Faculteitsreglement CTW versie oktober 2008

Kenmerk: CTW/A-08.0729

Datum: 6 oktober 2008

Faculteitsreglement

van de

Faculteit Construerende Technische Wetenschappen

Faculty of Engineering Technology

Inhoudsopgave

Hoofdstuk I Algemeen

Artikel 1 Begripsbepalingen

Hoofdstuk II De inrichting en bestuur van de faculteit

Paragraaf 1

Artikel 2 Het bestuur van de faculteit

Artikel 3 De taken van de decaan

Artikel 4 Verantwoordingsplicht en inlichtingenplicht van de decaan

Artikel 5 Het managementteam van de faculteit

Artikel 6 Het beheer van de faculteit

Paragraaf 2

Artikel 7 De portefeuillehouder onderwijs

Artikel 8 Het bestuur van de opleiding(en) van de faculteit

Artikel 9 De taken van de opleidingsdirecteur

Artikel 10 De Toelatingscommissie Masteropleidingen

Artikel 11 De examencommissie(s)

Paragraaf 3

Artikel 12 De opleidingscommissie(s)

Artikel 13 Taken van de opleidingscommissie (s)

Paragraaf 4

Artikel 14 Onderzoek

Paragraaf 5

Artikel 15 Overige adviesorganen binnen de faculteit

Hoofdstuk III Het collectief recht van beklag van studenten

Artikel 16 Wijze van uitoefening

Hoofdstuk IV Overige onderwerpen

Artikel 17 Het studieadvies

Artikel 18 Benoemingsadviescommissies

Artikel 19 De faculteitsraad binnen de faculteit

Hoofdstuk V Slotbepalingen

Artikel 20 Verschil van mening

Artikel 21 Naamgeving

Hoofdstuk I Algemeen

Artikel 1 Begripsbepalingen

In dit reglement wordt verstaan onder de wet: De Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek. De overige in dit reglement voorkomende begrippen hebben, indien ze ook voorkomen in de wet, dezelfde betekenis als in de wet.

Hoofdstuk II De inrichting en bestuur van de faculteit

Paragraaf 1

Artikel 2 Het bestuur van de faculteit

2.1. Het bestuur en beheer van de faculteit is opgedragen aan de decaan van de faculteit, verder te noemen de decaan.

2.2. De decaan wordt (her)benoemd, geschorst en ontslagen door het college van bestuur. De decaan kan om gewichtige redenen -bij een met redenen omkleed besluit- tussentijds worden geschorst of ontslagen. Het college hoort vertrouwelijk de faculteitsraad, alvorens te besluiten tot benoeming, (tussentijdse) schorsing of (tussentijds) ontslag, anders dan op eigen verzoek, van de decaan.

2.3. De decaan wordt benoemd voor een periode van 5 jaar en kan worden herbenoemd.

2.4. De decaan bezit de hoedanigheid van hoogleraar.

Artikel 3 De taken van de decaan

3.1 De decaan is belast met de algemene leiding van de faculteit. De decaan is voorts belast met het bestuur en de inrichting van de faculteit voor wat betreft het onderwijs en de wetenschapsbeoefening.

3.2 De decaan stelt ter nadere regeling van het bestuur en inrichting van de faculteit het faculteitsreglement vast. De vaststelling c.q. wijziging van het faculteitsreglement behoeft de goedkeuring van het college van bestuur.

3.3 De decaan werkt mede aan het bestuur van de universiteit door onder meer het plegen van overleg met het college van bestuur ter zake van de voorbereiding van het instellingsplan en de begroting.

3.4 De decaan stelt vakgroepen in.

3.5 De decaan oefent het recht van voordracht uit met betrekking tot het verlenen van een doctoraat honoris causa.

3.6 De decaan is voorts ondermeer belast met de taken als genoemd in artikel 9.15 WHW.

Artikel 4 Verantwoordingsplicht en inlichtingenplicht van de decaan

De decaan is verantwoording schuldig aan het college van bestuur (art. 9.16. WHW). Hij verstrekt het college de gevraagde inlichtingen omtrent de faculteit.

