Episodes VoP 2003-2005

Redactioneel - Zomeraflevering

De eerste aflevering van VoP verscheen in april 2003.
In de zomer van 2005 heeft VoP een ‘make over’ ondergaan om beter aan te sluiten bij de UT-layout. De eerdere site, gemaakt met een ander cms systeem, wordt niet meer bijgehouden en is per aug. 2010 opgeheven. De artikelen, die soms nog verassend van deze tijd zijn, zijn wel bewaard gebleven.

Op deze pagina zijn de items opgenomen die in de tweede aflevering van VOP stonden. Via de link (meer) in het onderstaande overzicht kunt u de inhoud lezen van het betreffende item. De items zijn integraal per aflevering overgenomen; het kan voorkomen dat sommige links niet meer werken en de lay-out niet optimaal is.




Redactioneel - Zomeraflevering

De tweede aflevering van de Nieuwssite (nieuwsbrief annex website)  Venster op Professionalisering. Leuk om even virtueel door te bladeren op de rustige momenten tijdens de komende zomerperiode.

Het aanbod aan nieuwsitems ziet u al in een oogopslag. Veel variatie en naar wij hopen zit er voor iedereen wel iets interessants bij. Maar
...(meer)


‘Een chromatische aberratie in menig hedendaags assessment’

Een kritische noot van gast-schrijver dr. Paul Peters, beleidsmedewerker bij de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen, over de systematische verkleuringen in recent verschenen boeken en artikelen over het beoordelen van competenties in het onderwijs.
Peters schrijft regelmatig kritische beschouwingen, signaleert trends en ontwikkelingen en wijst op...(meer)


Parel-studiedag weer een succes

Op  21 mei kwamen voor het derde jaar in de Vrijhof zo’n 70 docenten bijeen, vooral afkomstig van de UT en Saxion, om elkaar “Parels uit het onderwijs” te laten zien. De 'best practices' hadden, volgens organisator Erik Smuling (ITBE), een zeer hoge onderwijskundige kwaliteit.
Een impressie van deze studiedag......  
...(meer)


(Project)Vaardigheden leren achter je PC

Kun je (project)vaardigheden aanleren via de computer? Volgens Joke Oosterhuis, voormalig medewerkster bij de faculteit EWI, kan de door haar en Dolf Heiligers (medewerker ITBE) ontwikkelde Interactieve Website Projectvaardigheden (IWP) (http://iwp.cs.utwente.nl/) daar in ieder...(meer)


Training in projectonderwijs: teach as you preach

Buitenlandse universiteiten hebben het Onderwijskundig Centrum (onderdeel van ITBE) ontdekt als trainingscentrum op het gebied van projectonderwijs. Al een viertal jaren komen grote groepen universitaire docenten, onderwijsmanagers en onderwijskundigen van ITESM, Mexico’s grootste universiteit, een paar weken naar Twente voor een cursus. Een...(meer)


Hoe bevorder je digitale samenwerking tussen studenten?

Digitaal samenwerken of werken in learning communities is een werkvorm die elke docent wel wil toepassen die met projecten werkt. Maar de vraag is: hoe haal je studenten daartoe over?
We zijn bij projectgroepen te rade gegaan met vragen aan de studenten als: Hoe regelen zij de uitwisseling van informatie en communicatie? Wat werkt goed en wat werkt niet...(meer)


Toepassing van portfolio’s in het hoger onderwijs

Portfolio’s werden vroeger vooral door kunstenaars gebruikt, hiermee konden zij hun beste werk showen. Tegenwoordig worden (digitale) portfolio’s ook in het  onderwijs gehanteerd. Maar wat kun je hier nu mee in het onderwijs? Karen Slotman, gespecialiseerd in ICT en Onderwijs, vertelt over de in-en-outs van portfolio’s in het wetenschappelijk onderwijs...(meer)


UT-opleidingen helpen vwo-ers op weg

Is het niet jammer als studenten pas halverwege het eerste jaar merken dat de gekozen studie niet bij hun past? Of als de studenten meteen aan het begin van de studie al tegen allerlei problemen aanlopen omdat ze onvoldoende voorbereid zijn op de overgang van vwo naar wo? Met de LoopbaanOriëntatie en –Begeleiding (LOB) activiteiten voor vwo-leerlingen...(meer)


Academische competenties: hoe verwerf je die?

In de afgelopen jaren vroegen wij aan docenten, wat zij de beste opdrachten vinden om academische competenties te verwerven. Onderstaande opdrachten voor studenten in de hogere leerjaren zijn hiervoor geschikt. Het zijn voorbeelden van taken die passen bij het werk van iedere academicus. Of ze meer of minder voorkomen in de beroepsuitoefening is...(meer)


Nieuws van de Digitale Universiteit

Na een wat langer groeitraject, kunnen nu dan toch de DU-vruchten geplukt worden. 
Lees meer over enkele interessante publicaties, zoals de Handleiding Digitale Colleges. En vind uit of projecten, zoals Statistiek leren via het web en Experimenteren op afstand, ook voor uw onderwijs van...(meer)


Nu opgeven voor leuke cursussen in september

September is een goede maand om weer fris van start te gaan met onderwijstaken. De cursussen die het ITBE aanbiedt, kunnen daarbij goed van pas komen. Geef je nu op, zodat je straks kunt deelnemen aan één of meerdere korte cursussen of het uitgebreidere  Didactisch UT-inwerktraject voor (nieuw aangestelde) docenten.

...(meer)




De tweede aflevering van de Nieuwssite (nieuwsbrief annex website)  Venster op Professionalisering. Leuk om even virtueel door te bladeren op de rustige momenten tijdens de komende zomerperiode.

Het aanbod aan nieuwsitems ziet u al in een oogopslag. Veel variatie en naar wij hopen zit er voor iedereen wel iets interessants bij. Maar bekijk ook eens de menuonderdelen in de balk aan uw rechterhand. De meeste onderdelen worden iedere aflevering aangevuld. 

Zo vindt u onder “Publicatiestand – Interessante publicaties” enkele nieuwe boekbeschrijvingen en tips voor het vinden van publicaties op onderwijsgebied. Het overzicht aan (digitale) onderwijstijdschriften – ook op uw vakgebied – is nog verder uitgebreid en in alfabetische volgorde gerangschikt.   

Onder ”Studenten sites” vind u nieuwe sites die u kunt gebruiken in uw eigen onderwijs of ter ondersteuning aan uw studenten kunt doorgeven.  Met name de verzameling sites over “communicatieve vaardigheden” (zoals over het leren presenteren of het schrijven van scripties) en “studievaardigheden” is hard gegroeid. En voor menig jonge onderzoeker in spe zal de handige Virtual Statistical Assistant (te vinden onder “Academische Vaardigheden”) een uitkomst zijn.

Ook het aantal “onderwijs links” groeit gestaag. Laat u vaak uw studenten in groepen werken? Dan is de verwijzing naar een (Engelstalige) gids met uitleg en tips voor studenten over het werken in groepen net iets voor u. Te vinden onder de subkop “Didactiek / Activerende werkvormen”.  Onder “Toetsing en Assesment” is een artikel te vinden over een 7-fasen methode voor een ‘peer assessment’ proces en ‘peer learning’. De methode zorgt er voor dat de beoordeling effectief verloopt, terwijl er tegelijkertijd aandacht is voor het aanleren van benodigde vaardigheden.  
 
Graag ontvangen wij ook van u, de lezers, tips over sites en publicaties. Waar maakt u in de praktijk gebruik van? Help hiermee uw collega’s.
Ook horen wij graag ideeën voor onderwerpen, uw onderwijservaringen en meningen over het onderwijs in al haar facetten. Op de “Parel-studiedag” – zie het artikel hierover in deze aflevering van VoP  - bleek dat er en enorm arsenaal bestaat aan leuke onderwijsactiviteiten, ideeën en ontwikkelingen. Die willen we zichtbaar maken. Deel met anderen en profiteer van de reacties!   
 
Van de interactiemogelijkheden wordt nog weinig gebruik gemaakt. Maar probeer u het gewoon eens. Op uw vraag over het onderwijs - in “Vraag en advies” - ontvangt u in ieder geval gratis advies van een onderwijskundige/deskundige en daarnaast, naar we hopen, ook van collega-docenten in het hoger onderwijs. En wilt u niet meteen met naam en toenaam vermeld staan, dan kan het ook anoniem.

Wilt u communicatie over en weer en kennisuitwisseling op grotere schaal en meer toegespitst op uw vakgebied of specifieke interesses? Kijk dan eens in de rechter menubalk onder “Communities of pratice”. Onder deze noemer worden zowel aanwijzingen gegeven voor het deelnemen aan COP’s (en diverse voorbeelden aangereikt) als voor het zelf opzetten en beheren hiervan.  En mocht u al een COP of discussielijst hebben opgezet, meld het ons, dan vermelden wij deze weer op de site.  
 
