Episodes VoP 2003-2005

Redactioneel gezien

De eerste aflevering van VoP verscheen in april 2003.
In de zomer van 2005 heeft VoP een ‘make over’ ondergaan om beter aan te sluiten bij de UT-layout. De eerdere site, gemaakt met een ander cms systeem, wordt niet meer bijgehouden en is per aug. 2010 opgeheven. De artikelen, die soms nog verassend van deze tijd zijn, zijn wel bewaard gebleven.

Op deze pagina zijn de items opgenomen die in de eerste aflevering van VOP stonden. Via de link (meer) in het onderstaande overzicht kunt u de inhoud lezen van het betreffende item. De items zijn integraal per aflevering overgenomen; het kan voorkomen dat sommige links niet meer werken en de lay-out niet optimaal is.


VoP - Aflevering 1 (april 2003)

Redactioneel gezien

Première-nummer

Dit is het eerste nummer van de Nieuwssite (nieuwsbrief annex website)  Venster op Professionalisering van het ITBE - afdeling Educatie (voormalig Onderwijskundig Centrum van het DINKEL Instituut). Een nieuwssite met name bedoeld om allen die in het HO onderwijs verzorgen, mogelijkheden te tonen en te bieden om zich te...(meer)


Parels in het Onderwijs - Studiedag voor best-practices op 21 mei 2003

Ook dit jaar wordt op de Universiteit Twente een studiedag georganiseerd waarin docenten uit het hoger onderwijs (hbo en wo) in de gelegenheid worden gesteld hun ‘best practices’ met collega’s te delen: "Parels in het onderwijs - Studiedag voor best-practices ". Het gaat hierbij om...(meer)


Meeliftgedrag, wat doe je er aan?

Samenwerken tussen studenten krijgt een steeds belangrijker rol in het Hoger Onderwijs. Bij samenwerkend leren kan zich het probleem voordoen van ‘meeliftgedrag’. Studenten profiteren bij het samenwerken in een groep structureel van de inzet en energie van medestudenten, zonder in ruil daarvoor zelf een voldoende bijdrage te leveren. 
De...(meer)


Actief is effectief - Coaching in het Hoger Onderwijs

In het hoger onderwijs speelt de coach (of tutor) een belangrijke rol. Hier en daar is het traditionele doceren geheel vervangen door het coachen van studenten. De traditionele docent lijkt tot een uitstervend ras te behoren. Komt dit door de veranderende opvattingen over leren? Wat verandert er voor een docent indien hij/zij als coach gaat...(meer)


Digitale ontwikkelingen op de UT

In navolging van de opleiding Industrieel Ontwerpen gaan nu ook de opleidingen Werktuigbouwkunde, Biomedische Technologie en Technische Geneeskunde over tot de invoering van laptops (verplicht voor eerstejaars). Met deze laptops kan op de gehele campus draadloos worden gewerkt. Wel zal er zo nu en dan nog een stopcontact moeten worden bezocht. 

...(meer)


Tijdbesparende maatregelen bij afstudeerbegeleiding

Hoeveel tijd steek je nu in het begeleiden van een afstudeerder? Globale richtlijn ligt bij 50 uur begeleidingstijd per student, maar dit kan per opleiding en per leerstoelgroep verschillen. Feit is wel dat de begeleiding vaak veel meer  tijd kost dan ingeschat of dan er beschikbaar wordt gesteld. En hoe leuk je het ook vindt, je hebt ook nog zoveel meer...(meer)


Kort nieuws van de Digitale Universiteit

De DU biedt in mei twee interessante scholingsactiviteiten. Op 23 mei: Sandwichsymposium Activerend bètaonderwijs - Wiskunde op het web. En op 28 mei: Kennismaking met MODUS - een webapplicatie en hulpmiddel voor studenten en AIO's om de juiste statistische methode te kiezen en om de uitkomsten van deze methoden...(meer)


De aansluiting tussen vwo-wo verbeteren

 
Iedere docent weet dat aansluiting bij de beginsituatie van studenten belangrijk is. Daarbij is het zaak de student steeds een stapje voor te zijn opdat hij/zij zich verder kan ontwikkelen. Vygotsky noemde dit ‘de zône van naaste ontwikkeling’. Maar wat is nu de beginsituatie van studenten? Wanneer je onderwijs verzorgt voor...(meer)


Hoe presenteer je het?

 
Het volgende wel eens meegemaakt?  
De alom gerespecteerde wetenschapper stelt zich op voor de groep. Hij haalt een grote stapel sheets tevoorschijn en 30 pagina’s geschreven tekst en de presentatie gaat van start. U probeert als luisteraar aandachtig de ingewikkelde, lange, zinnen vol met jargon te...(meer)


Teletop didactisch ingezet

Sinds studiejaar 2000-2001 gebruiken vrijwel alle UT-opleidingen bij meerdere vakken TeleTOP®. TeleTOP staat niet op zichzelf, maar is ingebed in het onderwijs. Ervaringen over de afgelopen jaren hebben diverse voorbeelden laten zien van de wijze waarop Teletop kan worden ingezet in het onderwijs. Hieruit zijn veel ideeën en tips voortgekomen.

...(meer)


HBO-nieuws

HBO&ICT projecten  -  Hoe kun je de duale ICT-opleidingen verbeteren? Hoe vergroot je de instroom hiervoor met 200 studenten? Hoe breng je de ICT-kennis van studenten in niet-ICT-opleidingen op een hoger niveau, aansluitend bij de behoeften van de arbeidsmarkt?
Om antwoord te krijgen op deze vragen heeft de HBO-raad een aantal...(meer)



Première-nummer

Dit is het eerste nummer van de Nieuwssite (nieuwsbrief annex website)  Venster op Professionalisering van het ITBE - afdeling Educatie (voormalig Onderwijskundig Centrum van het DINKEL Instituut). Een nieuwssite met name bedoeld om allen die in het HO onderwijs verzorgen, mogelijkheden te tonen en te bieden om zich te professionaliseren op dit gebied en om waar mogelijk directe  ondersteuning te bieden in de vorm van tips en ideeën. Maar een site niet alleen VOOR docenten, maar naar we hopen straks ook mede samengesteld DOOR docenten. 

Winkel met schouwvenster

Voor de site is de metafoor van een winkel gebruikt. Met in het midden het (schouw)venster of de etalage, waarin bijzondere of nieuwe producten en actuiviteiten worden getoond, maar ook tips en suggesties worden aangereikt voor verbetering van het onderwijs. We etaleren daarin wat we te bieden hebben. 

Aan de linkerkant

Aan de linkerkant vind de bezoeker hetgeen er in de winkel vast wordt aangeboden oftewel wat standaard “op de plank” ligt aan professionaliseringsmogelijkheden. Tevens bevindt zich hier een afdeling met “maatwerk”, waarin aangegeven wordt wat we aan professionaliserings- en ondersteuningsmogelijkheden op maat kunnen bieden. En natuurlijk een afdeling “Klantenservice”, met brochures, waar men zich tot de redactie kan richten en informatie te vinden is over de makers van de site.

Aan de rechterkant

Aan de rechterkant is een item te vinden dat we in het bijzonder onder aandacht willen brengen. Dit keer de "enquete VoP" waarmee we graag je persoonlijke mening over deze site willen inventariseren. 
Daaronder wordt een scala aan “aanbiedingen” geboden. Wat bieden we zoal gratis aan?

Tips. Tips over het onderwijs, direct toepasbaar voor het eigen onderwijs.

Actuele thema's. In het hoger onderwijs zijn steeds weer nieuwe thema’s actueel. Thema’s waar je als docent direct of indirect mee te maken hebt, zoals bijvoorbeeld de invoering van competentiegericht onderwijs. Hier is achtergrondinformatie te vinden over deze thema's.   

Sites voor studenten. Nuttige sites ter ondersteuning van het leerproces van studenten. Is het niet handig om studenten bij specifieke vragen of problemen te kunnen verwijzen naar informatie op een site? Hier zijn bijvoorbeeld sites te vinden die studenten ondersteunen bij het schrijven van een scriptie, het verwerven van informatievaardigheden, bijscholing op het gebied van statistiek…enz.

Onderwijs links. Op internet is veel nuttige informatie te vinden voor onderwijsgevenden. Hiervan geven we een overzicht, waarbij iedere link wordt voorzien van een korte beschrijving of recensie.

En een Publicatiestand. De afdeling Eductaie (voormalig Onderwijskundig Centrum) geeft in eigen beheer doc’s en bulletins uit met voor onderwijsgevenden, beleidsfunctionarissen en andere betrokkenen bij het hoger onderwijs relevante informatie. Daarnaast komen we ook diverse interessante boeken en artikelen in het veld tegen die we graag in de stand plaatsen.

En bij al deze gratis aanbiedingen hopen we natuurlijk dat wij van alle bezoeker ook af en toe wat aangeboden krijgen. Tips, de boeken die een plaatsje in de publicatiestand verdienen, zelfgeschreven of gevonden informatie over de thema’s, favoriete sites ….

Marktplaats

Wat lager aan de rechterkant bevindt zich de “Marktplaats”.  Hier kan een ieder terecht met eigen vragen, om de adviezen en ervaringen te horen van onderwijskundigen en collegae. Via de "communities of practice" kun je in gesprek komen of samenwerken met collegae in het kader van een specifiek onderwerp of probleem. En we willen een ieder van harte uitnodigen om reacties in te zenden op de site, op het huidig onderwijsbeleid of op de nieuwste veranderingen in het hoger onderwijs of op wat dan ook.

