De eerste aflevering van VoP verscheen in april 2003.
In de zomer van 2005 heeft VoP een ‘make over’ ondergaan om beter aan te sluiten bij de UT-layout. De eerdere site, gemaakt met een ander cms systeem, wordt niet meer bijgehouden en is per aug. 2010 opgeheven. De artikelen, die soms nog verassend van deze tijd zijn, zijn wel bewaard gebleven.

Op deze pagina zijn de items opgenomen die in de eerste aflevering van VOP stonden. Via de link (meer) in het onderstaande overzicht kunt u de inhoud lezen van het betreffende item. De items zijn integraal per aflevering overgenomen; het kan voorkomen dat sommige links niet meer werken en de lay-out niet optimaal is.



Redactioneel

Met deze eerste aflevering in het nieuwe jaar hopen we een goede remedie te bieden tegen de onvermijdelijke winterdip: veel nieuwe ideeën en tips, nieuws en informatie, good practice voorbeelden en oproepen tot actie.

Wilt u uw onderwijs op een vrolijke wijze beginnen in het nieuwe jaar, dan helpt Tips voor het brengen van humor in het...(meer)


Tips voor het brengen van humor in het onderwijs

Met humor in je onderwijs kun je meer bereiken dan met ernst: de ontspannen stemming is gunstig voor leren en onthouden. De herinnering zal met meer plezier en daarom vaker opkomen. Maar wat nu als je geen moppen kunt vertellen en je je ook niet bepaald een komiek voelt? Geen nood, navolgende tips zullen voldoende uitkomst bieden.  
...(meer)


De onderwijsgevende 'stakker' in een nieuwe rol

Wat betekent het voor docenten als alle verantwoordelijkheid voor het studeren en alles wat daarmee samenhangt in handen wordt (terug)gelegd van de student? Welke rol en welke taken heeft de docent dan (nog)? Het instituut Financiën, Economie en Management (FEM) van Saxion Hogeschool Enschede, heeft sinds studiejaar 2002/03 een...(meer)


Opiniestuk: De noodklok voor een gecombineerd informatiesysteem voor studieplanning, studentbegeleiding en voortgangscontrole

[1] In de studieloopbanen van studenten in het hoger onderwijs zal de komende jaren veel veranderen  onder invloed van nieuwe onderwijsconcepten (competentiegericht opleiden, vraagsturing), andere opleidingsstructuren (BaMa) en globalisering. Deze veranderingen stellen andere eisen dan voorheen aan zowel de studenten, de begeleiderers en de...(meer)


Methodisch informatie zoeken is een kunst, maar goed te leren

Onlangs viel er in het UT-Nieuws te lezen dat het bij buitenlandse masterstudenten aan academische vaardigheden ontbreekt. Eén van die vaardigheden is het zoeken naar (wetenschappelijke) informatie. De ervaring leert dat ook een aantal buitenlandse promovendi deze vaardigheid missen. De cursus Systematically Searching for Information van...(meer)


Tips en concreet voorbeeldmateriaal voor HO-docenten in Digitale Didactiek

Met Venster op Professionalisering willen we vooral ook nuttige tips, onderzoek, hulpmiddelen en voorbeelmateriaal ontsluiten dat elders te vinden is. Zoals de site "Digitale Didactiek- Vraagbaak voor digitaal onderwijs! http://www.digitaledidactiek.nl...(meer)


Nieuw actieplan voor de aanpak van tekorten in bèta- en technische opleidingen

Internationaal gezien is er te weinig belangstelling voor bèta- en technische opleidingen.Tekorten aan bèta’s en technici komen al naar voren in de markt, bij onderzoeksinstellingen en bij de overheid. Het kabinet heeft de urgentie van het probleem ingezien en verwoord in het Hoofdlijnen Akkoord. Daarin is opgenomen dat Nederland moet behoren tot de Europese...(meer)


Toetsen met behulp van het elektronische toetssysteem QMP

In 2002 werd Question Mark Perception (QMP), een vanuit de leeromgeving Teletop, werkend toetssysteem, in gebruik genomen op de Universiteit Twente. Toetsexperten Henk Roossink en Jan de Goeijen van het ITBE vertellen meer over dit elektronische toetssysteem. 

Wat zijn de mogelijkheden van het toetspakket?
Docenten vanuit...(meer)


De ontwikkeling van een studentenvolgsysteem voor een doorlopend bachelor mentoraat

Bij de opleiding Technische Natuurkunde van de Universiteit Twente heeft studieadviseur Brigitte Tel een eigen ‘studentenvolgsysteem’ opgezet. Dit systeem wordt sinds kort gebruikt in het kader van het, eveneens nieuw ingevoerde, doorlopende mentoraat voor alle jaren van de bachelorfase. In dit artikel geeft zij een beschrijving van beide...(meer)


Oproep tot stellingname: invoering accreditatie leidt tot vermindering kwaliteit onderwijs

Neem stelling en informeer u over het nieuwe accreditatiesysteem!
In de zomer van 2002 is ingestemd met de wetswijziging in verband met de invoering van accreditatie in het hoger onderwijs. Samen met de invoering van het Bachelor-master stelsel betekent dit een belangrijke verandering voor het Nederlands hoger...(meer)


Het Voortgezet Onderwijs blijft in beweging

Het wordt universiteiten, en met name de docenten in de propedeuse, niet makkelijk gemaakt aan te sluiten op het VWO, want de tweede fase is nog voortdurend aan verandering onderhevig. Pieneke Wiertz (email: wiertz@vsnu.nl) van het VSNU Informatiecentrum aansluiting vwo-wo,  maakte een notitie waarin zij de...(meer)


Verslag van de Internationale Computer Support for Collaborative Learning Conference 2003

In Bergen (Noorwegen) vond van 14 tot en met 18 juni 2003 de Internationale Computer Support for Collaborative Learning Conference 2003 plaats. Deze conferentie was gewijd aan computerondersteund samenwerkend leren, oftewel ‘Computer Supported Collaborative Learning’ (CSCL). Thema van de conferentie was: Designing for Change in Networked Learning Environments.
...(meer)


Nieuws en evenementen van de Digitale Universiteit

DU INNOVATIUM 2004: online inschrijving geopend
Op 16 maart presenteert de DU: INNOVATIUM 2004, de jaarlijkse conferentie om de samenwerking binnen de DU-instellingen te promoten, onderlinge kennisuitwisseling te stimuleren en het resultaat van drie jaar DU te presenteren. Overkoepelend thema is E-learning: van strategie tot resultaat....(meer)


VOORAANKONDIGING Belangrijke onderwijsevenementen (UT en landelijk)

Een online workshop 'Grondbeginselen van Communities of Practice’
Op 19 januari 2004 start de Nederlandstalige online workshop 'Grondbeginselen van Communities of Practice’. Zie voor meer informatie en aanmelding: http://www.cpsquare.org/edu/Fnd_in_Dutch/  De workshop bestaat uit vier...(meer)



Met deze eerste aflevering in het nieuwe jaar hopen we een goede remedie te bieden tegen de onvermijdelijke winterdip: veel nieuwe ideeën en tips, nieuws en informatie, good practice voorbeelden en oproepen tot actie.

Wilt u uw onderwijs op een vrolijke wijze beginnen in het nieuwe jaar, dan helpt Tips voor het brengen van humor in het onderwijs u alvast op weg. Maar misschien wilt u het zichzelf dit jaar liever gewoon wat makkelijker maken? Een elektronische databank met (diagnostische) toetsvragen vergt wat investering, maar daarna kunt u (en kunnen uw studenten) er veel gemak van hebben. Lees hier meer over in het artikel: Toetsen met behulp van het elektronische toetssysteem QMP.
Of het teruggeven van de verantwoordelijkheid voor het studeren aan de studenten het onderwijs makkelijker maakt is misschien de vraag. Het maakt het onderwijs in ieder geval anders en vooral de rol van de docent verandert, zoals in het artikel De onderwijsgevende 'stakker' in een nieuwe rol, naar voren komt.  

De studieloopbanen van studenten worden door alle nieuwe ontwikkelingen in het Hoger Onderwijs (Bachelor-master, vraaggericht onderwijs, competentiegericht onderwijs, globalisering) steeds complexer en moeilijker om te volgen en begeleiden en op basis hiervan planningen te maken voor toekomstig onderwijs. Het artikel De noodklok voor een gecombineerd informatiesysteem voor studieplanning, studentbegeleiding en voortgangscontrole en het artikel De ontwikkeling van een studentvolgsysteem voor een doorlopende bachelor mentoraat behandelen vanuit verschillende invalshoeken dit thema. 

Nieuw in VoP: een oproep tot stellingname over de invoering van accreditatie. Graag horen wij meer van U !

Dit alles en nog meer en natuurlijk de vaste informatieve onderdelen over ontwikkelingen in het voortgezet onderwijs, nieuws van de Digitale Universiteit en aankondiging van evenementen op onderwijsgebied, vindt u in het middendeel van Venster.

Heel veel leesplezier gewenst. Schroom niet om ook zelf uw tips over sites en publicaties, ideeën voor onderwerpen, uw onderwijservaringen, meningen over het onderwijs in al haar facetten, informatie over Communnities of Practice waar u ervaring mee heeft opgedaan e.d. in te sturen. Ze zijn van harte welkom! Ons adres: VoP@itbe.utwente.nl  

Een heel goed jaar gewenst, 

Namens het redactieteam van VOP, 
 
Helma Vlas
Eindredacteur VoP     



Met humor in je onderwijs kun je meer bereiken dan met ernst: de ontspannen stemming is gunstig voor leren en onthouden. De herinnering zal met meer plezier en daarom vaker opkomen. Maar wat nu als je geen moppen kunt vertellen en je je ook niet bepaald een komiek voelt? Geen nood, navolgende tips zullen voldoende uitkomst bieden.  

We spreken van humor, niet alleen bij het vertellen van een mop, of als de bulderende lach ontstaat die de goede cabaretier weet los te weken. Het gaat vooral ook om de glimlach of de ontspanning te zien in de ogen, de welwillende stemming die ontstaat bij goed gekozen woorden. Die kan spontaan ontstaan, maar ook met enige voorbereiding. Sommige ervaren sprekers laten, zoals ze dat zeggen, "humor toe, bij zichzelf". Ze staan zichzelf toe om te spelen met een gedachte of voorval, zonder uitsluitend op het effect te letten. Dat is misschien voor docenten ook de beste uitgangspositie. Wil je de humor wat explicieter inbouwen in je verhaal, dan volgen hieronder enkele
tips en voorbeelden.   

1. Het citaat.
Leen de grap of woordspeling van een ander. Je haalt de aandacht van jezelf af. Als de humor niet overkomt, dan kun je altijd de aangehaalde persoon daarvoor de schuld geven. "Ik geloof dat Clinton / Aristoteles eens zei:...." Het pleit je vrij bij mislukking en geeft je oefenruimte.
 
2. Cartoons.
Zoek een cartoon uit, beschrijf die tegen iemand en kijk naar de reactie. Een glimlach zal je beloning zijn. Een cartoon is makkelijker te vertellen dan een mop, omdat er minder van jezelf in zit. Het lijkt op een terloopse ingeving. Een cartoon laten zien kan natuurlijk ook, maar geeft soms de indruk om gewild grappig te zijn en een amerikaanse stijl te imiteren.
 
3. Brieven.
Zoek of verzin ingezonden brieven met een anekdotisch gehalte, en lees die voor. Geschikte bronnen zijn de advies-vraag-rubrieken in tijdschriften. Met kinderbrieven is veel te doen, ook over ernstige onderwerpen. Schaaf de stijl een beetje bij, zodat alleen het hoofdpunt gemaakt wordt, maar houdt er wel de aanhef en het slot bij.
 
4. Lijst opstellen.
Zeg eerst twee serieuze punten, en voeg er in dezelfde stijl een derde aan toe die zeer afwijkt. Dit kan natuurlijk ook met vier of meer punten. Een opsomming kan saai zijn en met een vrolijke noot als laatste zal je publiek de lijst meer appreciëren.
 
