ORD 2018

Interdisciplinair curriculumontwerp en de professionalisering van (aankomende) leraren

Interdisciplinair curriculumontwerp en de professionalisering van (aankomende) leraren

ORD2018-Symposium, VOR-divisie Curriculum

Korte samenvatting

Het belang van interdisciplinair onderwijs wordt in toenemende mate onderkend. Omdat de 'grand challenges' van deze tijd (duurzaamheid, klimaatverandering, veiligheid, etc.) interdisciplinair van aard zijn, is het belangrijk dat leerlingen leren daarnaar te kijken vanuit meerdere vakdisciplines en bij te dragen aan mogelijke oplossingen. Naast vakspecifieke kennis en vaardigheden zijn daarvoor ook vakoverstijgende vaardigheden nodig.

Het ontwerpen van interdisciplinaire onderwijs vraagt om een specifieke aanpak en toerusting van de leraren die veelal monodisciplinair zijn opgeleid. In dit symposium komen drie studies aan de orde waarbinnen onderzocht is wat principes zijn voor een aanpak om te komen tot interdisciplinaire projecten in het vo en daarbinnen wat kenmerken zijn van kwalitatief goede steun (relevant, consistent, bruikbaar en effectief) aan aankomende vo-leraren.

Inleidende toelichting op het thema van het symposium

De doelstellingen van de sessie

In dit symposium passeren drie studies de revue waarbinnen onderzocht is wat principes zijn om te komen tot interdisciplinaire projecten in het vo en daarbinnen wat kenmerken zijn van kwalitatief goede steun (relevant, consistent, bruikbaar en effectief) aan aankomende vo-leraren.

Het belang van interdisciplinair onderwijs wordt in toenemende mate onderkend. Omdat de 'grand challenges' van deze tijd (duurzaamheid, klimaatverandering, veiligheid, etc.) interdisciplinair van aard zijn, is het belangrijk dat leerlingen leren daarnaar te kijken vanuit meerdere vakdisciplines en bij te dragen aan mogelijke oplossingen. Naast vakspecifieke kennis en vaardigheden zijn daarvoor ook vakoverstijgende vaardigheden nodig (Eijkelhof, 2017; English, 2016; Rennie, Wallace & Venville, 2012).

Binnen vo-scholen en daarbuiten werken docenten aan het ontwerpen van interdisciplinaire projecten, modules of lessenseries. Zij zorgen er zodoende voor dat het ontwerp past bij hun leerlingen, de schoolambities en schoolcontext en het draagt bij aan eigenaarschap (Marsh, et al, 1990; Nieveen, 2017).

Echter, het ontwerpen van interdisciplinaire projecten is een uitdaging op zich. Curriculaire vragen die naar voren komen zijn: Hoe bewaken we inhoudelijke diepgang? Hoe maken we leren zichtbaar? Hoe brengen we modules onder in leerlijnen? Etc. Het ontwerpen van interdisciplinaire onderwijs vraagt om een specifieke aanpak en toerusting van de leraren die veelal monodisciplinair zijn opgeleid (Dederichs, Karlshøj & Hertz, 2010; Huizinga et al., 2014). Belangrijke ontwerpprincipes (van den Akker, 1999) voor de algehele aanpak en de professionalisering van leraren komen aan de orde in dit symposium.

 Een overzicht van de presentatie

Het symposium besteedt aandacht aan ontwerpprincipes voor een algehele aanpak voor interdisciplinair curriculumontwerp, met daarbinnen specifieke aandacht voor professionalisering van leraren:

  • Studie 1: Ontwerpprincipes bij het ontwerpen en implementeren van een interdisciplinair curriculum bij NLT (UU: Berenice Michels en Harrie Eijkelhof)
  • Studie 2: Ontwerpprincipes bij het vak Ontwerpstudio (ELAN, UT: Susan McKenney, Jan van der Meij en Jan Zonjee)
  • Studie 3: Ontwerpprincipes bij het vak Bètadidactisch ontwerpen (ESoE, TU/e: Elise Quant en Nienke Nieveen)

In de eerste studie betreft het een algehele aanpak en de toerusting van zittende leraren. De laatste twee studies bieden inzicht in noodzakelijke kenmerken van steun aan aankomende leraren binnen lerarenopleidingen.