Prikbord

En tenslotte kan in een goede winkel ook een prikbord niet ontbreken. Het is net als een prikbord in de gang van uw faculteitsgebouw; hier kunnen “geeltjes” met een korte boodschap virtueel worden opgeplakt. Heeft u boeken aan te bieden? Zoekt u iemand om website over kennismanagement op te zetten? Wilt u eens een dagje meelopen met een collega die projectonderwijs geeft… Zet het op het prikbord!

Klantenbinding

In deze moderne tijd wordt er veel aan klantenbinding gedaan. We zouden het liever doelgroep–betrokkenheid willen noemen. Graag willen we alle lezers betrekken bij al wat we doen en in het bijzonder bij het samenstellen van deze site.
De Nieuwssite komt 4-5 keer per jaar uit. Door u aan te melden krijgt u via e-mail bericht dat de nieuwe uitgave van Venster op Professionalisering is verschenen, met bijgevoegd de link naar de site. Zo weet je zeker dat je op de hoogte blijft van ontwikkelingen in het hoger onderwijs, van het aanbod aan professionaliserings-mogelijkheden en dat je tegelijk kunt beschikken over een veelheid aan tips en naslagwerk.

Suggesties, tips en reacties

Venster op  Professionalisering komt voort uit de behoefte van de groep docententrainers om de doelgroep meer van dienst te zijn. We willen nagaan of we op deze wijze met name onderwijsgevenden aantrekkelijke en nuttige  ondersteuning kunnen bieden bij het verzorgen van onderwijs en persoonlijke professionalisering.  Graag horen we of we hierin geslaagd zijn en hoe dit nog beter zou kunnen. Bijgevoegd en onder "Nieuws" vind je een korte vragenlijst om je mening over deze site (als middel tot en over de site op zich) weer te geven en om suggesties te doen voor verbetering. Ook eigen bijdragen voor een volgende aflevering zijn welkom. De vragenlijst kan per e-mail weer teruggezonden worden.

Met de hoop op veel reacties,
namens de redactie,

Helma Vlas
Onderwijskundig medewerker en docententrainer
ITBE - afdeling Educatie

Vragenlijst: Evaluatie van Venster op ProfessionaliseringVragenlijst



Ook dit jaar wordt op de Universiteit Twente een studiedag georganiseerd waarin docenten uit het hoger onderwijs (hbo en wo) in de gelegenheid worden gesteld hun ‘best practices’ met collega’s te delen: "Parels in het onderwijs - Studiedag voor best-practices ". Het gaat hierbij om krachtige, beproefde of vernieuwende onderwijsideeën voor in de dagelijkse onderwijspraktijk, al dan niet ondersteund door ICT.
De studiedag wordt in samenwerking met Saxion Hogescholen aangeboden op woensdag 21 mei a.s., van 9.30-15.30 uur. Graag nodigen wij u uit om aan deze dag deel te nemen. Meer informatie over deze dag is te vinden in de bijgevoegde flyer en via de link: http://www.dinkel.utwente.nl/education/courses/pearls/nl  Deelname aan deze dag is gratis voor workshopleiders en alle deelnemers van UT en Saxion Hogescholen. Aan anderen vragen wij een kleine bijdrage.

WORKSHOPLEIDERS GEZOCHT 
Voor deze dag zoeken we nog enkele docenten/sprekers die ‘best practice’ aan collegae willen tonen en met collegae willen bespreken. Dit biedt een goede kans om eens van anderen reacties te krijgen op uw ervaringen, onderwijsmethoden of -ideeen, wat weer kan leiden tot nieuwe ideeen en verbeteringen. Meer informatie hierover vindt u in bijgevoegde uitnodigingsbrief.  Mocht u een idee hebben voor een bijdrage, dan willen wij u graag uitnodigen om via bijgevoegd aanmeldingsformulier u aan te melden bij de organisatiecommissie. Tevens willen wij vragen of u binnen uw eigen instelling nog docenten of andere, direct bij het onderwijs betrokken, personen weet die op deze dag een workshop willen en kunnen verzorgen. Ook als u binnen uw netwerken nog passende kandidaten buiten uw eigen instelling weet, dan horen we dat graag.    

FLYER TER VERSPREIDING
Dan hebben wij nog een aavullende vraag aan u. Bijgevoegd vindt u de flyer (digitaal). De folder is in papieren vorm ook via ons secretariaat te verkrijgen. We willen u vragen om deze folder zoveel mogelijk door te sturen naar personen binnen uw instelling waarvan u denkt dat zij interesse voor deze dag zouden kunnen hebben. Oftewel, wij hopen op deze wijze gebruik te mogen maken van uw netwerken om zoveel mogelijk potentiële belangstellenden attent te maken op deze dag. 
 
Voor meer informatie of met vragen kun je terecht bij:
Erik Smuling: e.b.smuling@utwente.nl  tel: 053-489 2043
Secretariaat: Sandra Schuite: s.schuite-vanwezel@utwente.nl, tel: 053-489 5453 (b.g.g.2050)     
 
We hopen u op de Parel-dag te mogen ontvangen en mede door ook uw deelname en inbreng op deze dag, een  plezierige, inspirerende en praktijkgerichte dag te kunnen bieden.

Met vriendelijke groet,
Namens de commissie "Parels",   
 
Erik Smuling
Onderwijskundig hoofdmedewerker / Coördinator professionalisering
ITBE (voorheen DINKEL Instituut/Onderwijskundig Centrum) UT  
 
 
Bijlagen:
1) uitnodigingsbrief docenten en onderwijskundigen
2) aanmeldingsformulier workshopleiders
3) flyer    




Samenwerken tussen studenten krijgt een steeds belangrijker rol in het Hoger Onderwijs. Bij samenwerkend leren kan zich het probleem voordoen van ‘meeliftgedrag’. Studenten profiteren bij het samenwerken in een groep structureel van de inzet en energie van medestudenten, zonder in ruil daarvoor zelf een voldoende bijdrage te leveren. 
De belangrijkste kenmerken van samenwerkend leren zijn:

•wederzijdse afhankelijkheid: studenten hebben elkaar nodig om de groepstaak met succes te kunnen volbrengen;

•individuele verantwoordelijkheid: individuele bijdragen zijn van belang voor het groepsresultaat; daarbij ook wordt elke student, op zijn minst voor een deel, individueel beoordeeld op prestaties en gedrag;

•directe interactie: studenten overleggen met elkaar en helpen elkaar binnen de groep;

•sociale vaardigheden: met name samenwerkingsvaardigheden zijn nodig om effectief te kunnen samenwerken;

•aandacht voor het groepsproces: studenten evalueren het groepsproces door te reflecteren op hun eigen leerproces en op het functioneren van de groep. 

-De belangrijkste oorzaken van meeliftgedrag zijn inhoudelijke desinteresse en algemeen gebrek aan motivatie. Daarnaast spelen concurrerende activiteiten buiten de studie een rol evenals het naar zich toe trekken van werk door anderen, gebrek aan (voor)kennis, een te hoog studieniveau en een te grote groep.  
Maatregelen om meeliftgedrag te beperken moeten aangrijpen bij de oorzaken en de belangrijkste kenmerken van samenwerkend leren versterken. 
1. Complexe opdracht: de (project)opdacht moet voldoende complex, interessant en uitdagend zijn om de motivatie hoog te houden en om te zorgen voor genoeg werk om alle groepsleden aan de gang te houden; daarbij is ook een diversiteit aan taken wenselijk. 
2. Heldere planning: laat studenten een professionele planning maken, met een plan van aanpak, tussenresultaten, deadlines en aanduiding wie waarvoor verantwoordelijk is 
3. Taakverdeling: de groep is collectief verantwoordelijk, maar voor deelaspecten kunnen individuele studenten primair verantwoordelijk gemaakt worden 
4. Toevoegen van een individuele component in de beoordeling: dit bevordert de individuele verantwoordelijkheid en het wederzijds afhankelijk zijn van elkaar; als vorm kan men denken aan peerassessment, waarbij de studenten elkaar op bepaalde aspecten beoordelen. Daarnaast is een groeps-(product)beoordeling van belang. 
5. Groepsproces bespreken: laat studenten onderling bespreken hoe het proces verloopt, wat de kwaliteit e.d. is van de geleverde deelaspecten en wat er gebeurt als iemand zijn afspraken niet nakomt. 
6. Stellen van gerichte begeleidingsvragen: de tutor kan door gerichte vragen helder krijgen of men van elkaar vindt dat er voldoende bijdrage wordt geleverd en wat er aan te doen als iemand dreigt te gaan ‘meeliften’ 
7. Voorbereiding op teamwork: studenten kunnen vooraf voorbereid worden op samenwerken; aan de orde komen zowel het belang als het gereedschap om tot goede samenwerking te komen, inclusief het leren reflecteren.

Door: E.B. Smuling, februari 2003, ITBE - UT
Gebruik is gemaakt van informatie uit o.a. de volgende bronnen: 
-    A. Visschers-Pleijers, D. Mulders en H. van de Wouw, Meeliftgedrag bij samenwerkend leren, TUEindhoven 2002
-     G. Kinkhorst, CETIS/Hs van Utrecht; in HBO-journaal 2002 
 



In het hoger onderwijs speelt de coach (of tutor) een belangrijke rol. Hier en daar is het traditionele doceren geheel vervangen door het coachen van studenten. De traditionele docent lijkt tot een uitstervend ras te behoren. Komt dit door de veranderende opvattingen over leren? Wat verandert er voor een docent indien hij/zij als coach gaat functioneren? Welke rollen en taken heeft de coach in het projectonderwijs? In Coaching in het Hoger Onderwijs worden deze vragen door docententrainer Wim Weenk beantwoord. 