5. Analogie.
"Dat doet me denken aan....." Wat volgt kan van elk domein zijn, waarin je een beetje aandikt wat je daarvoor in gewone bewoordingen hebt gezegd. Het roept een beeld op, en vat samen, op een makkelijk te onthouden manier.
 
6. Definities.
Om een saai verhaal even te onderbreken kun je een sleutelwoord uit je betoog kiezen en er een grappige definitie bij verzinnen. "Humor is het lichtknopje dat je zoekt als je 's nachts nodig moet."
Je kunt vaak definities vinden in citaten, tijdschriften, of bundels met grappen, maar ze zijn ook eenvoudig zelf te verzinnen.
 
7. Een observatie.
Een observatie is een korte, slimme, veel omvattende zin, die een soort parel van wijsheid bevat.  We onderscheiden vier vormen: 
    - het gezegde of spreekwoord; "Een betoog zonder humor is een vakantie zonder zon." 
    - de eeuwige wijsheid: "De luisterende mens is als een bloem die met water wordt overgoten...... tot die verzuipt."
    - de overdrijving: "Deze bijeenkomst heeft veel weg van de beurs in Amsterdam; het wachten is op de crash." 
    - absurditeit: "Hoorcolleges blijven bestaan zolang er nog één student in de zaal zit."

8. Onvoorbereide humor.
Zoek in de situatie op weg naar en voorafgaande aan de voordracht naar iets dat je een beetje hindert of anders is dan je gewend bent. Maak daar een vriendelijke commentaar over met enige zelfspot. Jij bent het anders gewend, maar je kunt er wel mee leven. De luisteraars hoeven niet over de grond te rollen van het lachen, een glimlach is wat je wilt. "Er zitten blokjes ijs in het water voor de spreker, misschien verwachten de organisatoren enige vuurwerk, ik zal ...."
 
9. Voorbereide humor.
Zoek naar anekdotes en grapjes die passen bij je voordrachten en de accenten die je wilt maken. Als je een goede anekdote of grap hoort noteer die dan. Misschien kun je hem later gebruiken. Zoek vooral naar voorbeelden die bij je passen of die bij je doelgroep passen. Het kan een zelfs een probleem zijn, waarin iemand kan komen die precies doet wat jij eigenlijk als aanbeveling hebt. Vermijd om een belachelijk makende grap te vertellen over je doelgroep.
 
10. Maak grapjes over jezelf.
Vermijd grappen over een ander. De aardigste grapjes zijn die waarin jezelf een rol speelt en de fout in gaat. Neem bijvoorbeeld een verkeerde gewoonte van jezelf en overdrijf die, of laat zien dat die in een enkel geval je redding was. Of leen een eigenschap, situatie of voorval: kies een grappige uitspraak of verhaal van een ander. Omring die met materiaal dat bij je past. Plaats jezelf in het verhaal. Vertel het zo dat er bepaalde plaatsen, mensen of dingen in voorkomen. Zorg dat het zo kort mogelijk is.
 

Procedure
Ga bij de voorbereiding uit van het serieuze punt dat je wilt maken en voeg humor toe. Ga niet van een beschikbare grap uit want dat kan geforceerd over komen. Een persoonlijke anekdote is beter dan een geleend grap. Maar een bekende grap wordt gewaardeerd als je die op een nieuwe manier in verband brengt met het thema. Het plezier dat men eraan ervaart lijkt op het horen van een bekende song. Verzamel anekdotes, cartoons en citaten voor de thema's waarover je meestal praat. Je moet uit een brede voorraad kunnen selecteren. Het belangrijkste blijft natuurlijk dat je er je boodschap mee overbrengt.
Hoe kom je tot een punt dat je met humor wilt brengen?
 
Procedure:
1. Schrijf eerst je serieuze boodschap uit.
     De start ligt bij wat je te zeggen hebt, welk doel je wilt bereiken. Begin niet met een mop, of anekdote,
     maar voeg humor toe, op één van de manieren die hierna volgen. Humor moet niet bepalen wat je zegt, maar 
     bepaalt de vorm. 
2. Analyseer de punten die je wilt zeggen.
     Het is lastig om humor toe te voegen als je niet zorgvuldig overwogen hebt waar het om gaat. Je krijgt dan je 
     hoofd- en nevenboodschappen op een rij. 
3.Zoek vervolgens naar een analogie of anekdote.
    Doe dit voor één van je hoogtepunten. Humor kun je gebruiken voor de introductie, samenvatting of versterking 
    van je hoogtepunt.

Deze procedure voorkomt dat je niet relevante grappen gaat toevoegen, wat je misschien kent van sommige sprekers. 

Het kiezen van de grap
Bij de keuze van de "grap", gelden de volgende ervaringsregels:
-   een persoonlijke anekdote is beter dan een vaste of geleende grap. Verzamel een lijst met anekdotes voor de
    punten die je wilt maken.
-   je kunt bestaande grappen overnemen. Standaard grappen of geleende anekdotes worden ten dele gewaardeerd
    als je ze op een nieuwe manier in verband brengt met wat je wilt zeggen. Het plezier wat men eraan beleeft, lijkt
    op het horen van een bekende song. De grap kan natuurlijk nieuw zijn voor enkelen. Het belangrijkste is dat je er
    je punt mee maakt en je boodschap mee overbrengt. 

Timing
"Een grap moet ergens vandaan komen" is de titel van een NRC-artikel van Van Gelder (14-11-96).  "Handenwrijvend van de voorpret betrad de komiek het podium en zei: "Ik heb er zin in vanavond... maar eerst de voorstelling." Meteen oogstte hij de eerste lach. Zo makkelijk lijkt het, het maken van een grap en zo moeilijk is het. Als Finkers het tweede deel iets te langzaam of te snel had gezegd, was er minder gelachen. Hij gaf zijn publiek net genoeg tijd om de eerste zes woorden tot zich te laten doordringen, maar niet zoveel dat het publiek zelf de gelegenheid kreeg een grappig vervolg te verzinnen. De verrassende wending kwam nog net onverhoeds. Het had trouwens ook nog anders verkeerd kunnen gaan. Als Finkers nadrukkelijk zuchtend had  gezegd: " ... maar eerst moet ik de hele voorstelling nog spelen." Dat had een veel te zware druk gelegd op het verdere verloop van de conference."  
 
Uit dit artikel leren we drie suggesties:

1. De grap moet geloofwaardig zijn.
Humor lijkt een kwestie van het juist moment te zijn. Wij ergeren ons meestal aan de amerikaanse stijl om te beginnen met een grapje. Een anekdote mag bij ons wel. Een grapje mag 3 minuten later. Dosering is aan te bevelen. Hoe je met de lach omgaat luistert nauw: uitmelken is een risico. Begin als de lach net begint minder te worden. 

2. Vertel de clou niet te vroeg of te laat.
Timing van de clou is een kunst waarover we weinig algemene opmerkingen hebben, weinig meer dan uit het bovenstaande voorbeeld is te halen. Timing leer je door doen en oefening met publiek. Je moet weten en leren hoe lang je publiek doet over het nadenken, over het begrijpen van de hints. Wel suggesties over het vervolg: vermijd het herhalen of uitleggen van de clou. Zorg liever nog iets extra's in petto te hebben. Die volgende opmerkingen hoeven niet zo denderend te zijn om de lach te laten voortduren. Bouw iets absurds een beetje uit. Houd het iets langer in gedachte en speel er even mee. 
 
3. De grap moet worden opgenomen in het grote geheel.
Hoe grootser het geheel hoe minder groots de grap hoeft te zijn. Als de situatie flink absurd is, kun je veel effect verwachten van kleine aardige wendingen. De toeschouwer moet op het spoor zijn gezet alvorens de kwinkslag zijn juiste, ontsporende werking kan hebben. Dat kan door de tekst die er aan voorafgaat, maar ook door de uitstraling van de spreker. Zoek naar een combinatie die voor je geschikt is.


Uit: Theatervaardigheden voor docenten. F.B. de Mink DINKEL Instituut, UT 1999.



Wat betekent het voor docenten als alle verantwoordelijkheid voor het studeren en alles wat daarmee samenhangt in handen wordt (terug)gelegd van de student? Welke rol en welke taken heeft de docent dan (nog)? Het instituut Financiën, Economie en Management (FEM) van Saxion Hogeschool Enschede, heeft sinds studiejaar 2002/03 een nieuwe onderwijsvorm geïntroduceerd.  Ontwikkelaar Geert Kalsbeek vertelt over de docent 'in een ander jasje' en de eerste ervaringen met deze wijze van werken.

De onderwijsgevende 'stakker'

“Een onderwijsgevende is een stakker die tast in het duister”, aldus een variant op een uitspraak van cabaretier Wim Sonneveld,  toen hij in een van zijn conferences de  - soms hopeloze  - positie van kennisoverdragers schetste. De vraag is of deze situatie tijdbepalend is (Sonneveld deed deze uitspraak begin jaren zeventig van de vorige eeuw) of dat deze schets eigenlijk zich in alle tijden afspeelt. In een krantenartikel dat jaren geleden verscheen in en van de landelijke dagbladen was een rel beschreven waarbij supporters van de tribunes afgehaald werden om vervolgens een tijdje opgesloten te worden in een van de catacomben van het stadion. Het grappige van dit voorval was (en is) dat het hier niet gaat om een rel uit een van de huidige voetbalstadions ergens in Nederland, maar in een Romeinse amfitheater  in het jaar 40 voor Christus………….

We kunnen ons vergissen
Tot voor enkele jaren terug hebben wij als onderwijsontwikkelaars en kennisoverdragers behoorlijk het leerproces in de vingers kunnen houden; althans dat dachten we. De leerinhouden waren immers strak ingekaderd en door de deskundige bepaald, de doelen waren scherp omschreven en de student moest maar zien hoe hij die leerinhouden in zich op nam. De didactiek was vooral: voordoen (als dat al gedaan werd!) , nadoen en oefenen. Het tentamen bleek het ultieme controle-instrument en in de hbo-wereld was dan nog vooral de vraag brandend wat e.e.a. betekende voor de praktijk van alledag………
Wat is er nu veranderd? Intussen is de gedachte, vast te houden dat een kennisgebied draait om de toevallige docent die dat vakgebied verzorgt, niet meer houdbaar. Er zijn inmiddels veel meer bronnen beschikbaar dan de docent paraat kan hebben. Bedrijfskundige literatuur geeft ook duidelijk aan dat deskundigheid - aanwezig in ondernemingen - voortdurend op een creatieve wijze aangewend dient te worden wil diezelfde onderneming het hoofd boven water kunnen houden. Kennis, de markt, kwaliteit en leiderschap moeten voortdurend op verschillende niveaus en in diverse situaties en tijdstippen adequaat toegepast worden. Bovendien is niet de “baas” tegenwoordig verantwoordelijk voor het goed reilen en zeilen van de onderneming, maar ook en vooral alle werknemers die functioneren op de diverse niveaus.
Reden genoeg voor het instituut Financiën, Economie en Management (kortweg: FEM) verbonden aan de Saxion Hogeschool Enschede, om sinds het studiejaar 2002 – 2003 de bakens te verzetten.

De verantwoordelijkheid ligt bij de student
Wij hebben de verantwoordelijkheid van 'het studeren' en alles wat daarmee samenhangt in handen (terug?)gegeven van de student. Hij wil per slot van rekening een opleiding volgen, hij wil bekwaam worden om later goed te kunnen functioneren in een team van de beroepsgroep waarvoor hij opteert. Akkoord, dan beginnen we daar meteen maar mee vanaf de allereerste dag dat hij start met de opleiding. De landelijke competenties zijn bekend, wij bieden oefen- en studie- en tentamenmateriaal en de student kan voor een groot deel zelf bepalen hoe hij de studie wil aanpakken, ’t liefst natuurlijk zo efficiënt mogelijk. Dat is immers gunstig voor zowel de student als voor de opleiding. Tezamen met het POP (PersoonlijkOpleidingsPlan), het Portfolio en de projecten kan de student zich bekwamen zoals hij dat wil. Het is zelfs mogelijk dat de student na jaar twee besluit om de vereiste competenties buiten het instituut te gaan behalen! Bij iedereen bekend als de duaal-variant.

