Episodes VoP 2003-2005

Redactioneel + prijswinnaars

De eerste aflevering van VoP verscheen in april 2003.
In de zomer van 2005 heeft VoP een ‘make over’ ondergaan om beter aan te sluiten bij de UT-layout. De eerdere site, gemaakt met een ander cms systeem, wordt niet meer bijgehouden en is per aug. 2010 opgeheven. De artikelen, die soms nog verassend van deze tijd zijn, zijn wel bewaard gebleven.

Op deze pagina zijn de items opgenomen die in de zesde aflevering van VOP stonden. Via de link (meer) in het onderstaande overzicht kunt u de inhoud lezen van het betreffende item. De items zijn integraal per aflevering overgenomen; het kan voorkomen dat sommige links niet meer werken en de lay-out niet optimaal is



Redactioneel + prijswinnaars

Het studiejaar zit er weer bijna op. Op de valreep nog een aflevering van VoP. Dit keer met veel aandacht voor (jonge) onderzoeksmedewerkers en promovendi. Want zijn (jonge) wetenschappers nu wel zo competent en gelukkig? Zo niet, kan het artikel “De PHD-doctor en andere hulpmiddelen” misschien uitkomst bieden. Een andere vraag, is de vraag naar de integriteit...(meer)


ITBE biedt hulp bij het ontwerpen en verwerken van vragenlijsten

Wat kan ITBE voor U doen op het gebied van het ontwerpen en verwerken van vragenlijsten? Veel! Bij ITBE kunnen wij schriftelijke vragenlijsten omzetten in een Teleform-systeem en de antwoorden aanleveren in een SPSS-databestand. Daarnaast kan ITBE online enquêtes voor u aanmaken en de resultaten in een door u gewenste vorm aanleveren. Maar ook...(meer)


‘Portfoliohype’ is nog lang niet over

Hoe worden portfolio’s in het hoger onderwijs nu eigenlijk ingezet? Wat is de meerwaarde? Welke tips en adviezen zijn er te geven als een opleiding portfolio’s wil gaan invoeren? Het DU project ‘Portfolio Implementatie Instrumenten’ heeft meer dan 150 documenten verzameld ter inspiratie en ondersteuning. 


Behoefte aan...(meer)


Waarom zijn er wolken?

"Waarom zijn er wolken?” Een dergelijke vraag  alleen al kan het begin vormen van de academische vorming. Susan van Soest, onderwijskundig medewerker, geeft een persoonlijke recensie van Bij die wereld wil ik horen! Zesendertig columns & drie essays over de vorming tot academicus.

Eindelijk eens een niet abstracte...(meer)


14 Tips en trucs voor het gebruik van Outlook e-mail

Heeft u ook last van een overvolle Inbox? Te lang bezig met het beantwoorden en schrijven van e-mails? Terug van een paar dagen weggeweest en de eerste week erna bezig met het wegwerken van de e-mail achterstand? Helaas heeft e-mail niet alleen voordelen. Zo laten statistieken van e-mail gebruik op de UT zien dat in de maand mei 2004, 9.0 miljoen mailtjes...(meer)


Elektronisch toetsen: kom naar de voorlichtingsbijeenkomst op 25 augustus!

Wilt u uw toetsen flexibeler inzetten, plaats- en/of tijdsonafhankelijk? Wilt u gebruikmaken van statistische toetsgegevens om de kwaliteit van uw toetsen te verbeteren? Voelt u wel wat voor het gebruik van animaties of multimedia in uw toetsen? Dan kan het webbased toetspakket Question Mark Perception u veel bieden. Reserveer alvast een plaatsje bij de...(meer)


Jonge wetenschappers: competent en gelukkig?

Het rapport is van twee jaar terug, maar de conclusies en aanbevelingen zullen nog steeds van waarde zijn voor promovendibegeleiders, de afdeling P&O en promovendi en overige  wetenschappers zelf. Voor een ieder die het destijds gemist heeft, een samenvatting van: "Jonge wetenschappers: competent talent?!"   
...(meer)


The PHD-doctor en andere nuttige hulpbronnen

Het leven van een aio, oio of post-doc valt niet altijd mee. Maar gelukkig zijn er altijd weer anderen die uit studie-, werk- en levenservaring kunnen putten om de nodige adviezen aan te dragen. In dit item een verwijzing naar de “PhD-doctor”, “The academic scientists’ toolkit", de banenmarkt en andere hulpbronnen.  
 
...(meer)


Integer: to be or not to be?

Wetenschappelijk onderzoek dient volgens algemeen aanvaarde normen voor wetenschappelijk handelen te verlopen. Okay, maar… hoe luiden deze normen dan? Zijn ze bij iedereen bekend? Wanneer is sprake van wetenschappelijk wangedrag? Sinds mei 2003 is er een Landelijk Orgaan voor Wetenschappelijke Integriteit (LOWI) en in 2001 is de “Notitie Wetenschappelijke...(meer)


Nieuws van Surf en de Digitale Universiteit

Wat is het laatste nieuws van de Digitale Universiteit en SURF? Lees meer over de resultaten van de nieuwe aanvraagronde, interessante bijeenkomsten, een 360 graden feedbacksysteem, een licenties voor publicaties op internet en meer.  


(Bron DU,...(meer)


VOORAANKONDIGING Belangrijke onderwijsevenementen (UT en landelijk)

Andere praktijken! Grensverleggend?
Dinsdag 16 en woensdag 17 november 2004. Jaarbeurs Utrecht, Beatrixgebouw
De SURF Onderwijsdagen. Aandachtspunt vormen interessante ontwikkelingen over de grenzen van het hoger onderwijs heen. Wat speelt er in het bedrijfsleven? Welke internationale ontwikkelingen zijn er? Wat zijn de grensverleggende praktijken binnen het hoger...(meer)




Het studiejaar zit er weer bijna op. Op de valreep nog een aflevering van VoP. Dit keer met veel aandacht voor (jonge) onderzoeksmedewerkers en promovendi. Want zijn (jonge) wetenschappers nu wel zo competent en gelukkig? Zo niet, kan het artikel “De PHD-doctor en andere hulpmiddelen” misschien uitkomst bieden. Een andere vraag, is de vraag naar de integriteit van de wetenschapper. Lees er meer over in “Integer: to be or not to be?
 
Iets voor nog net voor de vakantie, zodat u na de vakantie niet door bergen (spam) e-mailtjes hoeft te worstelen, maar ook geen boze mailtjes krijgt omdat u niet gereageerd heeft: “14 Tips en trucs voor het gebruik van Outlook e-mail”.
 
Bij de voorgaande aflevering van VoP zat een enquête voor UT-medewerkers. Door wat computerperikelen laat de uitwerking nog even op zich wachten, maar onderstaand wel de namen van de prijswinnaars. Zij ontvangen een boekenbon ter waarde van 10 euro.
Iedereen die meegedaan heeft aan de enquête veel dank en voor alle andere lezers van VoP van binnen en buiten de Universiteit Twente: wij horen nog steeds heel graag van u wat u van dit medium vindt! Dit kan aan de hand van de standaardvragenlijst die in VoP te vinden is of gewoon een berichtje via de e-mail: Vop@itbe.utwente.nl.
Suggesties voor verbetering, ideeën voor onderwerpen of artikelen, zelf ingebrachte stukken, adviesvragen… wij zien het graag tegemoet.
 
Gisteravond zag ik een film (“De story of us”) waarin in een gezin iedere dag aan alle gezinsleden tijdens de avondmaaltijd werd gevraagd te vertellen wat de “high & low” was van de dag (of week of andere periode als de gezinsleden elkaar langer niet hadden gesproken). Een leuke gewoonte. De ‘high’ van de redactie in de afgelopen weken, was de uitbreiding van hoofdredactie met 1 persoon: Koos Winnips, medewerker ITBE. Het artikel met de e-mail tips is o.a. van zijn hand, naast het nodige aan redigeerwerk bij enkele andere items.  In de toekomst zult u zijn naam vast nog wel vaker tegenkomen, met name waar het gaat om het thema “ICT in het onderwijs”. 
Mocht het u ook leuk lijken om deel te nemen aan de redactie van VoP, bijvoorbeeld om een bepaald thema voor uw rekening te nemen… neem contact met ondergetekende op en wees welkom!
 
Iedereen namens het redactieteam een prettige zomervakantie toegewenst,
met veel “high’s” en weinig “low’s”.

Tot in september,
met vriendelijke groet:
 

Helma Vlas
Eindredacteur VoP 
VoP@itbe.utwente.nl   
 
Prijswinnaars naar aanleiding van de enquête bij voorgaande aflevering:
(Om de prijswinnaars te bepalen zijn de bij de laatste vraag apart toegevoegde e-mailadressen na binnenkomst losgekoppeld van de vragenlijsten en in dichtgevouwen briefjes omgezet. De prijswinnaars zijn onder toezicht en met medewerking van het ITBE-secretariaat uit de mand met briefjes getrokken.)

