Hoe gaat het met TeleTOP bv?

De elektronische leeromgeving TeleTOP is geboren en getogen bij de Universiteit Twente. In 2003 is het product op eigen benen komen te staan onder de vlag van Teletop B.V. Hoe is de ontwikkeling verder verlopen? VoP redacteur Koos Winnips sprak hierover met een van de oprichters: Quirijn Hamel.


Even het geheugen opfrissen: Hoe zat het ook weer met de geschiedenis van TeleTOP?

In 1997 is de groep rond Betty Collis begonnen met het ondersteunen van onderwijs met ICT, waaruit het product TeleTOP is ontstaan. Vanuit de faculteit GW (toen nog Toegepaste Onderwijskunde) is het gebruik van TeleTOP begonnen, waarna het toenmalige DINKEL instituut in 1999 de opdracht heeft gekregende implementatie van TeleTOP op de hele UT te organiseren en te begeleiden. De opleidingen Eletrotechniek en Technische Natuurkunde hadden destijds een eigen TeleTOP server. De opleiding Informatica volgde snel, waarna het gebruik van TeleTOP zich over de campus verspreidde.
Hamel: “In die tijd werd TeleTOP ook al gebruikt bij de Koninklijke Marine (KIM) en SHELL. Ik ben zelf al snel betrokken geraakt bij het verder in de markt zetten van TeleTOP. Met Pascal Scheurink en Marc Leusink heb ik toen de stap gezet om TeleTOP vanuit een zelfstandige onderneming in de markt te zetten.” Op 17 november 2003 is TeleTOP B.V. opgericht. In mei 2005 is de onderneming verhuisd van de Vrijhof naar het bedrijventerrein tegenover de UT.



Hoe heeft TeleTOP B.V. zich verder ontwikkeld?

De UT bezit 40% van de aandelen en de drie mede-eigenaren 60%. Klanten zijn onder andere SHELL, Schouten & Nelissen, Van Lanschot bankiers, Defensie en meer dan 80 middelbare scholen.

Er zijn nu 3 versies van TeleTOP: voor het hoger onderwijs, het voortgezet onderwijs, en het bedrijfsleven. De versie voor het bedrijfsleven heeft workflow tools waarmee een HRM afdeling een cursus kan aanbieden in een soort catalogus. Deelnemers kunnen in TeleTOP een aanvraag voor een cursus doen. Die aanvraagt doorloopt dan een aantal stappen voordat deze wordt goedgekeurd. Hetzelfde geldt voor declaraties zoals studiekosten. Bij Schouten & Nelissen wordt TeleTOP vooral gebruikt voor het afnemen van assessments. Hiervoor zijn competenties gedefinieerd waar vragen aan gekoppeld kunnen worden, waarmee de competenties worden gemeten. De resultaten van die scan komen in een rapport dat daarna in het portfolio wordt opgenomen.


Verder groeit TeleTOP gestaag. Quirijn: “Tot maart 2005 waren we nog met zijn drieën, per september 2006 zijn er 15 mensen actief”.


Heeft de versie voor het onderwijs zich nog inhoudelijk ontwikkeld?

Per 1 augustus is TeleTOP 7.0 gereleased, waarin een flink aantal verbeteringen ten bate van de efficiëntie zijn doorgevoerd. Je kunt nu bijvoorbeeld in het Rooster direct achter de opdracht zien waar werk is ingeleverd en hoeveel werk is ingeleverd (zie figuur 1).


Figuur 1. Rooster in TeleTOP 7.0 (VO versie).


Beoordelen van ingeleverd werk kan nu in 1 keer (zie figuur 2). Je hoeft dus niet meer door te klikken via alle losse opdrachten.


Figuur 2. Beoordelen van ingeleverd werk.


Studenten kunnen zich nu vanuit een vakomgeving inschrijven voor een deel van een vak, voor een bepaalde subgroep, of bijvoorbeeld voor een practicum of excursie. Voor een directer contact tussen deelnemers aan vakken is een “awareness” functie ingebouwd. Met deze functie kun je zien wie er nog meer online is in een vakomgeving. Je kunt deze persoon dan een bericht sturen, bijvoorbeeld via MSN.


Figuur 3. Awareness functie van TeleTOP 7.0.


De opmaak is in versie 7.0 helemaal gewijzigd, overzichten zijn consistenter geworden. Er wordt op diverse plaatsen gebruik gemaakt van een mappenstructuur vergelijkbaar met de Windows Verkenner.


Figuur 4. Werkplaats in TeleTOP 7.0 met mappenstructuur.


“We hebben tijdens het bouwen van de laatste versie ook veel gekeken naar wat we goed vonden van populaire sites, zoals bijvoorbeeld naar de “opklapmenuutjes” van de huizensite Funda. Al met al denken we dat de nieuwste versie een stuk gebruiksvriendelijker en efficiënter is geworden.” stelt Hamel met een tevreden blik.


Hoe kijkt men bij TeleTOP bv. tegen de ontwikkelingen rond Sakai aan?

Hamel: “Het is allemaal erg recent, er gebeurt veel. We volgen de ontwikkelingen met interesse. Zo was ik onlangs ook op het seminar over Sakai in Lübeck om te zien hoe het hoger onderwijs met Sakai omgaat. Ik zie echter ook (zie het onderzoek dat op de UT is uitgevoerd) dat gebruikers op de UT tevreden zijn met TeleTOP en vraag me dus af of ze op een mogelijke verandering zitten te wachten. Daar komt bij dat TeleTOP 7.0 een flink aantal bestaande bezwaren oplost en we open staan om TeleTOP in samenwerking met de UT verder te ontwikkelen en te integreren met bestaande systemen.”

Om een goede afweging te maken tussen TeleTOP en Sakai moet de UT de laatste afzetten tegen TeleTOP versie 7.0, vindt Hamel, en niet alleen tegen de huidige in gebruik zijnde versie. Uit onderzoek blijkt ook, merkt Hamel verder op, dat TeleTOP op de UT nu onderwijskundig gezien nog niet ten volle gebruikt wordt. “Gaat dat met Sakai makkelijker?”


Kunnen er ook koppelingen gelegd worden met andere systemen die de UT gebruikt, zoals VIST (de digitale vakkencatalogus)?

Hamel geeft aan dat dit soort zaken relatief eenvoudig te realiseren zijn: “We werken met open standaarden voor zowel uitwisselen van bedrijfsinformatie als voor leermaterialen. Op deze manier is de informatie die in TeleTOP staat te koppelen aan andere systemen zoals de nu bij de UT in gebruik zijnde IT-systemen zoals VIST, LDAP, TAST en TOST.”


Ten slotte?

Graag wil Hamel nog melden dat de relatie met de UT prima is: “We hebben met regelmaat overleg en ook met studenten werken we veel samen. Een heel aantal is regelmatig in dienst van TeleTOP B.V. om hun expertise aan te wenden om TeleTOP te verbeteren.”