Episodes VoP 2003-2005

Redactioneel - Nog niet vernieuwd, wel nieuws

De eerste aflevering van VoP verscheen in april 2003.
In de zomer van 2005 heeft VoP een ‘make over’ ondergaan om beter aan te sluiten bij de UT-layout. De eerdere site, gemaakt met een ander cms systeem, wordt niet meer bijgehouden en is per aug. 2010 opgeheven. De artikelen, die soms nog verassend van deze tijd zijn, zijn wel bewaard gebleven.

Op deze pagina zijn de items opgenomen die in de achtste aflevering van VOP stonden. Via de link (meer) in het onderstaande overzicht kunt u de inhoud lezen van het betreffende item. De items zijn integraal per aflevering overgenomen; het kan voorkomen dat sommige links niet meer werken en de lay-out niet optimaal is.




Redactioneel - Nog niet vernieuwd, wel nieuws.

We hebben de belofte niet helemaal waar kunnen maken - deze achtste aflevering van VoP verschijnt nog in het oude 'jasje'. Zo'n metamorfose kost toch even tijd en ondertussen willen we iedereen ook niet eindeloos laten wachten op een nieuwe aflevering. Dan nog maar even op deze wijze en straks de zomereditie in de...(meer)


NIEUW! Thema-lunches over onderwijsactualiteit. Op 26 mei: Bindend studieadvies

Nieuw in het ITBE aanbod: themalunches over de onderwijsactualiteit. Vanaf januari 2005 is ITBE – Onderwijskundig Dienstverlening als experiment gestart met thema-lunchbijeenkomsten waarin actuele onderwerpen die spelen in het hoger onderwijs aan de orde worden gesteld. Dit gebeurt altijd op een interactieve wijze. Tot de zomervakantie staan...(meer)


Gastauteur: Voormalig student en SRD voorzitter Petra Boom over "Activisme in het prestatiebeurstijdperk"

De druk op prestaties en de dreigende beperking van de studieduur, maakt het onderwerp studentactivisme weer zeer actueel. Dat het onderwerp ook 6 jaar geleden al hoog op de agenda stond van belangenbehartigers voor studenten, blijkt uit een artikel uit 1999 van de toenmalige voorzitter van de (in 2002 opgeheven)...(meer)


Het Institutional Research: van losse cijfers naar bruikbare informatie

Kees van Wijngaarden vormde tot voor kort samen met Leonie Brands Institutional Research (IR). Een kleine instantie binnen de UT, die groots werk verricht. Zij waren getwee verantwoordelijk voor het bruikbaar maken van informatie uit alle voor de UT relevante onderzoeken. Koos Winnips ging op nader onderzoek uit naar de functie van IR...(meer)


Onderwijs en vergaderen via videoconferencing; om de mogelijkheden hoef je het niet te laten

Sinds een jaar heeft de UT de beschikking over kwalitatief hoogwaardige apparatuur en een zaal om videoconferencing te faciliteren. Het gebruik is veel laagdrempeliger geworden en  kan heel wat voordelen bieden, zoals: tijdwinst bij internationaal overleg (geen reistijd) of het onderhouden van persoonlijke contacten op afstand (met bijvoorbeeld de...(meer)


Het einde voor CUT/COPY/PASTE

“Cut/Copy/Paste”, is dit de meest gebruikte toetscombinatie van uw studenten? Binnenkort kunt u het nagaan. Het pakket Ephorus (www.ephorus.nl) zal op de UT worden ingezet om plagiaat in elektronisch ingeleverde werkstukken te gaan opzoeken. Ephorus vergelijkt de ingeleverde werkstukken met al eerder...(meer)


Nieuws over Internationalisering aan de UT

Voor UT-medewerkers geldt een nieuw UT-Taalbeleid in het kader van internationalisering. De dienst ITBE biedt docenten en medewekrers die veel met buitenlandse stduenten te maken hebben ondersteuning op dit gebied. Lees meer over de sucesvolle themabijeenkomsten, het aanbod aan cursussen en de geplande coördinerende activiteiten...(meer)


To be a multicultural teacher (or not to be)?

What is and what isn’t multicultural education? What does it take to be a multicultural teacher? Two short checklist by Paul C. Gorski.  
 
These checklist are copied with permission from the EdChange Multicultural Pavilion website. Everyone is allowed to print, copy,...(meer)


De nieuwe Wet voor het Hoger Onderwijs & Wetenschappelijk Onderzoek

2007 treedt er een nieuwe sectorwet voor Hoger Onderwijs en Wetenschappelijk Onderzoek (WHW) in werking.  In de notitie “Naar een nieuwe wet op het hoger onderwijs en onderzoek”, worden de voorstellen geschetst. Meer ruimte voor het hoger onderwijs, een grote verantwoordingsplicht, flexibiliteit en differentiatie en minder bureaucratie,...(meer)


Innovatium 2005 - De Digitale Universiteit presenteert zich voor een breed publiek

Op 15 maart presenteerde de Digitale Universiteit haar projecten, ideeën en inzichten op Innovatium 2005 in het Evoluon. Thema was: De kunst van het loslaten, ICT en Transformatie van het hoger onderwijs. Voor de ruim 500 aanwezigen, maar ook voor alle niet-aanwezigen, is door de DU een website samengesteld...(meer)


Nieuwe Major-minorwebsite: correct, compleet, actueel en met een 'corporate identity'

Vanaf 16 februari 2005 is de nieuwe Major-minorsite toegankelijk. De nieuwe site volgt de "corporate identity" van de Universiteit Twente en geeft een compleet en actueel overzicht van informatie over Major-minor. VoP sprak met Martin Beusekamp, centrale coördinator Major-minor, over de nieuwe website. 

Waar...(meer)


De plannen van de Stuurgroep Wireless en het Zingthing experiment

De hele campus van de Universiteit Twente is sinds 2003 voorzien van een Wireless Lan. Dit houdt in dat elke UT student of medewerker met een Wireless laptop of pocket-pc overal op de campus draadloze toegang tot het internet kan krijgen. Stanley Portier is de nieuwe ‘wireless’ coördinator bij ITBE. Alhoewel pas sinds maart in dienst,...(meer)


UT kan altijd nog beter – Nieuws over kwaliteitszorg op de UT

Natuurlijk was er op de UT altijd al aandacht voor kwaliteit van het onderwijs. Maar…de invoering van het nieuwe accrediteringsstelsel zet de opleidingen  wel even extra op scherp. Beweren dat je kwaliteit levert en zult blijven leveren is niet genoeg, je moet je beweringen met onomstotelijke bewijzen kunnen staven. Hoe gaan de opleidingen dit aanpakken. Lees en leef mee in de komende...(meer)


Nieuws over ICT, onderwijs en onderzoek (aan de UT)

Welke nieuwe ontwikkelingen op het gebied van ICT spelen er op de UT? Wat valt er op korte termijn te verwachten? Lees meer over de nieuwe DU-projecten, het elektronisch nakijken van essays, een tryout met digitale themacolleges voor een struikelvak, de nieuwe versie van Teletop, nieuwe services, onderzoeksrondes en meer... ...(meer)


Nieuws van Surf en de Digitale Universiteit

Wat is het laatste nieuws van de Digitale Universiteit en SURF? Lees meer over de resultaten van de nieuwe aanvraagronde, interessante bijeenkomsten, een 360 graden feedbacksysteem, een licenties voor publicaties op internet...(meer)


VOORAANKONDIGING Belangrijke onderwijsevenementen (UT, nationaal en internationaal)

24 mei: bijeenkomsten voor SURF-communities 
Verschillende SURF-communities zullen op 24 mei a.s. in Meeting Plaza Utrecht bijeenkomen, ZOALS NL Portfolio, SURF SiX, DiRECt, E-Xchange, Webstroom en LOREnet.   
Meer info en aanmelden: http://www.surf.nl/bijeenkomsten 

...(meer)


We hebben de belofte niet helemaal waar kunnen maken - deze achtste aflevering van VoP verschijnt nog in het oude 'jasje'. Zo'n metamorfose kost toch even tijd en ondertussen willen we iedereen ook niet eindeloos laten wachten op een nieuwe aflevering. Dan nog maar even op deze wijze en straks de zomereditie in de nieuwe outfit.

Wat is er aan nieuws?
In ieder geval veel nieuws over over kwaliteitszorg op de UT en ICT in onderwijs en onderzoek. Vooral kwaliteitszorg blijft nog even een belangrijk aandachtsgebied. Menig opleiding heeft net de zelfstudie afgerond, zit er middenin of zet de voorbereidingen in gang. Naar de mening van de voorzitter van de NVAO, de heer Dittrich, die onlangs op de UT te gast was, zal deze uitgebreide werkwijze (accreditatie per opleiding) na deze ronde weer verdwijnen. Het principe van accreditaties blijft bestaan, maar wel op een wat meer geclusterd niveau (per domein of per instelling). 
Het publiek van de bijeenkomst, bestaande uit voornamelijk onderwijsmanagers die door de zelfstudies al menig slapeloze nacht hebben doorgebracht, ontving dit bericht met wat gemengde gevoelens. Het is een beetje alsof je een zware berg beklimt terwijl aan de andere kant ondertussen een stoeltjeslift wordt gebouwd. Dan maar hopen dat de weg en klim zelf de moeite waard zijn geweest. 
In het item over de nieuwe Wet Hoger Onderwijs & Wetenschappelijk Onderzoek worden nieuwe perspectieven geschetst die mogelijk de huidige 'bergbeklimmers' vrolijker zullen stemmen: minder bureaucratie, meer vrijheid om het onderwijs in te richten en ruimte voor initiatieven.

Bij kwaliteitszorg sluit ook mooi het artikel over de activiteiten van de afdeling Institutional Research aan. Er wordt heel wat onderzocht op en door de UT, maar wat gebeurt er nu eigenlijk met de resultaten? Wat doen we nu eigenlijk met gegevens zoals:

•Ruim de helft van de UT-studenten komt uit Overijssel en Gelderland. Ruim 30% van de instromende studenten heeft deel genomen aan een meeloopdag. 78% van de instromende studenten is van plan is na de Bachelor een master-opleiding te gaan volgen? (Instroomonderzoek 2003-2004)

•Een relatief groot deel van de Technische Natuurkunde afgestudeerden werkt in het buitenland. Een kwart van de UT-ers is werkzaam in een baan waarvoor geen of een totaal andere studierichting werd gevraagd. 16% van de afgestudeerden komt via een stage of afstudeeropdracht aan een baan en 8% via docenten of medewerkers van de opleiding. (WO-monitor 2003)

•De gemiddelde studie-inspanningen van UTstudenten bedraagt 27 uur per week, maar het merendeel vindt achteraf dat dat wel wat meer had mogen zijn. Studenten UT-studenten geven een positief oordeel geven over de kwaliteit van de docenten, maar vinden dat er meer aandacht voor studiebegeleiding (het stimuleren van planning en voortgangsgesprekken) zou mogen komen. Studenten vinden zichzelf noch goed noch slecht gemotiveerd voor hun studie? (Onderzoek Tevredenheid van studenten van de Universiteit Twene in 2003. Responsgroep: 2e jaars bachelorstudenten)

De meeste onderzoeken zijn uitgesplitst op opleidingsniveau en kunnen juist op dat niveau aanleiding bieden voor gerichte verbeteracties, onderbouwing bieden bij facetten in de zelfstudies, ilussies ontkrachten (De 40 urige studieweek als uitgangpunt.) of op zijn minst aardige discussies ontketenen.

Internationalisering is ook zo'n onderwerp dat nog wel een tijdje hoog op de beleidsagenda staat. Zeker nu er een nieuw taalbeleid voor UT-medewerkers is ingevoerd. Dan zijn wat tips, zoals te vinden in het artikel "To be a multicultural teacher (or not to be)?", wel handig. 

Nieuw in het aanbod van ITBE - Onderwijskundige Dienstverlening zijn de thema-bijeenkomsten. Er staan er nog 2 op korte termijn gepland. Hou het in de gaten!

Dit en nog meer in deze aflevering. Graag plaatsen wij een volgende keer ook weer bijdragen van uw kant - redactieadres: Vop@itbe.utwente.nl

Tot binnenkort op ons nieuwe adres en in onze nieuwe outfit,  
 
  met vriendelijke groet:
 
  Helma Vlas
  Eindredacteur VoP 
  VoP@itbe.utwente.nl    

P.S. Het nieuwe adres vanVoP wordt http://www.utwente.nl/VOP.
Maar voorlopig zijn we ook nog  via het ‘oude’ adres te vinden.  

Terug naar het overzicht






Nieuw in het ITBE aanbod: themalunches over de onderwijsactualiteit. Vanaf januari 2005 is ITBE – Onderwijskundig Dienstverlening als experiment gestart met thema-lunchbijeenkomsten waarin actuele onderwerpen die spelen in het hoger onderwijs aan de orde worden gesteld. Dit gebeurt altijd op een interactieve wijze. Tot de zomervakantie staan er nog 2 thema’s gepland.  


ITBE nodigt u uit!  

Voor een inleiding op en discussie over diverse actuele onderwerpen in het hoger onderwijs. Dé manier om met geringe tijdsinvestering goed op de hoogte te blijven van wat speelt in de hoger onderwijs wereld. De inleiding wordt verzorgd door UT-(ervarings)deskundigen en/of externe gastsprekers.   

Thema's 

Bindend Studieadvies / 26  mei 2005 (De Erasmus Universiteit Rotterdam heeft voor alle bacheloropleidingen en Geneeskunde met ingang van 2005-2006 het bindend studieadvies ingevoerd. De heer dr. A.W.A. Scheepers van de Erasmus Universiteit zal zijn visie geven over de invoering van een bindend studieadvies en deelnemen aan de discussie.)

Honours programm / 30  juni 2005 

NB. Houd de aankondigingen in VoP, op de ITBE-website, UT-homepagina en in UT Nieuws goed in de gaten. Er kunnen zich nog wijzigingen voordoen in het programma!  
 
Werkwijze 
Inleiding over een onderwerp (½ uur), discussie (½ uur) en de mogelijkheid nog wat na te praten  (½ uur). 
 
Tijd
12.35 - 13.30 uur, met de mogelijkheid om nog wat na te praten tot 14.00 uur  
 
Locatie 
Campusterrein Universiteit Twente / Gebouw Vrijhof / Cursuszaal ITBE, 4de vloer  
(het makkelijkst te vinden via de ingang aan de linker zijkant van het gebouw, tegenover de Sintelbaan en het  fietsenhok. Voor een routebeschrijving, zie: http://www.utwente.nl/dienstverlening/route/ 
 
Doelgroep
UT-medewerkers, UT-stduenten en iedereen (ook van buiten de UT) die belangstelling heeft voor het hoger onderwijs.  

Organisatie
Hanneke Becht en Henk Roossink (ITBE). Voor meer informatie: ITBE   tel. 053 - 4892056;  
e-mail: secretariaat@itbe.utwente.nl  
 
Deelname  
Aan deelname zijn geen kosten verbonden.  Aanmelding vooraf (per bijeenkomst) is niet noodzakelijk, maar wordt wel op prijs gesteld. U kunt zich laten opnemen in de mailinglist, waardoor u per e-mail geattendeerd wordt op en geïnformeerd wordt over iedere bijeenkomst.
Koffie/thee en soep wordt u door het ITBE aangeboden.  
Aanmelden via e-mail: secretariaat@itbe.utwente.nl



De druk op prestaties en de dreigende beperking van de studieduur, maakt het onderwerp studentactivisme weer zeer actueel. Dat het onderwerp ook 6 jaar geleden al hoog op de agenda stond van belangenbehartigers voor studenten, blijkt uit een artikel uit 1999 van de toenmalige voorzitter van de (in 2002 opgeheven) Studenten Raad Drienelo waar de VoP-redactie per toeval op stuitte. Het artikel heeft anno 2005 nog niets aan waarde ingeboet en is om die reden zonder verdere  aanpassing geplaatst.  

Petra Boom, zie foto, de hoofdauteur van dit artikel, was in 1998-1999 voorzitter van de Studenten Raad Drienerlo (SRD). Het artikel werd destijds geschreven in het kader van de Landelijke Dag Studievaardigheden. Het verwoordde de mening en vormde het product van de vereniging en met name van de toenmalige "Winkelwagenwerkgroep".
Petra is in oktober 2003 afgestudeerd. Zij werkt tegenwoordig bij de gemeente Bergen Noord-Holland als raadsadviseur en heeft een eigen adviesbureau. Terugkijkend op haar studietijd geeft ze aan: "Ik merk in beide functies hoezeer het activisme me van dienst komt in 'de echte wereld'." 

Activisme in het prestatiebeurstijdperk[1]

1. Activisme, een inleiding

Een mens moet idealen koesteren en dromen, anders gaatie roven, moorden en verkrachten of vreten, masturberen en teeveekijken. Tottie erbij neervalt. Het schijnt overigens ook voor te komen dat idealen juist dit soort ongemakken veroorzaken. Hoe dat nou weer zit, weet ik ook niet. ‘t  Is een gecompliceerd geval een mens. Dat zouden ze nog eens goed moeten uitzoeken, mochten ze even tijd hebben. Maar zoveel is me wel duidelijk: je hebt kleine idealen en Grote Dromen. 

