See news

UT start onderzoek naar organisatie openbaarvervoer tijdens de pandemie

Bedrijven en organisaties krijgen de mogelijkheid om hun werkzaamheden weer op te pakken of uit te breiden, wel met 1,5 meter afstand. De vraag daarbij is hoe ze dat het beste kunnen aanpakken, ook met oog op een mogelijke volgende uitbraak van het coronavirus of een andere epidemie. Daar is onderbouwde kennis voor nodig. Via de subsidieregeling ‘Wetenschap voor de Praktijk’, zijn ruim 50 samenwerkingen gestart tussen wetenschappelijke en maatschappelijke organisaties of bedrijven om dat uit te zoeken.

De realiteit is dat de coronamaatregelen en daarmee de situatie in de samenleving voortdurend veranderen. De projecten die zijn gestart, volgen het ritme van die verandering. Een voorbeeld is de situatie in het openbaar vervoer. Professor Karst Geurs van de Universiteit Twente startte een project naar de optimalisatie daarvan: ‘De afname van het aantal reizigers en opgelegde beperkingen in de capaciteit van bussen en treinen hebben een grote invloed op de organisatie van het openbaar vervoer. Vanaf 1 juli kan weer worden gereisd voor niet-noodzakelijke reizen, maar er zijn nog wel capaciteitsbeperkingen. Reizigers moeten drukte mijden en niet alle staanplaatsen kunnen worden benut’, legt hij uit. ‘In dit project wordt een nieuw model ontwikkeld voor het openbaar vervoer in de regio Twente. Op basis van de uitkomsten kan het openbaar vervoer zo effectief mogelijk ingericht worden.’