Archief 2002

Notulen 13e interne FR-CTW vergadering d.d. 9 april 2002


Aanwezig: Augustijn, Haaker, Hakvoort, Kruidhof, Dohmen Janssen, Hofstra, Blokpoel, Kroezen, De Jong, Van der Hoogt

Voorzitter: Van der Hoogt

Notulist: Hakvoort


1.Opening

De voorzitter opent de vergadering om 13:35. Er zal ’s middags geen overlegvergadering zijn, omdat er niet voldoende agendapunten waren. Grootenboer komt echter wel langs met enkele mededelingen en om vragen te beantwoorden. Punt 7 vervalt derhalve en wordt vervangen door het punt ‘nakijktermijn tentamens’.


2.Notulen vorige vergadering (05/3)

Tekstuele opmerkingen notulen:

- Geen

N.a.v. de notulen:

- Van der Hoogt, Hofstra en Hulscher zijn definitief door de FR aangewezen voor de FAC t.b.v. de decaanbenoeming.


3.Ingekomen stukken

De voorstellen van de commissies ‘clustering’ en ‘kanteling’ zijn rondgemaild. Dinsdag 16 april is er een bijeenkomst met UR en FR’en om deze te bespreken. Hakvoort en Kruidhof zullen de bijeenkomst in zijn geheel bijwonen, Van der Hoogt en Haaker lossen elkaar af. Mochten er meer FR-leden interesse hebben moeten ze dat aan Haaker mailen. Voor dinsdag 23 april wil de UR voor de overlegvergadering met het CvB een standpunt van de verschillende FR’en omtrent de kanteling en clustering. Deze punten zullen binnen de FR CTW op een ingelaste vergadering op 16 april worden besproken (Van der Hoogt zal afwezig zijn). Dan zal ook worden gekeken of de vergadering van 23 april doorgaat.


4.Mededelingen FAC

De FAC is nog niet bij elkaar geweest. Er moest al wel een advies gegeven worden over de profielschets van de decaan. De profielschets is over de mail gegaan en alleen Van der Meer had enkele kleine aanmerkingen, verder is de profielschets goedgekeurd. Het bericht van goedkeuring en de opmerkingen zijn naar de benoemingscommissie gestuurd.



5.Mededelingen

-Van der Hoogt is naar een bijeenkomst over de herstructurering van de diensten gegaan. Op de bijeenkomst waren door Sistermans de voorzitters van de FR’en uitgenodigd. Er vond a.h.v. enkele stellingen een discussie plaats rond de herstructurering van (ofwel bezuiniging op) de diensten. Er is 2 uur gepraat, maar er is niet echt duidelijk iets naar voren gekomen wat van nut zou kunnen zijn voor de commissie (Van der Hoogt).

-Kruidhof, Hakvoort, Hofstra en Dohmen Janssen hebben een bijeenkomst over het vastgoed bijgewoond. Er was een presentatie over het vastgoedplan, waarin werd uitgelegd, dat het de bedoeling is om al het O&O rond CTW, CT, INF en het TWRC-gebouw te concentreren. Dit leek de goedkoopste oplossing te zijn, alhoewel enkele aanwezigen er hun vraagtekens bij plaatsten en hun hakken in het zand zetten.

De UR wilde graag instemming van de FR’en voor haar besluit om in te stemmen met de plannen van het vastgoed die op korter termijn moeten worden gerealiseerd en de rest van het vastgoedplan tegen te houden, tot er een financiële onderbouwing is (hier wordt al 1,5 jaar op gewacht). Hier konden de aanwezigen zich in vinden.

-De faculteit is een studievereniging rijker. De nieuwe studievereniging voor IO heet ‘S.G. Daedulus’.

-Grootenboer had ook nog antwoord op de zaken die op de vorige FR-vergadering werden aangekaart n.a.v. de tijdelijke vestiging van de mensa in CTW.

-De verkiezing voor studentleden gaat door, omdat per september 4 van de 5 studentleden van de FR op stage zijn. De verkiezingsprocedure kan, wanneer er nu wordt gestart, nog precies voor de vakantie worden afgerond. Bossink is voorzitter van de verkiezingscommissie, er moet nog wel een studentlid in de commissie. De FR-studentleden zullen hierover nog overleggen. Tevens zullen zij naar nieuwe geïnteresseerden gaan zoeken, ook bij IO.