Een klein ideaal is: zeven miljoen winnen in de Staatsloterij, een afscheidsfeest geven voor je hele buurt met champagne en Andre Hazes, je buren groen van nijd achterlaten en een cruise gaan maken op een loveboat rond de Bahamas, je vrouw een facelift geven, Tip de Bruin leegkopen, een villa in Vinkenveen aanschaffen met een paar cabrio’s ervoor, je baan opzeggen en de wekker met een moker verpletteren, de rest van je leven vissen, rondjes geven in de Viproom van het Ajax-stadion en YabYum, veel echte vrienden krijgen die jou een waanzinnige moordgoser vinden. Of gebeurtenissen van gelijke strekkingen. 
Zo bezien zijn er toch al gauw zo’n vijf miljard kleine idealisten, waaronder nogal wat rovers, moordenaars en verkrachters, maar vooral veel dikke, zelfbevlekkende teeveekijkers. 
 
Een Grote Droom is: studeren, op een regenachtige middag toevallig het oorzakelijk verband ontdekken tussen Aids en het dragen van te nauwe onderbroekjes, dat Ideetje van de Eeuw in een envelopje doen en naar Medisch Centrum West sturen met je laatste tientje erin voor het aids-fonds, maar natuurlijk wel valselijk ondertekend met ‘Pietje Puk’, want je wilt niet met je kop op de teevee, want dan hoor je bij het legertje blatende Nederlanders dat ervan droomt om op straat herkend te worden, om dan vervolgens te gaan mekkeren dat het zo’n druk op je legt om binnen de Grachtengordel bekend te zijn en toch gewoon te blijven, en je wilt al helemaal geen Nobelprijs, want dan kan je nooit mee als anonieme Arts Zonder Grens naar Staphorst om daar met ware doodsverachting de poliovaccinatie eindelijk eens van de grond te krijgen. Of gebeurtenissen van gelijke strekkingen. 
 
o bezien zijn er maar een paar duizend Grote Dromers op deze aardkloot. Een bedreigde soort. Je komt ze voornamelijk nog tegen in psychiatrische inrichtingen. Soms ook gewoon nog zo, in het wild. En ja natuurlijk op universiteiten en hoge scholen, alwaar ze allerhande verenigingen draaiende proberen te houden. 
 
Al sinds het begin der tijden bestaat er rond het hoger onderwijs deze verenigingscultuur van studenten, draaiende gehouden door een groep idealisten en Dromers. Het bekendste voorbeeld hiervan zijn de nog steeds bestaande studentenverenigingen, die soms al meer dan een eeuw oud zijn. 
Verder moet er gedacht worden aan studentensport- en cultuurverenigingen en studieverenigingen. Binnen deze verenigingen worden er allerlei activiteiten georganiseerd en voorzieningen beheerd voor en door andere studenten. De verenigingen worden draaiende gehouden door vrijwilligers, die hier naast hun studie mee bezig zijn. Deze vrijwilligers  noemen we ‘activisten’ en de activiteiten die zij voor de verschillende verenigingen ondernemen hebben wij vervat onder de term ‘activisme.’ 
 
Hieronder wil ik proberen om vanuit het begrip academische vorming het belang van studentenactivisme duidelijk te maken, om vervolgens wat dieper in te gaan in op de mogelijke oorzaken van het teruglopen van het studentenactivisme. 
                                                          

                                        Foto: SRD-bestuur 1999 (Foto: Boom)

2. Academische Vorming

Academische vorming is een gevleugelde term aan alle universiteiten en hogere scholen. Opvallend hierbij is dat iedereen er andere ideeën over heeft. Zo hoor je dat actief zijn bij verenigingen studenten academisch vormt, Een ander zegt weer dat bijvoorbeeld Major-minor, het nieuwe onderwijsconcept van de UT, uitstekend is voor de academische vorming, de heer van Vught [2], rector van de UT, pleit voor de academisch gevormde ondernemende student, terwijl weer een ander hier niets van wil hebben en zegt dat slechts het droge studeren uit boeken academisch vormend genoemd kan worden. Uit slechts enkele voorbeelden blijkt al dat het welhaast onmogelijk lijkt om tot een sluitende definitie van het begrip te komen, waar een ieder zich in kan vinden. 
 
Als mensen uitspraken doen over academische vorming, hebben die uitspraken vaak de vorm ‘dit of dat draagt bij aan academische vorming.’ Men gaat dus in op wat bijdraagt aan academische vorming en niet op wat academische vorming nu precies is. Dit is natuurlijk niet voor niets. We hebben immers net al geconcludeerd dat het begrip zich moeilijk in een definitie laat vangen. Desalniettemin wil ik gaan proberen het begrip wat te verhelderen, door het op te delen in een aantal vaardigheden, die naar mijn mening in de rugzak van de student moeten zitten als hij met een diploma de onderwijsinstelling verlaat. Ik pretendeer niet met deze vaardigheden het begrip academisch vorming af te dekken, maar hoop slechts dat deze gedachtegang helpt om een stukje duidelijkheid te scheppen in de wazige wereld die academische vorming heet.  

a. Analytisch denken
Een analytisch denker zou met inzicht en door middel van analyse een probleem op kunnen lossen, zonder al te afhankelijk te zijn van de hoeveelheid kennis die hij bezit. Analytisch denken als een vaardigheid houdt in dat je over problemen en vraagstukken nadenkt volgens een bepaalde logica, waarbij het vinden van de oplossing en verklaring voorop staat. De gebruikte methode voor het oplossen van een probleem kan een aangeleerd stappenplan omvatten, of ter plekke verzonnen worden. Het is dan duidelijk met welk doel een bepaalde stap of methode wordt toegepast. 

b. Sociale vaardigheden
Bij sociale vaardigheden gaat het aan de ene kant om het doelmatig kunnen gebruiken van voor de hand liggende communicatiemiddelen en aan de andere kant om het omgaan met mensen en het met hen kunnen samenwerken in teamverband. 
Het doelmatig gebruiken van communicatiemiddelen houdt in dat je in staat bent om problemen en gedachten duidelijk te uiten. Dit is noodzakelijk om bijvoorbeeld je ideeën over te brengen op anderen. Je hebt immers niets aan een goed idee als je anderen er niet van kan overtuigen dat jouw plan inderdaad een goed idee is. 
Het goed kunnen omgaan met mensen en het men hen kunnen samenwerken in een teamverband, is een vaardigheid die niet alleen op het ‘professionele’ vlak van de studie terugkomt (bijvoorbeeld het werken in een projectgroep) of in het bijbaantje (de omgang met collega’s), maar ook thuis of bij de sportvereniging. Dit laat natuurlijk onverlet dat een academicus ook in staat moet zijn om zelfstandig te werken en individueel tot de oplossing van een probleem moet kunnen komen. 
 
c. Verantwoordelijkheden dragen
Verantwoordelijkheden kunnen dragen houdt in het omgaan met de wetenschap dat bepaalde zaken dienen te gebeuren en zorgdragen voor de uitvoering ervan. Dit houdt onder andere in het uitvoeren van de taken die je op je hebt genomen, het inschatten van de gevolgen van je handelen en het rechtvaardigen van je handelen tegenover jezelf, tegenover anderen, of tegenover de maatschappij. Onder het dragen van verantwoordelijkheden valt mijns inziens niet het je bewust zijn van de dingen die je zou moeten doen. Een persoon die zich verantwoordelijk gedraagt kan immers onwetend zijn van bepaalde zaken. 
 
d. Maatschappelijk bewustzijn
Maatschappelijk bewustzijn is onder te verdelen in sociaal bewustzijn, milieubewustzijn en politiek bewustzijn. Maatschappelijk bewustzijn komt erop neer dat je op de hoogte bent van zaken die spelen in de huidige samenleving en de verantwoordelijkheden die je daar zelf bij hebt. Het gaat er om dat je je bewust bent van de maatschappelijke gevolgen van je handelen en dat je dat nadrukkelijk meeneemt in een beslissing. Aan het begrip maatschappelijk bewustzijn kan geen moreel waardeoordeel gegeven worden, daar het voor iedereen verschillend is en eigenlijk ook verschillend hoort te zijn. 
 
e. Kennisverbreding en informatieverwerking
Kennisverbreding houdt in het verstand hebben van de meest uiteenlopende zaken buiten het eigen vakgebied om. Hieronder kan worden verstaan algemene ontwikkeling en de mogelijkheid hebben om niet alleen vanuit je eigen vakgebied de wereld te bezien, maar vanuit allerlei verschillende hoeken met allemaal verschillende brillen op. 
Het verwerken van informatie en het omzetten van informatie in kennis, vereist nog een aantal specifieke vaardigheden. Zo moet een academicus in staat zijn om uit de enorme hedendaagse informatietoevoer juist die informatie te pikken die voor hem nuttig is, maar kan hij niet dusdanig selectief te werk gaan dat hij het overzicht verliest. Hij moet kortom selectief te werk gaan, zonder daarbij het grotere geheel uit het oog te verliezen. 
 
f. Kritisch zijn
Kritisch zijn is meer dan het uiten van kritiek en het in twijfel trekken van zaken. Het is ook een kwestie van op de juiste manier, op het juiste moment de juiste vragen te durven stellen. Een kwestie van zaken niet onmiddellijk voor waar aannemen, maar er zelf een standpunt over bepalen. Een kwestie van niet alleen kritisch zijn ten opzichte van anderen, maar ook van jezelf. 
 
De bovenstaande vaardigheden zijn op een heleboel verschillende manieren te trainen. Veel van die manieren om de student academisch te vormen liggen vervat in de opleidingen. Er is echter een manier die buiten de opleiding ligt (en hoort te liggen, maar dat is weer een heel andere discussie) en deze manier heet, jawel, activisme. 


3. Academische vorming en activisme

Een aantal van de bovengenoemde vaardigheden wordt expliciet geoefend als een student actief is. Vaak zijn dat vaardigheden die in hun studie nauwelijks of niet aan bod komen. En het zijn juist die vaardigheden, waar de student, later als hij groot is, op beoordeeld wordt. Het gaat tegenwoordig immers veel meer om vaardigheden dan om kennis.

a. Sociale vaardigheden
Activisme stelt de studenten in staat hun sociale vaardigheden aan te scherpen. Er moeten beleidsplannen en jaarverslagen geschreven worden. Daar moet over vergaderd worden met een team en de resultaten moeten gepresenteerd en verdedigd worden. Activisten leren zich duidelijk te uiten en leren hoe ze informatie op anderen moeten overbrengen. Daarnaast leren ze met conflictsituaties om te gaan en leren ze organiseren. 
In het reguliere onderwijs komen sociale vaardigheden weliswaar steeds meer aan bod, maar de nadruk ligt op het schrijven van verslagen en het houden van presentaties. Met name op het gebied van vergaderen, organiseren, communiceren en overtuigen, biedt het activisme een nuttige aanvulling  

b. Verantwoordelijkheden dragen
In een bestuursfunctie kan een student kennismaken met het dragen van verantwoordelijkheden voor anderen. Zo is een penningmeester verantwoordelijk voor de financiën van zijn vereniging. Zonder zijn inzet zal de hele vereniging en daarmee al haar leden hinder ondervinden van zijn gedrag. Zo draagt een materiaalcommissaris voor de mogelijkheid studieboeken aan te schaffen en onderhoudt een secretaris het archief.

In het regulier onderwijs moeten studenten wel verantwoordelijkheden dragen, maar dit zijn grotendeels verantwoordelijkheden tegenover zichzelf, terwijl ze in een bestuursfunctie juist meer tegenover anderen zijn.                                            

c. Maatschappelijk bewustzijn
Activisten laten zien dat ze zich ergens voor willen inzetten zonder dat er direct een beloning tegenover staat. Activisme is immers nadrukkelijk een vorm van inzet zonder directe (financiële of curriculaire) beloning. Op deze manier maken studenten kennis met vrijwilligerswerk en wordt het zich inzetten voor iemand anders iets vanzelfsprekends.

d. Kritisch zijn
Ook draagt activisme bij tot een kritische houding van studenten. Een voorbeeld hiervan is dat je in een bestuursfunctie je moet verantwoorden voor je handelen in een ALV. Je moet nadenken over gemaakte keuzen tijdens je bestuursjaar. Je moet kortom kritisch zijn tegenover jezelf en tegenover je medebestuursleden.
Tevens moet een actieve student kritisch zijn naar anderen toe; mensen kunnen met voorstellen komen die beargumenteerd goed- of afgekeurd moeten worden. Niets kan klakkeloos aangenomen dan wel verworpen worden. In de studie hoeft de student meestal slechts kritisch te zijn over zichzelf, vaak zelfs zonder dat er consequenties aan verbonden zijn. Activisme voegt in dit licht dus wederom iets toe.

Uit het bovenstaande blijkt dat studenten gebaat zijn bij activisme. Sterker nog, ze kunnen door actief te zijn vaardigheden opdoen die hen hun verdere studie en leven voortdurend van pas komen. Zaken als kritisch zijn en verantwoordelijkheden kunnen en durven dragen zijn dingen die een ieder zou moeten hebben. Daarnaast profiteren studenten van het goedkope en grote verenigingsaanbod. Door de inzet van activisten blijft ontspanning op allerlei gebieden betaalbaar. Bovendien wordt door een groot aanbod de horizon van de student verbreed.
 

Foto: SRD-bestuur 1999 (foto: Boom)

4. Overige voordeeltrekkers van activisme

Activisme bestaat natuurlijk in de eerste plaats omdat studenten het leuk vinden om actief te zijn. Dat activisme sterk bijdraagt aan hun academische vorming, is hierbij mooi meegenomen, maar ‘liefde’ voor het werk moet de drive zijn voor een student om actief te worden.

a. Onderwijsinstellingen
Ook de onderwijsinstellingen hebben een groot belang bij studentactivisme. Als er meer voorzieningen en activiteiten verbonden zijn aan een instelling, wordt deze aantrekkelijker voor komende studenten. Dit is een van de redenen dat sommige instellingen activisten compenseren voor de vertraging die ze oplopen door hun activiteiten. Als deze activiteiten door betaalde medewerkers verzorgd zouden moeten worden, zouden de kosten voor de onderwijsinstelling veel te hoog zijn.

Daarnaast is natuurlijk de beste reclame voor een instelling het product dat hij aflevert. Een persoon die door actief te zijn breder academisch gevormd is dan een ander, zal later in de beroepspraktijk de voorkeur genieten. De instelling zal hierdoor ook een betere naam krijgen en alle partijen zullen de vruchten plukken van het activisme van de student.  

b. Werkgevers
Ook de werkgevers hebben profijt van studenten die naast hun studie actief zijn geweest. Het is niet voor niets dat veel bedrijven sollicitanten met extracurriculaire activiteiten hoog waarderen. Het blijkt zelfs dat bedrijven bestuurswerk op de tweede plaats zetten, in de rangorde van wat zij belangrijk vinden in een sollicitant.
Bij de meeste  banen is het beschikken over vaardigheden belangrijker dan het beschikken over kennis. Zoals al eerder gezegd ontwikkelen actieve studenten nu juist een aantal vaardigheden die bij andere studenten minder zijn getraind. Daarnaast hebben actieve studenten al tijdens hun studie laten zien dat ze bereid zijn zich ergens voor in te zetten.

c. De maatschappij
De overheid houdt regelmatig campagnes om vrijwilligerswerk te stimuleren. Dit doet zij omdat en groot deel van onze maatschappij draait op de inzet van vrijwilligers. Studentenactivisme laat studenten vroegtijdig kennis maken met vrijwilligerswerk, waardoor de drempel om later aan ‘maatschappelijk activisme’ te doen, kleiner wordt. Daarnaast is de maatschappij natuurlijk ook gebaad bij breed academisch gevormde studenten. 
 

5. Problemen rond studentenactivisme

Als de instelling, als de maatschappij, als het bedrijfsleven gebaat is bij actieve studenten. Ondanks dit bewezen nut zien we de laatste jaren een terugloop van activisme.
Verenigingen krijgen niet, of met moeite hun besturen gevuld. Steeds vaker is men genoodzaakt om relatief onervaren mensen in de besturen te vragen omdat het aanbod van actievelingen zo beperkt is.
Speciale aandacht wil ik vragen voor de terugloop in het zogenaamde kleine activisme. Met klein activisme wordt grofweg bedoeld de functies waar geen afstudeersteun of financiële compensatie tegenover staat. Een voorbeeld hiervan is het plaatsnemen in een activiteitencommissie, of het organiseren van een lezing. Het klein activisme is erg belangrijk omdat het het meeste werk binnen een vereniging verzet. Het bestuur zorgt dat alles in goede banen wordt geleid en dat de grote lijnen worden uitgezet, maar alle ‘kleine’ activisten zorgen ervoor dat dingen ook daadwerkelijk tot stand worden gebracht.

Daarnaast heeft de terugloop in klein activisme bovendien gevolgen voor het grote activisme. Vaak is het zo dat studenten vanuit de lichte functies doorstromen naar de grotere. De lichte functies geeft ze de mogelijkheid ervaring op te doen en vormen een voorbereiding voor het grotere werk. Hierdoor komen studenten jonger en minder ervaren in de grotere functies terecht.


6. Oorzaken teruglopen activisme

Voor de terugloop is een aantal oorzaken te onderscheiden, zowel landelijk als op het niveau van de instellingen. Deze oorzaken hangen onderling samen; de plaatselijke oorzaken zijn vaak het gevolg van de landelijke.

a. Landelijk
Een van de landelijke oorzaken is natuurlijk het strengere studiefinancieringregime. Studenten krijgen evenveel jaren beurs als hun nominale studieduur en moeten binnen een bepaalde tijd afstuderen. Iedere vertraging die niet gecompenseerd wordt, heeft dus financiële consequenties. Ritzen [3] heeft hiermee de drempel om actief te worden gigantisch verhoogd. De slechte invloed van het strengere studiefinancieringsstelsel wordt onderschreven door de grote terugval van het aantal activisten dit jaar. Dit is namelijk het derde studiejaar voor de prestatiebeursgeneratie. En het derde jaar is het jaar waarin de meeste actievelingen grote functies op zich nemen. Het voorstel van Hermans biedt wat meer lucht, maar laat nog steeds te wensen over.

