Regelementen FR ET

Reglement verkiezingen FR CTW versie maart 2004

Kenmerk: CTW/A-010586
Datum: februari 2002
Gewijzigd: 31 maart 2004

Reglement voor de verkiezing van de faculteitsraad van de faculteit Construerende Technische Wetenschappen

Vastgesteld door de decaan CTW op 21 september 2004, na verkregen instemming FR op 21 september 2004 (besluitnummer 04.19)

Inhoudsopgave

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Artikel 1 Begripsbepalingen 3
Artikel 2 Tijdstip verkiezingen 3
Artikel 3 Verkiezingswijze; zetelverdeling 3
Artikel 4 Duur lidmaatschap 3

Hoofdstuk 2 Het kiesrecht
Artikel 5 Kiesrecht 4
Artikel 6 Peildatum 4

Hoofdstuk 3 Het faculteitsstembureau
Artikel 7 Samenstelling 4
Artikel 8 Taken 4

Hoofdstuk 4 Het kiezersregister
Artikel 9 Kiezersregister 5
Artikel 10 Ter inzage leggen van het kiezersregister 5
Artikel 11 Verbetering van het kiezersregister 5
Artikel 12 Tegenspraak 6
Artikel 13 Beslissingen verbetering van het kiezersregister 6

Hoofdstuk 5 De kandidaatstelling
Artikel 14 Kandidaatstellingstermijn 6
Artikel 15 Kandidatenlijst 6
Artikel 16 Ondertekening kandidatenlijst 6
Artikel 17 Verklaring instemming kandidaatstelling 6
Artikel 18 Inleveren kandidatenlijsten 7
Artikel 19 Onderzoek kandidatenlijsten 7
Artikel 20 Verzuimen 7
Artikel 21 Herstel verzuimen 7
Artikel 22 Geldigheid kandidatenlijsten 7
Artikel 23 Schrappen kandidaten 8
Artikel 24 Ongeldige kandidatenlijsten 8
Artikel 25 Vaststelling verzamellijst 8

Hoofdstuk 6 De stembescheiden
Artikel 26 Verzending van de stembiljetten 8

Hoofdstuk 7 De stemming
Artikel 27 Geen stemming 8
Artikel 28 Wijze van stemmen 9
Artikel 29 Onregelmatigheden; nieuwe verkiezingen 9

Hoofdsluk 8 Het vaststellen en bekendmaken van de uitslag 9

Hoofdstuk 9 Het voorzien in vacatures 11

Hoofdstuk 10 Slotbepaling 11

Hoofdstuk I Algemene bepalingen

Artikel 1 Begripsbepalingen

  1. In dit reglement wordt verstaan onder:
    1. de wet: de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW);
    2. de universiteit: de Universiteit Twente;
    3. het college: het college van bestuur van de universiteit bedoeld in artikel 9.2 van de wet;
    4. de decaan: het hoofd van de faculteit CTW bedoeld in artikel 9.12 van de wet;
    5. faculteitsraad: de raad bedoeld in artikel 9.37 van de wet;
    6. kiezersgemeenschap: de facultaire gemeenschap;
    7. raad: de faculteitsraad;
    8. leden van de raad: de leden van de faculteitsraad;
    9. geleding: het personeel dan wel de studenten;
    10. personeel: het aan de faculteit verbonden personeel met vast of tijdelijk dienstverband, zulks ongeacht de omvang van de dienstbetrekking, de voor de faculteit werkzame bijzonder hoogleraren en het personeel dat in dienst is van de Nederlandse organisatie voor wetenschappelijk onderzoek of daarmee vergelijkbare, door het College van Bestuur aangewezen, organisaties en regelmatig in de faculteit werkzaam is;
    11. studenten: zij die aan de faculteit zijn ingeschreven als student overeenkomstig het bepaalde in de wet;
    12. het stembureau: het faculteits stembureau bedoeld in artikel 7 van dit reglement;
    13. dagen: werkdagen en wel, voorzover van toepassing, van 09.00 uur tot 12.30 uur en van 13.30 uur tot 17.00 uur;
    14. peildatum: de datum bedoeld in artikel 6 eerste lid van dit reglement;
    15. inzageplaats: de plaats bedoeld in artikel 10 van dit reglement.
    16. kiezer: een ieder die conform het bepaalde krachtens de wet of dit reglement het actiefen passief kiesrecht bezit.
  2. De overige in dit reglement voorkomende begrippen hebben, indien deze ook voorkomen in de wet, dezelfde betekenis als in de wet.
  3. Overal waar in dit reglement de mannelijke vorm wordt gebruikt, kan ook de vrouwelijke vorm worden gelezen.