Coachen in Hoger Onderwijs

Wim G.W.H. Weenk

Universiteit Twente, tel. 053 4892048, email g.w.h.weenk@utwente.nl

1.     Waarom coachen?

In het hoger onderwijs speelt de coach (of tutor1) een belangrijke rol. Hier en daar is het traditionele doceren geheel vervangen door het coachen van studenten. De traditionele docent lijkt tot een uitstervend ras te behoren.
Is de toenemende belangstelling voor het coachen het gevolg van veranderende opvattingen over het leren van de student en daarbij beter passende onderwijsvormen? Wat opvalt is
a.       De introductie van onderwijsvormen waarin studenten in een team leren samenwerken;
b.       De implementatie van P(G)O naast of in plaats van traditionele vormen van hoger onderwijs;
c.       De toenemende aandacht voor 'leren leren', nadruk op zelfstandig studeren, meer verantwoordelijkheid en zelfsturing bij studenten;

2.     Actiever is effectiever

Alles wat docenten en begeleiders doen, dient het studeren en 'leren leren van studenten te bevorderen. Als adequaat onderwijsgedrag van docenten en coaches in dienst staat van een optimaal leerproces van studenten, welk onderwijsgedrag is dan effectief? Uit figuur 1 ontlenen we enkele aanwijzingen.

Figuur 1: Leerpiramide: hoeveel hebben studenten onthouden na zes weken onthouden?

De meeste studenten onthouden weinig van alleen maar luisteren of lezen. Dat blijkt ook uit het onderzoek bij IBM en Britse Posterijen2, zeker als het geleerde niet snel wordt opgefrist (zie figuur 2).

Effectiviteit van onderwijsmethoden

 

uitleggen

Uitleggen + demonstreren

Uitleggen + demonstreren + zelf laten ervaren

Herinnering na 3 weken

70%

72%

85%

Herinnering na 3 maanden

10%

32%

65%

 

Figuur 2:  Effectiviteit van verschillende onderwijsmethoden

Het afschaffen van hoorcolleges waarin geprobeerd wordt kennis over te dragen, lijkt een goede zaak. Maar het kind moet niet met het badwater weggegooid worden: hoorcolleges zijn bedoeld om studenten aan te zetten tot zelfstudie. Bij voorkeur interactief, gecombineerd met onderwijsvormen waarin de student vooral zelf actief is. Figuur 1 en 2 geven daarvan enkele voorbeelden.

3.     Van doceren naar coachen

In traditioneel onderwijs is het alsof alle studenten in één richting achter hun docent aanlopen.
De docent loopt voorop, hij is de enige die praat, hij kijkt ver vooruit en hoopt dat de studenten volgen.
Zou de docent niet beter wat vaker achter de groep kunnen lopen om de richting van de studenten nauwkeurig waar te nemen om met just-in-time feedback de vaart erin te houden in een juiste richting?
Zie het verschil in figuur 3 tussen de docent voorop en de docent die achter de studenten aanloopt.

Figuur 3: positie van traditionele docent versus coach (illustratie: Roberto; email: gamberrob@usa.net)

De docent die achter de studenten aanloopt noemen we een coach. Een vergelijking met de coach tijdens de volleybalwedstrijd geeft een paar overeenkomstige kenmerken:

•Beiden zijn geen speler en ook niet de aanvoerder van het team;

•Beiden observeren; vooral de spelers zijn actief, zij maken de wedstrijd, investeren energie;

•Beiden bevinden zich buiten de lijnen van het speelveld, zodra spelers erbinnen beginnen te springen;

•Beiden kunnen een time-out aanvragen, zeker als de spelers op achterstand raken;

•Beiden geven ze feedback, discussiëren ze en wisselen ze spelers als het moet.

4.     Veranderen van rol

Docenten die geen ervaring hebben met het begeleiden van projectgroepen kijken aanvankelijk onwennig aan tegen de rol en taak van de coach. De rolwisseling van docent naar coach is ook niet eenvoudig. Het lijkt op verwisselen van de rol van producent en consument.

Toch blijkt de rolwisseling in de praktijk mee te vallen. Dat horen we van docenten die de afgelopen jaren aan onze coachtrainingen deelnamen. Zij zeggen dat enkele dagdelen training voldoende zijn als voorbereiding op hun nieuwe rol.

Rollenspelen en simulaties vormen de kern van het oefenen in de training. Daarbij worden enkele karakteristieken van de docent vergeleken met die van scheidsrechter, coach en studenten.
De vergelijking in figuur 4 geeft een idee van de uitkomst van die vergelijking.

Docent

Scheidsrechter

coach

student (team speler)

eindbeoordelaar

beoordelaar

observant

speler

vooral buiten 't speelveld

binnen het speelveld

buiten het speelveld

binnen het speelveld

Leverancier en consument

regelneef

consument

producent

beoordelaar eindproduct

beoordelaar incident

stelt soms vragen

geeft antwoorden

 

Algemene vergelijking van verwachte rollen
Figuur 4:  rol van docent in vergelijking met scheidsrechter, coach en studenten-team

5.     Coachen vanaf de zijlijn

Projectgroepen moeten zelfstandig beslissingen nemen en de daarbij ge­maakte keuzen verant­woorden. Studenten die nog niet eerder aan projectwerk hebben deelgeno­men, moeten dat nog leren. Dat geldt ook voor onderling samenwer­ken, plan­nen, taakverdelen, vergade­ren, presente­ren, enz.
Een geleidelijke overgang naar zelfstandig studeren wordt bevorderd door de eerste projecten wat meer te structureren, en project­groe­pen meer ondersteuning te bieden bij het analyseren van het probleem, het plannen, het verdelen van werk­zaamheden, het rapporteren, enz.
Vooral bij hun eerste project willen projectgroepen de coach laten aangeven wat er precies moet gebeuren en hoe. De coach die aan deze wens toegeeft, wordt al snel de voortrekker van de groep. Dat is natuur­lijk niet de bedoeling. Laat het voor­touw liever in handen van de groep en laat de groepsleden meer afhanke­lijk van elkaar zijn dan van de coach. Daarom beantwoordt de coach een vraag van een student bij voorkeur niet rechtstreeks, maar stelt hij eerder een tegenvraag aan de groep.
De coach is medeverantwoor­delijk voor het ontstaan van de juiste studieac­tivi­teiten in de groep. Het stellen van vragen op het juiste moment daagt de groep niet alleen uit, maar voor­komt ook dat studen­ten tijdens hun ontdek­kings­tocht geheel vastlo­pen of rond blijven zwem­men. De coach werkt in dan als 'achtervang'.

6.     De rollen van de coach in projecten

Ga na in hoeverre de onderstaande rollen passen bij een coach in P(G)O:

6.1  Aangever van de opdracht

Tijdens het werken in projecten ontwikkelen studenten competenties op tal van gebieden. Ze leren samenwerken in een team, plannen, communiceren, compromissen sluiten, enz.

De projectopdracht begrenst het aantal vrijheidsgraden van de groep. Vaak is de opdracht 'gestructureerd' in de zin dat de belangrijkste randvoor­waarden en ei­sen van het project bepaald zijn.

Verder is de opdracht 'vrij' in de zin dat de groepen zelf invulling geven aan de wijze van werken, het maken van een planning en onderlinge taakverdeling in het team.

De rol van 'aangever' van de opdracht betekent voor de coach:
a   vragen om een goed product;
b   vaststellen van deadlines en zaken waar op gelet moet worden (vorm en inhoud van de op­dracht)

6.2  Stimulator

De coach kan door de eigen houding de groep motiveren het maximum aan leerresul­taat uit de op­dracht te halen. Dat kan bijvoorbeeld door:
a   interesse te tonen en aandacht te hebben voor het werk van de groep; afhanke­lijk van wat de groep nodig heeft is de coach luisteraar of opponent en uitdager door het stellen van vragen. Vraag bijvoorbeeld naar werkafspraken en samenwerking in de groep. Werkt de groep met een duidelijke agenda en houdt ieder zich aan gemaakte afspraken? Wordt geluisterd naar de inbreng van een ieder?
b   de groep regelmatig naar het waarom en hoe te vragen, aan te moedigen tot creativiteit en activiteit, aan te ­zetten tot meer diepgang.
c   de groep door een periode heen te helpen als het allemaal niet zo gemakkelijk gaat; en dat doet zich bij langer durende projecten nogal eens voor.

6.3  Leerprocesbewaker (samenwerking bevor­deren)

Het leren samenwerken in projectgroepen zal niet altijd even soepel verlopen. Dat zal de coach kunnen merken aan:

•onduidelijkheid over te ondernemen activiteiten

•blijven steken in de taakverdeling

•onduidelijke werkstrategie en onderlinge afspraken niet nakomen

•gebrekkige voorbereiding van de bijeenkomsten, geen agenda

•leiden van de bijeenkomst functioneert slecht

•groepsklimaat laat te wensen over; gevoel plichtmatig bijeen te komen

De coach ondersteunt een goed verloop van de samenwerking door te fungeren als een soort vangnet rond de taken van de gespreksleider. Een coach kan in dit kader bijvoorbeeld het volgende doen:

1.de groep een goede start laten maken tijdens de eerste bijeenkomst. De coach die daarbij aanwe­zig is vertelt iets over zichzelf, nodigt ook de anderen daartoe uit, vraagt hoe ieder tegen de opdracht aankijkt, welke ver­wach­tingen ieder heeft, enz.

2.bevorderen dat de groep hard en geconcentreerd volgens de afgesproken procedures werkt en ieder in voldoende mate bijdraagt.