De tweede landelijke factor van belang zijn de rendementseisen die aan de onderwijsinstellingen gesteld worden, die de instellingen op hun beurt weer doorrekenen aan hun faculteiten en opleidingen. Naast de studenten worden dus ook de onderwijsinstellingen opgejaagd om hun studenten sneller te laten afstuderen. Visitaties gaan op een soortgelijke manier te werk en besteden alleen maar aandacht aan rendementen en helemaal niet aan activisme. Dit is op z’n minst vreemd te noemen omdat activisme zeer belangrijk is voor het niveau van de afgestudeerde en daarmee voor de opleiding.

b. Plaatselijk (instellingsniveau)
De bovengenoemde landelijke oorzaken hebben op hun beurt lokale oorzaken tot gevolg. Zo hebben de rendementseisen tot gevolg dat de opleidingen niet staan te springen als de student aankondigt dat hij actief wil worden. Er is door de jaren heen een cultuurverandering ontstaan; waar actief zijn eerst iets vanzelfsprekends was is het nu geworden tot iets wat hooguit is voorbehouden aan de beste studenten en aan de dwazen.
Een tweede gevolg van de rendementseisen aan instellingen is dat niet alleen de cultuur veranderd is, maar dat de onderwijsprogramma’s zo ingericht worden dat studenten gedwongen worden om harder te studeren. Blokonderwijs, projectonderwijs, verplichte aanwezigheid bij colleges, de beperking van herkansingsmogelijkheden. Allemaal voorbeelden van intensief onderwijs dat moet bijdragen aan een hoge studiesnelheid. Hierdoor wordt bijkans alle flexibiliteit uit de opleidingen gezogen en wordt het vooral voor de kleine activisten vrijwel onmogelijk gemaakt actief te zijn zonder daarbij onaanvaardbaar veel vertraging op te lopen.

Bij deze schets van de problemen moet ik wel opmerken dat er verschillen zijn tussen de instellingen. Zo zijn bij bètastudies de curricula doorgaans dwingender als bij alfa- en gammastudies. Bij bètastudies zijn er vaak meer contacturen en meer practica waarbij de aanwezigheid verplicht is.
Daarnaast zijn er verschillen tussen het HBO en het WO. Bij de laatste is die traditie van allerhande studentenverenigingen en organisaties sterker ontwikkeld. Vaak zijn daarom de compensatie voorzieningen minder dan bij de universiteiten, wat inhoudt dat activisme aan de Hbo-instellingen nog extra problematisch is. Verder zijn er ook nog verschillen onderling tussen de onderwijsinstellingen. De ene instelling heeft een uitgebreider compensatiestelsel dan de andere. Daarnaast zijn er verschillen in verenigingscultuur en breedte en intensiviteit van het aanbod. 
 

7. Oplossingen

Mogelijke oplossingen voor het probleem van het dalende activisme zullen in twee verschillende richtingen moeten gaan. Ten eerste moeten de drempels voor activisme verlaagd worden. Ten tweede moet er een mentaliteitsverandering teweeg worden gebracht bij met name de opleidingen. Daar moet activisme serieuzer genomen worden en moet activisme gezien worden als een nuttige aanvulling op de ‘klassieke’ opleiding. De gedachte dat academische vorming breder is dan slechts het consumeren van kennis uit boeken en colleges, is iets dat nog niet al te breed geaccepteerd is.

Een belangrijke drempel voor het activisme is natuurlijk het huidige studiefinancieringsstelsel. Zoals al eerder gesteld is dat er door de prestatiebeurs niet beter op geworden. De voortgangseisen jagen de student enorm op. Daarnaast is de beurs te laag om van rond te komen, dus houdt de gemiddelde student er een bijbaantje op na.

Een Taoïstisch spreekwoord zegt; ‘ zelfs de langste reis begint bij de eerste stap.’ Het oprekken van de afstudeertermijn naar tien jaar is een mooie eerste stap. Ook het flexibiliseren van de basisbeurs is een stap in de goede richting. Maar we hebben nog een lange weg te gaan. Het verlengen van de termijn dat men recht heeft op de basisbeurs zou de student al veel meer lucht geven en zou vooral het kleine activisme ten goede komen. Daarnaast zou het verhogen van de beurs een positief effect hebben. Studenten zijn dan niet langer genoodzaakt er naast de studie een bijbaantje op na te houden.

Verder zouden de rendementseisen aangepakt kunnen worden en zouden de afrekeningstelsels afgesteld kunnen worden op de actieve studenten. De opleidingen zouden niet gestraft moeten worden voor studenten die vertraagd zijn wegens activisme, maar juist beloond. Te denken valt aan een systeem waarin de opleiding een bepaald bedrag krijgt uitgekeerd voor elke maand afstudeersteun die door de studenten van de onderhavige opleiding worden opgebouwd. Op deze manier zullen de opleidingen activisme niet langer ontmoedigen, maar juist stimuleren.

Ook de visitatiecommissies zouden meer naar activisme moeten kijken. Om de commissies activisme inhoudelijk te laten toetsen is natuurlijk ondoenlijk. De commissies zouden echter wel kunnen kijken naar de maatregelen die opleidingen hebben genomen om activisme mogelijk te maken.

Het activismeprobleem kan ook op instellingsniveau worden aangepakt. Een eerste voorwaarde is natuurlijk dat er goede compensatievoorzieningen zijn. Als deze niet op orde zijn, zal de drempel om actief te worden sowieso te hoog zijn. Er moeten niet alleen voldoende voorzieningen zijn, ze moeten ook afgestemd zijn op de specifieke behoeften van de onderwijsinstelling.

Verder kan gedacht worden aan allerlei maatregelen om het rooster flexibeler te maken. Zo zouden de aanwezigheidsverplichtingen afgeschaft kunnen worden en zouden de tentamenmogelijkheden uitgebreid kunnen worden. Een veel gehoord commentaar op deze maatregelen is dat deze het rendement zouden verlagen. Dit is echter nog maar zeer de vraag daar de invoering  van intensief onderwijs wisselende rendementen heeft opgeleverd. Daarnaast blijkt dat door actief te zijn, studenten vaak veel efficiënter met hun tijd om leren te gaan, wat ook een positief effect heeft op de rendementen.

Een laatste oplossing die ik hier wil aandienen is het opzetten van een goed begeleidingssysteem. Als studieadviseurs en mentoren goed op de hoogte zijn van de mogelijkheden om actief te zijn, kunnen ze studenten veel beter op die mogelijkheden wijzen en weten ze beter wat de meerwaarde en de gevolgen voor de studenten zijn. Verder kunnen ze helpen bij het opstellen van een studieplanning om de studie zo efficiënt mogelijk af te ronden.


8. Tot slot

Zo zijn we aan het einde gekomen van een paginalang pleidooi voor de stimulering van studentenactivisme. Helaas is het dalende studentenactivisme nog niet zo’n item, maar ik hoop dat we vandaag, op de Landelijke Dag Studievaardigheden, weer een stap in de goede richting hebben kunnen zetten. De verwezenlijking van een Grote Droom weer een stap dichter bij. En ja, slechts de namen der Grote Dromers leven voort.

Until justice is done, 
There is a kingdom to be won. 
Are we the last of the falling heroes?

                                                                                       

 

                                                                                       Foto: Actief en afgestudeerd! (Foto: Boom)

                                                  
Stellingen

·        Activisme is niet alleen de verantwoordelijkheid van de studenten, maar ook van de onderwijsinstellingen.

·        Studenten moeten voor bestuursfuncties gecompenseerd worden en niet beloond.

·        Activisme hoort naast de studie en niet erin.

·        De prestatiebeurs legt teveel druk op de studenten.

·        Rendementen geven een te eenzijdig beeld van de opleiding.

 
[1] Met dank aan de leden van WinkelWagenWerkgroep en de Activismewerkgroep van de SRD
en iedereen met wie ik er verder ooit van gedachten over heb gewisseld.

[2] Redactie: Rector Frans van Vught heeft eind 2004 zijn functie bij de UT beeindigd.

[3] Redactie: Jo Ritzen trad in nov. 1989 aan als minister van OC&W, voor een periode van in totaal 9 jaar.

 

Kees van Wijngaarden vormde tot voor kort samen met Leonie Brands Institutional Research (IR). Een kleine instantie binnen de UT, die groots werk verricht. Zij waren getwee verantwoordelijk voor het bruikbaar maken van informatie uit alle voor de UT relevante onderzoeken. Koos Winnips ging op nader onderzoek uit naar de functie van IR en naar de functionaris zelf. Net op de valreep, want kort daarna is Kees bij IR vertrokken. 

Institutional Research

Kees van Wijngaarden vormde samen met Leonie Brands Institutional Research (IR).  IR heeft tot doel om zowel op centraal als decentraal niveau, aan de UT gerelateerde, data en informatie te verzamelen, op te schonen, te analyseren en verstrekken. Zij proberen daarbij de informatievraag te koppelen aan het aanbod. Dit betekent niet per definitie dat IR zelf onderzoek uitvoert of zelf informatie verzamelt, hoewel dit wel voorkomt. In dat geval haalt IR direct informatie uit de verschillende systemen op de Campus (zoals vakkeninformatie, instroomgegevens, persoonsgegevens, etc.). Een tweetal onderzoeken die onder verantwoordelijkheid van IR worden uitgevoerd, zijn: het studententevredenheidsonderzoek en het instroomonderzoek. De IR vervult daarnaast een belangrijke rol binnen de werkgroep kwaliteitszorg onderwijs en draagt zorg voor de opzet en organisatie van MISUT, het Management Informatie Systeem Universiteit Twente.
 
Studenttevredenheidsonderzoek
Het College van Bestuur was de vragende partij voor het Studnetentevredenheidsonderzoek, ITBE heeft dit onderzoek uitgevoerd. Het algemene doel van dit regelmatig uit te voeren onderzoek is het signaleren van problemen in het onderwijs.
Een interessante vraag uit het onderzoek ging over de tijdsbesteding van studenten. Bijna iedere student geeft aan dat hij/zij de opleiding wil doen in de benodigde tijd die er voor de studie beschikbaar is. Als er 6 jaar studiefinanciering is, willen studenten 6 jaar over de studie doen. De bestede tijd per week lijkt daarbij aan te sluiten. Als je 32 uur per week aan je studie besteedt, zal je ook een jaar langer over je studie doen.
Op zich interessante informatie en levert voldoende stof tot discussie op, maar wat kan de UT hiermee? De UT wil graag dat de studenten nominaal studeren.
Maar hoe krijg je de studenten zover? Kan de UT hierop invloed uitoefenen?
Kees geeft aan: “Ik vind dat discussies over zaken die je toch niet kunt veranderen interessant zijn aan de borreltafel. Je kunt beter praten over problemen die je aan kunt pakken. Daarom moet er altijd een relatie zijn tussen dat wat men wil onderzoeken en dat wat men kan veranderen, waar men dus verantwoordelijk voor is.”
 
Instroomonderzoek 
De vragende partij van het instroomonderzoek is het CvB, de uitvoerende partij is Newcom Research & Consultancy.
Kees vertelt: “De belangrijkste trend die uit dit onderzoek naar voren komt, is dat we als universiteit steeds meer regionale instroom krijgen. We trekken steeds meer studenten uit Gelderland en Overijssel. Dit komt vooral door een paar nieuwe opleidingen (zoals Psychologie en Gezondheidswetenschappen) die veel studenten trekken, maar niet uniek zijn. Hoe meer algemene studies je aanbiedt op de universiteit, hoe meer regionale studenten je zal trekken. We gaan nu dit jaar starten met onderzoek naar de instroom in de Internationale Masters. Dit gaat dan ook in het Engels. In de Bachelor’s zijn de internationale studenten vooral Duitsers." 
 
Werkgroep kwaliteitszorg onderwijs  
Soms leverden de uitgevoerde onderzoeken dikke rapporten op die bij de opleidingsdirecteuren op de mat terecht kwamen en waar verder weinig mee werd gedaan. Opleidingsdirecteuren hadden dan vaak niet om het onderzoek gevraagd en ook geen echte behoefte aan de informatie. Een van de opdrachten die Kees van Wijngaarden had was er voor te zorgen dat de diverse onderzoeken beter gaan aansluiten bij wat de organisatie wil weten. Hiervoor maakte Kees deel uit van de werkgroep kwaliteitszorg onderwijs.
IR verzorgt de informatie om de informatievoorziening ten behoeve van kwaliteitszorg te vergemakkelijken. Zonder informatie kun je niet praten over onderwijs, dus je hebt steeds op tijd nieuwe informatie nodig. De werkgroep kwaliteitszorg is nu bezig om aan te geven welke informatie nodig is voor kwaliteitszorg, daarbij gaat het om informatie uit de bestaande systemen (FASIT, ISIS) en uit de verschillende onderzoeken die worden uitgevoerd. “We gaan,” stelt Kees, “proberen om de informatiebehoefte vanuit kwaliteitszorgoogpunt te automatiseren. Op deze manier kan, zeg maar, iemand van Bureau Onderwijszaken op een knop drukken en zo de juiste informatie die een opleidingscommissie of het faculteitsbestuur nodig heeft naar boven halen.”
 
MISUT: een nieuw management informatie systeem 
Verder is IR momenteel bezig met MISUT (Management Informatie Systeem Universiteit Twente). Kees geeft aan dat veel cijfermatige gegevens nog altijd met (te veel) handwerk tot stand komen, met MISUT is het de bedoeling de handelingen te gaan automatiseren. Op deze manier moet het mogelijk zijn om bijvoorbeeld performance indicatoren makkelijker op te stellen, waardoor je snel overzicht verkrijgt. Het management kan daardoor knelpunten sneller signaleren, waarna men dan verder moet zoeken naar de oorzaken. Hierbij zijn er wel lagen van openbaarheid, zodat niet alle informatie zomaar ‘op straat ligt’. Sommige informatie is via Internet (openbaar) beschikbaar, andere infromatie alleen via Intranet (UT-betrokkenen).
Binnenkort komt een eerste product van MISUT beschikbaar. Gebruikers kunnen zelf ‘spelen’ met de informatie. De vooraanmeldingcijfers zijn als resultaat van de eerste pilot met MISUT, te zien via de IR website (zie onderaan dit artikel voor het adres).
 
Nieuwe invalshoek 
Tot slot: IR deed in het verleden erg veel werk direct voor het CvB, IR wil nu meer een instrument worden voor de hele organisatie. Onder andere via het nieuwe MISUT kunnen medewerkers, zij het beperkt, zelf met de informatie gaan spelen. De informatie is beschikbaar, maar gebruikers kunnen zelf bepalen wanneer ze er wat mee gaan doen en wat ze er mee gaan doen.  
 
Meer informatie over Institutional Research is beschikbaar via:
http://www.utwente.nl/ir
 
Het tevredenheidsonderzoek,  Tevredenheid van UT-studenten in 2003 (Roosink & Gellevij, 2003 - pdf)” is te vinden via: http://www.utwente.nl/itbe/owk/services/tevredenheid/
 
Instroomonderzoeken van 1998-1999 t/m 2003-2004 zijn  te vinden via:
http://www.utwente.nl/ir/onderwijs/onderwijs_gerelateerde_onderzoeken/index.html
 
De actuele stand vooraanmeldingcijfers (eerste resultaat MISUT) zijn te vinden op:
http://www.utwente.nl/ir/MISUT/index.html   

Wat kunt u verder nog aan onderzoek vinden op de IR website? 

•Feiten en Cijfers (over de UT): onderwijs, onderzoek, personeel, financiën

•Feiten en Cijfers van andere universiteiten

•Onderwijs in Cijfers (rapporten van 1998 t/m 2004, UT):  jaarlijkse rapporten met vergelijkbare gegevens over de studievoortgang, bij wijze van kengetallen. Er worden steeds cijfers over de afgelopen zeven generaties getoond zodat eventuele trends duidelijk worden

•De WO-monitor (1998 t/m 2003): onderzoek uitgevoerd door alle Nederlandse universiteiten gezamenlijk, om de arbeidsmarktintrede van afgestudeerden over de volle breedte van het wetenschappelijk onderwijs in kaart te brengen.

•Digitaal ontsloten cijfers (Doc) VSNU: In VSNU verband worden kengetallen geproduceerd over de universitaire sector in Nederland.  

•en nog meer... 




Sinds een jaar heeft de UT de beschikking over kwalitatief hoogwaardige apparatuur en een zaal om videoconferencing te faciliteren. Het gebruik is veel laagdrempeliger geworden en  kan heel wat voordelen bieden, zoals: tijdwinst bij internationaal overleg (geen reistijd) of het onderhouden van persoonlijke contacten op afstand (met bijvoorbeeld de begeleiders van het stagebedrijf van je afstudeerder in Singapore).      
 
Waar kan het?  
De zaal voor videoconferencing bevindt zich in gebouw de SPIEGEL, vergaderzaal 319. De zaal is geschikt voor 15 deelnemers. Voor grotere groepen kan de apparatuur verplaatst worden na een grote (college)zaal op de Campus. 
 
