Alina van de Burgt

Naam: Alina van de Burgt

Leeftijd: 29

Woonplaats: Amsterdam

Studietijd: 7 jaar

Track: Medical Imaging and Interventions

Functie: Technisch geneeskundige binnen de afdeling Nucleaire Geneeskunde van het Alrijne Ziekenhuis in Leiden

Specialisatie: Cardiothoracale (nucleaire) beeldvorming


Je werkt tegenwoordig in het Alrijne Ziekenhuis, wat doe je daar precies?

‘Ik coördineer de introductie van nieuwe technologieën in de klinische praktijk en hou me bezig met onderzoek binnen de afdeling Nucleaire Geneeskunde. Een voorbeeld is de implementatie van nieuwe radioactieve stoffen en het optimaliseren van scanprotocollen.’

 Hoe maak jij als TG’er het verschil in deze functie?

‘Door op de juiste momenten de medische en technische wereld met elkaar te verbinden. Op mijn afdeling voel ik mij zonder twijfel gelijkwaardig aan collega’s die een andere opleiding hebben genoten, maar in bredere zin voel je je als TG’er soms een vreemde eend in de bijt. Niet alle ziekenhuizen zijn namelijk klaar voor TG’ers in de kliniek. Mensen twijfelen aan de medische specialisatie en je moet geregeld je functie uitleggen. Daarnaast is het lastig om te definiëren waar je verantwoordelijk voor bent. Toch kun je met de specifieke TG-kennis wel degelijk een verschil maken. Je hebt nou eenmaal kennis en competenties die andere personeelsleden niet hebben.’

 Was het moeilijk om na je opleiding een passende klinische baan te vinden?

‘Voor mij redelijk. De klinische banen lagen niet voor het oprapen en ik heb hard moeten werken om een plek te krijgen. Je bent enorm afhankelijk van medisch specialisten en de vraag is of zij innovatiegericht zijn. Zij zijn degenen die de meerwaarde van een (klinische) TG’er moeten inzien en daarin willen investeren. Helaas is dit nog niet de standaard en zijn deze plekken schaars. Daarbij komt dat een ziekenhuis een vastgeroeste organisatie is, waar je je zeker als TG’er eerst moet bewijzen, voordat mensen zien dat je van waarde bent. Er is nog altijd een ouderwetse rolverdeling in een ziekenhuis, waardoor het lastig is om er als TG’er tussen te komen.’

 Welke stages deed je?

‘Ik liep voornamelijk stages op hele klinische afdelingen: vaatchirurgie (Rijnstate), orthopedie (Amsterdam UMC), borstchirurgie (Londen) en nucleaire geneeskunde/cardiologie (LUMC). Ik ervaarde alle stages totaal verschillend. Op de chirurgie werkte ik met patiënten en stond ik veel op de operatiekamers en poli’s. Daarnaast was ik aanwezig bij de overdrachten en de multidisciplinaire overleggen (MDO’s). Ook heb ik nog een bedrijfsstage gelopen, bij Siemens. Weer heel iets anders. Het voordeel als TG’er is dat je  alle stages helemaal op je eigen manier kunt inrichten. Ik bracht heel veel tijd door in de kliniek, dat wilde ik ook graag. En ik koos heel bewust voor verschillende ziekenhuizen in zowel de academie als de periferie.’

“‘Wees zichtbaar. Het komt je niet aanwaaien, dus zit er bovenop’”

Hoe kijk je terug op je studie?

‘Ik vond de studiejaren fantastisch. Als ik de studie zelf tot in detail had mogen verzinnen, dan was de studie er op precies dezelfde manier uitgerold. Wat ik me bovenal herinner, is dat alles goed georganiseerd was. Naast dat de universiteit mij ook aanstond, vond ik het fijn dat de studie op de juiste manier was opgebouwd. Dat je een vak kreeg met anatomie en pathofysiologie en daaromheen de techniek en de wiskunde. Dat hielp voor mij heel goed om een blok goed te begrijpen. Ik heb veel medici om mij heen en dan valt het op dat we bij de opleiding goed hebben geleerd om out of the box te denken. Wat ik een nadeel vond, is dat er weinig ruimte was voor eigen invulling. Alles stond behoorlijk vast.’ 

Tips voor studerende tg’ers?

‘Wees zichtbaar. Ik zie tegenwoordig studenten vaak thuiswerken en de kliniek vermijden, maar dat zou ik niet doen. Het komt je niet aanwaaien, dus je moet zelf dingen organiseren en er bovenop zitten. En zet door, want zeker op nieuwe plekken kan het in het begin heel lastig zijn. En loop klinische stages, dat werkt absoluut in je voordeel.’