Een andere rol en nieuwe taken voor de docent 
Wat betekent deze ontwikkeling voor de diegene die tot nu toe de kennisoverdracht heeft verzorgd, de 'oude' docent dus? Als we er van uitgaan dat niet alle kennis meer om die persoon draait, dan heeft dat tot gevolg dat hij zijn kennis op diverse wijzen (vooral op zijn sterkste punten!) kan presenteren. Achtereenvolgens kan hij de rol krijgen van ontwikkelaar, tutor, consultant, instructor, studieloopbaanbegeleider en assessor. Ik loop ze even met u langs.

Ontwikkelaar
Op de een of nadere wijze dienen leerinhouden geordend te worden. Dat kan soms gebeuren door de opdracht zo te formuleren dat studenten dat zelf mogen uitzoeken, maar meestal is het zo dat een ontwikkelgroep nadenkt over het mogelijke leerproces van de student. Op deze wijze leren studenten ook keuzes maken, zaken te rubriceren in hoofd- en bijzaken en ontdekken ze zelf eens hoe gecompliceerd en weerbarstig leerinhouden zich soms 'gedragen'. Op elk moment kan de docent ingeschakeld worden bij de ontwikkeling van programma’s. Dat kan variëren van het concipiëren van een integrale opdracht, het formuleren van vaardigheidsopdrachten zodat die integrale opdracht ook integraal gemaakt kan worden en het bedenken van oefeningen waarbij het concept van de leerlijn centraal staat. De docent is hier de ontwikkelaar bij uitstek………

Tutor

Gedurende de worsteling van de studenten met de leerinhouden via de methodiek van het probleem gestuurd Onderwijs (PGO), speelt de docent de rol van tutor. Alle collega’s van FEM worden hierbij ingeschakeld, ook de op dat moment niet-materie deskundige. Achterliggende gedachte: iedereen is verantwoordelijk voor de opleiding en kan in alle gevallen procesbegeleider zijn. De niet-materie deskundige docent wordt voorzien van adequate informatie via de ontwikkelaar, gevoed vanuit de materiedeskundige.
De studenten komen in teams van ten hoogste acht personen in ieder geval twee keer per week bij elkaar waarbij de docent de rol van tutor vervult. Daarnaast organiseert de werkgroep zelf bijeenkomsten om zo de opdrachten met elkaar te bespreken. Het passende hulpmiddel gedurende deze fase is het zeven stappen model voor het oplossen van problemen.

Consultant
Zijn de leerinhouden goed bestudeerd, is de PGO-opdracht middels het zevenstappen model (bijna) opgelost en liggen er nog vraagstukken, dan treedt de materiedeskundige docent in de rol van consultant. Het nog onopgeloste probleem kan middels een vraagstelling aan de orde komen tijdens het consult-uur dat elke dag vast in het rooster staat. Komen studenten en docent er niet uit gedurende deze consult uren, dan wordt er ter plekke een afspraak gemaakt voor een vervolg. Mogelijkheden zijn dan: een extra instructie uur of een serie lessen of het invoeren van een korte cursus. Let wel: de student geeft aan wat hij wil………
 
Instructor
De rol van instructor is hiermede tevens uitgelegd. De instructor is ook degene die bij de start van elk kwartiel de aftrap geeft.
 
Studieloopbaanbegeleider
Om de student goed te kunnen ondersteunen bij het samenstellen van zijn POP en Portfolio, krijgt de docent ook de rol van studieloopbaanbegeleider toebedeeld. Op basis van opdrachten, competenties en (zelf)reflectie geeft de student aan hoe hij de opleiding tot een goed eind wil brengen. De studieloopbaanbegeleider bewaakt – in samenspraak met de student – de intensiteit en het niveau van de aanpak van POP en Portfolio. Uiteindelijk kan de student zijn portfolio op gezette tijden verdedigen bij – in eerste instantie - de studieloopbaanbegeleider en later bij het stageverlenende bedrijf, bij het afstudeerbedrijf en tenslotte bij het bedrijf waar hij solliciteert.
 
Beoordelaar
Natuurlijk moet er op gezette tijden gecontroleerd worden of de competenties zijn behaald. Daartoe stelt de docent,  meestal in samenspraak met de kwartielontwikkelaars, een toetsplan op. Studenten worden – conform de indeling kennis, vaardigheid en houding – aan de tand gevoeld door middel van onder andere kennistoetsen (geautomatiseerd!) en assessments. Gedurende het assessment dient de student middels een opdracht, waarbij meestal de student een rol wordt toebedeeld, zoals die van adviseur, ontwikkelaar, materiedeskundige, expert, onderhandelaar, aan te tonen dat hij de geleerde materie beheerst. De docent zit dan in de rol van beoordelaar en geeft tevens adviezen. 

De eerste ervaringen
De werkzaamheden van de docent verschuiven derhalve van uitsluitend 'kennisoverdrager' naar ontwikkelaar van PGO’s en projecten; verder is hij procesbegeleider, studieloopbaanbegeleider en assessor. Onze ervaringen zijn hoopgevend. Als er in het leerproces iets fout gaat, wordt er niet meteen door studenten verwezen naar de kennisoverdrager, maar ook naar zaken als gemotiveerdheid, mate van inzet, geschiktheid PGO-opdracht, samenwerking binnen het team, en nog talloze andere redenen. De docent is geen 'doorgeefluik' meer, maar stimulator van leerprocessen. Dus niet meer 'tig' keer dezelfde les afdraaien en dan tentamen doen, meestal met desastreuze resultaten, maar samen met de werkgroep komen tot echt leren, zelf opzoeken (ook en vooral kennis buiten de docent om!!), creatief omgaan met oplossingen en dus niet meteen de houding hebben van:”wat is het goede antwoord, meneer?"
De student is het middelpunt van de studie, daarom heen draaien de PGO’s en de projecten; dat is uiteraard strak geregeld binnen 1 kwartiel (een periode van tien weken), waarbij het voor komt dat zowel de student als de docent zich op gezette tijden een 'stakker' voelen (waar begin ik, waar eindig ik), maar zij worden en blijven beiden wakker; zo wakker zelfs dat er opnieuw een enthousiaste werkgolf gaat door FEM.

Geert Kalsbeek 
Instituut Financiën, Economie en Management (FEM)
Saxion Hogeschool Enschede,



[1] In de studieloopbanen van studenten in het hoger onderwijs zal de komende jaren veel veranderen  onder invloed van nieuwe onderwijsconcepten (competentiegericht opleiden, vraagsturing), andere opleidingsstructuren (BaMa) en globalisering. Deze veranderingen stellen andere eisen dan voorheen aan zowel de studenten, de begeleiderers en de betrokken instelling(en) als aan het bijbehorende informatiesysteem. Als daar nu geen rekening mee wordt gehouden, komen de betrokken partijen op
               korte termijn in de problemen.   

Het competentiegericht onderwijs impliceert onder meer dat vereiste competenties op diverse manieren kunnen worden behaald en niet alleen binnen de kaders van de eigen opleiding of instelling, zoals bijvoorbeeld via duale leertrajecten. 
De toenemende roep om “vraaggestuurd onderwijs” vereist dat het onderwijs snel en adequaat moet kunnen reageren op de vraag en flexibel moet kunnen omgaan met veranderingen daarin. Het vereist voor de studenten dat er op ieder gewenst moment informatie beschikbaar is om juiste keuzes te kunnen maken en om de studie goed te kunnen plannen, ook wat betreft onderwijscomponenten van buiten de eigen instelling.
Het nieuwe Bachelor-masterstelsel en toenemende globalisering, zal de diversiteit aan instroom en de individualisering van studieloopbanen (zowel in looptijd als in inhoud en in volgorde van studieactiviteiten) vergroten. 
Deze veranderingen stellen andere eisen dan voorheen aan het systeem. Alle betrokken partijen hebben overzicht nodig van het proces en zullen vaker behoefte hebben aan afstemming. Tegelijkertijd geldt echter dat het overzicht houden en adequaat reageren op dit proces steeds arbeidsintensiever en complexer wordt. Gebeurt dit echter niet, kunnen diverse problemen optreden: 

voor de studenten:

- studenten hebben een te beperkt zicht op keuzemogelijkheden in relatie tot het afgelegde studiepad en de 
  behaalde resultaten. Hierdoor wordt het moeilijk voor ze om efficiënt en effectief te kiezen en de studie te plannen;
- studenten hebben onvoldoende zicht op de gevolgen van bepaalde keuzes voor het verloop van hun studie en
  kunnen daardoor tegen onvoorziene problemen aanlopen.

voor de begeleiding:
- de begeleiding moet studentgericht zijn en just-in-time en just-enough; onvoldoende zicht op de diversiteit aan
  studieloopbanen en de individuele invulling van studieroutes, maakt dat de begeleiding niet meer goed kan worden
  afgestemd op daadwerkelijke behoefte en noodzaak;
- de begeleiding wordt steeds individueler, daardoor ook arbeidsintensiever en minder planbaar.  

voor de opleidingen/instellingen:
- de opleidingen/instellingen hebben onvoldoende sturingsinformatie over het verloop van studieloopbanen van
  groepen studenten. Dit leidt tot problemen in het aanbod van studieonderdelen en de inzet en planning van de
  begeleiding. 

Het kernprobleem op dit moment is een gebrek aan een samenhangend, bij de nieuwe onderwijsontwikkelingen aansluitend, systeem voor de informatie over de (individuele) studieplanning, studierealisatie en studiemogelijkheden. Wat in de praktijk tot uiting komt doordat: 

1.een koppeling van bestaande administratieve databases (voor studiepunten, studentengegevens, informatie over curricula of vakken, portfoliosystemen) op instellingsoverstijgend niveau (en soms ook binnen de instelling zelf) nog maar beperkt mogelijk of gangbaar is;

2.huidige administratieve systemen (lang) niet altijd uit de voeten kunnen met ‘afwijkende’ assesmentgegevens, zoals portfolio’s,  beschreven werkervaringen e.d.; 

3.het gebruik van (verplichte) studieplanningsystemen voor en door studenten geen algemene praktijk is;  

4.begeleiders veelal niet beschikken over van overzichten van studieplannen in combinatie met een signaleringssysteem, waarbij de begeleider gewaarschuwd wordt wanneer (per individuele student en of cohorte of selecties van studenten) bepaalde kritieke waarden worden overschreden (bijvoorbeeld indien een student meer dan 12 maanden achterloopt op zijn planning). 

Oftewel, een dergelijk, veelomvattend, informatiesysteem is nodig! Met als de uiteindelijke gebruikers van en belanghebbenden voor het systeem: 

•Studenten: zij maken gebruik van het systeem om hun studieloopbaan te monitoren, om inzicht te krijgen in mogelijke keuzes voor hun studieloopbaan (gebaseerd op gerealiseerde competenties en instroomvereisten) en om hun studieplan vast te leggen en bij te stellen. 

•Begeleiders: zij maken gebruik van het systeem om overzicht te houden op de diverse studietrajecten  van (groepen) studenten en om geattendeerd te worden op de momenten waarop ondersteuning-  en (bij)sturing gewenst of noodzakelijk is, zowel op individueel niveau als op groepsniveau. Begeleiders kunnen daarmee hun begeleidingsactiviteiten beter richten en plannen. 

