Reglement verkiezingen FR CTW versie maart 2004

Datum: februari 2002

Reglement voor de verkiezing van de

faculteitsraad

van de faculteit Construerende Technische Wetenschappen

Vastgesteld door de decaan CTW op 21 september 2004,

na verkregen instemming FR op 21 september 2004 (besluitnummer 04.19)

lnhoudsopgave pagina

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 2 Tijdstip verkiezingen 3

Artikel 3 Verkiezingswijze; zetelverdeling 3

Hoofdstuk 2 Het kiesrecht

Artikel 6 Peildatum 4

Hoofdstuk 3 Het faculteitsstembureau

Hoofdstuk 4 Het kiezersregister

Artikel 10 Ter inzage leggen van het kiezersregister 5

Artikel 11 Verbetering van het kiezersregister 5

Hoofdstuk 5 De kandidaatstelling

Artikel 16 Ondertekening kandidatenlijst 6

Artikel 17 Verklaring instemming kandidaatstelling 6

Artikel 18 Inleveren kandidatenlijsten 7

Hoofdstuk 6 De stembescheiden

Artikel 26 Verzending van de stembiljetten 8

Hoofdstuk 7 De stemming

Artikel 27 Geen stemming 8

Artikel 28 Wijze van stemmen 9

Hoofdsluk 8 Het vaststellen en bekendmaken van de uitslag 9

Hoofdstuk 9 Het voorzien in vacatures 11

Hoofdstuk 10 Slotbepaling 11

HOOFDSTUK I ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1 Begripsbepalingen

1 In dit reglement wordt verstaan onder:

a. de wet: de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW);

b. de universiteit: de Universiteit Twente;

c. het college: het college van bestuur van de universiteit bedoeld in artikel 9.2 van de wet;

d. de decaan: het hoofd van de faculteit CTW bedoeld in artikel 9.12 van de wet;

e. faculteitsraad: de raad bedoeld in artikel 9.37 van de wet;

f. kiezersgemeenschap: de facultaire gemeenschap;

g. raad: de faculteitsraad;

h leden van de raad: de leden van de faculteitsraad;

i. geleding: het personeel dan wel de studenten;

j.

personeel: het aan de faculteit verbonden personeel met vast of tijdelijk dienstverband,

zulks ongeacht de omvang van de dienstbetrekking, de voor de faculteit werkzame bijzonder hoogleraren en het personeel dat in dienst is van de Nederlandse organisatie voor wetenschappelijk onderzoek of daarmee vergelijkbare, door het College van Bestuur aangewezen, organisaties en regelmatig in de faculteit werkzaam is;

k. studenten: zij die aan de faculteit zijn ingeschreven als student overeenkomstig het bepaalde in de wet;

l. het stembureau: het faculteits stembureau bedoeld in artikel 7 van dit reglement;

m. dagen: werkdagen en wel, voorzover van toepassing, van 09.00 uur tot 12.30 uur en van

13.30 uur tot 17.00 uur;

n. peildatum: de datum bedoeld in artikel 6 eerste lid van dit reglement;

o. inzageplaats: de plaats bedoeld in artikel 10 van dit reglement.

p.

kiezer: een ieder die conform het bepaalde krachtens de wet of dit reglement het actief

en passief kiesrecht bezit.

2. De overige in dit reglement voorkomende begrippen hebben, indien deze ook voorkomen in de wet, dezelfde betekenis als in de wet.

3. Overal waar in dit reglement de mannelijke vorm wordt gebruikt, kan ook de vrouwelijke vorm worden gelezen.

Artikel 2 Tijdstip verkiezingen

De verkiezing van de leden van de raad vindt, gehoord de FR, op door het stembureau te bepalen data plaats omstreeks mei, tenzij de decaan in bijzondere gevallen, gehoord het stembureau, anders beslist.

Het stembureau stelt de werkdag vast waarop de stembiljetten om 12.00 uur door het stembureau dienen te zijn ontvangen.

Artikel 3 Verkiezingswijze; zetelverdeling

1. De verkiezing van de leden van de faculteitsraad wordt gehouden voor elke geleding afzonderlijk en geschiedt volgens een lijstenstelsel met enkelvoudige voorkeur.

2. Met inachtneming van het bepaalde in artikel 9.37, derde lid van de wet worden de leden van de faculteitsraad rechtstreeks gekozen door en uit de geleding waartoe zij behoren.

Artikel 4 Duur lidmaatschap

1 . De leden van het personeel worden gekozen voor twee jaren en de studenten voor een jaar.

2. De leden van de raad treden per geleding tegelijk af en zijn terstond herkiesbaar.

3. Behalve door periodieke aftreding eindigt het lidmaatschap door:

a. schriftelijke opzegging gericht aan de voorzitter van de raad;

b. overgang naar een andere geleding dan die, waardoor betrokkene tot lid is gekozen;

c. verlies van het lidmaatschap van de kiezersgemeenschap;

d. het als student beëindigen van zijn inschrijving op grond van het bepaalde in artikel 7.42 van de wet;

e. overlijden.

4. Het lid dat ter vervulling van een vacature is gekozen treedt af op het tijdstip waarop degene in wiens plaats hij is gekozen zou moeten aftreden.

HOOFDSTUK 2 HET KIESRECHT

Artikel 5 Kiesrecht

1. Degenen die op de peildatum tot de facultaire gemeenschap behoren bezitten zowel het actief als het passief kiesrecht voor de verkiezing van de leden van de faculteitsraad, met dien verstande dat zij die in dienst zijn van de Nederlandse organisatie voor wetenschappelijk onderzoek of daarmee vergelijkbare, door het College van Bestuur aangewezen organisaties, voor hun verkiesbaarheid schriftelijk toestemming van hun werkgever moeten hebben verkregen.

2. Een kiesgerechtigde kan slechts in één geleding het kiesrecht uitoefenen.

3. Een lid van het personeel dat als student aan de faculteit is ingeschreven heeft, uitsluitend kiesrecht in de geleding van het personeel van de facultaire gemeenschap, tenzij hij het kiesrecht wil uitoefenen in de geleding van de studenten van de facultaire gemeenschap en hiervan ook, uiterlijk op een door het stembureau te bepalen datum, schriftelijk mededeling doet aan het stembureau. In het laatstbedoelde geval heeft betrokkene uitsluitend kiesrecht in de geleding van de studenten.

4. Een keuze als bedoeld in het vorige lid kan niet worden herroepen, voordat voor de geleding waarin betrokkene overeenkomstig de keuze of ambtshalve indeling was ingedeeld, een nieuwe verkiezing wordt gehouden.

5.

Een student-assistent heeft uitsluitend kiesrecht in de geleding der studenten.

6.

Zij die deel uitmaken van het stembureau kunnen niet tevens lid zijn van de raad.

Artikel 6 Peildatum

1. Het stembureau stelt tenminste tien weken voor de in art. 2 bedoelde werkdag de datum vast waarop moet zijn voldaan aan de vereisten ter verkrijging van het kiesrecht; deze datum wordt aangeduid als peildatum.

2. Een lid van de kiezersgemeenschap, dat na de peildatum die gemeenschap verlaat, verliest daardoor zijn kiesrecht.

3. Met ingang van de datum waarop het stembureau bericht heeft ontvangen dat een student zijn inschrijving voor het lopende studiejaar heeft beëindigd op grond van het bepaalde in artikel 7.42 van de wet wordt het kiesrecht van betrokkene geacht te zijn vervallen.

4. De personen, van wie het kiesrecht is vervallen, worden door het stembureau ambtshalve uit het kiezersregister geschrapt.