Jeroen Harink (former PhD student)

Harink, J.H.A., Europees aanbesteden en e-reverse auctions gaan best samen!, Column Inkoop & Logistiek, 2003 (column)

In het bedrijfsleven worden e-reverse auctions al regelmatig toegepast. Denk hierbij aan organisaties zoals Shell, KLM en Sara Lee DE. Ook in de publieke sector wordt er steeds vaker gesproken over e-reverse auctions. Inderdaad, gesproken. Het toepassen van e-reverse auctions vindt in de publieke sector namelijk beduidend minder vaak plaats dan in het bedrijfsleven. Eén van de voornaamste oorzaken hiervan ligt in de verplichting voor de publieke sector om de Europese aanbestedingsrichtlijnen te volgen. Boven bepaalde drempelwaarden moet de betreffende overheidsinstantie (ministerie, gemeente, enzovoort) bij het doorlopen van een Europese aanbesteding diverse procedurele en inhoudelijke punten in acht nemen.


Eén van de punten uit de Europese aanbestedingsrichtlijnen is dat een leverancier maar één keer een prijs mag uitbrengen. Tja, en daar wringt nu net de schoen. Immers, bij e-reverse auctioning draait het juist om de interactieve competitie: leveranciers mogen vaker dan één keer een prijs uitbrengen. De vraag die bij veel overheidsinstanties leeft, is dan ook of e-reverse auctions mogen worden toegepast bij Europese aanbestedingen. De vraag draait dus niet om het kunnen (want het kan vaak genoeg prima), de vraag draait ook niet om het willen (want de wil is er vaak wel), maar om het mogen.


Om te beginnen is de vraag in feite een juridische vraag: mag het wel of mag het niet? Een kort en eenduidig antwoord in de trant van ‘het mag’ of ‘het mag niet’ krijg je van geen enkele jurist. Daar ben ik ondertussen wel achter gekomen. Als ik zelf kijk naar de nieuwe richtlijn van het Europees Parlement, die er aan staat te komen, dan zie ik dat expliciet melding wordt gemaakt van e-reverse auctioning. En ook nog in een goedkeurende zin! Er staat onder andere beschreven dat bedongen moet worden dat e-reverse auctioning ‘alleen betrekking mag hebben op leveringen, diensten en werken, die nauwkeurig te specificeren zijn’. Er staat ook expliciet vermeld dat ‘inschrijvers een nieuwe, verlaagde prijs kunnen indienen’. Helaas is die nieuwe richtlijn nog niet geaccepteerd door het Europees Parlement, laat staan dat ze al geïncorporeerd is in de nationale wetgeving. Toch zou ik wel durven stellen dat e-reverse auctioning gewoon mag worden toegepast bij Europese aanbestedingen. Er staat nergens dat het nu niet mag en ik verwacht dat misschien niet de hele nieuwe richtlijn, maar dan toch wel dit onderdeel binnenkort formeel wordt goedgekeurd. Vooruitlopend op die formele goedkeuring zou ik het risico nu wel aandurven, uiteraard de principes van Europees aanbesteden eerbiedigend.


In dit verband is de positie van PIA (Interdepartmentale projectdirectie Professioneel Inkopen en Aanbesteden) opmerkelijk. PIA heeft over dit onderwerp contact gehad met de landsadvocaat en op basis van de beschikbare informatie heeft PIA de keuze gemaakt mee te werken aan een e-reverse auction in het kader van een Europese aanbesteding van een ministerie. Een dergelijke keuze van PIA, dat toch een voorbeeldfunctie heeft, versterkt in ieder geval mijn vertrouwen dat Europees aanbesteden en e-reverse auctions best kunnen samengaan.