De eerste aflevering van VoP verscheen in april 2003.
In de zomer van 2005 heeft VoP een ‘make over’ ondergaan om beter aan te sluiten bij de UT-layout. De eerdere site, gemaakt met een ander cms systeem, wordt niet meer bijgehouden en is per aug. 2010 opgeheven. De artikelen, die soms nog verassend van deze tijd zijn, zijn wel bewaard gebleven.

Op deze pagina zijn de items opgenomen die in de vijfde aflevering van VOP stonden. Via de link (meer) in het onderstaande overzicht kunt u de inhoud lezen van het betreffende item. De items zijn integraal per aflevering overgenomen; het kan voorkomen dat sommige links niet meer werken en de lay-out niet optimaal is.





Redactioneel

In het voorjaar van 2003 zijn we gestart met Venster op Professionalisering als experiment. Maar hoe staan we er nu een jaar na dato voor? Is het een geslaagd experiment geweest?
Venster op Professionalisering is tot stand gekomen vanuit het enthousiasme van de groep docententrainers om de doelgroep onderwijsgevenden op een andere manier te benaderen en...(meer)


Verslag van de studiedag: 'Parels in het onderwijs' - Best practices in het Hoger Onderwijs

"Zeer geslaagd en inspirerend", was de mening van het merendeel van de deelnemers aan de op 28 april gehouden studiedag "Parels in het onderwijs". Voor een feest der herkenning of voor iedereen die het gemist heeft, presenteren we enkele van de mooiste parels.     

     
...(meer)


Bijdrage van een gastauteur: Visie op leren leren

Onze speciale gastauteur voor deze aflevering van VoP, Monique Dankers, heeft een indrukwekkende staat van dienst als trainer en adviseur en als auteur van o.a. een praktijkboek voor moderne managementvaardigheden. In dit artikel geeft zij een voorproefje van de inhoud van haar nieuwe boek in voorbereiding “Op weg naar een Lerende Organisatie...(meer)


Zeer Actief Psychologie bedrijven en leren vanuit je bureaustoel

Hoe ontwikkelt zich probleemoplossend vermogen? Wat is de invloed van tijd op het vergeten van informatie? Welke emoties zijn gemakkelijker te herkennen dan andere? Hoe kun je impliciet leren? Antwoorden op deze en andere vragen kun je vinden via het interactieve ICT-programma ZAP, dat op 18 mei de Nationale ICT-Award won.    

...(meer)


Soms lukt communiceren met een student niet!

Rob's studieverloop is heel grillig; pittige, zwaar theoretische, vakken gaan soms voortreffelijk, projectonderwijs gaat soms wel aardig maar soms ook niet goed en er zijn perioden dat er helemaal niets lijkt te lukken. Docenten raken vertwijfeld; "Hij is zeker niet dom, maar ... het gaat niet goed!" De studieadviseur houdt een onbehaaglijk gevoel na...(meer)


De UT Campus Blend - Notitie

Strategische oriëntatie op differentiatie en flexibiliteit in het  onderwijs aan de UT en de rol van ICT hierbij - Een notitie van de Stuurgroep ICT in het Onderwijs November 2003

De inzet van ICT in het onderwijs wordt gezien als een middel om zowel de kwaliteit van het onderwijs als de flexibiliteit...(meer)


Zinvol en efficiënt beoordelen

Beoordelen is onderdeel van je taak als docent. En een belangrijk onderdeel, want het geeft de student aan waar zijn/haar sterke en zwakke punten liggen. Toch wordt beoordelen vaak nog als sluitpost van het onderwijs gezien en doen de studenten (te) weinig met de correcties. Hoe kan het beoordelen zinvoller worden en...(meer)


Aandacht voor digitale didactiek op de UT

ICT en onderwijs horen tegenwoordig onlosmakelijk bij elkaar. Toch worden inzichten over het onderwijs en de mogelijkheden van ICT niet altijd een-op-een verbonden. In Nederland komt de laatste tijd de discussie rondom “digitale didactiek” wel meer op gang en ook de Universiteit Twente praat hierover mee.
 
...(meer)


Zoeken naar kennis en kennissen

De kennisproductie gaat razendsnel; voor je iets gevonden hebt, is het al weer bijna veranderd. Voldoen dan nog  de klassieke systematische zoekmethoden? Frank de Mink sprak met informatiespecialist Hanneke Becht over belangrijke bevindingen, trends en vragen met betrekking tot het wetenschappelijk zoeken.

...(meer)


Hoe betrouwbaar is informatie van Internet voor een wetenschapper?

Internet biedt een vrij podium voor iedereen die wat wil publiceren. Dit is een prachtige verworvenheid, maar heeft ook wat nadelen. Hoe weet je nu of wat je via Internet vindt, vanuit academisch oogpunt, betrouwbaar is? Er zijn lang niet altijd beoordelaars voorhanden of een eindredactie, zoals bij wetenschappelijke tijdschriften geldt. Gelukkig zijn er ook...(meer)


Nieuws van de Digitale Universiteit

Wat is het laatste nieuws van de Digitale Universiteit? Lees meer over een nieuwe aanvraagronde, presentaties van onlangs gehouden workshops over o.a. toetsen en standaarden voor e-learning, een vergelijkend onderzoek van portfoliosystemen en evenementen voor de komende tijd.  

(Bron DU,  ...(meer)


VOORAANKONDIGING Belangrijke onderwijsevenementen (UT en landelijk)

SURF seminar over Anti-plagiaat in het Nederlandse hoger onderwijs
Vrijdag 28 mei 2004 - Universiteit van Tilburg, Agorazaal EZ9, gebouw E - Gratis, na aanmelding
ICT geeft enerzijds studenten de mogelijkheid door middel van knippen en plakken eenvoudig materiaal van anderen over te nemen en te combineren tot een resultaat dat als eigen werk wordt gepresenteerd....(meer)



In het voorjaar van 2003 zijn we gestart met Venster op Professionalisering als experiment. Maar hoe staan we er nu een jaar na dato voor? Is het een geslaagd experiment geweest?
Venster op Professionalisering is tot stand gekomen vanuit het enthousiasme van de groep docententrainers om de doelgroep onderwijsgevenden op een andere manier te benaderen en van praktische informatie te voorzien. Het is  ontwikkeld onder de vlag van de Digitale Universiteit, die het destijds een leuk idee vond en het als experiment wel wilde ondersteunen. Maar... voldoen we aan een behoefte? Sluiten we wel voldoende aan bij wat docenten willen? Is de site goed opgezet? Vinden de lezers de nieuwsitems interessant? Moeten we er meer energie (tijd, geld) in steken of juist low profile houden? Of er maar helemaal mee ophouden? Knellende vragen waar we nu mee zitten. De uitspraak: geen bericht is goed bericht, of in dit geval: geen reacties van de lezers is als positief te interpreteren, gaat niet altijd op. Of misschien ook wel, maar dan willen we er graag meer zeker van zijn.

Vandaar een bij de emailberichtgeving toegevoegde enquête voor onze primaire doelgroep: de medewerkers van de Universiteit Twente. Maar, daarnaast horen wij ook heel graag meer van alle externen die deze site wel eens bezoeken. En dat zijn er heel wat, volgens de statistieken.
Zo af en toe bekijk ik de tabellen en dan zie ik heel wat onderwijsinstellingen, maar ook bedrijven en overheidsinstanties, in het rijtje staan. Vaak zijn zij via diverse zoeksystemen (Google is daarbij ver weg het populairst) op de site terechtgekomen. Leuk ook de interesse vanuit België; met 8% van het totale aantal pageviews (88% is afkomstig uit Nederland.). Maar statistieken over ‘pageviews’ (ruim 17.000 sinds eind maart vorig jaar) zeggen nog niet zoveel. Gaat het nu om een klein aantal vaste bezoekers die de site herhaaldelijk bekijken of juist om veel incidentele ‘treffers’? Heel graag horen wij dus meer van al onze bezoekers! Schrijf eens naar: VoP@itbe.utwente.nl.
 
In deze aflevering
In deze aflevering staat de Studiedag Parels in het Onderwijs in de schijnwerpers. Wederom was deze op de Universiteit Twente georganiseerde studiedag voor onderwijsgevenden en onderwijsbetrokkenen, een zeer informatieve en geslaagde dag. Voor hen die geweest zijn als feest der herkenning en voor iedereen die het gemist heeft om toch nog van wat prachtige onderwijservaringen en -ideeën te kunnen genieten, presenteren we enkele van de mooiste parels. 
Daarnaast veel aandacht voor de combinatie "ICT en onderwijs" en "ICT en kennis". In diverse artikelen komt dit thema terug. Maar ook aandacht voor het leren in het algemeen, waar de gastauteur voor deze aflevering een duidelijke visie op presenteert.
En bekijk vooral af en toe eens de nieuw toegevoegde websites (in oranje menubalk, onder: Sites voor studenten of Onderwijslinks). Onlangs hebben we nog een afstudeerbegeleider hiermee gelukkig kunnen maken. Hij was op zoek naar een handboek of handleiding voor buitenlandse studenten die hier afstuderen en moeite hebben met het schrijven van hun scriptie. Daar konden we hem niet rechtstreeks aan helpen, maar wel aan meerdere (Engelstalige) sites met veel nuttige tips, te vinden via de link: http://vop.itbe.utwente.nl/pages/sites/comvaard/nl

Graag horen wij van u! Ook uw bijdragen (van UT-medewerkers en externen)! Want ook in uw onderwijs, uw gedachten en kennis over het onderwijs of leren, in al uw verzamelde informatie, zitten parels die het waard zijn gedeeld te worden en daardoor alleen maar aan glans zullen winnen.
 
Namens het redactieteam van VOP, 
 
Helma Vlas
Eindredacteur VoP 
VoP@itbe.utwente.nl    
 



"Zeer geslaagd en inspirerend", was de mening van het merendeel van de deelnemers aan de op 28 april gehouden studiedag "Parels in het onderwijs". Voor een feest der herkenning of voor iedereen die het gemist heeft, presenteren we enkele van de mooiste parels.     

     


De “Parel-studiedag” is bedoeld voor docenten en andere medewerkers uit het Hoger Onderwijs die het (eigen) onderwijs een impuls willen geven: effectiviteit verhogen, aantrekkelijker maken, een nieuwe werkvorm gebruiken, al dan niet ondersteund met ICT. Tijdens deze dag werd dit jaar speciaal aandacht besteed aan de viering van 10 JAAR Didactisch UT-Inwerktraject (DUIT).
Onder begeleiding van de dienst ITBE van de Universiteit Twente, presen­teerden docenten en enkele ITBE-ers in 5 workshoprondes hun best practices: krachtige en innova­tieve onderwijsideeën die in de praktijk blijken te werken.
Na een welkomswoord van CvB-lid Huib de Jong en de coördinator van de groep docententrainers van ITBE, Erik Smuling, ging de dag actief van start. De deelnemers verspreidden zich over de 4 parallel georganiseerde workshops en gedurende de dag werd er druk gewisseld, waarbij de 'wandelgangen' en pauzemomenten volop gebruikt werden om nog wat door te praten over de diverse voorbeelden. 

Uit de evaluatieformulieren blijkt de dag, naar de mening van het overgrote deel van de respondenten, zeer geslaagd en inspirerend te zijn geweest en 90% gaf aan dat jaarlijks een soortgelijke studiedag mag plaatsvinden. De goede sfeer en informele stemming kwam nog eens extra naar voren bij de borrel, inclusief verloting, aan het einde van de dag. De driemansformatie Trio Grande en prachtig weer nodigde uit om nog wat langer op het terras te blijven napraten.  

In onderstaand schema ziet u, in alfabetische volgorde, een overzicht van de sprekers en hun onderwerpen.
Een sterretje * bij een titel betekent dat er verderop een (kort) verslag (veelal door de workshopleider zelf ingediend) is opgenomen van de workshop. Veelal aangevuld met de gepresenteerde Powerpoint-presentatie, verwijzingen naar informatiebronnen over het betreffende onderwerp en een contactadres.
Mocht u niet bij deze studiedag geweest zijn, zullen deze verslagen alsnog een indruk kunnen geven van de gepresenteerde best practices en vernieuwende en bruikbare ideeën kunnen bieden voor uw eigen praktijk. En bent u wel aanwezig geweest... dan is het een feest van herkenning en kunt u alsnog kennisnemen van de parallel-sessies waar u jammergenoeg niet bij aanwezig kon zijn.   

Uitnodiging voor volgend jaar
Volgend jaar wordt de "Parel-dag" tezamen met Saxion Hogeschool Enschede georganiseerd. Naar een datum wordt nog gezocht (waarschijnlijk weer omstreeks eind april / begin mei). In Venster op Professionalisering zal dit vroegtijdig worden aangekondigd. Maar heeft u al leuke ideeën voor bijdragen of de opzet, aarzel zeker niet om ze alvast door te geven. Ook geïnteresseerden van andere onderwijsinstellingen of organisaties worden nadrukkelijk uitgenodigd om als gastspreker of t.z.t. als belangstellenden deze dag bij te wonen. Voor de sprekers is de gehele dag gratis, de deelnemers vragen wij een kleine bijdrage. Contactpersoon: Erik Smuling, coördinator van de groep  docententrainers van ITBE (E.B.Smuling@utwente.nl, tel: 053-489 2043). 

workshopleider(s)

Titel

verslag 

Plenair/vooraf: H. de Jong, CvB-lid, Universiteit Twente en E. Smuling, voorzitter Organisatiecommissie en coordinator docententrainers ITBE, UT

Opening/welkom

 

M. Dankers, Saxion Hogescholen, Instituut ICT

"Leren leren over teamwork"  

    *

Prof. ir. A.O. Eger (Arthur) / mw ir. M. Brouwer (Mieke), Universiteit Twente, Faculteit TW/IO

"Hoe en welke opdracht geeft de docent aan studenten"

 

P. Fisser en M. van Geloven, Digitale Universiteit

"De Digitale Universiteit: mogelijkheden voor onderwijsinnovatie"

    *

J. de Goeijen en I. Ybema, Universiteit Twente, Dienst ITBE

"Videoconferencing mogelijkheden op de UT" 

   

E.M. Gommer, Universiteit Twente, Dienst ITBE

"Educause 2003: ICT in Hoger Onderwijs in de VS en Nederland" 

 

R.A.M.G. Joosten, Universiteit Twente, Faculteit BBT

"Practice makes perfect"

    *

W.H.A. Lips-Joosse, Universiteit Twente, Faculteit TCW

"Learning Academic English in Cyberspace"

 

Dr. ir. D. Lutters (Eric), Universiteit Twente, Faculteit CTW/IO

"Hoe en welke opdracht geeft de docent aan studenten" (Belicht vanuit het project K.)

