheidsbesef; kan omgaan met beperkte bronnen; kan omgaan met risico’s; kan compromissen sluiten.

De TG-er kan in een tweede taal mondeling en schriftelijk communiceren over onderzoeksresultaten, ontwerpen en oplossingen met patiënten, vakgenoten en anderen.

De TG-er kan debatteren over het vakgebied en de plaats van het vakgebied in de maatschappij en kan presentaties houden over zijn vakgebied.

De TG-er kan in een multidisciplinair team werken. Dat wil zeggen dat de TG-er inzicht heeft in en kan omgaan met teamrollen en sociale dynamiek. De TG-er kan de rol van teamleider op zich nemen.

De TG-er bezit een kritische kijk op zijn eigen technisch-medisch handelen en is in staat te reflecteren, dwz het eigen functioneren en het effect ervan (op zichzelf, anderen en werk) vanuit diverse invalshoeken te onderzoeken en hier (passende) consequenties aan te verbinden en is zich bewust van zijn verantwoordelijkheid voor het welzijn van de patiënt.

De TG-er bewaakt de voortgang van het eigen leerproces en kan daartoe ontvangen feedback hanteren en verwerken in het eigen handelen.


Context = Waar

7

Situationele Competentie:


De Technisch Geneeskundige is in staat de maatschappelijke en organisatorische situatie te integreren in het medisch technisch handelen.


De TG-er begrijpt de relevante interne en externe ontwikkelingen in de geschiedenis van de relevante vakgebieden en de interactie tussen beiden .

De TG-er is in staat de maatschappelijke consequentie van nieuwe ontwikkelingen in relevante vakgebieden te analyseren, te bespreken met vakgenoten en niet-vakgenoten.

De TG-er is in staat de consequenties van wetenschappelijk denken en handelen op de patiënt en zijn omgeving te analyseren.

De TG-er is in staat de ethische, juridische en normatieve aspecten van de gevolgen en aannamen van wetenschappelijk denken en handelen te analyseren en te bespreken met vak- en niet vakgenoten en in het handelen te integreren.

De TG-er heeft oog voor de verschillende rollen van professionals in de samenleving en kiest bewust voor een eigen rol.

De TG-er houdt bij zijn besluiten rekening met financiële, logistieke en andere beperkende factoren binnen de gezondheidszorg.

De TG-er is in staat zijn kennis, vaardigheden en attitudes aan te passen aan de zich wijzigende gezondheidszorg, aan de wetenschappelijke en maatschappelijke mogelijkheden en ontwikkelingen en aan de economische, juridische en ethische grenzen.




Artikel 3Toelating tot de opleiding (OER artikel 6)


1.Reguliere instroom

Studenten die in het bezit zijn van een Bachelordiploma Technische Geneeskunde behaald aan de Universiteit Twente worden toegelaten tot de opleiding.

Daarnaast zijn toelaatbaar die studenten Technische Geneeskunde, die de Bacheloreindopdracht (MDO) met goed gevolg hebben afgelegd en een minimum aantal van 144 ECTS hebben behaald.

2.Overige instroom

a.Het College van Bestuur van de UT stelt jaarlijks vast hoeveel studenten naast de studenten beschreven in lid 1 tot de opleiding kunnen worden toegelaten en stelt daarbij de regeling vast over de daarbij te hanteren procedures.

b.Toelating tot de opleiding op grond van het vorige lid wordt bepaald door het bestuur van de opleiding op basis van analyse van de verworven competenties in een andere universitaire Bacheloropleiding, eventueel met door de examencommissie vast te stellen aanvullende eisen te voldoen voor de start van de opleiding en/of aanvullende eisen te voldoen tijdens de masteropleiding.

i.Bij deficiënties van 30 EC of minder is de student met een Bachelordiploma toelaatbaar.

ii.Bij deficiënties tussen de 30 tot 60 EC zal indien mogelijk een individueel traject worden afgesproken van een studieprogramma van maximaal 1 jaar.

iii.Bij deficiënties van meer dan 60 EC is een student niet toelaatbaar.



Artikel 4Taal (aanvulling op OER artikel 7)


Het theoretisch onderwijs in de opleiding wordt gegeven en de examens worden afgenomen in het Engels tenzij de betrokkenen anders beslissen. Het praktisch klinisch onderwijs wordt in het Nederlands gegeven en getentamineerd.



Artikel 5Samenstelling onderwijsprogramma (OER artikel 11)






1.Een student kiest zelf, naast de verplichte onderdelen van het bestaande studieprogramma, één of meer studieonderdelen. Het programma moet geheel of gedeeltelijk of in hoofdzaak bestaan uit studieonderdelen, die ten behoeve van de eigen opleiding worden onderwezen en kan worden aangevuld met studieonderdelen die ten behoeve van andere opleidingen en /of door andere instellingen van wetenschappelijk onderwijs worden verzorgd.

2.Het programma bedoeld in lid 1 wordt met een motivering van keuze, vooraf ter goedkeuring voorgelegd aan de examencommissie.

3.Een verzoek tot goedkeuring van een keuze van een of meer studieonderdelen wordt door de student bij de examencommissie ingediend. Het verzoek gaat gepaard met een duidelijke motivering en de goedkeuring van de trackcoördinator.

4.Een besluit goedkeuring te onthouden wordt door de examencommissie gemotiveerd genomen, nadat de student in de gelegenheid is gesteld te worden gehoord.

5.De examencommissie beslist binnen twintig werkdagen na ontvangst van het verzoek. De examencommissie kan de beslissing voor ten hoogste tien werkdagen verdagen. Van de verdaging wordt voor de afloop van de in de eerste volzin genoemde termijn schriftelijk mededeling gedaan aan de student.

6.De student wordt van de beslissing onverwijld schriftelijk in kennis gesteld.




Artikel 6Volgorde onderwijseenheden (aanvulling op OER Artikel 12)


1.De volgorde waarin de tentamens moeten worden afgelegd, c.q. van de deelname aan stages is vastgelegd in de syllabi van de betreffende studieonderdelen.

2.De student kan beginnen met het tweede jaar van de opleiding wanneer hij zijn bachelordiploma heeft en het eerste jaar van de opleiding met goed gevolg volledig heeft afgerond. In verband met de klinische stages zijn gedurende het collegejaar vier instroommomenten (start van elk kwartiel).

3.De student kan beginnen met het derde jaar van de opleiding wanneer hij het tweede jaar volledig heeft afgerond.



Artikel 7Vrij programma (OER artikel 13)


In afwijking van het in artikel 5 van deze bijlage bepaalde wordt aan de student toegang verleend tot het afleggen van het masterexamen op basis van een door de student zelf voorgesteld pakket van examenonderdelen (een zogenoemd vrij masterprogramma overeenkomstig WHW art. 7.3 lid 4), mits dit pakket door de examencommissie is goedgekeurd.



Artikel 8Inwerkingtreding en wijziging


Deze regeling treedt in werking op 1 oktober 2007 (laatst gewijzigd d.d. 13 september 2007).


Vastgesteld door de decaan van de Faculteit na instemming van de Faculteitsraad en na advies bij de Opleidingscommissies te hebben ingewonnen.


Enschede, d.d. 13 september 2007