Een interview met Bram Entrop

Aan de faculteit Construerende Technische Wetenschappen (CTW) wordt veel onderzoek gedaan naar energie en hoe energie op een zo efficiënt mogelijke manier gebruikt kan worden. Bram Entrop, docent aan de opleiding Civiele Techniek en onderzoeker aan de vakgroep Construction Management & Engineering (CME), vertelt met welke vraagstukken de vakgroep zich bezighoudt en wat dit betekent voor de duurzaamheid op de campus.

Processen

Voor zijn onderzoek analyseert Entrop de betrokkenen bij de realisatie van een gebouw en brengt zo de processen tussen deze betrokkenen in kaart. Zo kan een gemeente de wens hebben voor een CO2-neutraal gebouw, maar dit geeft nog niet de zekerheid dat via de architect en andere instanties er daadwerkelijk een CO2-neutraal gebouw staat.

Techniek

Bij het vak Duurzaam Bouwen krijgen studenten te zien hoe het energiegebruik van gebouwen in kaart worden gebracht en hoe met bepaalde rekenmethodes hier een energielabel aan gegeven kan worden. Daarnaast gaat het er ook om hoe gebouwen omgaan met energie en hoe dit verbeterd kan worden.
Een onderdeel van het omgaan met energie gaat over de warmte capaciteiten van een gebouw. Een voorbeeld hiervan is het onderzoek naar Phase Changing Materials (PCM). Dit zijn materialen met eigenschappen waardoor deze lang een temperatuur kunnen vasthouden. Zo kan in plaats van een verwarming - wat leidt tot verbranding van fossiele brandstoffen en dus tot CO2 uitstoot - gebruikgemaakt worden van deze passieve methode, zonder uitstoot van CO2.
PCM kan toegepast worden in vloeren van huizen. De huidige huizen worden steeds meer op het zuiden gebouwd, waardoor er veel zonlicht naar binnen komt. Wanneer de PCM in de vloeren zitten, kan er warmte worden vastgehouden, waardoor er ’s avonds minder behoefte is aan het gebruik van verwarming.

DCP_4059.JPG

Building Twenergy

Naast auto’s, koelkasten en wasautomaten hebben ook gebouwen tegenwoordig energielabels. De vakgroep CME onderzoekt hoe goed deze energielabels zijn en hoe deze te verbeteren zijn. Aan het toekennen van een energielabel zitten allerlei rekenmethodes vast, maar deze zijn niet waterdicht. Een berekening kan bijvoorbeeld stellen dat iemand per jaar 10.000m3 aardgas gebruikt, terwijl in werkelijkheid er slechts 5.000m3 wordt gebruikt. De vakgroep onderzoekt hoe de aantallen nauwkeuriger kunnen worden berekend.
Doel is om dat ook op de campus te doen, onder de noemer van Building Twenergy. Dit zal het gebruik van energie van alle gebouwen op de UT gestructureerd in kaart brengen en ook linken aan wat er theoretisch verwacht werd. Hiermee wordt de theorie van het gebruik aan het werkelijke gebruik gekoppeld. Hierna kan geanalyseerd worden op welke gebieden er verbetering mogelijk is: het gebruikersgedrag, de apparatuur in een gebouw, of het gebouw zelf. Wanneer dit duidelijk is, kan hiermee rekening gehouden worden en beleid op worden afgestemd.
Waar op de UT de grootste winst te behalen valt is volgens Entrop op dit moment nog moeilijk te zeggen omdat het onderzoek nog uitgevoerd moet worden. Entrop vermoedt dat het gedrag van medewerkers, studenten, maar ook die van gebouwbeheerders een grote impact kunnen hebben op het energiegebruik. Het zijn dus niet alleen de technische oplossingen die bij zullen dragen, maar ook het gedrag van mensen zullen een rol spelen. In combinatie met de juiste technische mogelijkheden kan iemand dan veel energie besparen.
Energiegebruik heeft dus ook duidelijk niet alleen een technische kant, de vakgroep onderkent ook het sociaalwetenschappelijke aspect van het vraagstuk. Want hoe kan het dat het energieverbruik van twee identieke woningen zo sterk kan verschillen?

Exergie

Volgens de wetten van thermodynamica gaat energie nooit verloren. Bij het omzetten van energie gaat er echter toch iets verloren. Het bruikbare deel van energie wordt ook wel exergie genoemd.
Exergie gaat verder dan energie omdat het de kwaliteit van energie uitdrukt. In onderzoek van de vakgroep wordt gestreefd om de verliezen van de arbeidspotentiaal - de energie - zo beperkt mogelijk te houden.
Exergie kan toegepast worden op de groene woningbouw. Zo geeft het inzicht in de verspilling van energie in verschillende verwarmingsmethoden. Het gebruik van aardgas in een ketel -waar bij de verbranding de temperatuur oploopt tot 600°C - is een stuk minder efficiënt als een stadsverwarming, waar de temperatuur hooguit 70°C is. Op de UT wordt dit overigens al gebruikt. Met het onderzoek exergie wordt het verlies van energie zoveel mogelijk beperkt.

Op deze manier worden er steeds nieuwe dingen gevonden die bijdragen aan een duurzame campus.