7.Nakijktermijn tentamens

UReka (partij U-raad) heeft de studentleden van de FR benaderd over de nakijktermijn tentamens. UReka wil enerzijds de nakijktermijnen van tentamens UT-breed gelijk trekken, anderzijds een klachtensite openen waarop studenten overschrijdingen kunnen melden. UReka stelt voor de nakijktermijn op 15 dagen te stellen, CiT heeft een nakijktermijn van 15 en WB een van 20 dagen, tenzij er handelingen moeten worden verricht (bijvoorbeeld het indelen van projectgroepen).


Kroezen merkt op dat er bij WB al veel gebeurt. Er wordt door het BOZ gelet op de nakijktermijn. Bij overschrijding wordt de docent gebeld of gaat de onderwijsdirecteur met de docent in gesprek. In uiterste geval kan de WB-examencommissie de uitslag van het tentamen doen vaststellen!

Bij de navraag van de evaluatiecommissie over het kunnen verkrijgen van gegevens m.b.t. de nakijktermijnen bij Kroezen onstonden enige misverstanden:

- Er wordt i.t.t. wat de meeste studenten weten zoals genoemd wel degelijk actie ondernomen indien de nakijktermijn wordt overschreden.

- Het is niet de bedoeling docenten te pakken op de nakijktermijnen (of een of andere ranglijst te maken), maar om te kijken waar de knelpunten zitten en hoe deze (voor de docent) kunnen worden opgelost.


Kroezen merkt op dat het verkorten van de termijn alleen maar nadelig kan zijn, docenten zullen zich minder snel houden aan de (onredelijk) kortere termijn. Ook kan de docent hierdoor in tijdnood komen en daardoor alleen het eindantwoord zal beoordelen, met gevolg dat hij na moet laten om te zoeken naar mogelijke goede delen in de antwoorden. Haaker bevestigt deze opmerking.

Een kort rekensommetje laat zien, dat voor het nakijken van Dynamnica II 100(aantal studenten) x 3 (aantal sommen) x 20 (minuten per som) = 100 uur nodig is. Zonder hulp van student-assistenten heeft de docent hier 12,5 werkdag voor nodig. Opsturen, verwerking BOZ en Tost verlengen de procedure met ongeveer 3 dagen, waarmee de nakijktermijn al is overschreden. Dohmen Janssen geeft aan dat er dus problemen ontstaan bij opleidingen waar veel studenten deelnemen aan vakken. Bij CiT zijn er alleen in het eerste jaar veel vakken die door alle studenten worden gedaan.

Het doel van het bijhouden van de nakijktermijn moet het opsporen van de excessen zijn, het maakt daarbij niet zoveel uit of er nu 15 of 20 dagen voor de nakijktermijn staan.


Gezien het bovenstaande lijkt er geen reden de nakijktermijn bij WB te verkorten. Dit zal door Hakvoort worden doorgegeven aan de UReka

8.Rondvraag

- Dohmen Janssen merkt op dat het goed was dat er een stuk van de FR-CTW in het CTW bulletin stond. Er zou alleen op de voorpagina moeten worden aangekondigd, dat er voortaan een stukje van de FR bij de mededelingen staat.

- Kruidhof merkt op dat het bij de afgelopen dictaatverkopen extreem druk was door de korte openingstijden van de Union shop. Dit probleem zal komend trimester niet meer voorkomen, omdat studieverenigingen de dictaten in combinatie met de boeken gaan verkopen (Blokpoel). De verantwoordelijkheid voor het aanleveren van de juiste informatie over de benodigde boeken en dictaten door de docenten zal wel zwaarder worden; De studenten hebben namelijk dan ook een afnameverplichting voor dictaten.

Verslag gesprek met Grootenboer d.d. 9 april 2002

Vanavond zal de UMT vergaderen over het al dan niet instemmen met de nota’s over clustering en kanteling. Deze nota’s gaan dan naar de UR gaan, die er 23 april een besluit over neemt. De kamer van CTW (vergadert volgende week) en de FR kunnen hun bezwaren dan alleen nog via de UR kenbaar maken, het UMT heeft al besloten.