•Opleidingsmanagement: opleidingen kunnen op basis van studieloopbaanoverzichten het aanbod en de planning van studieonderdelen beter aanpassen aan de vraag (het vraaggestuurd aanbieden van onderwijs). Daarnaast is dergelijke specifieke informatie in de toekomst noodzakelijk om betrouwbare en betekenisvolle gegevens te verkrijgen ten behoeve van de kwaliteitszorg en accreditatie. Door invoering van Bachelor-master en het competentiegericht en vraaggestuurde onderwijs, zal de instroom diverser worden en zullen er ook studenten instromen die maar een beperkt deel van het studietraject volgen. Bij het bepalen van rendementscijfers zal hier rekening mee gehouden dienen te worden. Ook kunnen door het onderscheiden van groepen met bepaalde kenmerken en/of planningen, knelpunten die specifiek voor deze groepen gelden eerder opgespoord worden en kunnen gerichte maatregelen genomen worden. Zo kan bijvoorbeeld voor een cohorte hbo-studenten met een technische achtergrond in een bepaald studiejaar het beginniveau voor een bepaalde master verkeerd zijn ingeschat, waardoor er voor deze studenten problemen optreden die niet voor studenten met een andere achtergrond gelden.  

Niet alleen een informatiesysteem kant
Naast een informatiesysteem, zal ook gekeken dienen te worden naar de bestaande (administratieve) procedures en de noodzakelijke ondersteuning. Studenten zullen bijvoorbeeld nadrukkelijk moeten leren om zelf te reflecteren op de eigen studieplanning en studieactiviteiten en tegelijkertijd zelf zicht te houden op alle noodzakelijke handelingen om het gewenste studiepad te kunnen volgen, zoals het tijdig inschrijven voor cursussen en tentamens e.d.
Begeleiders zullen de studenten hierbij moeten (kunnen) ondersteunen, waarbij het de vraag is of het huidige arsenaal aan begeleidingsinstrumenten en de huidige begeleidingspraktijk (beschikbare tijd, begeleidingsvormen e.d.) voldoende is.  
 
Instellingsoverstijgende aanpak
Ontwikkelingen als Bachelor-master en vraaggestuurd onderwijs, maken een instellingsoverstijgende aanpak noodzakelijk. Informatie dient flexibel te kunnen worden vastgelegd en ingezet, onafhankelijk van het gehanteerde begeleidingssysteem of van administratieve - ict - systemen. Informatie over curricula of afzonderlijke onderwijsmodulen van diverse instellingen, inclusief de bijbehorende vereisten voor deelname, mogelijkheden voor inpassing in het gekozen studietraject, voorbeelden van mogelijke studietrajecten e.d., dient voor een ieder gemakkelijk beschikbaar en up-to-date te zijn. Informatie over behaalde resultaten (verworven competenties) en planningen van de studenten, dient instellingsoverstijgend uitwisselbaar te zijn, rekening houdend met de privacygevoeligheid en betrouwbaarheid van de informatie.
Dit vergt nog het nodige aan ontwikkelingswerk en afstemming in de toekomst. Waarbij, idealiter, ook rekening gehouden dient te worden met internationaliseringaspecten.
Het uitvinden van het wiel per instelling of voor een beperkte groep instellingen, vormt hiervoor een inefficiënte benadering; wat op dit moment echter wel de praktijk (b)lijkt te zijn. Hoog tijd om de noodklok te luiden en op zoek te gaan naar een benadering van dit probleem op grotere schaal.  
 
 
Auteur: W.D.J. Vlas, dec. 2003 Universiteit Twente / ITBE - Onderwijskundig Centrum 
[1] Dit artikel is gebaseerd op de ideeën die ten grondslag liggen aan de Projectoutline Studieloopbaanbegeleiding voor de Projectronde 2004 van de Digitale Universiteit. Auteurs: Lia van Alphen (Open Universiteit, Onderwijstechnologisch Expertisecentrum), Helma Vlas (Universiteit Twente – ITBE) e.a., oktober 2003. 



Onlangs viel er in het UT-Nieuws te lezen dat het bij buitenlandse masterstudenten aan academische vaardigheden ontbreekt. Eén van die vaardigheden is het zoeken naar (wetenschappelijke) informatie. De ervaring leert dat ook een aantal buitenlandse promovendi deze vaardigheid missen. De cursus Systematically Searching for Information van ITBE / Bibliothecaire Ondersteuning, blijkt zeer geschikt om de leemte te vullen. U kunt er uw buitenlandse collega’s  op wijzen, maar misschien wilt u zelf uw kennis ook wel weer eens opfrissen? Dan kunt u ook kiezen voor de Nederlandstalige versie van de cursus: Methodisch informatie zoeken.
Ook belangstellenden van buiten de Universiteit Twente zijn van harte uitgenodigd om deel te nemen aan de Engelstalige of Nederlandstalige cursus of er kan een cursus op maat worden geboden voor uw instelling of bedrijf. Voor voorwaarden, zie het kadertje helemaal onderaan. 
 

Zeg het voort
De cursisten van de Systematically Searching for Information blijken zeer gemotiveerd te zijn. Hun Engelse taalvaardigheid is voldoende voor het volgen van de cursus en voor het zelf opsporen van de wetenschappelijke informatie. Toch melden zich slechts weinig cursisten jaarlijks aan. Waarschijnlijk zijn toch aspirant cursisten onvoldoende op de hoogte van het bestaan van de cursus SSI.
Een oproep voor deelname wordt in het UT-Nieuws geplaatst, maar kon tot nu toe nog niet worden opgenomen in de 'English edition'. Mogelijk kan deze via-via oproep meer bekendheid geven aan de cursus. Een Engelstalige beschrijving van de cursus is bijgevoegd: Beschrijving cursus SSI.
Informatie over de data is te vinden via:  http://www.dinkel.utwente.nl/education/courses/overview/course_b5/en

Wat biedt de cursus 'Systematically Searching for Information’ (SSI)?
De cursus is in de eerste plaats bestemd voor wetenschappelijke medewerkers van de Universiteit Twente en heeft tot doel vaardigheden aan te leren in het systematisch zoeken en vastleggen van wetenschappelijke informatie.
De cursus maakt de deelnemers vertrouwd met algemene en specifieke bronnen van informatie die nuttig kunnen zijn voor het gericht zoeken van informatie. De nadruk ligt op vaardig­heden en op het benutten van hedendaagse mogelijkheden om snel en efficiënt (litera­tuur) informatie te vinden en te bewaren voor onderzoek- en onderwijs-doeleinden. Met name voor begeleiders van afstudeeropdrachten en voor hen die promotieonderzoek uitvoeren, zijn naast kennis van oude beproefde methodieken om (literatuur) informatie te zoeken, kennis en vaardigheden met betrekking tot moderne zoekmethoden onontbeerlijk. Hetzelfde geldt voor het vastleggen en verwerken van eenmaal gevonden informatie ter wille van individueel gebruik of groepsgebruik.
Het programma bestaat uit zelfstudie, voordrachten en praktische oefeningen, inclusief het zoeken naar informatie over een door hen zelf gekozen onderwerp.
Na de cursus worden de cursisten uitgenodigd een afspraak te maken met de informatiespecialist die bij de UT voor een specifiek inhoudsgebied verantwoordelijk is, om onder zijn/haar begeleiding verder te werken aan het eigen literatuuronderzoek. Hieraan wordt een online-zoekactie gekoppeld. De cursisten vergroten op deze wijze tijdens de cursus niet alleen de informatievaardigheden, ze vinden meteen ook de nodige informatie met betrekking tot hun vakgebied of een specifiek onderwerp.
Bij de cursus hoort de syllabus 'Systematic and Efficient Searching of Scientific Information', die aan alle deelnemers wordt uitgereikt. Deze syllabus kan later door de cursisten tevens worden gebruikt als naslagwerk.
De docenten Ruud van Wissen en Wim Oosterling verzorgen de presentaties en begeleiding. In 2004 is de cursus gepland in mei en in september/oktober (zie eerder genoemde link). 

En hoe staat het dan met de Nederlandse versie 'Methodisch Informatie Zoeken' (MIZ)?
De Nederlandse versie wordt op eenzelfde wijze en met dezelfde doelstellingen aangeboden.
De cursus wordt tweemaal per jaar aangeboden: in juni en november 2004. Zie: http://www.dinkel.utwente.nl/education/courses/overview/course_b5/nl
Bij de cursus MIZ hoort een gedrukte syllabus en het interactieve computerprogramma MEEWIZ (Methodisch en Efficiënt Wetenschappelijk Informatie Zoeken). 

En als ik je nu niet naar de cursus wil, maar wel wat wil bijleren?
Via Internet zijn ook sites te vinden voor het zelf aanleren van informatievaardigheden: al dan niet in het Nederlands. Zie ook in de rechter menubalk van Venster op Professionalisering, onder “sites voor studenten" – "Informatievaardigheden”. Een goede site is te vinden via: http://www.library.tudelft.nl/ctkc/Information_skills/DelftSpecial/delftspecial.html, aangeboden door het BTUD Civil Engineering Knowlegde Centre.  

Contactpersoon cursus SSI: Wim Oosterling, tel.: 053-4892079, e-mail:  w.c.oosterling@utwente.nl  Contactpersoon cursus MIZ: Bert Boxem, tel.: 053-4892083, e-mail: a.a.k.boxem@utwente.nl

Voor deelnemers van buiten de Universiteit Twente:
Informatiezoeken is een vaardigheid die voor iedere onderwijsgevende en professional van belang is. Belangstellenden van buiten de Universiteit Twente zijn van harte uitgenodigd om deel te nemen aan de Engelstalige of Nederlandstalige cursus. Voorwaarde is wel dat de externe cursisten een vergelijkbaar beginniveau hebben en zich kunnen vinden in de aangegeven doelstellingen. 
Voor externe deelnemers worden kosten in rekening gebracht, waarbij deelnemers vanuit andere onderwijsinstellingen (non-profit) een vast kortingspercentage krijgen.  
Desgewenst kan een cursus ook op maat worden geboden voor uw instelling of bedrijf, waarbij rekening gehouden kan worden met het beginniveau, specifieke doelstellingen en randvoorwaarden, zoals tijdsduur. 
Voor aanmelding en informatie over de reguliere cursus, kunt u zich wenden tot de in het artikel genoemde contactpersonen. Voor maatwerk en nadere informatie daarover, kunt u zich wenden tot: dhr. drs. E.B. Smuling, e.b.smuling@utwente.nl, tel: 053-4892043, b.g.g. 053-4895453

 




Met Venster op Professionalisering willen we vooral ook nuttige tips, onderzoek, hulpmiddelen en voorbeelmateriaal ontsluiten dat elders te vinden is. Zoals de site "Digitale Didactiek- Vraagbaak voor digitaal onderwijs! http://www.digitaledidactiek.nl".   Vergelijkbaar met Venster op Professionalisering, alleen dan specifiek gericht op de professionalisering van docenten op het gebied van ICT en Onderwijs. Op deze site is informatie te vinden over het didactisch gebruik van ICT middelen in het onderwijs. Ook kan de bezoeker zelf vragen stellen en ideeën toevoegen.
Het project komt voort uit een samenwerkingsverband van het OECR, EduTec en de RUG.

