Reglement samenstelling FR CTW versie februari 2002

Kenmerk: CTW/A-010585

Datum: februari 2002

Reglement voor de Faculteitsraad

van de Faculteit Construerende Technische Wetenschappen

De decaan CTW heeft, gelet op de bepalingen in de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, na verkregen instemming van de Faculteitsraad, vastgesteld op 5 februari 2002 het Reglement Faculteitsraad CTW. Het reglement is op 5 februari 2002 van kracht geworden.

INHOUDSOPGAVE Pagina

Hoofdstuk l Algemene bepalingen

Artikel 1 Begripsbepalingen 4

Artikel 2 Taak van de Faculteitsraad 4

Hoofdstuk ll Samenstelling en zittingsduur

Artikel 3 Samenstelling 4

Artikel 4 Zittingsperiode 5

Artikel 5 Verkiezingen 5

Hoofdstuk lll Algemene bevoegdheden

Artikel 6 Algemene bevoegdheden faculteitsraad 5

Artikel 7 Overlegvergadering decaan en FR 5

Artikel 8 Openbaarheid van de overlegvergadering decaan en FR 6

Artikel 9 Instellen adviescommissies 6

Artikel 10 Huishoudelijk reglement 6

Hoofdstuk lV Verdere bevoegdheden

Artikel 11 Instemming- en adviesrechten faculteitsraad 6

Artikel 12 Bevoegdheden personeelsgeleding 7

Artikel 13 Nadere regels 7

Artikel 14 Procedure bij verlenen instemming of advies 7

Artikel 15 Adviesaanvraag 8

Artikel 16 Instemmingsvraag 8

Artikel 17 Geschillen 8

Hoofdstuk V Rechten en plichten

Artikel 18 Informatieplicht 8

Artikel 19 Initiatiefrecht 9

Artikel 20 Bescherming tegen benadeling 8

Artikel 21 Geheimhouding 8

Artikel 22 Voorzieningen van de FR 9

Hoofdstuk Vl Werkwijze

Artikel 23 Bijeenroepen vergadering FR 9

Artikel 24 Verantwoordelijkheden secretaris FR 9

Artikel 25 Stemprocedure 10

Artikel 26 Verslag van de vergadering FR 10

Artikel 27 Verslag van de Overlegvergadering decaan en FR 11

Artikel 28 Jaarverslag van de Faculteitsraad 11

Hoofdstuk Vll Slotbepalingen

Artikel 29 Wijziging van dit reglement 11

Artikel 30 Citeertitel 11

I ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1 Begripsbepalingen

1.

Dit reglement verstaat onder:
a. de wet, WHW : de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW);
b. faculteit : de faculteit Construerende Technische Wetenschappen (CTW)
c. decaan : de decaan van de faculteit CTW
d. faculteitsraad, FR :de raad van de faculteit CTW bedoeld in artikel 9.37 van de wet
e. overlegvergadering :de vergadering, waarin de FR en de decaan gezamenlijk overleggen
f. personeelsgeleding :het deel van de FR dat uit en door het personeel is gekozen
g. studentgeleding :het deel van de FR dat uit en door de studenten is gekozen
h. secretaris FR: :door FR gekozen secretaris

i. ambtelijk secretaris :de door de decaan benoemde ambtelijk secretaris van de FR

2. Overal, waar in dit reglement de mannelijke vorm wordt gebruikt, kan ook de vrouwelijke vorm worden gelezen.

Artikel 2 Taak van de Faculteitsraad

1.

De taak en functie van de FR is gelegen in het door uitoefening van medezeggenschap bevorderen van de ontwikkeling en implementatie van beleid van hoge kwaliteit in het belang van de Faculteit en rekening houdend met de verschillende visies die leven in de Faculteit.

2.

De FR behartigt de belangen van studenten en personeel.

1.

In het kader van deze algemene taakstelling worden de volgende bijzondere taakgebieden genoemd:

a.

De FR bevordert naar vermogen de kwaliteit van de primaire processen, het wetenschappelijk onderwijs en onderzoek, binnen de Faculteit alsmede van de daarvoor benodigde voorzieningen;

b.