Artikel 5 Het managementteam van de faculteit

5.1. De decaan laat zich bijstaan door een facultair managementteam.

5.2. Het facultair managementteam bestaat uit de decaan, de directeur bedrijfsvoering, een vertegenwoordiging van de opleidingsdirecteuren en maximaal drie hoogleraren.

5.3. In het facultaire managementteam overlegt de decaan over zaken van algemeen belang van de faculteit. Het facultaire managementteam bewaakt samen met de decaan de coherentie tussen het facultaire beleid en het universitaire beleid en de resultaten van het onderwijs en onderzoek in relatie tot de plannen. Verder borgt het facultaire managementteam de samenhang tussen onderwijs en onderzoek.

Artikel 6 Het beheer van de faculteit

6.1. De decaan stelt een directeur bedrijfsvoering en een controller aan met inachtneming van de richtlijnen die het college van bestuur daarover verstrekt. Deze benoemingen behoeven de goedkeuring van het college van bestuur.

6.2. Het beheer van de faculteit wordt door de decaan gemandateerd aan de directeur bedrijfsvoering binnen de grenzen die het college van bestuur en de decaan vaststellen. De directeur bedrijfsvoering geeft leiding aan het geheel van bedrijfsvoeringactiviteiten binnen de faculteit, zulks in overeenstemming met de omvang van de mandatering

6.3. De directeur bedrijfsvoering is lid van het facultaire managementteam.

6.4. De controller bewaakt en rapporteert de decaan over de instellingsbreed uitgezette beleidslijnen inzake het facultaire onderwijs, onderzoek en bedrijfsvoering en performance. Verder adviseert de controller de decaan over de voortgang in de resultaten van onderwijs, onderzoek en bedrijfsvoering in relatie tot de financiële resultaten. Tenslotte adviseert de controller over de consequenties van voorgenomen beleid en over de naleving van universiteitsbrede kaders en richtlijnen.

6.5. De controller is de adviseur van het managementteam van de faculteit.

Paragraaf 2

Artikel 7 De portefeuillehouder onderwijs.

7.1. De decaan is de portefeuillehouder onderwijs.

Artikel 8 Het bestuur van de opleiding(en) van de faculteit

8.1. Het bestuur van een opleiding in de faculteit is opgedragen aan een opleidingsdirecteur.

8.2. De decaan benoemt voor elke opleiding (of combinatie van opleidingen) een opleidingsdirecteur.

8.3. De benoeming van de opleidingsdirecteur behoeft de goedkeuring van het college van bestuur.

Artikel 9 De taken van de opleidingsdirecteur

De opleidingsdirecteur is, onder verantwoordelijkheid van de decaan, belast met:

9.1 het formuleren van het onderwijsbeleid,

9.2 de organisatie van de uitvoering van het onderwijs en de studiebegeleiding.

9.3 de opzet en uitvoering van de kwaliteitszorg, inclusief het doorvoeren van verbeteringen als gevolg van de uitkomsten van de interne en externe kwaliteitstoetsing.

9.4. De opleidingsdirecteur adviseert de decaan met betrekking tot de vaststelling of wijziging van de OER..

9.5. De opleidingsdirecteur regelt de verzorging van de vakken en programmaonderdelen van de OER.

Artikel 10 De Toelatingscommissie Masteropleidingen

10.1 De decaan stelt voor elke masteropleiding een toelatingscommissie in die namens hem belast is met de uitvoering van artikel 9.15 WHW eerste lid sub h.

10.2 De Toelatingscommissie bestaat uit de opleidingsdirecteur en drie (of twee) leden van het wetenschappelijk personeel die belast zijn met onderwijs in die opleiding.

10.3 De facultaire functionaris internationalisering is als adviseur aan de Toelatingscommissie verbonden 

10.4 Toelatingscommissies van verschillende opleidingen binnen CTW kunnen (gedeeltelijk) samenvallen.

Artikel 11 De examencommissie(s)

11.1. De decaan stelt voor iedere opleiding (of groepen van opleidingen) van de faculteit een examencommissie in.

11.2. De decaan benoemt de leden van de examencommissie uit de personeelsleden, die met het verzorgen van het onderwijs in die opleiding zijn belast.

