GROTE GEMEENTEN MET GROENE WETHOUDERS MEEST KLIMAATBESTENDIG

Juist op gemeentelijk niveau zullen de gevolgen van klimaatverandering worden gevoeld. Hoe bereiden gemeenten zich hierop voor? NWO-onderzoekers van de Universiteit Twente ontdekten dat de grootte van de gemeente en de kleur van de verantwoordelijk wethouder het meest bepalend zijn voor een stevig klimaatbeleid.

De Twentse onderzoekers bestudeerden het adaptatiebeleid van negen heel verschillende gemeenten: Tubbergen, Utrecht, Noord-Beveland, Breda, Schiermonnikoog, Terschelling, Almere, Millingen aan de Rijn en Nijmegen. De drie grote steden (Utrecht, Breda, Nijmegen) zijn daarbij te beschouwen als voorlopers. Hoe groter de gemeente, hoe meer klimaatbeleid, constateerden de onderzoekers.

Netwerken helpt
Zo blijken grote gemeenten beter in staat om gedetailleerde kennis te verzamelen en toe te passen. Bij grote gemeenten zijn ook meer handen beschikbaar om aan het thema te werken, een relevant netwerk te onderhouden en kennis uit te wisselen. De actieve gemeenten zijn ook in allerlei netwerken betrokken, van EU-projecten tot stedelijke netwerken en intergemeentelijke samenwerking. Een van de voordelen hiervan is dat er lokaal gezamenlijke adaptatieactiviteiten kunnen plaatsvinden die te duur zouden zijn voor een individuele gemeente.

Enthousiastelingen belangrijke factor
Een andere bepalende factor is de aanwezigheid van een lokale 'enthousiasteling' in de gemeentelijke organisatie. Een wethouder voor milieu met een 'groene' achtergrond lijkt cruciaal voor een breed klimaatbeleid inclusief klimaatadaptatieplannen. Ambtenaren hebben een zeer wisselende mate van kennis over de effecten van klimaatverandering en de maatregelen die de gemeente kan nemen. De mate waarin een gemeente zich kan (en wil) aanpassen aan de klimaatverandering is nauw verbonden met deze kennis.

Rijk kan ondersteunen
De onderzochte gemeenten gaven aan dat het ministerie van VROM als facilitator en coördinator zou moeten optreden om tot een evenwichtige kennisverspreiding te komen. De nationale overheid zou gemeenten ook beter kunnen steunen bij lokale adaptatie-initiatieven, met bijvoorbeeld een toolkit met adaptatieopties, best practices en andere instrumenten. De wet- en regelgeving mag dwingender, zodat er op lokaal niveau meer adaptatie kan worden 'afgedwongen' - bijvoorbeeld bij projectontwikkelaars. Ook is er bij gemeenten behoefte aan toepasbare, praktische informatie over de effecten van klimaatverandering op de eigen regio en oplossingsrichting over de beste adaptatietechnieken.

Het project 'Analyse van de kwetsbaarheid van gemeenten' is uitgevoerd door Maya van den Berg, verbonden aan het Centrum voor Schone Technologie en Milieubeleid (CSTM) van de Universiteit Twente, en werd gefinancierd door het NWO-programma VAM (Vulnerability, Adaptation and Mitigation). Zij is hierin begeleid door prof. William Lafferty en dr. Frans Coenen en bereidt een proefschrift over dit onderwerp voor.

Meer informatie:
Het eindrapport van dit project is digitaal vindt u hier. Voor een papieren exemplaar en meer informatie:maya.vandenberg@utwente.nl, 053 489 3731