Graag horen wij uw reacties en ontvangen wij uw bijdragen. Te sturen naar:
VoP@itbe.utwente.nl  
 
Veel leesplezier, een prettige zomerperiode en een goede start voor het nieuwe studiejaar gewenst, 
 
Namens het redactieteam van VOP, 
 
Helma Vlas
Eindredacteur VoP   


Een kritische noot van gast-schrijver dr. Paul Peters, beleidsmedewerker bij de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen, over de systematische verkleuringen in recent verschenen boeken en artikelen over het beoordelen van competenties in het onderwijs.
Peters schrijft regelmatig kritische beschouwingen, signaleert trends en ontwikkelingen en wijst op interessante kennisbronnen en onderzoek voor de abonnees van de “Lijst HO-MBO” en het onderwijskundig netwerk PION. 


 ‘Een chromatische aberratie in menig hedendaags assessment’ is een rare titel, dat geef ik onmiddellijk toe. Ik doel hierbij op de systematische verkleuringen die je waarneemt als je recent verschenen boeken en artikelen over het beoordelen van competenties in het onderwijs naslaat. De voorbeelden gaan bijna nooit over echte expertise maar bijna altijd over iets relatief 'onnozels' in vergelijking met waar het echt om gaat in de wereld van de professionals. Bijvoorbeeld of iemand in staat is begrijpend te lezen. Of iemand een vergadering kan leiden. Of iemand een gesprek kan voeren. Of iemand om kan gaan met verschillen in opvattingen. Of iemand post kan sorteren. Dat soort dingen. Ik denk dat het komt omdat de maat die wordt genomen te klein is om de complexe werkelijkheid te vatten. Competent professioneel gedrag wordt gesplitst in kleine hanteerbare brokken. Die worden ‘ge-assessed’ en daarmee hopen we dan de werkelijkheid te vatten. Maar niets is minder waar. (Als je iemands lengte wil weten kom je niet zo veel verder door de omvang van zijn pols en de lengte van zijn tenen te meten. Althans ik kan daar weinig mee. Overigens hoop ik dat ik niemand op zijn tenen trap met bovenstaande kritiek, want de weg naar 'assessment van expertise' is een lange en moeizame en we hebben elkaar hard nodig om hier verder te komen.) 
Het meten van echte expertise is lastig. Als je op dit terrein verder wilt komen zijn er natuurlijk boeken en artikelen te vinden die daar over gaan. Het is natuurlijk niet leuk voor de uitgevers, maar ik vond op het Internet een prachtig boek wat zo te ‘downloaden’ is. Zoals zo vele van deze publicaties komt dit boek uit de medische hoek. Daar loopt men denk ik op dit terrein een jaar of tien voor op andere sectoren. Dat zal ongetwijfeld te maken hebben met levensbedreigende risico’s die samenhangen met incompetent handelen van artsen die de weg kwijt zijn. Het betreffende boek is geschreven door twee deskundigen van de universiteit van Sussex in het Verenigd Koninkrijk. Hieronder staat de titel en het webadres. 
 
‘Developing the attributes of medical professional judgement en competence’ by Michael Eraut and Benedict du Boulay (University of Sussex) april 2000 http://www.cogs.susx.ac.uk/users/bend/doh/reporthtml.pdf 
 
Voor wie het zichzelf niet te makkelijk wil maken is dit boek een echte aanrader. De auteurs verschaffen een prachtig overzicht van wat medische expertise is, hoe je dat zou moeten leren en hoe je kunt voorkomen dat je het weer kwijt raakt en hoe je medische expertise vast kan stellen door middel van assessments. Een bijzonder aspect van dit boek is dat het met name gaat over het op peil houden en verder ontwikkelen van die medische expertise op de werkplek. 
 
Interessant vond ik het onderscheid wat de auteurs maken tussen ‘performance assessment’ en ‘competence assessment’.  Vaak wordt performance assessment gebruikt voor alle toetsing waarbij patiënten of simulatiepatiënten betrokken zijn. Zij stellen dat je eigenlijk pas van performance assessment mag spreken als het werkelijk gaat om het toetsen van echte on-the-job-performance onder werkcondities. Waar sprake is van door de arts zelf geselecteerd videomateriaal van eigen spreekuren met patiënten en artsen hun ‘best practice’ laten zien zou je eigenlijk ook nog moeten spreken van ‘competence assessment’en niet van ‘performance assessment’. 
 
Boeiend materiaal voor allen die zich bezig houden met het ontwikkelen van competentiegericht onderwijs!
 

Paul Peters is beleidsmedewerker bij de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen. In 1997 promoveerde hij op een proefschrift over de beoordeling van kwaliteit en studeerbaarheid van opleidingen. Hij is moderator van website van het onderwijskundig netwerk PION en de “LIJST HO-MBO” - te vinden op: http://www.geocities.com/paultmpeters/  De website bevat een keur aan teksten over onderwijs, toetsing, kwaliteitszorg en enkele andere onderwerpen.
Voor contact:
Dr. Paul Peters
Hogeschool van Arnhem en Nijmegen
Service Centrum Onderwijs - P/A Faculteit GGM
Postbus 6960  6503 GL Nijmegen
E-mail: Paul.Peters@bhh.han.nl / tel. (+31) 24-3596585




Op  21 mei kwamen voor het derde jaar in de Vrijhof zo’n 70 docenten bijeen, vooral afkomstig van de UT en Saxion, om elkaar “Parels uit het onderwijs” te laten zien. De 'best practices' hadden, volgens organisator Erik Smuling (ITBE), een zeer hoge onderwijskundige kwaliteit.
Een impressie van deze studiedag......  

 
Wantrouwen en vertrouwen 
Bij workshops over het “tegengaan van plagiaat” en het “voorkomen van meeliften bij projectonderwijs” werd uitgegaan van mogelijk ontduikgedrag bij studenten. In workshops “Leren ondernemen”, “Student activisme” en “Zelfwerkzaamheid” werd juist uitgegaan van de positieve en betrokken instelling van de studenten.  
Docenten die de studenten wantrouwen zullen teruggrijpen op meer toetsen en verplichte inleveropdrachten om studenten aan het werk te zetten. Zij die studenten vertrouwen gaan er vanuit dat studenten hun materiaal uit interesse en zonder studieverplichtingen gebruiken. 
Wantrouwen en vertrouwen van de student door de docent kwam in meer sessies terug, o.a. in een sessie over het computerprogramma CODAS.  
CODAS bestaat uit een nakijk- en een fraude-module. Voor de nakijkfunctie moet je wel minstens 10% handmatig nakijken om het systeem vooraf te 'trainen' en schema's, tabellen en formules kunnen niet nagekeken worden.  Fraudeopsporing is ook goed mogelijk met het systeem en zal bij vooraankondiging al preventief kunnen werken.  
Over het tegengaan van meeliften werd door een deelnemer het advies geuit: “je moet een project zo moeilijk maken, dat taakverdeling de enige manier is om alles af te krijgen. Of misschien moet je je niet te veel zorgen maken, omdat de student van meeliften ook veel leert, als hij daarna individueel verantwoording moet afleggen.” 
 
Hot topics 
Met onderwerpen als: ICT en onderwijs, competenties en zelfstandig leren en Integratie van extern werk in het curriculum, sluit deze dag aan bij de hot topics in het hoger onderwijs. Docenten van vakken uit Psychologie, Bedrijfskunde, Natuurkunde en Bouwkunde lieten geavanceerd onderwijs met computer-video-interactie zien, waardoor ook docenten van andere vakken op ideeën  werden gebracht.  
Met ICT zijn prachtige resultaten te bereiken die niet zonder de huidige stand van de techniek zouden kunnen. Om dat waar te maken, leert de ervaring, moet je echter met minstens drie instellingen of landelijk samenwerken.  
 
Flexibel lesmateriaal 
Opvallend was deze keer de nadruk op lesmateriaal waarbij de docent zelf vrij is om een beetje of bijna alles te veranderen. Zo kun je materiaal van “Zeer Actieve Psychologie”, dat bestaat uit stukjes van 15 - 30 minuten, gebruiken als opwarmer, ter demonstratie of als practicum. En je kunt de Twentse bedrijfscase Innobus (op CD-ROM) aavullen met eigen stukken theorie en opdrachten.  
In de begintijd van computer ondersteund onderwijs werden programma's, net als leerboeken, zo gemaakt dat het lastig aan te passen was aan de eigen wensen van de docent. Nu, met flexibele programma’s, is de kans op gebruik door een bredere doelgroep en voor meerdere doeleinden groter. Er komen zelfs halffabrikaten op de markt, die de gebruiker inpast en aanpast naar behoefte. 
 