11.3. Ten behoeve van het afnemen van de tentamens wijst de examencommissie examinatoren aan. Als examinator kunnen slechts worden aangewezen personeelsleden, die met het verzorgen van het onderwijs in het desbetreffende programmaonderdeel zijn belast, alsmede deskundigen van buiten de universiteit. De examinatoren verstrekken de examencommissie de gevraagde inlichtingen.

11.4. De examencommissie stelt regels vast met betrekking tot de goede gang van zaken tijdens de tentamens en met betrekking tot de in dat verband te nemen maatregelen. Zij kan de examinatoren richtlijnen en aanwijzingen geven.

Paragraaf 3

Artikel 12 De opleidingscommissie(s)

12.1. Voor elke opleiding van de faculteit wordt door de decaan een opleidingscommissie ingesteld.

12.2. De opleidingscommissie bestaat uit minimaal 6 leden en is voor de helft samengesteld uit personeelsleden en voor de helft uit de voor de desbetreffende opleiding ingeschreven studenten.

12.3. De leden van de opleidingscommissie worden benoemd door de decaan. De studenten worden aangewezen op een nader door de decaan in overeenstemming met de studenten te bepalen wijze.

12.4. De zittingstermijn van de leden van de opleidingscommissie bedraagt voor wat betreft de personeelsleden minimaal 2 jaar en voor wat betreft de studenten minimaal 1 jaar. Zij zijn herbenoembaar.

Artikel 13 De taken van de opleidingscommissies

13.1. De opleidingscommissie heeft tot taak:

a.

het geven van advies over de OER;

b.

het jaarlijks beoordelen van de wijze van uitvoeren van de OER

c.

het desgevraagd of eigener beweging geven van advies aan de opleidingsdirecteur en aan de decaan over alle aangelegenheden betreffende het onderwijs in de desbetreffende opleiding.

13.2. De opleidingscommissie wordt in de gelegenheid gesteld met de opleidingsdirecteur of met de decaan overleg te plegen voordat door de opleidingscommissie advies wordt uitgebracht.

13.3. De opleidingscommissie wordt door de opleidingsdirecteur of de decaan zo spoedig mogelijk schriftelijk of per Email in kennis gesteld van de wijze waarop aan het uitgebrachte advies gevolg wordt gegeven.

Paragraaf 4

Artikel 14 Onderzoek

14.1. Het onderzoek van de faculteit wordt ingebracht in de Instituten, conform de regeling van de Universiteit Twente.

14.2. De decaan en de wetenschappelijk directeur van het instituut hebben beiden een eigen verantwoordelijkheid naar het College van Bestuur.

Paragraaf 5

Artikel 15 Overige adviesorganen binnen de faculteit

De decaan heeft de volgende adviescommissies ingesteld:

de Kamer van hoogleraren

de Disciplineraad Industrieel Ontwerpen

de Disciplineraad Werktuigbouwkunde

de Disciplineraad Civiele Techniek

15.1. De Kamer van Hoogleraren bestaat uit alle hoogleraren van de faculteit.

15.2. De Kamer van Hoogleraren vergadert in aanwezigheid van het MT.

15.3. De Kamer van Hoogleraren vergadert periodiek; de decaan is de voorzitter van de Kamer van Hoogleraren.

15.4 De Kamer van Hoogleraren brengt advies uit aan de decaan over onderwerpen die van strategisch belang zijn voor de faculteit. Voorbeelden daarvan zijn o.a.: het facultaire beleidsplan; het ARBO- en milieumeerjarenplan; investeringen; het starten van nieuwe activiteiten met een belangrijke impact; een eventueel reorganisatieplan.

15.5. Per afdeling/opleiding (Werktuigbouwkunde; Industrieel Ontwerpen; Civiele Techniek) is er een Disciplineraad

15.6. Een Disciplineraad bestaat uit alle hoogleraren van de betreffende afdeling/opleiding.

15.7 De opleidingsdirecteur (van de betreffende opleiding) is lid van de Disciplineraad.

15.8 Een Disciplineraad vergadert periodiek; de decaan is de voorzitter.

15.9. Een Disciplineraad brengt advies uit aan de decaan over onderwerpen die betrekking hebben op de opleiding en het onderzoek, i.h.b. over het integrale karakter daarvan. Voorbeelden daarvan zijn o.a.: het opleidingsprogramma; investeringen; het leerstoelenplan; zaken betreffende visitaties.