Wat is er technisch mogelijk? 
Het ITBE heeft de beschikking over een Polycom 7000 (http://www.qconferencing.nl/videoconf.htm#vsx7000). Bij de set die ITBE heeft, gaat het om een model dat via het internet werkt en niet via ISDN. Dit zorgt voor een veel betere beeld- en geluidskwaliteit. Het is hierbij wel van belang dat de andere partij ook een netwerksysteem heeft en geen ISDN. Deze twee verschillende systemen zijn moeilijk met elkaar te verbinden. 
Deze moderne apparatuur in combinatie met de internet voorzieningen die de UT heeft, maakt het nu mogelijk om videconferencing van goede kwaliteit aan te bieden. Ook is het mogelijk om het PC-beeld parallel aan de Video met ‘de andere kant’ te delen.  
 
Welke voordelen biedt het? 
Het inzetten van VC in het onderwijs/onderzoek en onderzoek biedt een aantal voordelen. In eerste instantie levert het tijdswinst op. Bij internationale vergaderingen kan de reistijd komen te vervallen. Ad hoc vergaderingen zijn op deze wijze ook makkelijker te realiseren.
Door het laagdrempelig beschikbaar zijn van deze communicatiemogelijkheid kan b.v. een docent eenvoudig een VC sessie opzetten met het bedrijf in Singapore waar zijn student stage loopt. Op een meer persoonlijke wijze kan de docent zo contact houden met zowel de student als zijn begeleider binnen het bedrijf.  
Ook in het onderwijs zelf kan videoconferencing toegevoegde waarde hebben. De ‘expert op afstand’ is met VC inzetbaar in de onderwijssituatie. En het biedt een prachtige optie indien je als docent voor meerdere groepen, die zich op verschillende plaatsen bevinden, eenzelfde college moet verzorgen.  
                         
Waar moet je op letten als je videoconferencing in je onderwijs wilt inzetten?
Geef je een college waarbij VC wordt ingezet, dan moet je aan een aantal zaken extra aandacht besteden. Zorg dat: 
- je leert omgaan met de apparatuur 
- je plant en controleert wat er aan de ‘andere kant’ gebeurt 
- je interactie genereert 
- je de studenten goed kent 
- alle locaties dezelfde leermaterialen hebben (eerder opsturen?) 
- je van te voren bedenkt hoe je de VC sessie wilt gaan evalueren 
 
Wie mogen er gebruik van maken? 
Iedereen die op de UT werkzaam is of anderzijds aan de UT verbonden is. Er zijn wel (beperkte) kosten verbonden aan het gebruik van de apparatuur, zowel voor gebruik in de VC-zaal als op locatie elders. Zie hiervoor: http://www.utwente.nl/itbe/ictinfra/dienstenhandleidingen/DH_videoconf.doc/ Ook belangstellenden van buiten de Universiteit Twente kunnen hiervan gebruik maken. De kosten liggen dan iets hoger. 
 
Kan ik er altijd gebruik van maken? 
De apparatuur (en een eventuele ruimte elders), moet van te voren gereserveerd worden. Voor de mogelijkheden van het reserveren van de apparatuur/ruimte wordt verwezen naar:  
Dienstenhandleiding voor: Videoconferentie. In principe wordt voor deze dienst uitgegaan van de normale kantoortijden, maar afwijkingen zijn bespreekbaar. 
 
Waar is meer informatie te verkrijgen?  
Meer informatie over het gebruik van VC in het onderwijs is te vinden op: Videconferencing en Education (http://www.polycom.com/education ) en bij het Videoconferencing Cookbook (http://www.videnet.gatech.edu/cookbook/). Voor meer informatie over Videoconferencing:
J. de Goeijen    Tel.: 052-489 2637     Mail:  j.degoeijen@utwente.nl  
 



“Cut/Copy/Paste”, is dit de meest gebruikte toetscombinatie van uw studenten? Binnenkort kunt u het nagaan. Het pakket Ephorus (www.ephorus.nl) zal op de UT worden ingezet om plagiaat in elektronisch ingeleverde werkstukken te gaan opzoeken. Ephorus vergelijkt de ingeleverde werkstukken met al eerder ingeleverde werkstukken en documenten op het Internet.



 

Om het de docenten zo gemakkelijk mogelijk te maken is besloten om het pakket Ephorus te integreren met TeleTOP (elektronische leeromgeving). Het inleveren van werkstukken(documenten) gaat op de UT immers vaak via TeleTOP. In TeleTOP krijgt  de docent de mogelijkheid, indien gewenst, de plagiaatdetectie aan te zetten. In het geval dat de plagiaatdetectie aan staat krijgt de student, voordat hij zijn werkstuk inlevert, de mededeling te zien dat zijn werkstuk op plagiaat gecontroleerd wordt.
Bij het overzicht van de ingeleverde documenten krijgt de docent per document een extra aanduiding die aangeeft of er plagiaat in het document geconstateerd is of niet. Tevens krijgt de docent per ingeleverd document een overzicht met het (eventueel) geconstateerde plagiaat.
 
Of iets plagiaat moet worden genoemd of niet hangt natuurlijk erg van de vraagstelling af. Wordt van de studenten verwacht dat ze een aantal belangrijke onderdelen uit een (online) boek/dictaat in hun uitwerking opnemen, zal het systeem dit als plagiaat herkennen. Wat het in dit geval natuurlijk niet is. Een taak van de gebruikers van deze nieuwe functionaliteit zal zijn om een goede combinatie van vraagstelling in relatie met het gebruik van Ephorus te gaan vinden. 

 

Aan de koppeling TeleTOP/Ephorus wordt nu gewerkt.  Er zal een pilot uitgevoerd worden in de eerste maanden van het collegejaar 2005/2006. Als deze goed verloopt, zal de plagiaatdetectie-service rond februari 2006 voor de gehele UT worden aangeboden. 
We zoeken nog een aantal docenten die aan de pilot willen deelnemen. Heeft u hierin interesse en heeft u een vak waarin studenten in de periode september/oktober een opdracht moeten inleveren, neem dan contact op met één van onderstaande personen.  

 
Voor meer informatie:
E. Peters         tel. 053-489 2170       e.m.a.peters@utwente.nl  
J. de Goeijen    tel. 053-489 2637       j.degoeijen@utwente.nl 
 
Links met extra informatie:
www.digitaledidactiek.nl/dd/toetsen/119
elearning.surf.nl/e-learning/artikelen/2435  
 



Voor UT-medewerkers geldt een nieuw UT-Taalbeleid in het kader van internationalisering. De dienst ITBE biedt docenten en medewekrers die veel met buitenlandse stduenten te maken hebben ondersteuning op dit gebied. Lees meer over de sucesvolle themabijeenkomsten, het aanbod aan cursussen en de geplande coördinerende activiteiten onder de noemer Taalcoördinatiepunt (TCP).

Themabijeenkomsten 

Al vooruitlopend op de plannen voor toenemende internationalisering van het onderwijs, organiseerde ITBE twee interactieve themabijeenkomsten: "Taalstrijd of Cultuurschok?" (23 juni 2004) en "Looking at internationalisation" (18 jan. 2005). Deze bijeenkomsten waren met name bedoeld om de belangstelling voor Internationalisering bij de UT-medewerkers respectievelijk te peilen en te vergroten.

Het vrolijke verslag van de eerste bijeenkomst is beschikbaar (ppt bestand van 1.2Mb). Evenals het lijstje met tips & literatuur dat tijdens de workshop is uitgedeeld.
Tijdens de tweede bijeenkomst, "Looking at internationalisation",  bespraken de ruim dertig deelnemers twee cases: een klacht van een student over zijn docent en een negatieve ervaring van een docent met buitenlandse studenten. In groepjes werd vanuit verschillende perspectieven (student, docent, opleidingsmanager) gesproken over mogelijke oplossingen. Ook hiervan is het verslag beschikbaar. Tijdens de bijeenkomst is een checklist voor het vaststellen van de mate van interculturaliteit van het eigen onderwijs uitgedeeld. Wie weet een handig instrument om het eigen onderwijs eens onder de loep te nemen? Daarnaast werd op deze bijeenkomst het artikel "The international classroom: bottlenecks experienced by students and possible solutions" verspreid. Dit artikel geeft een samenvatting van de afstudeerscriptie van Susan van Soest (2003), getiteld: Bottlenecks experiences by foreign students in educational learning situations at the Universityof Twente: Analysis of bottlenecks at three programmes with possible explanations and solution”.  

Cursussen op het gebied van Internationalisering 

Op basis van het Taalbeleid wordt van docenten verwacht dat zij een 8.0 score voor de IELTS-toets (International English Language Testing System, www.ielts.org) behalen. Voor medewerkers die veel met internationale studenten te maken hebben (zoals studieadviseurs, BOZ-medewerkers, communicatie- en personeelsadviseurs) geldt een vereiste score van 7.5.
Nu impliceert 'internationalisering' meer dan de taal beheersen en niet iedereen beschikt over voldoende kennis en zelfvertrouwen om voortaan colleges of adviezen te geven in het Engels. Bij de Dienst ITBE (UT) heeft daarom onder de gezamenlijke noemer "Principles of Teaching in English" vier cursussen in hara aanbod opgenomen. In de cursussen wordt zowel aandacht besteed aan Engelse taalvaardigheden, als aan interculturele communicatie en didactiek. 
Via onderstaande links en via de ITBE-website kunt u meer informatie vinden over deze cursussen.
Op korte termijn kunt u zich nog inschrijven voor de cursus Principles of Teaching in English: “Intercultural communication in educational settings” (6 juni ochtend en 7 juni middag, aanmelden voor 23 mei).
Meld u zich ook bij ITBE als belangstellenden voor een van de andere cursussen indien de datum al gepasseerd is of indien u niet of de genoemde data deel kunt nemen. Bij voldoende belangstelling worden alle cursussen in het najaar een tweede keer aangeboden. Voor meer informatie:  Susan van Soest,  s.vansoest@utwente.nl.
Voor meer informatie over de cursussen: Principles of Teaching in English
TIP: Zie ook verderop in deze aflevering van Venster op professionalisering het artikel To be a multicultural teachter (or not to be)? 


Het Taalcoördinatiepunt (TCP)

Vier diensten (ITBE, PAO, DiSC, BC) werken gezamenlijk aan de oprichting van een Taalcoördinatiepunt (TCP), dat medio 2005 operationeel zal zijn. De missie van het TCP is “to support university staff, faculty and students improving their language proficiency, as well as supporting them with Dutch-English translations and corrections of English-medium communication".
Voortaan kunt u op dit punt terecht indien u meer informatie wilt over het aanbod aan taalonderwijs, voor zowel medewerkers als studenten. Ook voor antwoorden op andersoortige ondersteuningsvragen op het gebied van communicatie in de Engelse taal en het werken met internationale groepen kunt u straks bij het TCP terecht.  
Heeft u op dit moment al behoefte aan iemand die u helpt met met de vertaling van bijvoorbeeld lesmaterialen of een proefschrift, dan kunt u via Bureau Communicatie (Berend Meijerink) een beroep doen op een extern vertaalbureau (hieraan zijn kosten verbonden). 

Terug naar het overzicht



What is and what isn’t multicultural education? What does it take to be a multicultural teacher? Two short checklist by Paul C. Gorski.  
 
These checklist are copied with permission from the EdChange Multicultural Pavilion website. Everyone is allowed to print, copy, and distribute these articles, as long as you leave the names and email addresses of the creators of the resources on them. 

 
The IS and the ISN'T of Multicultural Education  

By Paul C. Gorski for EdChange and the Multicultural Pavilion  

Multicultural Education ISN'T 

Multicultural Education IS 

1. about everyone agreeing and getting along 

1. about naming and eliminating the inequities in education 

2. only applicable to Language Arts and History 

2. a comprehensive approach for making education more inclusive, active, and engaging in all subject areas 

3. a process of watering down good curriculum 

3. a process for presenting all students with a more comprehensive, accurate understanding of the world 

4. related only to curriculum reform 

4. related to all aspects of education including pedagogy, counseling, administration, assessment and evaluation, research, etc. 

5. only for teachers and students of color 

5. for ALL students and educators 

6. achieved through a series of small changes 

6. achieved through the reexamination and transformation of all aspects of education 

7. modeled through cultural bulletin boards, assemblies, or fairs 

7. modeled through self-critique, self-examination, and cross-cultural relationship-building 

8. the responsibility of culture-based student clubs or organizations 

8. the responsibility of teachers, administrators, and school staff 

9. a single in-service workshop 

9. an on-going commitment 

 
 
 
10 Ways I Can Be a Multicultural Educator in the Technology Fields  

By Paul C. Gorski for EdChange and the Multicultural Pavilion 

1.I can have and demonstrate high expectations for all of my students.  

2.I can incorporate the voices, experiences, and contributions of a diversity of people in my curriculum.  

3.I can facilitate dialogues about how particular technologies have impacted people from various cultural, ethnic, gender, language, and socioeconomic groups.  

4.I can ensure that I do not recreate traditional oppressive gender practices in my teaching. I must consider who I call on most frequently, my language, and my expectations for different types of students.  

5.I can critically examine my textbooks and other educational materials to ensure that language and images are inclusive of all of my students.  

6.I can attempt to make the content of my course relevant to the lives, experiences, and perspectives of my students. Concept acquisition can be improved through culturally familiar elaborations.  

7.I can develop a continual process for examining and confronting my own prejudices and considering how they inform the way I teach and interact with my students and colleagues.  

8.I can diversify my pedagogy in order to provide a point of contact for students with a variety of preferred learning styles.  

9.I can provide opportunities for interactive learning experiences. Research shows that peer interaction improves students' concept acquisition, particularly when new vocabulary is introduced in class. (Sometimes students can explain things to each other in ways that I can't.)  

10.I can eliminate bias in the reporting of discoveries. I can even engage my students in a conversation about why such bias persists.  

 

Terug naar het overzicht



2007 treedt er een nieuwe sectorwet voor Hoger Onderwijs en Wetenschappelijk Onderzoek (WHW) in werking.  In de notitie “Naar een nieuwe wet op het hoger onderwijs en onderzoek”, worden de voorstellen geschetst. Meer ruimte voor het hoger onderwijs, een grote verantwoordingsplicht, flexibiliteit en differentiatie en minder bureaucratie, vormen de uitgangspunten. In dit item een samenvatting van de belangrijkste punten uit de notitie.   


1. Het streven 

Het huidige kabinet heeft met invoering van de nieuwe wet een duidelijk streefbeeld voor ogen: “Inspirerend onderwijs, excellent onderzoek, een vruchtbare wisselwerking met het bedrijfsleven en andere maatschappelijke geledingen. Studenten die op het scherpst van de snede studeren, alles uit hun studie halen”. Nederland moet een 
toonaangevende kenniseconomie worden, warabij u Universiteiten en hogescholen een sleutelrol vervullen.  
Om dit te realiseren dienen de primaire processen van onderwijs en onderzoek centraal te staan. Onnodige bureaucratie of knellende wet- en regelgeving moet verhinderd worden, maar de verantwoordelijkheid van de overheid voor kwaliteit, toegankelijkheid en doelmatigheid blijft wel nadrukkelijk gelden. De wet biedt voortaan een kader, waarbinnen ruimte is voor initiatieven, flexibiliteit en differentiatie. 


2. Enkele voorstellen uitgelicht 

Vraagsturing, meer flexibiliteit, meer differentiatie 
Uitgegaan wordt van een sterkere oriëntatie op de vraag van de individuele student en meer diversiteit in het aanbod. Verwacht wordt dat dit een positieve invloed zal hebben op doorstroom en rendement. Voor studenten moeten er keuzemogelijkheden zijn wat betreft een breed of  smal programma, een individueel samengesteld programma of een meer standaardprogramma, beroeps- of wetenschappelijk georiënteerd onderwijs, voltijd, deeltijd of duaal onderwijs. Dit vereist veranderingen in wet- en regelgeving.  
 
Van opleiding naar domein 
Een opleiding is steeds minder een vooraf gedefinieerd, uniform onderwijsprogramma. Denk maar aan de invoering van Major-minor of duaal onderwijs. Vraaggestuurd onderwijs of onderwijs op maat zal steeds minder sporen met de traditionele (CROHO-)opleiding. Een ruimer opleidingsbegrip is daarvoor nodig; domeinen waarbinnen een grote diversiteit aan opleidingen/opleidingstrajecten mogelijk zijn vormen straks het uitgangspunt. 
 
Minder voorschriften ten aanzien van de organisatie van het onderwijsproces 
Er komen meer vrijheden voor de inrichting van het onderwijs, met daarbij tegelijkertijd een groter accent op de examinering, c.q. de wijze waarop
het behaalde eindniveau wordt beoordeeld. De examencommissie krijgt hierin een belangrijke rol.  
 
Meer mogelijkheden voor samenwerking 
Er komen meer mogelijkheden voor samenwerking tussen universiteiten en hogescholen, tussen hogescholen en ROC’s/AOC’s, formeel en informeel, nationaal en internationaal, tussen bekostigd en onbekostigd onderwijs. 
 
Meer differentiatie 
Een meer gedifferentieerd hoger onderwijsaanbod vereist ook meer vrijheid bij de selectie en toelating van studenten. Op dit moment lopen er experimenten onder de noemer ‘Ruim Baan voor talent’ die moeten uitwijzen onder welke voorwaarden instellingen meer vrijheid kan worden gegeven bij de selectie en toelating van studenten. 
 
Een Leven Lang Leren 
Hogescholen en universiteiten kunnen een belangrijke rol vervullen in het principe van een leven lang leren. Leerwegonafhankelijke certificering kan dit bevorderen. Er dient daarvoor een aanbod van procedures voor erkenning van verworven competenties (evc) te komen. In dit kader spelen straks de  examencommissies een sleutelrol. 
 
