Energie uit hout

http://www.sxc.hu/pic/l/y/yd/ydiot/1113494_84748570.jpgTerwijl olie schaarser wordt, begint energie uit biomassa steeds aantrekkelijker te worden. Zo kan men uit hout olie maken, waarop aangepaste motoren kunnen draaien. Ook kunnen ze hout verwerken tot een soort kleine energiekorrels, die ze in energiecentrales kunnen stoken in plaats van kolen. Duurzame Campus sprak met Gerrit Brem, hoogleraar Energie Technologie, die zich bezig houdt met onderzoek naar onder andere deze technieken.

Energiekorrels
Torrefactie heet het met een mooi woord. Hout wordt geroosterd tot een soort kleine korrels of pellets waar veel meer energie in gepropt zit dan in normaal hout. Ineens is hout dan relatief gezien een stuk makkelijker te vervoeren, is het waterafstotend en is het door bijvoorbeeld energiebedrijven makkelijk te gebruiken om energie op te wekken. Op het moment is Brem bezig met het ontwikkelen van een mobiele torrefactor, in samenwerking met afvalverwerkingsbedrijf Twence. Zo’n torrefactor past in een zeecontainer, zodat je op verschillende plekken biomassa kan omzetten in energiekorrels.

Olie, het zwarte hout
Maar er kan nog meer met hout. Zo kan je er ook olie uit maken waar je machines op kan laten draaien. Dit gebeurt door middel van pyrolyse. Dit proces houdt in een notendop in dat biomassa in een paar seconden verwarmd wordt zonder aanwezigheid van zuurstof. Hier komt dan de olie uit, die vervolgens gebruikt kan worden in bijvoorbeeld gasturbines om energie op te wekken. Over twee jaar zal de helft van de energie die de Universiteit Twente gebruikt opgewekt zijn door pyrolyse-olie.

Pyrolyse bestaat al wel even. Al in de jaren 90 werd het ontwikkeld door UT spin-off BTG. Helaas is de olie nog niet goed genoeg om er auto’s op te laten rijden, anders zouden we een groot deel van het aardolie probleem al hebben opgelost. Toch kom je pyrolyse-olie nog vaker tegen dan je denkt, zonder dat je het door hebt. Zo gebruiken sommige bedrijven een pyrolyse-olie extract om die typische rooksmaak te krijgen die in barbecuesauzen zit.

Living labs
Zo zijn er dus allerlei manier om energie op te wekken uit hout, waarschijnlijk zonder dat je dit ooit te weten zou zijn gekomen. Jammer, vindt ook Brem. Hij heeft het initiatief genomen om een klein testlab op de campus te hebben waarin hij en zijn vakgroep testen zouden kunnen doen met biobrandstoffen. Een open lab, waar iedereen zo even een kijkje zou kunnen nemen. Zo wordt het publiek wijzer over duurzaamheid, en heeft de vakgroep een plek om tests met biobrandstoffen in gasturbines, dieselaggregaten en Stirling motors uit te voeren. Een schoolvoorbeeld van een win-win situatie.

Helaas zal zo’n lab natuurlijk wel wat kosten. Ook daar heeft Brem aan gedacht. Door de opstellingen ook beschikbaar te stellen voor bedrijven kan zo’n lab zich uiteindelijk terug verdienen. Een bedrijf kan langskomen om hun olie te testen, of een sproeikop te optimaliseren voor hun eigen machine.

Maar naast dat het een bron van inkomsten kan vormen, of het publiek kan informeren over duurzaamheid, doet het nog iets belangrijker. Het geeft die broodnodige toepassing van wetenschap naar praktijk. In een tijd als deze, waar er een grote schaarste heerst aan bètastudenten, is het extreem belangrijk deze abstracte en soms ook gestigmatiseerde tak van de wetenschap naar buiten te trekken, en te laten zien wat je er écht mee kunt. Dat onderzoek niet alleen op papier blijft, maar dat het ook in het echt wordt gebruikt. Innovaties als deze zijn cruciaal voor het onderwijs, en Nederland als kenniseconomie.