Ter voorbeeld enkele recent toegevoegde artikelen die interessant zullen zijn voor menig HO-docent:

•Hoe kun je fraude en plagiaat van studenten snel en eenvoudig opsporen? Inclusief een gratis te downloaden software-pakket: Wcopyfind (http://plagiarism.phys.virginia.edu/Wsoftware.html) ! http://www.digitaledidactiek.nl/dd/toetsen/384 

•Hoe evalueer je of je de digitale leeromgeving op een goede manier ingezet hebt bij je vak? Inclusief een voorbeeld-vragenlijst. http://www.digitaledidactiek.nl/dd/didactiek_algemeen/403

•Hoe kun je studenten motiveren om actief bij te dragen aan een online cursus? Met aandacht en tips voor : Het creëren van een prettig en veilig leerklimaat, het geven van feedback (o.a. via peer review), Het verhogen van de betrokkenheid van studenten, het inbouwen van interactiviteit. http://www.digitaledidactiek.nl/dd/didactiek_algemeen/357

•Hoe kan een Kennis Management Systeem mijn vak versterken? Er wordt besproken hoe u een Kennis Management Systeem (KMS) kunt gebruiken om studenten binnen uw vak eigen ervaringen en gebruikte bronnen te laten delen. http://www.digitaledidactiek.nl/dd/presenteren/265

•Hoe organiseer je een online debat? http://www.digitaledidactiek.nl/dd/communiceren/383

•Hoe gebruik je ICT om studenten te stimuleren tot kritische zelfreflectie? De voorgestelde suggesties voor het inbouwen van on-line reflectiemomenten zijn bedoeld om studenten in het leerproces te stimuleren zich bewust te worden van en kritisch te reflecteren op eigen leerdoelen. http://www.digitaledidactiek.nl/dd/opdrachten/222

•Hoe kun je een college virtueel voorbereiden met studenten? Tips en ideeën. http://www.digitaledidactiek.nl/dd/samenwerken/253

•Welke typen reacties kan je geven aan studenten binnen een online discussie? http://www.digitaledidactiek.nl/dd/begeleiden/381

•Hoe kunnen begeleiders van verschillende instellingen/landen gezamenlijk een student op afstand begeleiden? http://www.digitaledidactiek.nl/dd/begeleiden/350



Internationaal gezien is er te weinig belangstelling voor bèta- en technische opleidingen.Tekorten aan bèta’s en technici komen al naar voren in de markt, bij onderzoeksinstellingen en bij de overheid. Het kabinet heeft de urgentie van het probleem ingezien en verwoord in het Hoofdlijnen Akkoord. Daarin is opgenomen dat Nederland moet behoren tot de Europese voorhoede op het terrein van onderwijs,onderzoek en innovatie. Er is een landelijk innovatieplatform ingesteld voorgezeten door de minister-president. Doelstelling is om de uitstroom in 2010 uit hogere bèta en techniekopleidingen in de Europese Unie met gemiddeld 15% te laten stijgen. Voor 2007 wordt gestreefd naar 15% meer instroom in deze opleidingen en een toename aan vrouwelijke studenten.  
Met het deltaplan “∆-plan ß|techniek - actieplan voor de aanpak van tekorten aan bèta’s en technici” geven de ministeries van SZW, EZ en OCW naast een analyse van de tekorten aan kenniswerkers de kaders voor een integrale aanpak van die tekorten.
De “∆”  staat voor: 1) urgentie van het probleem en de noodzaak van een nationale aanpak; 2) hét verschil: de wezenlijke veranderingen die nodig zullen zijn in het onderwijs en op de arbeidsmarkt om het negatieve imago van bèta en techniek te doorbreken; 3) de driehoek “overheid, werkgevers en onderwijs” die gezamenlijk moeten bijdragen.
Het laatste kenmerkt ook het “onorthodoxe” aan de aanpak volgens het rapport: “…de hele keten wordt benaderd; het gaat om een samenhangende aanpak, over het gehele onderwijsveld tot en met het aantrekken, vasthouden en benutten van deze kenniswerkers op de arbeidsmarkt. Speciale aandacht bestaat daarbij voor de “schakels”: de kruispunten tussen onderwijstypen en tussen onderwijs en arbeidsmarkt waarop veel potentiële bèta’s en technici afhaken.”
De voorgestelde benadering is “bottom up”; onderwijs-, onderzoeksinstellingen en werkgevers zullen zelf het werk moeten doen, maar daarbij wel gestimuleerd en gefaciliteerd moeten worden. 
Bij de uitwerking van de hoofdlijnen wordt uitgegaan van een middellange termijn (2005-2007 e.v.), waarin geslaagde vernieuwingen duidelijk ‘verankerd’ dienen te worden. Voor de korte termijn (2004) worden een aantal concrete maatregelen ingezet. In 2004 wordt vanuit de overheid een bedrag van 6 miljoen euro beschikbaar gesteld. Voor de jaren daarna is een bedrag gereserveerd dat oploopt tot maximaal 60 miljoen euro vanaf 2007. 
 
∆-plan ß|techniek actieplan voor de aanpak van tekorten aan bèta’s en technici.
Een publicatie van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, dec. 2003.
Te vinden op: http://www.minocw.nl/onderwijs/doc/2003/deltaplan.pdf  
Meer informatie:
Voorlichting Lennart Nooij/Leo Wijnhoven
Nabestellen Postbus 51-infolijn
Tel. 0800 8051 (gratis) of www.postbus51.nl
ISBN 90-5910–211-8  Prijs A 9,00 
 



In 2002 werd Question Mark Perception (QMP), een vanuit de leeromgeving Teletop, werkend toetssysteem, in gebruik genomen op de Universiteit Twente. Toetsexperten Henk Roossink en Jan de Goeijen van het ITBE vertellen meer over dit elektronische toetssysteem. 

Wat zijn de mogelijkheden van het toetspakket?
Docenten vanuit verschillende studierichtingen kunnen er gebruik van maken voor hun eigen cursussen. Het toetspakket kan gebruikt worden als middel om te oefenen, terugkoppeling te geven aan studenten en cijfers toe te kennen. QMP kan gebruikt worden vanuit de leeromgeving Teletop. Vragen en opdrachten voor oefening of tentaminering, worden in een itembank opgeslagen en zijn vervolgens beschikbaar voor indivdiueel gebruik of voor het groepsgewijs oefenen en toetsen. Na afname is toetsanalyse mogelijk en kan op een gemakkelijke wijze een rapportage van de resultaten verkregen worden. 
 
Hoe werkt het?
Het toetssysteem werkt in een netwerk. Docenten kunnen zich na autorisatie, toegang verschaffen tot hun eigen itembank vanaf hun werkplek of vanaf hun thuis-computer. En studenten kan toegang verschaft worden in een computerzaal, toetszaal of op het studieadres. De toegang voor oefening en voor tentaminering kan afzonderlijk geregeld worden. Voor tentamens onder toezicht is een ingerichte toetszaal de adequate voorziening. Aan de voorbereiding daarvan wordt nu gewerkt.  
 
Zijn er al ervaringen mee opgedaan?
Er is al flink geëxperimenteerd met het pakket. Het blijkt zeer bruikbaar te zijn. De huidige toepassingen – in verschillende studierichtingen - liggen vooral op het gebied van voortgangstoetsing en oefening, zoals blijkt uit de door ons opgedane ervaringen en uit een recent (en ook eerder) onderzoek van het CITO. Zie ook: http://www.citogroep.nl/ict_cbt/diensten/eind_fr.htm    

Wanneer komt de toetszaal voor QMP?
Aan de voorbereiding van de zaal wordt gewerkt. In organisatorische, logistieke en in financiële zin moet er nog het nodige gedaan worden. De toetszaal wordt zo opgezet dat tentamens afgenomen kunnen worden via beeldschermtoetsen in de toetszaal, terwijl toezicht aanwezig is. Dat is nodig om te kunnen garanderen dat tentamens onder tentamencondities afgelegd worden.
De organisatie is in handen van ITBE. Docenten kunnen de toetszaal vroegtijdig reserveren en vervolgens vanaf hun werkplek ervoor zorgen dat tentamens gereed staan voor afname.
Voor de opzet van een cursus kies je als docent wellicht uit een combinatie van ‘klassiek’ onderwijs en onderwijs aangeboden via een Elektronische leeromgeving (Teletop).Via QMP is de oefen- of terugkoppelvoorziening reeds beschikbaar en flexibel inzetbaar. De oefeningen en tentamens zijn zowel individueel als groepsgewijs te doen. Herkansingen zouden op deze wijze snel en op voor studenten geschikte momenten kunnen plaatsvinden.  
  
Wat moeten de docenten doen die er mee willen werken?
Vanuit ITBE wordt - voor zover nodig - ondersteuning gegeven bij het gebruik van QMP. U kunt contact met ons opnemen op uiteenlopend gebied:

•Kiezen, experimenteren 

•Aanschaffen 

•Trainen van mensen (toetsing algemeen/toetsplan maken, toetsvragen maken, werken met een toetssysteem, toetsefficiëntie) 

•Maken van vragen 

•Opslaan van vragen 

•Samenstellen van tentamens/oefeningen/proefafnames 

•Toetsafname 

•Toetsverwerking 

•Cijfer administratie 

•Oefeningadministratie 

•Resultaat rapportage 

•Organisatie toetszaal (beheer en toezicht bij tentamens) 

•Systeembeheer 

Daarnaast voor vragen over de opzet van de toetszaal en de stand van zaken. 

Contactpersonen:
Jan de Goeijen: tel.: 053-4892637; e-mail:
J.deGoeijen@utwente.nl
Henk Roossink: tel: 053-4892053; e-mail: H.J.Roossink@utwente.nl 


Bij de opleiding Technische Natuurkunde van de Universiteit Twente heeft studieadviseur Brigitte Tel een eigen ‘studentenvolgsysteem’ opgezet. Dit systeem wordt sinds kort gebruikt in het kader van het, eveneens nieuw ingevoerde, doorlopende mentoraat voor alle jaren van de bachelorfase. In dit artikel geeft zij een beschrijving van beide vernieuwingenen en reikt ze ideeën aan voor de verdere ontwikkeling van het systeem. 


De opzet van een mentoraat in het Bama-tijdperk

Sinds het studiejaar 2000/2001 is de studiebegeleiding bij Technische Natuurkunde (TN)  uitgebreid van een 1-jarig mentorbeleid naar een doorlopend mentoraat[1]. Aanleiding voor deze aanpassing was de inpassing van het mentoraat in de Bachelor-masterstructuur, de gezamenlijke propedeuse met Chemische Technologie en de opgedane ervaringen met het doorlopende mentoraat. De opzet wordt hieronder in het kort beschreven (Bron: Studieadviseur B.M. Tel en een informatiestuk voor de Opleidingscommissie TN,  Km.40111762 dd. 6 oktober 2003).
 
Taken van de mentor
De mentor begeleidt studenten bij studieachterstand, persoonlijke problemen, maar ook bij het uitbouwen van persoonlijke capaciteiten binnen en buiten de studie, door middel van advisering, informatieverschaffing en doorverwijzing.  Door de individuele gesprekken kan het mentoraat maatwerk verzorgen om een student zo snel mogelijk op de ‘juiste plek’ te krijgen, waarbij ‘juist’ tevens kan verwijzen naar het vroegtijdig overstappen naar een andere opleiding, het kiezen voor een dubbeldoctoraal, het volgen van een assertiviteitscursus etc. Het mentoraat heeft een controlerende en ondersteunende functie en vroegtijdig signaleren en ingrijpen wordt als belangrijk gezien.
 
Opzet van het mentoraat
In het eerste jaar krijgt iedere student een mentor toegewezen. Een mentor heeft een groep van 12 tot 15 studenten. Bij de toewijzing van een mentor wordt rekening gehouden met de studie (TN studenten krijgen een TN mentor) en de  samenstelling van de studenten in doegroepen, werkcollegegroepen en practicumgroepen.
Een mentor blijft gedurende de bachelorfase mentor van dezelfde groep. De mentortaak duurt maximaal 4 jaar; studenten die na 4 jaar de bachelorfase niet hebben afgerond worden overgedragen aan de studieadviseur.  In de huidige opzet wordt zodra een student voor een leerstoel heeft gekozen de begeleiding overgenomen door de leerstoelen. Hoe de begeleiding van de masteropleiding vorm moet krijgen en op welk moment het handig is om een student over te dragen zal nog nader uitgewerkt worden. Aandachtspunten hierbij zijn: de toelatingseisen en de inrichting van de master en de overstap naar de master indien er  nog sprake is van openstaande vakken in de bachelorfase.
Het mentoraat kent in de verschillende leerjaren verschillende aandachtspunten. In het eerste jaar staat de vraag centraal of TN de juiste studiekeuze is. In het tweede jaar staat de studievoortgang, motivatie en verbreding binnen en buiten de opleiding centraal. In het derde jaar en laatste jaar van de bachelorfase, staat de keuze van de master centraal. 
 