Hoofdstuk III Het collectief recht van beklag van studenten

Artikel 16 Wijze van uitoefening

16.1. Het collectief recht van beklag kan worden uitgeoefend ter zake van het niet of niet volledig dan wel in onvoldoende mate nakomen van de verplichtingen van de universiteit jegens studenten.

16.2. Het in het eerste lid bedoelde recht kan worden uitgeoefend door een groep studenten die voor dezelfde opleiding bij de universiteit zijn ingeschreven.

16.3. Het beklag wordt schriftelijk ingediend bij de decaan. Het bevat een duidelijke omschrijving van de bezwaren en van hetgeen volgens de indieners moet gebeuren om deze bezwaren weg te nemen.

16.4. De decaan bevestigt binnen 7 dagen de ontvangst van het klaagschrift en stelt de indieners hiervan in de gelegenheid om binnen een redelijke termijn hierop een toelichting te geven.

16.5. Binnen 6 weken na ontvangst van het klaagschrift deelt de decaan aan de indieners schriftelijk en gemotiveerd mee of het beklag voor hem aanleiding is tot het treffen van maatregelen en - indien dit het geval is - welke maatregelen dit zijn.

16.6.I Indien het beklag een aangelegenheid betreft die niet tot de bevoegdheid van de decaan behoort, zendt de decaan het beklag door aan het bevoegde orgaan of bevoegde functionaris. De decaan deelt dit aan de indieners van het klaagschrift mede. Het gestelde in het vierde en vijfde lid is van overeenkomstige toepassing.

Hoofdstuk IV Overige onderwerpen

Artikel 17 Het studieadvies

Aan het einde van het eerste jaar van inschrijving in de propedeutische fase wordt iedere student die voor de eerste keer is ingeschreven bij de betreffende opleiding van de faculteit, schriftelijk geadviseerd over de voortzetting van de desbetreffende opleiding. Het advies is gebaseerd op de behaalde studieresultaten en wordt namens het college van bestuur uitgebracht door de decaan.

Artikel 18 Benoemingsadviescommissies

18.1. De decaan stelt ter voorbereiding van een advies aan het college van bestuur over de benoeming van een hoogleraar in de faculteit een benoemingsadviescommissie in, in meerderheid bestaande uit hoogleraren, al dan niet uit de faculteit. Tevens is de betrokken opleidingsdirecteur lid van deze commissie.

18.2. Alvorens haar voorstel met betrekking tot het benoemingsadvies uit te brengen, pleegt de commissie overleg met de wetenschappelijk directeur(en) van de betrokken onderzoekinstituten.

18.3. Voor het overige handelt de decaan in overeenstemming met het gestelde in het procedure benoeming hoogleraren Universiteit Twente.

Artikel 19 De faculteitsraad binnen de faculteit

19.1. In de faculteit is overeenkomstig artikel 9.37 WHW een faculteitsraad ingesteld.

19.2. De faculteitsraad bestaat uit 10 personen, waarvan de helft uit leden die door en uit het personeel worden gekozen, en voor de helft die door en uit de studenten van de opleidingen van de faculteit worden gekozen.

19.3. De zittingsperiode van de leden van de raad is 2 jaar voor medewerkers en 1 jaar voor studenten. Zij zijn herkiesbaar.

19.4. De bevoegdheden van de faculteitsraad zijn opgenomen in het Reglement Faculteitsraad CTW.

19.5. De wijze en de organisatie van de verkiezingen van de leden van de faculteitsraad zijn opgenomen in het Kiesreglement Faculteitsraad CTW.

Hoofdstuk V Slotbepalingen

Artikel 20 Verschil van mening

Bij verschil van mening over de interpretatie van een of meer artikelen van dit reglement beslist het college van bestuur voor zover het verschil van mening de relatie tussen het college van bestuur en de decaan betreft en beslist de decaan voor zover het een faculteitsinterne aangelegenheid betreft.

Artikel 21 Naamgeving

Dit reglement kan worden aangehaald als: het reglement van de faculteit CTW

Aldus vastgesteld ……….,, na verkregen instemming van de faculteitsraad en na verkregen goedkeuring van het college van bestuur.