3.bewaken dat per bijeenkomst het voorzitterschap wisselt. Dat is voor iedereen leer­zaam. Alleen als de groep het nodig heeft, aanbieden zelf gespreksleider te zijn en vanuit die positie het ordenend voorbeeld te geven. Risico: te veel sturen en domineren; te weinig aandacht voor hoe er beslist wordt en teveel op wat besloten wordt.

4.aandringen op afspraken maken voor activiteiten tussen de bijeenkomsten door. Zorgen dat de leerdoelen vertaald worden in heldere activiteiten. Vage leerdoelen zijn vaak de oorzaak van tijdverspilling tijdens de bijeenkomsten en tussentijds.

5.afspraken laten noteren en op een werkblad vooraf te laten aanreiken; nakomen afspraken contro­leren.

6.gespreksleider coachen t.a.v. voorbereiding, agenda, samenvatten enz.

7.letten op een tijdschema, per bijeenkomst en over de hele projectperiode.

8.controleren of de groep zinvol samen­werkt en dat in het groepje bespreken (onderdeel van de agenda).

9.achterblijvers aanmoedigen een achterstand in te lopen, hen op het goede spoor helpen.

10.letten op het zwijgen van een groepslid. Huiswerk niet gedaan of andere oorzaak?

Bij langer durende projecten kunnen veel van deze punten zó op de wekelijkse agenda.

6.4 Expert (relatieve specia­list)

a   de coach probeert in de discussie met de groep het uitleggen en lesgeven te voorkomen zodat de groep in een actieve rol geplaatst wordt.
b   De coach beperkt zich tot het op verzoek kort verhelderen van een moeilijk punt, nadat is vastgesteld dat de groep er zelf niet uit kan komen of anders niet snel genoeg verder kan. Ook kan het signaleren van aperte misverstanden of onjuistheden aan het eind van een bijeenkomst nodig zijn.

Het werken in groepen moet functioneel worden gemaakt. Begeleiding richt zich op het op gang krijgen en houden van de groep. Het is zaak dat groepen ook als de coach er niet bij is, als groep functioneren. Groepsbij­eenkom­sten hebben als functie om het 'echte' werk op gang te krijgen en te structureren. De coach heeft een dubbelrol: naast procesbegelei­der is hij ook (in beperkte mate) deskun­dig. Om de studenten minstens een “neuslengte" vóór te blijven laat de coach zich in de P-fase ‘inhoudelijk bijpraten’ in regelmatig tussentijds overleg.

6.5 Evaluator

We praten hier nog niet over het beoordelen van het project en de eventuele rol van de coach daarbij. Hier kijken we naar de (tussentijdse) procesevaluatie van het project:

Tijdens de laatste tien minuten van elke bijeenkomst kan de coach het verloop van de bijeen­komst becommenta­riëren. Dit is niet bedoeld als beoordelen. Het is bedoeld om het werken gedurende het project te verbeteren. Vooraf gestelde criteria zijn bij die evaluaties meestal niet nodig. De coach­ bespreekt bijvoorbeeld:
a   het werken aan de taken, wat goed ging en wat nog beter kan gaan;
b   de mening van de projectgroep over het verloop van de bijeenkomst;
c   de zin of tegenzin van iedereen, de wijze waarop de coach de taak opvat, enz.

De groep probeert vooral ook zelf zwakke plekken te vinden en zelf oplossingen te beden­ken.
De coach belicht de sterke en zwakke kanten van het werk van studenten. Een sterk negatief oordeel van de kant van de coach roept irritatie, ontmoediging en verzet op.

•werktempo: over de werkplanning kan ieder groepslid zich verantwoorden, bijvoorbeeld aan de hand van het logboek en de werkbladen. De zorg voor de inhoudelijke voort­gang van de groep wordt door alle groeps­leden gedragen.

•taakverdeling: de groep maakt afspraken over de onderlinge taakverdeling geduren­de de groeps­bij­eenkomsten en de werkzaamheden tussentijds. De taakverde­ling is zo gekozen dat ieder groepslid in beginsel in gelijke mate bijdraagt aan het realise­ren van de eindresultaat. Ten aanzien van de gespreksleider van de bijeen­komst: houdt zich aan de agenda, stimu­leert de groep bij de voortgang, houdt het gesprek op het goede spoor, vat regelmatig samen en let op ieders inbreng.

7. Taken van de coach

De coach van projectgroepen vervult verschillende taken. Enkele voorbeelden daarvan zijn:
1.       Vooraf:
a)      bekijken materiaal voor studenten (en afzonderlijke informatie voor docenten)
b)      voorbereiden en bijwonen bijeenkomsten van coach en docenten
c)      bekijken van beschikbare overlegmomenten met de projectgroep

2.       Start:
a)      Afspraak maken over gespreksleiding en verslaggeving
b)      rondje kennismaking in de projectgroep
c)      wederzijdse verwachtingen en verplichtingen bespreken
d)      leerpunten uit het procesverslag van de vorige periode meenemen
e)      rol en stijl van begeleiden i.h.b. over terughoudend begeleiden en mate van sturen
f)       afspraken over bereikbaarheid (spreekuur) en aan- en afwezigheid
g)      bespreken van de projectopdracht
h)      beschikbare bronnen: infotheek, kopieerkaart, www, experts, etc
i)        bespreken planning en taakverdeling (paralleltaken, divergeren en convergeren)
j)        groep uitdagen en stimuleren tot diepgang

3.       Tussentijds:
a)      deadlines, planning bewaken
b)      controleren en terugkoppelen op logboek, werkplan, werkbladen, concepten, e.d.
c)      terugkoppelen op methodische aanpak
d)      luisteren naar de groep en vragen stellen (of hint bij te lang modderen)
e)      gespreksleider coachen (eventueel voorbespreken de agenda)
f)       letten op participatie en terugkoppeling op ieders inbreng
g)      evalueren en terugkoppelen op de werkwijze van de groep (aanzetten tot reflecteren)
h)      afstemmen met andere coaches

4.       Eind:
a)      beoordelen verslag, presentaties, ondervragen ed.

5.       Na afloop:
a)      herkansingen bij onvoldoende

8.  Literatuur

Geert ten Dam e.a., Onderwijskunde hoger onderwijs, Handboek voor docenten, Assen 1997
Piet Delhooffen, De student centraal, Handboek zelfgestuurd  onderwijs, W-N Groningen, HOR 1996
Arianna van Galen en Jan Kuipers, coachen, Thema, Zaltbommel, 1998, ISBN 9070512572
Jos Moust e.a., Probleemgestuurd leren, een wegwijzer voor studenten, W-N Groningen, HOR 1989
Willem Verhoeven, De Manager als coach, Coaching als managementstijl, Baarn, 6e druk 1999
Wim Weenk en Peter Powell, Project Led Education, ITESM Workshop 6-10 March 2000, np
John Whitemore, succesvol coachen, Baarn, 5e geheel herziene druk 1999

Voor ondersteuning en training op dit gebied, uit het vaste aanbod of op maat gesneden, kunt u terecht bij: Wim Ween, 053-4892048 / g.w.h.weenk@utwente.nl

1     Het begrip coach (vergelijk 'koets') is verbonden met bewegen of in beweging zetten en met wegnemen van belemmeringen om bepaalde perspectieven te openen. Volgens Kirkpatrick (in Van Galen, 22) is het coachen met behulp van doelen en plannen toekomstgericht bezig zijn met ondergeschikten, zodanig dat zij continue ervaring opdoen, dat nieuwe eisen worden gesteld qua toepassing van probleemoplossende vaardigheden en vindingrijkheid en vooral dat de persoonlijke groei wordt gestimuleerd. Volgens Whitemore (39) is de essentie van goed coachen is opbouwen van bewustzijn en verantwoordelijkheidsbesef.
De beschrijving van de auteurs heb ik geplaatst in de onderwijscontext.

2     Whitemore (28) geeft hier de resultaten uit een onderzoek van IBM dat later door de Britse Posterijen is herhaald. Een aantal mensen in drie groepen verdeeld, moest ieder dezelfde heel simpele taak via drie verschillende methoden leren. De herinnering bleek drastisch af te nemen wanneer mensen alleen maar te horen kregen hoe ze iets moesten doen. 


In navolging van de opleiding Industrieel Ontwerpen gaan nu ook de opleidingen Werktuigbouwkunde, Biomedische Technologie en Technische Geneeskunde over tot de invoering van laptops (verplicht voor eerstejaars). Met deze laptops kan op de gehele campus draadloos worden gewerkt. Wel zal er zo nu en dan nog een stopcontact moeten worden bezocht. 

De evaluatie van het gebruik van laptops bij IO, onder de titel “De laptop gaat open en soms ook weer dicht” (Lagemaat) is op te vragen bij Manuela de Mol (m.demol-fernandez@utwente.nl).

Na het vertrek van Jeroen van de Lagemaat is Lisa Gommer (e.m.gommer@utwente.nl) de nieuwe programmamanager wireless campus. 


Hoeveel tijd steek je nu in het begeleiden van een afstudeerder? Globale richtlijn ligt bij 50 uur begeleidingstijd per student, maar dit kan per opleiding en per leerstoelgroep verschillen. Feit is wel dat de begeleiding vaak veel meer  tijd kost dan ingeschat of dan er beschikbaar wordt gesteld. En hoe leuk je het ook vindt, je hebt ook nog zoveel meer te doen. 