   

F.B. de Mink, Universiteit Twente, Dienst ITBE

Thema Hoogbegaafdheid en Honours-programma’s  "Plusprogramma's voor hoogbegaafde studenten"   

    *

Schulte Fischedick, leerpunt SF / C.F. Timmers, Saxion Hogescholen

"De studieSimulator, de student is de baas"  

    *

S. van Soest en G.W.H. Weenk, Universiteit Twente, Dienst ITBE

"DIVIDU, streaming video geintegreerd met interactieve opdrachten" 

    *

B.M. Tel, Universiteit Twente, Faculteit TNW

"Studenten op functioneringsgesprek"  

    *

Ir. M.E. Toxopeus (Marten), Universiteit Twente, Faculteit CTW/IO

"Hoe en welke opdracht geeft de docent aan studenten" (Belicht vanuit de Vrije Opdracht)

 

C.B. Vaneker, Universiteit Twente, Faculteit GW

Thema Hoogbegaafdheid en Honours-programma’s  "De ene student is de andere niet!"

    *

H. Vos, Universiteit Twente, Faculteit EWI

"Teach as you preach: presentaties over presentatievaardigheden"

 

N. Wessels, Universiteit Twente, Student Union en Karen Slotman, Dienst ITBE

"Informeel leren ondersteunt door de UT?"

    *

J.C. Winnips, Universiteit Twente, Dienst ITBE

"Afstandsonderwijs" 

    *

J.C. Winnips, Universiteit Twente, Dienst ITBE

"Zelfstandig leren"

    *

W.M. van Woerden en F.M.W.J. van den Berg, Universiteit Twente, Faculteit BBT

"Leren reflecteren"   

    *

 

"Leren leren over teamwork"

M. Dankers, Saxion Hogescholen, Instituut ICT  
Het geïntegreerde Socova-onderwijs (sociale en communicatieve vaardigheiden) in het PGO en PO is bij het ICT- instituut van Saxion opgezet om studenten te leren leren over hun sociale vaardigheden. Voor teamwork stellen studenten een gedragscode op en is er een correctielijn (procedure voor het op een opbouwende manier corrigeren van teamleden die zich niet aan deze code houden).  
In de workshop gaf de spreekster een korte theoretische inleiding over teamwork, uitmondend in een "gedragscode voor teamleden" en een "correctielijn" voor als het teamwork niet optimaal verloopt. Over beide onderwerpen werd vervolgens plenair gediscussieerd. 
Veel interessant materiaal van hara hand vindt u bijgevoegd. In het artikel “Visie op leren leren” elders in deze aflevering van Venster op Professionalisering geeft de spreekster haar visie op het leren leren nauwgezet weer. Haar Powerpointpresentatie is te vinden via de volgende link: <Teamwork>. Verder nog bijgevoegd: de “gedragscode” en de “correctielijn”.   

-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
"De Digitale Universiteit: mogelijkheden voor onderwijsinnovatie" 

P. Fisser en M. van Geloven, Digitale Universiteit
De Digitale Universiteit is een consortium van tien hogescholen en universiteiten dat zich richt op het realiseren van kwalitatieve en kwantitatieve schaalvoordelen op het gebied van onderwijs- en opleidingsinnovatie met ICT. De UT is een van de deelnemers aan de DU en participeert in verschillende projecten op het gebied van content ontwikkeling, toetsing en assessment, opbouw en verspreiding van expertise en leren en begeleiden op afstand.  
In de workshop is ingegaan op de mogelijkheden van de DU voor docenten, opleidingsmanagers, ICT(O)-coördinatoren en onderwijskundigen.    
In onderstaand schema een impressie van de onderwerpen die aan bod zijn gekomen en in bijgevoegde file <DU overzicht> is de volledige Powepoint-presentatie te vinden. De duidelijke en overzichtelijke schermbeelden bieden een helder beeld heeft van de DU. Vooral handig als u gebruik wilt maken van de producten van de DU of zelf een project wilt indienen.
Docenten van de UT kunnen meedoen aan projecten van de DU en worden daar ook nadrukkelijk voor uitgenodigd. Daarbij is wel de voorwaarde dat je conform de doelstellingen van de DU samenwerkt met medewerkers van minstens 2 andere instellingen die bij de DU aangesloten zijn. Projecten die in 2005 van start gaan tot stand door middel van een tweefasen-proces: nu een idee (twee A4), bij goedkeuring van het idee een project outline. 
Het indienen van de projectideeën kan tot half mei 2004 via de Contactpersoon van de UT (Sir Bakx en Jan van der Veen). Bij het indienen geldt dat je zelf een idee kunt aandragen of dat je aangeeft dat je in projecten van anderen wilt participeren. De “call” voor projectideeën staat nu open, kaders en deadlines voor het indienen kun je verkrijgen bij je contactpersoon. 
Na het verzamelen van alle projectideeen wordt rond 1 juli een selectie gemaakt van de uit te werken ideeën door de Contactpersonen en de Programmaraad. De goedgekeurde ideeen worden tot half oktober uitgewerkt naar een project outline. Ook hier geldt weer dat het indienen van de outline gaat via de Contactpersoon. 
Meedoen aan projecten van de DU bekent een kans om samen met anderen aan onderwijsvernieuwing te werken, waarbij ICT een rol kan spelen. Heeft u interesse en wilt u meer informatie? Kijk dan op www.digiuni.nl of neem contact op met Sir Bakx (g.j.t.a.bakx@utwente.nl) of Jan van der Veen (j.t.vanderveen@utwente.nl). 

-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Thema: Hoogbegaafdheid en Honours-programma's - "Plusprogramma's voor hoogbegaafden studenten" 

F.B. de Mink, Universiteit Twente, Dienst ITBE
Plusprogramma's voor hoogbegaafde studenten. Kunnen studenten met meer dan gemiddeld talent zich vinden in ons onderwijs aanbod? Welke initiatieven zijn elders beschikbaar? Zijn honorsprogramma's en onderzoeksmasters genoeg als uitdaging?
Frank de Mink is lid van het landelijke +Netwerk, het platform voor academische plusprogramma's. Dit +Netwerk organiseert activiteiten ter bevordering van het universitair onderwijsaanbod voor studenten die meer willen en kunnen dan de normale onderwijsprogramma´s.  In zijn workshop ging hij o.a. in op de  probleemstellingen waarvoor honorsprogramma’s een oplossing kunnen bieden,  enkele voorbeelden van honorsprogramma’s in Nederland, de meerwaarde van dergelijke programma’s voor stduenten, docenten, opleidingen en faculteiten en de samenleving en verschillende mogelijkheden voor vormgeving. Sheets (Word) van de presentatie zijn te vinden onder <Honorsprogramma’s>. 
In de discussie daarna kwamen enkele voorbeelden naar voren van mogelijkheden die UT-opleidingen bieden. Een van de toehoorders gaf aan dat hij een Capita Selecta Speltheorie had georganiseerd op verzoek van enkele studenten die hun vrije keuzeruimte in wilden vullen. Bij Biomedische Technologie worden sets van keuzevakken aangeboden en is er weinig voorstructurering van vakken. Dit biedt studenten de mogelijkheid om zelf hun programma vast te stellen, gebaseerd op capaciteiten en interesses. 
De twee centrale vragen die steeds weer naar voren kwamen waren: Wat doe je in de bachelor voor hoogbegaafden studenten? en Hoe richt je het bachelor-programma in (of onderdelen daarvan) zodat iedere student maximale kansen krijgt om zich te ontplooien op basis van eigen kwaliteiten en interesses, vooral indien je met grote groepen studenten te maken hebt? 
De spreker had voor de workshop gebruik gemaakt van en verwees de toehoorders naar de volgende bronnen:
- Plusprogramma’s als proeftuin. Van Eijl, P.J. e.a., 2003. Uitgever: Universiteit Utrecht, Ivlos.
- Wat vraagt de samenleving van talent? Hoe universiteiten daar op in kunnen spelen. Wijffels H. en M. 
  Wolfensberger, 2004. Uit: THEMA, 1-04.
- National Collegiate Honors Council’s basic characteristics of a fully developed honors program.  Te vinden op:
  http://www.nchchonors.org/basic.htm  

-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
"De studieSimulator, de student is de baas"  

H. Schulte Fischedick, leerpunt SF / C.F. Timmers, Saxion Hogescholen
Studenten zijn de baas van hun eigen ontwikkeling. Competentiegerichte opleidingen geven studenten meer verantwoordelijkheid voor het leerproces en bieden ze daarin meer ruimte om aan te sluiten bij hun eigen interesses en ambities. Zo kunnen studenten hun ontwikkeling persoonlijk maken. Maar hoe moet dat? En weten studenten wat er van ze verwacht wordt? Hoe kun je dat studenten duidelijk maken? Het spel 'De studieSimulator' springt in op deze vragen.  
In de workshop gaven de sprekers uitleg over een "spel" dat HO-studenten beter bewust moet maken van hun eigen verantwoordelijkheid, mogelijkheden en beperkingen bij het inrichten van hun studie en alles daaromheen, zoals de hulp die (bijvoorbeeld) een studieadviseur daarbij kan bieden. Het spel wordt gespeeld door een groep studenten (uit ongeveer dezelfde studiefase, maar dat mag elke studiefase zijn), die werk moeten veroveren. Er is een aantal vacatures, maar minder dan het aantal deelnemers. Het doel van iedere speler is om in één van die vacatures benoemd te worden, bij hoge voorkeur de vacature van eigen keuze. Dat doe je door met een beperkt budget (tijd, geld) een aantal activiteiten binnen en buiten de studie te ontplooien die bijdragen aan je c.v..
In de workshop gingen de sprekers, naast de uitleg over het spel zelf, nader in op de aanleiding voor de ontwikkeling van het spel en de ervaringen met het spel. Een weerslag van wat de sprekers vertelden, is te vinden in de bijgevoegde Powerpointpresentatie: <StudieSimulator>. 
Meer informatie is te vinden op: http://www.leerpuntsf.nl 

-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
"DIVIDU, streaming video geintegreerd met interactieve opdrachten 

Susan van Soest en Wim Weenk (Dienst ITBE, Universiteit Twente) 
Didactisch gebruik van video: met behulp van video tonen van situaties die anders moeilijk toegankelijk zijn met daaraan gekoppeld interactieve opdrachten. Dat is dividu, onder andere. Dit  
In het project ‘Digitale Video Digitale Universiteit’ (DiViDU) wordt samengewerkt met vijf landelijke partners aan het ontwikkelen van een leeromgeving voor docenten en tandartsen: met behulp van video worden situaties getoond, waaraan interactieve opdrachten zijn gekoppeld. De kracht van deze werkwijze is dat actuele praktijksituaties gecombineerd kunnen worden met andere informatiebronnen (o.a. concepten, theorieën) en leertaken. Discussies tussen samenwerkende ‘peers' en docenten, naar het bekijken van de videobeelden, zorgen ervoor dat de studenten een directe relatie kunnen leggen tussen de theorie en de praktijk en dat maakt het als leertaak veel effectiever dan b.v. het doorwerken van een studieboek.
In de workshop is het product (in ontwikkeling) getoond en is besproken welke functie dit product zou kunnen hebben in het onderwijs. Toehoorders vroegen naar de mogelijkheid van koppelen aan Teletop (of Blackboard); een mogelijkheid die op dit moment nog niet bestaat. Opgemerkt werd dat deze leeromgeving niet geschikt is om
(hoor)colleges in te plaatsen, aangezien de fragmenten een maximum lengte van 3 minuten hebben. Aanwezigen zagen de meerwaarde van DiViDU vooral in ondersteuning bij vaardigheden die veel studenten moeten leren, zoals presentatievaardigheden. Aan de hand van een aantal opgenomen fragmenten kunnen docenten de vragen stellen die zij belangrijk vinden.  
Informatie over DiViDU is te vinden op http://dividu.digiuni.nl of in bijgevoegde <factsheet>. Contactpersoon: Susan van Soest, s.vansoest@utwente.nl, tel.: 053 489 5669

-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
"Studenten op functioneringsgesprek"  

B.M. Tel, Universiteit Twente, Faculteit TNW
Bij de opleiding Technische Natuurkunde is sinds een aantal jaren het doorlopend (voor alle leerjaren) studiementoraat ingevoerd. Dit heeft tot gevolg dat het mentoraat van karakter verandert en meer op (studie)loopbaan-begeleiding gaat lijken. Hiermee krijgen termen als 'de ondernemende universiteit' en competentiegericht leren vanuit een andere hoek hun invulling. De studieplanning, adviezen en de op maat gemaakte studieroutes kunnen uitgebouwd worden naar zelfreflectie en lange termijn competenties. Een dossier hiervan begint al snel te lijken op een portfolio. Aldoende wordt een traject ingezet, dat op een natuurlijke wijze kan meegroeien met de onderwijstrends die gaande zijn.
In de workshop is de nieuwe situatie bij TN geschetst, de problematiek die speelt en de positieve verandering. In de levendige discussie aan het eind, kwam als belangrijk positief neveneffect van het nieuwe systeem naar voren, dat docenten, vanuit hun rol als mentor, veel beter dan voorheen op de hoogte zijn van het totale onderwijsprogramma en beter in de gaten hebben wat er speelt bij de studenten. Als belangrijk aandachtspunt kwam naar voren dat de docenten wel ‘competent’ dienen te zijn als mentor. Hoe ga je dat na? Welke scholing is daarvoor noodzakelijk? Ligt er nu niet te veel werk en verantwoordleijkheid (ook voor scholing en toezicht op het mentorschap) bij de studieadviseur, in haar rol als coordinator van de mentoren?
Een tweede aandachtspunt vormde de wijze waarop je de aandacht voor algemene vaardigheden, zoals communicatieve vaardigheden, time management, vergadertechnieken e.d. kunt inbouwen in het curriculum. Je kunt de weg kiezen die TN nu in gang gezet en die ook bij andere opleidingen gekozen is: proberen de vaardigheden op basis van doorlopende leerlijnen in de vorm van modulen in de verschillende vakken en in projectwerk aan de orde te stellen. Voor bepaalde vaardigheden, zoals bijvoorbeeld time management, kun je ook korte cursussen bieden buiten het reguliere programma om. Studenten kunnen hier nara behoefte en eigen inzicht aan deelnemen. 
De gebruikte Powerpoint-presentatie is te vinden via: <Student op functioneringsgesprek>. In voorgaande aflevering van VoP (aflevering 4, zie Archief in de oranje menubalk), is een artikel te vinden van de spreekster over de veranderingen bij Technische Natuurkunde.  