Kanteling

De commissie kanteling, waar Grootenboer in zit, heeft een definitieve nota uitgebracht. Deze bestaat uit een vaststelling van de verantwoordelijkheden van de WD’s en decanen en uit een nieuwe bekostigingsstructuur voor de UT. Grootenboer is vooral enthousiast over het laatste deel.

Het verdeelmodel ziet er als volgt uit:

-Er is uitgegaan van de begroting van 2002 (totaal M€90), daarvan gaat M€ 30 naar onderwijs en M€ 60 naar onderzoek.

-Het onderwijsbudget wordt voor 80% verdeeld op basis van onderwijsprestaties (SP’s en studentenaantallen). De overige 20% wordt centraal ingehouden 10% wordt gebruikt voor de bekostiging van de BOZ’s etc. de laatste 10% gaat naar een centrale stimulering voor onderwijs.

-Van het budget voor onderzoek wordt 50% verdeeld op basis van onderzoeksprestaties, 30% is voor onderwijsgebonden onderzoek en wordt verdeeld op basis van onderwijsprestatie (hierdoor kunnen ook nieuwe opleidingen worden bekostigt) en 20% gaat rechtstreeks naar de instituten. De helft van dit laatste bedrag is voor betalen van de overhead van de instituten (salaris WD’s en onderhoud infrastructuur) en de andere helft is een stimuleringsgedeelte, dat wordt verdeeld op basis van portfolio (soort van stimuleringspot voor speerpunten).

-Voor CTW zou dit model betekenen dat CiT er licht op vooruit gaat (vooral door het bedrag voor onderwijsgebonden onderzoek) en WB er iets op achteruit gaat, tenzij het TIM een instituut wordt (dan kan er in de 20% voor de instituten worden gedeeld). Ook voor de overige faculteiten zal er weinig veranderen. Alleen TO/WMW gaat er significant op achteruit. CTW (grote opleidingen) zal profiteren van het deel voor onderwijs en onderwijsgebonden onderzoek. Faculteiten als TN en CT zullen vooral op basis van onderzoekspremies en instituten geld binnenhalen.

-De bezuinigingstaaktelling zal het totale bedrag voor het verdeelmodel verlagen.

-Het geld van het rijk komt ook ongeveer met een verhouding 1:2 voor respectievelijk onderwijs en onderzoek binnen. Op de UT zal een deel van het onderzoeksgeld op basis van onderwijsprestaties worden verdeeld (onderwijsgebonden onderzoek). Dit lijkt faculteiten als CT en TN te benadelen, maar het geld vanuit het rijk is natuurlijk ook bedoeld voor het in stand houden van academisch onderwijs met het bijbehorende onderzoek. De verdeling van de gelden volgens een verdeelmodel, dat voor de helft is gebaseerd op onderwijs- en voor de helft op onderzoeksprestaties is ook in Delft in gebruik.

De verantwoordelijkheden van decanen en WD’s zijn in de voorstellen grotendeels gedeelde verantwoordelijkheden.Het is een sterk consensus model, de werkelijkheid zal waarschijnlijk anders zijn. Het financiële kader wordt bepaald door het financieringsmodel, maar beslissingen over instellen/opheffen vakgroepen en opleidingen is een gezamenlijke verantwoordelijkheid.


In het verdeelmodel blijft onderzoek buiten de instituten mogelijk, er wordt geld verdeeld op basis van onderzoeksprestaties en voor onderwijsgebonden onderzoek.


De criteria voor de bepaling of een onderzoeksprogramma de instituut-status krijgt, zijn niet met concrete cijfers aangeduid, omdat dit voor enkele insituten (met name gamma-instituten) problemen zou opleveren. Bestaande instituten worden beschermd, doordat ze een plan kunnen indienen om binnen een bepaalde termijn alsnog aan de criteria te voldoen. Er zijn nu 5 erkende speerpuntsinsituten, maar ook TIM wordt veel genoemd als mogelijk speerpunt en voldoet grotendeels aan de criteria.


Er is ook gedacht aan de medezeggenschapsstructuur bij de kanteling. Er is niet gekozen voor het creëren van extra medezeggenschapsorgaan. De FR van de belangrijkste participerende faculteit heeft instemmingsrecht met het instituutsplan en adviesrecht op de begroting van een instituut. Dohmen Janssen merkt op, dat die FR dan wel veel invloed krijgt in interfacultaire instituten. Grootenboer geeft aan dat de betreffende FR eventueel een commissie kan benoemen voor het uitvoeren van haar taken m.b.t. de instituten waarin ook mensen uit andere faculteiten zitting kunnen hebben.