De wetenschappelijke betekenis

De resultaten bieden inzicht in werkwijzen voor interdisciplinair curriculumontwerp en hoe (aankomende) leraren dergelijk onderwijs met steun (leren) ontwerpen. Dit is tevens een belangrijke thematiek in het kader van de curriculumherziening onder de noemer van curriculum.nu. De uitkomsten van drie studies aan drie verschillende universiteiten worden in dit symposium naast elkaar gezet en aan elkaar gerelateerd. Praktisch gezien bieden deze studies ontwerpprincipes voor de inhoud en opzet van een aanpak voor het ontwerpen van interdisciplinair onderwijs en voor de bijbehorende professionalisering van leraren.

De structuur van de sessie

De sessie wordt voorafgegaan door een korte inleiding waarna de deelstudies in drie keer 20 minuten gepresenteerd worden in de volgorde zoals ze in dit voorstel staan opgenomen, dit is incl. het stellen van informatieve vragen na iedere presentatie. De drie bijdragen worden gevolgd door een kritische bespreking door de referent en een discussie met de zaal.

Voorzitter: Nienke Nieveen, SLO en TU/e, n.nieveen@slo.nl, n.m.nieveen@tue.nl

Referent: Monique Volman, UvA, m.l.l.volman@uva.nl

Referenties

Dederichs, A. S., Karlshøj, J., & Hertz, K. (2010). Multidisciplinary teaching: Engineering course in advanced building design. Journal of Professional Issues in Engineering Education and Practice137(1), 12-19.

Eijkelhof, H.M.C. (2017). De aard van NLT. Utrecht: Vereniging NLT. http://betavak-nlt.nl/dmedia/media/sitefiles/dc30d/fc88c/f660a/bfe02/88d2f/Katern%20De%20aard%20van%20NLT%20def.pdf

English, L.D. (2016). STEM education K-12: perspectives on integration. International Journal of STEM Education, 3, 3, 1-8.

Huizinga, T., Handelzalts, A., Nieveen, N., & Voogt, J. M. (2014). Teacher involvement in curriculum design: Need for support to enhance teachers’ design expertise. Journal of curriculum studies46(1), 33-57.

Marsh, C., Day, C., Hannay, L., & McCutcheon, G. (1990). Reconceptualising school-based curriculum development. London: The Falmer Press.

Nieveen, N. (2017). Schooleigen curriculumontwikkeling en voorwaarden voor succes. In E. Folmer, A. Koopmans, & W. Kuiper (Eds.). Curriculumspiegel 2017. Enschede: SLO. http://downloads.slo.nl/Documenten/gta-schooleigen-curriculumontwikkeling-en-voorwaarden-voor-succes.pdf

Marsh, C., Day, C., Hannay, L., & McCutcheon, G. (1990). Reconceptualising school-based curriculum development. London: The Falmer Press.

Rennie, L., Wallace, J., & Venville, G. (2012). Exploring curriculum integration: why integrate? In L. Rennie, G. Venville, & J. Wallace (Eds), Integrating science, technology, engineering, and mathematics (pp. 1–11). New York: Routledge.

Van den Akker, J. (1999). Principles and Methods of Development Research. In J. van den Akker, R.M. Branch, K. Gustafson, N. Nieveen, & T. Plomp (Eds), Design approaches and tools in education and training (pp 1-14). Boston: Kluwer Academic.


Studie 1: Steun bij de ontwikkeling en implementatie van het interdisciplinaire vak NLT in de bovenbouw van havo en vwo

Berenice Michels en Harrie Eijkelhof (Freudenthal Instituut, Universiteit Utrecht)

Inleiding, onderzoeksdoel en context

In de context van het Nederlandse onderwijs is het ontwikkelen van interdisciplinair onderwijs geen sinecure, vooral als het daarbij ook nog eens gaat om nieuwe ontwikkelingen in wetenschap en technologie. In NLT, een vak dat sinds 2007 op havo- en vwo-scholen kan worden aangeboden, draait het om interdisciplinariteit en actuele ontwikkelingen. Doel van dit paper is de ontwikkeling en implementatie van NLT in kaart te brengen, met een focus op het functioneren van een tiental ontwerpprincipes.

