Miniseminar duurzame campus

20120507_125038.jpgOp 7 mei vond alweer het vijfde miniseminar “Duurzame Campus” plaats. Dit keer daagden Paul Havinga (EWI, onderdeel EEMCS) en Peter Paul Verbeek (GW, onderdeel WIJSB) elkaar uit, dit alles onder leiding van Lisette Bochev (Studium Generale).

De stelling die in deze miniseminar ter discussie stond was:

‘Alleen Human Touch onderzoek levert een Duurzame Campus op. High Tech toepassingen zijn niet smart genoeg.’

Na een korte introductie van beide sprekers en hun achtergronden en onderzoeksgebieden, barste er een gecontroleerde discussie los.

Peter Paul Verbeek zette het publiek achter zich, door gelijk in te spelen op een duidelijk en helder voorbeeld, namelijk de wasmachine. ‘De wasmachine wordt constant voorzien van nieuwe technologieën en toepassingen, die de laatste decennia vooral gericht zijn op het duurzame aspect. Maar terwijl de wasmachine steeds duurzamer wordt, is de gebruiker de wasmachine niet duurzamer gaan gebruiker. Waar er vroeger een keer per week een grote was gedraaid werd, wordt er nu om elk wissewasje de wasmachine aangezet, waardoor het energieverbruik, ondanks de duurzame technologie, alsnog even hoog uitvalt als jaren geleden.’

Het publiek bleek dit voorbeeld te begrijpen en er in mee te gaan, maar er waren toch enkele kritische noten. Zo werden de vragen gesteld, ‘hoe ga je om met de complexiteit binnen verschillende gebruikerservaringen?’ en ‘zijn we niet minder duurzaam geworden, doordat we nu minder moeite hoeven te doen?’. Hierop wist Verbeek goed in te spelen door aan te geven dat er vanuit een maatschappij gedacht moet worden, niet vanuit een individu en dat we inderdaad luier zijn geworden. Verbeek: ‘Er moet bij technologische ontwikkelingen niet alleen gekeken worden naar de technologie, maar ook de impact ervan op het menselijk gedrag’.

Na Verbeek was het de kans aan Paul Havinga om het publiek achter zijn standpunt te krijgen. Havinga’s eerste reactie was dan ook: ‘De stelling moet omgedraaid worden: Zonder High Tech geen Human Touch’. Het publiek leek even de weg kwijt te zijn, maar Havinga loste dit snel op door zijn stelling toe te lichten. ‘De mens is onbetrouwbaar en zal zijn gedrag niet aanpassen aan eisen die de maatschappij stelt aan duurzaamheid. Kijk bijvoorbeeld naar het ABS-systeem in auto’s. De technologie doet zijn werk, maar de mens is er niet anders van gaan rijden.’

Paul Havinga gaf toe dat we er nog lang niet zijn, dat de technologie nog veel verder kan en moet, maar we zijn op de goede weg.

Een kritische vraag vanuit het publiek was of we de technologie niet zo moeten en of kunnen kaderen dat de mens doet wat wij van hem verwachten en niet meer zijn eigen gang kan gaan. Om op deze manier de ongewenste impact te verkleinen.

Havinga antwoordde hierop door aan te geven dat dit inderdaad een optie is, maar daarvoor moet alles voorgeprogrammeerd worden en zo ver zijn enkele technologieën nog niet.

Lisette Bochev sprak over voorprogrammeren als een Human Touch onderdeel en dus een argument voor de stelling. Hierin kon Havinga enkel meegaan.

Verbeek mengde zich in het gesprek en gaf aan dat totale autonomie door een gebruiker niet wensbaar is. Mensen maken nu al gebruik van regels, normen en waarden of heuristieken om hun leven te vergemakkelijken, maar anderzijds is een volledig geautomatiseerd leven ook ondenkbaar.

Havinga reageerde hierop met als antwoord dat er ‘lerende systemen’ nodig zijn. Systemen die de gebruiker bijvoorbeeld leren dat als ze de thermostaat 1˚C hoger zet, dat de gebruiker dan €1,- per week meer betaald.

Kritische noot vanuit het publiek hierop was, dat de impact ervan te klein is. Als oplossing hiervoor werd schaalvergroting aangegeven, d.w.z. niet kijken naar de individu, maar naar de maatschappij.

Door de impact van het individuele gebruik toe te spitsen op de eigen gemeenschap, creëer je betrokkenheid.

Lisette Bochev introduceerde hierna kort de prijsvraag die kortgeleden plaats had gevonden; ‘Bedenk een duurzame oplossing voor de UT’.

De oplossing die had gewonnen was om naast de lichtsensoren die in veel gebouwen te vinden zijn, ook een lichtschakelaar te monteren, om mensen meer controle te geven.

Verbeek gaf aan dat dit een goede combinatie was. De gebruiker heeft controle over zijn eigen doen en laten en over het energieverbruik, maar mocht hij een keer haast hebben of vergeten de schakelaar uit te zetten, dan kan hij altijd terugvallen op de technologie.

Havinga gaf aan dat een combinatie tussen sensor en schakelaar waarschijnlijk niet winstgevend is.

Slotzin van dit miniseminar was: ‘Gebruikers spelen een belangrijke rol bij technologische ontwikkelingen. Er kan geen puur dwingende rol zijn voor de technologie’.

Op de aansluitende netwerklunch werd de discussie nog stevig voortgezet. Een van de vele onderwerpen was het feit dat duurzaamheid veel verder gaat dan High Tech toepassingen en dat er belangrijke onderdelen zijn waar rekening mee gehouden moet worden tijdens de ontwikkelingen van deze toepassingen. Een van die onderdelen is bijvoorbeeld de kwaliteit van het leven. Wellicht een goed onderwerp voor een komend miniseminar.