Artikel 2 Tijdstip verkiezingen

De verkiezing van de leden van de raad vindt, gehoord de FR, op door het stembureau te bepalen data plaats omstreeks mei, tenzij de decaan in bijzondere gevallen, gehoord het stembureau, anders beslist.

Het stembureau stelt de werkdag vast waarop de stembiljetten om 12.00 uur door het stembureau dienen te zijn ontvangen.

Artikel 3 Verkiezingswijze; zetelverdeling

  1. De verkiezing van de leden van de faculteitsraad wordt gehouden voor elke geleding afzonderlijk en geschiedt volgens een lijstenstelsel met enkelvoudige voorkeur.
  2. Met inachtneming van het bepaalde in artikel 9.37, derde lid van de wet worden de leden van de faculteitsraad rechtstreeks gekozen door en uit de geleding waartoe zij behoren.

Artikel 4 Duur lidmaatschap

  1. De leden van het personeel worden gekozen voor twee jaren en de studenten voor een jaar.
  2. De leden van de raad treden per geleding tegelijk af en zijn terstond herkiesbaar.
  3. Behalve door periodieke aftreding eindigt het lidmaatschap door:
    1. schriftelijke opzegging gericht aan de voorzitter van de raad;
    2. overgang naar een andere geleding dan die, waardoor betrokkene tot lid is gekozen;
    3. verlies van het lidmaatschap van de kiezersgemeenschap;
    4. het als student beëindigen van zijn inschrijving op grond van het bepaalde in artikel 7.42 van de wet;
    5. overlijden.
  4. Het lid dat ter vervulling van een vacature is gekozen treedt af op het tijdstip waarop degene in wiens plaats hij is gekozen zou moeten aftreden.

Hoofdstuk 2 het kiesrecht

Artikel 5 Kiesrecht

  1. Degenen die op de peildatum tot de facultaire gemeenschap behoren bezitten zowel het actief als het passief kiesrecht voor de verkiezing van de leden van de faculteitsraad, met dien verstande dat zij die in dienst zijn van de Nederlandse organisatie voor wetenschappelijk onderzoek of daarmee vergelijkbare, door het College van Bestuur aangewezen organisaties, voor hun verkiesbaarheid schriftelijk toestemming van hun werkgever moeten hebben verkregen.
  2. Een kiesgerechtigde kan slechts in één geleding het kiesrecht uitoefenen.
  3. Een lid van het personeel dat als student aan de faculteit is ingeschreven heeft, uitsluitend kiesrecht in de geleding van het personeel van de facultaire gemeenschap, tenzij hij het kiesrecht wil uitoefenen in de geleding van de studenten van de facultaire gemeenschap en hiervan ook, uiterlijk op een door het stembureau te bepalen datum, schriftelijk mededeling doet aan het stembureau. In het laatstbedoelde geval heeft betrokkene uitsluitend kiesrecht in de geleding van de studenten.
  4. Een keuze als bedoeld in het vorige lid kan niet worden herroepen, voordat voor de geleding waarin betrokkene overeenkomstig de keuze of ambtshalve indeling was ingedeeld, een nieuwe verkiezing wordt gehouden.
  5. Een student-assistent heeft uitsluitend kiesrecht in de geleding der studenten.
  6. Zij die deel uitmaken van het stembureau kunnen niet tevens lid zijn van de raad.