Theoretisch kader

Gebruik is gemaakt van substantieve en procedurele ontwerpprincipes (Van den Akker, 1999). De vijf gebruikte substantieve principes (m.b.t. het vak) zijn:

  1. Een breed spectrum van recente ontwikkelingen in STEM om leerlingen hiermee in aanraking te brengen;
  2. Interdisciplinariteit (English, 2016; Rennie, Wallace & Venville, 2012 ; Eijkelhof, 2017) om de samenhang tussen bètavakken te tonen en te versterken;
  3. Samenwerking tussen docenten (en leerlingen) van verschillende (bèta)vakken, om deze samenhang daadwerkelijk vorm te geven;
  4. Modulair om docenten keuzevrijheid te bieden en snel te kunnen inspelen op nieuwe ontwikkelingen;
  5. Contextgericht en activerend om de betrokkenheid van leerlingen te vergroten (Bennett, Lubben & Hogarth, 2007; Hake, 1998). De vijf gebruikte procedurele principes (m.b.t. de ontwerpactiviteiten) zijn:
  6. Zoveel mogelijk cyclisch;
  7. Betrokkenheid van zowel VO-docenten als inhoudelijke experts uit het HO;
  8. Kwaliteitszorg tijdens ontwikkeling en implementatie;
  9. Monitoring van de implementatie;
  10. Effectieve communicatie met de scholen. Onderzoeksvraag/ - vragen
  11. Welke ontwerpprincipes zijn effectief gebleken bij de gelijktijdige ontwikkeling en implementatie van het nieuwe interdisciplinaire schoolvak NLT?
  12. Welke lessen zijn hieruit te trekken voor vergelijkbare innovaties in het onderwijs? Methoden van onderzoek Beschrijving van de toepassing van de ontwerpprincipes; evaluatie van de ervaringen aan de hand van schoolbezoeken en beslissingen van de projectleiding; beargumentering van bijstellingen op grond van de ervaringen tijdens ontwikkeling en implementatie. 

Resultaten en onderbouwde conclusies

Het scherp formuleren van ontwerpprincipes aan het begin van het proces is wenselijk. De samenwerking tussen VO-docenten en inhoudelijke experts is essentieel door de noodzakelijke synthese van kennis en ervaringen op het gebied van de onderwijspraktijk en nieuwe kennisontwikkelingen (1; b). Op schoolniveau is de inbreng van docenten van verschillende vakken voor leerlingen een voorbeeld van een interdisciplinaire aanpak (2; 3). Daarnaast is een belangrijke rol weggelegd voor het hoger onderwijs in de professionalisering van docenten en het onderhoud van modules (c; d). Voor de bevordering van de kwaliteit van de ontwikkelde modules bleek een vier-stappen procedure noodzakelijk: een blauwdruk, een conceptversie, beoordeling van de conceptversie door een niet betrokken vak- en didactiekexpert, beproeving van deze versie met evaluatie van docenten en leerlingen, en certificering van een bijgestelde versie van het lesmateriaal (a; d).

 Wetenschappelijke en praktische betekenis van de bijdrage

Wetenschappelijk zijn de resultaten van belang voor inzicht in succesvolle manieren om ontwerpprincipes te benutten. De praktische betekenis van de ervaringen met de ontwikkeling en implementatie van NLT zijn van belang bij soortgelijke projecten. NLT is een in de wereld uniek vak, zoals blijkt uit invitaties voor voordrachten en het verzoek om publicaties (Michels & Eijkelhof, in druk).

Aansluiting bij divisie

Het paper heeft betrekking op ontwikkelen, beproeven en implementeren van curricula.

Referenties

Bennett, J., Lubben, F., & Hogarth, S. (2007). Bringing science to life: A synthesis of the research evidence on the effects of STS and context based approaches to science teaching. Science Education, 91, 347–370.

Eijkelhof, H.M.C. (2017). De aard van NLT. http://betavak-nlt.nl/dmedia/media/site-files/dc30d/fc88c/f660a/bfe02/88d2f/Katern%20De%20aard%20van%20NLT%20def.pdf

English, L.D. (2016). STEM education K-12: perspectives on integration. International Journal of STEM Education, 3, 3, 1-8.