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
"De ene student is de andere niet!"

C.B. Vaneker, Universiteit Twente, Faculteit GW, ELAN
Maatwerk in het onderwijs is van belang om onnodige uitval te voorkomen en studenten maximaal kansen te bieden hun talenten te ontplooien. Een groep die in dit kader zeker onze aandacht verdient zijn de "hoogbegaafde" studenten. Want... dagen we hem/haar wel uit om de talenten maximaal aan te spreken? Benutten we hem/haar voldoende ten bate van onze onderzoeksactiviteiten? Maken we van hem/haar een wervende UT-representant door hem/haar te positioneren als rolmodel voor ambitieuze en talentvolle VWO-ers?
In de workshop introduceerde de spreker het thema en beschreef hij kort zijn visie op de rol van studentbegeleiders in dit kader. Kort werd ingegaan op het  Interdepentiemodel (Renzulli/Mönks), waaruit naar voren komt dat de omgeving een belangrijke rol speelt bij de ontwikkeling van hoogbegaafdheid. Zie de <Powerpointpresentatie> of voor meer informatie over deze theorie:  
http://www.socsci.kun.nl/psy/cbo/handouts/emotionele%20problemen%202.htm 
Vervolgens werden drie casu aangereikt. Speciaal voor deze workshop, op verzoek van de spreker, door studenten van de faculteit EWI geschreven. Deze studenten behoren tot de doelgroep ‘hoogbegaafden’ en zijn in het kort te kenschetsen als: 1) Talent in balans, 2) Ambitieuze ondernemer en 3) Onopvallend talent. In de casu beschrijven de studenten in het kort hun levensverhaal en geven zij aan wat de universiteit naar hun mening heeft gedaan of (beter) had kunnen doen om hun kwaliteiten tot uiting te laten komen. De aanwezigen werden in twee groepen gesplitst om in ieder geval 2 casu uitvoeriger te bespreken. In een van de twee groepjes nam ook een studnet zitting die zelf tot de doelgroep behoort (maar niet een van de schrijvers van de casu was). 
Vragen die opkwamen naar analeiding van de discussies waren o.a.:  
- Hoe herken je een talent?  
- Wat bied je hem/haar vervolgens?  
- Is het wel nodig om een student die toch het liefst ondernemer wil worden, iets extra’s te bieden?  
- Hoe daag je alle studenten uit? Stimuleer je ze allemaal? Geef je iedereen de kans om te ‘bloeien’ naar eigen
  kunnen?      
Andere punten die naar voren kwamen. 
- Het onderwijssysteem is nu nog erg vak-georienteerd. Iedere docent
  wil een bewijs dat de student de leerstof beheerst. Dat bewijs wordt nu
  geleverd aan de hand van tentamens of een eindopdracht, maar zou
  dat ook anders kunnen? Ook zonder dat studenten het onderwijs
  volgen? Biedt een mondeling (assessment) daarvoor een oplossing?
  Maar kan dat ook nog bij grote aantallen? 
- Welke mogelijkheden zijn er al in het huidige systeen? Vrij doctoraal
  (maar dit wordt soms ook gezien als een noodoplossing voor
   ‘kneuzen’)? Dubbele studies. Duale trajecten. Snellere programma’s? 
- Een door de aanwezige studentpsycholoog ingebracht punt: doe je de
  studenten er wel altijd een plezier mee als je ze bijvoorbeeld in een
  kortere tijdsperiode laat studeren of als je ze al op jonge leeftijd (jonger dan 18) laat
  instromen? Er moet ook gekeken worden naar de verdere ontwikkeling van de persoonlijkheid. 
- Een door een voormalig studentbegeleider ingebracht punt: het is belangrijk dat je de studenten kent. Weet wie
  ze zijn en wat ze kunnen of nodig kunnen hebben.   

-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
"Informeel leren ondersteunt door de UT?"

N. Wessels, Universiteit Twente, Student Union en Karen Slotman, Dienst ITBE
Er wordt steeds vaker gezegd dat formeel leren zal afnemen en informeel leren daar voor in de plaats komt. Vanuit de insteek dat informeel leren meer op de voorgrond komt, is in de workshop aandacht besteed aan initiatieven van de Student Union om informeel leren te stimuleren, bijvoorbeeld de competentie-ontwikkeling van studentbestuurders In de workshop is gediscussieerd over de  mogelijkheden van informeel leren op de UT en alles wat nodig is om  dit te faciliteren en mogelijk te maken voor de studenten. 
Een weergave van de Powerpoint-presentatie is te vinden via: <Informeel leren

-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
"Afstandsonderwijs" 

J.C. Winnips, Universiteit Twente, Dienst ITBE
Deze workshop behandelde het gebruik van eenzelfde TeleTOP omgeving voor een vak dat op meerdere plekken tegelijk worden gegeven. Praktische ervaringen uit het vak "Internet technologies for workspace learning" zijn aan de orde gesteld. Vragen daarbij waren: Hoe geef je een eenzelfde vak, tegelijkertijd in Rusland, en in Twente? Hoe stem je dit onderling af, zonder teveel aan belkosten te maken? Hoe kun je de "groepfunctie" van TeleTOP gebruiken? Welke praktische problemen spelen er? Welke afspraken maak je bij het inrichten van de TeleTOP omgeving? Hoeveel tijd kun je hiermee besparen?

-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
"Zelfstandig leren"

J.C. Winnips, Universiteit Twente, Dienst ITBE
Om het principe van zelfstandig leren toe te passen zijn vanuit een project van de Digitale Universiteit twee handboeken ontwikkeld: één voor een taakgericht model voor leren en één voor een contextgericht model voor leren. Deze handboeken helpen docenten om deze modellen op een efficiente manier toe te passen in hun onderwijs. Tijdens de workshop zijn de twee modellen besproken en is geoefend met het toepassen van een deel van het model. Vooral aan de orde kwamen de vragen: Hoe dicht moet de docent bij de studenten staan? Hoever gaat het vervullen van de rol van coach? Hoe je als docent efficiënt de rol van coach vervullen? De ontwikkelde handboeken zijn binnenkort ook in digitale vorm te krijgen via http://www.digiuni.nl/ en j.c.winnips@utwente.nl  

- Clement, M. e.a. (april 2004). Zelfstandig leren in een digitale omgeving. Handboek voor het ontwerpen van projectonderwijs. Utrecht: Digitale Universiteit.
- Dekker, P. e.a. (april 2004). Zelfstandig leren in een digitale omgeving. Handboek voor het ontwerpen van Taakgericht onderwijs. Utrecht: Digitale Universiteit.

-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
"Leren reflecteren" 

W.M. van Woerden / F.M.W.J. van den Berg, Universiteit Twente, Faculteit BBT
Reflecteren is een academische vaardigheid en een wetenschappelijke houding die niet zomaar komt aangewaaid, maar die men moet aanleren. Doel van reflecteren is inzicht krijgen in de eigen werkwijze respectievelijk het  functioneren m.b.t. een bepaalde ondernomen activiteit. In de workshop zijn voorbeelden gegeven hoe reflecteren ingebouwd kan worden in een aparte cursus of in een opdracht van een bepaald vak of project. 
In bijgevoegde file een kort verslag van de workshop en de reacties van de aanwezigen. Daarnaast schematisch de belangrijkste punten die in de workshop door de workshopleiders aan de orde zijn gesteld.  
<Verslag van de workshop Leren Reflecteren

----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
 

                   

                                      

 

 

 

 

 

 



Onze speciale gastauteur voor deze aflevering van VoP, Monique Dankers, heeft een indrukwekkende staat van dienst als trainer en adviseur en als auteur van o.a. een praktijkboek voor moderne managementvaardigheden. In dit artikel geeft zij een voorproefje van de inhoud van haar nieuwe boek in voorbereiding “Op weg naar een Lerende Organisatie”. Lees meer over haar heldere visie op leren leren. 

Ir. Monique Dankers- van der Spek(1954) studeerde socio­logie met een agogische specialisatie aan de Landbouw Universiteit in Wageningen. Zij volgde verschillende opleidingen voor het geven van sociale vaardigheids- en persoonlijke groei- trainingen bij ondermeer Frank Oomkes, Hans Korteweg,Elisabeth Kübler-Rossen de In­teractie Academie in België.
Zij gaf lange tijd trainingen op het gebied van medezeggenschap, ma­na­ge­ment en commu­nicatie en richtte in 1988 adviesbureau “Yessence op, waar zij ook zelf als trai­ner en ad­vi­seur werkzaam is. Sinds 2002 is zij ook als parttime docent sociale en communicatieve vaardigheden verbonden aan Saxion Hogeschool Enschede bij het instituut ICT.
In 1993 verscheen het boek: "Elk probleem draagt een geschenk in zich”, over haar ervarin­gen als organisatie- adviseur. In 2000 bracht uitgeverij Nelissen “Communicatie en Teamwork in de Lerende Organisatie” uit, het praktijkboek voor moderne managementvaardigheden. Het boek “Op weg naar een Lerende Organisatie” (waaruit onderstaand fragment is gehaald), is in voorbereiding


Twee opvattingen over ‘leren’.

De leercyclus van Kolb beschrijft onze natuurlijke aangeboren manier van leren.
Kolb benoemt in het leerproces de fasen: ervaren, observeren, analyseren en toepassen. Ons handelen levert concrete nieuwe ervaringen en informatie op. Dit moet de lerende eerst verwerken. Dat doet hij door er over na te denken. Hierdoor leert hij de wetmatigheden zien en vindt abstracte theorievorming plaats. Deze inzichten gaat hij toepassen in een nieuwe situatie. Dit leidt weer tot nieuwe ervaringen. En dan begint alles weer van voren af aan. Om effectief te leren zullen we de hele leercirkel telkens weer opnieuw moeten doorlopen. Zodra we stoppen treedt een stagnatie in ons leerproces op. 


Wat traditioneel op school onder ‘leren’ werd verstaan had vaak te maken met het onthouden van informatie en was daarmee iets toch wel anders dan het ontdekken hoe u uw persoonlijke doelen het beste kon bereiken. In het ene geval slaat ‘leren’ op het opslaan van informatie in uw geheugen en het kunnen terugvinden daarvan en in het andere geval bedoelen we het steeds beter leren bereiken van doelen, de bezigheid waar ieder jong kind zich van nature mee bezig houdt. Als we een vergelijking met de computer maken heeft de eerste bezigheid te maken met het vullen en raadplegen van een database en de tweede met het ontwerpen of verbeteren van een software- programma dat u in staat stelt om wat met die data te kunnen doen.  
 
Als klein kind leren we geheel uit onszelf vaardigheden (kruipen, lopen, praten, etc.) die nuttig zijn om op deze aarde te overleven. Niemand heeft ons daartoe hoeven te dwingen. Dat is fascinerend, want kennelijk bestaat er dus een natuurlijke drang die ons onder bepaalde voorwaarden tot leren aanzet. De prikkel tot leren blijkt te worden veroorzaakt door het bestaan van een behoefte, waarin onvoldoende voorzien is, zodat de wens ontstaat om daar wat aan te doen. Kortom: Het willen vervullen van de behoefte zet ons uit eigenbelang vanzelf tot leren aan. Mensen die hun behoeften vanzelf vervuld krijgen leren kennelijk niet, omdat er geen noodzaak voor is. Dat is de wet van de remmende voorsprong.


Niveaus van leren

Behoeften en doelen zetten dus aan tot leren. Daarom leek het me aardig ons natuurlijke leren te onderscheiden naar motieven om te leren. Dat doe ik hieronder aan de hand van de behoeften hiërarchie van Maslow, die de algemeen menselijke basisbehoeften beschrijft. 
 