De FR bevordert de betrokkenheid van personeel en studenten bij de algemene gang van zaken in de Faculteit;

c.

De FR streeft naar het formuleren van een gemeenschappelijk standpunt van de personeelsgeleding en de studentengeleding in de FR;

d.

De FR bevordert naar vermogen openheid, openbaarheid en onderling overleg in de Faculteit.

e.

De FR handelt uit integraal belang voor de gehele faculteit.

De FR waakt voorts in de Faculteit in het algemeen voor discriminatie op welke grond dan ook en bevordert in het bijzonder de gelijke behandeling van mannen en vrouwen alsmede de inschakeling van gehandicapten en allochtonen.

II SAMENSTELLING EN ZITTINGSDUUR

Artikel 3 Samenstelling

1.

De faculteitsraad bestaat uit 10 personen, waarvan de helft uit leden die door en uit het personeel worden gekozen, en voor de helft uit leden die door en uit de studenten worden gekozen.

2.

De faculteitsraad kiest uit zijn midden een voorzitter en een of meer plaatsvervangende voorzitters en secretaris.

3.

De voorzitter, of bij diens verhindering de plaatsvervangend voorzitter, vertegenwoordigt de faculteitsraad in rechte.

4.

Het dagelijks bestuur van de FR, dat wordt gekozen voor een periode van 1 jaar, bestaat uit tenminste 3 en ten hoogste 5 leden. De voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter maken deel uit van het dagelijks bestuur.

5.

Het dagelijks bestuur heeft onder meer tot taak het voorbereiden van vergaderingen. Het dagelijks bestuur maakt met de decaan afspraken over de te volgen procedures.

6.

De decaan benoemt, na overleg met het dagelijks bestuur, een ambtelijk secretaris van de FR als ondersteuning van de FR. De ambtelijk secretaris draagt onder meer zorg voor de opstelling van vergaderagenda’s, de verzending van stukken en het maken van verslagen van overlegvergaderingen.

Artikel 4 Zittingsperiode

1.

De zittingsperiode van de leden van de FR vangt aan op 1 september van het jaar waarin de verkiezingen hebben plaatsgevonden.

2.

De leden van de personeelsgeleding van de FR worden verkozen voor een periode van twee jaar. De leden van de studentengeleding van de FR worden verkozen voor de periode van één jaar.

3.

Aan het einde van hun zittingsperiode treden de geledingen in hun geheel af.

4.

De aftredende leden van de FR zijn terstond herkiesbaar voor een nieuwe zittingsperiode.

Artikel 5 Verkiezingen

De wijze en de organisatie van de verkiezingen van de leden van de FR worden geregeld in het Kiesreglement Faculteitsraad, dat als bijlage aan het faculteitsreglement is toegevoegd.

III ALGEMENE BEVOEGDHEDEN

Artikel 6 Algemene bevoegdheden faculteitsraad

1.

De faculteitsraad oefent tegenover de decaan van de faculteit het instemmingsrecht en het adviesrecht uit die toekomen aan de Faculteitsraad, voor zover het aangelegenheden betreft die de faculteit in het bijzonder aangaan en de desbetreffende bevoegdheden tevens aan de decaan zijn toegekend.

2.

De faculteitsraad wordt vertrouwelijk gehoord over benoeming en ontslag van de decaan.

3.

De decaan stelt de faculteitsraad tenminste twee maal per jaar in de gelegenheid de algemene gang van zaken in de faculteit met hem te bespreken. De decaan en de raad komen bijeen, indien daarom onder opgave van redenen wordt verzocht door de decaan, de raad, de personeelsgeleding of de studentgeleding. De vergadering wordt gehouden binnen 3 weken nadat daartoe een verzoek is ingediend.

4.

De decaan verstrekt de raad aan het begin van het studiejaar schriftelijk de basisgegevens met betrekking tot de organisatie van de faculteit en de hoofdpunten van het reeds vastgestelde beleid. De decaan stelt de raad tenminste eenmaal per jaar schriftelijk in kennis van het door hem in het afgelopen jaar gevoerde beleid en van de beleidsvoornemens voor het komende jaar. Voorts verschaft de decaan de raad tijdig alle inlichtingen die deze voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijze nodig heeft.