Nadruk op kwaliteit 
Hantering van een nieuw bekostigingsmodel waarbij de studenten leerrechten hebben die zij per jaar kunnen inzetten, zal er toe leiden dat de student bewustere keuzes zal maken binnen het aanbod aan hoger onderwijs. Hiervan gaat zelfregulerende sturing uit.  
De kwaliteit van het hoger onderwijs wordt daarnaast bewaakt door: 
-          versterking van de rechtspositie van de student en medezeggenschap; 
-          betrokkenheid van werkgevers bij de beoordeling van de kwaliteit (met name voor het beroepsonderwijs); 
-          de inrichting van het accreditatieproces.  
Accreditaties zullen in de toekomst waarschijnlijk op instellingsniveau gebeuren, waarbij de “degree awarding power” ( de bevoegdheid van een instelling om graden te verlenen) als sturingsinstrument wordt gehanteerd. 
Bij de kwaliteitsbewaking zal vooral gekeken worden naar het oordeel van peers / vakgenoten (“is het onderwijs naar professionele maatstaven up-to-date?”), de student (“sluit het onderwijs aan bij de behoefte van de student?”) en de werkgevers (“is het onderwijs een adequate voorbereiding op de arbeidsmarkt?”).  
 
Innovatief vermogen versterken, minder bureaucratie 
In de notitie wordt gesteld dat onderwijsinstellingen aan de ene kant ‘maatschappelijke ondernemingen’ vormen die zelfstandig inspelen op veranderingen in de samenleving en op de arbeidsmarkt. Aan de andere kant zijn het instellingen met een maatschappelijke opdracht die in een bestuurlijke relatie tot de overheid staan. Hiervoor moeten de kaders geschapen worden. Als principe wordt gehanteerd: algemeen recht waar mogelijk, specifiek recht alleen waar nodig.
In de toekomst verkrijgen de instellingen meer autonomie en staan de “zorgplichten” centraal. De wettelijke bepalingen hiervoor zullen zo zijn geformuleerd dat ze ruimte laten voor gedragsalternatieven van de instellingen of voor de studenten om een bepaalde norm te bereiken. 


3. De kaders, voorstellen en uitgangspunten van de wet en de verdere planning  

In deze paragraaf wordt een (letterlijke) opsomming gegeven van de voorstellen voor de nieuwe sectorwet die in de notitie staan beschreven. In de notitie worden deze voorstellen uitgebreider toegelicht. 
In de komende maanden wordt in overleg met alle betrokken partijen de wetgevingsnotitie uitgewerkt tot een nieuwe wet. Waar nodig, zo wordt in de notitie aangegeven,  zullen er discussiebijeenkomsten of workshops worden georganiseerd met het veld.  
Rond de zomer van 2005 zal het conceptwetsvoorstel volgens planning gereed zijn. Hierna volgt advisering door de Onderwijsraad, de AWT - wat betreft het onderzoeksdeel - en de Raad van State. December 2005 zal het wetsvoorstel bij de Tweede Kamer worden ingediend. Het streven is de wet in september 2007 in werking te laten treden. 
 

Een passende en heldere bestuurlijke relaties tussen overheid en instellingen 
Voorstellen voor de nieuwe wet: 

1 Als uitgangspunt voor de vormgeving van de nieuwe wet geldt dat instellingen een privaatrechtelijk karakter hebben. 

2 De verhoudingen tussen de overheid, de instellingen, hun personeel en de studenten worden in beginsel geregeerd door algemene wetgeving. Slechts wanneer dat noodzakelijk is, worden specifieke regels voor het hoger onderwijs ontwikkeld. 

3 De nieuwe wetgeving gaat uit van bekostigde en aangewezen instellingen die geaccrediteerd onderwijs verzorgen. 

4 Het overheidstoezicht wordt in beginsel beperkt tot de prestaties van de instellingen en de rechtmatige besteding en verkrijging van middelen. Het interne toezicht wordt versterkt door een wettelijke verplichting tot het inrichten van een raad van toezicht. De instellingen dragen zorg voor de betrokkenheid van stakeholders bij het bestuur van de instelling. 

5 Bij de uitwerking zal rekening worden gehouden met de aanbevelingen van diverse adviesorganisaties zoals die van de WRR, SER, AWT en de Onderwijsraad en de uitkomsten van de OCW-brede discussie. Er zal aansluiting gezocht worden bij de kabinetsreactie op het WRR- en SER-advies. 

6 De nieuwe wet laat in beginsel de beslissing over het aangaan van samenwerkingsverbanden en de wijze waarop daaraan vorm wordt gegeven over aan de instellingen, onder de voorwaarde dat de ontwikkelingsmogelijkheden van de student ermee gediend zijn. 

7 De nieuwe wet laat de beslissing tot het aangaan van fusies in beginsel over aan de instellingen, onder de voorwaarde dat dit de ontwikkelingsmogelijkheden van de studenten niet belemmerd. Verder moet bezien worden of er extra toezicht nodig is ter voorkoming van bijvoorbeeld ongewenste mededingingsrechtelijke effecten van fusie. 

8 De nieuwe wet schept geen belemmeringen voor de ontwikkeling van gezamenlijke opleidingen. 

9 De nieuwe wet laat de ontwikkeling van joint degrees over aan de instellingen onder voorwaarde dat de kwaliteit van het onderwijs en de waarde van het getuigschrift worden gewaarborgd. 

10 De huidige financiële vrijheidsgraden(bestedingsvrijheid voor de lump sum) blijven grondbeginselen voor de nieuwe wetgeving 

11 Waar het grensvlakken van publieke en private activiteiten van de hoger onderwijsinstellingen betreft, zullen verantwoordingsarrangementen moeten gelden die niet leiden tot meer beheerslasten 

12 Regels met betrekking tot het waarborgfonds hogescholen zullen vervallen. Daarmee bevat de wet geen huisvestingselementen meer voor ho-instellingen.

13 Regels met betrekking tot het arbeidsvoorwaardenbeleid voor het personeel van het hoger onderwijs zullen niet meer terugkomen. Er is geen reden om voor de hoger onderwijsinstellingen van de toekomst af te wijken van de wettelijke regelingen die in het overige deel van de samenleving van toepassing zijn. 

14 De instelling legt verantwoording af over het aandeel van specifieke groepen van het personeel van hoger onderwijsinstellingen. 

15 Uitgangspunt voor de instellingen is de toepassing van algemene (deels nog te ontwikkelen) rijksbrede regels voor de top in de publieke sector en van maatschappelijke ondernemingen zoals openbaarmaking van het salaris. 

 

Onderwijs 
Voorstellen voor de nieuwe wet 

1 Uitgangspunt is een minimum aan voorschriften voor de inrichting van het onderwijs. 

2 * Uitgangspunt is dat het onderwijs wordt georganiseerd binnen domeinen. Het definiëren van onderwijstrajecten is de verantwoordelijkheid van de instelling. 

4 Aangrijpingspunt voor accreditatie is het domein. 

5 Het domein vormt ook het aangrijpingspunt voor macro-doelmatigheidssturing met uitzondering van de mastertrajecten. 

6 De nieuwe wet heeft als uitgangspunt dat de invloed van de beroepspraktijk op de onderwijsprogrammering van beroepsopleidingen en, waar relevant ook van wo-opleidingen, effectief en transparant moet zijn. 

7 De wijze van afstemming van het onderwijs op de beroepspraktijk zal onderdeel zijn van horizontale 
verantwoording en wordt getoetst in aangescherpte accreditatiekaders. 

8 Uitgangspunten zijn toelatingsrecht bij voldoende vooropleiding en voor het overige toelaatbaarheid. 

9 EVC is primair de verantwoordelijkheid van de instelling, maar er zal sprake moeten zijn van een brede gelding. 

10 De nieuwe wet staat samenwerking tussen ROC’s/ AOC’s en hogescholen en de doorstroom tussen mbo en hbo niet in de weg brede gelding 

11 De nieuwe wet positioneert het Nederlandse hoger onderwijs in de internationale hoger onderwijsruimte door een adequaat stelsel van accreditatie, mogelijkheden tot samenwerking, transparantie van diploma’s en mogelijkheden voor een variabele cursusduur voor mastertrajecten. 

 

Positie student  
Voorstellen voor de nieuwe wet:  

1 Het recht op transparante informatie voor aankomende studenten wordt gewaarborgd. 

2 Instellingen krijgen een zorgplicht om te voorzien in optimale informatie aan studenten over 
wederzijdse rechten en plichten. 

3 Instellingen worden verplicht een heldere interne procedure voor klachten en geschillen te hebben. 

4 Er komt, voorzover mogelijk, één rechtsgang voor alle juridische geschillen in tweede aanleg die 
tussen instelling en student spelen. 

5 Voorlopig wordt voor wat betreft de medezeggenschap – onder meer in afwachting van de evaluatie van de MUB – gedacht aan een keuzemodel met gedeelde en ongedeelde medezeggenschap. De wetgeving zal worden vereenvoudigd. 

 

Onderzoek 
Voorstellen voor de nieuwe wet: 

1 Verankering (onderzoeks)functie van universiteiten en hogescholen. 

2 Opnemen voorziening voor erkenning van ‘nieuwe’ universiteiten. 

3 Opnemen rol van NWO ten aanzien van universitair onderzoek. 

4 Verduidelijking rol KNAW 

5 Opleiden van onderzoekers wordt expliciet onderwerp van kwaliteitszorg. 

6 Kennistransfer blijft een expliciete wettelijke taak van universiteiten en hogescholen 

7 Er zal een heldere verantwoordingslijn voor onderzoek worden geformuleerd, waarin de strategische plannen en de beleidsrijke dialoog een plaats krijgen. Hiertoe zal in de wet worden opgenomen dat universiteiten verplicht zijn eens in de vier jaar – als onderdeel van het jaarverslag – een strategisch plan voor onderzoek te maken op basis van het Wetenschapsbudget. 

8 De wet geeft aan dat de verdeling van onderzoeksmiddelen mede op basis van prestaties en 
kwaliteit kan plaatsvinden. 

9 Kwaliteitszorg van het onderzoek is de taak van de instellingen. 

10 Geen voorschriften meer ten aanzien van de interne organisatie. 

11* De meta-evaluatie functie wordt vastgelegd in de nieuwe wet. 

13 Onderzoekersopleidingen worden expliciet benoemd als onderwerp van de kwaliteitszorg onderzoek. 

14 Een zorgplicht van de instelling inzake de kwaliteit van kennisontwikkeling en uitwisseling in het 
hbo wordt in de wet neergelegd. 

  * De nummering uit de notitie is aangehouden. In de notitie ontbreekt 2 keer een nummer. 


4. Meer informatie 

Notitie: Naar een nieuwe wet op het hoger onderwijs en onderzoek van minister van der Hoeven en staatssecretaris Rutte van onderwijs.
Publicatie van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap 
productie: Leo Wijnhoven/Femke Aarts 
vormgeving: Vorm Vijf Ontwerpteam, Den Haag 
druk: DeltaHage bv, Den Haag 
uitgave: oktober 2004 
zie ook: www.minocw.nl/ho/publicaties.html 
OCW34.109/300  
Te downloaden via: http://www.minocw.nl/ho/doc/2005/nota_wet_ho.pdf of te vinden via de website van het ministerie: http://www.minocw.nl/ho/publicaties.html 
 

Samenvatting: W.D.J. Vlas, ITBE



Op 15 maart presenteerde de Digitale Universiteit haar projecten, ideeën en inzichten op Innovatium 2005 in het Evoluon. Thema was: De kunst van het loslaten, ICT en Transformatie van het hoger onderwijs. Voor de ruim 500 aanwezigen, maar ook voor alle niet-aanwezigen, is door de DU een website samengesteld waarop een video- en fotoimpressie te vinden is en de Powerpointpresentaties en materialen van meer dan 35 presentaties.

De UT was goed vertegenwoordigd
De UT was goed vertegenwoordigd in de diverse workshops en presentaties. Zoals met presentaties van de twee in januari 2005 gestartte projecten DU-project MathMatch en DU-project Follow me. Daarnaast de presentaties over het DU-project Agendavorming, de workshops over Informatica schakelen Saxion en UT en ELO groei- en verandermanagement. De workshop over E-learning trends van ICT & Onderwijs coördinator Jan van der Veen (ITBE) trok opvallend veel mensen; veel bezoekers wilden bijgepraat worden over de laatste ontwikkelingen op dit gebied. 
Een overzicht van alle presentaties die via de DU-website (http://www.du.nl/innovatium) worden aangeboden is onderaan dit item te vinden. Van niet alle workshops is een presentatie voorhanden. Bent u nieuwsgierig welke projecten zich nog meer presenteerden, dan kunt u een kijkje nemen bij: Management, Onderwijs en Technologie.

Innovatium 2006 
UT- en Saxion-medewerkers hoeven het volgend jaar in ieder geval niet ver te reizen om deel te nemen. In maart 2006 organiseert de DU de derde Innovatium in samenwerking met Saxion Hogescholen en de Universiteit Twente.

Nieuws op Innovatium 2005
Tijdens de conferentie hebben DU (samenwerkingsverband van tien hogescholen en universiteiten voor onderwijsvernieuwing met ICT) en SURF de samenwerkingsorganisatie van het gehele hoger onderwijs voor ICT in onderzoek, onderwijs en organisatie) aangekondigd dat beide organisaties een voorstel uitwerken voor intensieve samenwerking bij de innovatie van het hoger onderwijs met behulp van ICT. Voor vergaande samenwerking is gekozen op basis van zowel een innovatieve insteek als de wens tot reducering van de kosten. Wim Liebrand, directeur van SURF, ziet mogelijkheden om op deze wijze op het gebied van onderwijsinnovatie en ICT kostbare verdubbelingen in Nederland te voorkomen en tegelijk de inzet voor innovatie te vergroten. Marcel Mirande, directeur van de Digitale Universiteit, ziet de samenwerking als mogelijkheid om de domeingerichte aanpak van onderwijsinnovatie en ICT  aanzienlijk te verbreden en een bredere verspreiding van de resultaten te realiseren.
De partijen zijn voornemens om vóór de zomer van 2005 een voorstel te presenteren aan de verschillende achterbannen.

DU-bundel Van trend naar transformatie
Alle bezoekers van Innovatium 2005 ontvingen de DU-bundel over transformatie van onderwijs, de strategische focus van de DU. Het boek bevat dertien hoofdstukken over programma’s en projecten waarmee binnen de DU transformatie vorm moet krijgen. Er worden voorbeelden gegeven van geslaagde, maar ook van  minder geslaagde transformaties binnen de instellingen die zijn aangesloten bij de Digitale Universiteit.
De auteurs van ieder hoofdstuk beschrijven transformaties waarbij ze zelf betrokken zijn geweest.
De bundel kan van nut zijn voor iedereen die betrokken is bij onderwijsinnovatie en het gebruik daarbij van ICT in het hoger onderwijs; in het bijzonder docenten, opleidingsmanagers, onderwijskundigen en ICT-specialisten.
Van trend naar transformatie - subtitel: ICT-innovaties in het hoger onderwijs - is uitgegeven in de HOR-reeks van Wolters-Noordhoff en is verkrijgbaar in de boekhandel. Redactie: Marcel Mirande (DU), Jan van der Veen en Marijk van der Wende (UT).  
                                  ISBN nummer 90-01-80485. Indicatie prijs: 25-30 euro.

Overzicht van de workshops en presentaties

1.BaMas schakelen tussen bachelor- en masteropleidingen (486kb)

2.Basale Statistiek Online (662 kb)

3.14 beleidspunten ELO-convergentie

4.Biloba in een spiraal van transformatie(s) (172 kb)

5.C2K communicatie (2.5 MB)

6.Creative Commons de motor van kenniscirculatie (1.2 MB)

7.Digitaal Assessment DIA (515 kb)

8.DU contentontwikkeling (660 kb)

9.DU Weblog (770kb)

10.DU-project Agendavorming (455 kb)

11.DU-project Follow me (103 kb)

12.DU-project MathMatch (990 kb)

13.E-learning trends (980 kb)

14.ELO groei- en verandermanagement (47 kb)

15.Examinering in het hoger onderwijs (493 kb)

16.Flexibilisering van Toetsing (365 kb)

17.Getransformeerde opleiding DigiPabo INHOLLAND (1 MB)

18.Herontwerp van onderwijs (485 kb)

19.Informatica schakelen Saxion en UT (910 kb)

20.Intuitief zoeken met de Aquabrowser (2 MB)

21.Hoe maak je een opleiding flexibel%3F (1.6 MB)

22.Keuzevakkengids (239 kb)

23.Leerobjecten in de praktijk (685 kb)

24.Modus(110 kb)

25.Onderwijsarrangement op basis van competenties (1.7 MB)

26.Onderwijs maken met learn eXact

27.Open Source software (640 kb)

28.Plagiaatbestrijding (1 MB)

29.Teleforum learning events (907 kb)

30.Toolbox Personnel Assessment_projectpresentatie

31.Toolbox Personnel Assessment_Espelon

32.Uitwisselen van leermiddelen (1.5 MB)

33.Webcams in F2F communicatie

34.Webgebaseerde toetsen (507 kb)

35.Workshop Portalkeuze (691 kb)

Bron DU
* Foto's afkomstig van fotografe Monique Kooijmans Fotografie.



Vanaf 16 februari 2005 is de nieuwe Major-minorsite toegankelijk. De nieuwe site volgt de "corporate identity" van de Universiteit Twente en geeft een compleet en actueel overzicht van informatie over Major-minor. VoP sprak met Martin Beusekamp, centrale coördinator Major-minor, over de nieuwe website. 