De cursus Begeleiden van doctoraalopdrachten van het DINKEL Instituut behandelt in anderhalve dag onderwerpen zoals: het voorkomen en oplossen van problemen waar de afstudeerder tegenaan loopt, gesprekstechnieken, voortgangsbewaking, motivatie, beoordeling van scripties, efficiënt en effectief begeleiden. De eigen situatie van iedere deelnemer wordt daarbij als leidraad genomen en er is veel aandacht voor het uitwisselen van aanpak en ervaringen. In de cursus worden in relatie tot de genoemde en gerelateerde onderwerpen een veelheid aan tips aangeboden. Een kleine verzameling uit dit aanbod vind je hieronder weergegeven. De eerstvolgende cursus is in de Engelstalige versie op  10 en 11 juni.   

25 Tijdbesparende maatregelen voor het begeleiden van afstudeerders

1.       Zorg zelf dat je precies weet wat je verwacht van de student (qua tijdstraject, zelfstandigheid, begeleiding, kwaliteit eindproduct e.a. zaken). Bespreek dit al aan het begin, inclusief de beoordelingscriteria voor het uiteindelijke product. Bespreek ook wat de student van jou verwacht. Zo voorkom je onduidelijkheid achteraf.

2.       Verwijs de student voor informatie over de formele richtlijnen en criteria naar schriftelijke documentatie (bijv. een afstudeerhandleiding). Zet de regels en richtlijnen op papier die niet in de handleiding staan. Deze kun je weer vaker gebruiken.  Bespreek de richtlijnen en licht toe. Voorkom daarmee onduidelijkheid en latere problemen.

3.       Geef de student een indicatie van de beschikbare hoeveelheid begeleidingstijd die je hebt en maak de student medeplichtig, verantwoordelijk om de begeleiding met die hoeveelheid tijd te doen.

4.       Motiveer de student met je eigen enthousiasme en door de student te betrekken bij je eigen onderzoekswerk. Een gemotiveerde student werkt over het algemeen harder en in ieder geval met meer plezier.

5.       Investeer vooral (meer) tijd in het begin. De meeste (tijdverslindende) problemen treden vooral in de ‘opstart-fase’ op. 

6.       Spoor de student aan tot zelfstandig werken. Hoe minder je zelf hoeft te doen, hoe makkelijker en voor de student is het leerzaam. Neem de studenten vooral geen werk uit handen wat zij zelf kunnen of zelf kunnen uitzoeken. Verwijs naar de bedrijfsbegeleider of naar een collega of “technische staf” voor zaken die je zelf niet beheerst.

7.       Laat de student zelf een afstudeervoorstel met planning van de werkzaamheden maken. Hierin kunnen al de overlegmomenten zijn opgenomen. Plan met de student al vroegtijdig de belangrijkste bespreekpunten van die bijeenkomsten. Hanteer deze planning bij je besprekingen. Bijstellen kan altijd, maar je hebt samen in ieder geval wat uitgangspunten.

8.       Laat de student vooraf een agenda opstellen voor het volgende overleg. Voeg zelf de punten toe die jij van belang acht. Houd je bij de bespreking ook zoveel mogelijk aan de agenda.

9.       Creëer in overleg met de student deadlines voor tussenproducten. Iemand werkt harder, doelgerichter, gemotiveerder als een ander op het werk zit te wachten.

10.   Bekijk de beschrijving van de onderzoeksopdracht kritisch. Is deze voor de student duidelijk genoeg? Is de opdracht niet te omvangrijk of te complex? Help de student snel greep krijgt op de opdracht.

11.   Laat de student op tijd met het praktische werk beginnen.

12.   Indien de student veelvuldig bij je binnenloopt met kleine probleempjes of vragen, geef de student aan voor welke zaken hij/zij wel onmiddellijk bij je terecht kan en welke problemen hij/zij zelf wordt geacht op te lossen. Geef ook alternatieven aan (mede-studenten om hulp vragen, vragen per e-mail). Creëer zo nodig een wekelijks spreekuur en beperk het binnenlopen voor noodgevallen.

13.   Houd zelf een beperkte administratie bij: noteer afspraken, ideeën e.d.

14.    Laat de student een verslagje opsturen van jullie overleg: check de afspraken.

15.   Beperk de duur van het overleg. Praat in principe tijdens het overleg alleen over de afgesproken punten, tenzij je problemen signaleert.

16.   Ga geen uitputtende welles-nietes discussies aan. Discussieer over relevante punten. Indien jij en de student het oneens blijven over bijvoorbeeld een te hanteren werkwijze of te gebruiken theorie en je inschat dat de student daarmee een minder handige keuze maakt (bijv. omdat de uitvoering daardoor te lang gaat duren), geef de student dan de consequenties aan van beslissingen. Maar de keuze is aan de student.

17.   Bevorder de samenwerking van de student met andere studenten.

18.   Laat de student vroeg beginnen met schrijven (hoofdstukken) om schrijfangst te voorkomen en het uiteindelijke schrijfwerk niet allemaal als een enorme “berg” aan het einde van het traject te hebben. Verwijs tijdig naar een “schrijfcursus” of communicatiehandleidingen als dat nodig is.

19.   Als de student geen goed beeld heeft van wat er van hem/haar verwacht wordt, verwijs de student dan naar (goede) afstudeerscripties van andere studenten ter voorbeeld.

20.   Neem het eerste verslag van de student nauwkeurig door; noteer kritisch commentaar bij een deel van het verslag en besteed daarbij ook aandacht aan taalgebruik, structuur, taalfouten e.d.. Laat de student op deze manier zien wat je verwacht en laat hem/haar zelf de rest verbeteren. Een volgende keer kunnen je strenger zijn in je beoordeling.

21.   Laat de student in de verslagen aangeven wat jij als begeleider precies moet lezen (cq wat je al eerder gelezen hebt en niet meer hoeft te lezen) of waarop je commentaar in het bijzonder gewenst is. Praat niet over reacties op het stuk die voor de student al duidelijk zijn.

22.   Vraag opheldering over zaken die niet volledig duidelijk zijn. Check regelmatig of het referentiekader klopt en of jullie nog over hetzelfde praten.

23.   Niet alle problemen van een student kun je als begeleider oplossen. Probeer in te schatten op welk vlak de problemen liggen en verwijs zo nodig door naar Bureau Studentenpsychologen, Bureau Studentendecanen e.a. hulpverlenende instanties. Verdiep je van te voren in de hulp die deze bureaus kunnen leveren. Bureau Studentenpsychologen heeft bijvoorbeeld speciale cursussen voor faalangstige studenten in de afstudeerfase.

24.   Als een student lange tijd niets van zich laat horen, terwijl dit niet gepland was, neem dan zelf het initiatief. Formeel (brief, telefoontje) of meer informeel (vraag in de wandelgangen hoe het gaat).  Maak een afspraak en ga na wat er aan de hand is. 

25.   Doe de cursus Begeleiden van afstudeeropdrachten. De tijdsinvestering van aderhalve dag verdien je later ruimschoots terug. Voor meer informatie over de cursus Begeleiden van afstudeeropdrachten: Helma Vlas, 053-4892608  / w.d.j.vlas@utwente.nl

Uit de cursus : Begeleiding van Afstudeeropdrachten. Dinkel Instituut, 2002



De DU biedt in mei twee interessante scholingsactiviteiten. Op 23 mei: Sandwichsymposium Activerend bètaonderwijs - Wiskunde op het web. En op 28 mei: Kennismaking met MODUS - een webapplicatie en hulpmiddel voor studenten en AIO's om de juiste statistische methode te kiezen en om de uitkomsten van deze methoden te leren interpreteren. 

Vrijdag 23 mei: sandwichsymposium Activerend bètaonderwijs - Wiskunde op het web
Hoe krijg je bètastudenten op een actieve manier door hun 'struikelvakken' heen? In het project Interactieve BètaLeeromgeving (SURF onderwijsproject) is geëxperimenteerd met activerende werkvormen. Tijdens een sandwichsymposium op vrijdag 23 mei a.s. komt u 's ochtends meer te weten over ervaringen met activerende werkvormen van de UvA, UU en UT. Wat werkt wel en wat niet? In de middag worden o.a. de interactieve mogelijkheden van MathML besproken, wiskunde op het web, computeralgebra in het bètaonderwijs en komen de mogelijkheden van WebMathematica en MapleNet aan de orde.
Dit dubbelsymposium richt zich op: bètadocenten hoger onderwijs, oderwijskundigen met bèta- en ict-affiniteit, ICT-ontwikkelaars (waaronder ICTO-medewerkers).
Locatie: Utrecht, Minnaertgebouw, Universiteit Utrecht (De Uithof) Collegezaal 211. Tijd: 9.30 - 16.45 uur + borrel. 
Bij interesse: stuur een e-mail naar mailto:buro@digiuni.nl onder vermelding van sandwichsymposium 23 mei, naam, naam instelling of organisatie, postadres en e-mailadres. Dan wordt u verder op de hoogte gehouden over het programma, de entree en aanmelding.

Woensdag 28 mei - Kennismaking met MODUS
MODUS is een webapplicatie voor het leren toepassen van statistische methoden. Het is een hulpmiddel voor studenten en AIO's om de juiste statistische methode te kiezen en om de uitkomsten van deze methoden te leren interpreteren. Aan de hand van casussen worden de verschillende methoden uitgelegd en de assistent functie helpt bij de keuze van de juiste methode voor de analyse van eigen data.
Op woensdag 28 mei kunt u kennismaken met dit handige digitale leermiddel voor statistiekonderwijs en digitale assistent bij onderzoek. Christiaan Hamaker laat u kort Modus zien en vervolgens krijgt u de gelegenheid er zelf mee te werken.
Deze bijeenkomst is bedoeld voor: docenten vakgroepen Psychologie en andere Sociale Wetenschappen die zich bezig houden met statistiekonderwijs; ICTO-medewerkers die interesse hebben in digitale leermiddelen voor statistiekonderwijs.
Locatie: Universiteit van Amsterdam, A-gebouw, Psychologie, Roeterstraat 15 (het zaalnummer ontvangt u na aanmelding). Tijdstip: 13.30 - 16.30 + borrel. Toegang is gratis.
Meldt u vooraf aan via mailto:buro@digiuni.nl o.v.v. Modus 28 mei en uw naam, naam instelling of organisatie, postadres en uw e-mailadres. 

