Met een Grassroots-subsidie experimenteren met laptop-gebruik en een online toetsomgeving


Als je studenten verplicht een laptop laat aanschaffen is het ook goed om deze laptop in vakken te gebruiken. Louis Winnubst en Bernard Boukamp van Chemische Technologie zagen een digitale input in hun aandeel van het vak Structuur en Reactiviteit wel zitten en schaften zich daarvoor meteen een handig programmaatje en een extra hulpkracht aan.


Het idee

De afgelopen jaren zijn er bij steeds meer studies laptops ingevoerd. Begin dit collegejaar werd ook binnen de studie Chemische Technologie de aanschaf van een laptop verplicht gesteld. Toen in augustus alle eerstejaars met een laptop in Enschede aankwamen ontbrak er nog maar één ding: vakken waarbij deze laptop gebruikt kan worden. Louis Winnubst en Bernard Boukamp zagen een digitale input in hun aandeel van het vak Structuur en Reactiviteit wel zitten. Met behulp van een Grassroots-subsidie bleek het mogelijk het laptopgebruik te stimuleren.

Met behulp van deze subsidie werd een licentie aangeschaft voor het gebruik van Maple’s Teaching Assistant: MapleTA. MapleTA heeft, in tegenstelling tot haar naam, weinig te maken met het in de wiskunde gebruikte programma Maple. Meer dan dat is MapleTA een online toetsomgeving, waarin het mogelijk is studenten hun antwoorden digitaal in te laten vullen; direct na het maken van de toets krijgen ze hun (voorlopige) cijfer te weten. Uiteindelijk kan de docent dit cijfer nog bijstellen. Door deze directe terugkoppeling kan MapleTA zinvol gebruikt worden als diagnostische toets. De student kan dan voor het echte tentamen zelf zien hoe goed hij (of zij) de leerstof beheerst en dus extra aandacht besteden aan de zwakke plekken.


De voorbereiding

Via een studentassistentschap werd Emiel Kappert belast met het vertalen van een bestaande toets naar de digitale MapleTA omgeving. Het inzetten van een student heeft grote voordelen: jonge mensen zijn over het algemeen nog beter thuis in alle aspecten van de digitale wereld dan de drukbezette docenten. Twee bijkomende voordelen zijn het feit dat de docent zelf alleen sturing hoeft te geven, en zo dus veel tijd bespaart en het feit dat er voor studenten aantrekkelijke bijbaantjes ontstaan, waarbij ze werk vinden dat direct gelieerd is aan hun studie.


Het digitaal maken van de toets bleek lastiger te zijn dan van tevoren gedacht. De meerkeuzevragen zijn niet zo moeilijk om digitaal te maken: er is immers maar één antwoord mogelijk. Bij getalsvragen wordt het al een stuk lastiger: wanneer er een berekenfout wordt gemaakt, wordt direct de hele vraag afgekeurd. Het bleek daarom zaak te zijn zoveel mogelijk tussenstappen in te bouwen, zodat de student wel digitaal beoordeeld kan worden, maar niet direct wordt afgerekend op een klein foutje in de berekening. Het maken van open vragen is eenvoudig, maar eist achteraf een controle door studentassistent of docent.


Het maken van de toets

Met de toets helemaal klaar, was het aan de studenten om de toets te ‘toetsen’. Zo’n twintig eerstejaars kregen een gebruikersnaam en wachtwoord en begonnen met het maken van de toets. Na enige opstartproblemen met het inloggen, verliep voor de meeste deelnemers het maken van de toets goed. Een aantal studenten kreeg echter te maken met een stroomtekort (lege laptop accu); met weinig stopcontacten in de zaal was het af en toe nodig voor studenten om van plaats te wisselen, om zo dichterbij het stopcontact te komen. Verder viel bij sommige studenten af en toe het draadloze netwerk weg, maar slechts voor zo’n korte tijd dat dit geen problemen opleverde.


De reacties

De reacties van de studenten na de toets waren erg wisselend. Een aantal mensen zag grote voordelen in het digitaal maken van de toets, vooral omdat ze zo een proeftentamen konden maken dat ook direct nagekeken werd; dit is nooit mogelijk als een docent alle proeftentamens allemaal afzonderlijk na moet kijken. Aan de andere kant vonden veel studenten het vervelend om zo lang achter de computer te werken. Een uur of twee is nog vol te houden, maar daarna verslapt de aandacht en wordt het erg vervelend continu naar je computerscherm te moeten kijken. Voor een proeftoets (~ 2 uur) was dit nog goed te doen; een volledig tentamen achter de computer maken (~ 3½ uur) zagen deze studenten nog niet gebeuren.


De verdere toekomst?

Onderhand is een soortgelijke toets bij het vak Materiaalkunde uitgevoerd, waarbij dezelfde reacties werden ontvangen. Het lijkt de moeite waard online proeftoetsen uit te voeren, omdat studenten heel duidelijk door krijgen hoe ze ‘er voor staan’. Aan de andere kant dient de tijd van een toets niet langer gemaakt te worden dan twee uur, om ‘computer vermoeidheid’ te voorkomen. Voor officiële tentamens kan het een aanbeveling zijn om de opgaven op papier aan te leveren. De uitwerking kan dan aan het einde van de toets in ongeveer een halfuur aan de digitale wereld worden toevertrouwd. De voordelen van het digitale verwerken blijven dan overeind.


Kortom

Digitale toetsen hebben een uitstekende diagnostische werking, maar studenten zien het nog lang niet zitten om complete tentamens op en achter de computer te maken.