1. Fysieke niveau: Leren door te experimenteren
 De lichamelijke behoeften stimuleren ons tot de eerste wijze van leren en dat is door iets uit te proberen, net zo lang tot het (per ongeluk) lukt. Als baby probeert u uit hoe u uw lichaam kan gebruiken, hoe u uw armen, benen, handen, etc. kan bewegen, wat voor klanken u met uw stem kan produceren, wat u met uw zintuigen kan waarnemen en hoe u al deze activiteiten kan coördineren. Hierdoor krijgt u een steeds verfijndere beheersing over uw lichaamsfuncties.  
Op het fysieke niveau leren we door te experimenteren. Dit is een spontaan  ‘trial and error’ proces, leren door fouten te mogen maken, waardoor iedere volgende poging steeds succesvoller wordt.  
Leren op dit niveau gebruiken we in organisaties bijvoorbeeld wanneer we geheel nieuwe problemen, waar nog geen ervaring mee opgedaan is,  proberen op te lossen of geheel nieuwe producten of diensten trachten te ontwikkelen. Een veel gebruikte techniek is de brainstorm, waarbij we eerst zo veel mogelijk ideeën opperen (trial) en vervolgens pas kritisch bedenken welke bruikbaar kunnen zijn (We elimineren de error). Belangrijk bij experimenteel leren is, dat we ons vrij moet kunnen voelen om fouten te maken. Zonder de mogelijkheid dat iets eerst fout mag gaan, is experimenteren onmogelijk. Daarvoor moeten voorwaarden worden gecreëerd. Zo kan het verstandig zijn bij de productie van een nieuw prototype eerst een kleine serie of partij te draaien, zo dat de schade door falen beperkt blijft.  
Leren door trial and error wordt als leermethodiek echter ten onrechte gebruikt, wanneer dezelfde problemen telkens maar weer ad hoc benaderd worden, alsof het nieuwe knelpunten zijn, terwijl we ze al veel vaker bij de hand gehad hebben en ze voor hadden kunnen zijn. Of wanneer we verzuimen te leren van de ervaringen die anderen daar al met vergelijkbare problemen hebben opgedaan. 

2. Veiligheids niveau: leren onderscheiden of  impulsief reageren gepast is. 
De behoefte aan veiligheid stimuleert ons nieuwe situaties snel in te schatten en indien nodig adequaat te reageren op acuut gevaar. Een hele kleine baby kent nog geen gevaar omdat alle indrukken nieuw voor hem zijn. Maar door gewenning gaan we geleidelijk aan patronen herkennen. Toen u ongeveer 10 maanden was begon u voor het eerst op te merken dat sommige gebeurtenissen afweken van wat gewoon en vertrouwd voor u was geworden en u werd daardoor ook bang, wanneer er iets onverwachts gebeurde. Tot deze leeftijd laat een kind zich bij voorbeeld door iedereen uit de wieg tillen. Maar tegen de tijd dat het kind bijna een jaar is wordt het éénkennig en schrikt van een vreemd gezicht en zal het zich omdraaien of proberen om  wat hem bang maakt weg te duwen.  
Later veroorzaakt niet alles wat vreemd is en van de vertrouwde structuur afwijkt automatisch vrees, maar leren we werkelijke en vermeende dreigingen steeds genuanceerder te onderscheiden. Voor dit leerproces heeft een kind een veilige omgeving nodig, waarin het leert moed te vatten opdoemende potentiële gevaren kritisch te onderzoeken en te overwinnen, terwijl hij beschermd wordt tegen echte ongelukken. 
We reageren op die momenten waarop we denken dat we niet veilig zijn impulsief. Dat gaat vliegensvlug, want er is geen tijd te verliezen. Instinctief en intuïtief weten we hoe te handelen. Er wordt een extra dosis adrenaline aangemaakt en we vertonen (non- verbaal of verbaal) vlucht en vecht gedrag. Dat is in levensbedreigende situaties ook de meest adequate reactie: wanneer er ontploffingsgevaar in de machinekamer ontstaat is er meestal geen tijd om rustig na te denken. Maar in een heleboel andere situaties kunnen we reageren alsof we in gevaar zijn (Inclusief ons adrenaline peil), terwijl er niet werkelijk sprake is van een acute fysiek- bedreigende situatie. Door gewenning leren we in een beschermde omgeving welke risico’s we verantwoord kunnen nemen.  
Uw werk biedt u tal van samenwerkingssituaties waarin u de gelegenheid krijgt uw lagere impulsen te leren beheersen door ‘tot tien te tellen’, in dat bewust gecreëerde moment scherp te observeren en snel te beslissen of uw eerste impulsieve reactie wel of niet effectief is. In uw werk kunt u ook onverwachte situaties tegenkomen, waarin u onmiddellijk moet reageren en naderhand verrast bent dat u zomaar intuïtief wist wat u te doen stond, terwijl u niet wist dat u dat in u had. 
Een voorbeeld in de organisatiecontext is bijvoorbeeld het voeren van moeilijke CAO-onderhandelingen. Daarbij is het – mede door een veranderde fysiologische gesteldheid - moeilijk onze primitieve reacties tijdens de besprekingen onder controle te houden. We weten verstandelijk, dat emotionele reacties de tegenpartij in het nauw kunnen drijven, waardoor het conflict juist escaleert. We beheersen onder normale omstandigheden de vaardigheden om te vermijden dat de andere partij zich aangevallen voelt, maar we blijken deze als we ons zelf met de rug tegen de muur voelen staan toch niet toe te durven passen. We reageren direct impulsief en denken niet na over het effect dat dat veroorzaakt. 
Een ander voorbeeld is het geven van duidelijke regels en voorschriften om te voorkomen dat mensen op kritieke momenten ongewenst impulsief zullen reageren. 

3. Sociale niveau: leren door imiteren.  
De behoefte om er bij te horen en deel uit te maken van de groep stimuleert ons het gedrag van andere groepsleden te imiteren. Door net zo te doen als zij, bereiken we dat we door de groep geaccepteerd worden. Toen u door trial and error had uitgevonden hoe u uw stembanden kon gebruiken, imiteerde u vervolgens de klanken die u werden voor gedaan. Toen u uw spieren voldoende beheerste kwam u door het gedrag van anderen in uw omgeving op het idee om te proberen rechtop te gaan lopen. (Een door de wolven opgevoed kind doet dat niet, maar blijft zich net als de andere leden van de wolventroep op vier ledematen voortbewegen.)  Als peuter deed u vader en moeder na: schonk op precies dezelfde wijze thee als zij met het kleine serviesje, speelde winkeltje of stopte poppen in bed. Hierdoor begeeft u zich op een complexer niveau van leren, waarmee u zich vooral ook sociale vaardigheden eigen kan maken. 
In organisaties vindt leren door imitatie vooral plaats wanneer we deel uit maken van een nieuwe groep. We passen ons als als sollicitant of leverancier zo veel mogelijk aan de cultuur van onze gastheer aan om door hem te worden geaccepteerd. Een nieuwe werknemer werken we in zodat hij werkzaamheden op dezelfde manier als zijn voorganger leert vervullen. Een nieuwe taak doen we voor, zodat hij de kunst kan afkijken. We houden andere aanbieders op de markt nauwlettend in de gaten en analyseren hun nieuwe producten, om deze na te kunnen maken zonder dat we er dezelfde dure ontwikkelkosten (experimenteel leren) voor hoeven te maken en wachten eerst af hoe het product ontvangen wordt en of er bijvoorbeeld geen claims komen (leren op veiligheidsniveau). In ons netwerk zoeken we naar mensen die al ervaring hebben met wat wij voor het eerst voor elkaar proberen te krijgen. 
Ongewenst leren door imitatie komt voor wanneer we bijvoorbeeld andere aanbieders op de markt  na- apen in plaats van dat we zelf een product of dienst ontwikkelen, die nog beter voldoet aan de wensen van de klant.  

4. Waarderings niveau: leren door beloning en straf 
De behoefte aan waardering stimuleert ons om rekening te houden met wat anderen (ouders, leerkrachten en later ook leeftijdsgenootjes) van ons vinden. Dit is het leren door beloning en straf. We leren op die manier de normen van onze sociale groep (het gezin, de school) ontdekken, waardoor we het ‘geweten’, het besef van goed en kwaad ontwikkelen. Op school werden we -zoals we in het begin van dit hoofdstuk zagen - op grond van cijfers beoordeeld. Leren door te experimenteren en door imitatie werd soms wel, maar lang niet altijd gewaardeerd.  
Doen we het goed in de ogen van degene die belangrijk zijn, dan ontvangen we complimenten en worden gerespecteerd. Hierdoor wordt ons gevoel van eigenwaarde gevoed en leren we ons zelf te respecteren. Bij dezelfde (of nog betere) prestaties voelen we ons automatisch trots, ook al zijn zij, die ons referentiekader eerder beïnvloed hebben, nu misschien niet meer in de buurt. 
 
Op de eerste drie niveaus lag het motief om te handelen in onszelf: we deden iets omdat we dat geheel uit onszelf wilden. Daarom spreken we van intrinsieke motivatie om te leren. De prikkel om waardering van anderen te willen verdienen noemen we extrinsieke motivatie. We doen iets dan niet omdat we dat zelf zondermeer graag willen, maar omdat we er waardering van anderen mee willen bemachtigen. Ook al doen we dat in gedachten en is die ander niet werkelijk aanwezig.  
In organisaties vindt leren op dit niveau op grote schaal plaats: goed en kwaad blijkt op organisatieniveau in veel gevallen cultuurbepaald te zijn. Wat in de ene organisatie gewaardeerd wordt (bijvoorbeeld initiatief) blijkt in de andere afgekeurd te kunnen worden (omdat daar volgzaamheid wordt gevraagd). Er zijn formele normen, die bijvoorbeeld in het arbeidsreglement te vinden zijn, maar ook informele normen, die niet officieel zijn vastgelegd. Normen zijn gebaseerd op waarden, die expliciet aangegeven kunnen worden, of die we uit reacties op ons gedrag moeten zien af te leiden. In beoordelingsgesprekken worden we (als het goed is) beoordeeld volgens eerder aangegeven beoordelingsnormen. Hierdoor bewaakt de leidinggevende dat de medewerker op de van de organisatie verlangde wijze bijdraagt aan het bereiken van de organisatiedoelen.  
Een ander voorbeeld is kwaliteitszorg, waarbij de medewerker zelf evalueert of het door hem vervaardigde (half) product voldoet aan de wensen van de klant.  
Ongewenst leren door beloning en straf vindt plaats wanneer we de standaard oplossing blijven bieden, waarvan we weten dat ze geaccepteerd is in plaats van dat we vanuit ons persoonlijke creatieve vermogen onze eigen unieke en authentieke antwoord geven, waardoor we ons van anderen onderscheiden. 

5. Ontplooiingsniveau: bewustwording; ego-ontwikkelend en ego- overstijgend leren   
Wanneer aan de voorafgaande behoeften in redelijke mate is voldaan blijken wij mensen vervolgens op zoek te gaan naar de levensvervulling die ons een diep geluk moet brengen. Bij deze zoektocht gaat het er om twee schijnbaar tegenstrijdige leerprocessen in evenwicht te brengen.  
Aan de ene kant stimuleert deze behoefte aan zelfontplooiing ons te ontdekken welke unieke persoonlijkheid we zijn en welke potentie we in ons hebben. We worden ons steeds sterker bewust wat we zelf van moment tot moment voelen en willen en geven daar op onze eigen wijze uitdrukking aan. Bewustwording betekent het afschudden van niet bij ons passende waarden die we vanuit de behoefte aan waardering in ons op hebben genomen, maar die ons tegelijkertijd ook beperken. Het gaat hier om aangeleerde gewoonten, normen, waarden, de wijze waarop we de wereld om ons heen hebben leren interpreteren, kortom: ons referentiekader. Daarvan achterhalen we stap voor stap wat wel en wat niet bij ons past. Hierbij hoort ook dat we onze eigen doelen duidelijk krijgen en dat we ons bewust worden wanneer we te onrechte doelen van anderen voor onze eigen doelen aanzien. We ontdekken zo wie we werkelijk zijn door ons te bevrijden uit de greep van de kinderlijke patronen, die ons afhankelijk maken en we leren in toenemende mate voor onze persoonlijke behoeften op te komen. Belangrijk is het thuiskomen bij ons zelf door het vinden van onze eigen identiteit en door de verantwoordelijkheid te nemen om voor onze eigen belangen op te komen waardoor we niet langer een machteloos slachtoffer zijn van omstandigheden die ons ongewild overkomen. Zo groeien we in toenemende mate uit tot een unieke volwassen persoonlijkheid. Dit leerproces kunnen we aangeven als ‘het ontwikkelen van een sterk en flexibel ego’.  
 