Nieuwe projecten in 2003
Begin 2003 zijn negen nieuwe projecten binnen de Digitale Universiteit van start gegaan en daar komen in april 2003 nog 14 projecten bij.  Om wat voor projecten gaat het zoal?
1) Het project Toolbox Personnel Assessment, waarin voor opleidingen zoals Arbeids- en Organisatiepsychologie en Managementwetenschappen een simulatieprogramma en een observatiepracticum wordt gemaakt om studenten te trainen in het uitvoeren van assessments. Leren door te doen en zelfstandig op afstand leren, spelen hierbij een belangrijke rol.
2) Het project De competente ondernemer, waarbij een bestaand managementspel wordt uitgebouwd tot digitaal leermateriaal voor eerstejaars bedrijfseconomie om zich in te leven in de ondernemer.
3) Het project DigiPabo, een uitbreiding op een eerder project TelePabo, waarin een digitale lerarenopleiding wordt opgezet. In dit nieuwe project wordt een cursus e-tutoring gemaakt over het begeleiden op afstand.
4) Binnen de programmalijn Digitale toetsen, assessments en digitaal portfolio starten o.a. de projecten Toetsing binnen competentiegericht onderwijs en Digitale Toetsen Basiskennis Lerarenopleiding.
5) De nieuwe projecten in de programmalijn Leren op afstand leveren o.a. een verzameling natuurkundige experimenten op die via het internet aangestuurd en uitgevoerd kunnen worden en een kennisbank voor hospital teachers.
6) Binnen het expertiseprogramma worden didactische modellen voor zelfstudie uitgewerkt, wordt bekeken hoe een competentiegericht curriculum op een betaalbare manier kan worden geïmplementeerd en gaat het project ICTO beleidsplan aan de slag voor opleidingsmanagers die een ICTO beleidsplan moeten formuleren voor hun instelling.

Voor informatie over de projecten van vorig jaar klik <hier> of klik op het DU-logo bovenaan in de linkerkolom van deze site en zie onder "projecten".

(* Bovenstaande informatie is gebasseerd op de informatie in de Nieuwsflits Digitale Universiteit van april 2003)

 


 
Iedere docent weet dat aansluiting bij de beginsituatie van studenten belangrijk is. Daarbij is het zaak de student steeds een stapje voor te zijn opdat hij/zij zich verder kan ontwikkelen. Vygotsky noemde dit ‘de zône van naaste ontwikkeling’. Maar wat is nu de beginsituatie van studenten? Wanneer je onderwijs verzorgt voor ouderejaars studenten is zicht op het totale curriculum van de opleiding voldoende om hier een inschatting van te maken. Bij propedeusestudenten ligt het wat gecompliceerder. 


Invoering van de Tweede Fase
In 2002 kwam de eerste reguliere lichting studenten van de tweede fase de universiteiten binnenstromen. De tweede fase is de onderwijsvernieuwing waarbij de eindtermen van de diverse vakken zijn herzien. De eindtermen zijn nu meer geformuleerd in termen van toepassing en vaardigheden. (Voor meer informatie zie de brochure van de VSNU: "Veranderingen in het VWO, wat universiteiten moeten weten", te vinden via de link: VSNU - aansluiting
Naast de wettelijk verplichte tweede fase wordt de invoering van het studiehuis geadviseerd. Het studiehuis is een didactiek waarbij een beroep wordt gedaan op de zelfstandigheid en verantwoordelijkheid van de leerling. Daarbij ligt het accent op leren leren, en aanleren van vaardigheden als werkplanning, communiceren en reflecteren. Het onderwijs wordt daarvoor anders ingericht en de rol van de docent verschuift van overdrager van kennis naar begeleider.  De scholen gaan hier momenteel zeer verschillend mee om. 
 
Knelpunten voor aansluiting
Nu het VWO zo verandert, bestaat er de kans dat de propedeuse-docent niet goed meer weet aan te sluiten op de beginsituatie van de student. Daarbij zijn een aantal knelpunten aan te geven: 

•De docent veronderstelt kennis die niet in de tweede fase is behandeld (b.v. mechanica). 

•De docent veronderstelt toepassingsvaardigheden die op het VWO niet zijn geoefend (b.v. integreren). 

•De docent veronderstelt dat bepaalde vaardigheden nog niet zijn aangeleerd (b.v. verslaglegging, presenteren), terwijl dat wel gebeurt is. 

•De docent veronderstelt vaardigheden op een niveau dat op het VWO niet is grealiseerd (b.v. informatievaardigheden, presenteren). 

Activiteiten op aansluitingsgebied binnen de UT
Binnen de UT worden door opleidingen diverse activiteiten verricht op het gebied van de aansluiting. Centraal op de UT opereert het Instituut ELAN (verbonden aan de faculteit gedragswetenschappen): Expertise-ontwikkeling in en over het voortgezet onderwijs, Lerarenopleiding, Aansluiting voortgezet onderwijs-hoger onderwijs en Nascholing in het voortgezet onderwijs. (zie ook http://www.edte.utwente.nl/elan).
Dit instituut houdt zich ondermeer bezig met: 

LOB2 modulen: coördinatie van aanmeldingen en evaluatie van de modulen. LOB2 staat voor een grondige oriëntatie op een vervolgopleiding. Binnen het onderdeel Loopbaanoriëntatie en begeleiding op het VO kunnen leerlingen een paar dagdelen kennismaken met een opleiding door daar daadwerkelijk onderwijs te volgen en opdrachten te doen. (zie ook http://www-dsz.service.rug.nl/los/LOSCON/Nr20/AF2/lob.htm)   

•Detachering VO docenten: ter ondersteuning van aansluitingsactiviteiten zijn een aantal VO docenten tijdelijk aangesteld binnen een faculteit. Hoofddoel is het uitwisselen van informatie. 

Acties ter verbetering van de aansluiting die docenten kunnen ondernemen 
Docenten hebben diverse mogelijkheden om meer informatie te verwerven over de aansluiting VO-WO en om directe acties te ondernemen om de aansluiting te verbeteren. Hieronder worden een aantal van deze mogelijkheden aangegeven.

Algemeen 

•Kijk in de examenprogramma’s (http://examenblad.kennisnet.nl/)  voor de relevante VWO vakken naar de eindtermen. Realiseer daarbij wel dat door de veelheid aan vakken en daardoor minder uren per vak  het merendeel van de eindtermen niet blijvend is verworven.

•Kijk naar eindexamens van eerdere jaren (b.v. via www.kennisnet.nl of www.cito.nl of www.cfi.nl). 

•Kijk op de sites van andere universiteiten wat deze publiceren over aansluiting VO-WO. 

•Ga eens praten met een decaan of docenten van een VWO-school (of nodig ze uit voor een groep p-docenten). 

•Op verschillende opleidingen werken al docenten die tevens werkzaam zijn in het voortgezet onderwijs. Ga eens bij deze personen te rade. 

Specifiek 

•Neem een instaptoets voor uw vak af bij de studenten. 

•Laat studenten niet direct zwemmen, kijk eerst aan hoe het gaat alvorens je de mate van sturing vermindert. 

•Richt je in een project op een beperkt aantal vaardigheden (ze kunnen nog lang niet alles tegelijk).  

•Expliciteer voor de studenten welke kennis vaardigheden je verwacht, vraag hoe ze die van zichzelf inschatten en bepaal hoe je met tekorten zult omgaan. 

•Grijp in wanneer je tekorten signaleert (b.v. bij presenteren een workshop aanbieden of een checklist geven, bij kennistekorten informatie en oefening aanbieden). 

 

Auteur: Maria v.d. Blij
Onderwijskundig medewerkster ITBE

* In de volgende aflevering van Venster op Professionalisering aandacht voor diverse projecten en activiteiten van de UT op het gebied van aansluiting. 



 
Het volgende wel eens meegemaakt?  
De alom gerespecteerde wetenschapper stelt zich op voor de groep. Hij haalt een grote stapel sheets tevoorschijn en 30 pagina’s geschreven tekst en de presentatie gaat van start. U probeert als luisteraar aandachtig de ingewikkelde, lange, zinnen vol met jargon te interpreteren, terwijl u tegelijk de lange teksten op de sheets poogt te lezen. Het geroezemoes in de zaal neemt steeds meer toe en u probeert nog iets van het monotone stemgeluid van de spreker gewaar te worden. De strcutuur van het verhaal bent u al lang geleden kwijt geraakt, maar met een beetje geluk komt de spreker daar aan het einde nog op terug en anders kunt u vast nog wel wat vragen stellen. Het geluk is u niet gegund. Twee minuten voor het einde en halverwege de stapel sheets merkt de spreker dat de tijd om is. Hij geeft in sneltreinvaart, wegens tijdgebrek, maar drie van de vijf  conlusies weer en verdwijnt voordat u ook maar een vraag heeft kunnen stellen. 
Wat jammer van de tijd van de spreker. Wat jammer van de tijd van de toehoorders.
Gelukkig zal u dit niet overkomen, al was het alleen al doordat u de volgende tips kent, wat sites met presentatievaardigheden-tips heeft bekeken of de cursus Presentatievaardigheden van het OC heeft bijgewoond.   