Waar gaat het ook al weer om bij Major-minor?
Een bachelorstudent die een opleiding volgt aan de Universiteit Twente besteedt in de drie jaar van zijn/haar opleiding, in totaal acht-negende van de tijd aan de eigen discipline (= "Major") en één-negende aan een verplichte "minor" van 20 European Credits. De minor kan gevolgd worden in het eerste semester van het derde en laatste bachelorjaar.

Waarom is goede voorlichting zo belangrijk?
Ondanks de naam "minor" vormen de ruim veertig minors samen een even grote hoeveelheid onderwijs als bijna vijf bacheloropleidingen bij elkaar! Dit biedt heel wat keuzemogelijkheden voor de studenten, maar vergt tegelijkertijd ook een zeer goede organisatie. Daar komt nog bij dat een bachelorstudent binnen zijn/haar eigen opleiding dagelijks allerlei formele en informele contacten heeft met docenten, het Bureau OnderwijsZaken, de studieadviseur, de opleidingscoördinator, etc. Bij minors ontbreken al die vanzelfsprekende contacten en daarom is de Major-minorwebsite voor studenten een bijzonder belangrijke informatiebron. Vooral voor het actuele nieuws over de minors, is het handig om regelmatig een kijkje te nemen op de site.

Wat is er veranderd?
De UT hanteert al enige tijd een "corporate identity" als het gaat om uiterlijke zaken van websites. Bovendien wordt het gebruik van het content-managementsysteem "WebHare" krachtig gestimuleerd en ondersteund. Sinds 16 februari 2005 voldoet de Major-minorwebsite ook aan die UT-brede standaards, waarbij uiteraard eveneens goed gekeken is naar de inhoud van de site: correct, compleet en actueel.
Daarbij is de URL overigens gelijk gebleven, dus de eerdere bookmark wérkt nog gewoon. Alle URLs die in het verleden ooit naar de Major-minorwebsite hebben geleid zijn 'onder water' doorgelinkt.
Het vinden van de Major-minorwebsite is makkelijker geworden: vanaf de UT-homepage kies je "info over onderwijs" en zie je na één klik al bij het zesde bullet staan: "Major-minor aan de UT". Maar voor wie zelf URLs intypen een hobby is: http://www.utwente.nl/majorminor.
Voor het inschrijven voor een geïnstitutionaliseerde minor (vanaf de dag van de minorvoorlichtingsmarkt tot en met vrijdag 10 juni), wordt er een link op de site geplaatst. Het kiezen en inschrijven wordt zo extra makkelijk gemaakt.    

Gebeurt alle voorlichting nu alleen via de website?
De website is onderdeel van het totale voorlichtingsaanbod. Dit jaar is er ook weer een minorvoorlichtingsmarkt georganiseerd om tweedejaars bachelorstudenten te ondersteunen in hun minorkeuze voor het volgend jaar. Deze markt vond plaats op donderdag 21 april. 

Bij wie kun je terecht als het toch niet duidelijk is?
Zoals voor alle organisatorische zaken rond minors, kun je met opmerkingen, klachten en suggesties terecht bij de centrale coördinator Major-minor: Martin Beusekamp (3796, Vrijhof 421).


De hele campus van de Universiteit Twente is sinds 2003 voorzien van een Wireless Lan. Dit houdt in dat elke UT student of medewerker met een Wireless laptop of pocket-pc overal op de campus draadloze toegang tot het internet kan krijgen. Stanley Portier is de nieuwe ‘wireless’ coördinator bij ITBE. Alhoewel pas sinds maart in dienst, wist hij onlangs op een bijeenkomst van het Onderwijskundig Netwerk op levendige wijze de nieuwe plannen van de stuurgroep Wireless te presenteren.

De plannen van de Stuurgroep Wireless en het Zingthing experiment 

Flexibel studielandschap met wireless
De hele campus van de Universiteit Twente is sinds 2003 voorzien van een Wireless Lan. Dit houdt in dat elke UT student of medewerker met een Wireless laptop of pocket-pc overal op de campus draadloze toegang tot het internet kan krijgen. Bij enkele UT-opleidingen (Industrieel Ontwerpen, Technische Geneeskunde en Biomedische Technologoie) worden de laptops binnen het onderwijs ingezet. 
Het voordeel van zo’n draadloze leer- en studeeromgeving is, dat op flexibele wijze kan worden omgegaan met de beschikbare ruimtes. In plaats van aparte collegezalen, pc-lokalen en practicumruimtes, kan volstaan worden met één ruimte waarin verschillende werkvormen en groepssamenstellingen kunnen worden gehanteerd. Dit wordt ook wel aangeduid met de term ‘flexibel studielandschap’.  Meer informatie hierover is te vinden op: http://www.utwente.nl/itbe/ictoo/leeromgeving/wireless.doc/index.html 
In het boek “Van trend naar transformatie: ICT-innovaties in het hoger onderwijs” (2005), uitgegeven door de Digitale Universiteit (zie ook het item deze aflevering van VoP over Innovatium 2005) is een hoofdstuk van opleidingsdirecteur Kees Ruijter over het studielandschap bij Industrieel Ontwerpen opgenomen: “Inrichting van een leeromgeving: het multifunctionele studielandschap bij Industrieel Ontwerpen (UT)”. 
Theo van Dam, onderwijscoördinator bij onderwijscoordinator van de bacheloropleiding BMT, onderzoekt op dit moment de meerwaarde van het gebruik van de laptops door BMT-studenten. Over dit onderzoek zal in een volgende aflevering van VoP verslag worden gedaan.

Het Wireless Jaarplan
Stanley Portier is de nieuwe ‘wireless’ coördinator bij ITBE. Alhoewel pas sinds maart in dienst, weet hij nu al op levendige wijze de nieuwe plannen van de stuurgroep Wireless te presenteren.
Zo kondigde hij het Wireless Jaarplan 2005 ten behoeve van promotie en kennisdisseminatie aan. In het plan wordt aandacht besteed aan de inzet van wireless computers ten behoeve van onderwijs en onderzoek, aan de techniek en technische ontwikkelingen en aan de toepassing van wireless buiten de campus. Een speciaal aandachtspunt vormt de ARBO, waarbij het gaat om de arbeidsomstandigheden bij het gebruik van de laptop en de mogelijke effecten van de straling vanuit accesspoints.  

Aan de hand van zijn Powerpoint-sheets wordt een impressie gegeven van zijn presentatie.

     
    

     


Het “Zingthing experiment”
In het kader van het DU-project "Interactieve werkvormen voor draadloze leeromgevingen" heeft ITBE een specifieke draadloze onderwijssetting uitgeprobeerd. Twee ITBE vertegenwoordigers namen daarvoor deel aan het “Zingthing experiment”. Bij dit experiment ging het om de waarde en gebruiksgemak te testen van een nieuw ontwikkeld Group Decision Support Tool ter ondersteuning van brainstormsessies. 
Een leuk systeem, zo bleek, vooral bij het werken met wat kleinere groepen, zoals een projectgroep of werkgroep. Maar bij toepassing voor grote groepen studenten, verlies je al snel het overzicht. 
Voordelen waren: grote betrokkenheid, anonimiteit (indien men wil), snelle brainstorm is mogelijk, automatische rapportages en het werkt activerend. Als nadelen werden genoemd: de bediening/usability, het feit dat het alleen om tekst gaat, het is niet web based en het wordt snel onoverzichtelijk.
De belangrijkste vraag blijft nog even open: Wat is de toegevoegde waarde ?

Onderstaande illustratie toont een voorbeeld-scherm van het programma.  
Meer informatie is te vinden op: http://www.anyzing.com/internetsoftware.html.
* NB. Leuk op die website onder "stuff": "the meeting cost calculator" en "the meeting success index". 

        



Natuurlijk was er op de UT altijd al aandacht voor kwaliteit van het onderwijs. Maar…de invoering van het nieuwe accrediteringsstelsel zet de opleidingen  wel even extra op scherp. Beweren dat je kwaliteit levert en zult blijven leveren is niet genoeg, je moet je beweringen met onomstotelijke bewijzen kunnen staven. Hoe gaan de opleidingen dit aanpakken. Lees en leef mee in de komende tijd. 
 

Wat speelt er op kwaliteitszorggebied op de UT? 
Uw verslaggever is Hans van den Berg (zie tekening hiernaast), de kwaliteitszorgcoördinator van de dienst InformatieTechnologie, Bibliotheek en Educatie – Onderwijskundig Dienstverlening (ITBE-OD).  De dienst ITBE-OD is – afwisselend vanuit de rol van initiator en aanvoerder, hulpverlener en kennismakelaar - direct betrokken bij verschillende kwaliteitszorgactiviteiten die op dit moment plaatsvinden.  
 

 

Voortgang van de UT-accreditaties 
De bachelor- en masteropleiding van BIT zijn per 14 februari 2005 door NVAO officieel geaccrediteerd. Felicitaties!  
De aanvraag voor de masteropleiding PSTS is in december 2004 ingediend. NVAO berichtte ons onlangs dat zij mogelijk in de vertraging komt. NVAO ontving in november en december 2004 in totaal 400 (!) aanvragen. NVAO benadrukt dat de mogelijke vertragingen geen consequenties hebben voor de betreffende opleidingen. 
Voorts heeft een aantal BBT-opleidingen de additionele rapportages – in de overgangsregeling – ontvangen. Verwacht wordt dat voor deze opleidingen de procedure voor accreditatie-aanvraag door de UT in gang zal worden gezet. De additionele beoordeling van EL wordt uiterlijk op 1 april 2005 door QANU gerapporteerd. 
De deadline voor indienen van de zelfevaluatie van CT is verplaatst van 1 oktober 2005 naar 1 maart 2006. 
Toegepaste Onderwijskunde en Toegepaste CommunicatieWetenschappen hebben hun zelfevaluatierapporten (vrijwel) rond. Ook andere opleidingen, zoals Civiele Techniek, werken op dit moment hard aan de zelfevaluatie. ITBE heeft een aantal beoordelingen van concept-zelfevaluatierapporten uitgevoerd.

Bezemactie 
Binnen de UT wordt een actie uitgezet om te bepalen welke opleidingen – omdat ze niet in een QANU-cluster zijn opgenomen – (ruim) voor 31 december 2007 dienen te worden beoordeeld in de “bezemvisitatie” van QANU. De datum voor inleveren van de zelfevaluatie ligt uiterlijk op 1 juni 2006. Dat betekent dat opleidingen die aan de bezemvisitatie deelnemen voor de zomer 2005 het zelfevaluatieproces dienen te starten. 

Handreikingen in aantocht
Door verschillende opleidingen (BMT, CiT, IO) wordt dezer dagen gewerkt aan domeinspecifieke referentiekaders. Handreikingen voor deze en een aantal andere aspecten van kwaliteitszorg en accreditatie zullen binnenkort op de Teletop-site worden geplaatst. 

Planningsproblemen 
Er is nog te weinig mobilisatie in de HO- en accreditatiewereld om het planningsprobleem aan het einde van de huidige cyclus (opleidingen die volgens het huidige QANU-schema te laat -  na 31 december 2007 -zouden worden geaccrediteerd) op te lossen. NVAO dient actie te ondernemen richting OCW, en heeft inmiddels afgestemd met AB-VSNU. Recent, overigens, lijkt er schot te komen in de problematiek: er begint draagvlak te ontstaan voor het vinden van een oplossing.
  
 Nieuws van QANU 

•Gezamenlijke publicatie van beoordelingsrapporten (in eerste instantie van de Letterenvisitaties, maar later 
vermoedelijk ook breder) is een thema in verband met landelijke vergelijkbaarheid. AB-VSNU heeft op 11 juni 2004 een bevestigende afspraak in deze gemaakt, maar de meningen blijken verdeeld. 

•De geldigheid van QANU Kader 1 is verlengd van (indiendatum zelfevaluatie) augustus 2005 naar 1 januari 2006. De werkzaamheden aan Kader 2 lijken stil te liggen.

•Omdat NVAO heldere onderbouwing van QANU-oordelen van groot belang vindt, is QANU terughoudender geworden met het aangeven van verbeterpunten.

•QANU heeft inmiddels enige “geleerde lessen” gegeven over zelfevaluatierapporten. Deze zijn op de Teletop-site van KAUT te vinden. 

•QANU experimenteert met een “twee-traps” beoordeling. Voor Letteren onderzoekt QANU de onderwerpen 
Personeel, Interne kwaliteitszorg en Voorzieningen en eventuele andere facultaire beleidsterreinen. QANU legt de analyse hiervan voor aan een “panel van assessoren” dat vervolgens advies uitbrengt aan de verschillende commissies. Opleidingen krijgen tweemaal “hoor- en wederhoor”. Dit compromis is een afgezwakte versie van de oorspronkelijke tweetrapsbeoordeling, onder druk van de opleidingen. Voor Godgeleerdheid wordt met een “VIA” als eerste stap gewerkt: een Voorbereidende en Inventariserende Analyse (door QANU, vermoedelijk deskwerk), die daarna naar de commissie gaat. 

•Alleen op facet-niveau is nu nog sprake van een 4-puntsschaal voor de beoordeling. 

•QANU zit inmiddels in de communicatiestroom over eventueel geconstateerde “ernstige tekortkomingen”:  NVAO informeert QANU, en QANU informeert indien nodig de instelling. 

•QANU heeft inmiddels een bezwaarprocedure. Zie de Teletop-site van KAUT. 

•De instellingen hebben veel kritiek op de Algemene Voorwaarden van QANU. Op dit moment wordt in VSNU-verband gewerkt aan een reactie. 

3TU K&A 
Door capaciteitsgebrek heeft de 3TU-werkgroep Kwaliteitszorg en Accreditatie weinig voortgang geboekt. Wel is IO in 3TU-verband (en BMT in groter-maar-ook-3TU-verband) samengekomen voor werk aan het DomeinSpecifieke ReferentieKader (DSRK). Ook is een TUD-format voor de quickscan aangepast en toegepast bij BioMedische Technologie en Chemische Technologie. ITBE verzorgt binnenkort een cursus DSRK voor een andere instelling.
  
ITC 
Recent heeft ITBE met ITC de banden weer eens aangehaald op het gebied van (ondermeer) kwaliteitszorg en accreditatie.  
  
CRWO K&A 
CRWO heeft recent een werkgroep Kwaliteitszorg en Accreditatie opgericht voor adviseurs op dit gebied. ITBE (Hans van den Berg) neemt deel. 
  
“Kleine” K&A-werkgroep 
Naast het “grote” K&A-overleg neemt ITBE (Hans van den Berg) inmiddels deel aan het K&A-overleg zonder QANU. 
  
Nieuw boek “Douma” 
Het nieuwe boek van Theo Douma (nu nog werkzaam bij TU/e, binnenkort bij INHOLLAND) is uit. Ging zijn eerste boek, uit 2003, over de achtergronden en opzet van het nieuwe accreditatiestelsel, z’n tweede gaat over de praktijk, en bevat de nodige tips waaronder een zelfbeoordelingsaanpak.  
 
NVAO-congres 
Op 20 april 2005 organiseert de NVAO haar tweede accreditatiecongres in Nederland. Het congres vindt weer plaats in het WTC gebouw te Rotterdam. ITBE (Hans van den Berg) heeft zich aangemeld. Meer informatie: Hans van den Berg.

Kritiek op het accreditatiestelsel
 
Velen hebben kritiek op het accreditatiestelsel. Deze kritiek is ondermeer door Frans Leijnse verwoord. Ook het CvB van de UT heeft kritiek ingebracht in een bijeenkomst in januari 2005 van AB-VSNU met NVAO. De nieuwe WHW lijkt op een aantal punten verbeteringen te kunnen gaan bieden. Zie de stukken op de Teletopsite van KAUT. 
   
Elektronisch Kwaliteitszorgsysteem 
Het in 2004 bij de Digitale Universiteit ingediende projectvoorstel voor een elektronisch kwaliteitszorgsysteem (eKZ) is recent gehonoreerd. Dit project, met looptijd van anderhalf jaar, een budget van EUR 400k en als consortiumpartners de OU, de UvA, de VU, INHOLLAND en de UT, is inmiddels gestart.  



Welke nieuwe ontwikkelingen op het gebied van ICT spelen er op de UT? Wat valt er op korte termijn te verwachten? Lees meer over de nieuwe DU-projecten, het elektronisch nakijken van essays, een tryout met digitale themacolleges voor een struikelvak, de nieuwe versie van Teletop, nieuwe services, onderzoeksrondes en meer...   

 

De productgroep ICT voor Onderwijs & Onderzoek (ICTOO), maakt deel uit van de dienst InformatieTechnologie, Bibliotheek en Educatie (ITBE) - expertisegroep Onderwijskundige Dienstverlening. De activiteiten van ICTOO zijn er op gericht opleidingen te ondersteunen bij het gericht inzetten van ICT-voorzieningen ter verbetering van de onderwijsorganisatie, onderzoek, het leerproces en het onderwijsproces.
Een deel van de projecten wordt samen met andere wo/hbo-instellingen uitgevoerd, binnen het consortium 
Digitale Universiteit.
Voor ondersteuning bij subsidie-aanvragen op specifieke onderwerpen kan contact worden opgenomen met genoemde contactpersonen. Voor andere onderwerpen kan contact worden opgenomen met
Jan van der Veen.