M.J. Kolkman, J.E. Neinders, H.P. Hendrikse, M.H.P. Zuidgeest, Hessen.

Van harte gefeliciteerd!  

 
 


Wat kan ITBE voor U doen op het gebied van het ontwerpen en verwerken van vragenlijsten? Veel! Bij ITBE kunnen wij schriftelijke vragenlijsten omzetten in een Teleform-systeem en de antwoorden aanleveren in een SPSS-databestand. Daarnaast kan ITBE online enquêtes voor u aanmaken en de resultaten in een door u gewenste vorm aanleveren. Maar ook voor advies en hulp bij het opstellen van de vragen zelf, kunt u bij ons terecht.
 

De ondersteuning vanuit ITBE is gericht op UT-medewerkers. Bent u niet werkzaam aan de UT, maar wilt u van de ITBE diensten gebruik maken, dan kunnen hier afspraken over gemaakt worden en zijn daar kosten aan verbonden. Voor meer informatie hierover kunt u zich wenden tot contactpersoon Els Gellevij, Dataspecialist ICT Ondersteuning Onderwijs en Onderzoek. Het adres vindt u onderaan dit artikel.
Heeft u specifieke vragen over SPSS (de verwerking van vragenlijsten, de interpretatie van resultaten e.d.) of bent u op zoek naar wat tips op dit gebied, kijk dan eens onder "Sites voor studenten" in de linkermenubalk, onder "Specifieke academische vaardigheden".


Waarvoor kunnen de vragenlijsten gebruikt worden?  
Zowel de papieren vragenlijsten als de online enquêtes worden gebruikt voor vakevaluaties, afstudeer- en promotieonderzoek, studenttevredenheidsonderzoeken en monitoring. Het laatste jaar vindt er een verschuiving plaats van vragenlijsten op papier naar webenquêtes. Beide systemen hebben echter voor- en nadelen. 
 

Wat kan ITBE voor U doen op het gebied van het ontwerpen en verwerken van schriftelijke vragenlijsten?   

Voor het ontwerpen en en afnemen van schriftelijke enquêtes gebruikt ITBE het software pakket "Teleform". De klant levert de vragen digitaal aan. Deze vragen worden door ons omgezet in het Teleform-systeem.  
Mogelijkheden:
- meerkeuzevragen
- vragen waarbij meerdere antwoorden mogelijk zijn 
- open vragen (tekst).  
De antwoorden op open vragen worden door het systeem niet gelezen en zullen door de opdrachtgever zelf moeten worden verwerkt. 
 
Als het formulier gereed is kan de klant het origineel zelf vermenigvuldigen.  
Na het afnemen van de enquête worden de ingevulde formulieren ter verwerking aangeboden. Vooraf wordt afgesproken in welke vorm de klant de resultaten wil hebben. Door middel van een script wordt een standaard SPSS-output gegenereerd. Vanzelfsprekend kan ook het SPSS-databestand waarin de antwoorden op de gesloten vragen zijn opgenomen worden geleverd.  
 

Wat kan ITBE voor U doen op het gebied van het ontwerpen en verwerken van online vragenlijsten?    

Enkele jaren geleden hebben we onze evaluatieservice uitgebreid met een systeem voor online enquêteren. Hiervoor gebruiken we de enquête software "Quaestio". 
In overleg met de klant kan een online enquête worden ontworpen en aangemaakt.  
De klant levert de vragen digitaal aan. Deze vragen worden door ons omgezet in het Quaestio-systeem.  
Hierbij kan gebruik gemaakt worden van:
- meerkeuzevragen
- vragen waarbij meerdere antwoorden mogelijk zijn 
- open vragen (tekst).  
Alle antwoorden, ook die op open vragen, worden verwerkt. 
Het systeem heeft de mogelijkheid tot doorverwijzing, zodat respondenten alleen de vragen in beeld krijgen die voor hen van toepassing zijn.  

Vooraf wordt afgesproken in welke vorm de klant de resultaten wil hebben. Outputmogelijkheden zijn een databestand in SPSS of Excel en/of een Quick Report (in html) waarin per gesloten vraag een staafgrafiekje met percentages wordt getoond. Ook alle antwoorden op open vragen worden in dit Quick Report opgenomen.
Op verzoek van de klant kan voor het presenteren van de resultaten een SPSS-syntax worden gemaakt. Op basis van deze syntax wordt een rapport geleverd waarin per vraag aantallen, percentages en statistieken worden opgenomen. 
 
 
Waar kunt u terecht voor meer informatie?

Als u meer wilt weten over de mogelijkheden of eens wat voorbeelden wilt zien, kom dan eens bij ITBE praten met contactpersoon Els Gellevij, Dataspecialist ICT Ondersteuning Onderwijs en Onderzoek,
tel.: 053-489 2464.
 

Terug naar het overzicht



Hoe worden portfolio’s in het hoger onderwijs nu eigenlijk ingezet? Wat is de meerwaarde? Welke tips en adviezen zijn er te geven als een opleiding portfolio’s wil gaan invoeren? Het DU project ‘Portfolio Implementatie Instrumenten’ heeft meer dan 150 documenten verzameld ter inspiratie en ondersteuning. 


Behoefte aan inzicht

Over het algemeen heerst bij opleidingen, die met portfolio’s in hun onderwijs werken, de opvatting dat het portfolio een zeer nuttig instrument is. De ‘hype’, portfolio’s in het onderwijs, is mede daarom volgens mij nog lang niet over. Maar waarom het instrument een grote meerwaarde heeft, bleef mij lange tijd onduidelijk. En wat er nu precies allemaal gebeurt aan portfolioactiviteiten binnen opleidingen was moeilijk te traceren. Veel voorbeelden van onderwijsportfolio’s zijn op het Internet niet te vinden. De meeste opleidingen en studenten zelf ook schermen de producten en resultaten van studentenportfolio’s af omdat ze veel persoonlijke informatie bevatten. Het betreffen vaak reflectieve-priviacy-gevoelige documenten.
Om meer inzicht te krijgen in het portfolio, om informatie buiten de opleidingen boven tafel te krijgen en om opleidingen te helpen bij de implementatie van portfolio’s in het onderwijs, is er begin 2003 vanuit de Digitale Universiteit een project ‘Portfolio Implementatie Instrumenten’ gestart. De resultaten zijn nu beschikbaar.  

De website Portfolio Implementatie Instrumenten  
Het DU project ‘Portfolio Implementatie Instrumenten’ heeft een website ontwikkeld waarop u succesfactoren voor implementatie, handleidingen, opdrachten, voorbeeldportfolio's en nog veel meer documenten kunt vinden die van pas kunnen  komen bij de onderwijskundige implementatie van een digitaal portfolio bij uw opleiding. De website is bereikbaar via: http://www.du.nl/portfolioimplementatie .

Ruim 150 documenten beschikbaar
De projectgroep heeft meer dan 150 documenten verzameld en ontsloten. Hierbij gaat het om nieuw en bestaand materiaal. Het nieuwe materiaal is ontwikkeld ter ondersteuning van managers bij de onderwijskundige implementatie van een portfolio (bijvoorbeeld checklisten en portfoliolandschap 2003) en voor projectleiders is er een beschrijving van het portfolioproces.  
Het bestaande materiaal wordt gebruikt bij de volgende instellingen die zijn aangesloten bij de Digitale Universiteit: Hogeschool van Utrecht, Hogeschool van Amsterdam, Saxion Hogescholen, Hogeschool INHOLLAND, Universiteit Twente, Universiteit van Amsterdam en de Vrije Universiteit. Het portfolio wordt bij deze instellingen voornamelijk gebruikt als ontwikkelingsinstrument. De bestaande materialen op de website hebben dan ook vooral hierop betrekking. Daarnaast zijn er echter ook documenten verzameld die u kunt gebruiken bij de implementatie van een beoordelingsportfolio.  

materiaal voor begeleiders en projectleiders 

het portfolioproces
opdrachten voor studenten
informatie voor coaches 

handreikingen voor managers 

succesfactoren
veranderingstrategieën
portfolio landschap
checklisten 

handleidingen voor studenten en begeleiders 

achttien handleidingen zijn beschikbaar gesteld 

de handleidingen per item uitgewerkt 

op speciaal verzoek zijn uit alle handleidingen enkele items gebundeld 

voorbeeldportfolio 

een aantal voorbeelden uit de instellingen 

Tabel 1.: Overzicht van de collectie op de website Portfolio Implementatie Instrumenten  

Inspiratie opdoen 
U kunt de instrumenten gebruiken als inspiratiebron wanneer u zelf overweegt om met portfolio’s te gaan werken. De documenten op de internetsite kunnen u een stapje verder brengen in het denk- en misschien wel implementatieproces.  