Parels in discussie 
In de discussies konden deelnemers elkaar doorzagen met vragen als: “Moet je in dat gecomputeriseerde natuurkunde-experiment de echte opstelling niet een grotere rol laten spelen?”, “Welk soort leren lok je eigenlijk uit met die verkenningen van psychologische theorieën en verschijnselen en kun je dat ook toetsen?” en “Vindt er nog een confrontatie met de theorie plaats, als je studenten zelf met een interactieve bedrijfscase op cd-rom laat spelen?” In de  intensieve discussies werd de schoonheid van de Parels bewonderd en werd tevens duidelijk dat over het materiaal grondig nagedacht is. 
Bij elke sessie kregen de deelnemers een paar vragen voorgelegd: “Wat zijn van deze Parels voor u de sterke of aardige punten? Op welke ideeën brengt dit u voor uw eigen onderwijs? Welke suggesties heeft u om deze Parel meer glans te geven?” Dit zal een bijdrage hebben geleverd aan het constructieve klimaat dat de bijeenkomsten kenmerkte. 
 
Vraag en aanbod vinden elkaar  
Sterker dan voorheen blijkt hoeveel hbo en universiteit elkaar te bieden hebben. Vaardigheden die studenten ‘just-in-time’ nodig hebben bij projecten, zoals projectmanagement, interviewen, conflicthantering en presenteren, kunnen zowel hbo- als wo-studenten tegenwoordig leren via een algemeen beschikbaar computerprogramma: Interactieve Website Projectvaardigheden (http://iwp.cs.utwente.nl, zie ook verderop in deze aflevering van Venster op Professionalisering). Dit dankzij onze voormalig UT-collega Joke Oosterhuis. Daar ging een enthousiaste hbo-bouwkunde collega blij mee naar huis: “Dat is nog eens een tijdsbesparing!”. 
Terwijl een elektronisch instrument voor intake assessment in het hbo juist weer een eye-opener bleek voor universitaire docenten belast met het verlenen van vrijstellingen aan de zij-instromers voor de mastersopleidingen. Al verzuchtte een UT-medewerkster: “Daar zijn we helaas nog lang niet aan toe, want dan moet het beschikbare leerplan daar ook op worden aangepast.” 
 
Oud en nieuw 
De meeste parel-aanbieders werken in innovatieprojecten, in nieuwe studierichtingen, binnen SURF-verband of bij de Digitale Universiteit aan onderwijsmateriaal en werkvormen waarover iedereen enthousiast blijkt te zijn. 
Veel deelnemers komen elk jaar terug, maar er zijn dan ook elk jaar genoeg nieuwe initiatieven om te bewonderen.  
Het geheel verliep in een collegiale, informele sfeer. Tussen de aankondiging en de presentatie kan wel eens wat verschil zitten en menig spreker verzuchtte in de wandelgangen dat je in drie kwartier zo weinig kwijt kunt, maar veel Parels kwamen toch uit de evaluatie tevoorschijn met een 8 of zelfs een 9.  
Enkele suggesties en opmerkingen werden er op het evaluatieformulier ook gegeven: “Meer bekend maken binnen de faculteiten”, “Ook elders in Nederland sprekers zoeken”, “Minstens elk jaar herhalen” en “Gewoon erg leerzaam”. Dat zijn leuke opstekers voor de organisatoren. 
 
Impressie van de Studiedag Parels in het Onderwijs door Frank de Mink. 
 
 




Kun je (project)vaardigheden aanleren via de computer? Volgens Joke Oosterhuis, voormalig medewerkster bij de faculteit EWI, kan de door haar en Dolf Heiligers (medewerker ITBE) ontwikkelde Interactieve Website Projectvaardigheden (IWP) (http://iwp.cs.utwente.nl/) daar in ieder geval een ondersteunende en stimulerend bijdrage aan leveren. 
Studenten kunnen met het programma individueel, in duo’s of gezamenlijk met de projectgroep aan de slag. Voor de docent is het programma zelfsturend en flexibel inzetbaar. Zo kun je er als docent voor kiezen om het volledige programma te gebruiken, maar kun je ook het programma gebruiken om alleen een specifieke vaardigheid, zoals ‘adviseren’, te laten oefenen. Of je kunt de casu uit het programma gebruiken als invalshoek voor het bespreken van bepaalde vaardigheden.

Wat maakt IWP bijzonder?
Naast de in de inleiding aangegeven kenmerken, zoals flexibel gebruik en flexibele inzetbaarheid, zijn vooral de grote hoeveelheid interactiemogelijkheden bijzonder. Zo kan de student online vragenlijsten invullen om na te gaan of hij* bepaalde vaardigheden al in voldoende mate beheerst. Diezelfde vragenlijsten kan hij later weer gebruiken om na te gaan of er, na doorlopen van het programma, verbetering is opgetreden in de beheersing van die vaardigheid. De uitslag, inclusief wat tips en suggesties voor informatiebronnen, verschijnt steeds onmiddellijk op het scherm.
Op basis van de uitslag, kan de student besluiten de theorie (altijd zeer beknopt) te bestuderen en/of een korte oefening of juist een complexe oefening te doen.
Het programma bevat een veelheid aan casu die dicht aansluiten bij de belevingswereld van studenten. De casu worden aangeboden via korte beschrijvingen of (128!) realistische videoclips. De casu worden door de student geanalyseerd en beoordeeld (Wat ziet hij? Wat zou hij doen in die situatie? Waarom reageren de personen in het filmpje op een bepaalde wijze? Enz.). Via vragen en een vergelijk van de antwoorden met medestudenten, of met studenten die al eerder het programma hebben doorlopen, kan gediscussieerd worden over de antwoordenopties. Al doende wordt daarbij meteen de vaardigheid ‘reflecteren’ geoefend.

Welke vaardigheden komen aan bod?
De vaardigheden houden nauw verband met projectactiviteiten, maar kunnen ook als op zichzelf staande eenheden worden bestudeerd. Het programma besteed aandacht aan de volgende vaardigheden en onderwerpen:
·   ontwerpen van websites
·   ontwerpen van een portfolio
·   presenteren
·   kwaliteit bewaken
·   SMART-doelen opstellen
·   teambuilding
·   adviseren
·   projectmanagement
·   time management
·   teksten componeren
·   notuleren
·   discussie leiden
·   relatie opdrachtgever
·   stressmanagement
·   interviewen

Hoe kom je aan het programma?
Het programma staat voor iedereen gratis ter beschikking en is te vinden op:  http://iwp.cs.utwente.nl/ .
Het programma werd aanvankelijk beheerd door Joke Oosterhuis. Na haar vertrek is het programma onder gezamenlijk beheer gesteld van Carel Vaneker (INF) en Helma Vlas  (ITBE). Wilt u meer informatie of heeft u vragen over het programma, of wilt als docent iemand die meedenkt over de mogelijkheden voor gebruik van dit programma in uw onderwijs, kunt u zich wenden tot de genoemde personen.
Maar de beste “proef op de som” is eigenlijk gewoon eens het programma zelf doorlopen. Er is een demoversie van het programma op CD-ROM verkrijgbaar. Hierop is het hele programma te vinden, alleen de interactieve onderdelen werken niet op de CD-ROM.  

Het programma, en het gebruik van de pc als hulpmiddel bij het oefenen van vaardigheden, is in voldoende mate uitgetest om de kwaliteit te waarborgen, maar als middel toch nog nieuw en uniek. Als u het gaat inzetten…, horen wij dan ook heel graag uw ervaringen hiermee en ideeën en tips voor toepassing van IWP in diverse onderwijssettings. 

Voor meer informatie:
Helma Vlas, ITBE, tel: 053 – 4892608. w.d.j.Vlas@utwente.nl
Carel Vaneker, INF, 053-4895645, c.b.vaneker@utwente.nl  

Meer informatie over de uitgangspunten voor het ontwerp van IWP en ervaringen met het gebruik ervan bij de opleiding Telematica, vindt u in het artikel: Skilltraining achter de pc (van “schijnbaar onzinnig” naar “blijkbaar efficiënt”).

Het ITBE (voormalig Onderwijskundig Centrum), in de persoon van Dolf Heiligers, heeft een belangrijke bijdrage geleverd aan IWP; o.a. door gedurende het gehele ontwikkeltraject mee te denken en ideeën te leveren voor casu, oefeningen en interactiemogelijkheden, door de scenario's voor alle videoclips te schrijven en de beeld- en geluidsopnamen te realiseren. Heeft u zelf ideeën voor het ontwikkelen van een mediaproduct, wilt u meer informatie over de ondersteuning die het ITBE hierbij zou kunnen leveren of wilt u gebruik maken van de faciliteiten die het ITBE biedt op het gebied van beeld- en geluidsopnamen, neem dan contact op met Dolf Heiligers, tel: 053-4893672 / e-mail: A.Heiligers@utwente.nl 

 
 * Lees waar “hij” of “zijn” staat ook “zij” of “haar”.



Buitenlandse universiteiten hebben het Onderwijskundig Centrum (onderdeel van ITBE) ontdekt als trainingscentrum op het gebied van projectonderwijs. Al een viertal jaren komen grote groepen universitaire docenten, onderwijsmanagers en onderwijskundigen van ITESM, Mexico’s grootste universiteit, een paar weken naar Twente voor een cursus. Een bijzondere cursusformule maakt deze cursus jaar in jaar uit tot een succes.   
 