Artikel 6 Peildatum

  1. Het stembureau stelt tenminste tien weken voor de in art. 2 bedoelde werkdag de datum vast waarop moet zijn voldaan aan de vereisten ter verkrijging van het kiesrecht; deze datum wordt aangeduid als peildatum.
  2. Een lid van de kiezersgemeenschap, dat na de peildatum die gemeenschap verlaat, verliest daardoor zijn kiesrecht.
  3. Met ingang van de datum waarop het stembureau bericht heeft ontvangen dat een student zijn inschrijving voor het lopende studiejaar heeft beëindigd op grond van het bepaalde in artikel 7.42 van de wet wordt het kiesrecht van betrokkene geacht te zijn vervallen.
  4. De personen, van wie het kiesrecht is vervallen, worden door het stembureau ambtshalve uit het kiezersregister geschrapt.

Hoofdstuk 3 Het faculteitsstembureau

Artikel 7 Samenstelling

  1. Er is een faculteitsstembureau, dat is samengesteld uit drie leden. De leden en, zonodig, ten hoogste drie plaatsvervangende leden worden door de decaan benoemd voor een periode van ten hoogste twee jaren, en zijn terstond herbenoembaar.
  2. Het stembureau wordt bijgestaan door een secretaris, die wordt benoemd door de decaan.
  3. Uit de leden van het stembureau worden door de decaan de voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter benoemd.
  4. De bijeenkomsten van het stembureau zijn openbaar.

Artikel 8 Taken

  1. Het stembureau is belast met de voorbereiding en de uitvoering van de verkiezing van de leden van de faculteitsraad. Het heeft in ieder geval tot taak:
    1. het vaststellen van het tijdschema voor de verkiezingen;
    2. het vaststellen van het kiezersregister op basis van de door of vanwege het college verstrekte gegevens;
    3. het beslissen op verzoeken tot verbetering van het kiezersregister;
    4. het beslissen over de geldigheid van de kandidaatstelling,
    5. het treffen van alle voorzieningen om een ordelijk verloop van de verkiezingen te verzekeren;
    6. het vaststellen van de uitslag der verkiezingen;
    7. het voorzien in vacatures in de raad.
  2. Het stembureau maakt hierbij gebruik van de verschillende bij de verkiezingen te gebruiken formulieren, waarvan de modellen door het stembureau worden vastgesteld, zoals van het formulier voor de kandidaatstelling, van het stembiljet, alsmede van de processen-verbaal in dit reglement genoemd. De processen-verbaal worden ondertekend door de voorzitter en de secretaris van het stembureau.
  3. Het decaan verschaft het stembureau de informatie die het voor de uitoefening van zijn werkzaamheden nodig heeft.
  4. Tegen beslissingen van het stembureau kan een belanghebbende, in afwijking van het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht, binnen vijf dagen na bekendmaking van het besluit, bezwaar aantekenen bij de decaan.

Hoofdstuk 4 Het kiezersregister

Artikel 9 Kiezersregister

  1. Het stembureau zorgt dat voor elke geleding van de kiezersgemeenschap het desbetreffende kiezersregister tijdig wordt opgemaakt.
  2. Van elke kiezer worden in het kiezersregister vermeld:
    1. de geslachtsnaam;
    2. de voorletters;
    3. het adres, de postcode en de woonplaats;
    4. de geboortedatum;
    5. de geleding, waarin de kiezer is ingedeeld;
  3. Alle mutaties ten aanzien van de leden van de kiezersgemeenschap, die wijziging van het kiezersregister tot gevolg hebben, worden door of namens de decaan onmiddellijk na het bekend worden daarvan aan het stembureau medegedeeld. Het stembureau draagt er zorg voor dat terzake het nodige wordt verricht.

Mutaties na de peildatum, met uitzondering van die bedoeld in artikel 6 tweede en derde lid van dit reglement, leiden niet tot wijziging van het kiezersregister.

Artikel 10 Ter inzage leggen van het kiezersregister

  1. Het stembureau legt het kiezersregister gedurende vijf dagen na vaststelling ter inzage.
  2. Het stembureau maakt de periode gedurende welke en de plaats waar het kiezersregister ter inzage ligt vooraf bekend aan de facultaire gemeenschap.