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met: Karen Slotman, Onderwijskundig Medewerker ITBE / Universiteit Twente, tel: 0534892052, e-mail:  k.slotman@utwente.nl 
 
Auteur: Karen Slotman / ITBE - UT 



"Waarom zijn er wolken?” Een dergelijke vraag  alleen al kan het begin vormen van de academische vorming. Susan van Soest, onderwijskundig medewerker, geeft een persoonlijke recensie van Bij die wereld wil ik horen! Zesendertig columns & drie essays over de vorming tot academicus.

Eindelijk eens een niet abstracte tekst over academische vorming, maar persoonlijke verhalen die tot de verbeelding spreken. In deze bundel van columns en essays, samengesteld door Henk Procee, Herman Meijer, Peter Timmerman en Renzo Tuinsma, beschrijven 36 academici hun belangrijkste ervaring (tot nu toe) in hun vorming tot academicus.
Mij sprak vooral de door Rein Zwierstra geciteerde rector erg aan: “maar u moet geen woord geloven van wat ik heb gezegd”als afsluitende woorden van het verwelkomen van nieuwe studenten. Voor mij is dit een belangrijk onderdeel van academische vorming: de woorden van een ‘wijs’ man in twijfel durven trekken. Een andere column bespreekt de nieuwsgierigheid naar onbegrepen fenomenen: voor Pier Vellinga was dit als jongen de vraag “waarom zijn er wolken?”. Elke column beschrijft op een toegankelijke manier een in mijn ogen essentieel aspect van academische vorming, zonder hoogdravend te zijn.
Ik hoop dat met mij velen zijn geïnspireerd, beginnende en gevorderde academici, na te denken over hetgeen ons het meest (academisch) heeft gevormd. Ik ben er nog niet uit, waarschijnlijk zou ik net als Wiebe Aans schrijven over mijn periode bij de studentvakbond, waar mijn liefde voor hoger onderwijs is ontbrand: een combinatie van heftige idealistische discussies en kritisch tot op de punt en komma. 
 
Na dit lyrische over de columns, ook nog even de kritische noot: de essays in de bundel combineren een meer theoretische benadering van academische vorming met een beschouwende verbinding tussen de columns. Het eerst vult de columns goed aan, maar de beschouwende verbinding is meer een weinig succesvolle herhaling van de columnisten die beter kan worden weggelaten. 
 
In het eerste essay wordt een leesadvies gegeven: “lees langzaam en niet te veel tegelijk, proef en beproef afzonderlijke teksten”. Hieraan heb ik me, zoals bovenstaande al doet vermoeden, niet kunnen houden. De columns zijn erg leuk geschreven, grappig en inspirerend. Dus mijn leesadvies luidt: geniet van de eerste keer lezen, maar herlees vooral!
 
Susan van Soest
Onderwijskundig medewerker ITBE
 
Henk Procee, Herman Meijer, Peter Timmerman en Renzo Tuinsma (redactie). (2004). Bij die wereld wil ik horen! Zesendertig columns & drie essays over de vorming tot academicus. Amsterdam: Boom.
ISBN 90 5352 988 8
Het boek is voor 20 euro te koop bij o.a. de campusboekhandel van de Universiteit Twente.



Heeft u ook last van een overvolle Inbox? Te lang bezig met het beantwoorden en schrijven van e-mails? Terug van een paar dagen weggeweest en de eerste week erna bezig met het wegwerken van de e-mail achterstand? Helaas heeft e-mail niet alleen voordelen. Zo laten statistieken van e-mail gebruik op de UT zien dat in de maand mei 2004, 9.0 miljoen mailtjes ontvangen zijn, waarvan 1.3 miljoen met virus, 4.3 miljoen duidelijk spam, 470.000 twijfelgevallen, en 2.9 miljoen gewone e-mails. Bij deze een lijst met tips om het afhandelen van uw e-mail te verbeteren en plezieriger te maken.
 
1. Houd uw e-mails kort 
E-mail is geen monoloog, dus houd het kort. Geef korte antwoorden en geef de tegenpartij de gelegenheid hierop te reageren. De meeste mensen scannen door tekst op het beeldscherm in plaats van het helemaal te lezen (zie http://www.useit.com/alertbox/9703b.html). Als u veel informatie kwijt wilt, kunt u misschien beter even bellen?
 
2. Houd uw signature kort 
Een signature kan een goed middel zijn om reclame te maken voor uw laatste boek, een conferentie, of om een persoonlijke boodschap mee te geven aan uw e-mails. Ook hier geldt: houd het kort. De meeste mensen zullen een signature die langer is dan een paar regels toch niet lezen. Bij een wat langer wordende e-mail conversatie, kan een signature een enorme bende geven. Iemand die terug wil lezen waar de conversatie over ging moet zich door de –zich replicerende-  signature heenwerken om tot de inhoud van het bericht te komen. Een goede bovengrens voor een signature is zo’n 4 tot 6 regels. 
 
3 Laat iets van u horen 
Heeft u even wat minder tijd voor e-mail? Stuur een kort bericht dat u later antwoord geeft, of dat u even geen tijd hebt om een uitgebreide reactie te geven. Wat ook kan is een datum noemen waarop u wel kunt reageren. De mensen aan de andere kant wachten dan niet vergeefs op een reactie.
 
4 Verplaats uw mail naar archieffolders 
Als de mail in uw inbox hoort bij een bepaald project waarvoor u ook een archief heeft, kunt u deze vast in het archief zetten. Zo kunt u de volgende keer dat u aan dit project gaat werken de draad weer oppikken via de e-mails en is uw inbox weer wat leger.
 
5 Installeer een Spam filter
SPAM verwijst naar de blikken vlees van Hornel (in Nederland Smac). Spam (in kleine letters) is ongewenste e-mail. Op de UT wordt e-mail centraal gefilterd.. Bij mail die wordt aangemerkt als SPAM wordt het woord SpamAssassin in de header geplaatst. U kunt vervolgens op uw eigen pc (in Outlook) deze mail dan direct doorschuiven naar de folder “deleted items” of naar een speciale folder (om terug te kunnen zien wat automatisch is weggegooid). Uitleg hoe u op de Universiteit Twente uw e-mail programma in kunt stellen om deze Spam te verwijderen is te vinden op: http://www.snt.utwente.nl/handleidingen/spam.php 
Voor mensen van buiten de UT: er zijn meerdere programma’s die automatisch SPAM filteren en weggooien. Veel van deze tooltjes zijn “zelflerend”; u kunt achteraf aangeven of iets SPAM is of niet. Verder kunt u ze instellen om alleen mail door te laten van mensen die u zelf hebt gemaild, of om een bepaald land te filteren (Nigeria?). Een voorbeeld van zo’n tool is SpamBully: http://www.spambully.com/ 

6 Bel of loop langs 

Er zijn andere communicatie middelen dan e-mail. E-mail is niet altijd het meest efficiënte medium voor communicatie. Voor discussies, overleg of gevoelige informatie is het vaak veel handiger om even langs te lopen of de telefoon te pakken.
 
7 CC naar de baas als laatste redmiddel 
E-mails met een Carbon Copy (CC:) naar de baas komen vaak erg onsympatiek over: “Kan je dit zelf niet oplossen?”. Aan de andere kant: na 5 e-mails zonder antwoord kan dit een laatste redmiddel zijn. De CC naar de baas geeft meer druk op de communicatie, en kan net het zetje geven om wel een antwoord te sturen. 
 
 
8 CC naar uzelf  
Het kan soms handig zijn om een cc naar uzelf te sturen, om een bericht te bewaren in het archief of als bewijsstuk (denk bijvoorbeeld aan afspraken die u met studenten maakt) of om te controleren of u wel antwoord hebt gekregen op een vraag die u per mail hebt gestuurd. Zo kunt u de verstuurde e-mail in uw Inbox houden tot u antwoord heeft gehad. 
 
9 Gebruik het BCC-veld voor lange verzendlijsten of om privacy van anderen te beschermen 
Voor veel mensen heeft het gebruiken van het BCC (Blind Copy Conform) veld iets onsympatieks. De ontvanger kan niet zien naar wie de mail is verstuurd. Maar het BCC-veld kan heel handig zijn. Lijsten met namen in het CC veld nemen ruimte in op het scherm of op een afdruk. Als u deze lijst in het BCC-veld zet, neemt uw mail minder plaats in en is een uitgeprinte versie kleiner. Als de mail die u verstuurt uit een privacygevoelig adressenbestand komt, kunt u ook beter het BCC-veld gebruiken. De ontvanger kan de adressen niet kopiëren en u voorkomt misbruik van de persoonsgegevens van anderen.
 
10 Mailbox vol? Deleted en sent items weggooien 
Zit uw mailbox vol en krijgt u hierover herhaaldelijk een melding van de systeem-beheerder? Soms komt dit doordat u teveel deleted items hebt of omdat de map met verstuurde items te groot is geworden. Het leeggooien van uw deleted items kan al een stuk helpen of het archiveren van uw “sent items” (in Outlook is dit in te stellen). Natuurlijk kunt u ook een regel in Outlook instellen (zie tip 1) om deze mails van uw systeembeheerder direct weg te gooien, maar bij een serieus te grote postbus kunt u zelf geen mail meer versturen. Dat is dus geen oplossing.  
 
