OLIE UIT BOS- EN LANDBOUWAFVAL

TECHNOLOGIE UT ZET BIOMASSA OM IN TRANSPORTBRANDSTOF

Onderzoekers van het instituut IMPACT van de Universiteit Twente ontwikkelen een methode om biomassa zo efficiënt en goedkoop mogelijk om te zetten in olie. Die olie kan dan als voeding dienen voor bestaande raffinaderijen om transportbrandstoffen te maken. De biomassa die ze gebruiken is een van de zogenaamde tweede generatie: olie uit bos- en landbouwafval. Sascha Kersten verwacht dat in 2020 veel auto's, en zeker vrachtauto's op deze biobrandstoffen zullen rijden.

Voor ons transport zijn we nog steeds grotendeels afhankelijk van fossiele brandstoffen. Maar met het opraken van fossiele brandstoffen en tegelijk de groei van het verkeer, zijn onderzoekers op zoek naar nieuwe bronnen. In het Europese project Biocoup werken universiteiten en bedrijven uit een aantal Europese landen samen om biomassa om te zetten in olie die bruikbaar is in bestaande raffinaderijen.

PYROLYSE

Wetenschappers van de Universiteit Twente onderzoeken samen met onder andere het bedrijf BTG en de Rijksuniversiteit Groningen hoe ze biomassa kunnen gebruiken om olie te produceren, waarbij ze vooral gebruik maken van bos- en landbouwafval. Dit proces heet pyrolyse. "Pyrolyse is het vloeibaar maken van biomassa. Het resultaat hiervan, pyrolyse-olie, is nog niet geschikt om in een bestaande raffinaderij te worden verwerkt," legt dr. Sascha Kersten uit. Hij leidt de vakgroep Thermo-Chemical Conversion of Biomass van het onderzoeksinstituut IMPACT van de Universiteit Twente. "Daarvoor moet eerst het grootste deel van de zuurstof die erin zit, verwijderd worden. Dat doen we binnen het Europese BIOCOUP project door de olie met waterstof te mengen, " vervolgt dr. Ir. Kees Hogendoorn, projectleider op dit gebied.

PROCES

Om de reactie van pyrolyse olie met waterstof tot stand te brengen is een hoge waterstofdruk, een hoge temperatuur en een katalysator vereist. De resulterende olie is wèl direct toepasbaar in de bestaande raffinaderijen. "Bij dit zogenaamde upgrading proces krijg je een mengsel van een waterige fractie en een oliefractie. Die oliefractie kan direct naar de raffinaderij," vertelt Hogendoorn. Het nadeel van waterstof is dat het erg duur is. Hogendoorn: "We onderzoeken dan ook hoe we dit zo efficiënt mogelijk kunnen oplossen, zodat we zo weinig mogelijk waterstof hoeven te gebruiken." En daarmee zijn de wetenschappers al op de goede weg.

TWEEDE GENERATIE BIOMASSA

Op dit moment worden natuurlijk ook al biobrandstoffen gemaakt. Sterker nog:  5% van de huidige brandstof die we tanken bestaat al uit biobrandstoffen. "Maar voor deze biobrandstoffen worden vooral ethanol en suikerriet gebruikt, zogenaamde eetbare biomassa, de eerste generatie," vertelt Kersten. "Wij werken met een volgende generatie biomassa, bestaande uit bos- en landbouw afval, hiervan is veel meer beschikbaar en ook minder belastend. We onderzoeken zelfs of je voor pyrolyse ook papierslib kunt gebruiken."

TOEKOMST

Kersten verwacht dat in 2020 veel meer auto's op biobrandstoffen rijden dan nu al het geval is. "Maar we moeten niet vergeten dat de ontwikkeling van elektrische auto's ook doorgaat. Rond 2050 zullen dan ook vooral vrachtwagens die lange afstanden moeten afleggen en vliegverkeer gebruik maken van biobrandstoffen. Personenvervoer zal dan vooral elektrisch zijn," voorspelt Kersten.