Aan de andere kant is het net zo belangrijk om rekening te houden met de behoeften van anderen en te leren naar win- win situaties te streven. ‘Ik respecteer mezelf’ en ‘ik respecteer u in dezelfde mate’ is de meest gezonde basishouding. Door dit standpunt aan te nemen leren we ons steeds beter in anderen te verplaatsen en hierdoor als het ware door de bril van die ander naar onszelf kijken. We leren inzien dat we niet de enige unieke persoonlijkheid op aarde zijn en ook niet het middelpunt waar alles om draait, gescheiden van de rest van de wereld. Deze kinderlijke illusie maakt plaats voor het groeiend besef dat we onderdeel zijn van een groter systeem, een samenhangend geheel dat meer is dan de som van haar samenstellende delen. We maken als mens deel uit van verschillende sociale groepen en wanneer we leven vanuit het kinderlijke principe van ‘ikke, ikke en de rest kan stikken’, roept dat vroeger of later van anderen een tegenreactie op, waardoor we juist onze behoeften niet vervuld krijgen. Het kan misschien even lijken, dat iemand zijn belangen eenzijdig door kan drukken, maar met zo’n schijn- overwinning is tegelijkertijd ook de kiem van verzet en tegenwerking in de toekomst gelegd. Het kan korter of langer duren. De reactie kan openlijk plaatsvinden of op een ongrijpbare wijze via ondergronds verzet, maar een ander zal slechts aan uw belangen meewerken, wanneer hij daar uit vrije wil voor heeft gekozen. Hij gunt u uw voordeel alleen, wanneer hij er van overtuigd is, dat u zijn belangen ook begrijpt en daar zo veel mogelijk als in uw vermogen ligt aan tegemoet probeert te komen.  Zo leren we in te zien dat we niet kunnen winnen ten koste van een ander en dat we alleen maar samen kunnen winnen. Dit tweede aspect van het leerproces op ontplooiingsniveau kunnen we aangeven als ‘het overstijgen van ons ego’. Daarbij is het belangrijk te beseffen dat we ons ego niet kunnen overstijgen, wanneer we het niet eerst hebben opgebouwd. Met andere woorden: uzelf wegcijferen geeft niet het gewenste resultaat, want wanneer we niet in staat zijn van onszelf te houden zijn we ook niet in staat onze naasten te beminnen. 
De essentie van het leren op ontplooiingsniveau is dat we ons op meta- niveau (op een hoger abstractieniveau) begeven en vanuit die helicopterview naar onszelf in interactie met de ander te kijken.  
De leercyclus op metaniveau verloopt ook via de cyclus van Kolb, maar ligt dus op een hoger abstractieniveau.We kunnen door onze mogelijkheid op meta niveau te gaan daarmee dus leren hoe we ‘leren’. Door te leren ‘leren’ bewandelen we eigenlijk twee sporen: we nemen zelf deel aan het leerproces en tegelijkertijd staan we er ook boven en observeren ons zelf. Door het ontwikkelen van een helicopterview verandert het cirkelvormige leerproces van Kolb in een dubbel leerproces
 
Agyris noemt deze vorm van leren waarbij wat we met ons referentiekader oproepen ter discussie staat het ‘dubbele- lus leren’. Dit in tegenstelling tot het cyclische leerproces, waarin ons eigen denkkader niet terdiscussie staat en dat hij het ‘enkele lus leren’ noemt.
In organisaties hebben we dit helicopter- leren nodig om een lerende organisatie geboren te laten worden. Want als we het leermodel van Kolb op onszelf, ons team of onze organisatie toepassen kunnen we stagnatie in die leerprocessen opsporen en verhelpen. 


Grotere verantwoordelijkheid

We hebben gezien dat deze zes natuurlijke leermethoden zich achtereenvolgens ontwikkelen naarmate het kind ouder wordt. In die zin zit er – lijkt me – (net als in de behoeftehiërarchie van Maslow) ook een zekere hiërarchie in deze leermethoden: u moet de voorafgaande methode in redelijke mate beheersen om de volgende leermethode te kunnen ontwikkelen. Als u fysiek onvoldoende in staat bent is het onmogelijk uw impulsen te volgen en kunt u anderen ook niet imiteren. Wanneer u zich onveilig voelt wilt u – denk ik- niet bij de groep horen en is er geen motief om hen na te volgen. Wanneer u zich niet in belangrijke mate geaccepteerd voelt en u niet voldoende op iemand gesteld bent, bent u ook niet gevoelig voor zijn oordeel over u en maakt u zijn normen niet tot de uwe. U zal eerst de fase van aanpassing aan uw sociale groep door moeten voordat u uw eigen identiteit volop kan ontwikkelen zonder voortdurend in conflict te komen met anderen.Teamwork vereist het niveau van ego- overstijgend leren. 
Hieronder vindt u een samenvattend overzicht van de 6 natuurlijke leermethoden. 
 
Fig. 3: Natuurlijke leermethoden 

behoefte 

methode van leren 

voorbeeld 

1 Fysieke behoefte 

Experimenteren 

Brainstorm 

2 Veiligheidsbehoefte 

Selectieve instictieve/ intuitieve reactie  

Conflicthantering 

3 Sociale behoefte 

Imiteren 

Inwerken  

4 Behoefte aan waardering 

Leren door beloning en straf 

Personeelsbeoordeling

5 Behoefte aan ontplooiing 

Ego- ontwikkelend leren 

Verbeterproces 

6 Behoefte aan zingeving 

Ego overstijgend leren 

Teamwork 

 

Terug naar het overzicht



Hoe ontwikkelt zich probleemoplossend vermogen? Wat is de invloed van tijd op het vergeten van informatie? Welke emoties zijn gemakkelijker te herkennen dan andere? Hoe kun je impliciet leren? Antwoorden op deze en andere vragen kun je vinden via het interactieve ICT-programma ZAP, dat op 18 mei de Nationale ICT-Award won.    

 

ACTUEEL! ZAP heeft op 18 mei jongstleden, tijdens het Nationaal ICT Event (een initiatief van het Ministerie van Economische Zaken, Nederland~ICT en Media Plaza), de Nationale ICT-Award in de categorie Overheid en Non-profit  ontvangen. De Nationale ICT Award wordt uitgereikt aan een organisatie of instelling die ICT en e-business een prominente plaats in de strategie heeft gegeven en die de invoering daarvan actief ondersteunt. “Met ZAP zijn de winnaars erin geslaagd om een professionele, innovatieve oplossing te verzinnen (in hapklare brokjes) voor onderwijskundige toepassingen. Dit product geeft de noodzakelijke veranderingen weer om studenten van de ZAP-generatie op een actieve manier bij het onderwijs te betrekken. Het adagio van ZAP: science is fun!” aldus de jury.  Meer informatie over de prijs op www.vnunet.nl/nie2004

Wat is ZAP? 
ZAP staat voor Zeer Actieve Psychologie.  Het ZAP computerprogramma biedt interactief leermateriaal voor ontdekkend en ervarend leren in het vakgebied van de psychologie. Het programma bevat 45 fenomenen of experimenten uit de psychologie, kortweg "ZAPs" genoemd. Ieder fenomeen of experiment wordt, na een korte inleiding, uitgewerkt aan de hand van een multimediale simulatie. Na de simulatie wordt ingegaan op de datainterpretatie en wordt de achterliggende theorie behandeld.  
Er zijn drie typen ZAPs ontwikkeld. In ontdekkings-ZAPs kunnen studenten de rol van onderzoeker aannemen en zelf experimenteren met een virtuele proefpersoon of een virtueel proefdier. In experiment-ZAPs zijn de studenten zelf proefpersoon en kunnen ze hun eigen data bekijken en interpreteren. In ervarings-ZAPs kunnen studenten zelf direct ervaren hoe zij op bepaalde stimuli reageren.  
 
Voor wie is ZAP bedoeld? 
ZAPs (de afzonderlijke fenomenen of experimenten met bijbehorende simulatie en teksten) kunnen door docenten en studenten (en andere geinteresseerden) worden bekeken en gedownload vanaf een centrale website. Docenten kunnen de ZAPs inpassen in hun onderwijs. Studenten kunnen het bijvoorbeeld gebruiken om meer inzicht te krijgen in theorieën. En voor iedereen die geïnteresseerd is in psychologie is het een leuke manier om kennis te nemen van diverse fenomenen.  
De ZAPs zijn al gebruikt in inleidende cursussen bij de Universiteit Twente en de Erasmus Universiteit Rotterdam en door de studenten met enthousiasme ontvangen. Volgens de docenten blijken de studenten de theorieën, die behandeld worden in de ZAPs, gemakkelijk te onthouden*. 
 
Hoe werkt het nu precies?
Of en hoe het werkt is het makkelijkst uit te vinden door het zelf maar eens uit te proberen op: http://zap.edte.utwente.nl/.  
Om het zelf eens uit te proberen heb ik uit de alfabetische opsomming van 45 ZAPs het onderwerp “Impliciet Leren” aangeklikt. Als extra uitleg staat er naast: “Het onbewust aanleren van een complexe regel.” 
Een korte inleiding volgt, waarin aan de hand van twee voorbeelden, het leren bespelen van muziekinstrument en typen, wordt uitgelegd dat oefening en volgorde van belang is bij het aanleren en automatiseren van vaardigheden. Maar hoe leren de mensen nu een specifieke volgorde van handelingen uitvoeren? De site geeft aan: “Er is veel studie gedaan naar de manier. Een reden daarvoor is dat de manier waarop een volgorde wordt geleerd niet per se bewust hoeft te zijn. Onbewust één of meer regels leren wordt ook wel impliciet leren genoemd. In dit experiment leer je zelf op impliciete wijze een complexe regel.”   
Vervolgens krijg je een experiment gepresenteerd waarin je via je toetsenbord een reeks van handelingen (met toetsaanslagen aangeven in welk vak een balletje te zien is) moet uitvoeren. Actief is het zeker en vergt wel even tijd (minuut of 5). Aan het einde van het experiment geeft een grafiek mijn scores weer en kan ik de scores afzetten tegen referentiescores. Wat wel handig bleek in mijn geval omdat mijn scores wat afweken van de te verwachten scores. Dat kan nu eenmaal gebeuren met experimenten, niet iedereen past in de theorie. Maar de uitleg daarna en de datainterpretatie maken wel duidelijk waar het om gaat. Wel komen er voor niet-ingewijden wat onbekende termen in de tekst naar voren: “Het experiment in deze ZAP is een voorbeeld van een paradigmatische taak, in dit geval de seriële reactietijdtaak.” Bij de onbekende termen kun je echter verder klikken en krijg je een popup-schermpje met nadere uitleg en verdere verwijzingen (en nog meer termen).  
De tekst eindigt, het gaat tenslotte om het bedrijven van de wetenschap, met het oproepen van meer vragen: “Ook al is impliciet leren makkelijk te observeren met de seriële reactietijdtaak, toch is nog lang niet alles bekend over het mechanisme waarmee impliciet leren plaatsvindt. Er zijn dan ook nog veel vragen onbeantwoord. Een interessante vraag is bijvoorbeeld: wat leer je eigenlijk tijdens impliciet leren? Het lijkt op het eerste gezicht eenvoudig zo te zijn dat je een bepaalde volgorde van handelingen leert. Maar wat voor volgorde leer je dan precies?” Duidelijk wordt dat er nog heel wat te leren valt op dit gebied.

Het geheel is door de experimentjes leuk om te doen en wakkert hoe dan ook de (wetenschappelijke) nieuwsgierigheid wel aan. Als incidenteel bekeken onderdeel beklijft het waarschijnlijk  niet onmiddellijk, maar ingebed in een uitgebreidere behandeling van de theorie kan ik mij zeker voorstellen dat het extra waarde heeft.  

Wie hebben dit gemaakt?
Het ZAP-project is een samenwerkingsproject tussen de Universiteit Twente en de Erasmus Universiteit Rotterdam (EUR). Aan beide universiteiten is aan verschillende aspecten van het project gewerkt. Het ZAP-project wordt gesubsidieerd door SURF Educatie. Projectcoordinator is prof.dr. Ton de Jong (Faculteit Gedrags Wetenschappen van de Universiteit Twente). 

Waar is meer hierover te lezen?
Verdere informatie over ZAP is te vinden op: http://www.publiekesector.nl onder praktijkvoorbeelden; http://www.surf.nl onder Projecten -> Platform ICT en Onderwijs; http://goodpractices.surf.nl/ , http://www.easa-award.net en binnenkort ook op http://elearning.surf.nl/
Een artikel over ZAP is verschenen in het tijdschrift Onderzoek van Onderwijs (Jaartal 2003, Volume 32(4), pagina 64-66). 


* Bron: Zeer Actieve Psychologie (ZAP) Casenummer: 1333 Uit: http://www.publiekesector.nl/ Programma Innovatie en kwaliteit publieke sector, Ministerie van Binnenlandse zaken en koninkrijksrelaties 


Auteur: Helma Vlas (ITBE)
Met dank aan Tessa Eysink voor nadere informatie. Zij is als wetenschappelijk medewerker van de faculteit Gedrags Wetenschappen actief betrokken geweest bij het ZAP-project.  


Rob's studieverloop is heel grillig; pittige, zwaar theoretische, vakken gaan soms voortreffelijk, projectonderwijs gaat soms wel aardig maar soms ook niet goed en er zijn perioden dat er helemaal niets lijkt te lukken. Docenten raken vertwijfeld; "Hij is zeker niet dom, maar ... het gaat niet goed!" De studieadviseur houdt een onbehaaglijk gevoel na gesprekken met de student: er is niet echt contact en hij heeft geen greep op de situatie. Is er nu sprake van een vaardigheidstekort of is er sprake van een stoornis? Hoe ervaart Rob zijn studie nu eigenlijk? Hoe ga je hier als studieadviseur of als docent nu mee om? Wat mag je van Rob wel verwachten en wat niet?
Deze vragen zijn aan de orde gekomen in een onlangs door het Platform Studiebegeleiding van de Universiteit Twente en de Stichting Studie & Handicap georganiseerde voorlichtingsbijeenkomst over studenten met Autisme Spectrum Stoornissen (ASS).