11 Plan vaste tijden voor e-mail, zet de mail uit buiten die tijden 
Het kan handig zijn op vaste tijden van de dag uw mail te lezen en te beantwoorden. Zo wordt u de rest van de dag niet gestoord en komt u niet in de verleiding om op het envelopje onderaan uw scherm te klikken. 
 
12 Voor de liefhebber: e-mail op uw telefoon  
Op de Universiteit Twente is het nu mogelijk e-mail te synchroniseren met PDA (personal digital assistant). Zo kunt u op dienstreis (of op vakantie? ) toch uw e-mail lezen. De lijst van e-mails wordt eerst binnengehaald, waarna u per bericht kunt aangeven of u het wilt binnenhalen. Als uw telefoon of PDA beschikt over GPRS kunt u zo op reis uw e-mail binnenhalen! Omdat het hier gaat om tekstberichten en u kunt instellen om attachments te blokkeren, blijven de kosten (in gebruikte Megabytes) beperkt. 

13 Regels in Outlook 
U kunt mail automatisch laten verplaatsen naar een archieffolder, door in Outlook regels in te stellen. Op basis van steekwoorden, afzender of andere eigenschappen van de e-mail kunt u mail verplaatsen naar een folder of bijvoorbeeld door laten sturen. Zo kunt u belangrijke mail bijvoorbeeld door laten sturen naar een adres thuis of mail laten doorsturen naar een collega. 
 
14 Laat uw voornaam registreren in uw e-mail adres 
Voor UT-medewerkers: via http://webapps.civ.utwente.nl/apps/nl/appsservlet kunt u aanvragen om u voornaam in uw e-mailadres op te nemen. Ten slotte: Koos.winnips@utwente.nl staat een stuk sympatieker en is makkelijker te onthouden dan j.c.winnips@utwente.nl .
 
Meer tips voor het schrijven van e-mail staan op: 
http://articles.findarticles.com/p/articles/mi_m3514/is_2_48/ai_71558885 
 
Informatie over goed quoten is te vinden op:  
http://www.leerquoten.nl/ 
 
Laatste punt: Graag alleen serieuze reacties per e-mail, naar aanleiding van dit artikel!
 
Auteur: Koos Winnips, onderwijskundig medewerker ITBE – Universiteit Twente. Met dank aan Peter Peters en Martin Beusekamp voor hulp bij het verzamelen van deze tips, en het leveren van achtergrondinformatie.  



Wilt u uw toetsen flexibeler inzetten, plaats- en/of tijdsonafhankelijk? Wilt u gebruikmaken van statistische toetsgegevens om de kwaliteit van uw toetsen te verbeteren? Voelt u wel wat voor het gebruik van animaties of multimedia in uw toetsen? Dan kan het webbased toetspakket Question Mark Perception u veel bieden. Reserveer alvast een plaatsje bij de QMP-bijeenkomst op 25 augustus. 
 
Het webbased toetspakket Question Mark Perception. Nu beschikbaar voor iedere UT-docent!
Met QMP heeft u een middel om studenten te laten oefenen, hen terugkoppeling te geven en cijfers toe te kennen. U kunt kiezen uit een vijftiental vraagtypes, zoals multiple choice, ja/nee, juist/onjuist, meerkeuze, drag & drop, invulvraag, matchingvraag, rangorde, numeriekvraag, hotspot of eventueel zelf een vraagtype maken. Alle items worden in een elektronische vragendatabase bewaard, wat tijdwinst oplevert: de items zijn zo herbruikbaar, makkelijk aan te passen en het samenstellen van verschillende toetsen over één onderwerp wordt sterk vereenvoudigd. Studenten kunnen de toetsen schriftelijk of online, vanuit TeleTOP maken. Zie de illustratieve voorbeelden onderaan deze pagina.
ITBE faciliteert het gebruik van QMP op de UT. Voor de mogelijkheden kunt u contact opnemen met  Jan de Goeijen.
 
Leer de mogelijkheden kennen tijdens de QMP-bijeenkomst! 
ITBE organiseert net voor de start van het academisch jaar 2004/2005 een voorlichtingsbijeenkomst waarin wordt uiteengezet wat QMP voor uw onderwijs kan betekenen. De uitgebreide mogelijkheden van het programma komen hierbij ook aan bod. De bijeenkomst eindigt met het opstellen van een persoonlijke checklist waarmee een eerste stap wordt gezet bij het invoeren van digitale toetsmiddelen.
 
Inschrijving voor deze bijeenkomst? 
Voor wie: Docenten van de Universiteit Twente.
Datum: woensdag 25 augustus vanaf 13.30 uur tot 15.30 uur.
Plaats: UT - cursuszaal Vrijhof (Vr, 4de verdieping)
Sprekers: Jan de Goeijen / Henk Roossink (ITBE)
Inschrijving: u kunt kosteloos deelnemen aan deze bijeenkomst. Schrijf u vooraf wel in bij  Sandra Schuite-van Wezel.
 
 

Voorbeeld van de toepassing van elektronisch toetsen, vastgelegd in Teletop.

Voorbeeld van een toetsvraag.

 




Het rapport is van twee jaar terug, maar de conclusies en aanbevelingen zullen nog steeds van waarde zijn voor promovendibegeleiders, de afdeling P&O en promovendi en overige  wetenschappers zelf. Voor een ieder die het destijds gemist heeft, een samenvatting van: "Jonge wetenschappers: competent talent?!"   


Niet altijd even gelukkig

De loopbaan van jonge wetenschappers blijkt lang niet altijd even succesvol te verlopen: het aanbod aan promovendi neemt af en er is een redelijk deel dat  tijdens het promotie- of postdocproject afhaakt. De aansluiting met een functie buiten de wetenschap verloopt ook niet altijd even soepel. De universiteiten willen wetenschappelijk talent graag behouden, wat ook ten goede komt aan de Nederlandse kennismaatschappij, maar kunnen slechts beperkte doorstroommogelijkheden bieden.
Deze geconstateerde knelpunten vormden de aanleiding voor het door Nicolet Jansen (afdeling Mobiliteit & Opleiding van de Universiteit Leiden) uitgevoerde Onderzoek. Aandachtspunten vormden de loopbanen van jonge wetenschappers en de rol van competenties en de werkomgeving daarbij. Of, anders gezegd,  beoogd werd “inzicht te geven in de factoren die een rol spelen bij het succes en falen in de loopbaan van jonge wetenschappers binnen en buiten de wetenschap”. 
 
Kernprofielen, competenties en de werkomgeving
Het Onderzoek bevat drie interessante onderdelen, waarvan de eerste twee op zich al relevante resultaten opleveren.

1. Kernprofielen van vervolgfuncties
Informatie over de loopbanen van promovendi wordt niet systematisch verzameld, dit maakt een goede analyse van de vereisten voor vervolgfuncties wel iets minder betrouwbaar. Voor een overzicht van vervolgfuncties is nu geput uit de WO-monitor (volgt de WO-afgestudeerden). De 24 meest voorkomende vervolgfuncties en branches in de acht HOOP-sectoren zijn geselecteerd. Voor alle  vervolgfunctie zijn interviews met organisaties uit de branches gehouden. Gevraagd werd welke competenties  nodig zijn om succesvol te zijn in de betreffende functie. Aanvullend is gevraagd naar het beeld dat deze organisaties hebben van jonge wetenschappers als potentiële werknemers. De resultaten, aangevuld met bestudering van schriftelijk materiaal, zijn samengevat in kernprofielen per vervolgfunctie, 

2. Competenties en werkomgeving
Voor het meten van de competenties hebben 74 jonge wetenschappers van de Universiteit Leiden en de TU Delft deelgenomen aan een “mini-assessment”.
De relevante factoren in de werkomgeving zijn onderzocht in een vijftal groepsinterviews met jonge wetenschappers van de Universiteit Leiden. Deze resultaten zijn besproken met de faculteiten. Uit de vergelijking van de resultaten van de groepsinterviews met de gesprekken bij de faculteiten werden de knelpunten afgeleid.
Specifiek is gekeken naar de loopbaanpositie van vrouwelijke jonge wetenschappers en de mogelijke specifieke belemmeringen die zij ervaren in hun werkomgeving. 
 
3. Vergelijking
De resultaten van 1) en 2) zijn vergeleken in een workshop met de loopbaanadviseurs en een HRM-adviseur van de Universiteit Leiden. Hieruit kon de geschiktheid van de vervolgfuncties voor de jonge wetenschappers worden afgeleid en de mogelijke ontwikkelpunten voor jonge wetenschappers.  
 
Het rapport sluit af met een aantal aanbevelingen voor verbetering van universitair personeels- en loopbaanbeleid gericht op jonge wetenschappers. Het loopbaanbeleid dient daarbij zowel gericht te zijn op doorstromen binnen de wetenschap als op het voorbereiden op vervolgfuncties buiten de wetenschap.  
 