5.

Indien bij een bepaalde vergadering of een onderdeel daarvan een bij uitstek persoonlijk belang van een van de leden van de raad in het geding is, kan de raad besluiten dat het betrokken lid aan die vergadering of dat onderdeel daarvan niet deelneemt. De raad besluit dan tevens dat de behandeling van de desbetreffende aangelegenheid in een besloten vergadering plaats heeft.

6.

De raad doet jaarlijks schriftelijk verslag van zijn werkzaamheden en draagt er zorg voor dat alle bij de faculteit betrokkenen van het verslag kennis kunnen nemen. De raad draagt er zorg voor dat de agenda’s en de door de FR goedgekeurde verslagen van de vergaderingen van de raad worden toegezonden aan de decaan en worden gepubliceerd op intranet.

Artikel 7 Overlegvergadering decaan en FR

1.

De voorzitter (volgens art. 7.7) bepaalt tijd en plaats van de vergadering. De bijeenroeping geschiedt door de ambtelijk secretaris, door middel van een schriftelijke kennisgeving. De agenda plus bijbehorende stukken worden tenminste 1 week voor de vergadering aan de leden van de FR toegezonden.

2.

De vergadering kan slechts plaatsvinden indien tenminste de helft van de leden van de FR aanwezig is.

3.

In de overlegvergadering worden de aangelegenheden de Faculteit betreffende aan de orde gesteld, waarover hetzij de decaan, hetzij de FR overleg wenselijk acht of waarover ingevolge het bij of krachtens de wet bepaalde overleg tussen de decaan en de FR moet plaatsvinden.

4.

De decaan kan zich bij het overleg laten bijstaan door een of meer bij de Faculteit werkzame personen.

5.

In overleg tussen decaan en FR wordt bepaald door wie de overlegvergadering wordt geleid.

6.

De agenda van de overlegvergadering bevat aangelegenheden die door de decaan, door de FR, door de personeelsgeleding of de studentgeleding bij de ambtelijk secretaris van de FR voorafgaand aan het overleg zijn aangemeld.

7.

Een overlegvergadering wordt geschorst door de voorzitter, wanneer de decaan of de FR ten aanzien van een bepaalde aangelegenheid afzonderlijk beraad wenselijk acht.

8.

De ambtelijk secretaris van de FR draagt zorg voor een verslag van de overlegvergadering.

Artikel 8 Openbaarheid van de overlegvergadering decaan en FR

1.

De overlegvergaderingen zijn openbaar, tenzij de aard van de aangelegenheid zich tegen openbaarheid verzet naar het oordeel van de voorzitter van de overlegvergadering, de decaan of de FR. Een besluit tot het houden van een besloten vergadering dient te worden gemotiveerd.

2.

Indien bij een (deel van een) overlegvergadering een persoonlijk belang van een van de leden van de FR in het geding is, kan de FR besluiten dat het betrokken lid aan (dat deel van) de overlegvergadering niet deelneemt. De FR besluit dan tevens dat de behandeling van de betreffende aangelegenheid in een besloten (deel van de) overlegvergadering plaatsvindt.

3.

Van een besloten (deel van een) overlegvergadering wordt een beknopt vertrouwelijk verslag gemaakt.

Artikel 9 Instellen adviescommissies

1.

De FR kan voor de behandeling van onderwerpen adviescommissies instellen en deskundigen raadplegen.

2.

In een adviescommissie kunnen behalve leden van de FR ook andere personen door de FR worden benoemd. Benoeming van leden van buiten de Faculteit is mogelijk indien daarover overleg met de decaan heeft plaatsgevonden.

Artikel 10 Huishoudelijk reglement

De FR kan voor zijn werkwijze en de orde van de vergaderingen een huishoudelijk reglement vaststellen, dat niet strijdig mag zijn met de wet en dit reglement. Het reglement bevat dan in elk geval regels omtrent de wijze van bijeenkomen van de FR, de interne vergaderingen en de openbaarheid daarvan, de agendering, de stemprocedure, de besluitvorming en de verslaglegging.

IV VERDERE BEVOEGDHEDEN

Artikel 11 Instemming- en adviesrechten faculteitsraad

1.