Mexicaanse cursisten
De Universiteit Twente was één van de eerste instellingen die projectonderwijs op grote schaal invoerde. Het Onderwijskundig Centrum trainde en begeleidde docenten. Sinds een viertal jaren hebben zich deze trainingsactiviteiten uitgebreid naar Mexicaanse universiteiten. Al meer dan 100 cursisten hebben deze training gevolgd.  
 
Uitgangspunten
Het belangrijkste uitgangpunt tijdens deze cursus is om docenten hetzelfde te laten ervaren als studenten tijdens het projectwerk en daarover te laten reflecteren. Er worden groepen gevormd die een product maken; een innovatie- of trainingsplan voor projectonderwijs voor de eigen universiteit of faculteit. Dit productgericht werken vormt het tweede belangrijke uitgangspunt. Door echt aan het werk te zijn, leren professionals ook de onmisbare impliciete kennis.  
Sinds 2001 wenst de opdrachtgever ook een oordeel over de deelnemers. Dit bleek grote invloed bleek te hebben op het leerproces.  
 
Cursusimpressie
De huidige opzet is als volgt: de eerste dag, na een kort welkom, gaan de cursisten in groepen aan het werk. Elke cursist dient een werkstuk te maken over (het opzetten en inrichten van) projectonderwijs in de eigen situatie, inclusief aanwijzingen voor de studenten en een docentenhandleiding.
Elke groep heeft een tutor. Deze tutor vervult nadrukkelijk niet de rol van expert, maar alleen de rol van coach, hetgeen in het begin vaak tot de nodige verwarring leidt. De groepen maken op deze wijze kennis met de verschillende rollen die een docent bij projectonderwijs kan innemen.
Er zijn een paar ondersteunende inhoudelijke sessies en een excursie naar een opleiding die projectonderwijs aanbiedt, alwaar de cursisten kunnen praten met docenten en studenten, maar de meeste tijd brengen de cursisten door in de eigen groep, werkend aan individuele producten en groepsproducten.
De groepen kunnen een beroep doen op experts (medewerkers van het Onderwijskundig Centrum en/of van faculteiten, geselecteerd op basis van hun specialisatiegebied of ervaringen), maar moeten daarvoor gebruik maken van een knipkaart, zodat ze zuinig met onze tijd omspringen. 
 
Beoordeling
De toetsing is zo ingericht, dat elke groep eerst zelf criteria formuleert waaraan de producten moeten voldoen. Tegen het einde van de cursus dienen zij te beargumenteren of en in hoeverre de eigen producten, en die van hun medecursisten, aan deze criteria voldoen. Deze werkwijze bespaart ons, als trainers, tijd en is voor de cursisten zeer leerzaam en daarmee zeker een aanrader voor projectonderwijs.
De uiteindelijke beoordeling van de producten, waartoe ook de lijst met criteria wordt gerekend, gebeurt na afloop van de cursus door de trainers.
We vragen de cursisten een persoonlijk reflectieverslag bij te houden over hun leerervaringen, waarop we regelmatig commentaar leveren in de trant van: hoe pas je wat je hier leert (straks) thuis toe? Een afrondend individueel reflectieverslag over het gehele traject, beoordeeld door de tutor, maakt deel uit van de beoordelingsprocedure.
Tegen het eind, presenteren de groepen hun producten en vertellen over hun leerervaringen voor de gehele groep en in aanwezigheid van de trainers, tutoren en experts.  
 
Culturele verschillen
Opvallend, en afwijkend van de Nederlandse situatie, is dat in deze groep van Mexicaanse privé-universiteiten de centrale staf een sterke invloed heeft op de inhoud en structuur van het onderwijsprogramma. Dit beperkte de deelnemers ook wat betreft hun vrijheid om veranderingen aan te brengen binnen het onderwijs voor hun eigen vakgebied. De vakkenstructuur werd niet losgelaten en het ging daardoor veelal om monodisciplinaire projecten. Toch, en dat was leuk om te ervaren, besloten enkele deelnemers tijdens de cursus alsnog om met collega’s een gezamenlijk project op te gaan zetten.
Een ander cultureel verschil vormt de opvatting over de rol van de docent. In Mexico is de docent de expert en kennisleverancier. De studenten zijn gedurende het leerproces docentafhankelijk. Door het samenwerken in de groepen ervaarden de cursisten dat studenten ook veel van elkaar kunnen leren en hoe leuk dat kan zijn.
De visie op de rol van een docent bepaalde ook de problemen die de cursisten aanvankelijk hadden met hun tutoren, die hen geen kennis aanleverden en ook geen feedback gaven. Aan het einde van de cursus erkenden zij echter wel de rol en het belang van de tutor, in de rol van coach, in het groeps- en leerproces. 
 
Succesvol
Uit de eigen zowel als door ITESM uitgevoerde evaluaties, blijkt dat de cursisten uiterst positief zijn over de geboden cursus. De huidige aanpak, die in de loop der jaren steeds meer geperfectioneerd is maar zeker in ontwikkeling zal blijven, is - naar wij denken - zo succesvol omdat de deelnemers totaal ondergedompeld worden in een onderwijssysteem. Het is niet meer alleen een kwestie van erover horen en lezen, maar vooral een kwestie van ervaren hoe en ook dát het werkt. Ze werken in een situatie die dicht bij de eigen ervaring blijft, ze komen in een toestand van ‘flow’, van zeer hard werken en nauw samenwerken in de groep, ze ervaren de stimulerende en motiverende aspecten, zien duidelijk vorderingen en ervaren succes.
Een dergelijke cursusopzet blijkt bij uitstek geschikt voor hoger opgeleide professionals. 
 


****************************************************************************************************************************************************** 

Dit artikel vormt een uittreksel uit een uitgebreider Engelstalig artikel over dit onderwerp. Het Engelstalige artikel is nog in wording, maar heeft u belangstelling om dit artikel t.z.t. te ontvangen, stuur dan een mailtje naar: VoP@dinkel.utwente.nl  

De foto's in dit artikel geven een impressie van de cursus in mei 2002. De foto's zijn afkomstig van ITBE (groepsfoto) en van de cursisten zelf.   
 
Recentelijk is het boek Project-Led Egineering Education (Powell & Weenk, 2003) uitgekomen, met een uitgebreide beschrijving van en veel praktische tips voor (het opzetten van) projectonderwijs. Zie hiervoor ook in het rechter menu onder: Publicatiestand – Interessante publicaties. 
 
Wilt u een van de trainers/organisatoren van de beschreven cursus spreken, bel of e-mail dan:

Wim Weenk
tel.: 053-4 89 2048
G.W.H.Weenk@utwente.nl



Digitaal samenwerken of werken in learning communities is een werkvorm die elke docent wel wil toepassen die met projecten werkt. Maar de vraag is: hoe haal je studenten daartoe over?
We zijn bij projectgroepen te rade gegaan met vragen aan de studenten als: Hoe regelen zij de uitwisseling van informatie en communicatie? Wat werkt goed en wat werkt niet goed? Wanneer wisselen ze wel en wanneer wisselen ze geen informatie uit? 

Dit resulteerde in onderstaand lijstje met suggesties.

1.      Maak kleine groepen van 4-6 studenten, geef hen als suggestie een portal (een digitaal programma met ruimte om samen te werken en documenten te delen) inclusief elkaars e-mail, telefoon en adres, zodat er meer mogelijkheden zijn voor onderling overleg. Laat die groepen tijdens een eerste bijeenkomst afspraken maken over de werkwijze, voorzitterschap, rolverderling, grenzen en mogelijkheden in hard- en software.
 
2.      Zorg voor opdrachten die onderling verdeeld worden en daarna aaneen gesmeed moeten worden. Verdeel bijvoorbeeld artikelen die men samenvat, beoordeelt, vergelijkt en in een kader moet plaatsen. Verdeel cases die verschillende invalshoeken demonstreren, warbij de groep moet zoeken naar de algemene aanpak.
 
3.      Vraag je studenten om een concreet product; dat kan ook een klein produktje zijn: een beargumenteerd oordeel, een lijstje met voor- en nadelen of een concept map, dat gezamenlijk moet worden gemaakt, en door iedereen kan worden verdedigd. Geef daarbij aan of en hoe het product meetelt en hoe ieders bijdrage terug te vinden moet zijn in het geheel (als je daar voor kiest).
 
4.      Zorg dat groepen zich kunnen onderscheiden, dat je appèlleert aan creativiteit, en deze ook honoreert, door de creatiefste of beste bijdrage als modelantwoord beschikbaar te stellen voor allen. Formuleer de opdracht zo open mogelijk. Niet bijvoorbeeld: "wat is de oorzaak van …" maar "wat zouden oorzaken kunnen zijn…."
 
5.      Begin klein, zodat ze ervaring kunnen opdoen. Verwacht niet dat beginners perfect zullen samenwerken aan een project gedurende bijvoorbeeld 4 maanden. Digitale communicatie kan net als andere communicatie worden misverstaan en vereist oefening en bepaalde vaardigheden.
 