Artikel 11 Verbetering van het kiezersregister

  1. leder lid van de kiezersgemeenschap kan zijn eigen gegevens in het kiezersregister inzien. Het stembureau kan voor inzage overlegging van een identiteitsbewijs vragen.
  2. leder lid van de kiezersgemeenschap dat van mening is dat hij zelf niet correct in het kiezersregister is opgenomen, kan schriftelijk en gemotiveerd aan het stembureau verbetering daarvan verzoeken tot uiterlijk de laatste dag van de periode bedoeld in artikel 10 lid 2. Het stembureau kan onverminderd het bepaalde in artikel 6 tweede en derde lid tot dezelfde dag ook ambtshalve het kiezersregister verbeteren.
  3. lndien ten gevolge van een ambtshalve verbetering van het kiezersregister een persoon daaruit wordt geschrapt, anders dan wegens de redenen bedoeld in artikel 6 tweede en derde lid, wordt betrokkene hiervan schriftelijk in kennis gesteld.

Artikel 12 Tegenspraak

  1. Het verzoek om verbetering van het kiezersregister en de ambtshalve verbetering, met uitzondering van die bedoeld in artikel 6 tweede en derde lid, worden onmiddellijk na ontvangst c.q. vaststelling tot een door het stembureau te bepalen datum ter inzage gelegd.
  2. Belanghebbende is bevoegd tot tegenspraak op de ambtshalve verbetering.
  3. De tegenspraak kan uiterlijk tot en met een door het stembureau te bepalen en vooraf bekend te maken dag en tijdstip schriftelijk bij het stembureau worden ingediend.

Artikel 13 Beslissingen verbetering van het kiezersregister

  1. Het stembureau beslist op het verzoek om verbetering dan wel op de tegenspraak van de ambtshalve verbetering uiterlijk op een door het stembureau te bepalen en vooraf bekend te maken dag en tijdstip en wijzigt zonodig het kiezersregister.
  2. Het stembureau doet onmiddellijk een afschrift van dit besluit toekomen aan degene die het verzoek om verbetering heeft ingediend dan wel de ambtshalve verbetering heeft tegengesproken.
  3. Het stembureau legt onmiddellijk een afschrift van het besluit voor belanghebbenden ter inzage.

Hoofdstuk 5 De kandidaatstelling

Artikel 14 Kandidaatstellingstermijn

  1. De dagen van de kandidaatstelling worden door het stembureau vastgesteld.
  2. Tenminste twee weken voor de eerste dag van de kandidaatstelling maakt het stembureau de dagen en plaats van de kandidaatstelling bekend.
  3. De kandidaatstelling geschiedt op lijsten waarvan de vorm en inrichting door het stembureau worden vastgesteld. Deze formulieren zijn bij het stembureau verkrijgbaar.
  4. Op de dagen van de kandidaatstelling kunnen kandidatenlijsten bij het stembureau worden ingeleverd.

Artikel 15 Kandidatenlijst

  1. Een kandidaat wordt op de kandidatenlijst vermeld met de geslachtsnaam, de voorletters, adres, postcode en woonplaats en telefoonnummer. De voorletters mogen geheel of ten dele worden vervangen door de voornamen.
  2. De naam of aanduiding van een groepering mag niet meer dan veertig letters bevatten.
  3. Een kandidatenlijst mag ten hoogste vijftien kandidaten bevatten. Indien een kandidatenlijst meer dan een naam bevat, worden de namen van deze kandidaten daarop geplaatst in de volgorde waarin de ondertekenaars aan hen de voorkeur geven.
  4. De naam van eenzelfde kandidaat mag niet voorkomen op meer dan een kandidatenlijst.
  5. Een kandidaat dient te behoren tot de geleding waarvoor de kandidatenlijst is ingediend.