De rol van de studieadviseur en informatievoorziening
De studieadviseur is tevens mentorcoördinator. Zij levert samen met BOZ de materialen voor de mentoren aan en heeft contact met de mentoren over de studenten.
Aan de mentoren wordt ieder trimester een overzicht van de studieresultaten van de studenten gestuurd en ieder half jaar een totaaloverzicht van de studievoortgang in studiepunten. In het eerste jaar wordt voor ieder blok een overzicht gegeven. Aan het eind van het jaar worden de adviezen, na overleg van de mentoren met de studieadviseur, klaargemaakt en in de dossiers van de studenten opgenomen.
In het eerste jaar ontvangen de mentoren informatie over de garantiebeurs, februari-maatregel, mentorkaarten, smoelenboek, onderwijsexamenregelement en kan een mentorcursus gevolgd worden. Roosters en vakinformatie zijn via Internet te vinden.
Bij specifieke problemen kan de mentor een student doorverwijzen naar de studieadviseur. Studenten die na 4 jaar de bachelorfase niet hebben afgerond vallen onder de begeleiding van de studieadviseur. Met deze studenten wordt een passend begeleidingstraject ingezet.
De studieadviseur neemt zitting in de Onderwijs Commissie TN vergadering, heeft een adviserende rol in de bachelor examencommissie en fungeert als HBO-coördinator bij instroom vanuit het HBO in de bachelorfase.

 

Inzet van een zelf ontwikkeld studentenvolgsysteem

Binnen de opleiding is door de studieadviseur een eigen ‘studentenvolgsysteem’ opgezet dat gebruikt kan worden in het kader van het  doorlopende mentoraat voor de bachelorfase. Het systeem heeft  als doel het vroegtijdig signaleren  van studenten met prestaties onder de (te kiezen) norm. Daarnaast dient het voor continue monitoring van studenten door mentoren/studieadviseur. 
Aanleiding
Het systeem is ontwikkeld omdat Fasit (het binnen de UT gehanteerde administratieve systeem) geen (of alleen via veel omwegen) overzichtlijsten van (groepen) studenten met aantal behaalde studiepunten kan weergeven, niet de onder een norm presterende studenten kan signaleren en omdat je binnen Fasit geen status aan studenten kan meegegeven samenhangend met een te kiezen norm.  
Opzet studentenvolgsysteem
In het ontwikkelde volgsysteem, wordt een status meegegeven aan een student. Hieruit blijkt om wat voor ‘type’ student het gaat; om kwaliteit en studeerbaarheid aan te kunnen geven (ook in verband met accreditatie van de opleiding) is het belangrijk dat verschillende type studenten onderscheiden worden, zoals studenten die flexibele studiepaden volgen, zij-instromers  vanuit de lerarenopleiding of het hbo of  minorstudenten. Ook dient ‘vervuiling’ uit  het systeem (studenten die – nog - ingeschreven staan en feitelijk geen reguliere student meer zijn)  gefilterd te worden.
De studieadviseur hanteert als punten:
1= reguliere student
2= HTS instroom student
3 = student die paar vakken bij TN doet
4= buitenlandse masterstudent
5= student gestopt maar nog niet uitgeschreven
6= student die uitgeschreven is 
 
Het systeem kan de volgende informatie weergeven:
-          aantal behaalde studiepunten over aan te geven periode;
-          studieresultaten van een te kiezen groep studenten (sorteren op mentor, jaar, status, aantal SP, naam);
-          het ‘highlighten’ van onder de norm presterende studenten.
Daarnaast kunnen er aanvullende aantekeningen (bijvoorbeeld om aan te geven dat een student door langdurige ziekte vertraagd is) worden opgenomen en zijn vanuit het system de studenten direct per e-mail te benaderen.. 
 
Programmatuur
Het programma dat ten grondslag ligt aan het systeem, haalt uit Fasit over een bepaalde, te kiezen periode, voor alle studenten het aantal studiepunten in Excel binnen, op naam, studentnummer en jaar van aanvangdatum.  
Sorteerbewerkingen op jaar, mentor, etc. en het naast elkaar zetten van de behaalde studiepunten van een aantal perioden wordt vervolgens (nog) handmatig gedaan. 
 
Vervolgtraject
Er zijn ideeën voor verdere ontwikkeling van het systeem. De ideeën gaan in de volgende richting:
- een systeem dat automatisch van een student alle behaalde studiepunten over een bepaalde periode met te  
  kiezen aantal eikmomenten direct kan weergeven
- een systeem dat in overzicht de gegevens per jaar, per mentor, per norm..., kan weergeven
- een systeem dat een norm kan instellen en ‘highlighten’ wie daar onder zit
- een systeem dat deze gegevens (liefst in bekend programma als Excell of Acces) kan uitvoeren in een te kiezen
  aantal ‘moederbladen’ / format
  
 

Voor meer informatie: Studieadviseur B.M. Tel, tel.: 053-4891073,  e-mail: B.M.Tel@tnw.utwente.nl

 
 
 
 
 
 
 

[1]. De opzet hiervoor is aangegeven in het stuk aan de OCTN Doorlopende Studiebegeleiding bij TN dd. 2 maart 2000, kenmerk 40162425.



Neem stelling en informeer u over het nieuwe accreditatiesysteem!
In de zomer van 2002 is ingestemd met de wetswijziging in verband met de invoering van accreditatie in het hoger onderwijs. Samen met de invoering van het Bachelor-master stelsel betekent dit een belangrijke verandering voor het Nederlands hoger onderwijs.   
Aan de uitwerking van deze wetwijziging wordt momenteel hard gewerkt. In het Hoger Onderwijs wordt het huidige visitatiestelsel omgebogen tot een accreditatiestelsel. Welke consequenties dit kan hebben en welke onduidelijkheden nog bestaan, is op 15 dec. 2003 gepresenteerd aan de  medewerkers van de dienst ITBE van de UT. De Powerpoint-sheets van deze presentatie kunt u vinden onder: “PP-presentatie: Van Visitatie naar  accreditatie”. (NB.: Informatie over dit thema is tevens te vinden via het rechter menubalk van deze site, onder "Onderwijs links" -"Kwaliteitszorg".)

Hier en daar wordt de verwachting geuit dat accreditatie zal leiden tot meer bureaucratie. Er zal  meer energie en tijd moeten worden gestoken in het aantonen dat een opleiding goede kwaliteit levert. Deze energie en tijd gaat ten koste van de energie en tijd die in het onderwijs zelf wordt gestoken. Daardoor zal de kwaliteit van het onderwijs afnemen. 
Verwacht u dit ook? Graag wil ik daarover uw mening, die van de lezers van VoP, horen.  

De stelling luidt: Accreditatie leidt tot vermindering van de kwaliteit van het onderwijs.

Argumenten voor en tegen deze stelling zijn welkom en worden vanaf binnenkomst bij dit artikel in geplaatst. Insturen naar: VoP@ITBE.utwente.nl onder vermelding van de stelling in de onderwerpregel.
 
Auteur: Th. Van den Boomgaard, jan. 2004 Universiteit Twente / ITBE - Onderwijskundig Centrum.


Het wordt universiteiten, en met name de docenten in de propedeuse, niet makkelijk gemaakt aan te sluiten op het VWO, want de tweede fase is nog voortdurend aan verandering onderhevig. Pieneke Wiertz (email: wiertz@vsnu.nl) van het VSNU Informatiecentrum aansluiting vwo-wo,  maakte een notitie waarin zij de verschillen tussen de voorstellen en de huidige situatie op rij zette.
 
Donderdag 4 december heeft minister Van der Hoeven de nieuwe opzet voor de profielen in havo/vwo aan de Tweede Kamer gezonden. Het voorstel is naar de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen van de Tweede Kamer gezonden. De minister zelf zei eind oktober dat als het aan haar lag e.e.a. voor het eind van het kalenderjaar nog afgehandeld moest worden.
De brief en het bijbehorende schema (in Excel)u beide vinden op website van het Tweede Fase Adviespunt, in de rubriek dowloaden: (http://www.tweedefase-loket.nl/downloaden/index.php#2). 
 
Even voor de duidelijkheid: elke leerling doet in de tweede fase:
- een gemeenschappelijk deel: voor iedereen gelijk;
- een profiel deel: keus uit vier profielen;
- een vrij deel: door de leerling zelf in te vullen. 
 
Hieronder vindt u de door haar aangegeven opvallende punten. Daarna volgt het schematisch overzicht.  

Opvallend bij vergelijking voorstellen dd 4.12.03 met de huidige situatie: 

1.Het gemeenschappelijk deel kent geen vak geschiedenis (80) meer, terwijl ANW (120) en CKV 1 (160) resp 80 en 40 uur inleveren. 

2.Een noot bij de tweede moderne vreemde taal in het gemeenschappelijk deel geeft aan dat deze taal “vervangen kan worden”. Nadere specificatie wordt niet gegeven, behalve een verwijzing naar het voordeel voor havisten (havo heeft nooit een  tweede moderne taal in het gemeenschappelijk deel) die doorstromen naar het vwo. Dezelfde noot verklaart dat voor gymnasiasten hier in het gemeenschappelijk deel een klassieke taal kan worden ingevuld. Dat kan als gevolg hebben dat gymnasiasten met slechts één moderne taal hun vwo-diploma kunnen halen. Of met andere woorden: deze noot maakt de weg vrij voor het Technasium ook wel Technasion waarin de tweede moderne vreemde taal via een omweg wordt vervangen door andere (lees bètavakkken). In dat geval kan een leerling met alleen Engels als vreemde taal een vwo-diploma halen. 

3.Nieuw is dat geschiedenis (480) een verplicht vak wordt in profieldeel C&M en een profielkeuzevak in E&M. Geschiedenis blijft een keuze examenvak of een vak dat in het geheel vrije deel gekozen kan worden.  

4.Een “nieuwe bètavak” wordt als profielkeuzevak voor de profielen N&T en N&G opgevoerd, hoewel de minister zich nog niet zeker toonde dat dit vak ook daadwerkelijk in 2007 ingevoerd zal kunnen worden.     

5.Vergeleken zowel met de huidige situatie als met de beleidsvoorstellen van juli 2003 is in het profiel N&G natuurkunde (480) géén vast profielvak meer, doch een profielkeuzevak  (zie verder ook pt 6.) 

6.Aardrijkskunde en lichamelijke opvoeding 2  als profielkeuzevakken voor N&G zorgen voor een ander profiel N&G dan het huidige profiel N&G (met natuurkunde) dat doorstroomrecht voor o.a. de medische wetenschappen geeft (zie ook punt 7).  

7.De huidige samenstelling van profielen uit voor doorstroomrechten relevante vakken wijzigt door het invoeren van profielkeuzevakken zodanig dat moet worden onderzocht òf alle universitaire opleidingen toegankelijk blijven met een profiel zonder nadere vooropleidingseisen, zoals de oorspronkelijke doestelling van de invoering van profielen was. Indien het onderzoek leidt tot een ontkennend antwoord dient invoeringen van deze voorstellen gepaard te gaan met het vaststellen van (nieuwe) aanvullende vooropleidingseisen.       

8.Biologie gaat van 440 naar 480 (als verplicht profielvak in N&G, als  profielkeuzevak in N&T; als keuze examenvak of als vak dat in het geheel vrije deel gekozen kan worden). 

9.Nieuw is dat M&O (360) een verplicht profielvak in profieldeel E&M wordt. Het blijft een keuze examenvak en een vak dat in het geheel vrij deel gekozen kan worden. 

10.Het profieldeel C&M is in de nieuwe voorstellen met twee verplichte profielvakken en twee profielkeuzevakken qua structuur niet gelijk aan andere profieldelen die elk drie verplichte profielvakken en één profielkeuzevak tellen. 

11.Uit profielvakken die in de huidige situatie tegelijk gevolgd worden, moeten in 2007 één enkel profielkeuzevak exclusief worden gekozen:  

a.in C&M tussen òf kunstvak, òf filosofie òf moderne vreemde taal òf klassieke taal.  

b.in E&M tussen òf aardrijkskunde òf geschiedenis (waarbij ook òf een moderne vreemde taal òf maatschappijleer gekozen kan worden) 

12. De plaatsing van het profielwerkstuk, los van de delen, roept een vraag op naar de relatie van het profielwerkstuk met de huidige eindtermen van de profielvakken.  