6.      Vraag de groep in het begin om procedures te bedenken voor alles wat fout kan gaan: een lid dat niet op tijd reageert, ziekte, slechte kwaliteit, meeliften, verloren gaan van documenten, onbereikbaarheid van een groepslid, te weinig tijd, veeleisende opdrachten van andere vakken enz.
 
7.      Suggereer de groep zich op te splitsen in 2- of 3-tallen die een taak op zich nemen. Waarschuw voor het risico van uit elkaar groeien en misverstanden.
 
8.      Je kunt er voor kiezen om hen een "chatprogramma" te laten gebruiken of de studenten anderzijds te laten discussieren aan de hand van stellingen en vragen de argumenten daarna samen te vatten.
 
9.      Je kunt de groep studenten allerlei informatie laten verzamelen via Internet. Alvorens de url’s andere groepen door te geven, moeten zij de informatie beoordelen en van begeleidende tekst voorzien. Dat noemen we tegenwoordig: een weblog maken: een logboek van wat je vindt op het web.
 
Auteur: Frank de Mink, juni 2003. 
 
Voor meer suggesties zie ook: http://www.digitaledidactiek.nl/dd/samenwerken 


Portfolio’s werden vroeger vooral door kunstenaars gebruikt, hiermee konden zij hun beste werk showen. Tegenwoordig worden (digitale) portfolio’s ook in het  onderwijs gehanteerd. Maar wat kun je hier nu mee in het onderwijs? Karen Slotman, gespecialiseerd in ICT en Onderwijs, vertelt over de in-en-outs van portfolio’s in het wetenschappelijk onderwijs en over de ontwikkeling van een nieuw portfoliosysteem bij de Digitale Universiteit.
 
De betekenis van portfolio’s
Aanvankelijk waren het de kunstenaars die portfolio’s gebruikten om hun beste werk te showen. De laatste paar jaar wordt het begrip portfolio ook in het onderwijs gehanteerd. Maar wat is nu eigenlijk de betekenis van een portfolio in het onderwijs?
Strikt genomen is een portfolio een map met materiaal dat is verzameld met het oog op één of meerdere doelen. Een portfolio komt het beste tot zijn recht in competentiegericht onderwijs. In dat type onderwijs is het portfolio een verzameling documenten waarmee een student:
-           kan laten zien dat hij* over bepaalde competenties beschikt;
-           hij zijn eigen leerproces kan monitoren en sturen (en communicatie daarover);
-           expertise en producten voor anderen beschikbaar kan stellen.
Het gebruik van een portfolio kan de zelfverantwoordelijkheid van studenten vergroten. Studenten kunnen met behulp van hun portfolio de eigen ontwikkeling bijhouden en bewijzen daarvoor leveren, beargumenteerde keuzes in de studieloopbaan maken en zichzelf verder ontwikkelen. Goede begeleiding van studenten door docenten is daarbij van wezenlijk belang en noodzaak. Een student mag dan wel zelfverantwoordelijk zijn voor zijn eigen ontwikkeling, maar moet op gezette tijden wel de gewentste feedback krijgen. Zonder de feedback kunnen veel studenten zich niet op de optimale wijze ontwikkelen.  
 
Portfolio toepassing in verschillende onderwijssituaties
Het portfolio kan in verschillende onderwijssituaties worden ingezet, maar heeft in competentiegericht onderwijs een grotere meerwaarde dan in een onderwijsvorm waarin afzonderlijke kennis en vaardigheden centraal staat. In Tabel 1 worden drie onderwijssettings beschreven in relatie tot de leerdoelen, uitgangspunten, het leerarrangement en de manier van beoordelen. De tabel is afgeleid van een artikel van Elshout-Mohr e.a. (2000).  
 

Onderwijssetting 

Leerdoelen 

Uitgangspunten 

Leerarrangement  

Ontwikkeling & Beoordeling 

Setting 1: docent gecentreerd 

Afzonderlijke kennis en vaardigheden 

Studenten leren het meest effectief  wanneer de docent de kennis selecteert en structureert en de studenten gecontroleerd kunnen oefenen en feedback krijgen van de docent. De docent bepaalt in deze situatie alles zelf. 

Docent-geörienteerde cursussen en begeleide oefening. 
Het leerarrangement is voor alle studenten gelijk 

De docent monitort de student en formuleert het oordeel over de ontwikkeling van de student.
Studenten maken allen dezelfde toetsen en examens. De docent kijkt deze na.  

Setting 2: student-geörienteerd 

Algemene competenties 
 

Studenten  verschillen van elkaar. Trainingen in algemene vaardigheden en competenties zijn effectief wanneer studenten de vaardigheden of competenties op hun eigen manier kunnen oefenen en ontwikkelen en feedback krijgen van de docent op de ontwikkeling hiervan. De student bepaalt samen met de docent wanneer hij/zij de  vaardigheid/competentie beheerst.   

Strategie training;  
idividueel oefenen van vaardigheden in verschillende contexten. 
Het leerarrangement is niet voor elke student gelijk, maar kan door iedere student een persoonlijke invulling krijgen. 

De student en de docent bepalen samen de ontwikkeling van de student.
Studenten demonstreren algemene vaardigheden en competenties, die beoordeeld worden aan de hand van vastgestelde criteria door een docent of medestudent. De beoordelingscriteria zijn voor elke student gelijk. De student kan voor zijn ontwikkeling en bewijs voor algemene competenties een portfolio bijhouden. 

Setting 3: competentie-geörienteerd 
 

Professionele en academische competenties 

Leren vindt plaats in een context en  studenten leren het meest van authentieke opdrachten in een realistische (werk)situatie, waarin zij participeren als beginners. Studenten kunnen hun eigen ontwikkelingen monitoren en hun eigen leren aansturen en krijgen daarbij begeleiding van de onderwijsinstelling.  
 

Actieve deelname aan beroepsactiviteiten of simulaties; begeleid ervaringsleren en het ontwikkelen van een persoonlijk leer- en werkconcept. 
Studenten kunnen zelf hun eigen leerroute bepalen en volgen. 

De student monitort zijn eigen ontwikkeling en kan feedback vragen aan een docent of medestudent.
Studenten laten competenties zien in
-  portfolio’s
-  stages
-  concrete, realistische en authentieke opdrachten 
Beoordelaars kunnen nieuwe criteria ontwikkelen wanneer dat nodig wordt geacht (bijvoorbeeld wanneer de student zijn eigen leerdoelen combineert met de leerdoelen van de opleiding). De beoordelaar kan een docent, medestudent of de student zelf zijn. De manier van beoordelen en de beoordelingscriteria verschillen per student. 

Tabel 1: Onderwijssettings in relatie met de leerdoelen, het leerarrangement en de manier van beoordelen van ontwikkeling en toetsen (portfolio’s) 
  
Drie verschillende soorten portfolio’s
In de inleiding zijn drie doelen van een portfolio genoemd. In het onderwijs kunnen, op basis van deze doelen, drie verschillende soorten portfolio’s worden onderscheiden: het ontwikkelingsportfolio (ook wel reflectieportfolio genoemd), het beoordelingsportfolio en het showcaseportfolio.  Ontwikkelings- of reflectieportfolio
Het ontwikkelings- of reflectieportfolio, wordt gezien als het ‘bij jezelf de temperatuur opmeten’. Het is een middel om het leerproces van de student te stimuleren en zicht te bieden op de vooruitgang. Dit gebeurt door het laten uitvoeren van zelfreflectie op het eigen leerproces, eigen ontwikkeling en persoonlijke capaciteiten in relatie tot de gewenste eb vereiste bekwaamheden. Het verzamelen en ordenen van geproduceerde en ontvangen materialen, en het opnemen van een selectie daarvan in verhaallijnen, is een hulpmiddel hierbij. Die verhaallijnen zijn een reflectie op producten en processen en geven argumenten voor keuzes bij hernieuwde oriëntatie, planning en afspraken. Dit kan al of niet worden geformaliseerd in een Persoonlijk Ontwikkelings Plan.
Het doel is inzicht in eigen situatie op basis van het verleden om verstandige beslissingen over de toekomst te kunnen nemen. Feedback van en communicatie met ‘critical friends’ (medestuderenden, docenten, coach of begeleider) is daarbij van wezenlijk belang 

Beoordelingsportfolio
Het beoordelingsportfolio is bedoeld om ‘de temperatuur te laten opmeten’. Het betreft een middel voor de student waarmee hij/zij zijn/haar ontwikkeling, prestaties of competenties kan laten beoordelen.Aan de hand van selectie en de verhaallijn bewijst de student aan extern gestelde criteria te voldoen. Een dergelijke portfolio wordt bijvoorbeeld ingezet ten behoeve van beoordleing van een bepaalde competentie, een sollicitatie voor een stageplaats, een toegangsassessment voor een volgende fase van een opleiding (bijvoorbeeld de masterfase) of een intake-assessment voor zij-instromers. 