10 tips voor een goede presentatie 

1. Afstemmen op de doelgroep 
Ga na wie je toehoorders zijn en pas je presentatie daarop aan. Ga uit van hun mogelijke vragen, verwachtingen en de nieuwswaarde!  Denk aan zaken als: Wat weten ze al van het onderwerp? Staan ze positief of negatief tegenover het onderwerp? Waarin zijn ze vooral geinteresseerd als ik het over dit onderwerp heb?  Willen ze een korte versie of een wat uitgebreider verhaal?  
Denk ook aan aspecten als: Welke kleding is gepast? Heerst er een formele (U) of informele (JIJ) cultuur? Ben ik de enige spreker of nummer 6 aan het einde van de middag?  
 
2. Check de omstandigheden  

Ga na wat de omstandigheden zijn van de zaal en omgeving. Is er een overheadprojector of computer voorhanden? Werkt alles ook? Is de zaal ingericht zoals jij dat wenst? Heb je een microfoon nodig? Is het (white)bord schoon en liggen er stiften of krijtjes klaar?  Ligt er iets of staat er iets in de weg?   
 
3. Breng structuur in je verhaal  
Een goede presentatie heeft een structuur, bestaande uit een kop, een romp en een staart  
 
Laten ruiken                           Informatie aanbod               Afronding en uitzwaaien                       
aan het                                  en verwerking  
onderwerp           
                              
  
   
Kop: Wie ben je? Wat of waarover ga je vertellen? Waarom (doel, reden, belang voor toehoorders)? Hoe overzicht inhoud, structuur)? Wat is vooraf nodig? Pakkende start – maak ze lekker!  
 
Romp:  3-5 kernpunten en logische structuur, bijv: Wat is het probleem? Waarom een probleem? Wat zijn de oorzaken? Wat zijn de oplossingen? Hoe wordt het uitgevoerd? Wat zijn de effecten?  
Om te overtuigen: stelling + argument 1 + herhaling stelling + argument 2. enz. (alleen sterke en de belangrijkste argumenten)  
Belangrijk: weet wat je doel is en welk punt je in ieder geval wilt maken – met welke boodschap moeten de toehoorders naar huis gaan, waarmee wil je scoren? Focus je presentatie op dat punt.   
 
Staart: Conclusie / samenvatting + krachtige afsluiting of afronding (bijv.: verwachting voor de toekomst of kom terug op iets in de inleiding).   
 
Maak de structuur helder voor het publiek, verwijs er naar in je mondelinge presentatie en via je sheets!  Houd je doel voor ogen. Wat wil je bereiken? Welke boodschap wil je in ieder geval overbrengen? Richt je presentatie daarop en…score!  
  
4. Kies de juiste positie en houding 
Sta met je gezicht naar het publiek. Je kunt zitten of staan, maar staande geeft wat meer visueel “overwicht” en bewegingsvrijheid en is meestal beter.   
Kijk de toehoorders aan (eventueel een beetje naar de kruintjes). Beweeg: doe af en toe wat stappen en maak gebaren (zonder te overdrijven). Als je een echte friemelaar bent, dan niet je handen in je zakken steken maar houd bijv. een blaadje vast of een pen. Let er op dat iedereen uit het publiek zicht heeft op het bord of scherm als je dat gebruikt. Praat verstaanbaar d.w.z. praat een beetje harder dan normaal, spreek de woorden goed uit,  matig de snelheid, breng variatie in toonhoogte en houd af en toe even adempauze (vooral het laatste is heel belangrijk!).   
 
5. Maak gebruik van media 
Maak indien mogelijk gebruik van media, zoals overheadprojector en sheets, voorbeeldmateriaal of iets om uit te reiken. Nut: publiek staart minder naar jou, publiek vindt het leuk en het helpt je verhaal te ondersteunen (structuur, visualisatie, aantrekkelijker).  Indien je sheets gebruikt of Powerpoint: weinig tekst, grote letters, duidelijke structuur en niet te veel tekst per sheet. Controleer vooraf de leesbaarheid.  
  
6. Lees niet alles voor  
Natuurlijk heb je wat aantekeningen bij de hand en daar mag je ook best naar kijken. Bijvoorbeeld een blaadje met de kernpunten en de structuur daarop of een overzicht van je sheets met wat aantekeningen erbij,   overgangszinnen en formules of definities. Maar ga niet het hele verhaal van een blaadje lezen, spreekstijl klinkt heel anders dan leesstijl. Houd oogcontact met je publiek, hoe moet je anders weten of ze nog wel luisteren?      
  
7. Wees overtuigend  
Om de toehoorders te overtuigen breng je logos, ethos en pathos in je verhaal.   
Logos = maak het logisch, begrijpbaar, rationeel, helder en duidelijk. Kom met goede redenen en argumenten; niet te veel en alleen je sterke argumenten.  
Ethos = straal deskundigheid uit en zelfvertrouwen, maak duidelijk waarom jij de geschikte persoon bent op dat moment om die presentatie te houden, geef de waarde aan van wat je te bieden hebt.  
Pathos = maak emoties los, door je eigen uitstraling (enthousiasme bijv.) en door wat je vertelt. Breng wat je brengt met flair.     
  
8. Houd het publiek wakker en zet aan tot actie 
Toehoorders zijn snel verveeld. Met kleine trucjes kun je ze weer even wakker schudden, bijvoorbeeld door: een vraag te stellen (Wie van u heeft ervaring met ....?), door te laten stemmen over iets (Wie denkt dat maatregel A het beste zal werken?), door de toehoorders samen iets te laten bespreken (Bespreek met uw buurman/vrouw waarom u denkt dat de aandelen van KPN zullen stijgen.), door ze mee te laten denken (Waarom denkt u dat ik deze stap genomen heb?), door de zaal te laten discussiëren of door de toehoorders zelf vragen te laten stellen.   
 
9. Verpak de boodschap aantrekkelijk   
Een presentatie mag best leuk zijn, des te beter zelfs. Wat maakt het leuk? Bijvoorbeeld: aansprekende of actuele voorbeelden, mooie visualisaties, toehoorders actief maken, interactie met het publiek, een grapje tussendoor (niet overdrijven!), je eigen uistraling (bewegingen, oogcontact),  ankedotes enz.   
  
10. Maak je niet druk over zenuwachtig zijn  
Zenuwachtig zijn voor een presentatie is volkomen normaal. Het wonderlijke is dat het de toehoorders vaak helemaal niet opvalt dat je zenuwachtig bent en indien wel…ze zijn al lang blij dat ze er zelf niet staan en kunnen goed invoelen hoe jij je voelt.    
Een goede voorbereiding, de zekerheid dat je alle spullen bij je hebt en het tijdig aanwezig zijn, scheelt al veel.   
Geef als dat kan je toehoorders een hand vooraf of maak een praatje, dan voelt dat al een beetje “bekend”.      
En bedenk – al is dat misschien wat teleurstellend - dat de toehoorders toch vooral voor je verhaal komen en eigenlijk maar weinig in jou geinteresseerd zijn. En vooral: oefening baart kunst en feedack van anderen helpt je beter te worden. Veel doen dus en achteraf een paar bekenden vragen wat je sterke en zwakke punten zijn.     
  
Nog twee bonus tips:  

+ 1. Training via ITBE - afdeling Educatie (voormalig Onderwijskundig Centrum)   
Het ITBE biedt voor het verbeteren van de eigen presentatievaardigheden de volgende opties:  

* De cursus Presentatievaardigheden op vaste tijdstippen, gratis voor UT-medewerkers. Voor meer informatie zie  bij "vast cursusaanbod". In de cursus wordt geoefend aan de hand van eigen presentaties, worden opnamen gemaakt en worden veel bruikbare, op de eigen situatie toegesneden, tips verstrekt. De training kan zowel in het Engels als Nederlands worden gevolgd.  
Eerstvolgende cursus: Engelstalig: 12, 14 en 19 mei (middagen).  

* De cursus Presentatievaardigheden op verzoek en op maat gemaakt voor een specifieke doelgroep (bijvoorbeeld aio’s van een bepaalde vakgroep, studievoorlichters, ondersteunend personeel). Tijdstip in overleg.
  
* Persoonlijke begeleiding of feedback: iedere medewerker kan gratis een uur persoonlijke begeleiding bij het voorbereiden van een presentatie of feedback op een presentatie krijgen van een van de docententrainers.
   
* De cursus Theatervaardigheden op vaste tijdstippen, gratis voor UT-medewerkers. Onderdelen: doelgericht gebruik van stem, mimiek, ruimte en gebaren; het leren hanteren van metaforen; het vertellen van anekdotes; oefenen in improviseren e.a. vaardigheden en technieken, toegesneden op de eigen presentatie en situatie.  
Eerstvolgende cursus: 23 sept. 

Nb. Alle cursussen op vaste tijdstippen zijn ook voor externen toegankelijk. Op verzoek en in overleg kunnen we tevens op maat toegesneden cursussen en/of persoonlijke begeleiding aanbieden. Voor informatie over cursusdata, opties en kosten: S.Schuite-vanWezel@utwente.nl tel: 053-4895453. 

+ 2. Sites 
Er bestaan diverse sites met tips en voorbeelden. Kijk daarvoor bij de links onder "Sites voor studenten" - Communicatieve vaardigheden" of klik op onderstaande links.  
http://www.strategiccomm.com/resources.html  
http://www.chicago-law.net/speeches/speech.html 
http://www.ukans.edu/cwis/units/coms2/vpa/vpa.htm



Sinds studiejaar 2000-2001 gebruiken vrijwel alle UT-opleidingen bij meerdere vakken TeleTOP®. TeleTOP staat niet op zichzelf, maar is ingebed in het onderwijs. Ervaringen over de afgelopen jaren hebben diverse voorbeelden laten zien van de wijze waarop Teletop kan worden ingezet in het onderwijs. Hieruit zijn veel ideeën en tips voortgekomen.