Nieuwe ronde, nieuwe kansen

Op 13 mei 2005 zijn 93 ideeën voor de nieuwe ronde 2006 ingediend bij het bureau van de Digitale Universiteit. Op 24 juni  besluit de DU Deelnemersraad op basis van het advies van de Programmaraad welke indieners uitgenodigd worden om hun idee uit te werken tot een projectoutlineis. Ongeveer een vijfde van de ingediende ideeën zijn primair gericht op veranderingen in gedrag, cultuur, competentie, onderwijsconcept of inrichting van de onderwijsorganisatie. Bij ruim 35% gaat het om ideeën voor verkennende/risicodragende (kleinere) projecten. De overige betreffen ontwikkelprojecten en enkele implementatieprojecten.  Vanuit de UT zijn de volgende projecten ingediend (Naam project / auteur, contactpersoon / betrokken faculteit, dienst)  
·    Geïntegreerd Science en Technology onderwijs / Clemens Pouw /  TNW Technische Natuurwetenschappen 
·    Ubiquitous Learning / Petra Fisser / GW Gedragswetenschappen 
·    ARKIH / Robert de Hoog / GW Gedragswetenschappen 
·    Offshore onderwijs / Jan van der Veen / ITBE + GW Gedragswetenschappen 
·    Webbased Packager / Allard Strijker / GW Gedragswetenschappen 
·    Skills Online /  Helma Vlas / ITBE + EWI Electrotechniek Wiskunde Informatica 
·    Plagiaatpreventie in de Praktijk / Wytze Koopal / ITBE Informatietechnologie, Bibliotheek & Educatie 
·    VIPS-DU / Jules Pieters / GW Gedragswetenschappen 

Alle door de UT (mede) ingediende projecten voor 2005 bij DU goedgekeurd

Alle door de UT (mede) ingediende projecten voor 2005 zijn door de DU goedgekeurd. De Universiteit Twente voert voor vier projecten de projectleiding en is betrokken bij acht andere projecten. 
 
Projectleiding voor:  
·    Mentor in beeld (projectleider Erik Smuling)
·    MathMatch: Aansluitingsmodule Wiskunde (projectleider Koos Winnips)
·    Follow me: Studievoortgangsinstrumentarium (projectleider Helma Vlas
·    Agendavorming (projectleider Petra Visser
 
Participatie met een andere instelling als hoofdaannemer:  
·     Digitale Leertaken met DiViDU (projectleiding door de UvA) (contactpersoon UT Susan van Soest 
·     Leerobjecten in de praktijk (UvA) 
·     Instrumentatie onderwijs en "kenniscompetenties" (INHOLLAND) 
·     Groei en verandermanagement van ELO-gebruik (UvA) 
·     Per SALDO effectief (VU) 
·     Competenties toetsen met gesloten vragen (OU) 
·     Feedback als begeleidingsinstrument in blended learning: modelontwikkeling (OU) 
·     Elektronische ondersteuning van Kwaliteitszorg en accreditatie (OU)
 
Meer informatie over de UT in de Digitale Universiteit is te vinden op www.utwente.nl/du 

Essay's nakijken met CODAS

Als experiment heeft de UT beschikking over het pakket CODAS. Met dit pakket kunnen essay’s worden nagekeken. Een docent dient eerst een beperkt aantal goed en slechte werkstukken na te kijken. Het pakket CODAS is daarna in staat de documenten te ordenen van goed naar slecht. Deze aanpak is geschikt voor tussentoetsen. Naast een nakijk functie heeft dit pakket ook een fraudedetectie functie. Met deze functie kan er worden gecontroleerd of (delen van) werkstukken gekopieerd zijn. Contactpersoon: Jan de Goeijen

Digitale themacolleges

Het vak Halfgeleider Devices (HD) maakt onderdeel uit van de opleiding Electrotechniek en wordt door studenten aangeduid als struikelvak. Van dit vak wordt een alternatieve variant aangeboden, waarbij gebruik is gemaakt van taakgericht onderwijs en ondersteuning door middel van thematische hoorcolleges die opgenomen zijn op video.
De thematische hoorcolleges zijn in fragmenten opgeknipt om zoeken op onderwerp mogelijk te maken, hetgeen wenselijk is gezien de complexiteit van de begrippen). Dit heeft tot gevolg dat:
a) gerichtere informatie verschaffing aan studenten kan plaatsvinden, doordat zij die (deel)onderwerpen die zij al begrijpen kunnen overslaan en uitleg opnieuw kunnen bekijken als zij de stof nog niet begrijpen;
b) de docent ontlast wordt, doordat hij - nadat de thematische colleges eenmaal zijn opgenomen - geen of minder colleges hoeft te verzorgen; 
c) het vak op meerdere tijdstippen kan worden aangeboden aan verschillende doelgroepen, zonder grote lastenverzwaring.
Contactpersoon: Jan de Goeijen

E-Learning research onderzoeksagenda: resultaten 2e ronde 

Op 28 november 2004 heeft het Platform ICT en Onderwijs de voor de 2e ronde aangeleverde onderzoeksvoorstellen (tien in totaal) besproken en besloten dat de Universiteit Twente (faculteit Gedragswetenschappen) het onderzoek naar de stand van zaken omtrent portals gaat uitvoeren. Hogeschool INHOLLAND (Centre ICTO) heeft de opdracht gekregen om de stand van zaken omtrent blended learning te verkennen, Universiteit Utrecht (IVLOS) verricht onderzoek naar de rol van studenten en docenten in relatie tot blended learning en ITBE van Universiteit Twente, in samenwerking met Saxion Hogescholen, verricht onderzoek naar de stand van zaken van portfolio's in het Nederlandse hoger onderwijs. De onderzoeken uit de 2e ronde van e-Learning reserarch hebben een looptijd van 1 januari tot 30 april 2005. 
Meer informatie: www.surf.nl/download/e-Learning_research_onderzoeksagenda2004.pdf 
 

TeleTOP 

De invoering van release 6.0 is goed verlopen. In 2005 vindt een toekomstverkenning plaats over de digitale leeromgeving die de UT in de toekomst nodig heeft. Op basis van een onderzoek naar behoeftes en mogelijkheden, alsmede een schets van een gewenste componentenmodel zal een aantal scenario’s nader worden onderzocht. Hierbij wordt op dit moment gedacht aan (1) Doorgaan met TeleTOP, (2) Blackboard en (3) Community Source oplossing rond SAKAI-initiatief van MIT en andere universiteiten. De shortlist met scenario’s is nog niet gesloten. Gelet op het mogelijk ingrijpende karakter van een dergelijke beslissing zal het CvB opdrachtgever zijn, na advisering door het E-beraad. Tijdens het onderzoek zal een klankbordgroep het projectteam met advies bijstaan. 

QuestionMark Perception 

Dit toetspakket wordt binnenkort op een gezamenlijk met de Digitale Universiteit gedeelde server geplaatst. Dit biedt voordelen als gevolg van licentiekorting en gezamenlijk functioneel beheer van de software (uitbesteed aan STOAS). Hosting wordt overigens door de DU weer uitbesteed aan de UT.  
In 2005 zal aandacht worden besteed aan een betere koppeling aan de overige onderdelen van de digitale leeromgeving met aandacht voor single sign-on, data-uitwisseling met Teletop (uitslagen met name) en het desgewenst niet meer dan één keer kunnen doen van de toets.  

MyCampus 

Een tussenrelease van MyCampus is begin dit jaar gerealiseerd. Single-sign-on kan gebruikt worden voor onder andere Teletop en Webmail. Voor het overzicht met TeleTOP-vakken en de nieuwsitems uit die vakken is een portlet bedacht. Daarnaast zijn een aantal verberingen in de navigatie doorgevoerd. De komende periode zal veel aandacht worden besteed aan communicatie. Met de Student Union vindt goed overleg plaats over het in- en uitfaseren van MyCampus respectievelijk SU-portal. 

Ontwikkeling nieuwe services voor 2005 

•In 2005 zal aandacht worden besteed aan anti-plagiaatdetectie. Een dergelijke voorziening wordt door diverse opleidingen gevraagd en zal in de nabije toekomst een standaard onderdeel zijn van de kwaliteitsbewaking.

•Het digitaal portfolio van de Digitale Universiteit gaat per 1-9-2005 uit de lucht. Een alternatief wordt gezocht. Momenteel wordt samen met GW het nieuwe teletop-portfolio getest.


Wat is het laatste nieuws van de Digitale Universiteit en SURF? Lees meer over de resultaten van de nieuwe aanvraagronde, interessante bijeenkomsten, een 360 graden feedbacksysteem, een licenties voor publicaties op internet en meer.  

(Bron DU,  http://www.digiuni.nl/ of logo linksbovenin op deze VoP-site en Stichting SURF: http://www.surf.nl/home/

 - - zie ook het item "Vooraankondiging evenementen" voor door SURF en de DU georganiseerde evenementen - -

SURF NIEUWS EN ONDERWIJSVERNIEUWINGSPROJECTEN 

Nieuwe kansen voor de oktober-ronde in het SURF Grassrootsproject 2005-2006
Met het SURF-Grassrootsproject wil SURF de inzet van ICT in het hoger onderwijs in Nederland verbreden. Kleinschalige ICT-projecten (Grassroots) kunnen via dit project gesubsidieerd worden. Bij deze 'grassroots' gaat het om de inzet van ICT in het onderwijs door docenten met nog weinig ervaring hebben met ICT-toepassingen in het (eigen) onderwijs. De april-ronde is net geweest (14 van de 20 ingediende voorstellen zijn goedgekeurd en de overigen krijgen een herkansing). De tweede start in oktober 2005. Voor elke ronde is € 200.000 beschikbaar en maximaal € 16.000 per instelling. Alle hoger onderwijsinstellingen hebben de mogelijkheid een Grassrootsplan in te dienen. In totaal 25 activiteiten kunnen gehonoreerd worden. Meer informatie via: http://www.surf.nl/grassroots

Good practice: Studio Course Model 
Het Studio Course Model is een onderwijsconcept waarbij studenten actief betrokken worden met behulp van activerende geïntegreerde werkvormen. ICT speelty hierbij een belangrijke rol. Het concept is toegepast in het universitair bèta onderwijs van de Universiteit Utrecht en de Universiteit van Amsterdam. 

Good practice: Video SIN Online 
SIN-Online biedt een persoonlijke webpagina voor studenten en medewerkers van een aantal faculteiten Rechten van de Erasmusuniversiteit. De persoonlijke pagina bestaat uit op de persoon toegesneden berichten, webmail, agenda, rooster, cijfers, reserveringen, bestanden (up- en downloads), literatuur, forums en webchat. Het geheel is gekoppeld aan een digitale studiegids. Communicatie vindt ook plaats per e-mail en SMS.  
Voor meer informatie: http://goodpractices.surf.nl/gp/goodpractices/133 (Onlangs toegevoegd: een video met ervaringen van studenten) of http://www.sin-online.nl/ 

Good practice: MOL4D - Molecules in 4 dimensions
Dit programma werd winnaar van de EASA-award in 2004. Het is een webgebaseerde leermodule organische scheikunde, ontwikkeld door het Centre for Molecular and Biomolecular Informatics van de Radboud Universiteit Nijmegen. ICT biedt de mogelijkheid om bij ruimtelijke molecuulstructuren niet alleen de werkelijke ruimtelijke aspecten te laten zien, maar ook om de dynamische elementen zichtbaar en manipuleerbaar te maken in de vorm van animaties. Het programma is te zien als aanvulling op colleges en studieboek. 

Good practice: OTO - Ontwerp Transfer Open universiteit
Een virtuele leer- en werkomgeving, gebaseerd op een virtueel bedrijf. De student/medewerkers kunnen hiermee beschikken over een website met o.a. bedrijfsinformatie, werkwijze en een kennisbank. UItgangspunt vormen groepen van 8 à 10 studenten, die voor de helft bestaan uit studenten van het bedrijfsgerichte profiel en voor de andere helft uit studenten van het ingenieursgericht profiel. De teamopdracht wordt door de studenten zelf geworven of is afkomstig uit de opdrachtenportefeuille van OTO.

SURF-reizen naar buitenlandse conferenties
In navolging van eerdere jaren, zal SURF ook dit jaar een studiereis organiseren naar EDUCAUSE 2005 en Online Educa Berlin 2005. De reis dient zelf georganiseerd te worden, maar de aanwezigheid van Nederlandse sprekers op het programma van deze conferenties worden door SURF ondersteund volgens een speciale supportregeling.
ALT-C 2005 vindt plaats van 6-8 september a.s. in Manchester en heeft als thema: 'Exploring the frontiers of e-learning - borders, outposts and migration' Meer informatie: http://www.alt.ac.uk/altc2005
EUNIS 2005 wordt georganiseerd van 21-24 juni a.s. in Manchester en heeft als thema: 'Leadership & Strategy in a Cyber-infrastructure World'. Meer informatie: http://www.manchester.ac.uk/EUNIS2005

Research onderzoeksagenda en nieuwe tender
Op 28 november 2004 heeft het Platform ICT en Onderwijs de voor de 2e ronde aangeleverde onderzoeksvoorstellen (tien in totaal) besproken. De volgende onderzoeken zijn uitgevoerd: Faculteit Gedragswetenschappen, Universiteit Twente, onderzoek naar de stand van zaken omtrent portals. Hogeschool INHOLLAND, Centre ICTO, verkent de stand van zaken omtrent blended learning. IVLOS, Universiteit Utrecht, verricht onderzoek naar de rol van studenten en docenten in relatie tot blended learning. ITBE, Universiteit Twente, in samenwerking met Saxion Hogescholen, verricht onderzoek naar de stand van zaken van portfolio’s in het Nederlandse hoger onderwijs. De onderzoeken uit de 2e ronde van e-Learning reserarch hebben een looptijd van 1 januari tot 30 april 2005.
     De in januari 2005 uitgeschreven tender voor Onderwijsvernieuwingprojecten van het SURF-Platform ICT, met als thema: 'Nieuwe concepten, nieuwe dimensies' heeft twintig projectvoorstellen opgeleverd. Negen van een combinatie van hogescholen en universiteiten, zes van een combinatie van alleen universiteiten en vijf van een combinatie van alleen hogescholen. Er is EUR 2,5 miljoen aan subsidie beschikbaar. Eind juni valt de beslissing  
juni over de toekenning van subsidies.

Lees de verslagen van het congres Online Educa Berlin 2004 
Meer informatie over het congres: www.online-educa.com/en. Meer informatie over de Nederlandse bijdrage: www.surf.nl/bijeenkomsten/index2.php?oid=121 Meer informatie over 'Large-Scale Initiatives': www.surf.nl/bijeenkomsten/index4.php?oid=121 
 
Thesaurus
Het project Thesaurus, dat zich onder meer richt op samenwerkend leren en communities, is afgerond. In het project is een leeromgeving ontwikkeld met stagebank, proeftuinen met studentenmateriaal en communities. Informatie kan worden gezocht via de Aquabrowser; een associatieve zoekmachine. Com2know gaat verder en wil een interactief kennisnetwerk met poortwachters zijn. Meer informatie: www.surf.nl/thesaurus 
 
Leren van gevallen: Cascade-CBL
In het onderwijsvernieuwingsproject Cascade-CBL is een methodiek en bijbehorende applicatie ontwikkeld voor het leren van casuïstiek. Via Espelon is Cascade beschikbaar voor het gehele hoger onderwijs.  
Meer informatie: www.surf.nl/cascadecbl en www.espelon.nl/cascade 
 
Internationalisering - met inzet van ICT - in het hoger onderwijs in Nederland (publicatie)
Hoe kan ICT bij de internationalisering van het hoger onderwijs worden ingezet? Deze vraag staat centraal in de bovenstaande publicatie. Auteurs: K. Jager, R. Jacobi, H. Frencken, B. Cordewener, C. v/d Berg (2004). Meer informatie en te bestellen of te downloaden via: http://www.surf.nl/publicaties/index2.php?oid=167 
 
SPINE, een voorbeeld van een internationaal opgezette masteropleiding 
Het Onderwijsvernieuwingsproject SPINE is afgerond. SPINE biedt een voorbeeld van een 'internationaal opgezette masteropleiding.  Meer informatie over SPINE: www.surf.nl/spine 
 
Agora, herontwerp van ethiekonderwijs, gericht op casus gestuurd studeren 
Agora is flexibel opgebouwde webapplicatie en bevat een contentmanagement-systeem, een framework voor theorie, een casusanalyse-model en een toetsingssysteem. Agora wordt o.a. ingezet bij de Rijksuniversiteit Groningen en bij de Haagse Hogeschool. Meer informatie over Agora: www.surf.nl/agora 
 
Special Interest Group NL Portfolio online 
Alle relevante nieuwtjes, een agenda, verslagen van bijeenkomsten, links, projecten en het handboek Elektronisch Portfolio, worden voortaan via één plek ontsloten: http://e-learning.surf.nl/portfolio.  

3 SURF-projecten zijn afgerond: AlaBaMa-Noord, Davideon en Digit@le Did@ctiek
Het project AlaBaMa-Noord ontwikkelde een op de faculteit Wiskunde en Natuurwetenschappen toegesneden, innovatief supportsysteem voor docenten.
In het project Davideon gaat het kennis over het gebruik van streaming media. Dit project heeft mede geleid tot de totstandkoming van de dienst 'Beeld en Geluid in Academia' voor alle hoger onderwijsinstellingen.
Digitale Didactiek had als hoofddoelstelling de toepassing van ICT in het hoger onderwijs te bevorderen door middel van het professionaliseren van docenten op het gebied van digitale didactiek. Het project Digit@le Did@ctiek wordt verlengd tot tenminste 1 januari 2007. Op de site van Digitale Didactiek vindt u 144 concrete Ideeën voor het gebruik van ICT in uw onderwijs.