Showcaseportfolio
Het showcaseportfolio is vooral bedoeld om ‘jezelf te tonen’. Een showcaseportfolio wordt bijvoorbeeld gebruikt bij (open) sollicitaties voor een stageplaats of een baan of om verzamelde of zelf geproduceerde kenniselementen voor eigen gebruik of voor anderen beschikbaar te hebben. Een showcaseportfolio zal in het onderwijs altijd onderdeel uitmaken van een ontwikkelingsportfolio of een beoordelingsportfolio.
In de praktijk wordt het verschil in soorten portfolio’s niet altijd strak gehanteerd; een combinatie van twee of de drie verschillende soorten portfolio’s is mogelijk. In onderwijssetting 3 van tabel 1 is een combinatie ook meer voor de hand liggend.  

Het ‘digitale’ van de portfolio
Met ‘digitale’ portfolio’s wordt meestal bedoeld ‘webbased’ portfolio’s. Hoewel enkele opleidingen nog vol enthousiasme studenten een papieren portfolio laten maken, gaan de meeste opleiding over op een digitaal portfolio. Het voordeel van een digitaal en webbased portfolio is, dat dezelfde materialen in het “Archief” voor verschillende doelen is te gebruiken. Bovendien is de informatie digitaal beter toegankelijk en beter te structureren. Een mentor hoeft dan bijvoorbeeld geen pakken met papier mee te nemen wanneer een student een vraag heeft over de ontwikkeling van één van zijn competenties.
Een student kan een webbased portfolio aan meerdere personen tegelijk en zelfs ‘wereldwijd’ laten zien en de informatie, door gebruik van ‘links’,  op een doelgroep gerichte manier presenteren.
Al deze aspecten zijn nauw verbonden met de toekomstige veranderingen in het onderwijs. 
 
Ontwikkeling van een nieuw portfoliosysteem bij de DU
In het project ‘Digitaal Portfolio’ van de Digitale Universiteit, is vorig jaar een nieuw portfoliosysteem ontwikkeld. Bestaande portfoliosystemen bleken niet voldoende te voldoen aan de eerder genoemde drie aspecten: het kunnen laten zien van competenties, het eigen leerproces monitoren en sturen en het beschikbaar stellen van expertise en producten. Zeven onderwijsinstellingen, waaronder de UT, hebben de meest belangrijke functionaliteiten van een portfoliosysteem gedefinieerd. Vervolgens heeft ITBE het portfoliosysteem geprogrammeerd.

Het portfoliosysteem van de Digitale Universiteit kent twee zeer essentiële uitgangspunten:

1) Het portfolio is van de student. Dit betekent dat alleen de student eigenaar is en kan schrijven in zijn/haar portfolio. Het portfolio is dus geen instrument van de opleiding om de student te controleren. De opleiding kan daarentegen wel eisen stellen aan het portfolio van de student of kan portfolio-opdrachten aan studenten geven.

2) Een portfoliosysteem ondersteunt onderwijsvormen waarin de student veel verantwoordelijkheid krijgt, c.q. moet nemen en waarin het verwerven van competenties centraal staat. Dit kan betekenen dat de student ook verantwoordelijkheden krijgt en sturing kan geven aan de beoordelingscomponent. De beoordeling wordt dan afgestemd op de individuele student.  
 
Beschrijving van het DU-portfoliosysteem
Met het portfoliosysteem van de Digitale Universiteit kan de student materialen verzamelen en structureren (door gebruik te maken van trefwoorden en categorieën) in een Archief. Vervolgens kan de student met behulp van de verzamelde materialen Presentaties (outputs) voor verschillende doeleinden (en dus ook voor verschillende soorten portfolio’s) presentaties te maken. In schema ziet het portfoliosysteem van de digitale universiteit er uit als in fig. 1. is weergegeven.
De verschillende doelen kunnen zijn: het bewijzen van competenties, het laten zien van ontwikkeling van het leerproces via het beargumenteren van keuzes, reflectie en feedback, het delen van kennis door het showen van het beste werk aan de ‘wereld’ enz.
Het delen van kennis aan de ‘wereld’ is in de huidige versie nog niet volledig gerealiseerd. In de volgende versie zal dit één van de eerste zaken die geïmplementeerd moet worden. Daarnaast wordt gewerkt aan een nieuwe functionaliteit die door vele opleidingen zeer belangrijk wordt gevonden: de koppeling van het digitaal portfolio aan de digitale leeromgeving. Aan de koppeling met TeleTOP (UT) wordt momenteel al gewerkt. 
 


Figuur 1: Schema van de functionaliteiten van het portfoliosysteem van de Digitale Universiteit 

Meer informatie

Het digitaal portfolio is beschikbaar voor onderwijsinstellingen en in de toekomst ook voor het bedrijfsleven. Wanneer u het “digitaal portfolio” wilt bekijken, kunt u gebruik maken van de demosite:  http:\\www.digitaalportfolio.nl . Vul bij de username het volgende mailadres in: demo@digiuni.nl Het wachtwoord is: DUdemo. 
Wanneer u vragen hebt over het digitaal portfolio van de Digitale Universiteit kunt u contact opnemen met Karen Slotman: k.m.j.slotman@utwente.nl

In dit artikel is gebruik gemaakt van de volgende bronnen:

•Managementsamenvatting: digitaal portfolio van de Digitale Universiteit. Beschikbaar: http://mp.hen.nl/portfolio [april 2003].

•Elshout-Mohr, M., Oostdam, R., Snoek, M., Dietze, A. Asssement in a competence-oriented dynamic curriculum. ECER, 20-23 september, 2000, Edinburgh, Scotland.

• Homepage digitaal portfolio van de Digitale Universiteit. Beschikbaar: http://www.digitaalportfolio.nl [Maart-April 2003] 

* Waar “hij” staat kan overal ook “zij” gelezen worden.
 

Auteur: Karen Slotman. Onderwijskundig Medewerker bij ITBE (Dienst InformatieTechnologie, Bibliotheek en Educatie) van de Universiteit Twente. Zij houdt zich bezig met ICT in het onderwijs, curriculumontwikkeling en het nieuwe leren bij Slash21 (www.slash21.nl) Tel: 053-4892052
Email: k.m.j.slotman@utwente.nl 




Is het niet jammer als studenten pas halverwege het eerste jaar merken dat de gekozen studie niet bij hun past? Of als de studenten meteen aan het begin van de studie al tegen allerlei problemen aanlopen omdat ze onvoldoende voorbereid zijn op de overgang van vwo naar wo? Met de LoopbaanOriëntatie en –Begeleiding (LOB) activiteiten voor vwo-leerlingen proberen UT-opleidingen deze problemen te voorkomen. De afgelopen drie jaar zijn hiermee ervaringen opgedaan en het aantal vwo-ers dat gebruik maakt van deze 
                                 mogelijkheid groeit gestaag.  
 Foto: Vwo-leerlingen aan het werk bij Informatica.

Invalshoeken
Vanuit drie invalshoeken helpt de UT de vwo-leerlingen bij hun studiekeuze en met het maken van een soepele overgang van vwo naar wo:  
-           Kennismaking met één studierichting in het kader van de oriëntatie op de vervolgopleiding.
-           Vanuit een vak bevorderen dat een ‘doorlopende leerweg’ van VO naar HO ontstaat.
-           Kennismaking met beroepsvelden en beroepsbeoefenaars in het verlengde van een VO-vak en een HO-
            opleiding.
Kennismaken met één studierichting is zinniger als er ook diepgang wordt bereikt: het moet ergens over gaan. De LOB2-modulen hebben daarom een vakinhoudelijk karakter. 
 
Bekendmaking en aanmeldingen
Aan het begin van het schooljaar ontvangen VO-scholen brochures waarin een overzicht wordt gegeven van de modulen die de betrokken instellingen (Universiteit Twente en 5 Hogescholen; samenwerkend onder de naam LINX) aanbieden. Van iedere module wordt een korte beschrijving gegeven; de inhoud wordt beschreven, er wordt aangegeven wat een leerling gaat doen, (eventueel) van te voren al moet weten, hoe hij/zij begeleid wordt en hoe er beoordeeld wordt. Daarnaast is voor iedere module aangegeven bij welk profiel het past, op welke vwo-vakken het aansluit, studielasturen, het leerjaar waarvoor het bedoeld is, in welke periode de module wordt aangeboden en hoeveel leerlingen kunnen deelnemen.
Leerlingen kunnen zich inschrijven via een formulier in de brochure of – alleen geldend voor de UT – via de Schoolsite (te bereiken via de UT-site of via de LINX-website*). Ze kunnen een 2e keus opgeven, voor als hun 1e keuze niet  doorgaat wegens gebrek aan belangstelling.
De aanmeldingen voor de UT komen via Bureau Communicatie binnen en worden vervolgens doorgegeven aan de desbetreffende opleidingen. 
 