Kernprofielen voor toekomstige functies
Wat heb je nodig om succesvol te zijn in toekomstige functies? Veel waarde wordt gehecht aan sociale en communicatieve vaardigheden, zoals inlevingsvermogen, luisteren en overtuigingskracht. Daarnaast analytische vaardigheden en er dient een zekere mate van ambitie en maatschappelijk bewustzijn voorhanden te zijn. In vele functies is ook klantgerichtheid en kunnen samenwerken van belang.
Uit de interviews komt naar voren dat op de arbeidsmarkt het beeld bestaat dat de meeste van de benodigde competenties bij de groep gepromoveerden nog onvoldoende ontwikkeld zijn. Een promovendus heeft wat dat betreft geen streepje voor op een net afgestudeerde.  
 
Aanwezige competenties bij jonge wetenschappers
Niet onverwacht, maar de jonge wetenschappers blijken hoog te scoren op de competenties die met kennisvergaring (nieuwsgierigheid en leervermogen) en kennnisverwerking (probleemanalyse en schriftelijke uitdrukkingsvaardigheid) te maken hebben. Ook zijn ze prestatiegericht en hebben ze een goed ontwikkeld inlevingsvermogen (interpersoonlijke sensitiviteit).
Lager wordt gescoord op leidinggevende competenties (samenbindend leiderschap en stimuleren), op analytische vaardigheden die nodig zijn bij besluitvorming (oordeelsvorming en scenariodenken) en op onafhankelijkheid en stressbestendigheid.
Er zijn verschillen tussen vrouwen en mannen en bèta’s versus alfa- en gammawetenschappers op enkele competenties (zie het rapport voor meer details).  
De competenties “ambitie, doorzettingsvermogen, leervermogen en prestatiegerichtheid” hangen het meest samen met succes in onderzoek en planning en organisatie van het eigen werk.  
 
Een vergelijk tussen kernprofielen en de competenties
De meeste vervolgfuncties zijn wat betreft de competenties geschikt voor jonge wetenschappers. Ze hebben voldoende inlevingsvermogen en aanpassingsvermogen, kunnen samenwerken, beschikken over analytische vaardigheden en ze zijn leergierig en ambitieus.
De ontwikkelpunten zijn voor de meeste functies gelijk, of het nu gaat om wetenschappelijke functies of bijvoorbeeld de functie van beleidsmedewerker. Ontwikkelpunten liggen met name op het gebied van: leidinggeven en organiseren, creativiteit en besluitvorming, eigen initiatief en overtuigingskracht en de ontwikkeling van professionaliteit en veerkracht.  

De beleving van de werkomgeving
Een positieve bijdrage aan de beleving leveren: de inhoud van het werk (zowel de onderzoeks- als de onderwijstaken), de vrijheid en zelfstandigheid, goede contacten met de begeleider en collega’s, samenwerking en uitgesproken waardering.
De meningen van de respondenten wat betreft de begeleiding verschillen: diverse respondenten zijn tevreden met de expertise, betrokkenheid en de coachende rol van de begeleider/promotor, maar de begeleiders blijken niet altijd beschikbaar en toegankelijk en duidelijke feedback wordt  nogal eens gemist. 

Belemmerende factoren zijn: hoge werkdruk, het tekort aan praktische informatie en ondersteuning, het isolement en de competitieve sfeer, en het gebrek aan doorstroommogelijkheden binnen de universiteit.
Wordt de beleving van de werkomgeving door de jonge wetenschappers vergeleken met de bestaande voorzieningen en plannen bij de faculteiten, dan blijken er diverse knelpunten te bestaan:
-      de informatievoorziening vanuit de organisatie sluit niet goed aan bij de informatiebehoefte;
-      de hoge verwachtingen die jonge wetenschappers zelf hebben en het gebrek aan feedback over hun prestaties
       werken onzekerheid in de hand;
-      de “hybride status” (‘veredeld student’ of volwaardig medewerker) maakt integratie lastig;
-      het omgaan met de universitaire cultuur met de nodige tekortkomingen en de competitieve sfeer;
-      weinig aandacht voor de toekomstperspectieven voor postdocs, terwijl de uitstromende postdocs in de
       toekomst wel eens hard nodig kunnen zijn om de uitstroom van pensioengerechtigde wetenschappers op te
       vangen. 
Voor jonge vrouwelijke wetenschappers gelden een aantal factoren die hun kansen en het succesvol zijn in de wetenschap kunnen beperken:
-      zij schatten hun kansen op een wetenschappelijke carrière lager in, waardoor ze minder moeite doen voor een
       loopbaan in de wetenschap;
-      ze vertrekken eerder als ze ontevreden zijn over hun arbeidspositie;
-      de cultuur van de universitaire organisatie en de beperkte toegang tot de informele netwerken (social capital)
       werken nadelig voor vrouwelijke wetenschappers;
-      een keuze voor parttime werken werkt nadelig uit op de wetenschappelijke carrière. 

Aanbevelingen
De in het rapport beschreven aanbevelingen sluiten direct aan bij de knelpunten. Ze hebben betrekking op het belang van de ontwikkeling van een aantal competenties tijdens het promotietraject en op de mogelijkheden om de werkomgeving te verbeteren. In het rapport worden de acht aanbevelingen uitgebreid beschreven, inclusief mogelijke maatregelen en de geldende randvoorwaarden.
Eén van de aanbevelingen luidt: “Stimuleer en faciliteer de ontwikkeling van algemene vaardigheden aan de hand van een opleidingsplan voor promovendi. Voor postdocs en overige jonge wetenschappers kan een selectie worden gemaakt van de relevante vaardigheden om (verder) te ontwikkelen.” In de beschrijving wordt nader uitgewerkt om welke vaardigheden het gaat en hoe hier aandacht aan kan worden besteed.
De overige aanbevelingen hebben betrekking op de werkomgeving, zoals: “Bevorder de samenwerking en onderlinge betrokkenheid onder jonge wetenschappers door intervisiegroepen en promovendiclubs en het instellen van een mentor voor promovendi.”
In aanbeveling 8 worden suggesties gegeven voor het vasthouden van vrouwelijke jonge wetenschappers. De aanbevelingen zijn misschien niet meteen opzienbarend, een ieder die de universitaire wereld kent zal ze zelf ook al snel bedacht hebben. Maar, door ze achter elkaar te plaatsen, in directe aansluiting op de geconstateerde knelpunten, en door de uitgebreide uitleg en beschrijving van maatregelen en randvoorwaarden erbij, werkt het zeker informatief, duidelijk en verhelderend. De personen en instanties die te maken hebben met de begeleiding van promovendi, postdocs en overige (jonge) wetenschappers en de verantwoordelijke personen en instanties voor personeels- en loopbaanbeleid van universiteiten, kunnen hier zeker hun voordeel mee doen.  
 
 
Bron en nadere informatie:  
Jonge wetenschappers: competent talent?! De rol van competenties en de werkomgeving voor een succesvolle loopbaan. In 2002 geschreven door drs. Nicolet Jansen, Universiteit Leiden, in opdracht van de VSNU, met subsidie van de stichting SoFoKleS. Utrecht: VSNU. Het rapport is te downloaden van de website van de VSNU: http://www.vsnu.nl/show?id=24193&langid=246 

Samenvatting door Helma Vlas, ITBE-Universiteit Twente.  



Het leven van een aio, oio of post-doc valt niet altijd mee. Maar gelukkig zijn er altijd weer anderen die uit studie-, werk- en levenservaring kunnen putten om de nodige adviezen aan te dragen. In dit item een verwijzing naar de “PhD-doctor”, “The academic scientists’ toolkit", de banenmarkt en andere hulpbronnen.  
 
 


The PhD-Doctor Index of Articles
http://nextwave.sciencemag.org/cgi/content/full/2004/01/28/5
Onder deze link en veelbelovende titel vind je een verzameling adviezen van Herman Lelieveldt, gebaseerd op zijn boek: Promoveren - Een wegwijzer voor de beginnend wetenschapper (Aksant, 2002, ISBN 90-5260-002) De adviezen worden gegeven in het Engels en soms in het Nederlands. De thema’s zijn:
- Planning and Time Management [in English] / [in Dutch]
- Getting a Grip on the Chaos [in English] / [in Dutch]
- What (Not) to Expect From Your Supervisor [in English]
- The Art of Finishing Up [in English]
- When Dissertation Writing Hurts (Repetitive Strain Injury and Burnout) [in English

Yours Transferably, Phil Dee 

http://nextwave.sciencemag.org/cgi/content/full/2000/11/10/3 
Phil Dee is wanhopig bezig zijn graad te behalen en merkt dat het daarbij om heel wat meer gaat dan onderzoek alleen. Hij wil tevens de vaardigheden ontwikkelen die na die tijd nodig zijn. Zijn colums bieden een boeiende kijk op de over- en afwegingen van een PhD-er in ontwikkeling.   
 