De decaan behoeft de instemming van de faculteitsraad voor elk ter zake voorgenomen besluit met betrekking tot de volgende onderwerpen:

a.

het faculteitsreglement, als bedoeld in artikel 9.14 WHW.

b.

de onderwijs- en examenregeling, als bedoeld in artikel 7.13 WHW met uitzondering van de onderwerpen genoemd in het tweede lid van artikel 7.13, de onderdelen a t/m g.

2.

Het instemmingsrecht heeft verder betrekking op:

a.

het facultaire beleidsplan;

b.

de vormgeving van het systeem van kwaliteitszorg als bedoeld in artikel 1.18 WHW, alsmede het voorgenomen beleid in het licht van de uitkomsten van de kwaliteitsbeoordeling, als bedoeld in artikel 2.9 WHW;

c.

aangelegenheden op het gebied van de veiligheid, de gezondheid en het welzijn in verband met de arbeid in de faculteit;

3.

In relatie tot het facultaire beleidsplan geldt dat de FR instemming heeft op nieuw facultair beleid t.a.v. onderwijs, onderzoek en facultaire voorzieningen, zoals dat in een beleidsplan behoort te worden opgenomen, alsmede op majeure uitwerkingen van in het facultaire beleidsplan opgenomen beleid. Hieronder worden begrepen het leerstoelenplan en het instellen of beëindigen van opleidingen van de eigen faculteit.

4.

Het adviesrecht heeft betrekking op:

a.

het facultaire begrotingsplan en het bijbehorende jaarplan;

b.

de onderwijs- en examenregeling, bedoeld in artikel 7.13 WHW ten aanzien van de onderdelen a t/m g;

c.

de onderwijsvoorzieningen;

d.

huisvestingsbeleid;

e.

onderwijskundige projecten;

f.

PR en voorlichtingsbeleid;

g.

Opzetten en opzeggen van duurzame samenwerkingsverbanden met andere faculteiten, universiteiten of instituten.

Artikel 12 Bevoegdheden personeelsgeleding

1.

De decaan voorziet er in dat de personeelsgeleding van de faculteitsraad tijdig in de gelegenheid wordt gesteld advies aan de decaan uit te brengen en overleg te voeren over voorgenomen maatregelen met betrekking tot:

a.

de wijze waarop de arbeids- en dienstvoorwaarden bij de faculteit worden toegepast;

b.

de wijze waarop het algemeen personeelsbeleid bij de faculteit wordt uitgevoerd;

c.

de technische en economische dienstuitvoering bij de faculteit;

d.

reorganisatieplan.

2.

De in het vorige lid bedoelde rechten van de personeelsgeleding kunnen worden uitgeoefend in de mate waarin de decaan via mandaat van het College van Bestuur over de desbetreffende bevoegdheden beschikt.

3.

De personeelsgeleding is bevoegd de decaan voorstellen te doen met betrekking tot de in het eerste lid genoemde aangelegenheden.

4.

De decaan behoeft de voorafgaande instemming van de personeelsgeleding voor elke maatregel die hij bevoegd is te nemen en waarover de personeelsgeleding op grond van het eerste lid heeft geadviseerd.

5.

De uitoefening van de rechten van de personeelsgeleding, bedoeld in het eerste, derde en vierde lid, geschiedt op overeenkomstige wijze als de FR als geheel dat doet.

Artikel 13 Nadere regels

De bepalingen opgenomen in artikel 11 en 12 zijn niet van toepassing voor zover de betrokken aangelegenheid voor de Faculteit reeds inhoudelijk is geregeld in een bij of krachtens de wet gegeven voorschrift of CAO;

of indien en voor zover het College van Bestuur universitair beleid of regels heeft vastgesteld in overeenstemming met de universiteitsraad of het OPUT.

Artikel 14 Procedure bij verlenen instemming of advies

1.

Een door de decaan te nemen besluit dat de instemming of het advies van de FR behoeft, wordt door de decaan schriftelijk aan de FR voorgelegd. De decaan verstrekt daarbij ongevraagd die informatie die de FR nodig heeft om advies of instemming te kunnen geven over het te nemen besluit.

2.