       

Teletop didactisch ingezet

Op de docenten supportsite worden diverse ideeën en tips aangereikt om Teletop didactisch en vernieuwend  in te zetten in het onderwijs, zie  http://teletop.utwente.nl/01support1.nsf/FramesForm?ReadForm
U kunt deze site bezoeken als u UT-medewerker bent. Bent u geen UT-medewerker, dan kunt u via http://www.teletop.nl/ meer informatie krijgen over het systeem en via teletop@utwente.nl  een gastaccount opvragen, een demonstratie aanvragen of een licentie verkrijgen.

Hiernavolgend worden een aantal van deze tips en ideeën voor het onderwijs maken met Teletop beschreven. Het DINKEL Instituut organiseert regelmatig (zowel als vast cursusaanbod als als maatwerk) de workshop ‘Onderwijs maken met TeleTOP’ voor docenten die TeleTOP gebruiken of willen gaan gebruiken. Deze workshop bestaat uit een didactisch gedeelte en een hands-on gedeelte. Voor meer informatie zie Vast cursusaanbod in de linkerkolom van de Nieuwssite VoP. De eerstvolgende workshop is op 15 september 2003.

Tips voor onderwijs maken met TeleTOP

(auteur: F.B. de Mink. Gebaseerd op: L. Gommer en G. Visser: Implementatie van een course management systeem: de werkelijke resultaten. sept 2001.)

Met TeleTOP zijn onder meer de volgende 8 functies eenvoudig te vervullen.

1.Informatie verschaffen: syllabus, sheets, artikelen, studiehandleiding en links digitaal beschikbaar stellen

2.Motiveren en activeren met online opdrachten

3.Uitlokken van interactie tussen docent en student

4.Focussen op de vereisten, verhogen van niveau

5.Uitlokken van onderlinge interactie tussen studenten

6.Opdrachten maken en inleveren

7.Feedback organiseren op opdrachten

8.Ondersteunen van de studieplanning

1.      Informatie verschaffen: syllabus, sheets, artikelen, studiehandleiding, links digitaal beschikbaar stellen:

maak een link naar online wetenschappelijke tijdschriften en/of artikelen

plaats op de Teletop-site een lijst met relevante, leuke, interessante sites te gebruiken als studenten een opdracht moeten maken

geef één of meer voorbeelden van gemaakte opdrachten van studenten uit eerdere studiejaren

laat studenten zelf inhoudelijke informatie zoeken, inleveren dit in en plaats dat na screening in TeleTOP en daarmee voor allen beschikbaar

2.      Motiveren en activeren met online opdrachten

maak expliciet duidelijk welke bedoelingen je hebt en hoe je TeleTOP gaat toepassen

laat vooraf (aan bijv. een college) studenten vragen bedenken en noteren in TeleTOP

Laat studenten inhoud aanleveren, die ze vonden op internet, in boeken of uit interviews met experts

maak de beste ingeleverde opdracht van een student of een groep via TeleTOP voor de hele groep studenten zichtbaar

3.      Uitlokken van interactie tussen docent en student:

beantwoord de vragen van studenten per e-mail (in TeleTOP gebruik: Vraag & Antwoord), vermeld vooraf hoe vaak en wanneer je als docent van plan bent dit te doen

start als de docent zelf met een onderwerp en nodig studenten uit om te reageren

plaats op de site vragen die door studenten in eerdere jaren zijn gesteld, als voorbeeld, om studenten te stimuleren hun eigen vragen te stellen.

4.      Focussen op de vereisten, verhogen van niveau

neem als docent een actieve rol in binnen de communicatie

geef heldere opdrachten die aangeven welke bijdrage wordt verwacht

beoordeel en beloon de deelname aan bijv. een discussie

gebruik de resultaten van de online communicatie gedurende de face-to-face bijeenkomsten, zodat het niet iets extra's is, maar een integraal deel van de cursus

laat studenten de beste ingeleverde opdracht zien als model van het antwoord

5.      Uitlokken van onderlinge interactie tussen studenten

plaats een student in de rol van discussieleider: die start (met bijvoorbeeld een stelling of een vraag), reacties uitlokt, doorvraagt en samenvat

peer-review: laat studenten commentaar geven op elkaars werk (elke student krijgt bijvoorbeeld van drie anderen reactie op een opdracht)

groepsopdrachten: vorm groepen die samen een opdracht doen en het resultaat  inleveren via TeleTOP (waardoor zichtbaar voor anderen) en laat iedere groep de opdrachten van een andere groep of enkele andere groepen (mede-)beoordelen; dit is  leerzaam en geeft minder nakijkwerk voor de docent

6.      Opdrachten laten maken en inleveren

geef via Teletop elke week korte opdrachten van 1-2 studie-uur die resulteren in veel denken en weinig schrijven, zoals:

meerkeuzevragen aanreiken en de keuze en niet gekozen alternatieven laten beargumenteren

voorbeelden, omschrijvingen, uittreksels, aanpak, lijstjes, "to do" en "not to do" laten bedenken

mini-cases: wat zou jij doen in deze situatie en waarom

redeneringen en oordelen kritisch laten onderzoeken

7.      Feedback organiseren op gemaakte opdrachten

zorg direct na inleveren voor een modelantwoord, de uitgewerkte sommen e.d.

plaats het antwoord (of de ingeleverde opdacht) van een student (met of zonder naam) als model- of voorbeeldantwoord

laat studenten elkaars antwoord nakijken en verminder daarmee uw correctiewerk

verwijs naar de plaats waar een modelantwoord staat.

beloon het maken van het huiswerk (bonuspunten) of laat het facultatief

8.      Ondersteunen van de studieplanning

geef bij elke opdracht aan hoeveel tijd je denkt dat die kost, en vraag ook daarop reactie

verschaf een tussentoets halverwege met "deze vragen moet je nu in een uur kunnen beantwoorden", probeer het, overmorgen volgen de antwoorden

verschaf een lijstje met doelen om af te vinken naar eigen oordeel met daarbij: "hier moet ik naar kijken en dat doe ik op …."

houd een overzicht bij van de scores van studenten en de geleverde feedback (feedback itembank) op de opdrachten (onder administratie).

 


HBO&ICT projecten  -  Hoe kun je de duale ICT-opleidingen verbeteren? Hoe vergroot je de instroom hiervoor met 200 studenten? Hoe breng je de ICT-kennis van studenten in niet-ICT-opleidingen op een hoger niveau, aansluitend bij de behoeften van de arbeidsmarkt?
Om antwoord te krijgen op deze vragen heeft de HBO-raad een aantal pilot-projecten lopen.

'Duaal ICT'
De HBO-raad en Fenit (de vereniging van ICT-bedrijven) hebben een convenant waaruit het 'Digitale Deltaplan' is ontstaan. Doel is het verder professionaliseren van de duale ICT-opleidingen en het vergroten van de instroom met 200 extra studenten. Hiertoe heeft de HBO-raad een viertal pilots in gang gezet die tools hebben opgeleverd die in het algemeen voor het hoger onderwijs toepasbaar zijn.
Naast bovenstaande projecten, loopt er het project 'ICT in niet-ICT opleidingen'(I in niet-I);  één van de projecten in het kader van Taskforce ICT.  

'Duaal ICT' bestaat uit de volgende vier pilots:  

1. Inputvergroting
Onderzocht is welke hindernissen verschillende potentiële doelgroepen ervaren om een duaal ICT-traject te gaan volgen. Tevens is gekeken naar de kant van de bedrijven: wat zijn redenen van bedrijven om geen duale studenten in dienst te nemen. Uiteindelijk heeft het project een handboek opgeleverd voor het werven van duale ICT-studenten.  

2. Rol docent
In de nieuwe leeromgeving krijgt de docent een andere rol: de rol van coach en loopbaanbegeleider. In deze pilot is een digitaal portfolio ontwikkeld dat zowel studenten als docenten inzicht geeft in de competenties, het Persoonlijk Ontwikkelings Plan (POP), de verder te ontwikkelen competenties en resultaten van assessments.  

3. Relatiemanagement
Deze pilot heeft een rapport opgeleverd met ‘best practices’ van tactisch (eenmalig) relatiemanagement en strategisch relatiemanagement (voor een langdurige relatie tussen onderwijsinstelling en bedrijven).  Daarnaast is op basis hiervan een Relatiemanagement Toolkit (CD-rom) en een besturingsmodel voor het sturen en evalueren van relatiemanagement ontwikkeld. 

4. Virtueel/afstandsleren
De pilot Virtueel Leren heeft tot een aantal artikelen geleid over do’s en dont’s op het gebied van afstandsleren. Tevens is er een prototype van een portal ontwikkeld. De portal biedt vanuit verschillende invalshoeken toegang voor de student, moduledocent, begeleidend docent, coach en beheerder.


ICT in niet-ICT opleidingen
Uitgangspunt van het project is dat ICT in alle maatschappelijke sectoren een belangrijke invloed heeft. Het op een hoger niveau brengen van ICT-kennis draagt bij aan een goede aansluiting op de arbeidsmarkt.
Het project 'I in niet-I' bestaat uit drie hoofdactiviteiten: hoofdactiviteiten: pilot HEO-ICT, Benchmark & Disseminatie en kennisinfrastructuur.  

Meer informatie over deze projecten is te vinden op: http://www.hbo-raad.nl/hbo&ict