Research

Research

CJK Centrum voor Juridische Kwaliteit


Achtergrond van juridische kwaliteit


Openbaar bestuur

Het openbaar bestuur heeft vanouds een sterk juridisch karakter. De overheid vaardigt wetten uit, verleent vergunningen, of gaat over tot strafvervolging. Het juridische gehalte van politiek en ambtenarij is in de afgelopen decennia echter fors verminderd. Onder invloed van privatisering en marktdenken kregen de financiële en bedrijfskundige functie de overhand. Dit werd versterkt door de opkomst van ICT, communicatie en beleidswetenschappen. Deze werden ook verantwoordelijk voor de juridische aspecten van hun ‘product’ en het de juridische kwaliteit van de organisatie liep terug. Sinds een aantal jaren is sprake van een kentering. Juridische missers bij de overheid zijn bepaald niet onopgemerkt gebleven. Hierdoor neemt de vraag naar juridische expertise weer toe. De leerstoel Publiekrecht heeft hierop gereageerd door aandacht te schenken aan regulatory govenance & management, waartoe de aandacht voor het ontwerpen van regels en regelstelsels en voor het management van de juridische functies binnen en tussen organisaties behoren. Een apart onderdeel binnen de overheid is de rechtspraak. Ook daar neemt het belang van bedrijfsvoering en kwaliteitsbewaking toe.


Bedrijfsleven

Compliance staat in de bedrijfskunde en het bedrijfsrecht voor de activiteit die ervoor zorgt dat organisaties handelen in overeenstemming met de normering. Het is ontstaan in specifiek gereguleerde sectoren als de farmaceutische industrie en recentelijk vooral de financiële sector. De leerstoel Bedrijfsrecht doet al jaren onder het label Business Legal Excellence onderzoek naar juridische kwaliteitszorg in ondernemingen. Eén van de ambities en verantwoordelijkheden van het management is het (waar)borgen dat de business juridisch op orde is. Een aantal belangrijke overwegingen nopen hier toe: juridisch risicomanagement, kostenoverwegingen, concurrentievoordeel en nieuwe arrangementen van horizontaal toezicht. De hypothese van de leerstoel is dat het paradigma Managerial Law een goed instrument is om een zodanig juridisch profiel van een organisatie vast te stellen dat hierop een Legal (Self)Assessment kan worden uitgevoerd. Een aparte positie wordt ingenomen door de advocatuur.


Nonprofitsector

De nonprofitsector zit in veel opzichten tussen bedrijfsleven en overheid in; het betreft hier immers private organisaties met een publieke taak. Qua bedrijfsvoering lijken zij meer op bedrijven, qua contact met de buitenwereld vaak meer op de overheid. Het is daarom geen vreemde gedachte dat juridische kwaliteit juist in deze sector een combinatie van inzichten uit beide terreinen zou moeten herbergen – beide voornoemde leerstoelen richten daarom hun aandacht op dit veld. De sector was recentelijk, en is nog steeds, juridisch zeer in beweging. Kwaliteitszorg staat dan ook nog in de kinderschoenen. Gelet op de grootte van de sector, is het belangrijk daar hieraan veel aandacht wordt besteed. De komst van de Maatschappelijke Onderneming maakt de ontwikkeling van juridische kwaliteitszorg voor deze sector extra waardevol.


Wetenschappelijke benadering

Juridische kwaliteitszorg is ‘in’; in de praktijk wordt een veelheid aan cursussen en audits aangeboden. Voor de praktijk is het wenselijk dat kwaliteitszorg op een hoogstaand niveau en op wetenschappelijke wijze wordt aangepakt. Dit kan niet zonder na te denken over de vraag wat juridische kwaliteit is en hoe deze moet worden bereikt. En dat kan weer niet zonder een gedegen kennis en methode. Men ziet nog weinig wetenschappelijke literatuur over juridische kwaliteit en de bevordering en borging ervan. Rechtswetenschappers worden wel vaak uitgenodigd om de kwaliteit van nationale wetgeving of van de rechtspraak te beoordelen. Dit mondt uit in evaluatierapporten, die soms ook nuttige algemene aanbevelingen bevatten. Ook ziet men praktijkhandboeken waarin checklists worden gegeven, of tips over de organisatorische inbedding.


Juridische kwaliteitszorg als wetenschappelijke methode betekent een geheel andere denkwijze voor juristen en hun opleiders. Momenteel wordt nog zeer veel aandacht besteed aan casuïstiek, terwijl de praktijkjurist zich hiermee vaak slechts in beperkte mate bezighoudt. In plaats daarvan zal onder meer aandacht moeten worden besteed aan juridisch ontwerpen: het stroomlijnen van kwalitatief hoogwaardige werkprocessen en producten. Steundisciplines, zoals bestuurskunde, bedrijfskunde, ICT, linguïstiek en rechtssociologie zullen een veel centralere rol innemen in de opleiding dan nu het geval is. Op die manier kan een degelijke, wetenschappelijke bodem worden gelegd onder de bestaande praktijk. Juist bij de Faculteit MB komen zowel de juridische kennis als die van de steundisciplines samen. Door die in wisselwerking te brengen met de praktijk kunnen zowel die praktijk als de wetenschap profiteren.