Science's Next Wave
http://nextwave.sciencemag.org/cgi/content/full/2004/01/07/1 
Dit is een wekelijks uitkomende online publicatie met als hoofdthema’s: wetenschappelijke opleiding, loopbaanontwikkeling en de arbeidsmarkt voor wetenschappers. Uitgegeven door SCIENCE magazine en de American Association for the Advancement of Science. 
Op de site http://nextwave.sciencemag.org/ vind je verder allerhande infomatie en links met betrekking tot o.a.: arbeidsmarkt (internationaal), diversiteit en de combinatie van werk-leven, postdoc en faculteits zaken, wetenswaardigheden voor buitenlandse wetenschappers die naar Nederland willen komen, een postdoc netwerk enz.  

The Academic Scientists’ Toolkit 
http://nextwave.sciencemag.org/feature/cdctoolkit.shtml 
De naam geeft het al aan – allehande gereedschap voor de academicus. Met onderwerpen als: “managing your lab”, “getting hired”, “getting funded”, “teaching”, “managing people” en nog veel meer. 
 
PhDs.org Science, Math, and Engineering Career Resources 
http://www.phds.org/   
Een grote verzamel;ing artikelen over en voor PHD’s en postdocs. 
  
Strategies for Winning Proposals
http://www.wpi.edu/Admin/Research/Proposal/prowrite.html 
Hoe schrijf je een onderzoeksvoorstel? Aandachtspunten en tips uit het boek: "Strategies for Winning Proposals" by Lucy B. Langworthy, Vanderbilt University School of Engineering, August 1994. 
 
En mocht je eens denken aan je verdere carriere, al dan niet bij wetenschappelijke instituten, dan kunnen de volgende sites wat hulp bieden: 
 
Find a postdoc
http://www.findapostdoc.com
Een banensite voor postdoctorale onderzoeksuncties. 
 
Find a PhD
http://www.findaphd.com/firstmain.asp 
Een grote database van de UK voor “postgraduate research degrees and PhD studentships”. 
 
Solliciteren voor een postdoc baan 
http://apsychoserver.psych.arizona.edu/SPRStudent/PostDoc%20Committee/postdoc%20interv%20tips.htm 
Handige vragen die je kunt stellen als je solliciteert voor een postdoc-baan. 
 
CVs That Open Industry Doors by Dave Jensen 
http://www.gps.caltech.edu/academics/gradhandbook/CVAdviceScienceOnline2001.htm 
Voor de stap naar de wereld buiten de universiteit.
 
How to Write a Winning Résumé  
http://nextwave.sciencemag.org/cgi/content/full/1998/03/29/18 
Met  o.a. uitleg over het verschil tussen een cv en resumé.  
 
 
  




Wetenschappelijk onderzoek dient volgens algemeen aanvaarde normen voor wetenschappelijk handelen te verlopen. Okay, maar… hoe luiden deze normen dan? Zijn ze bij iedereen bekend? Wanneer is sprake van wetenschappelijk wangedrag? Sinds mei 2003 is er een Landelijk Orgaan voor Wetenschappelijke Integriteit (LOWI) en in 2001 is de “Notitie Wetenschappelijke Integriteit” uitgebracht. 

Twee hulpbronnen: een notitie en het Landelijk Orgaan voor Wetenschappelijke Integriteit (LOWI)
Om te bevorderen dat wetenschappelijk onderzoek volgens algemeen aanvaarde normen voor wetenschappelijk handelen verloopt, is de Notitie Wetenschappelijke Integriteit uitgebracht. Een gezamenlijke boodschap van: de Vereniging van Universiteiten (VSNU), de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) en de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW). De notitie is bestemd voor medewerkers van universiteiten en van KNAW- en NWO-instituten die wetenschappelijk onderzoek uitvoeren of daarbij betrokken zijn. In navolgende paragrafen enkele punten uit deze notitie.
Sinds mei 2003 is er door de genoemde partijen tevens een Landelijk Orgaan voor Wetenschappelijke Integriteit (LOWI) ingesteld. Dit orgaan kan klachten over wetenschappelijk wangedrag behandelen. De betrokken universiteiten en onderzoeksinstellingen hebben afspraken gemaakt over de procedures bij het schenden van de wetenschappelijke normen. Wanneer een 'klager' of 'beklaagde' niet tevreden is over de beslissing die de instelling over de klacht heeft genomen, kunnen zij het conflict 'in tweede instantie' aan het LOWI voorleggen.  

Het professioneel wetenschappelijk handelen
Hoewel ieder onderzoeksgebied haar eigen ‘mores’ en onderzoeksmethoden er op na houdt, gelden er wel enkele algemene principes die in alle takken van wetenschapsbeoefening dienen te worden nageleefd.  
Zo geldt voor ieder onderzoek dat andere onderzoekers op basis van de rapportage in de gelegenheid dienen te zijn om de onderzoekresultaten op hun waarde te beoordelen en om het onderzoek te herhalen of uit te breiden. Een korte periode geheimhouding kan soms noodzakelijk of wenselijk zijn, maar uiteindelijk moeten de resultaten wel worden gepubliceerd in algemeen  toegankelijke literatuur. Onderlinge concurrentie tussen onderzoeksinstituten kan soms de beoogde ‘openheid’ tegenhouden. 
De wetenschap is in principe waardenvrij (gebaseerd op ‘objectieve’ waarnemingen en 
logisch redeneren). Maar door de context waarbinnen het onderzoek wordt uitgevoerd (bijvoorbeeld onderzoeksprojecten bekostigd door het bedrijfsleven of vervolgonderzoek afhankelijk van eerdere resultaten), kunnen er meerdere belangen meespelen. 
Door het meespelen van meerdere belangen en de concurrentiestrijd, kan de wetenschappelijke integriteit in het geding komen. Dit kan al gebeuren voorafgaande aan het onderzoek, bij het verwerven van subsidies of onderzoekopdrachten of bij het opstellen van onderzoekplannen. Maar kan ook spelen tijdens de uitvoering van het onderzoek of bij de presentatie van de resultaten.  
 
Drie vormen van inbreuk op de wetenschappelijke integriteit 
Wanneer is er nu sprake van inbreuk op de wetenschappelijke integriteit?  In de eerste plaats bij  vervalsing van onderzoekgegevens of machinaties bij het weergeven van gegevens. In de tweede plaats als er sprake is van misleiding. Bijvoorbeeld indien de steekproef zodanig is samengesteld dat de uitkomsten van het onderzoek er door beïnvloed worden. In de derde plaats, de wat bekendere vorm van ‘inbreuk’: diefstal van intellectueel eigendom.  
In de notitie worden meerdere voorbeelden van discutabele gedragingen aangegeven. Plagiaat is een alom bekend voorbeeld, maar ook het opvoeren van medeauteurs zonder dat zij aan het onderzoek (veel) hebben bijgedragen valt onder deze noemer. Hieronder worden enkele voorbeelden uit de notitie geciteerd:

•“het selectief weergeven van resultaten, met name het weglaten van ongewenste uitkomsten;

•door misleiding (veinzen van expertise, bewust onjuist weergeven van eerder behaalde resultaten, dan wel wekken van valse verwachtingen) opdrachten of subsidies (proberen te) verkrijgen; 

•het opzettelijk verkeerd toepassen van statistische methoden teneinde andere conclusies te bereiken dan de gegevens rechtvaardigen; 

•het zeer onzorgvuldig of opzettelijk verkeerd interpreteren van resultaten en conclusies van onderzoek; 

•zich voordoen als (mede)auteur zonder in belangrijke mate te hebben bijgedragen aan de opzet of uitvoering van het gerapporteerde onderzoek of de interpretatie en beschrijving van de methoden en bevindingen; 

•het bij publicatie weglaten van namen van mede-auteurs die aan het onderzoek een wezenlijke bijdrage hebben geleverd, of het opvoeren van personen als auteur die niet of onvoldoende aan het onderzoek hebben bijgedragen; 

•het veronachtzamen van vastgestelde gedragsregels ten aanzien van de omgang met gegevens van proefpersonen.”

Voor het omgaan met patiënten en proefpersonen in klinisch wetenschappelijk onderzoek, de omgang met proefdieren en proefpersonen bij experimenteel onderzoek en het omgaan met privacygevoelige persoonsgegevens gelden specifieke regels.  
 
Acties om de integriteit te bevorderen.  
In de Notitie Wetenschappelijke Integriteit worden de volgende suggesties gegeven. 

Hierop wijzen in het onderwijs 

In het academisch onderwijs aan studenten en promovendi dient hieraan aandacht te worden besteed. Niet alleen aan de ‘regels en uitgangspunten’ zelf, maar ook aan de implicaties en uitwerking van deze regels en uitgangspunten in het onderzoekswerk zelf. De grenzen tussen wat wel en niet is toegestaan, zijn zeker voor studenten en beginnende onderzoekers niet altijd helder.

