Nieuwe meetmethode 'Reisbewegingen' van groot belang voor beleidsmakers

Drukte op de Nederlandse snelweg

Foto: Shutterstock

Nieuwe meetmethode 'reisbewegingen' van groot belang voor beleidsmakers

Nederlanders maken méér ‘reisbewegingen’ dan gewoonlijk wordt aangenomen. In het project ‘The Dutch Mobile Mobility Panel’ hebben deelnemers aan een proef voor het eerst hun vervoersbewegingen nauwkeurig bijgehouden met smartphones en met de speciale MoveSmarter-app. Hierdoor is hun verplaatsingsgedrag door de tijd bestudeerd. Een belangrijk resultaat is dat ongeveer 30 procent meer verplaatsingen worden geregistreerd dan met traditionele methoden. Tom Thomas van de Universiteit Twente verrichtte zijn onderzoek met financiering uit het programma Investeringen NWO-middelgroot. De resultaten én het succes van de nieuwe meetmethode zijn van groot belang voor beleidsmakers, vervoerders en werkgevers.

De meeste landen brengen verplaatsingen van burgers van oudsher in kaart door deelnemers aan proeven zogenoemde rittenboekjes handmatig te laten bijhouden. Zo ook Nederland. Hieraan kleven echter nadelen. De notering is vaak achteraf, aan het eind van de dag, waardoor nogal eens een ‘rit’ (onderdeel van een volledige ‘verplaatsing’) wordt vergeten of op basis van vage herinneringen vastgelegd. Teneinde de deelnemers niet onnodig te belasten beperken die metingen zich ook nog eens tot een dag per week. Hierdoor kan gedrag niet over een langere periode worden vastgelegd.

Tom Thomas: ‘Einddoel is om zo precies mogelijk te weten wat burgers op één dag verreizen. Een verplaatsing is bijvoorbeeld van woning naar werk, waarbinnen zich verschillende ‘ritten’ kunnen afspelen. Denk dan aan lopen naar de tram, overstappen op metro, naar de trein en met de vouwfiets naar het werk. In de lunchpauze wil je nog even naar buiten voor een snelle boodschap. ’s Avonds ga je met de tram naar het theater of een receptie. Enzovoort. Ervaring leert dat mensen de ritjes tussendoor domweg vergeten en dus niet noteren. Dit kunnen ook lange ritten zijn!’

Op basis van die traditionele surveys met ‘onderregistratie’ worden landelijke schattingen geëxtrapoleerd. Verre van ideaal om beleid op openbaar vervoer en andere infrastructuur op af te stemmen. Thomas: ‘Wat nu als je wilt weten of mensen hun auto zouden kunnen inruilen voor een elektrisch voertuig? Zo’n beslissing kun je alleen baseren op wekelijks of zelfs maandelijks reisgedrag. Of stel dat je mensen wilt stimuleren om meer te gaan fietsen. Dan is het belangrijk onderscheid te maken tussen mensen die nooit de fiets pakken of hen die dat af en toe doen, maar die je wilt aansporen dit vaker te doen.’

30 procent meer verplaatsingen

Wat zou het niet handig zijn om het verplaatsingsgedrag van mensen continu te kunnen volgen, dacht men aan de Universiteit Twente. Binnen de Langlopende Internet Studies voor de Sociale wetenschappen (LISS) hebben de Twentse onderzoekers 600 deelnemers uitgerust met de speciaal ontwikkelde MoveSmarter-app. Het ging hier om een grote steekproef: nog niet eerder was een survey op deze schaal uitgevoerd. De smartphone volgde via GPS elke dagelijkse beweging buitenshuis gedurende enkele weken. Het bleek dat men 30 procent meer verplaatsingen registreerde dan met traditionele methoden.

Thomas: ‘In het laatste jaar kon de app alle ritten goed detecteren, inclusief de korte niet-reguliere ritten. Bovendien werd van 80 tot 90 procent de vervoerswijze (lopen, fietsen, auto, bus/tram/metro en trein) goed herkend. Het batterijverbruik baarde ons wel een beetje zorgen: constant online zijn vreet energie. We zagen ook dat de deelnemers die een van ons geleende smartphone gebruikten (ongeveer de helft) beduidend minder ritten maakten. Die zetten ‘m tussendoor zo nu en dan uit. Bij het monitoren van verplaatsingsgedrag moet je dus apparaten inzetten die mensen zelf bezitten.’

Met veel nauwkeuriger metingen kunnen beleidsmakers, vervoerders en werkgevers gerichte maatregelen nemen om verkeersdrukte, OV-inzet en CO2-uitstoot door gebruik van fossiele grondstoffen terug te dringen. Het ministerie van Infrastructuur en Milieu is benaderd om de smarthone-app te gebruiken als pilot in zijn Onderzoek Verplaatsingen in Nederland (OViN).

Meer informatie

Dr. T. Thomas begon in 2011 aan het project ‘The Dutch Mobile Mobility Panel’ aan de Universiteit Twente, Faculteit der Construerende Technische Wetenschappen (CTW). Hoofdaanvrager was prof. dr. ing. K.T. (Karst) Geurs.

Deelnemers waren the Netherlands Institute for Transport Policy Research, CentERdata en softwarebedrijf Mobidot.

·

Project van Karst Geurs in de projectendatabase