De decaan motiveert het voorgenomen besluit en duidt voor zover mogelijk aan welke gevolgen het besluit naar zijn oordeel zal hebben voor de faculteit, voor het personeel en voor de bij de faculteit ingeschreven studenten, alsmede, welke maatregelen er naar zijn oordeel bij de uitvoering van het besluit moeten worden genomen.

3.

De FR maakt met betrekking tot een voorgenomen besluit, als bedoeld in het eerste lid van dit artikel, geen gebruik van zijn bevoegdheid tot medezeggenschap voordat over de betreffende aangelegenheid overleg is gevoerd met de decaan, tenzij beide partijen te kennen geven aan dit overleg geen behoefte te hebben.

4.

Zo spoedig mogelijk en in ieder geval binnen 30 dagen nadat het voorgenomen besluit in een vergadering aan de FR is voorgelegd brengt de FR schriftelijk advies uit aan de decaan dan wel deelt de FR mede of de gevraagde instemming is verleend, met dien verstande dat een voorgenomen besluit en de in lid 1. en lid 2. bedoelde informatie tenminste 10 dagen voor de vergadering bij het secretariaat van de FR moet zijn aangeboden. Neemt de faculteitsraad binnen de gestelde termijn geen beslissing, dan wordt zij geacht met het desbetreffende voorstel te hebben ingestemd.

5.

Van de termijnen genoemd in lid 4 van dit artikel kan worden afgeweken indien de decaan en het dagelijks bestuur van de FR dit overeenkomen.

6.

Het niet of niet tijdig nemen van een besluit door de decaan staat gelijk aan een besluit.

7.

Indien de FR het oordeel uitspreekt dat de decaan een besluit van de decaan had moeten voorleggen aan de FR, brengt de FR dit gemotiveerd ter kennis van de decaan. De decaan overlegt met de FR. Indien na dit overleg de decaan het besluit niet alsnog aan de FR voorlegt en de FR besluit het standpunt te handhaven en dit ter kennis brengt van de decaan, dan is sprake van een geschil waarop artikel 17 van toepassing is.

Artikel 15 Adviesaanvraag

1.

Indien een door de decaan te nemen besluit krachtens dit reglement vooraf aan de FR ter advies dient te worden voorgelegd, draagt de decaan er zorg voor dat:

a.

het advies van de FR wordt gevraagd op een zodanig tijdstip dat het advies van wezenlijke invloed kan zijn op de besluitvorming;

b.

de FR in de gelegenheid wordt gesteld met hem overleg te voeren voordat advies wordt uitgebracht, behoudens art. 14, lid 3;

c.

de FR zo spoedig mogelijk, maar tenminste binnen zes weken nadat de decaan het schriftelijke advies heeft ontvangen, schriftelijk in kennis wordt gesteld van de wijze waarop aan het uitgebrachte advies gevolg wordt gegeven, en

d.

de FR, indien de decaan het advies niet of niet geheel wil volgen, schriftelijk en met redenen omkleed hiervan op de hoogte wordt gesteld en in de gelegenheid wordt gesteld nader overleg met hem te voeren alvorens het besluit definitief wordt genomen;

e.

indien het uiteindelijke besluit in afwijking van het advies van de FR wordt genomen, dit met redenen omkleed op het besluit wordt vermeld.

2.

Indien de decaan een besluit heeft genomen en daarbij het uitgebrachte advies niet of niet geheel volgt en de FR van oordeel is dat daardoor de belangen van de Faculteit of de belangen van de FR ernstig worden geschaad, dan wordt de procedure als beschreven in artikel 17 gevolgd.

Artikel 16 Instemmingsvraag

1.

Indien een door de decaan te nemen besluit krachtens dit reglement vooraf aan de FR ter instemming dient te worden voorgelegd, draagt de decaan er zorg voor dat de instemming van de FR wordt gevraagd op een zodanig tijdstip dat het overleg over het voorgenomen besluit een wezenlijke invloed op het definitieve besluit kan hebben.

2.

De FR besluit niet over het al dan niet verlenen van instemming dan nadat over het voorgenomen besluit overleg is gevoerd, behoudens art. 14, lid 3.

3.