 

Schematisch overzicht huidige en voorgestelde profielen vwo volgens de brief van minister van der Hoeven dd 4.12.2003 

NB: invoering per 1.8.2007 betreft 4-vwo met eindexamen op zijn vroegst voorjaar 2010. Voor het wo dus eerste instroom in augustus 2010 bij invoering in 4-vwo per 1.8.2007. 
Toelichting op schema dat huidige situatie vergelijkt met voorstellen minister:
In de brief dd 4.12.03 schrijft de minister dat zij onderscheid wil maken naar invoering van de nieuwe voorstellen op korte, middellange en lange termijn. 

a.op korte termijn krijgen ontwikkelcommissies (wettelijke) experimenteerruimte voor  bèta-vakvernieuwing – afhankelijk ook van de wens van scholen; op korte termijn ook stelt de minister één profielcommissie in voorstellen voor beide N-profielen gaat aanpakken, die echter niet per 1.8.2007 ingevoerd kunnen worden vanwege de tijd die nodig is voor leermiddelen- en examenontwikkeling; deze profielcommissie houdt zich ook bezig met de plannen van de ontwikkelcommissies voor de bèta-vakken.      

b.voor de middellange termijn (per 1.8.2007) wil de minister de huidige examenprogramma’s zoveel mogelijk aansluitend bij de bestaande programma’s aanpassen (nl meer keuzemogelijkheid) waarbij de minister uitsluit dat er een algeheel inhoudelijke vernieuwing plaats kan vinden (ivm leermiddelen etc). 

c.voor de lange termijn (minstens zes jaar, dus op zijn vroegst 2010 in 4 vwo) is een fundamenten vernieuwing van de examenprogramma’s aan de orde, inclusief nieuwe leermiddelen, op basis van de resulataten  van de ontwikkelcommissies en de profielcommissie.        

Wat betreft het nieuwe bètavak lijkt de minister dus niet te streven naar algemene invoering per 1.8.2007, maar wil zij scholen de ruimte geven om er alvast mee te experimenteren. Idem mbt  meer samenhang tussen bètavakken. In dat geval ontstaat er vanuit het hoger onderwijs bezien met name wat betreft de bètaprofielen  een ondduidelijke situatie.     
 

Gemeenschappelijk deel 

Vakken nu 

uren 

Vakken nieuw 

uren 

Nederlandse taal en letterkunde 

480 

Nederlands 

480 

Engelse taal en letterkunde 

400 

Engels 

400 

Franse taal en letterkunde 

160 

Moderne vreemde taal 

480 

Duits 

160 

ANW (Algemene natuurwetenschappen) 

200 

ANW (Algemene natuurwetenschappen)  

120 

Maatschappijleer 

120 

Maatschappijleer 

120 

Geschiedenis 

80 

 

--- 

CKV1 (Culturele en Kunstzinnige vorming 1) 

200 

CKV1 (Culturele en Kunstzinnige vorming 1) 

160 

Lichamelijke opvoeding 1   

160 

Lichamelijke opvoeding 1   

160 

Totaal gemeenschappelijk deel 

1960 

Totaal gemeenschappelijk deel 

1920 

 

Profieldeel Natuur en Techniek 

Vakken nu 

uren 

Vakken nieuw verplicht 

uren 

Wiskunde B1,2 

760 

Wiskunde  B 

520 

Natuurkunde 1,2 

560 

Natuurkunde  

480 

Scheikunde 1,2 

520 

Scheikunde  

440 

 

 

Eén keuzevak 2007 uit:  

 

 

 

•Nieuw bètavak 

440 

 

 

•Informatica 

440 

 

 

•Biologie 

480 

 

 

•Wiskunde A/B 

440 

Totaal profieldeel N&T 

1840 

Toaal profieldeel N&T 

1880-1920 

 

Profieldeel Natuur en Gezondheid 

Vakken nu 

uren 

Vakken per nieuw verplicht: 

uren 

Wiskunde B1 

600 

Wiskunde AB (of B) 

520 

Natuurkunde 1 

360 

Biologie 

480 

Scheikunde 1 

400 

Scheikunde 

440 

Biologie 1,2 

440 

 

 

 

 

Eén keuzevak nieuw  uit: 

 

 

 

•Nieuw bètavak 

440 

 

 

•Lichamelijke opvoeding2 

440 

 

 

•Aardrijkskunde 

440 

 

 

•Natuurkunde 

480 

Totaal profieldeel N&G 

1840 

Toaal profieldeel N&G 

1880-1920 

  

Profieldeel Economie en Maatschappij 

Vakken nu 

uren 

Vakkenper nieuw: 

uren 

Economie 1,2 

520 

Economie 

480 

Wiskunde A1,2 

600 

Wiskunde AB (of B) 

520 

Geschiedenis 

360 

M&O (Management en Organisatie) 

440 

Aardrijkskunde 

360 

 

 

 

 

Eén keuzevak nieuw uit: 

 

 

 

•Aardrijkskunde 

440 

 

 

•Maatschappijleer 

440 

 

 

•Geschiedenis 

480 

 

 

•Moderne vreemde taal 

480 

Totaal profieldeel E&M 

1840 

Toaal profieldeel E&M 

1880-1920 



 


Profieldeel Cultuur  en Maatschappij 

Vakken nu 

uren 

Vakken nieuw: 

uren 

Wiskunde A1 

360 

Wiskunde A 

480 

Geschiedenis  

360 

Geschiedenis 

480 

Culturele en Kunstzinnige vorming 2,3 

480 

 

 

Moderne vreemde taal 2 

320 

 

 

Filosofie of moderne vreemde taal 2 

320 

 

 

 

 

Eén keuzevak nieuw uit de maatschappijvakken: 

 

 

 

•Aardrijkskunde 

440 

 

 

•Maatschappijleer 

440 

 

 

•Economie 

480 

 

 

Eén keuzevak nieuw uit de cultuurvakken: 

 

 

 

•Kunstvak 

480 

 

 

•Filosofie 

480 

 

 

•Moderne vreemde taal of klassieke taal 

480-600 

Totaal profieldeel C&M 

1840 

Toaal profieldeel C&M 

1880-1920 

  

Vrije deel 

Keuzedeel nu 

Uren 

Keuzedeel nieuw 

uren 

Eén van de vakken uit de profieldelen 

…. 

Keuze examenvak  
(vrij te kiezen) 

440 

Biologie 1 

160 

 

 

Maatschappijleer 2 

360 

 

 

M&O (Management en Organisatie) 

360 

 

 

Informatica 

280 

 

 

Lichamelijke opvoeding 2 

280 

 

 

Klassieke culturele vorming 

200 

 

 

Latijnse taal en letterkunde 

480 

 

 

Griekse taal en letterkunde 

480 

 

 

 

480 

 

 

Geheel vrije deel 

520 

Geheel vrij deel 

480 

Totaal vrije deel 

1000 

Totaal vrije deel  

920 

 

Profielwerkstuk nu 

80 

Profielwerkstuk nieuw 

80 

 

TOTAAL elke vwo-leerling met een profieldiploma  

Minimaal 4800 

TOTAAL elke vwo-leerling 
met een profieldiploma 

Minimaal 4800 

 



In Bergen (Noorwegen) vond van 14 tot en met 18 juni 2003 de Internationale Computer Support for Collaborative Learning Conference 2003 plaats. Deze conferentie was gewijd aan computerondersteund samenwerkend leren, oftewel ‘Computer Supported Collaborative Learning’ (CSCL). Thema van de conferentie was: Designing for Change in Networked Learning Environments.
Enkele Nederlandse deelnemers aan deze ‘SURF-trip’ hebben uit het brede aanbod van de conferentie, elementen geselecteerd die voor het hoger onderwijs in Nederland van belang kunnen zijn. Centraal stonden daarbij de vragen: Wat kun je met inzet van ICT bereiken? en Wat moet je doen om datgene wat je wil bereiken te laten slagen?
Het verslag is te downloaden via de E-learning themasite van SURF: CSCL-rapport .  


DU INNOVATIUM 2004: online inschrijving geopend
Op 16 maart presenteert de DU: INNOVATIUM 2004, de jaarlijkse conferentie om de samenwerking binnen de DU-instellingen te promoten, onderlinge kennisuitwisseling te stimuleren en het resultaat van drie jaar DU te presenteren. Overkoepelend thema is E-learning: van strategie tot resultaat.
Doelgroep: directie, opleidingsmanagers, onderwijskundigen, docenten, projectleiders, projectmedewerkers, ICT-coördinatoren en studenten e.a. belangstellenden.
Programma: S. Noorda, voorzitter van de Raad van Toezicht, presenteert de conclusies van de DU-stategiediscussie; staatssecretaris Annette Nijs geeft een presentatie tijdens het middagprprogramma; 2 x7 parallelle sessies over uiteenlopende onderwerpen, vanuit drie invalshoeken: de techniek, het onderwijs en het management. Een projectenmarkt geeft een overzicht van alle DU-projecten en producten. De dag eindigt met een forumdiscussie, geleid door Harry Starren, directeur van De Baak (Managementcentrum VNO-NCW).
Inschrijving vanaf nu, snelle beslissers krijgen 50 euro korting, kijk voor meer informatie op www.innovatium.nl

Workshop Communities of Practice: wat doen we ermee?
Op 17 februari a.s. biedt de DU een workshop aan waarbij deelnemers leren wat er komt kijken opstarten van een Community of Practice. Bedoelt voor iedereen in het HO die zich regelmatig afvraagt hoe onderwijsinnovatie binnen uw instelling tot stand kan komen en de mogelijkheden en onmogelijkheden van een CoP wil verkennen? Er kunnen minimaal 8 en maximaal 20 personen deelnemen. Begeleiders: Magda Ritzen en Marijke Hezemans, Hogeschool van Utrecht. Deelname is gratis. Medewerkers van DU-instellingen krijgen voorrang bij inschrijving. Om u aan te melden stuurt u vóór 10 februari een e-mail naar buro@digiuni.nl met daarin de volgende gegevens: naam, instelling, emailadres.  

26 nieuwe projecten in DU projectenronde 2004
Op 18 december is de Deelnemersraad van de DU akkoord gegaan met 26 projectvoorstellen voor 2004. Tien projecten zijn ingedeeld in een van de vier programmalijnen van de DU, namelijk: Digitale leermaterialen; Digitale toetsen, assessments en digitaal portfolio; Leren en begeleiden op afstand; Opbouw en verspreiding van expertise.
De overige zestien projecten zijn ingedeeld in de drie nieuwe activiteiten. Hierbij gaat het om: a) twee projecten in de doorstroom- en schakelprogramma’s; b) vier projecten in sectorale programmaontwikkeling; c) acht kleine risicodragende of verkennende projecten.
Vrijwel alle nieuwe projecten gaan per 1 februari van start. Een overzicht van alle projecten vindt u onder Projecten 2004 

Nieuwe versie Productcatalogus uit
In november is op veler verzoek een herdruk van de DU productcatalogus opgeleverd. De catalogus geeft een compleet overzicht van het actuele aanbod aan producten en publicaties ontwikkeld binnen de Digitale Universiteit.
Deze herdruk is een vereenvoudigde, inhoudelijk aangepaste versie van de eerste druk. De catalogus heeft dezelfde uitstraling als de eerste versie, maar is inhoudelijk aangepast. Het aantal pagina’s is teruggebracht van 54 naar 32 pagina’s. Het aantal producten is gelijk aan de voorgaande druk, enkele publicaties zijn vervallen omdat ze niet meer actueel of leverbaar zijn.
Downloaden nieuwe Productcatalogus 2003. De gedrukte productcatalogus is op aanvraag beschikbaar via buro@digiuni.nl, telefoon 030 238 8671 

Digitaal Portfolio vernieuwd 
Digitaal Portfolio van de Digitale Universiteit is een webapplicatie die de student ondersteunt bij het in kaart brengen van de eigen competenties, het publiceren van eigen materiaal en het communiceren hierover. Medio januari 2004 is een nieuwe versie van Digitaal Portfolio (2.1) in gebruik genomen. Het gebruiksgemak van Digitaal Portfolio is verbeterd door aanpassing van de interface en geconstateerde ‘bugs’ zijn eruit gehaald.
Digitaal Portfolio is te vinden op http://www.digitaalportfolio.nl.  