Artikel 16 Ondertekening kandidatenlijst

  1. Een kandidatenlijst wordt met naamsvermelding ondertekend door tenminste vijf kiezers behorende tot dezelfde geleding.
  2. Een kiezer mag niet meer dan een kandidatenlijst ondertekenen.
  3. Een kandidatenlijst mag niet worden ondertekend door daarop voorkomende kandidaten,

Artikel 17 Verklaring instemming kandidaatstelling

Bij de kandidatenlijst wordt overgelegd een schriftelijke verklaring van iedere kandidaat, dat hij instemt met de kandidaatstelling.

Artikel 18 Inleveren kandidatenlijsten

  1. De inlevering van de kandidatenlijsten geschiedt persoonlijk door een kiezer, bevoegd tot deelname aan de verkiezing. Deze kiezer dient zich desgevraagd te legitimeren.
  2. Het stembureau stelt een bewijs van ontvangst, met vermelding van dag en tijdstip, ter hand aan degene die de kandidatenlijst inlevert.

Artikel 19 Onderzoek kandidatenlijsten

Zo spoedig mogelijk na het verstrijken van de termijn waarbinnen de kandidatenlijsten kunnen worden ingeleverd, houdt het stembureau zitting tot het onderzoek van de kandidatenlijsten.

Artikel 20 Verzuimen

  1. lndien bij het in artikel 19 bedoelde onderzoek blijkt van een of meer van de in het tweede lid genoemde verzuimen, stelt het stembureau daarvan zo spoedig mogelijk degene die de kandidatenlijst heeft ingeleverd, schriftelijk in kennis.
  2. De in het eerste lid bedoelde kennisgeving vindt plaats in de gevallen:
    1. dat de kandidatenlijst niet persoonlijk is ingeleverd door een kiezer bevoegd tot deelname aan de verkiezing;
    2. dat de kandidatenlijst niet is ondertekend als bepaald in artikel 16 eerste lid;
    3. dat de kandidatenlijst niet voldoet aan het gestelde in artikel 14 derde lid;
    4. dat de naam of aanduiding van de groepering meer dan veertig letters omvat;
    5. dat een kandidaat niet voldoet aan het bepaalde in artikel 15 vijfde lid;
    6. dat een kandidaat niet op de kandidatenlijst is vermeld op de wijze als aangegeven in artikel 15 eerste lid;
    7. dat van een kandidaat de verklaring van instemming ontbreekt;
    8. dat een kandidaat op meer dan een kandidatenlijst voor de desbetreffende verkiezing voorkomt;
    9. dat de kandidatenlijst ondertekend is door een kiezer die tevens een of meer andere kandidatenlijsten voor de desbetreffende verkiezing heeft ondertekend;
    10. dat de kandidatenlijst is ondertekend door een op die lijst voorkomende kandidaat.

Artikel 21 Herstel verzuimen

  1. In het geval van artikel 20 tweede lid sub a, kan binnen een door het stembureau te bepalen en vooraf bekend te maken periode, een daartoe bevoegde kiezer zich door persoonlijke verschijning bij het stembureau, alsnog in de plaats stellen van de persoon die de kandidatenlijst heeft ingeleverd.
  2. In het geval van artikel 20 tweede lid sub b t/m g, kan binnen de in het eerste lid bedoelde periode degene die de kandidatenlijst heeft ingeleverd, het verzuim of de verzuimen herstellen bij het stembureau. Indien in het geval van sub d het verzuim niet wordt hersteld, beperkt het stembureau de naam of aanduiding van de groepering tot de eerste veertig letters.
  3. In het geval van artikel 20 tweede lid sub h, i, of j, geeft het stembureau de desbetreffende persoon binnen de in het eerste lid bedoelde periode de gelegenheid zijn kandidatuur, dan wel ondertekening van een of meer kandidatenlijsten terug te trekken.

Wanneer betrokkene geen keuze maakt of wenst te maken wordt in het geval van sub h en i de kandidatuur respectievelijk de ondertekening van de kiezer op de desbetreffende kandidatenlijsten geacht ongeldig te zijn, en wordt in het geval van sub j de betwiste ondertekening geschrapt.