Onderzoekers bewust maken van mogelijke dilemma’s
Een beter bewustzijn van dilemma’s waar je als onderzoeker mee te maken kunt krijgen en de eventuele verleidingen waar je weerstand aan moet bieden, kan helpen om ‘op het rechte pad’ te blijven. De brochure Wetenschappelijk onderzoek: dilemma’s en verleidingen (redactie: J. Heilbron, I. Geesink & M. van Bottenburg , 2000. Uitgever: Amsterdam: Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen) reikt hiervoor wat handvaten aan. 
 
Protocollen opstellen 
Bekendheid met regels en richtlijnen helpt bij het naleven van de algemene principes van onderzoek. Deze richtlijnen dienen daarvoor ook beschikbaar te zijn. Waarbij het ook gata om de  heldere procedures voor de omgang met klachten over vermoed wangedrag en de toezicht op het naleven van deze procedures.  
 
Verantwoordelijke personen en instanties
In de Notitie wordt aangegeven dat allen die betrokken zijn bij wetenschappelijk onderzoek ook  de verantwoordelijkheid dragen. Specifiek wordt ingegaan op de verantwoordelijkheid van de onderzoeker, de onderzoeks(bege)leider, bestuurlijke organen en leidinggevenden en de overkoepelende instanties. 
 
Onderzoeker 
De onderzoekers zijn zelf verantwoordelijk voor de zorgvuldigheid en nauwkeurigheid 
waarmee het onderzoek wordt uitgevoerd. Zij zijn ook verantwoordelijkheid voor de werkzaamheden van ondersteunende technische en administratieve medewerkers. Bij de verslaglegging dienen zij alle relevante resultaten weer te geven en dat wat wordt weggelaten te  
verantwoorden.  
 
Onderzoeksleider 
Onderzoeksleiders dienen er voor te waken dat de wetenschappelijke competitie de integriteit niet in de weg gaat staan. 
 
College van Bestuur, decaan/bestuur, directie 
De leiding is verantwoordelijk voor de vorming van haar studenten en onderzoekers. Zij dienen er voor te zorgen de normen voor professioneel gedrag aan de orde komen en dat er discussies plaatsvinden over dilemma’s en verleidingen in de wetenschappelijke praktijk. Als er vermoeden bestaat van inbreuk op de integriteit, dient de leiding (en/of besturen van KNAW of NWO) dit aan de orde te stellen. In de Notitie wordt voorgetseld dat er bij iedere instelling of organisatie één of meer vertrouwenspersonen aanwezig zijn aan wie men vermoedens van wangedrag kenbaar kan maken. Ook dienen er procedures te zijn voor de omgang met klachten, en dient er op te worden toegezien dat de procedures en regels goed worden uitgevoerd en dat zonodig sancties worden toegepast. 

KNAW/NWO/VSNU 

De KNAW, NWO en de VSNU hebben een Landelijk Orgaan voor Wetenschappelijke Integriteit (LOWI) ingericht. Bij het LOWI kunnen klagers of beklaagden terecht om een oordeel vragen over de wijze waarop in de instelling met een klacht over wetenschappelijke integriteit is omgegaan  en over de uitspraak van de instelling. De uitspraken van het LOWI hebben de status van een advies. De verantwoordleijkheid voor de afhaneling van de klacht blijft bij het bestuur van de betreffende instelling liggen.  
 
Verdere informatie in de Notitie
In de Notitie wordt uitgelegd wat te stappen zijn wanneer iemand het vermoeden heeft dat de principes van professioneel wetenschappelijk handelen worden of  zijn geschonden. Er worden een toelichting gegeven op de functie van de LOWI en eventuele sancties worden beschreven.  
Aan het einde van de notitie, worden verwijzingen naar publicaties over beroepscodes en gedragsregels in het wetenschappelijk onderzoek en over het signaleren en voorkomen van schendingen van wetenschappelijke integriteit verstrekt. 
 

Bron: Notitie Wetenschappelijke Integriteit. Over normen van wetenschappelijk onderzoek en een Landelijk Orgaan voor Wetenschappelijke Integriteit (LOWI). November 2001. 
ISBN 90-6984-335-8 Een uitgave van: Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, 
Vereniging van Universiteiten,  Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek. 
Een samenvatting en de volledige notitie is te vinden op: http://www.vsnu.nl/show?id=11863&langid=246 


 
Meer informatie over ethiek in onderzoek en werk, is te vinden via: 

Ethiek voor studenten
http://vop.itbe.utwente.nl/pages/links/ethiek/nl (te vinden via het rechtermenu van VoP, onder “sites voor studenten”). Een verzameling sites over “ethiek”. Veel materiaal is direct in het onderwijs in te zetten.

On being a scientist
Het online boek: On Being A Scientist: Responsible Conduct In Research.  Dit boek is schreven voor beginnende onderzoekers en beschrijft de ethische basis voor wetenschappelijk werken en de ethische overwegingen waar onderzoekers mee te maken krijgen. Te gebruiken voor alle vormen van onderzoek en in alle omgevingen waar onderzoek plaatsvindt. Het boek is vooral bedoeld ter ondersteuning van de discussies over dit onderwerp en reikt hiervoor in de appendix diverse scenarios aan 
 
Science & Society in Europe 
De Europese Commissie wil de kloof tussen wetenschappers en niet-wetenschappers overbruggen. “Science and Society”, een thema binnen de “European Research Area”, ondersteunt activiteiten die beleidsmakers, onderzoekers en burgers samenbrengt. Ethiek is daarbij een van de aandachtsgebieden. Op de site is o.a. informatie te vinden m.b.t.: What is meant by ethics in research? Ethical rules for the EU Research Framework programmes. Ethical review of European Commission funded research projects. The six action lines on ethics in the Action Plan "Science and Society". Conventions, Declarations, and Codes of Conduct on ethics. 

Auteur: Helma Vlas. Onderwijskundig medewerker ITBE - Universiteit Twente.



Wat is het laatste nieuws van de Digitale Universiteit en SURF? Lees meer over de resultaten van de nieuwe aanvraagronde, interessante bijeenkomsten, een 360 graden feedbacksysteem, een licenties voor publicaties op internet en meer.  


(Bron DU,  http://www.digiuni.nl/ of logo linksbovenin op deze VoP-site en Stichting SURF: http://www.surf.nl/home/.) 

DU: 126 projectideeën voor 2005  

De nieuwe ronde voor ontwikkelprojecten 2005 heeft 126 ideeën opgeleverd afkomstig van  tien deelnemende instellingen. Uit deze verzameling zijn er 44 geselecteerd om vedrer uit te werken tot een projectoutline. Uit deze projectoutlines worden in het najaar 2004 de projecten geselecteerd voor 2005. De universiteit Twente had 10 ideeen ingediend en mag 5 projecten uitwerken, daarnaast neemt de UT als participant deel aan diverse andere projecten..  
 
Overzicht projecten die lopen in 2004 
Voor een overzicht van de projecten die op dit moment lopen, zie overzicht.  
 
Website Portfolio implementatie instrumenten
Meer dan 150 documenten over de succesfactoren voor implementatie van portfolio, met handleidingen, opdrachten, voorbeeldportfolio’s en nog veel meer. Van nut bij de onderwijskundige implementatie van een digitaal portfolio in de eigen opleiding. Te vinden via: www.du.nl/portfolioimplementatie. Zie ook: Portfolio implementatie instrumenten (PDF projectflyer) of de demonstratie tijdens het seminar Haal meer uit de DU! op 21 september.

MetaCoP op 14 september
MetaCoP biedt voor communities of practice de mogelijkheid om onderling ervaringen uit te wisselen, problemen te bespreken, oplossingen te zoeken en samen met de projectgroep te werken aan het testen en uitbouwen van kennis en ondersteunende middelen. Op 14 september is er een (gratis) startbijeenkomst voor iedereen die binnen hoger onderwijsinstellingen betrokken is bij het opzetten van een CoP .
Meer informatie en inschrijven:  www.du.nl/evenementen

Creative Commons Licenties
Creative Commons is een licentiesysteem waarmee auteursrechtelijk beschermde werken gedeeld kunnen worden via het internet zonder dat inbreuk op het auteursrecht wordt gemaakt. Met de licenties kunnen auteurs aangeven welk gebruik van het werk wel en niet is toegestaan. De VS, maar ook Japan, Duitsland, Brazilië en Finland maken hier al gebruik van.
De Nederlandse site is te vinden op: http://www.creativecommons.nl/
De internationale website op:Creative Commons 

Een onderzoek naar de stand van zaken rondom (anti)plagiaat binnen Nederlandse instellingen
In opdracht van SURF heeft de Universiteit van Tilburg een verkennende studie uitgevoerd naar de stand van zaken rondom plagiaat en maatregelen en beleid op het gebied van antiplagiaat in het Nederlandse hoger onderwijs. Het onderzoeksrapport is nu beschikbaar op de SURF-website: http://www.surf.nl/publicaties/index2.php?oid=158 