Binnen zes weken nadat de decaan de schriftelijke kennisgeving van de FR heeft ontvangen dat deze zijn instemming niet verleent aan een voorgenomen besluit, deelt de decaan de FR schriftelijk mee of het voorstel wordt ingetrokken dan wel wordt gehandhaafd.

4.

Indien het in lid 3 bedoelde voorstel gehandhaafd blijft, wordt de procedure als beschreven in artikel 17 gevolgd.

Artikel 17 Geschillen

Indien een geschil is ontstaan tussen de decaan en de FR, meldt, conform het bepaalde in artikel 9.40 lid 4 WHW, de decaan dan wel de FR dit geschil bij het college van bestuur. Het college van bestuur legt het geschil voor aan de landelijke commissie voor geschillen, als bedoeld in artikel 9.39 e.v. WHW, tenzij het college van bestuur van oordeel is dat het geschil kan worden opgelost zonder tussenkomst van de commissie voor geschillen en dat oordeel gepaard doet gaan aan een voorstel ter oplossing van het geschil, waar zowel de decaan als de FR mee instemt.

V RECHTEN EN PLICHTEN

Artikel 18 Informatieplicht

1.

De decaan verschaft de FR, al dan niet gevraagd, tijdig alle inlichtingen die deze voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig heeft. Deze termijn kan slechts bij uitzondering overschreden worden en dient gemotiveerd aan de FR te worden medegedeeld.

2.

De inlichtingen die de decaan overeenkomstig het eerste lid verstrekt, worden schriftelijk verstrekt, tenzij anders is overeengekomen.

3.

De decaan stelt de FR tenminste eenmaal per jaar schriftelijk in kennis van het door hem in het afgelopen jaar gevoerde beleid en van de beleidsvoornemens voor het komende jaar ten aanzien van de Faculteit op financieel, organisatorisch en onderwijskundig gebied.

4.

De decaan stelt de FR onverwijld in kennis van belangrijke ontwikkelingen en voornemens met betrekking tot de aangelegenheden beschreven in het facultaire beleidsplan.

5.

De decaan en het dagelijks bestuur van de FR hebben regelmatig inhoudelijk overleg over lopende zaken.

Artikel 19 Initiatiefrecht

De FR is bevoegd over alle aangelegenheden de Faculteit betreffende aan de decaan voorstellen te doen en standpunten kenbaar te maken. De decaan brengt op de voorstellen binnen 6 weken een schriftelijke, met redenen omklede reactie uit aan de FR in de vorm van een voorstel. Alvorens over te gaan tot het uitbrengen van de hiervoor bedoelde reactie, stelt de decaan de FR tenminste eenmaal in de gelegenheid met hem overleg te plegen over zijn voorstel.

Artikel 20 Bescherming tegen benadeling

De decaan draagt er zorg voor dat de leden van de FR niet uit hoofde van hun lidmaatschap van de FR worden benadeeld in hun positie met betrekking tot de Faculteit. Dit is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van kandidaat-leden en voormalige leden.

Artikel 21 Geheimhouding

1.

De leden van de FR en de leden van de commissies van de FR, alsmede de geraadpleegde deskundigen zijn verplicht tot geheimhouding van alle aangelegenheden die zij in hun hoedanigheid vernemen ten aanzien waarvan de decaan dan wel de FR of de betrokken commissie hen geheimhouding oplegt. Het voornemen om geheimhouding op te leggen wordt zoveel mogelijk voor de behandeling van de betrokken aangelegenheid meegedeeld. Degene die de geheimhouding oplegt, deelt daarbij tevens mee, welke schriftelijk of mondeling verstrekte gegevens onder de geheimhouding vallen en hoe lang deze dient te duren, alsmede of er personen zijn ten aanzien van wie de geheimhouding niet in acht behoeft te worden genomen.

2.

Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van degenen die met het secretariaat van de FR of van een commissie van de FR zijn belast.

3.

De in het eerste lid bedoelde verplichting geldt niet tegenover hen die ingevolge een rechterlijke opdracht zijn belast met een onderzoek naar de gang van zaken in de Faculteit.

4.

