Staff

Staff

ONDERZOEK NAAR REGIE EN SAMENWERKING:

OVER VERTROUWEN, WEDERKERIGHEID EN ZINGEVING

Peter Rutgers
Erasmus Universiteit Rotterdam / Universiteit Twente
telefoon (privé): 078-6316138 / e-mail: rutgers@fsw.eur.nl / e.p.rutgers@gmail.com
homepage: http//www.eur.nl/fsw/staff/homepages/rutgers

Doel: Het krijgen van inzicht in omstandigheden die ertoe leiden dat samenwerking tussen actoren rond sociaal-educatieve vraagstukken eenvoudiger totstandkomt en het op basis van dat inzicht formuleren van voorstellen voor de relevante bestuurs- en beleidspraktijk, in het bijzonder voor de gemeentelijke regierol.

Onderzoeksvraag: In hoeverre werken actoren in de gemeente Dordrecht samen bij het vormgeven aan maatschappelijke ondersteuning van jeugdigen, verloopt die samenwerking succesvol dan wel stagneert zij, hoe komt dat en wat valt van dat slagen en falen te leren in relatie tot gemeentelijke regie?

Relevantie:
Samenhang en samenwerking vormen in het openbaar bestuur de moderne assumpties. Integraal en partnerschap doen het in het discours goed. Maar is samen ook beter? Wat laat de praktijk zien? En is (keten)regie dan het antwoord op de vraag hoe dat samen te organiseren? Wanneer draagt (keten)regie echt bij aan reductie van de transactiekosten, kosten die bij samenwerking en samenhang zich steevast voordoen? Maakt regie niet meer kapot dan je lief is?! En wat leert ons een nadere analyse van de eigenschappen van de potentiële samenwerkenden over de maakbaarheid van samenwerking en samenhang? Beleid is echter wel mensenwerk!
Ten slotte is het bestuurskundig relevant om het (sturings?)concept regie nader te doorgronden.

Uitvoering:
In 2006 werd volgens het design van een casestudy onderzoek gedaan naar het vormgeven aan maatschappelijke ondersteuning van jeugdigen door actoren in de gemeente Dordrecht (sector O&W, jeugdzorg, GG&GD, welzijnsorganisatie, basisschool, bureau leerplicht, etc.). In het kader van het veldatelier Sociaal-Educatief Beleid voerden zeven bachelorstudenten bestuurskunde met hun docenten het empirisch onderzoek uit: analysemodel, operationalisatie, documentanalyse, interviews, observatie, rapportage, data-analyse en conclusie.
Een in 2007 in de gemeente Westland uitgevoerd onderzoek naar jeugdbeleid door een volgende groep studenten leidde tot vergelijkbare opbrengsten (zie ook E.P. Rutgers, Lokaal onderwijsbestuur in ontwikkeling, Den Haag, 2004.

Maatschappelijke organisaties in het beleid op voorhand percipiëren als partners zou wel eens ten grondslag kunnen liggen aan het falen van regie. Maatschappelijke organisaties meer zien als zelforganisatie brengt een aantal voor het vormgeven aan regie betekenisvolle eigenschappen van die organisaties naar voren. Zij:

  • werken vanuit een specifiek maatschappelijke opdracht, behoefte of waardering;
  • beroepen zich op hun discipline, professie en deskundigheid;
  • beschikken over potenties (kennis, ervaring, motivaties, contacten, etc.);
  • ontwikkelen bewust en onbewust regels, percepties en routines;
  • hebben een (wordings)geschiedenis, zijn uniek, vormen een institutie;
  • verdedigen hun disciplinaire identiteit waar omgevingen haar aantasten;
  • staan ergens voor, willen voortbestaan, zoeken daarbij steun en
  • gedragen zich nogal ‘recalcitrant’ en ‘zelfreferentieel’.

Theoretisch perspectief:

Vertrouwen vinden:

  • rationeel vertrouwen
  • persoonlijk vertrouwen

Wederkerigheid willen

  • actieve wederkerigheid
  • open wederkerigheid

Zingeving zoeken

  • gedeelde zingeving
  • ‘onderweg’ zingeving

VWZ--analysemodel

Regie als vwz-sturing

Vertrouwen vinden

Wederkerigheid willen

Zingeving zoeken

rationeel vertrouwen

persoonlijk vertrouwen

actieve wederkerigheid

open wederkerigheid

gedeelde zingeving

‘onderweg’ zingeving

expertise

altruïsme

re-actie

non-defensie

con-sent

al makende

reputatie

affectie

inter-actie

norm-afwijking

com-promis

co-creatie

ervaring

attitude

faciliteren

ruimte bieden

con-sensus

identificatie

calculatie

norm

gezamenlijkheid

kwetsbaarheid

waarde(n)vol

‘vonk’

contract

gezag

nabijheid

transparantie

nut en resultaat

synergie

Conceptueel raamwerk voor regie en samenwerking

Erosie van het concept regie vanwege:

  • conceptuele onduidelijkheid;
  • gebrek aan adequate operationalisatie;
  • ongebreidelde omarming van regie;
  • gebrek aan regie-inzicht en regie-vaardigheid bij de regisseurs;
  • terugval op klassiek reorganiseren en vasthouden bij falen van regie (bureaucratische reflex).

Omstandigheden die samenwerking en regie remmen:

  • menselijke factor: geen bindingen kunnen aangaan;
  • eenheid in organisatie: fragmentatie en kameleontische verschijningsvormen;
  • functionaliteit: veel praten, weinig doen;
  • netwerkpositie: grote afhankelijkheid, weinig ruimte voor afwijking;
  • politieke agenda: bestuurlijke scoringsdrang, inspraak achteraf;
  • besturingsfilosofie: marktwerking, monitoring, doelverschuiving;
  • uitwerking van doel: dreiging voor budget, bevoegdheid, invloed en erkenning.

Opbrengsten van vwz-sturing, i.c. regie:

  • minder overleg, papier, controle en weerstand;
  • afname van administratieve last;
  • minder behoefte aan (re)organiseren;
  • meer aandacht voor primaire processen;
  • sterkere toekomstgerichtheid;
  • doelgerichter urgenties;
  • complexe processen zijn meer mogelijk;
  • risico’s nemen wordt minder gevaarlijk;
  • grotere vergevingsgezindheid bij fouten;
  • calculerend en opportunistisch gedrag nemen af;
  • meer oplossingen verschijnen ter tafel;
  • meer ‘natuurlijke’ samenwerking;
  • toename van arbeidssatisfactie.

Regie: zoektocht tussen governance en government. Instrument of (beter maar) een perspectief?