Hoe zit je een studentenpanelgesprek bij onderwijsevaluatie voor?

De docent als evaluator

Docenten kunnen tijdens hun werk allerlei rollen vervullen. De meest bekende zijn die van onderwijsontwikkelaar, -uitvoerder en -beoordelaar. Een andere rol is die van onderwijsevaluator. Deze rol kan beperkt blijven tot evaluator voor het eigen vak, maar steeds vaker zie je dat docenten worden ingezet bij het kwaliteitszorgproces en bij de evaluatie van grotere delen van onderwijs.



Het studentenpanelgesprek

Een methode voor evaluatie is het studentenpanelgesprek. Dit lijkt niet zo’n complexe taak, maar het voorzitten van een dergelijk gesprek vraagt andere vaardigheden dan het voorzitten van een ‘gewone’ vergadering. Ook verschillen de aandachtspunten.


In de handleiding “Voorzitten van studentenpanelgesprekken bij onderwijsevaluatie” (M. van der Blij, 2005) worden een aantal aandachtspunten en vaardigheden voor het voorzitten van studentenpanelgesprekken, weergegeven en toegelicht. Daarbij wordt op zeven vragen antwoord gegeven. Deze vragen worden hieronder genoemd en voorzien van een beknopt antwoord. De gehele tekst is op te vragen bij Maria van der Blij (m.b.vanderblij@utwente.nl).


1.Wat is evaluatie?
Evaluatie is een kwalitatieve waardering ter verbetering van het onderwijsproces en –product.

2.Wat is het doel van het gesprek?
Het bewaken en bevorderen van de kwaliteit van het onderwijsproces en het onderwijsproduct van de opleiding.

3.Wat is de structuur van het gesprek?
Opening (welkom heten, doel aangeven)
Planning aangeven (welke structuur kent het gesprek, de agenda)
Thema (bespreken van de inhoud, eventueel in subonderdelen)
Afronding (samenvatting, eventuele afspraken en afsluiting)

4.Wat is mijn rol tijdens het gesprek?
De verantwoordelijkheid van de voorzitter is zoveel mogelijk informatie boven tafel te krijgen in de vorm van observaties, meningen en suggesties. Zijn/haar houding dient daarbij neutraal te blijven.

5.Hoe houd ik de controle over het gesprek?
Door gespreksvaardigheden te gebruiken die behoren bij “actief luisteren” Bijvoorbeeld: samenvatten, intonatie, stiltes.

6.Welke vragen kan ik stellen?
Afhankelijk van wat voor informatie men boven tafel wil krijgen of welk effect men wil bereiken kan men verschillende soorten vragen stellen.
Open vragen nodigen uit tot het geven van veel informatie maar zijn minder sturen dan gesloten vragen.
Open: Wat vindt u van het onderwijs?
Geloten: Gaf de docent voldoende begeleiding?
Men kan natuurlijk starten met een open vraag en daarna om concreetheid: Wat vindt u van het onderwijs? – Waarop baseert u die mening/ wat bedoelt u daar precies mee?
Meer soorten en effecten zijn beschreven in de eerder genoemde handleiding.


7.Wat moet er in het verslag?
Het is belangrijk dat het evaluatieverslag een consistent geheel vormt. Dat wil zeggen dat het onderscheid tussen observaties (feiten) en meningen duidelijk naar voren moet komen.



Auteur: Maria van der Blij. UT - ITBE/Onderwijskundige dienstverlening.