De in het eerste lid bedoelde verplichting geldt voorts niet tegenover hem die door een lid van de FR of door een lid van een commissie van de FR wordt benaderd voor overleg, mits de decaan, onderscheidenlijk degene die geheimhouding heeft opgelegd, vooraf toestemming heeft gegeven voor het overleg met de betrokken persoon en deze laatste schriftelijk heeft verklaard, dat hij zich ten aanzien van de betrokken aangelegenheid tot geheimhouding verplicht. In dat geval is ten aanzien van de bedoelde persoon het eerste lid van overeenkomstige toepassing.

5.

Een weigering de in het vorig lid bedoelde toestemming te verlenen, wordt door de decaan, onderscheidenlijk door degene die geheimhouding heeft opgelegd, met redenen omkleed.

6.

De plicht tot geheimhouding vervalt niet door beëindiging van het lidmaatschap van de FR of van de betrokken commissies.

Artikel 22 Voorzieningen van de FR

1.

De decaan staat de FR het gebruik toe van voorzieningen en opleidingen die de FR voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs nodig heeft.

2.

De kosten die redelijkerwijs noodzakelijk zijn voor de vervulling van de taak van de FR en de commissies van de FR komen ten laste van de faculteit.

3.

De kosten van het raadplegen van een deskundige of benoemen van een extern adviseur door de FR of een commissie van de FR komen ten laste van de faculteit, indien en voor zover de decaan van de te maken kosten vooraf in kennis is gesteld.

4.

De in redelijkheid te maken kosten voor het voeren van rechtsgedingen en het inschakelen van rechtsbijstand door de FR komen ten laste van de faculteit.

5.

In rechtsgedingen tussen de decaan en FR draagt de faculteit de proceskosten indien de FR tot de proceskosten veroordeeld zou worden.

6.

De faculteitsraad vergadert zoveel mogelijk tijdens de normale arbeidstijd.

7.

De personeelsleden van de FR behouden voor de tijd gedurende welke zij ten gevolge van het bijwonen van een vergadering van de faculteitsraad niet de bedongen arbeid hebben verricht, hun aanspraak op bezoldiging.

8.

De leden van de FR ontvangen een vergoeding volgens de door het CvB in overeenstemming met de Universiteitsraad vastgestelde ‘Regeling vergoeding medezeggenschapsorganen UT’.

VI WERKWIJZE

Artikel 23 Bijeenroepen vergadering FR

1.

De faculteitsraad komt bijeen in de navolgende gevallen:
a. op verzoek van de voorzitter;
b. op verzoek van tenminste een derde van de leden.

2.

De voorzitter bepaalt tijd en plaats van de vergadering. Een vergadering op verzoek van de leden van de faculteitsraad vindt plaats binnen 14 dagen nadat het verzoek daartoe bij de voorzitter is neergelegd.

3.

De bijeenroeping geschiedt door de secretaris, door middel van een schriftelijke kennisgeving aan de leden. Behoudens spoedeisende gevallen, geschiedt de bijeenroeping tenminste 7 dagen voor de te houden vergadering.

4.

De vergadering kan slechts plaatsvinden als tenminste de helft van de zittende leden van faculteitsraad aanwezig is.

Artikel 24 Verantwoordelijkheden secretaris FR

1.

De secretaris is verantwoordelijk voor het bijeenroepen van de faculteitsraad, het opmaken van de agenda, het opstellen van het verslag van de vergadering, alsmede voor het voeren van de briefwisseling en het beheren van de voor de vergadering bestemde en van de vergadering uitgaande stukken.

2.

De secretaris maakt in overleg met de voorzitter voor iedere vergadering een agenda op. Ieder lid van de faculteitsraad kan bij de secretaris een voorstel indienen voor plaatsing van een onderwerp op de agenda.

3.

De secretaris maakt de agenda bekend aan de leden van de faculteitsraad, de decaan en de personeelsleden. Behoudens in spoedeisende gevallen, geschiedt de bekendmaking tenminste 7 dagen voor de vergadering van de faculteitsraad.

Artikel 25 Stemprocedure

1.

De faculteitsraad beslist bij meerderheid van stemmen. Een voorstel is aangenomen als blijkt dat, ongeacht het aantal blanco stemmen, meer leden voor het voorstel hebben gestemd dan er tegen. De stem van een lid van de faculteitsraad telt hierbij voor één stem mee.