Activiteiten
Er worden door de UT meer dan 20 modulen aangeboden. De opleidingen zelf dragen, nadat de aanmeldingen bekend zijn, zorg voor de verdere contacten met leerlingen en regelen begeleiders en faciliteiten. Ongeveer de helft van de LOB2-modulen zijn voorzien van TeleTOP ondersteuning.
De leerlingen komen één of meerdere keren naar de Universiteit om de opdracht uit te voeren. Vaak wordt thuis of op school ook nog iets gedaan. Na een positieve afronding van de activiteiten ontvangen de leerlingen een certificaat. 
 
Aantallen
Het aantal aanmeldingen voor de UT-modulen groeit jaarlijks, al gaat het niet zo hard. In 2000/2001 werden 82 leerlingen geplaatst, dit studiejaar 97. Op basis van de keuzes die gemaakt worden, worden niet alle modulen jaarlijks uitgevoerd.
Er is nog voldoende ruimte voor verdere groei; de UT kan maximaal 350 leerlingen jaarlijks ontvangen.
Een punt van zorg en aandacht is het aantal leerlingen dat uiteindelijk een certificaat krijgt. Ongeveer 65% van het aantal ingeschrevenen, ontving dit studiejaar een certificaat. Een deel van de leerlingen haakt af. Oorzaken hiervoor zijn o.a. ziekte, proefwerken op de dag van het bezoek aan de instelling of het feit dat de leerlingen de studiepunten niet nodig hebben en daardoor de module niet afmaken.  
 
Meer informatie
Wat is nu het precieze effect van deze LOB-activiteiten op het studiekeuzeproces van vwo-leerlingen? Florijn heeft hier onderzoek naar verricht. In de volgende aflevering van Venster op Professionalisering vindt u de resultaten. 
Wilt u meer informatie over LINX of LOB-activiteiten, dan kunt u contact opnemen met:
Alie Blume, aansluitingscoördinator, Instituut Elan, Tel: 053 – 4892045 bgg. 053 - 4893560, e-mail: a.blume-bos@utwente.nl 
 
* LINX: http://www.infolinx.nl


In de afgelopen jaren vroegen wij aan docenten, wat zij de beste opdrachten vinden om academische competenties te verwerven. Onderstaande opdrachten voor studenten in de hogere leerjaren zijn hiervoor geschikt. Het zijn voorbeelden van taken die passen bij het werk van iedere academicus. Of ze meer of minder voorkomen in de beroepsuitoefening is afhankelijk van de functie.
De meeste opdrachten kunnen 10 -100 uur werk betreffen, afhankelijk van het bijgevoegde materiaal. Een eerste schets zou soms ook in een paar uur op papier kunnen staan. Die schetsen kunnen dan weer de input zijn van een werkcollege of werksessie waarin studenten elkaars stukken van commentaar voorzien om tot een volgende versie te komen.  

Opdrachten om academische competenties te verwerven. 

1.Schrijf een onderzoeksvoorstel of -aanvraag in je vakgebied voor een bepaalde geldverschaffer. De criteria zijn beschikbaar. 

2.Bekritiseer en beoordeel een onderzoeksvoorstel of meerdere voorstellen in het licht van de bestaande kennis. 

3.Recenseer of bekritiseer een onderzoeksverslag, onderzoeksopzet, een wetenschappelijk artikel of een wetenschappelijk boek en geef suggesties ter verbetering. 

4.Populariseer inzichten, theorie en onderzoek voor een bepaalde doelgroep over een gegeven probleemgebied, zonder afbreuk te doen aan de wetenschappelijkheid, zodat de doelgroep haar eigen vragen tegen het licht van de stand van de wetenschap kan houden. Wat kan wel met deze wetenschap en wat kan niet worden opgelost? 

5.Onderzoek, onderbouw of bekritiseer een bepaald gegeven standpunt, een mening, een keuze of een denkrichting vanuit wetenschappelijke kennis bezien. 

6.Leg uit hoe het “waarheidsgehalte” of de geldigheid van een verzameling gegevens, claims of uitspraken kan worden nagegaan. De verzameling is bijgevoegd. 

7.Analyseer de referentiekaders, achterliggende opvattingen over kennis en wetenschapsbeoefening, over mensbeeld of ethiek, van een aantal gegeven theorieën in je vakgebied en zet die tegenover elkaar, zodat de verschillen accent krijgen. 

8.Geef aan hoe een bepaald vraaggebied, maatschappelijk of technisch probleem, met behulp van onderzoek vooruit geholpen zou kunnen worden, daarbij rekening houdend met de stand van zaken in één of meer wetenschappelijke disciplines. 

9.Beargumenteer hoe met bepaalde, gegeven, tegenstrijdige wetenschappelijke conclusies kan worden omgegaan. 

10.Schrijf een beschouwing over verschillende manieren waarop onderzoek gebruikt kan worden, over soorten onderzoek en/of over doelen van onderzoek. Maak de beschouwing geschikt voor (bijvoorbeeld) iemand die met dit gebied onbekend is, maar wel verstand heeft van onderzoek in een ander gebied.  

11.Breng voor een opdrachtgever de bestaande kennis in kaart voor het beantwoorden van diens hoofdvragen en geef daarbij aan hoe verder onderzoek de beantwoording verder kan helpen. 

12.Maak een plan voor management van kennis en informatie voor een thema of probleemgebied voor een bestaande of fictieve organisatie. Houd daarbij rekening met wat experts en onderzoek te melden hebben over dit gebied of binnen afzienbare tijd zullen kunnen melden. 

13.Breng ordening aan in een (groot) aantal beschikbare meningen en uitspraken van een bepaalde groep, breng die in verband met wetenschappelijke begrippen en ontwerp een communicatieplan, informatieactie of scholing of leerweg voor die groep, gebaseerd op de stand van de wetenschap.

 

Auteur: Frank de Mink, juni 2003 
 

   

   



Na een wat langer groeitraject, kunnen nu dan toch de DU-vruchten geplukt worden. 
Lees meer over enkele interessante publicaties, zoals de Handleiding Digitale Colleges. En vind uit of projecten, zoals Statistiek leren via het web en Experimenteren op afstand, ook voor uw onderwijs van belang zijn.   


Het is er! Een overzicht van alle projecten en publicaties
Eind mei is de Productcatalogus 2003 van de Digitale Universiteit verschenen. Hierin wordt de eerste lichting digitale onderwijsproducten van de Digitale Universiteit gepresenteerd.
Op de website en in de papieren versie van de productcatalogus staan onder meer digitale leermaterialen, online toetsen, een digitaal portfolio. Bovendien staan er publicaties in over o.a. leren op afstand, virtuele bedrijven in het hoger onderwijs en het geven van digitale colleges.
De producten van de Digitale Universiteit zijn niet alleen leverbaar voor instellingen die deelnemen aan het samenwerkingsverband. Ze zijn te koop voor alle hoger onderwijs instellingen.  
 
Wiskunde op het web: voorbeelden uit de onderwijspraktijk
Op 23 mei bezochten circa 60 geïnteresseerden het sandwichsymposium Activerend bètaonderwijs en Wiskunde op het web. The programma werd interessant en informatie gevonden door het publiek, hoewel te weinig interactief.
Twee docenten van de UT presenteerden hun ‘good practice’. Herbert Wormeester (Technische Natuurkunde) beschreef zijn gewijzigde, interactieve, opzet voor het struikelvak “fysische modelvorming” en Jeroen Verschuur hield een presentatie over Math ML, waarmee wiskundige formules op het web kunnen worden gepresenteerd, zonder dat met afbeeldingen gewerkt hoeft te worden.
Naast UT, leverden ook de Universiteit van Utrecht, Universiteit van Amsterdam en de Noordelijke Hogeschool Leeuwarden inhoudelijke bijdragen aan deze dag.
Voor een uitgebreider verslag en foto-impressie van deze dag, zie: Wiskunde op het Web en Fotoimpressie Sandwichsymposium 

Hoe leg je je colleges digitaal vast?
In de Handleiding Digitale Colleges (DigiCol) staan aanwijzingen voor het maken en afspelen van digitale video-opnamen van hoorcolleges, practica, symposia en andere plenaire situaties.
Er worden protocollen aangereikt en een uitgebreide beschrijving van de apparatuur. Als handigheid wordt aangegeven hoe de opgenomen beelden kunnen worden gedigitaliseerd en vervolgens gekoppeld en gesynchroniseerd met de dia’s van de presentatie. Zo kunnen de dia’s als handvatten dienen voor het bladeren door de presentatie en voor zoeken naar bepaalde passages.
Handleiding Digitale Colleges (PDF document, 44 pagina’s).  P. Koopman, R. Kulk, G.H. Sanderink, W. Verschoor en B. White , nov. 2002.
 
Hoe neem je van je colleges alleen het geluid op?
Wil je alleen het geluid opnemen van je college (of andersoortige presentatie, dan is de praktische Handleiding Audio Digitale Colleges handig.
Handleiding audio Digitaal College (PDF bestand, 14 pagina’s). P. Koopman, R. Kulk, nov. 2002.