Autisme Spectrum Stoornissen (ASS)

Door de informatieverwerkingsstoornis ondervinden ASS’ers problemen op het gebied van  contact, communicatie en omgaan met veranderingen. Op de website van het Expertisecentrum voor Handicap en Studie wordt aangegeven dat de kern van een autisme spectrumstoornis ligt in de prikkelverwerking in de hersenen. Studenten hebben grote moeite om de op hen afkomende prikkels te selecteren, te ordenen en er de juiste betekenis aan te verlenen. Om hier zo goed mogelijk mee om te kunnen gaan zijn ze aangewezen op een aangepaste ondersteuning door mensen die de oorzaken van hun problemen begrijpen. Een duidelijke structuur en een stap-voor-stap begeleiding kan deze studenten al aanzienlijk helpen om beter te kunnen functioneren.
Maar vaak ontvangen deze studenten onvoldoende specialistische ondersteuning en krijgen ze te maken met problemen die de studievoortgang belemmeren. De stoornis wordt ook lang niet altijd herkent en erkent, al is er wel steeds meer bekend over deze stoornis. Meer informatie hierover is bijvoorbeeld te vinden op:  http://www.handicap-studie.nl/index.cfm?pid=37&itemid=164&contentitemid=4 of op http://www.autismecentraal.com/

Een reader over ASS
De commissie Studeren met Autisme verzamelde 1,5 jaar lang informatie over het verminderen van onnodige studiebelemmeringen in het hoger onderwijs voor studenten met ASS. Dit resulteerde in een praktische reader.
De reader is zowel bedoeld voor studenten met een autisme spectrumstoornis in het hoger en wetenschappelijk onderwijs als hun begeleiders, zoals studieadviseurs, studentendecanen en docenten. De reader omvat algemene informatie over autisme spectrumstoornissen en adviezen voor studenten, docenten en studentbegeleiders over succesvol studeren. Alle begeleidings- en ondersteuningsmogelijkheden die er in het land zijn op dit gebied, zijn geïnventariseerd. In de reader is een bijlage opgenomen met uitspraken van studenten met autisme en een ervaringsverhaal van een student met een autisme spectrum stoornis.
De reader is vanaf 12 mei tegen portokosten verkrijgbaar bij Handicap + Studie via 030-2753300 of via:
algemeen@handicap-studie.nl 
 
 
Tips voor het begeleiden van studenten met ASS op hun stage- of werkplek
Op de site van het Landelijk Netwerk Autisme is een lijst te vinden met tips voor de begeleiding en uitplaatsing van leerlingen/studenten met een stoornis binnen het autistisch spectrum, naar een stageplek of reguliere baan. Hoewel niet specifiek opgesteld voor studenten in het hoger onderwijs, zijn veel van de tips zeker geldend en bruikbaar. Zie: http://www.landelijknetwerkautisme.nl/html/5_tipsvervolg1.html 


Strategische oriëntatie op differentiatie en flexibiliteit in het  onderwijs aan de UT en de rol van ICT hierbij - Een notitie van de Stuurgroep ICT in het Onderwijs November 2003

De inzet van ICT in het onderwijs wordt gezien als een middel om zowel de kwaliteit van het onderwijs als de flexibiliteit te versterken. Waarbij zowel gedacht kan wordne aan docent-intensief en campus-based onderwijs voor de primaire doelgroep (initiële-fase-studenten) als aan extensiever en flexibeler onderwijs voor nieuwe doelgroepen (post-initieel, internationaal, etc.). Bij beide typen aanbod speelt ICT een belangrijke, maar wel verschillende rol. Maar, hoewel de UT op het niveau van infrastructurele en technische voorzieningen op ICT gebied een voorhoedepositie inneemt en er vele interessante onderwijskundige toepassingen zijn ontwikkeld, blijkt de strategische benutting van ICT nog onvoldoende ontwikkeldte zijn. . 
De Stuurgroep ICTO heeft in de periode augustus-oktober 2003een gespreksronde met de faculteiten gehouden met als doel om de strategische doelen en keuzes op het terrein van onderwijs  te inventariseren en te analyseren op implicaties voor de inzet van ICT. Op basis hiervan zijn aanbevelingen gedaan voor een instellingsstrategie voor ICT in het onderwijs.   
In bijgevoegde notitie (de korte versie van de volledige nota) zijn de algemene conclusies en aanbevelingen die uit deze gespreksronde zijn voortgekomen weergegeven.  

De UT Campus Blend notitie


Beoordelen is onderdeel van je taak als docent. En een belangrijk onderdeel, want het geeft de student aan waar zijn/haar sterke en zwakke punten liggen. Toch wordt beoordelen vaak nog als sluitpost van het onderwijs gezien en doen de studenten (te) weinig met de correcties. Hoe kan het beoordelen zinvoller worden en tegelijk efficiënt blijven? Enkele tips en informatiebronnen die hierbij kunnen helpen.  
 

1) Bedenk waarvoor de beoordeling bedoeld is. Wil je er een leereffect mee bereiken, zorg dan dat een student een dusdanige terugkoppeling op de vragen krijgt, dat hij/zij er zelf iets van kan leren en zichzelf kan verbeteren.

2) Maak de verwachtingen vooraf helder. Geef de studenten ruim van te voren aan welke resultaten je verwacht en welke beoordelingscriteria er gelden. Dit voorkomt fouten, onduidelijkheden en een verkeerde voorbereiding door de student. De beoordeling achteraf zou geen verassing mogen zijn.

3) Gedetailleerde kritiek heeft weinig zin als de studenten er daarna niet meer naar kijken of niets mee hoeven doen. Volsta dan met wat algemener commentaar. 

4) Weet wat je toetst. Gaat het om kennis, begrip, toepassing, analyse, synthese en evaluatie? De formulering van de toetsvraag is bepalend voor de mate waarin en wijze waarop de student moet nadenken en voor het type antwoord. Bekijk hiervoor bijvoorbeeld eens de Taxonomie van Bloom:  http://www.leren.nl/cursus/leren_en_studeren/actief_leren/soorten_vragen.html of 
http://icloniis.fsw.leidenuniv.nl/walhain/geschiedenis/Level_3/Didactiek/Syllabus/Bloom/TAXONOMI.HTM

5) Plan ruim tijd in voor het beoordelen, maak het geen sluitpost, maar beperk je ook in wat je beoordeelt. Niet alles hoeft in een tentamen getoetst te worden. Beperk je tot de hoofdzaken of beoordeel onderdelen al tussentijds. De hoodzaken zijn het makkelijkst te onderscheiden door weer terug te kijken naar de doelstellingen voor het vak.

6) Focus op de merites en niet op de kleinere tekortkomingen (spelfouten e.d.). Deze mogen wel aangerekend worden, maar gebruik je kostbare beoordelingstijd vooral voor de kennis en bekwaamheden die je wilde toetsen.

7) Besteed niet te veel tijd aan wanprestaties of prestaties onder het niveau. Spreek er je verbazing over uit, luister naar de reactie van de student (mogelijk is de opdracht niet goed begrepen bijvoorbeeld) en bespreek hoe de student zich kan verbeteren. Maar blijf er niet over doorzagen of zeuren.

8) Misschien bij vastgestelde tentamenperiodes minder realiserebaar, maar kijk eens of het mogelijk is een tentamen wat eerder in de tijd te plannen. Iemand die het tentamen meteen haalt, houdt wat tijd over. Iemand die het niet haalt, krijgt de tijd om na te gaan waar de fouten zitten en zich beter voor te bereiden voor de tweede kans. 

9) Markeer met een gele stift alles wat juist erg goed is. Dit maakt voor de student ook duidelijk wat hij/zij al wel goed kent/kan. Toon interesse in de vorderingen, neem het werk van studenten serieus. Dit stimuleert studenten eerder om harder te werken dan de gedachte dat docenten het nakijken als een vervelende klus zien. 

10) Als het om (tussentijdse) opdrachten gaat: formuleer je commentaar positief (Wat is al goed? Hoe zou het nog iets beter kunnen?) in plaats van negatief. Dit stimuleert de studenten eerder tot verbeteren. Of stimuleer de stu-dent(en) om zelf met verbeteringsvoorstellen te komen.

11) Verwelkom de extra bijdragen; vragen van studenten, extra informatie die iemand heeft opgezocht, verassende argumenten, oorspronkelijke gedachten...

12) Bij (tussentijdse) opdrachten of toetsen: laat studenten zichzelf beoordelen (vorm van reflectie) en/of laat ze elkaar feedback geven. Je kunt hiervoor de beoordelingscriteria aanreiken of deze criteria (zeer leerzaam!) vooraf samen met de studenten opstellen.  

13) Breng zelf géén verbeteringen aan in de tekst, maar maak wel duidelijk welke verbeteringen nodig zijn. Veelvoorkomende fouten kun je markeren met behulp van gestandaardiseerde correctiesymbolen (zie bijvoorbeeld: Systeem van correctietekens).

14) Vermijd vermoeidheid: een vermoeide beoordelaar is minder goed in staat zorgvuldig en consistent te blijven. Voor meer informatie over bedreigers van de betrouwbaarjheid en consistentie: zie beoordelingseffecten .

Geraadpleegde en/of aan te raden informatiebronnen:

http://odur.let.rug.nl/projects/asv/docenten/teksten_beoordelen/tips.htm Online schrijfcentrum - voor docenten - beoordelen - tips

http://www.score.hva.nl/d_toetsvormen.html Hogeschool van Amsterdam - Score. Een site over toetsvormen.

 artikel: Weg met het rode correctiepotlood. Geert Kinkhorst in HBO-Journaal, mei 2002.

 boek: Toetsen in het hoger onderwijs. Berkel, H. van, Bax, A. (red.) Uitgever Bohn Stafleu Van Loghum; Publicatie datum 2002; Plaats van publicatie Houten/Diegem; ISBN 9031336394; 
In het maartnummer (2003) van het Tijdschrift voor Hoger Onderwijs is een boekbespreking door Willem Hofstee (RUG) te vinden.URL http://www.tvho-online.nl

 boek: Toetsing in probleemgestuurd onderwijs. Vleuten, C.P.M. v.d., Driessen, E.W. Gepubliceerd in Hoger Onderwijs Praktijk; Uitgever Wolters-Noordhoff; Publicatie datum 2000; Plaats van publicatie Groningen; ISBN 9001905447

 boek: Leren beoordelen. Woerkom, M. van, Lokman, A.H. Uitgever Bureau Arbeids-marktonderzoek, STOAS; Publicatie datum 1998; Plaats van publicatie Wageningen; ISBN 90528550x

Auteur: Helma Vlas, onderwijskundig medewerker/docententrainer dienst Informatietechnologie, Bibliotheek en Educatie - Universiteit Twente. E-mail: w.d.j.vlas@utwente.nl; tel.: 053-4892608.


ICT en onderwijs horen tegenwoordig onlosmakelijk bij elkaar. Toch worden inzichten over het onderwijs en de mogelijkheden van ICT niet altijd een-op-een verbonden. In Nederland komt de laatste tijd de discussie rondom “digitale didactiek” wel meer op gang en ook de Universiteit Twente praat hierover mee.
 
Modellen voor leren
Bij het ontwerpen van onderwijsmaterialen hoort een visie. Waarvoor wil je dit onderwijs en deze onderwijsmaterialen ontwerpen? Wat wil je ermee bereiken? Welke onderwijsdoelen streef je na? Van welke modellen voor leren ga je uit?
In een onderwijsmodel waarin actief leren centraal staat, is het bijvoorbeeld heel goed denkbaar dat studenten zelf kennis creëren en dus zelf ‘leerobjecten’ bijdragen in de context van een vak. Docenten begeleiden het proces van kenniscreatie van de student. De universiteit als kenniscreërende instelling. Maar je kunt ook uitgaan van een hoorcollege en een tentamen als afsluiting van een vak. De universiteit als overdrager van kennis.
Het onderwijsmodel dat je kiest heeft gevolgen voor het invullen en inrichten van de elektronische leeromgeving. De omgeving voor actief leren zal ingericht moeten zijn om ondersteuning te bieden aan de student, procedures moeten hebben voor kwaliteitscontrole van de ontwikkelde kennis en ervoor moeten zorgen dat een docent dit efficiënt kan begeleiden. De leeromgeving voor een vak met hoorcolleges en tentamens kan minimaal zijn, met de gebruikelijke administratie opties.
Er komt een steeds groter besef van modellen voor leren en de manier waarop deze modellen onze digitale leeromgeving beïnvloeden. In Nederland komt de laatste tijd de discussie rondom “digitale didactiek” goed op gang.
 
Digitale didactiek
Digitale didactiek houdt zich bezig met de vraag hoe ICT het beste ingezet kan worden als didactisch hulpmiddel in het onderwijs. Een belangrijke reden om hiermee bezig te gaan is de vraag of de ICT hulpmiddelen ons onderwijs nu echt veranderd (of verbeterd?) hebben. De Universiteit Twente heeft bijvoorbeeld de elektronische leeromgeving TeleTOP, studenten en medewerkers hebben 1 of meer e-mail adressen via het UT-netwerk en maken gebruik van de beschikbare servers, studenten kunnen zich via online systemen inschrijven voor vakken en tentamens en er is een hoop meer, maar heeft dit werkelijk ons onderwijs veranderd?
Bij de stichting SURF (http://www.surf.nl) is een project gestart rondom Digitale Didactiek, op de site http://www.digitaledidactiek.nl/ zijn veel praktische tips te vinden voor het inzetten van ICT hulpmiddelen in het eigen onderwijs. In Utrecht is Professor Simons benoemd tot hoogleraar didactiek in digitale context (zie voor zijn inaugurele rede: http://e-learning.surf.nl/e-learning/onderzoek/1319).
 
Digitale Didactiek op de UT
Op de UT speelt digitale didactiek vooral als onderdeel van losse projecten. Bij onderwijsvernieuwingsprojecten met ICT is een onderdeel altijd gericht op het laten passen van de technologie bij het didactische model. Maar er is ook afzonderlijke aandacht voor digitale didactiek. In het project “zelfstudie met digitale leermaterialen” van de Digitale Universiteit (DU) wordt een model voor projectonderwijs en een model rondom het uitvoeren van taken in het onderwijs uitgewerkt. Dit om deze modellen op een efficiënte manier te kunnen toepassen met hulp van ICT.
In de notitie De UT Campus Blend van de Stuurgroep ICT in het Onderwijs* worden verschillende ontwikkelingen beschreven waar de UT mee te maken krijgt, zoals flexibilisering van onderwijs en differentiatie van doelgroepen en wordt gezocht naar onderwijsmodellen die hieraan tegemoet komen. Door het vastleggen en benoemen van de didactische modellen wordt getracht de beleidsvisie uit de notitie De UT Campus Blend concreter te maken. Uitgangspunt vormen modellen zoals die grotendeels ook al bestaan op de UT. Te denken valt aan modellen voor projectonderwijs, zelfstudie, een hoorcollegemodel en een model waarin leren en werken wordt gecombineerd. Vervolgens wordt van daaruit de relatie gelegd met de te gebruiken digitale leeromgeving. Op deze manier past het denken over leren en digitale didactiek in elkaar, om het onderwijs en de dienstverlening voor onderwijs verder te verbeteren.