Workshop Digitaal Portfolio: Toepassing & Ervaring
Datum: Donderdag 29 januari 2004. Tijd / Locatie: 13.00 - 17.00 uur, Utrecht
Tijdens deze workshop van de Digitale Universiteit kunt u tijdens een hands-on practicum het DU portfoliosysteem leren kennen door er zelf mee te werken. In het tweede deel van de workshop komen instellingen aan het woord die het portfoliosysteem al een tijdje in hun onderwijs gebruiken. Aanmelden kan tot 22 januari via:  mail naar buro@digiuni.nl met daarin de volgende gegevens: Naam – Instelling – Emailadres – Factuuradres.
 
Samenwerkend leren in een Virtueel Bedrijf
Vanuit de DU zijn diverse projecten opgestart waarin samenwerkend leren aan de hand van realistische opdrachten van echte opdrachtgevers en met behulp van een digitaal kennis- en samenwerkingsplatform centraal staat. Het project Groep Virtuele Bedrijven brengt de verschillende initiatieven bij elkaar.Over deze thematiek worden enkele workshops aangeboden op 27 februari 2004 bij de Hogeschool van Amsterdam en op een later moment bij Saxion Hogeschool Enschede. Op 28 januari en 31 maart 2004 worden workshops gehouden bij de Hogeschool van Utrecht en Fontys Hogescholen. Voor vragen of deelname  neem contact op met Melle de Vries, email: m.dvries@cetis.hvu.nl.
 
 



Een online workshop 'Grondbeginselen van Communities of Practice’
Op 19 januari 2004 start de Nederlandstalige online workshop 'Grondbeginselen van Communities of Practice’. Zie voor meer informatie en aanmelding: http://www.cpsquare.org/edu/Fnd_in_Dutch/  De workshop bestaat uit vier actieve weken, verspreid over een periode van zeven weken en loopt door tot 1 maart 2004.
In deze workshop verkent u samen met de andere deelnemers wat communities of practice zijn, wat er nieuw aan is en hoe ze zich ontwikkelen. De workshop is opgezet als een community of practice. Het is een interactieve, deelnemergestuurde e-learning ervaring, waarbij een actieve koppeling tussen de theorie en de werkcontext van de deelnemer voorop staat. Door de vorm  ervaart u ook hoe het is om in een community of practice te participeren. U krijgt concrete handvaten mee om met communities of practice aan de slag te gaan in uw eigen organisatie, adviespraktijk of onderzoek. 
De workshop wordt gegeven door Marc Coenders (adviseur  en facilitator van CoPs) en Maarten de Laat (onderwijskundig onderzoeker en ontwikkelaar van online tools). Zij werken daarbij samen met  Etienne Wenger (auteur van een aantal boeken over communities of practice), John Smith ('community builder' en deskundige op het gebied van online platforms) en Bronwyn Stuckey (onderwijskundig onderzoeker en online facilitator), die de internationale workshop over foundations of communities of practice verzorgen.

Congres Competentiegericht Leren en Werken  
Op donderdag 22 januari 2004 organiseert de commissie Moderne Media van ToPoS, de alumnivereniging van Toegepaste Onderwijskunde van de Universiteit Twente, het congres Competentiegericht leren en werken.
Competenties en competentiemanagement zijn thema’s die zowel het onderwijs als het bedrijfsleven al enige tijd bezighouden. Concrete exponenten hiervan zijn het werken met portfolio`s in het onderwijs en met competentiebeoordeling in het bedrijfsleven. Daarbij gaat het telkens om de vraag hoe je bepaalde bekwaamheden van studenten en medewerkers kunt meten en ontwikkelen. Maar welke rol spelen competenties en competentiemanagement precies in leren en werken? En, welke technologische hulpmiddelen zijn er om competentiegericht leren en werken mogelijk te maken?
Tijdens dit congres krijgt u te zien hoe competenties de lijm kunnen zijn tussen leren en werken en hoe technologie een belangrijke rol kan spelen bij competentiemanagement. U kunt deelnemen aan workshops en toepassingen bekijken op de infomarkt.

Programma:
09.30 Ontvangst met koffie en krentewegge
10.00 Welkom door dagvoorzitter
10.15 Inleiding door prof. dr. F. van Vught, Rector Magnificus UT
10.40 Keynote "Kennisproductiviteit" door prof. dr. J. Kessels
11.15 Koffiepauze
11.45 Eerste ronde parallelsessies
12.45 Lunch en bezoek informatiestands
14.00 Tweede ronde parallelsessies
15.00 Koffiepauze, bezoek informatiestands
15.30 Plenaire afsluiting door Henk Frencken
16.15 Afsluitende borrel, met informatiestands

De parallelsessies hebben o.a. de volgende onderwerpen
- Flexibel competentiegericht leren met behulp van ICT
- The teacher as designer of competency-based education
- Competentie gericht toetsen
- Elders verworven competenties
- Het meten van competenties
- De Virtuele Bedrijfsacademie

Meer informatie over het programma en inschrijven is te vinden op http://www.detoekomstinpraktijk.nl

Workshop Digitaal Portfolio: Toepassing & Ervaring
Datum: Donderdag 29 januari 2004. Tijd / Locatie: 13.00 - 17.00 uur, Utrecht
Tijdens deze workshop van de Digitale Universiteit kunt u tijdens een hands-on practicum het DU portfoliosysteem leren kennen door er zelf mee te werken. In het tweede deel van de workshop komen instellingen aan het woord die het portfoliosysteem al een tijdje in hun onderwijs gebruiken. Aanmelden kan tot 22 januari via:  mail naar buro@digiuni.nl met daarin de volgende gegevens: Naam – Instelling – Emailadres – Factuuradres.

Workshop Communities of Practice: wat doen we ermee?
Op 17 februari a.s. biedt de DU een workshop aan waarbij deelnemers leren wat er komt kijken opstarten van een Community of Practice. Bedoelt voor iedereen in het HO die zich regelmatig afvraagt hoe onderwijsinnovatie binnen uw instelling tot stand kan komen en de mogelijkheden en onmogelijkheden van een CoP wil verkennen? Er kunnen minimaal 8 en maximaal 20 personen deelnemen. Begeleiders: Magda Ritzen en Marijke Hezemans, Hogeschool van Utrecht. Deelname is gratis. Medewerkers van DU-instellingen krijgen voorrang bij inschrijving. Om u aan te melden stuurt u vóór 10 februari een e-mail naar buro@digiuni.nl met daarin de volgende gegevens: naam, instelling, emailadres.  

Wat bezielt de adviseur? CRWO-conferentie 2004

Conferentie voor adviseurs in het Hoger Onderwijs. Datum: 12 maart 2004, hele dag. Plaats: Amsterdam, Casa 400. Kosten: 250 euro bij aanmelding voor 1 feb.  
Drie thema's staan in drie rondes van parallelsessies centraal: A) actuele onderwijskundige ontwikkelingen; B) de adviseur (de persoon en de bezieling); C) het adviesproces (ontwikkelingen in het advieswerk).
Voor meer informatie: www.CRWOCONFERENTIE.NL 

DU INNOVATIUM 2004: online inschrijving geopend
Op 16 maart presenteert de DU: INNOVATIUM 2004, de jaarlijkse conferentie om de samenwerking binnen de DU-instellingen te promoten, onderlinge kennisuitwisseling te stimuleren en het resultaat van drie jaar DU te presenteren. Overkoepelend thema is E-learning: van strategie tot resultaat.
Doelgroep: directie, opleidingsmanagers, onderwijskundigen, docenten, projectleiders, projectmedewerkers, ICT-coördinatoren en studenten e.a. belangstellenden.
Programma: S. Noorda, voorzitter van de Raad van Toezicht, presenteert de conclusies van de DU-stategiediscussie; staatssecretaris Annette Nijs geeft een presentatie tijdens het middagprprogramma; 2 x7 parallelle sessies over uiteenlopende onderwerpen, vanuit drie invalshoeken: de techniek, het onderwijs en het management. Een projectenmarkt geeft een overzicht van alle DU-projecten en producten. De dag eindigt met een forumdiscussie, geleid door Harry Starren, directeur van De Baak (Managementcentrum VNO-NCW).
Inschrijving vanaf nu, snelle beslissers krijgen 50 euro korting, kijk voor meer informatie op www.innovatium.nl

‘Het Nationale Accreditatie Congres 2004; NAO or never’ 
Op woensdag 24 maart 2004 organiseren de NVAO i.o., de HBO-raad, de VSNU en PAEPON het congres over accreditatie in het hoger onderwijs in Nederland. ‘Het Nationale Accreditatie Congres 2004; NAO or never’ vindt plaats van 10.30 tot 17.00 uur in het World Trade Center in Rotterdam. Via www.vsnu.nl kunt u zich alvast aanmelden. Inschrijving voor specifieke workshops kan dan later plaatsvinden.
Tijdnes het congres staan de vragen van instellingen en opleidingen in het hoger onderwijs centraal. In een plenaire sessie en in workshops zullen zoveel mogelijk vragen, antwoorden, suggesties en tips over accreditatie, toetsing van nieuwe opleidingen, interne kwaliteitszorg, advisering onderzoeksmasters en internationalisering aan de orde komen.
Het congres (met maximaal 350 deelnemers) is met name bedoeld voor kwaliteitszorgcoördinatoren, medewerkers kwaliteitszorg, faculteitsbestuurders/directeuren en opleidingsdirecteuren. Andere medewerkers van hogescholen en universiteiten die zich bezighouden met accreditatie en kwaliteitszorg zijn echter ook van harte welkom. De kosten van het congres bedragen slechts 195 euro per deelnemer. 

Studiedag: 'Parels in het onderwijs'. Op woensdag 28 april 2004 verzorgt het ITBE – Onderwijskundig Centrum, tezamen met Saxion Hogeschool, de studiedag “Parels in het onderwijs”. Deze dag biedt een overzicht van 'best practices'. De studiedag is bedoeld voor docenten en andere medewerkers uit het Hoger Onderwijs die het onderwijs een impuls willen geven: effectiviteit verhogen, aantrekkelijker maken, een nieuwe werkvorm kiezen, al dan niet ondersteund met ICT. U kunt deelnemen als workshop(bege)leider en zelf uw ‘best practice’ tonen en bespreken en/of als toehoorder, om zoveel mogelijk te leren van de ervaringen van anderen. U kunt zich al aanmelden. Voor verdere informatie: http://www.dinkel.utwente.nl/education/courses/pearls/nl

Landelijke Dag Studievaardigheden (LDS) Op 12 mei 2004 vindt de 24e LDS plaats, georganiseerd door de Universiteit van Amsterdam en de Hogeschool van Amsterdam. De LDS wordt jaarlijks georganiseerd onder auspiciën van het Landelijk Overleg Studievaardigheden. De dag is bedoeld voor ieder die te maken heeft met leren studeren als docent, studiebegeleider, onderzoeker, beleidsmedewerker of manager in het hoger onderwijs of in het studiehuis. Het thema in 2004 is: zelfstandig leren in het voortgezet en hoger onderwijs. In de zomer 2003 wordt een website geopend, o.a. te bereiken via www.losweb.nl.
Informatie bij en reactie naar: drs. H.G. Möller, Universiteit en Hogeschool Amsterdam, tel. 020 - 525 6654, haidy.moller@uha.nl

The 9th Annual European Conference on Media in Higher Education.  
Aanvraag voor bijdragen voor “the 9th Annual European Conference on Media in Higher Education van “der Gesellschaft für Medien in der Wissenschaft”, September 15-17, 2004. Plaats: Karl-Franzens-University Graz. Thema: Are digital media coming of age in higher education? Deadline voor het indienen van papers: februari 29, 2004. Meer informatie: http://www.gmw-online.de/