Hake, R.R. (1998). Interactive-engagement vs. traditional methods: A six-thousand-student survey of mechanics test data for introductory physics courses. American Journal of Physics, 66, 64–74.

Michels, B.I. & Eijkelhof, H.M.C. (in druk). The development and implementation of an interdisciplinary STEM course for upper secondary schools. Educational Designer.

Rennie, L., Wallace, J., & Venville, G. (2012). Exploring curriculum integration: why integrate? In L. Rennie, G. Venville, & J. Wallace (Eds), Integrating science, technology, engineering, and mathematics (pp. 1–11). New York: Routledge.

Van den Akker, J. (1999). Principles and Methods of Development Research. In J. van den Akker, R.M. Branch, K. Gustafson, N. Nieveen, & T. Plomp (Eds), Design approaches and tools in education and training (pp 1-14). Boston: Kluwer Academic.

 

Studie 2: Toerusting van aankomende leraren om interdisciplinair projectonderwijs te ontwikkelen

Susan McKenney, Jan van der Meij en Jan Zonjee (ELAN, Universiteit Twente)

Inleiding, onderzoeksdoel, context

In toenemende mate wordt erkend dat scholen, naast het bijdragen aan de persoonlijk ontwikkeling van leerlingen, ook de taak hebben om leerlingen voor te bereiden op deelname in, en productieve bijdragen aan, de maatschappij. Om aan maatschappelijke uitdagingen te kunnen werken, moeten leerlingen de kans krijgen om dit proces te ervaren. Hiervoor ontwikkelen veel scholen projectonderwijs. Maar hoe moeten we docenten goed toerusten om dit te doen? Doel van deze studie is om inzicht te krijgen in hoe docenten ondersteund dienen te worden in dit proces. De studie is uitgevoerd binnen een Nederlandse universitaire lerarenopleiding.

Theoretisch kader

Het ontwikkelen van projectonderwijs waarbij leerlingen complexe maatschappelijke vraagstukken aanpakken vraagt kennis uit meerdere disciplines. Dit vraagt om scholing voor docenten die vooral monodisciplinair opgeleid zijn (Dederichs, Karlshøj & Hertz, 2010). Naast steun voor interdisciplinariteit, hebben docenten bij het ontwikkelen van nieuw onderwijs inhoudelijke en procesmatige steun nodig (Boschman, et al., 2016; Huizinga et al., 2014). In deze studie is dergelijke steun gegeven door begeleiding en instrumenten binnen het nieuwe vak ‘Ontwerpstudio’ in de lerarenopleiding.

Het betreft een vak waarin aanstaande docenten leren interdisciplinair onderwijs te ontwikkelen moet gekenmerkt worden door validiteit, bruikbaarheid en effectiviteit (Nieveen & Folmer, 2013). In dit geval zou validiteit betekenen dat het vak intern consistent is en gebaseerd is op state-of-the-art wetenschappelijke inzichten over interdisciplinair projectonderwijs. Het vak moet ervaren worden als praktisch haalbaar en bruikbaar door zowel studenten als docenten. Om effectief te zijn, moeten de deelnemers inhoudelijke en procesmatige vaardigheden opdoen.

Onderzoeksvraag

De overkoepelende onderzoeksvraag luidt: Wat zijn de kenmerken van een valide, bruikbaar en effectief vak waarin aanstaande leraren de competenties opdoen om interdisciplinair onderwijs te ontwikkelen?

Methode

Om de onderzoeksvraag te beantwoorden zijn data verzameld voor, tijdens en na de uitvoering van het nieuwe vak ‘Ontwerpstudio’ binnen de lerarenopleiding. Figuur 1 geeft de opbouw van het vak schematisch weer. Vijf databronnen werden gebruikt: student focusgroepen, ingeleverd werk van studenten, vakevaluaties, document analyse van cursusmateriaal en een docent focusgroep. Tabel 1 geeft een overzicht van elk databron, het moment van afname en de relatie tot de onderzoeksvraag.