Artikel 22 Geldigheid kandidatenlijsten

  1. Binnen twee dagen na het verstrijken van de in artikel 21 eerste lid bedoelde periode beslist het stembureau over de geldigheid van de kandidatenlijsten en over de handhaving van de daarop voorkomende kandidaten.
  2. Het stembureau maakt dag, uur en plaats van de zitting tenminste één week van tevoren bekend.

Artikel 23 Schrappen kandidaten

Het stembureau schrapt van de kandidatenlijst de kandidaat:

  • die niet voldoet aan het bepaalde in artikel 15 vijfde lid;
  • die niet op de kandidatenlijst is vermeld als aangegeven in artikel 15 eerste lid;
  • van wie de verklaring van instemming ontbreekt;
  • van wie de kandidaatstelling ook na toepassing van het bepaalde in artikel 21 derde lid niet geldig is te achten;
  • die op de kandidatenlijst voorkomt na het ten hoogste toegelaten aantal kandidaten.
  • die deel uitmaakt van het stembureau.

Artikel 24 Ongeldige kandidatenlijsten

  1. Ongeldig is de kandidatenlijst:
    1. die niet op één van de dagen der kandidaatstelling bedoeld in artikel 14 eerste lid bij het stembureau is ingeleverd;
    2. die niet persoonlijk is ingeleverd door een kiezer bevoegd tot deelname aan de verkiezing;
    3. die, eventueel ook na toepassing van het bepaalde in artikel 21 tweede lid niet is ondertekend door het vereiste aantal kiezers;
    4. die niet voldoet aan het bepaalde in artikel 14 derde lid,
    5. waarop door toepassing van het bepaalde in artikel 23 alle kandidaten zijn geschrapt.
  2. Het stembureau legt onmiddellijk zijn besluit over de geldigheid der kandidatenlijsten en over de handhaving van de daarop voorkomende kandidaten ter inzage.

Artikel 25 Vaststelling verzamellijst

  1. Onmiddellijk nadat de kandidaatstelling onaantastbaar is geworden stelt het stembureau, voor elke geleding afzonderlijk, een verzamellijst van alle kandidatenlijsten voor die geleding vast.
  2. De kandidatenlijsten worden op de verzamellijst geplaatst in de volgorde door het lot bepaald.
  3. Het stembureau maakt de verzamellijsten onmiddellijk openbaar.

Hoofdstuk 6 De stembescheiden

Artikel 26 Verzending van de stembiljetten

  1. Tenminste tien dagen voor de laatste dag van de digitale stemming verzendt het stembureau per email aan elke kiezer als stembescheiden:

een digitaal stembiljet, waarop aangegeven de raad en de geleding waarvoor de verkiezing in de kiezersgemeenschap plaatsvindt, alsmede de namen van de kandidaten voor deze verkiezing vermeld in de volgorde zoals aangegeven op de desbetreffende verzamellijst; alsmede het in art. 34 bedoelde stemvak.

Hoofdstuk 7 De stemming

Artikel 27 Geen stemming

lndien het aantal kandidaten in een geleding kleiner is dan of gelijk is aan het aantal te vervullen zetels, vindt er in die geleding geen stemming plaats en worden de desbetreffende kandidaten verkozen verklaard.

Artikel 28 Wijze van stemmen

De kiezer geeft op het digitaal stembiljet de kandidaat van zijn keuze aan door het stemvak in te vullen dat geplaatst is voor de naam van de kandidaat van zijn voorkeur.

De kiezer kan door invulling van het daartoe bestemde stemvak aangeven dat hij of zij blanco stemt.

Artikel 29 Onregelmatigheden; nieuwe verkiezingen

  1. Het digitaal stemmen wordt door het stembureau van onwaarde verklaard, zodra wordt geconstateerd dat zich onregelmatigheden bij die stemming hebben voorgedaan, waardoor moet worden aangenomen dat zij van invloed kunnen zijn op de vaststelling van de uitslag van de verkiezing. Het stembureau schrijft in dat geval onmiddellijk een nieuwe verkiezing uit.
  2. Het stembureau legt onmiddellijk een afschrift van dit besluit ter inzage.