Auteur: Koos Winnips, 12-03-2004

* De UT Campus Blend. Strategische orientatie op differentiatie en flexibiliteit in het onderwijs aan de UT en de rol van ICT hierbij.  Een notitie van de Stuurgroep ICT in het Onderwijs (UT), november 2003 

 

Koos Winnips is als medewerker ICT en Onderwijs verbonden aan het ITBE. Hiervoor was hij docent gedragswetenschappen, gespecialiseerd in leren met ICT en ondersteuning van studenten bij het uitvoeren van taken (zie ook http://scaffolding.edte.utwente.nl/). Tegenwoordig houdt hij zich via projecten bezig met software tools voor leren (zie http://www.digiuni.nl/CatalogOSS/ ), zelfstudie en taakgericht onderwijs. Een belangrijk thema is ook het bevorderen van efficientie van de docent. Hoe kan een docent studenten (via ICT) ondersteunen maar niet teveel tijd kwijt zijn aan ondersteuning? Vallen de begrippen efficiëntie en zelfstandig leren te koppelen? 



De kennisproductie gaat razendsnel; voor je iets gevonden hebt, is het al weer bijna veranderd. Voldoen dan nog  de klassieke systematische zoekmethoden? Frank de Mink sprak met informatiespecialist Hanneke Becht over belangrijke bevindingen, trends en vragen met betrekking tot het wetenschappelijk zoeken.

"Wetenschappelijke kennis is sneller verouderd dan 10 jaar geleden", aldus Hanneke Becht, informatiespecialist bij de dienst Informatietechnologie, Bibliotheek en Educatie (ITBE) van de Universiteit Twente. " Toen ik in 1987 zelf promoveerde in de chemische technologie wachtte ik maanden op een artikel uit Zürich, dat vervolgens niet belangrijk bleek te zijn. Dat kan nu niet meer. De kennisproductie is zo snel, dat kennis eerder dan voorheen vervangen wordt door nieuwe vindingen en inzichten. In de bibliotheekwereld vertrouwt men nog te veel op de klassieke systematische zoekmethoden, in de verwachting dat je daarmee alle beslissingen kunt nemen en alles afdekt. Dat is echter niet meer het geval.”

“We krijgen te maken met grote groepen wetenschappers die voor boeken en tijdschriften niet meer naar de bibliotheek toe gaan, maar alles vanachter hun computer doen. In workshops voor aio’s blijkt hoe de huidige generatie aankomende wetenschappers omgaat met internet, collega's, netwerken en congressen. 
Een paar lastige vragen die we met hen tegenkomen zijn:
·        Hoe voorkom ik dat ik omkom in een overmaat aan gegevens, weetjes, en meningen?
·        Hoe selecteer ik en hoe ga ik na of informatie voldoet aan mijn eisen?
·         Hoe kom ik te weten of ik de eerste ben met mijn onderzoek?
·         Hoe weet ik zeker dat  ik voldoende informatie heb?
·         Hoe bepaal ik of wat ik heb gevonden relevant is?
·         Hoe ga ik om met het grijze circuit met concepten van artikelen die nog niet in de gerenomeerde
          tijdschriften  staan?
·         Hoe bouw ik een netwerk van collega's, wereldwijd, die me op de hoogte houden?” 
 
“We zien de sterke groei van informatie, waaronder we bedolven worden, als we er niet slim mee omgaan”, vertelt Hanneke verder. “We zien daarbij dat informatie snel veroudert en vervangen wordt door meer recente inzichten, zodat we steeds het laatste moeten bemachtigen als we mee willen tellen. Er is zoveel informatie dat je altijd maar een deel zult vinden. Dat is geen ramp, zolang je je maar realiseert dat er veel meer beschikbaar is. Dat kan zijn in andere groepen kenniswerkers, met andere interpretaties, andere technieken, andere invalshoeken en misschien noemen ze het zelfs wel andere vakgebieden, waar je gebruik van kunt maken. Informatiespecialisten kunnen helpen met door te breken naar een andere “niche”, door gericht te vragen, door overzicht van vakgebieden, door inzicht in het effect van termen etc.” 
 
Een andere manier van zoeken
“Als methode lijkt het systematisch zoeken minder relevant te worden omdat het geen oplossing biedt voor de overload aan informatie. Wetenschappers van nu geven wij daarom het volgende advies: zoeken en selecteren moet je mede doen op aanraden van informele netwerken, je wetenschappelijke vrienden en kennissen, de discussiegroepen waarin je zit. De wandelgangen van congressen zijn bepalend voor de trefwoorden die je gebruikt, voor je vragen, voor je manier van zoeken, voor het gebruik van nieuwe bronnen en het vastleggen van informatie en opmerkingen en vragen bij die informatie.
Het is alsof toeval en “relatie-management” daarin doorslaggevend zijn. Het gaat minder systematisch en gepland dan we dachten. Het zoeken is minder een proces met een vaste procedure geworden, maar veeleer een iteratief proces: onderweg leer je wat er beschikbaar is. Soms volg je een zijweg, en vind je iets heel belangrijks, soms moet je gewoon geluk hebben. We noemen dat: FICS: finding information with creativity and serendipity.
Dat lijkt minder wetenschappelijk. Elk wetenschappelijk onderzoek is gebaseerd op wat andere mensen eerder hebben gedaan. Je wilt op de schouders van anderen gaan staan. Maar dan moet je wel eerst de relevante en betrouwbare informatie kunnen vinden, die het waard is om op verder te bouwen.“ 

Hanneke beschrijft enthousiast de zoekmanieren die creatieve ontwerpers hanteren: “Ze regelen eerst overleg met anderen, waarin veronderstellingen en associaties ontstaan en worden getoetst. Ze proberen daarbij regelmatig opnieuw te beginnen, niet gehinderd door voorkennis. Alsof ze hun geest even leeg en blanco maken en zuiver naar het probleem kijken. Ze durven intuïtieve invallen en speelse momenten in te bouwen.” “De meeste promovendi blijken nog niet te werken met weblogs, met communities of practice, met de informele kanalen die behulpzaam zijn voor het snel delen van kennis. Met deze werkwijzen kun je veel eenvoudiger de hulp van anderen inroepen bij je zoekproces; je krijgt commentaar van anderen op wat je leerde en vond en kunt jouw commentaren doorgeven. Dit kan samen met zowel experts, als collega’s, peers, informatiespecialisten of software kenners.
Zoeken is niet alleen vooruitkijken naar wat je wilt, maar ook terugkijken wat je al hebt, waarbij je steeds helderder krijgt WAT je zoekt en hoe dat dat past in wat je al weet en nog wilt leren.
Zoeken is geen geïsoleerde activiteit maar een onmisbaar/inherent onderdeel van een leer/onderzoek proces en wordt voortdurend gevoed vanuit dat proces.”
 
 

Geinterviewde, Hanneke Becht, is informatiespecialist bij ITBE/UT (afdeling Bibliotheek). Interviewer Frank de Mink is onderwijskundig medewerker/docententrainer bij ITBE/UT (afdeling Onderwijskundig Centrum).
Informatiespecialisten zijn verantwoordelijk voor de collectie van de Universiteitsbibliotheek, die toegespitst is op het onderwijs en onderzoek aan de UT. Zij geven cursussen en workshops op het gebied van informatievaardigheden voor studenten, aio's en medewerkers. Verder bieden zij individuele hulp bij het definiëren van zoekvragen en het vinden van informatie. Ieder is daarbij gespecialiseerd in een bepaald vakgebied. Bij Hanneke ligt de hoofdmoot van de werkzaamheden bij Technische Natuurwetenschappen.
Contactadres: Hanneke Becht, tel.: 053-489 2077, e-mail hanneke.becht@utwente.nl





Internet biedt een vrij podium voor iedereen die wat wil publiceren. Dit is een prachtige verworvenheid, maar heeft ook wat nadelen. Hoe weet je nu of wat je via Internet vindt, vanuit academisch oogpunt, betrouwbaar is? Er zijn lang niet altijd beoordelaars voorhanden of een eindredactie, zoals bij wetenschappelijke tijdschriften geldt. Gelukkig zijn er ook weer websites met informatie om je te helpen om de betrouwbaarheid van andere sites vast te stellen. En – ook handig – richtlijnen voor het citeren van informatie op websites. 
 
http://manta.library.colostate.edu/howto/evalweb.html
Hoe beoordeel je op een kritische wijze de inhoud van een website? Richtlijnen en tips voor het evalueren van een website. Met checklists voor specifieke sites: Advocacy Web Pages, Business/Marketing Web Pages, Informational Web Pages, News Web Pages, Personal Home Pages. 

http://www2.widener.edu/Wolfgram-Memorial-Library/webevaluation/webeval.htm
De Wolfgang Memorial Library heeft een site voor “Evaluating Web Resources”, opgesteld  door Jan Alexander and Marsha Ann Tate en gebaseerd op hun boek “Web Wisdom: How to Evaluate and Create Information Quality on the Web” (Alexander, J.,  M.A. Tate, 1999.Uitgever: Lawrence Erlbaum Associates).
Met evaluatie-checklists voor “Advocacy Web Pages, Business/Marketing Web Pages, News Web Pages, Informational Web Pages en Personal Web Pages”. En onderwijsmateriaal: “PowerPoint Presentatie: Web Resource Evaluation Techniques; Text Version; Actual Web Pages as Examples”.
Via http://www2.widener.edu/Wolfgram-Memorial-Library/webevaluation/cklstlnk.htm nog veel meer links over dit onderwerp: evalueren van sites en informatie op het WWW.

http://www.kb.nl/coop/detective/ 
De KB Internet Detective op biedt een Nederlandstalige (maar ook in het Engels en Frans voorhanden) interactieve cursus om de kwaliteit van informatie op het internet te leren beoordelen. 
 
http://www.zoekprof.nl/achtergronden/betrouwbaarheid.html
Zoekprof.nl helpt internetgebruikers met informatie over slim zoeken op internet. De site bevat veel praktische informatie over efficiënt zoeken, links naar handige sites en alles over de werking van zoekmachines. De link verwijst naar een artikel over de “Betrouwbaarheid van een internetbron”. Op http://www.zoekprof.nl/cgi-bin/up2u.cgi?qid=5 is een checklist te vinden voor het evalueren van websites.
 
http://www.library.jhu.edu/elp/useit/evaluate/index.html
The Sheridan libraries besteden in “Evaluating Information Found on the Internet” aandacht aan: “Authorship, Publishing body, Point of view or bias, Referral to other sources, Verifiability, Currency, How to distinguish propaganda, misinformation and disinformation, The mechanics of determining authorship, publishing body, and currency on the Internet.”
 
http://www.mogadore.summit.k12.oh.us/portal/search.html#asw
Searching the Internet- Tools, Tips & Tricks. Kijk bijvoorbeeld eens bij: How Good is Your Information from the Web?-Researching & Cross Checking Information Sources
Voor academici is daarnaast “Research & report” interessant. Over het uitvoeren van onderzoek en het schrijven van teksten met behulp van informatiebronnen via Internet: 
http://www.mogadore.summit.k12.oh.us/library/research_papers.html#citation
 
http://www.vuw.ac.nz/staff/alastair_smith/evaln/evaln.htm
Deze pagina geeft verschillende informatiebronnen aan, waaruit je criteria voor het evalueren van via Internet verkregen informatie kunt afleiden.

Hoe citeer je gevonden informatie?  

http://www.bedfordstmartins.com/online/citex.html
Op deze site word het citeren van informatie die je kunt vinden via Internet behandeld. Qua bronnen kun je denken aan: World Wide Web sites, maar ook: email berichten, een web discussie forum, nieuwsgroep berichten,  Real-time communicatie e.d.
Voor de stijl, kun je uitgaan van verschillende stijlen die in de academische wereld gangbaar zijn:


 
http://www.library.ualberta.ca/guides/citation/index.cfm
Citation Style Guides for Internet and Electronic Sources. Een gids speciaal bedoeld voor universitaire stduenten, waarin aandacht wordt besteed aan onderwerpen als: Major Types of Electronic Sources, Citation Components and Examples, Citation Examples Based on APA Style, Citation Examples Based on Chicago Style, Style Guides on the Internet.
 



Wat is het laatste nieuws van de Digitale Universiteit? Lees meer over een nieuwe aanvraagronde, presentaties van onlangs gehouden workshops over o.a. toetsen en standaarden voor e-learning, een vergelijkend onderzoek van portfoliosystemen en evenementen voor de komende tijd.  

(Bron DU,  http://www.digiuni.nl/ of logo linksbovenin op deze VoP-site) 

Nieuwe aanvraagronde tot half mei 2004
De Digitale Universiteit is een consortium van tien hogescholen en universiteiten dat zich richt op het realiseren van kwalitatieve en kwantitatieve schaalvoordelen op het gebied van onderwijs- en opleidingsinnovatie met ICT. De UT is een van de deelnemers aan de DU en participeert in verschillende projecten op het gebied van content ontwikkeling, toetsing en assessment, opbouw en verspreiding van expertise en leren en begeleiden op afstand.
Docenten van de UT kunnen meedoen aan projecten van de DU en worden daar ook nadrukkelijk voor uitgenodigd. Daarbij is wel de voorwaarde dat je conform de doelstellingen van de DU samenwerkt met medewerkers van minstens 2 andere instellingen die bij de DU aangesloten zijn. Projecten die in 2005 van start gaan tot stand door middel van een tweefasen-proces: nu een idee (twee A4), bij goedkeuring van het idee een project outline.
Het indienen van de projectideeën kon tot half mei 2004 via de Contactpersoon van de UT (Sir Bakx en Jan van der Veen). Bij het indienen geldt dat je zelf een idee kunt aandragen of dat je aangeeft dat je in projecten van anderen wilt participeren. Vanuit de UT zijn meerdere aanvragen voor deze ronde ingediend. Rond 1 juli wordt er een selectie gemaakt van de uit te werken ideeën door de contactpersonen en de Programmaraad. De goedgekeurde ideeen worden tot half oktober uitgewerkt naar een project outline. Ook hier geldt weer dat het indienen van de outline gaat via de Contactpersoon.
Heeft u interesse en wilt u meer informatie? Kijk dan op www.digiuni.nl of neem contact op met Sir Bakx (g.j.t.a.bakx@utwente.nl; directeur ITBE) of contactpersoon voor de UT Jan van der Veen (j.t.vanderveen@utwente.nl).
Voor een overzicht van de DU organisatie en wat de DU biedt, zie ook in deze aflevering van VoP het verslag van de workshop "De Digitale Universiteit: mogelijkheden voor onderwijsinnovatie" van P. Fisser en M. van Geloven (DU), gehouden tijdens de studiedag Parels in het Onderwijs.