 Figuur 1. Schematisch weergave van het vak Ontwerpstudio

Input


Processes


Output


Outcomes

 

Steun voor interdisciplinair curriculumontwerp

•  Handleiding

•  Team coaches

•  Colleges

•  Feedback

Interdisciplinariteit

•  Maatschappelijk uitdaging kiezen

•  Nodige disciplinair kennis identificeren

Curriculumontwikkeling

•  Analyse/exploratie

•  Ontwerp/constructie

•  Evaluatie/reflectie)

Interdisciplinaire leermodules

•  3 lesuren, binnen projectweek

•  3 disciplines

•  Maatschappelijk relevant

Curriculumontwikkeling

•  Proces

•  Documentatie

•  Onderbouwing

Competenties

•  Interdisciplinaire leermogelijkheden kunnen inzien

•  Curriculumontwikkelingsvaardigheden

•  Beide binnen authentieke situatie (weinig tijd of middelen)


Tabel 1. Databronnen (en moment van afname) in relatie tot de onderzoeksvragen


Resultaten en conclusies

Eerste analyses laten zien dat de validiteit van het vak hoog lijkt te zijn voor wat betreft interne consistentie en een state-of-the-art basis voor het ontwikkelen van nieuw onderwijs. Voor het interdisciplinaire karakter van nieuw projectonderwijs zijn verbeteringen wenselijk. Los van enkele organisatorische hobbels lijkt de bruikbaarheid door de docenten acceptabel te zijn, maar de studenten ervaren dit minder en hebben aanbevelingen gegeven. Over het algemeen laten de studenten meer competenties zien als het gaat om het ontwikkelen van nieuw onderwijs dan om interdisciplinair projectonderwijs alleen.

 Wetenschappelijke en praktische betekenis

Deze studie toetst de hypotheses over wat aanstaande leraren nodig hebben om interdisciplinair projectonderwijs te ontwikkelen. Aanstaande leraren leren interdisciplinair onderwijs te ontwikkelen is belangrijk in het kader van nieuwe onderwijsontwikkelingen zoals curriculum.nu.

Aansluiting bij het congresthema en divisie

Deze bijdrage past binnen de divisie curriculum. Doordat perspectieven van docenten en studenten worden bestudeerd om tot verbeteringen te komen, past het bij het congresthema “Ondersteboven van onderwijs”.

Referenties

Boschman, F., McKenney, S., Pieters, J., & Voogt, J. (2016). Exploring the role of content knowledge in teacher design conversations. Journal of computer assisted learning32(2), 157-169.

Dederichs, A. S., Karlshøj, J., & Hertz, K. (2010). Multidisciplinary teaching: Engineering course in advanced building design. Journal of Professional Issues in Engineering Education and Practice137(1), 12-19.

Huizinga, T., Handelzalts, A., Nieveen, N., & Voogt, J. M. (2014). Teacher involvement in curriculum design: Need for support to enhance teachers’ design expertise. Journal of curriculum studies46(1), 33-57.

Nieveen, N. & Folmer, E. (2013). Formative evaluation in educational design research. In T. Plomp & N. Nieveen (Eds.) Educational design research, (pp. 153-169). Enschede: SLO. 

Elise Quant en Nienke Nieveen (ESoE, Technische Universiteit Eindhoven)

Studie 3: Toerusting van aankomende leraren voor het leren bètadidactisch ontwerpen

 Inleiding, onderzoeksdoel en context

Binnen de TU Eindhoven worden docenten opgeleid die in staat zijn interdisciplinair bèta-onderwijs te ontwerpen en te verzorgen en die hun ontwerpkeuzes kunnen onderbouwen. Dit gebeurt binnen het vak Bètadidactisch ontwerpen dat twee delen bevat: een theoriedeel en een projectdeel waarbinnen studentgroepen voor scholen interdisciplinaire projecten/modules ontwikkelen en uitvoeren. Doel van deze studie is te onderzoeken hoe studenten de koppeling maken tussen bètadidactische ontwerptheorie en hun ontwerppraktijk en hoe deze koppeling versterkt kan worden.

Theoretisch kader

Het leren ontwerpen van interdisciplinaire projecten vraagt krachtige leeractiviteiten waarbij, volgens het ‘constructive alignment’-principe (Biggs, 1996), het doorlopen van ontwerpcycli noodzakelijk is (cf. Huizinga, 2014; Nieveen & Van der Hoeven, 2012). Omdat het expliciet verwerven van kennis in ontwerpprojecten vaak achterblijft (van Breukelen, 2017) wordt een theoriedeel aangeboden zodat studenten gestimuleerd worden bestaande kennis te benutten in het ontwerpwerk (Janssen-Noordman et al., 2003). Om diep leren en zelfsturing (Koopman, 2017; Vermunt, 1992) te bevorderen is in studiejaar 2016-2017 het theoriedeel herontworpen met het uitwerken van Enriched Skeleton Mindmaps (Marée, 2013) als kernactiviteit.