Hoofdstuk 8 Het vaststellen en bekendmaken van de uitslag

Artikel 30

De uitslag van de verkiezing wordt vastgesteld in een openbare zitting van het stembureau, waarvan dag, tijdstip en plaats door het stembureau tenminste een week van tevoren bekend worden gemaakt.

Artikel 31

Per geleding stelt het stembureau ten aanzien van iedere kandidatenlijst vast:

  • het aantal stemmen, (totalen verkregen van het InformatieTechnologie, Bibliotheek & Educatie na sluiting van het digitaal stemmen) uitgebracht op iedere op die lijst voorkomende kandidaat;
  • de som van de aantallen stemmen bedoeld onder a. Deze som wordt stemcijfer genoemd.

Artikel 32

Per geleding stelt het stembureau de som der stemcijfers van alle kandidatenlijsten vast en deelt deze door het aantal te vervullen zetels. Dit quotiënt wordt geledingkiesdeler genoemd.

Artikel 33

  1. Ten aanzien van iedere kandidatenlijst rangschikt het stembureau de daarop voorkomende kandidaten als volgt. Bovenaan komen te staan de kandidaten die een aantal stemmen hebben verkregen gelijk aan of groter dan de helft van de geledingkiesdeler, in de volgorde van het door ieder van hen verkregen aantal stemmen. Daarna volgen de resterende kandidaten in de volgorde van de kandidatenlijst.
  2. Voorzover kandidaten een gelijk aantal stemmen hebben verkregen, beslist de volgorde van de kandidatenlijst.

Artikel 34

Onmiddellijk nadat de in het voorgaande artikel bedoelde rangschikking van de kandidatenlijsten heeft plaatsgevonden, gaat het stembureau over tot het toekennen van de voor de desbetreffende verkiezing te vervullen zetels.

Artikel 35

Bij de in het voorgaande artikel bedoelde toekenning van de zetels hanteert het stembureau de volgens het bepaalde in artikel 34 gerangschikte kandidatenlijsten. De toekenning zelf geschiedt met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 37 tot en met 39.

Artikel 36

  1. Ter bepaling van de verkiezingsuitslag berekent het stembureau in de eerste plaats de geledingkiesdeler zoals vermeld onder art. 32.
  2. Kandidaten die een aantal stemmen hebben verkregen gelijk aan of groter dan de geledingkiesdeler worden gelijk gekozen verklaard. Voor elk van deze kandidaten wordt geacht aan de kandidatenlijst waarop hij voorkomt een zetel te zijn toegekend.

Artikel 37

  1. Het toekennen van de zetels wordt voortgezet door aan iedere kandidatenlijst zoveel zetels toe te wijzen als de geledingkiesdeler begrepen is in het aantal op die lijst uitgebrachte geldige stemmen. De daarbij overblijvende stemmen alsmede de stemmen uitgebracht op een kandidatenlijst die de geledingkiesdeler niet haalde, gelden als overschotstemmen. Zetels die op deze wijze niet kunnen worden vervuld, worden als restzetel achtereenvolgens toegekend aan de kandidatenlijsten met de grootste stemmenoverschotten. Hierbij worden lijsten die geen stemmenoverschot hebben, geacht lijsten te zijn met het kleinste overschot. Bij een gelijk stemmenoverschot van twee of meer kandidatenlijsten beslist het lot welke kandidatenlijst het eerst een restzetel krijgt.
  2. Indien een zetel niet, of niet langer, kan worden vervuld door op de desbetreffende kandidatenlijst voorkomende personen wordt de zetel beschouwd als een restzetel en overeenkomstig het bepaalde in het eerste lid toegewezen. Hierbij worden kandidatenlijsten, die geen nog niet verkozen kandidaten meer bevatten buiten beschouwing gelaten

Artikel 38

Indien het buiten beschouwing laten van kandidatenlijsten op grond van het bepaalde in artikel 36 tweede lid ertoe leidt dat er geen kandidatenlijsten overblijven, wordt de procedure stopgezet en worden geen zetels meer toegekend.