Een ICT-nulmeting bij 10 instellingen voor het hoger onderwijs
Wat is nu de huidige stand van zaken op het gebied van ICT gebruik in het hoger onderwijs? Door de DU is bij toen instellingen voor hoger onderwijs een nulmeting verricht. Zie: DU ICT nulmeting (PDF bestand).  

Een selectie van interessante projecten  

Statistiek leren via het web
MODUS is een door de Uva en de Open Universiteit gebruikte webapplicatie voor het leren toepassen van statistische methoden. Het is bedoeld als hulpmiddel voor studenten en AIO’s om de juiste statistische methode te kiezen en om de uitkomsten van deze methoden te leren interpreteren. Aan de hand van casussen worden de verschillende methoden uitgelegd en de assistent functie helpt bij de keuze van de juiste methode voor de analyse van eigen data.
MODUS is vooral interessant voor studenten van opleidingen: Psychologie, Sociologie, Pedagogiek, Communicatiewetenschap, Politicologie, Sociale Wetenschappen.
Voor meer informatie: Educational Service Provider, esp@digiuni.nl, telefoon: 030 238 86 71 

Leren over kennistechnologie en kunstmatige intelligentie
Het Landelijk Onderwijsweb Kennistechnologie (LOK) beschikt over een grote hoeveelheid (100) leertaken voor onderwijs in kennistechnologie en kunstmatige intelligentie. Deze taken zijn te vinden op het LOKweb. Studenten besteden gemiddeld 15 uur aan een taak en halen benodigde documentatie, software of andere bronnen en hulpmiddelen eveneens op van het LOKweb. Diverse universiteiten maken hier al gebruik van.
Voor meer informatie: Educational Service Provider, esp@digiuni.nl, telefoon: 030 238 86 71.

Kun je experimenteren op afstand?
In het kader van het project “Experimenteren op afstand”, zijn er drie (Natuurkunde) experimenten beschikbaar die via het Internet kunnen worden uitgevoerd. Op de UT wordt hier al gebruik van gemaakt. Het gaat om:
1. een experiment op het gebied van digitale elektronica, waarbij verschillende schakelingen kunnen worden samengesteld en getest op hun functionaliteit;
2. een experiment over diffractie, waarbij monochromatisch licht gediffracteerd wordt aan kleine objecten;
3. een experiment met de Michelson interferometer. Die wordt ingezet voor de meting van de brekingsindex en de dikte van een glazen plaatje.
Alle drie de experimenten zijn voor studenten, al dan niet met een toegangscode, vanaf iedere plek uit te voeren en op ieder moment; wat zeker handig is bij experimenten die enkele dagen beslaan. De docent heeft de mogelijkheid de controle over de experimenten aan te passen, waardoor ze op meer niveaus ingezet kunnen worden. Een extra voordeel is dat ook groepen van buiten de universiteit, bijvoorbeeld vwo-leerlingen, experimenten kunnen uitvoeren waarvoor de apparatuur niet op de eigen school aanwezig is, maar waarvoor ze nu ook niet naar een onderwijsinstelling hoeven af te reizen.
Voor meer informatie: Educational Service Provider, esp@digiuni.nl, telefoon: 030 238 86 71. 


September is een goede maand om weer fris van start te gaan met onderwijstaken. De cursussen die het ITBE aanbiedt, kunnen daarbij goed van pas komen. Geef je nu op, zodat je straks kunt deelnemen aan één of meerdere korte cursussen of het uitgebreidere  Didactisch UT-inwerktraject voor (nieuw aangestelde) docenten.

Voor ieder van de hieronder beschreven cursussen en activiteiten geldt dat meer informatie te vinden is op: http://www.dinkel.utwente.nl/education/courses/overview/nl In de linker menubalk onder "Brochures" zijn een Nederlandstalige en Engelstalige brochure (PDF) te vinden.
De ingeplande cursussen zijn voor UT-medewerkers gratis. Voor externen zijn alle cursussen toegankelijk tegen een vergoeding.
Wilt u meer weten over cursussen op maat, kijk dan in de linker menubalk bij Maatwerk.
Aanmelden kan voor alle cursussen via: aanmelding@dinkel.utwente.nl


Didactisch UT-Inwerktraject (DUIT)
Een uitgebreid inwerktraject op het gebied van het verzorgen van universitair onderwijs. Alles waar je als docent mee te maken kunt krijgen passeert de revue, zoals: voorbereiding van onderwijs, doceervaardigheid, cursusplanning, studeerbaarheid, toetsen, evalueren, ICT-toepassingen en het activeren van studenten. Naast een vast deel, kun je voor een groot deel je eigen programma samenstellen, gebaseerd op jouw persoonlijk ontwikkelingsplan en afgestemd op je onderwijstaken en op de kennis en ervaringen die je al bezit.
De cursusbijeekomsten (steeds op donderdagen) lopen van 11 september (startbijeenkomst) tot februari 2004. In totaal bedraagt de studielast circa 250 uur.
Geef je voor komend studiejaar op vóór 1 september. Een intakegesprek gaat vooraf aan de definitieve inschrijving. Informatie bij: Maria van der Blij (2064 / m.b.vanderblij@utwente.nl ).  
 
Didactische workshops voor AIOs (in het Engels)
Als aio of tijdelijk aangestelde medewerkers word je ineens belast met onderwijstaken. Maar hoe pak je dit nu aan? In deze spoedcursus worden je de belangrijkste ingredienten van goed onderwijs voorgeschoteld, stel je ter plekke het menu samen en proef je alvast iets van de praktijk. Zo weet je zeker dat het voorbereiden en geven van colleges, het samenstellen van studiemateriaal, het plannen, het gebruik van media en ICT en het beoordelen, voor jou straks geen enkel probleem meer vormen.
De studielast bedraagt circa 50 uur, waarvan 30 uur contacttijd en 20 uur zelfstudie.
Contactpersoon: Wim Weenk (2048 / g.w.h.weenk@utwente.nl)  Data: 9, 10 (ochtend) en 16 september 2003 plus twee halve dagen in overleg. Aanmelden voor 26 augustus 2003.
* Deze cursus wordt in principe het Engels gegeven (tenzij er alleen Nederlandstalige deelnemers zijn).
 
Onderwijsbeleid voor Opleidingscommissies
Ben of word je lid van een opleidingscommissies, de studentenraad of een andere groep die zich bezighoudt met het onderwijs, dan is deze cursus van belang voor jou. In korte tijd ben je helemaal thuis op het gebied van onderwijsbeleid en –ontwikkeling op de UT en weet je de wegen om daarop invloed uit te oefenen.
De studielast bedraagt circa 20 uur, waarvan 12 uur contacttijd (1 ½  dag) en 8 uur zelfstudie.
Informatie bij: Erik Smuling (2043 / e.b.smuling@utwente.nl). Data: 11 ('s middags) en 12 september 2003.  Aanmelden vóór 28 augustus.

Onderwijs maken met TeleTOP
Je gaat werken of werkt al met Teletop? Een handig systeem, er kan heel veel mee, maar hoe kunnen jij en je studenten hier nu maximaal van profiteren? Hoe kun je dit systeem niet alleen inzetten om je studiebronnen aantrekkelijker en makkelijker beschikbaar te maken, maar ook om je onderwijs interactiever en effectiever te maken? Na een dynamische bijeenkomst van een halve dag en de aansluitende individuele begeleiding, is dat voor jou geen vraag meer.
Informatie bij: Frank de Mink (2051 / f.b.demink@utwente.nl). Datum: 15 september (13.30 -16.00). Aanmelden vóór 1 september 2003.
 
Creatieve denktechnieken en kennismanagement
Creativiteit en omgaan met kennis zijn academische vaardigheden. Bij je studenten wil je deze vaardigheden graag stimuleren, maar zelf raak je er eigenlijk ook nooit in uitgeleerd. In deze cursus krijg je diverse technieken en tools aangereikt die je zowel voor je eigen werk (individueel en in teamverband) kunt inzetten, maar ook in je onderwijs kunt toepassen.
Studielast: circa 10 uur, waarvan 8 uur contacttijd en 2 uur voorbereiding. Informatie bij: Frank de Mink (2051 / f.b.demink@utwente.nl). Datum: 19 september 2003. Aanmelden vóór 5 september.  
 
Theatervaardigheden
Het leereffect van colleges (en presentaties in het algemeen) wordt aanzienlijk verhoogd indien het college leuk is om naar te kijken en aan te horen. Technieken die ook voor theater-doeleinden worden gebruikt, kunnen daarbij helpen, zoals: stemtechniek, mimiek en ruimte en gebaren benutten. Maar ook de inhoudelijke kant speelt mee: het vertellen van anekdotes, het gebruik van metaforen, het neerzetten van persoon in een situatie, ensceneren van een dialoog en improviseren. Gedurende een dag oefen je deze theatervaardigheden en leer je hoe je ze kunt inzetten in jouw specifieke onderwijssituatie.
Informatie bij: Frank de Mink (2051 / f.b.demink@utwente.nl). Datum: 23 september 2003. Aanmelden vóór 9 september 2003