Onderzoeksvraag

De onderzoeksvraag luidt: Op welke wijze kan de koppeling versterkt worden tussen bètadidactische ontwerptheorie en de ontwerptaak? Om de koppeling te bevorderen is binnen deze studie onderzocht welke theorie relevant is en wat een optimale inrichting is van het theorie- en projectdeel.

Methode van onderzoek

Het onderzoek hanteert kwalitatieve onderzoeksmethoden. In een panelgesprek leverden studenten na afloop van het vak feedback op relevantie, consistentie en bruikbaarheid van de vakopzet en op transferbevorderende maatregelen. De relevantie van concepten is achterhaald via gestructureerde groepsinterviews met studenten en ontwerpexperts. Op grond van deze gegevens en de vakevaluatie is het vak herzien. Om mogelijke transferverbetering te achterhalen worden de eindproducten en onderbouwing van ontwerpkeuzes van verschillende lichtingen met elkaar vergeleken.

Resultaten en onderbouwde conclusies

De resultaten leiden tot ontwerpprincipes  (van den Akker, 1999) die diep leren en de koppeling tussen ontwerptheorie en ontwerppraktijk bevorderen, zoals: houd de hoeveelheid concepten beperkt, bied keuzeruimte aan binnen concepten die studenten uitwerken, zorg voor gevarieerde opdrachten bij het uitwerken van concepten, zorg voor expliciete koppeling tussen de ESCOM-mindmap en eisen aan het projectdeel. Deze en andere principes worden in de presentatie nader toegelicht en onderbouwd.

Wetenschappelijke en praktische betekenis van de bijdrage

Met deze studie wordt een bijdrage geleverd aan wetenschappelijke en praktische kennis over het opleiden van leraren op het punt van (leren) ontwerpen van interdisciplinair onderwijs. De ontwerpprincipes kunnen gehanteerd worden door collega's die een vergelijkbaar vak willen ontwerpen.

Aansluiting bij het congresthema en divisie

Deze vorm van onderwijs leidt op innovatieve wijze docenten op die daarbij tevens bijdragen leveren aan onderwijsinnovatie van de opdrachtgevende scholen. De studie biedt inzicht in het opleiden van aanstaande docenten die leren actief bij te dragen aan interdisciplinair curriculumontwerp.

Referenties

Biggs, J. (1996). Enhancing teaching through constructive alignment. Higher Education, 32, 347.

Huizinga, T., Handelzalts, A., Nieveen, N., & Voogt, J.M. (2014). Teacher involvement in curriculum design: Need for support to enhance teachers’ design expertise. Journal of curriculum studies, 46(1), 33-57.

Koopman, M. (2017). Diep leren: Praktische handreikingen voor het bevorderen van diep leren bij leerlingen in het voortgezet onderwijs. Eindhoven: Technische Universiteit Eindhoven.

Marée, A.J. (2013). Scripted collaborative enriched skeleton concept mapping to foster meaningful learning. Dissertatie. Eindhoven: Technische Universiteit Eindhoven.

Nieveen , N., Van der Hoeven, M., Ten Voorde, M., Koopmans, A., Van Lanschot Hubrecht, V. (2013). Docent als ontwerper: Raamwerk voor doordenking ontwerptaken. Enschede: SLO.

Van Breukelen, D.H. (2017). Teaching and learning science through design activities. Delft: Technische Universiteit Delft.

Van den Akker, J. (1999). Principles and Methods of Development Research. In J. van den Akker, R.M. Branch, K. Gustafson, N. Nieveen, & T. Plomp (Eds), Design approaches and tools in education and training (pp 1-14). Boston: Kluwer Academic.

Vermunt, J.D.H.M. (1992). Leerstijlen en sturen van leerprocessen in het hoger onderwijs: naar procesgerichte instructie in zelfstandig denken. Tilburg: Universiteit Tilburg.