Eigenlijk zal de medenzeggenschap ook bij de benoeming van de WD moeten worden betrokken, dit staat niet expliciet in de voorstellen, maar wordt wel geïmpliceerd, door te stellen, dat de WD volgens een gelijke procedure als de decaan wordt benoemd.


Clustering

De nota levert niet veel nieuws op. Iedereen is gehoord en er is een (grotendeels reeds voorspelde) indeling gemaakt. Er missen een aantal leerstoelen bij CTW in de nota, het missen van de leerstoelen (voor zover ze zijn goedgekeurd) is door Grootenboer aangegeven.


Dohmen Janssen merkt op dat volgens het organisatieschema één DR voor meerdere opleidingen mogelijk is. Grootenboer merkt op dat deze mogelijkheid er is voor twee nauw verwante opleidingen (bijvoorbeeld WB en IO). Gezien de splitsing tussen onderwijs en onderzoek krijgt de DR meer de taak om de opleidingsdirecteur te adviseren over de disciplinaire opleiding. In CTW praten de DR’en echter ook over onderzoek, de toekomst zal uitwijzen hoe dit zich ontwikkeld. Kruidhof merkt op dat de DR zich in ieder geval zal moeten bezighouden met het onderzoek, omdat het aanzien van de Masters grotendeels zal worden bepaald door het onderzoek.


MENSA

Grootenboer heeft nog niet van het FB (c.q. Klumpert) gehoord, of er warme maaltijden worden geserveerd als de mensa in de WB kantine wordt gehuisvest. Ook is er geen duidelijkheid over de toegankelijkheid van de toren en velugels. Zowel Kruidhof, Hakvoort als Grootenboer zullen navraag doen.


Jaarrekening

Dohmen Janssen merkt op, dat de behandeling van de jaarrekening zal moeten worden verschoven naar de komende overlegvergadering. Grootenboer geeft aan dat er al informatie over de jaarrekening al op de vorige overlegvergadering is gegeven. De volledige jaarrekening zal de FR worden toegestuurd.


Benoeming hoogleraren

Er zijn advertenties geplaatst voor de hoogleraar Waterbeheer (CiT), Productietechniek (WB) en Productontwikkeling (IO). Er is een concept structuurrapoort voor Bouwtechnologie (CiT) en Biomedische Technologie (WB), deze zijn richting de structuurcommissie gestuurd. Er is nog niets op papier over de hoogleraar ‘Ruimte’, Grootenboer heeft de betreffende personen hierop aangesproken.


PR functionaris

Er zijn sollicitanten voor de plek van PR-functionaris CTW. Donderdag en vrijdag zullen er gesprekken plaatsvinden.


Hallen

De UR heeft ingestemd met de verbouwing van de hallen. Er zal op korter termijn een commissie worden opgezet die zich hierover buigt.


Actiepunten

-Hakvoort, Kruidhof, Van der Hoogt en Haaker bezoeken de bijeenkomst met de UR op dinsdag 16 april. Mochten er andere FR-leden interesse hebben, dan mailen ze dit aan Haaker.

-De studentleden van de FR zoeken naar een student voor de verkiezingscommissie <<Na de vergadering is besloten, dat Kruidhof plaats neemt in de verkiezingscommissie>> en zoeken naar nieuwe kandidaten.

-Hakvoort geeft het standpunt van CTW inzake de nakijktermijnen door aan UReka .

-Kruidhof en Hakvoort vragen bij Klumpert e.e.a. m.b.t. de vestiging van de Mensa in CTW na.

<<Er is na de vergadering navraag gedaan; Klumpert wacht nog op een plan van de UTC over de invulling van de Mensa in CTW. Hij heeft o.a. aangegeven, dat er toezicht moet komen op het gebruik van de toren. De problemen die in het “aquarium” kunnen ontstaan door computerende eters waren nog niet gesignaleerd, maar worden meegenomen. Er komt een aparte uitgifte balie voor warme maaltijden in de middag en er komt meer zitgelegenheid. De reguliere kantinefunctie van de CTW-kantine zal hierdoor zo min mogelijk hinder ondervinden.>>