ORD 2018

Wat werkt in duurzame onderwijsinterventies? Definities, factoren en aanbevelingen

Samenvatting

In de literatuur zien we een grote variatie aan definities, kritische kenmerken en werkzame processen als het gaat om de duurzaamheid van onderwijsinterventies. We weten nog weinig over wat werkt voor de lange termijn na de implementatie. Inzicht hierin is essentieel voor beleid en praktijk rondom het invoeren van onderwijsinterventies. Door middel van een systematische review aangevuld door interviews worden de kernaspecten van duurzaamheid en beïnvloedende factoren onderzocht. Er zijn slechts weinig studies die een heldere definitie geven van duurzaamheid. De factoren leiderschap, samenwerking, kennisdeling, maar ook individuele, team- en organisatiekenmerken, externe factoren en formele erkenning spelen een belangrijke rol. Op basis van dit onderzoek kunnen er concrete aanbevelingen voor verschillende lagen in de schoolorganisatie gedaan worden.

Inleiding

In het onderwijs worden regelmatig nieuwe interventies geïntroduceerd die vaak geen duurzaam onderdeel worden van de organisatie. Veel van de literatuur gericht op de duurzaamheid van onderwijsinterventies heeft een theoretische focus of is niet transparant wat betreft empirische onderbouwing. Daarnaast wordt er een grote variëteit in definities, beïnvloedende factoren en werkzame processen beschreven. Tot dusver ontbreekt er een empirisch onderbouwd model van duurzaamheid van onderwijsinterventies. Het doel van dit onderzoek is om inzicht te geven in de kernaspecten van duurzaamheid binnen het onderwijs, en de beïnvloedende factoren. Theoretisch kader Duurzaamheid binnen het onderwijs wordt op verschillende manieren gedefinieerd. Een interventie kan duurzaam genoemd worden als deze onderdeel is geworden van de organisatieroutines (o.a. Spillane, 2012), onafhankelijk is van andere processen binnen de school (o.a. Coburn & Turner, 2012) en blijvend leidt tot verbeteringen (o.a. Fullan, 2005). Volgens de literatuur zijn factoren met betrekking tot de organisatiecultuur, zoals (gedeeld) leiderschap, samenwerking en vertrouwen, belangrijk voor de cultuur binnen een organisatie (o.a. Fullan, 2007). Ook zou er capaciteit binnen de organisatie moeten worden opgebouwd, waarin de mate en manier van kennisdeling cruciaal is (o.a. Akkerman & Bruining, 2016). Deze veelomvattende constructen moeten gespecificeerd en aangevuld worden met behulp van empirisch onderzoek om ze praktische betekenis te kunnen geven. Een systematische review naar empirische studies kan inzicht geven in wat daadwerkelijk nodig is om duurzaamheid te bevorderen.

Onderzoeksvraag

Wat zijn de kernaspecten van duurzaamheid van onderwijsinterventies en welke factoren beïnvloeden deze?

Methode

Er is een systematische literatuurstudie gedaan naar empirische studies van duurzaamheid (2002- 2017). De zoekstrategie is uitgevoerd in februari 2017. Vier elektronische databases zijn doorzocht: Scopus, WebofScience, ERIC, en PsycInfo. Zoektermen waren synoniemen van duurzaamheid, school en interventies. De resultaten zijn getoetst in de praktijk door middel van interviews bij het bestuur (1), school- (2) en teamleiders (2) en docenten (9) van twee verschillende middelbare scholen.

Resultaten en conclusies

De initiële zoekstrategie leverde 7305 resultaten op. Van de 42 publicaties die uiteindelijk overbleven, bleken er slechts 15 een definitie van duurzaamheid te rapporteren. De kernaspecten van duurzaamheid die onderscheiden konden worden waren: 1. Beklijving van verbeterde resultaten; 2. Doorgaande implementatie van kernelementen interventie; 3. Onderdeel van dagelijkse schoolroutines; 4. Schaalverbreding; 5. Flexibiliteit in interventie over tijd. Naast de beschreven constructen uit de theorie, bleken individuele docentkenmerken, interventie-, team- en organisatiekenmerken, positieve bekrachtiging van de resultaten, externe ondersteuning en formele erkenning een belangrijke rol te spelen. Dit beeld werd bevestigd in de interviews. Schoolleiders moeten bijvoorbeeld prioriteit stellen aan de onderwijsinterventie tussen alledaagse schoolactiviteiten en docenten moet verantwoordelijkheid gegeven worden. Empirische studies naar duurzaamheid zijn schaars, wat aanleiding geeft tot verder onderzoek.

Wetenschappelijke en praktische betekenis

Dit onderzoek levert een belangrijke bijdrage aan theorieontwikkeling en inzicht in de werkzame processen van duurzaamheid. Het is duidelijk geworden op welke speerpunten ingezet moet worden om duurzaamheid van onderwijsinterventies te bevorderen.

Aansluiting bij divisie

Om een onderwijsinterventie te verduurzamen, moet deze worden opgenomen in de organisatieroutines. Dit betekent dat naast de praktische uitvoering, de beleidsvorming met betrekking tot de interventie een cruciale rol speelt.

Referenties

Akkerman, S., & Bruining, T. (2016). Multilevel boundary crossing in a professional development school partnership. Journal of Learning Science, 25(2), 240-284.

Coburn, C. E., & Turner, E. O. (2012). The practice of data use: an introduction. American Journal of Education, 118(2), 99-111.

Fullan, M. (2005). Leadership and sustainability. Thousand Oaks, CA: Corwin Press.

Fullan, M. (2007). The new meaning of educational change (4th edition). London: Taylor and Francis Ltd.

Spillane, J. P. (2012). Data in practice: Conceptualizing the data-based decision-making phenomena. American Journal of Education, 118(2), 113-141.

Zie hier voor de bijbehorende presentatie.