2.

Over zaken wordt mondeling en over personen wordt schriftelijk gestemd.

3.

De stemming geschiedt indien de voorzitter of één van de leden dat verlangt. Indien over een voorstel geen stemming wordt gevraagd is het voorstel aangenomen.

4.

Een stemming is alleen geldig indien tenminste de helft van het aantal leden, dat zitting heeft en zich niet op grond van artikel 6.5 heeft moeten onthouden van stemming, daaraan heeft deelgenomen. Bij de stemming is ieder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet op grond van artikel 6.5 moet onthouden verplicht zijn stem voor, tegen of blanco uit te brengen.

5.

Indien bij een besluit tot benoeming van een persoon geen van de kandidaten bij de eerste stemming de gewone meerderheid haalt, vindt herstemming plaats tussen de twee kandidaten die bij de eerste stemming de meeste stemmen kregen. Bij deze herstemming is diegene gekozen, die alsdan de meeste stemmen op zich heeft verenigd. Indien de stemmen staken beslist het lot.

6.

Bij staking van stemmen op een voorstel tot een door de faculteitsraad te nemen besluit dat geen betrekking heeft op een te benoemen persoon, wordt dit voorstel op de eerstvolgende vergadering opnieuw aan de orde gesteld. Indien dan wederom de stemmen staken, wordt het voorstel geacht te zijn verworpen.

Artikel 26 Verslag van de FR vergadering

1.

Van iedere vergadering van de FR wordt een verslag gemaakt. De secretaris zendt dit verslag zo spoedig mogelijk toe aan de leden.

1.

Tenzij een lid van de faculteitsraad of de decaan binnen 1 week na toezending een met redenen toegelicht bezwaar heeft gemaakt tegen het verslag, maakt de secretaris het verslag bekend aan de decaan, de personeelsleden en de studenten. Het bekend te maken verslag bevat geen gegevens waaromtrent geheimhouding is afgesproken met de decaan.

1.

Indien een bezwaar als bedoeld in het vorige lid is gemaakt, maakt de secretaris het verslag eerst bekend nadat de faculteitsraad over het verslag heeft beslist.

Artikel 27 Verslag van de overlegvergadering decaan en FR

1. Van iedere overlegvergadering decaan en FR wordt een verslag gemaakt. De ambtelijk secretaris zendt dit verslag zo spoedig mogelijk toe aan de leden.

2. Tenzij een lid van de faculteitsraad of de decaan binnen 1 week na toezending een met redenen toegelicht bezwaar heeft gemaakt tegen het verslag, maakt de ambtelijk secretaris het verslag bekend aan de decaan, de personeelsleden en de studenten. Het bekend te maken verslag bevat geen gegevens waaromtrent geheimhouding is afgesproken met de decaan.

3. Indien een bezwaar als bedoeld in het vorige lid is gemaakt, maakt de secretaris het verslag eerst bekend nadat de faculteitsraad en de decaan over het verslag heeft beslist.

Artikel 28. Jaarverslag van de Faculteitsraad

1. De ambtelijk secretaris maakt jaarlijks vóór 1 september een verslag van de werkzaamheden c.q. een overzicht van de genomen besluiten in de overlegvergaderingen van decaan en FR in het afgelopen jaar. Dit jaarverslag behoeft de goedkeuring van de faculteitsraad.

2. De ambtelijk secretaris maakt het jaarverslag zo spoedig mogelijk na de goedkeuring bekend aan de decaan, de personeelsleden en de studenten.

VII SLOTBEPALINGEN

Artikel 29 Wijziging van dit reglement

1.

Dit reglement kan worden gewijzigd en aangevuld bij besluit van de decaan.

1.

Alvorens tot wijziging of aanvulling te besluiten, legt de decaan de aanvulling of wijziging voor aan de faculteitsraad. De decaan stelt de aanvulling of wijziging niet vast dan nadat en voor zover het voorstel de instemming van tweederde van de zittende leden van de faculteitsraad heeft verworven.

Artikel 30 Citeertitel

Dit reglement kan worden aangehaald als: Reglement Faculteitsraad CTW.