Programma ontwikkelprojecten 2005
Alle uitgangspunten van het programma voor volgend jaar, zijn te vinden in het document "Programma ontwikkelprojecten 2005" of in de samenvatting. Projectideeën voor 2005 kunnen ingediend worden bij de contactpersonen van de DU instellingen. De algemene deadline voor indiening is 19 mei 2004. Het is mogelijk dat de interne deadline van de instellingen hiervan afwijkt, raadpleeg daarvoor de contactpersoon. Samenvatting Programma Ontwikkelprojecten 2005

De presentaties van een geslaagde workshop 'toetsen'
Op donderdag 8 april jongstleden vond een door Espelon en de Digitale Universiteit (DU) georganiseerde "toetsmiddag" in Utrecht plaats. De nieuwste concepten vanuit de DU toetslijn kwamen aan de orde, met veel aandacht voor flexibilisering en competenties. Daarnaast werden twee digitale toetsproducten gepresenteerd: de Digitale voortgangstoetsen voor (leraren)opleidingen en MyCQ, een 360 graden feedback tool.
Meer informatie, het volledige verslag en de presentaties zijn te vinden op: http://www.espelon.nl/espelon/workshops/194   

Presentaties INNOVATIUM 2004 beschikbaar
Op 16 maart j.l. vond de eerste “DU INNOVATIUM” plaats. Ruim 300 belangstellenden binnen en buiten de DU bezochten de conferentie. De presentaties zijn beschikbaar op www.innovatium.nl.  Op de website zijn tevens de videofragmenten van de rondetafelbijeenkomsten en een fotoverslag van de dag te vinden. Alvast voor de agenda’s: volgend jaar vindt de INNOVATIUM plaats op dinsdag 15 maart 2005.  

Presentaties van de workshop over standaarden van e-learning
Op 11 december werd in Utrecht een workshop over standaarden van e-learning aangeboden. De presentaties daarvan (in Powerpoint-sheets) staan nu on-line. In de presentaties wordt ingegaan op o.a. de totstandkoming van standaarden en het belang ervan, standaardisatie in ELO’s, toepassingen van dezelfde leerobjecten in verschillende leeromgevingen. Dit alles opgeluisterd met diverse voorbeelden. documenten:
Presentatie Frank Benneker.pdf    (1833 Kb)  Presentatie Frank Kresin.ppt    (2170 Kb) 

Welk portfoliosysteem is geschikt?

Steeds meer opleidingen gaan gebruik maken van digitale portfolio’s. Automatisch komt dan de vraag op: voor welk systeem kies ik? Een vergelijkend onderzoek kan daarbij op weg helpen.  Vijf systemen, die voldoen aan de onderwijskundige eisen en wensen van de aan het onderzoek deelnemende instellingen, zijn vergeleken, zonder dat er eindconclusies aan verbonden zijn.
De resultaten van het onderzoek zijn verwerkt in de volgende documenten: 1) Overzichtstabel (samenvatting van de onderzoeksresultaten):Quicklist Portfoliosystemen ; 2) Drie varianten portfoliogebruik en 3) Quickscan Vergelijkend Portfoliosystemen 

DU-SURF seminar 'Professionalisering en ICT in het hoger onderwijs, het managen van verandering' op 25 mei a.s
Wat is er voor nodig om hoger onderwijsinstellingen in staat te stellen hun onderwijs te vernieuwen? Deze vraag staat centraal tijdens het derde seminar dat DU en SURF gezamenlijk aanbieden op 25 mei 2004 in de Eenhoorn te Amersfoort. Thema is 'Professionalisering en ICT in het hoger onderwijs, het managen van verandering'. 
Het seminar richt zich op het middenmanagement van hogescholen en universiteiten: onderwijsdirecteuren, opleidingscoördinatoren, houders van de onderwijsportefeuille binnen Colleges van Bestuur, de ICT-beleidsstaf en ICTenO-coördinatoren. Dit seminar biedt inspiratie om meer succes te boeken met professionaliseringstrajecten en geeft antwoord op vragen als: hoe kan een instelling zichzelf professionaliseren en een lerende organisatie worden en welke beleidskeuzen vloeien hieruit voort?
Tijdens het seminar wordt er aandacht geschonken aan grofweg drie thema’s: 1. De lerende organisatie; 2. Human resource development; 3. Professionalisering in de praktijk: successen, uitdagingen, botsingen.
Meer informatie en inschrijven: de kosten voor deelname aan het seminar bedragen € 125 ex BTW. U kunt zich inschrijven via www.surf.nl/bijeenkomsten. Het maximum aantal deelnemers is 250 personen. Inschrijven kan tot 11 mei 2004.  

Workshop Samenwerkend Leren Digitaal Ondersteund (SALDO) op 3 juni a.s.
Tijd: 13.00 – 16.30 uur. Locatie: Hogeschool Domstad
Hoe richt je een effectieve leeromgeving in voor samenwerkend leren? De DU-workshop is bedoeld voor docenten die hiermee aan de slag zijn of gaan. Doel is het geven van praktische handreikingen voor het inrichten van een leeromgeving en duidelijkheid verschaffen over het nut en de meerwaarde van samenwerkend leren. Deelnemers worden van tevoren gevraagd na te denken over de eigen ervaringen en ideeën over samenwerkend leren met een digitale component. Uw onderwijspraktijk krijgt een plaats, waarbij samen met de andere deelnemers en de experts wordt geanalyseerd welke verbeterpunten mogelijk en realistisch zijn, waardoor de informatie over hoe CSCL in te zetten in het onderwijs direct geconcretiseerd kan worden. Deelnemers krijgen van tevoren de casus-beschrijvingen en de opdrachten via e-mail toegestuurd.Tijdens de workshop ontvangt iedereen een exemplaar van het Handboek SALDO. Aantal deelnemers: minimaal 8, maximaal 20. Deelnamekosten voor medewerkers van de DU-instellingen bedragen 175 euro. Externe deelnemers betalen 225 euro. U kunt zich tot uiterlijk 27 mei a.s. aanmelden door een e-mail te sturen met vermelding van uw naam, e-mailadres en organisatie en factuuradres naar buro@digiuni.nl.

Workshop Portfolio implementatie op 17 juni
Locatie: Utrecht  Tijd: 13.00 - 17.00 uur
Deze workshop richt zich op onderwijsmanagers en projectleiders die betrokken zijn of worden bij de implementatie van een digitaal portfolio in hun instelling. Deelnemers krijgen inzicht in de implementatie aspecten van een digitaal portfolio en ruim de mogelijkheid ervaringen hierover uit te wisselen. Tevens worden de resultaten gepresenteerd van het DU-project Portfolio implementatie instrumenten. U ontvangt bij deelname artikelen over de implementatie van een digitaal portfolio en een checklist t.b.v. de implementatie van een digitaal portfolio.
U kunt zich tot uiterlijk 10 juni a.s. aanmelden door een e-mail te sturen met vermelding van uw naam, e-mailadres en organisatie naar buro@digiuni.nl. Aantal deelnemers: minimaal 8, maximaal 20. Deelnamekosten voor medewerkers binnen de DU bedragen 175 euro. Geïnteresseerden van buiten de DU betalen 225 euro.  

Try out workshop Ontwikkeling van Taakgericht Onderwijsmateriaal op 17 juni
Tijd: 13.00 ? 16.30 uur. Locatie: Hogeschool Domstad
Het DU-projectteam Zelfstandig leren presenteert de resultaten tijdens de workshop 'Ontwikkeling van taakgericht onderwijsmateriaal, te gebruiken in een digitale leeromgeving'. Projectmedewerkers hebben twee beproefde didactische modellen, (taakgericht onderwijs en projectonderwijs) vertaald voor gebruik in een digitale leeromgeving in de vorm van handboeken. Docenten en onderwijsontwikkelaars kunnen aan de hand van eigen materiaal, de contouren ontwerpen voor taakgericht zelfstudiemateriaal voor toepassing in een digitale omgeving.
Tijdens de workshop wordt de ontwerpcyclus behandeld, de inhoudelijke aspecten van taakgericht onderwijs in een e-learning setting gepresenteerd en de projectmedewerkers bieden ondersteuning bij uw ontwerpactiviteiten. Deelnemers aan deze workshop ontvangen de handboeken Taakgericht onderwijs en Projectonderwijs.
Let op: Deze workshop behandelt niet het ontwerpen van projectonderwijs in een e-learning setting; hiervoor wordt een aparte workshop ingericht.
Aantal deelnemers: minimaal 8, maximaal 20. Kosten: Geen, in verband met het karakter van de workshop (try out). U kunt zich tot uiterlijk 7 juni a.s. aanmelden door een e-mail te sturen met vermelding van uw naam, e-mailadres en organisatie naar buro@digiuni.nl.

Seminar Authentiek leren, Simulaties en Gaming op 7 oktober
Het vierde gezamenlijke seminar van de Digitale Universiteit en Stichting SURF. Thema is Authentiek leren, Simulaties en Gaming. Dit seminar gaat over de integratie van de praktijk in het onderwijs met behulp van ICT. Voorbeelden hiervan zijn virtuele bedrijven, managementgames, simulaties en experimenteren op afstand. Meer informatie over het programma en de locatie volgen via de websites van de DU en SURF.




SURF seminar over Anti-plagiaat in het Nederlandse hoger onderwijs
Vrijdag 28 mei 2004 - Universiteit van Tilburg, Agorazaal EZ9, gebouw E - Gratis, na aanmelding
ICT geeft enerzijds studenten de mogelijkheid door middel van knippen en plakken eenvoudig materiaal van anderen over te nemen en te combineren tot een resultaat dat als eigen werk wordt gepresenteerd. Anderzijds geeft ICT docenten de mogelijkheid plagiaat eenvoudig op te sporen. De laatste jaren verschijnen er daartoe steeds meer plagiaat-detectie services op de markt. Het SURF Platform ICT en Onderwijs voert een verkenning uit te voeren naar de omvang van het probleem in het Nederlandse hoger onderwijs.
Thema’s voor dit seminar zijn:
- de (eerste) ervaringen met plagiaat-detectiesystemen;
- de inbedding van deze detectiesystemen in een breder anti-plagiaat beleid waarbij ook ervaringen uit het Verenigd Koninkrijk, waar sinds enige jaren de JISC Plagiarism Advisory Service (www.jiscpas.ac.uk) actief is,  leerzaam kunnen zijn;
- de behoefte aan advies en uitwisseling van best / good practices op dit gebied.
Voor wie is het seminar bedoeld? De beoogde deelnemers aan dit seminar zijn docenten, (ICTO) ondersteuners, medewerkers van onderwijsbureaus en beleidsmedewerkers. Deelname aan het seminar vindt plaats op uitnodiging van SURF. Andere geïnteresseerden kunnen hun belangstelling voor deelname per e-mail kenbaar maken bij  Hans Roes . Medio mei wordt de definitieve deelnemerslijst vastgesteld. Dan zullen ook de resultaten van een eerste quick scan worden toegezonden aan de deelnemers.
Meer informatie: http://www.surf.nl/bijeenkomsten/index2.php?oid=108 

SURF SiX-bijeenkomst over Uitwisseling en herbruikbaarheid van toetsmaterialen
Woensdag 16 juni 2004 - Saxion Hogescholen, Enschede – Gratis
Aandacht wordt besteed aan de drempels en problemen bij het samen ontwikkelen en gebruiken van toetsmaterialen. Er wordt gekeken naar strategieën voor het stimuleren van de uitwisseling van toetsmaterialen, zowel binnen een instelling als tussen instellingen. Er worden voorbeelden van succesvolle projecten en initiatieven gepresenteerd.Gekeken wordt naar de rol die de technische infrastructuur daarbij speelt als drempel of stimulator en er een update verzorgd van de ontwikkelingen binnen IMS.
Voor wie? Onderwijstechnologen, onderwijsontwikkelaars, docenten die verantwoordelijk zijn voor het onderhouden, beheren, tot stand brengen van toetsbanken en toetsmaterialen, uitgevers en producenten van toetsmaterialen en toetsbanken en leveranciers van leeromgevingen en toetsomgevingen.
U kunt kosteloos deelnemen aan deze bijeenkomst. Het is echter wel noodzakelijk om u vooraf in te schrijven (beperkt aantal plaatsen) via de SURF-website: http://surf.eccoo.rug.nl/sis/du/209/registration Meer informatie: http://www.surf.nl/bijeenkomsten/index2.php?oid=109 

EADTU (European Association of Distance Teaching Universities) conferentie op 21-23 oktober in Heerlen 
Locatie: Open Universiteit te Heerlen.
Thema: Mass-individualization of higher education for the knowledge-based society.  De EADTU jaarconferentie maakt deel uit van alle georganiseerde activiteiten gedurende het Nederlands EU-voorzitterschap. Meer informatie: http://www.eadtu.nl/FIRST%20ANNOUNCEMENT210404.pdf