MyCQ
MyCQ is een internet-applicatie voor een 360 graden feedbacksysteem dat speciaal voor het Hoger Onderwijs is ontwikkeld. Het meet algemene competenties met een vragenlijst. Meer informatie: http://goodpractices.surf.nl/gp/goodpractices/151 

MODUS
Modus is een webapplicatie voor het leren toepassen van statistische methoden. Studenten kunnen Modus op drie manieren gebruiken:
1) voor onderwijs: casus bieden inzicht in welke analyse in welke situatie wordt toegepast. In de casus staan links naar de naslag, woordenlijst en achtergrond artikelen.
2) voor advies: de assistent functie is ontwikkeld voor het moment waarop men met het eigen onderzoek bezig is.
3) voor naslag: Modus bevat een aantal naslag bronnen
Meer informatie: http://goodpractices.surf.nl/gp/goodpractices/135 

Surf Web Cahier
Tijdschrift over netwerkdienstverlening en informatie- en communicatietechnologie in het hoger onderwijs
http://www.surf.nl/cahier/ 

Interessante bijeenkomsten

Haal meer uit de DU: maak gebruik van gezamenlijk ontwikkelde expertise!
Een seminar op 21 september 2004. 13 DU-projecten presenteren kennis- en expertiseproducten. Locatie: Jaarbeurs Utrecht, Beatrixgebouw. Kosten: gratis voor DU-medewerkers, externen: 125 euro. Doelgroep: opleidingsmanagers, onderwijsontwikkelaars, ICTO-ers, onderwijskundigen, aankomende DU-projectleiders, docenten en beleidsmedewerkers. Meer informatie: DU seminar.

Seminar Authentiek leren, Simulaties en Gaming
Datum: donderdag 7 oktober 2004. Een gezamenlijk seminar van de Digitale Universiteit en Stichting SURF over de integratie van de praktijk in het onderwijs met behulp van ICT. Denk bijvoorbeedl aan: virtuele bedrijven, managementgames, simulaties en experimenteren op afstand. Meer informatie over het programma en de locatie volgen via de websites van de DU en SURF.  

Andere praktijken! Grensverleggend?
dinsdag 16 en woensdag 17 november 2004|. Jaarbeurs Utrecht, Beatrixgebouw
De SURF Onderwijsdagen. Aandachtspunt vormen interessante ontwikkelingen over de grenzen van het hoger onderwijs heen. Wat speelt er in het bedrijfsleven? Welke internationale ontwikkelingen zijn er? Wat zijn de grensverleggende praktijken binnen het hoger onderwijs? Voor meer informatie: www.surf.nl/owd2004 

Educause
Datum: 19–22 oktober. Locatie: Denver, Colorado. Internationale conferentie over ICT in het onderwijs. Thema: "IT From a Higher Vantage Point. Meer informatie: http://www.educause.edu/conference/annual/2004/

Overzicht SURF – bijeenkomsten
Een overzicht van alle bijeenkomsten die door SURF georganiseerd worden of waarin SURF participeert, is te vinden op: http://www.surf.nl/bijeenkomsten/index.php 

 



Andere praktijken! Grensverleggend?
Dinsdag 16 en woensdag 17 november 2004. Jaarbeurs Utrecht, Beatrixgebouw
De SURF Onderwijsdagen. Aandachtspunt vormen interessante ontwikkelingen over de grenzen van het hoger onderwijs heen. Wat speelt er in het bedrijfsleven? Welke internationale ontwikkelingen zijn er? Wat zijn de grensverleggende praktijken binnen het hoger onderwijs? Voor meer informatie: www.surf.nl/owd2004 

Nationaal Onderwijs Congres 2004 op 23-24 november
Locatie: Dorinth Sofitel Cocagne Eindhoven
Thema: Vraagsturing in competentiegericht hoger onderwijs. Onderwijstransformatie van aanbodgestuurd naar vraaggestuurd. Met geevalueerde praktijkcases: wat werkt wel en wat niet!
http://www.nationaalonderwijscongres.nl

VOR Themaconferentie "Zin en Onzin van ICT
Op donderdag 25 november organiseren de divisies ICT en Leren & Instructie deze conferentie op de campus van de Open Universiteit Nederland te Heerlen. Dagvoorzitter Prof.Dr. Paul Kirschner schreef al in een column over dit thema "ICT: een oplossing op zoek naar een probleem?".
Klik op de volgende links voor meer informatie: poster (pdf), het (voorlopige) programma (pdf) en het inschrijfformulier (doc), overzicht van de parallelsessies met uitleg en materialen vindt u hier.



Workshop Toetsplanontwikkeling in competentiegericht onderwijs
Opleidingen moeten tegenwoordig beschikken over een toetsplan. Hierin staat aangegeven hoe en wanneer competenties, kwalificaties en doelstellingen getoetst worden.
In deze workshop wordt de eerste stap gezet bij de ontwikkeling van toetsbeleid en het maken een toetsplan voor de eigen opleiding.
Datum: dinsdag 14 december 2004 / Tijd: 10.00 – 17.00 uur
Locatie: Dali zaal Oudenoord 340 te Utrecht   
Doelgroep: docenten, toetscoördinatoren, leden van toets- en examencommissies, management en onderwijskundigen.
Deelnamekosten: 275 euro voor deelnemers van instellingen die deel uitmaken van de Digitale Universiteit en 325 euro voor andere deelnemers. Inclusief handboek, stappenplan, workshopmaterialen, koffie, thee en lunch.

Annual Meeting van de American Educational Research Association (AERA)
Van 11 tot 15 april organiseert AERA haar “Annual meeting” in Montreal. Het thema luidt: "Demography and Democracy in the Era of Accountability". De inzendtermijn voor bijdragen is al afgesloten. Meer informatie is te vinden via: http://www.aera.net/meeting/

De Onderwijs Research Dagen 2005 te Gent
De Onderwijs Research Dagen in 2005 worden georganiseerd door de Vereniging voor Onderwijsresearch (VOR) en het Vlaams Forum voor Onderwijsonderzoek (VFO). Gastheer en organisator voor het evenement in 2005 is de Vakgroep Onderwijskunde van de Universiteit Gent.  
Datum: 30 mei - 1 juni 2005.
Thema: Meten & Onderwijskundig Onderzoek  
Plaats: de nieuwe gebouwen van de Faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen van de Universiteit Gent. 
In het kader van het thema "Meten en onderwijskundig onderzoek" wordt in het bijzonder aandacht besteed aan de betekenis van meten in het onderzoek, aan de kwaliteit van meetinstrumenten en meetbenaderingen en aan recente ontwikkelingen inzake het ontwerpen van alternatieve vormen van meten. Er is een gastlezing over "Design research" (zie ook het  themanummer van maart 2004 m.b.t. design research in Journal of the Learning Sciences). 
De sessies worden ingedeeld op basis van interessegebieden, zoals: Bedrijfsopleidingen, Beroepsonderwijs en Volwasseneneducatie, Beleid en Organisatie in het Onderwijs, Curriculum, Hoger Onderwijs ICT en Onderwijs en anderen. Speciale thema voor 2005 zijn: Onderzoeksinstrumenten en Gender & onderwijsonderzoek.
Tot 14 jan. 2005 kunnen nog conferentievoorstellen worden ingediend. Zie hiervoor: Flyer voor proposals: http://allserv.rug.ac.be/~mvalcke/ORD2005/callORD2005.doc
Bij aanmelding tot 1 mei krijgen deelnemers 50 euro korting. Voor studenten, aio’s en VOR/VFO-leden  gelden extra kortingen.
Voor meer informatie: http://www.ord2005.be 

CSCL conferentie 2005 "The next ten years!" 
Van 30 mei tot 4 juni 2005 in Taipei, Taiwan. Voor meer informatie over onderwerpen, deelname en data voor proposals klik hier of ga naar de website van de conferentie. 


European Association for Research on Learning and InstructionLearning and Cognition (EARLI) organiseert de “11th Biennial Conference”, te Nicosia, Cyprus op 23 – 27 aug. 2005.
Thema: Integrating Multiple Perspectives on Effective Learning Environments.
Het programma bestaat uit “keynote” presentaties, Earli “invited symposia” en “Special Interest Groups Symposia”
Deadline voor een bijdrage: 30 nov. 2004. Deadline voor registratie vooraf: 15 april 2005. Het definitieve programma is vanaf juli 2005 te vinden op: http://earli2005conference.ac.cy/

Oproep voor conferentie-bijdragen en aankondiging EDUCAUSE 2005
Van 18 t/m 21 oktober 2005 wordt de EDUCAUSE 2005 conferentie georganiseerd. Dit maal in Orlando, Florida. Het thema is: is "Transforming the Academy: Dreams and Reality”. Bijdragen over I(C)T in hoger onderwijs voor seminars tijdens de pre-conferentie kunnen tot 31 december worden ingediend, bijdragen voor de conferentie zelf tot 31 januari, zie Submission Guidelines.
Meer informatie is te vinden via: http://www.educause.edu/CallforProposals/5224