DU nieuws

* Zie ook het item over Innovatium 2005 en het item "Nieuws over ICT, onderwijs en onderzoek (aan de UT)"

Webgebaseerde Kennistoetsen Engels via Espelon
Voor veel opleidingen wordt van de studenten een zekere mate van beheersing van de Engelse taal verwacht.  Om na te gaan of de studenten aan bepaalde eisen voldoen of om hun voortgang te controleren, kan gebruik worden gemaakt van toetsen die webgebaseerd afgenomen worden. 
De toetsen zijn samengesteld op basis van het European Framework en zijn er voor verschillende niveaus en domeinen, zoals Luister-, schrijf- en leesvaardigheid, Vocabulair en Grammatica. Na het maken van de toets wordt direct een feedback en beoordeling gegeven.   
Technisch-, procedureel en redactioneel onderhoud worden door Espelon verzorgd. De afkoop van licenties en opslag van de toetsgegevens is in de prijs van afname inbegrepen. Voor een demo-loging, mail naar: webtoetsen@espelon.nl. Voor meer informatie: http://www.espelon.nl/webtoetsen/artikelen/678.

Competentiegericht onderwijs met DiViDU
Hoe kun je streaming video effectief inzetten bij het competentiegericht onderwijs voor aankomende docenten en tandartsen? Deze vraag stond centraal in het DU-project Digitale Video Digitale Universiteit (DiViDU). In het kader hiervan is een generieke webgebaseerde tool ontwikkeld: DiViDU 1.0 die medio mei via Espelon beschikbaar komt.
Met behulp van DiViDU kunnen zowel studenten als docenten video-fragmenten uit de praktijk invoeren en van gerichte opdrachten en taken voorzien. Vooral waar het gaat om het observeren en analyseren van gedrag, hebben de videobeelden een  belangrijke meerwaarde. Uit evaluaties met de studenten bleek dat het merendeel van de studenten het leren met DiViDU effectief en zeer motiverend vond.
(Foto: Bron DU)

Verkenning digitale leer- en werkomgeving next generation
Het nieuwe leren wordt meer persoonsgebonden en tijds- en plaatsonafhankelijk. De student wordt steeds meer gezien als werknemer en vragende partij. Wat betekent dit voor de facilitering met digitale middelen? Het antwoord is te vinden in het recent verschenen rapport ‘Digitale leer- en werkomgeving next generation’. Om alvast een tipje van de sluier op te lichten: ontwikkelingen zullen gaan in de richting van grotere flexibiliteit door modulariteit van functionaliteiten, meer “self service” (student beheert eigen profiel, maakt zelf keuzes, legt zelf contacten) en integratie van systemen met koppeling tussen functionaliteiten. Lees er meer over in het rapport: Eindrapportage Digitale Leer en Werk Omgeving Next Generation. Melle de Vries (redactie), april 2005. Uitgever: Stichting Digitale Universiteit. Te vinden via de DU-site.  

Haal meer uit de DU op 20 september 2005
Op het seminar ‘Haal meer uit de DU’ wordt getoond hoe u of uw instelling optimaal kunt profiteren van de binnen DU-verband opgebouwde expertise en ervaringen. U kunt kiezen uit meer dan 25 workshops op het terrein van toetsen en assessments, onderwijsconcepten, professionalisering van docenten en management en beleid. Doelgroep vormen docenten, medewerkers ICTO-centra, opleidingsmanagers, projectleiders en projectmedewerkers en programmacoördinatoren binnen de DU. Deelname is gratis.
Voor meer informatie en inschrijven: www.du.nl/haalmeeruitdu.

Workshop Tools voor competentiegericht onderwijs: 6 juni 2005
Espelon organiseert op 6 juni 2005 een middag over een aantal bestaande tools die u kunt inzetten voor competentiegericht onderwijs: MyCQ 360 graden feedback, Cascade en DiViDU. Ervaringen met het gebruik in het onderwijs staan centraal. Meer informatie: http://www.espelon.nl/espelon/agenda/654.

Online kennis bijspijkeren met behulp van WEBSTART
Met WEBSTARTS voor Wiskunde, Scheikunde & Biologie kan aan eerstejaars studenten met defincienties een gepersonaliseerd bijspijkertraject worden aangeboden. Door middel van (diagnostische) toetsen en (remediërende) opdrachten kunnen de studenten tijds- en plaatsonafhankelijk werken. 
In het kader van het project is lesmateriaal, een handboek en een tien-stappen-protocol verschenen.
Meer informatie en het materiaal is te vinden via de Webstart-website.

BaMaS: schakelen tussen bachelor- en masteropleidingen
Welke master sluit goed aan bij mijn bachelor Informatica? Als ik straks de master Communication Studies in Enschede wil gaan doen, kan ik dan wel de bachelor elders volgen? Voor het verkrijgen van de antwoorden op dit soort vragen kunnen studenten in de toekomst het online programma BaMaS gebruiken.  BaMaS gaat informatie bevatten over aansluitingen, schakelmogelijkheden en schakelprogramma’s die er zijn tussen alle bachelor- en masteropleidingen in Nederland..
Momenteel bevat BaMaS de informatie van de DU-informaticaopleidingen, maar zo spoedig mogelijk volgen alle andere opleidingen. Mere informatie is te vinden via: http://www.bamas.nl

 




VOORAANKONDIGING Belangrijke onderwijsevenementen (UT, nationaal en internationaal)

24 mei: bijeenkomsten voor SURF-communities 
Verschillende SURF-communities zullen op 24 mei a.s. in Meeting Plaza Utrecht bijeenkomen, ZOALS NL Portfolio, SURF SiX, DiRECt, E-Xchange, Webstroom en LOREnet.   
Meer info en aanmelden: http://www.surf.nl/bijeenkomsten 

Studiebijeenkomst online activerende werkvormen (25 mei 2005)
Op 25 mei a.s. vindt op de Erasmus Universiteit Rotterdam een studiebijeenkomst plaats over online activerende werkvormen. Doel: het uitwisselen van voorbeelden van innovatieve online werkvormen. Er zullen ook verschillende online activerende werkvormen worden gepresenteerd. Meer informatie kunt u hier vinden.

Themabijeenkomst: Onderwijs via draadloos netwerk.  UT, 26  mei 2005 

Tijd:12.35 - 13.30 uur, met de mogelijkheid om nog wat na te praten tot 14.00 uur . Locatie: Campusterrein Universiteit Twente / Gebouw Vrijhof / Cursuszaal ITBE, 4de vloer.  Voor een routebeschrijving, zie: http://www.utwente.nl/dienstverlening/route/.  
Doelgroep: UT-medewerkers, UT-stduenten en iedereen (ook van buiten de UT) die belangstelling heeft voor het hoger onderwijs. Aan deelname zijn geen kosten verbonden.  Aanmelding vooraf (per bijeenkomst) is niet noodzakelijk, maar wordt wel op prijs gesteld. U kunt zich laten opnemen in de mailinglist, waardoor u per e-mail geattendeerd wordt op en geïnformeerd wordt over iedere bijeenkomst. Koffie/thee en soep wordt u door het ITBE aangeboden. Aanmelden via e-mail: secretariaat@itbe.utwente.nl. Voor meer informatie: ITBE   tel. 053 – 4892056.  

Landelijke Dag Studievaardigheden op de Katholieke Universiteit Brussel
 
Op 26 mei 2005 vindt de 25ste Landelijke Dag Studievaardigheden (LDS) plaats. Het thema in 2005 is: Flexibilisering en flexibiliteit.
De 25ste LDS wordt, zoals steeds, onder de auspiciën van het Landelijk Overleg Studievaardigheden (www.losweb.nl), georganiseerd. Traditiegetrouw zal deze LDS een inspiratiebron zijn voor iedereen die als docent, studiebegeleider, onderzoeker, beleidsmedewerker of manager te maken heeft met het optimaliseren van het leerproces van studenten in het hoger onderwijs. 
De sluitingsdatum voor inschrijving is 16 mei 2005. De kosten voor deelname bedragen € 160, voor studenten € 50. Leden van het Landelijk Overleg Studievaardigheden krijgen € 10 korting.  Meer informatie en het inschrijvingsformulier (vanaf einde maart 2005) is te vinden op de website: http://www.ldsbrussel.be 

De Onderwijs Research Dagen 2005 te Gent

De Onderwijs Research Dagen in 2005 worden georganiseerd door de Vereniging voor Onderwijsresearch (VOR) en het Vlaams Forum voor Onderwijsonderzoek (VFO). Gastheer en organisator voor het evenement in 2005 is de Vakgroep Onderwijskunde van de Universiteit Gent.  
Datum: 30 mei - 1 juni 2005. Thema: Meten & Onderwijskundig Onderzoek. Plaats: de nieuwe gebouwen van de Faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen van de Universiteit Gent. 
In het kader van het thema "Meten en onderwijskundig onderzoek" wordt in het bijzonder aandacht besteed aan de betekenis van meten in het onderzoek, aan de kwaliteit van meetinstrumenten en meetbenaderingen en aan recente ontwikkelingen inzake het ontwerpen van alternatieve vormen van meten. Er is een gastlezing over "Design research" (zie ook het  themanummer van maart 2004 m.b.t. design research in Journal of the Learning Sciences). De sessies worden ingedeeld op basis van interessegebieden, zoals: Bedrijfsopleidingen, Beroepsonderwijs en Volwasseneneducatie, Beleid en Organisatie in het Onderwijs, Curriculum, Hoger Onderwijs ICT en Onderwijs en anderen. Speciale thema voor 2005 zijn: Onderzoeksinstrumenten en Gender & onderwijsonderzoek. Voor meer informatie: http://www.ord2005.be 

CSCL conferentie 2005 "The next ten years!" 
Van 30 mei tot 4 juni 2005 in Taipei, Taiwan. Voor meer informatie over onderwerpen, deelname en data voor proposals klik hier of ga naar de website van de conferentie. 

Workshop Tools voor competentiegericht onderwijs: 6 juni 2005
Espelon organiseert op 6 juni 2005 een middag over een aantal bestaande tools die u kunt inzetten voor competentiegericht onderwijs: MyCQ 360 graden feedback, Cascade en DiViDU. Ervaringen met het gebruik in het onderwijs staan centraal. Meer informatie: http://www.espelon.nl/espelon/agenda/654.

Active Learning in Engineering Education 8-11 June 2005, in Amsterdam and Delft
The Fifth international workshop on Active Learning in Engineering Education (ALE), jointly organized with the Curriculum Development Working Group (CDWG) of the European Society for Engineering Education (SEFI), hosted by the TU Delft and the Hogeschool van Amsterdam, Amsterdam School of Technology. Pre-conference workshop and opening session on June 8. The ALE 2005 Workshop in Holland will focus on the didactics of innovation choosing the theme: Active Learning & Educational Technology. 
The format of the workshop is consistent with the principles of active learning, emphasizing interaction and the sharing of experiences with active learning, in the form of: debate sessions, hands-on sessions, poster presentation.
For more information: ALE: http://www.ale-net.org/   Contact persons: Erik de Graaff Delft University of Technology, the Netherlands email: e.degraaff@tbm.tudelft.nl  / Michael Nieweg - Hogeschool van Amsterdam, Amsterdam School of Technology, email: m.r.nieweg@hva.nl

16 juni: SURF-seminar over 'Internationalisering en ICT - Strategie, beleid en praktijk'
Programma: Een plenaire inleiding waarin de begrippen 'ICT en Internationalisering' in perspectief worden geplaatst. Twee parallelle tracks waarin ho-organisaties en internationaal opererende institutionele organisaties (o.a. CHEPS en Nuffic) hun ICT en internationaliseringsbeleid ontvouwen. Een middagprogramma bestaande uit een tweetal discussieronden waarvoor de gespreksstof van het ochtendprogramma aanknopingspunten zal bieden. Plaats: Jaarbeurs in Utrecht. Kosten voor deelname: EUR 75. Meer informatie: http://www.surf.nl/bijeenkomsten. Online aanmelden: http://surf.eccoo.rug.nl/sis/du/303/registration   

Themabijeenkomst: Honours programmUT, 23  juni 2005
Tijd:12.35 - 13.30 uur, met de mogelijkheid om nog wat na te praten tot 14.00 uur . Locatie: Campusterrein Universiteit Twente / Gebouw Vrijhof / Cursuszaal ITBE, 4de vloer. Voor een routebeschrijving, zie: http://www.utwente.nl/dienstverlening/route/.  
Doelgroep: UT-medewerkers, UT-stduenten en iedereen (ook van buiten de UT) die belangstelling heeft voor het hoger onderwijs. Aan deelname zijn geen kosten verbonden.  Aanmelding vooraf (per bijeenkomst) is niet noodzakelijk, maar wordt wel op prijs gesteld. U kunt zich laten opnemen in de mailinglist, waardoor u per e-mail geattendeerd wordt op en geïnformeerd wordt over iedere bijeenkomst. Koffie/thee en soep wordt u door het ITBE aangeboden. Aanmelden via e-mail: secretariaat@itbe.utwente.nl. Voor meer informatie: ITBE   tel. 053 – 4892056.  

EUNIS-conferentie, Manchester (20-24 juni)
De European University Network and Information Systems organisatie, is een samenwerkingsverband op het terrein van ICT, Onderwijs en Onderzoek, waarin 22 Europese landen participeren. De conferentie, gefaciliteerd door de University of Manchester, heeft als thema 'Leadership & Strategy in a Cyber-Infrastructure World'. Meer informatie is te vinden op: http://www.mc.manchester.ac.uk/eunis2005

European Association for Research on Learning and InstructionLearning and Cognition (EARLI) organiseert de “11th Biennial Conference”, te Nicosia, Cyprus op 23 – 27 aug. 2005.
Thema: Integrating Multiple Perspectives on Effective Learning Environments.
Het programma bestaat uit “keynote” presentaties, Earli “invited symposia” en “Special Interest Groups Symposia”
Deadline voor een bijdrage: 30 nov. 2004. Deadline voor registratie vooraf: 15 april 2005. Het definitieve programma is vanaf juli 2005 te vinden op: http://earli2005conference.ac.cy/

ALT-C 2005: exploring the frontiers of e-learning - borders, outposts and migration (6-8 sept)
De 12e International Conference of the Association for Learning Technology wordt gehouden op de University of Manchester, England. Voorafgaand aan de conferentie vinden op 5 september preconference workshops plaats.
Meer informatie: http://www.alt.ac.uk/altc2005/

Haal meer uit de DU op 20 september 2005
Op het seminar ‘Haal meer uit de DU’ wordt getoond hoe u of uw instelling optimaal kunt profiteren van de binnen DU-verband opgebouwde expertise en ervaringen. U kunt kiezen uit meer dan 25 workshops op het terrein van toetsen en assessments, onderwijsconcepten, professionalisering van docenten en management en beleid. Doelgroep vormen docenten, medewerkers ICTO-centra, opleidingsmanagers, projectleiders en projectmedewerkers en programmacoördinatoren binnen de DU. Deelname is gratis.
Voor meer informatie en inschrijven: www.du.nl/haalmeeruitdu.

Van 18 t/m 21 oktober 2005 wordt de EDUCAUSE 2005 conferentie georganiseerd.
Plaats: Orlando, Florida. Het thema is:  "Transforming the Academy: Dreams and Reality”.
Meer informatie is te vinden via: http://www.educause.edu/CallforProposals/5224

 

  

 

15 en 16 november: OnderWijsDagen (OWD) 2005 - 'Leren = (g)een kunst' 
De SURF Onderwijsdagen vormen hét evenement op het gebied van ICT-ontwikkelingen binnen het hoger onderwijs. Het congres bestaat uit een preconferentie, met intensieve workshops, verschillende keynotes en featured sessies, een ruime keuze uit parallelsessies en een informatiemarkt. 
Centraal staan vragen als: Welke mogelijkheden biedt ICT om tegemoet te komen aan de individuele wensen van de student en docent? Is ICT de kunst, waardoor nieuwe dimensies mogelijk worden en leerprocessen verbeteren? Marc Prensky, de eerste keynote, heeft het leerproces opnieuw vormgegeven door gaming en onderwijs te combineren. Meer informatie over Marc Prensky is te vinden op http://www.marcprensky.com  
Meer informatie over de SURF Onderwijsdagen 2005 is binnenkort beschikbaar via http://www.surf.nl
 
SURF en JISC organiseren Dutch e-Learning Market op Online Educa Berlin (30 nov-2 dec 2005) 

SURF organiseert op OEB 2005 een Dutch e-Learning Market in samenwerking met samenwerkingspartner JISC. SURF biedt voor belangstellenden een reisarrangement aan rondom deze conferentie en ondersteunt de aanwezigheid van Nederlandse sprekers in het programma. Over de verdere SURF-activiteiten rondom Online Educa Berlin 2005 wordt in de loop van het jaar meer bekend gemaakt.  
Voor de conferentie kunt u zich aanmelden tegen het gereduceerde tarief van EUR 500 door de code AC103 in te vullen op het inschrijfformulier. Meer informatie en aanmelden voor de conferentie: http://www.online-educa.com/en 
Naar aanmelding van de SURF-activiteiten rondom OEB 2004 is een artikel verschenen: 'The Berlin e-Learning Experience 2004'. U kunt dit downloaden via: http://www.surf.nl/publicaties 

 

Diverse conferenties op het gebied van hoger onderwijs wereldwijd, zijn te vinden via: Higher Education Conferences Worldwide - Conference in higher education and related fields http://www.conferencealerts.com/highed.htm