Artikel 39

Is op grond van het bepaalde in artikel 37 eerste lid aan een kandidatenlijst een zetel toegekend, dan wordt gekozen verklaard de in volgorde nog niet gekozen kandidaat op de volgens het bepaalde in artikel 33 gerangschikte kandidatenlijst.

Artikel 40

  1. Onmiddellijk nadat de uitslag van de verkiezing is bepaald, stelt het stembureau het proces-verbaal vast van alle werkzaamheden betreffende deze uitslagbepaling.
  2. Het stembureau maakt de uitslag van de verkiezing zo spoedig mogelijk openbaar.
  3. Het stembureau legt onmiddellijk een afschrift van het proces-verbaal van de uitslagbepaling ter inzage op de inzageplaats.

Artikel 41

  1. Het stembureau deelt schriftelijk iedere kandidaat mee of hij al dan niet gekozen is verklaard.
  2. Het stembureau zendt van de in het eerste lid bedoelde stukken een afschrift aan de voorzitter van de raad.

Hoofdstuk 9 Het voorzien in vacatures

Artikel 42

Het stembureau voorziet in het geval dat een kandidaat zijn verkiezing niet aanvaardt, dan wel in de gevallen van een op grond van het bepaalde in artikel 4 derde lid ontstane vacature in de raad door van de kandidatenlijst waarop hij die moet worden opgevolgd is gekozen, gekozen te verklaren de alsdan op de volgens het bepaalde in artikel 33 gerangschikte lijst in volgorde hoogst geplaatste, niet zitting hebbende kandidaat.

Hierbij wordt buiten beschouwing gelaten de kandidaat:

  • wiens vacature wordt vervuld;
  • die is overgegaan naar een andere geleding dan die waarvoor betrokkene kandidaat is gesteld;
  • die het lidmaatschap van de kiezersgemeenschap heeft verloren;
  • die niet bereid is op dat moment een eventuele verkiezing te aanvaarden;
  • die als student zijn inschrijving heeft beëindigd op grond van het bepaalde in artikel 7.42 van de wet,
  • die is overleden.

Artikel 43

  1. Indien na toepassing van het bepaalde in artikel 42 niet kan worden voorzien in een vacature binnen dezelfde kandidatenlijst, dan wordt door toepassing van het bepaalde in artikel 38 beslist aan welke kandidatenlijst de zetel zal worden toegekend.
  2. De kandidaat van deze lijst, die naar de volgorde vastgesteld overeenkomstig het bepaalde in artikel 33, voor benoeming in aanmerking komt, wordt gekozen verklaard.
    Kan op deze wijze niet in de vacature worden voorzien, dan wordt de zetel aan een andere kandidatenlijst toegekend door verdere toepassing van het in dit artikel bepaalde.
  3. Indien op de in het eerste en tweede lid bedoelde wijze niet in een vacature kan worden voorzien wegens het ontbreken van een voldoende aantal kandidaten, dan blijft de vacante zetel onbezet. Zodra evenwel in een geleding 1/3 of meer van het aantal beschikbare zetels vacant is, wordt in de vacatures voorzien door het houden van een tussentijdse verkiezing, tenzij binnen zes maanden voor die geleding een algemene verkiezing plaatsvindt.
  4. In het geval van een tussentijdse verkiezing wordt als peildatum zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, gehanteerd de peildatum van de laatst gehouden verkiezing. Een tussentijdse verkiezing wordt georganiseerd als ware het een gewone verkiezing, met dien verstande dat:
    1. de verkiezing alleen de vacante zetels betreft;
    2. degenen die ingevolge artikel 6, tweede en derde lid, hun kiesrecht hebben verloren uit het kiezersregister worden geschrapt.
  5. Het stembureau legt onmiddellijk een afschrift van het proces-verbaal van de vacaturevervulling ter inzage.

Hoofdstuk 10 Slotbepaling

Artikel 44

In gevallen waarin dit reglement niet voorziet beslist het stembureau zoveel mogelijk overeenkomstig de strekking van de voorschriften van de wet en de Kieswet (Stb. 1989, nr. 423).