52e FR-vergadering, 05-10-2004

Notulen 52e interne FR CTW vergadering d.d. 5 october 2004

Aanwezig: Van der Hoogt(vz.), Klijnstra, Bijkerk, Cannegieter, De Wit, Witvers.

Afwezig: Lutters, Van der Voort, Tillema

Notulist: De Wit

1.

Opening

Om 12:35 uur opent Van der Hoogt de vergadering.

2.

Notulen vorige vergadering (07/09/2004)

1.

Tekstueel: aangepast

2.

N.a.v.: Voorgesteld was dat het uitbrengen van een studiegids bij de volgende overlegvergadering (2 november) op de agenda zou komen. Het zou handig zijn om een actiepuntenlijst bij te houden zodat zaken van meerdere interne vergaderingen terug niet vergeten worden.

3.

Ingekomen stukken

Definitieve begroting en jaarplan / managementsamenvatting: Volgende vergadering zal deze worden gecontroleerd op eventuele veranderingen.

Witvers merkt op dat het instituut Impact niet terugkomt op het tabblad.

4.

Mededelingen

Van der Hoogt meldt dat in de commissie zichtbaarheid medezeggenschap een tweeledige functie heeft. Enerzijds houdt de commissie zich bezig met de zichtbaarheid van de medezeggenschap, anderzijds zal in de commissie ook worden gesproken over het concept instellingsplan.

Bijkerk vraagt hoe de samenstelling van deze commissie. Van der Hoogt antwoord dat deze commissie bestaat uit de secretaris van het CvB, een aantal universiteitsraadsleden en hijzelf als faculteitsvertegenwoordiger en dat de primaire functie het onderzoeken van de rol van de medezeggenschaps-organen op de Universiteit Twente is:

1.

in hoeverre wordt je gehoord.

2.

wat is de animo voor deelname aan medezeggenschap, wat is hier de oorzaak van en wat is hier eventueel aan te doen.

De uitkomst van deze discussie zal aan de FR worden gemeld.

Daarnaast wordt dus ook het instellingsplan besproken. De universiteitsraad heeft instemmingsrecht over het instellingsplan en verzoekt de faculteitsraden zich over dit instellingsplan te buigen en hier de punten uit te halen die vragen/onzekerheden opwerpen.

Bijkerk vraagt of de faculteitsraad ook om input wordt gevraagd m.b.t. de zichtbaarheiddiscussie? Van der Hoogt antwoordt dat dit een agendapunt voor een volgende vergadering kan worden. Bijkerk oppert dat de faculteitsraad misschien kan evalueren waarom de animo voor medezeggenschap verminderd is.

Klijnstra constateert dat er mogelijk een dubbel probleem is:

1.

wat is de zichtbaarheid van de faculteitsraad, treden we genoeg naar buiten?

2.

In hoeverre wordt de faculteitsraad serieus genomen door het bestuur van de faculteit?

Van der Hoogt vraagt zich af welke concrete acties er kunnen voortvloeien uit het rapport van de commissie. Aan deelname aan medezeggenschap besteden leden toch tijd. Bijkerk merkt op dat studenten hiervoor een relatief betere vergoeding krijgen als medewerkers. Klijnstra merkt op dat medewerkers voor medezeggenschap een urenvergoeding krijgen, maar dat dit in de praktijk niet werkt. Medewerkers hebben vaak een functie waaraan ze deze uren toch moeten besteden.

5.

Concept Instellingsplan UT 2005-2010

Bedoeling is dat belangrijke punten worden geïnventariseerd voor de universiteitsraad. Van der Hoogt stelt voor het instellingsplan op te delen, de taken te verdelen en de volgende vergaderingen door te spreken. Hierdoor heeft ieder zich in een deel gespecialiseerd.

Het huidige instellingsplan loopt nog enige tijd. Er was als zodanig geen behoefte aan een nieuw instellingplan. Tot het maken van een nieuw instellingsplan is echter besloten in het kader van het 3Tue overleg. De universiteitsraad heeft ook gevraagd om een soort spoorboekje waarin wordt aangegeven welke zaken in het kader van het 3 Tue overleg op welk moment geregeld moeten worden. Daarnaast heeft de UR zich alvast over het onderwijsdeel gebogen en hiervan een discussienotitie opgesteld.

Deze vergadering zullen alvast een aantal punten in kaart worden gebracht.

Bijkerk vraagt zich af of de brede bachelor wel een goed idee is als het instroomniveau te laag is vanwege het studiehuis e.d. Is dit niet het stellen van kwantiteit boven kwaliteit? Klijnstra geeft aan dat de efficiency zo alleen toeneemt als er een grote overlap tussen de bacheloropleidingen zit.

Van der Hoogt constateert dat het plan is om de toelatingseisen te verlagen en na een jaar te selecteren met het bindende studieadvies. De Wit vraagt zich af of de studenten die na een jaar worden afgewezen meetellen met het rendement en of dit rendement dan wel haalbaar is.

Van der Hoogt vermeld dat in de tijd dat er nog voldoende instroom was bij vwo-voorlichting veel meer de nadruk werd gelegd op het belang van een goede wiskunde en natuurkunde kennis. Nu de instroom terugloopt wordt dit minder benadrukt.

Bijkerk benadrukt dat er de trend is om de teruglopende instroom te compenseren met brede bachelors of het invoeren van een studie bouwkunde om de teruglopende instroom van andere studies te compenseren. Van der Hoogt geeft aan dat bij bijvoorbeeld civiele techniek ook is gekozen voor een combinatie van techniek en management. Hoewel dit geen “harde” techniek meer is kan de combinatie wel een meerwaarde hebben.

Klijnstra vraagt zich af of het zeer flexibel toelaten wel nut heeft gezien de discussie die nu bij de opleidingscommissie van werktuigbouw wordt gevoerd over de gebrekkige wiskundige voorkennis van vwo instroom. Toelaten van vwo’ers met een economie & maatschappij profiel kan dan problematisch worden. Witvers geeft aan dat met een natuur & gezondheid profiel vaak al bijspijkercursussen nodig zijn.

Van der Hoogt geeft aan dat bindend studieadvies en het versoepelen van het toelatingsbeleid haaks op elkaar staan. Versoepelen van het toelatingsbeleid garandeert op geen enkele manier een hoger rendement.

Het idee werd ingebracht om per mail over het instellingsplan te discussiëren.

Verschillende FR-leden vragen zich af hoe het aanbieden van masteropleidingen in het engels gerealiseerd gaat worden. Hoe wordt een voldoende engels niveau van de docenten bevorderd/gewaarborgd? Hoelang duurt de invoering hiervan en gaat dit niet ten koste van een lichting studenten? Er wordt in het instellingsplan wel geld voor engelse cursussen uitgetrokken.

Klijnstra vraagt waarom al het postinitiële onderwijs naar TSM wordt verplaatst. Er zijn verschillende andere goedlopende instellingen waar postinitieel onderwijs wordt gegeven zoal het CBO. Waarom moet dit nu allemaal gebeuren in TSM verband?

Bijkerk vraagt zich af hoe de UTwente de kwaliteit van de offshore opleidingen gaat waarborgen. Dit wekt weer de indruk van kwantiteit boven kwaliteit. De FR vraagt zich af of er al offshore opleidingen zijn of dat ze deze nog willen ontwikkelen. Als studenten van buiten de EU voor een studie naar Twente komen betalen zij hier aanzienlijk voor.

Van der Hoogt constateert dat de kwaliteitsbewaking het beste bij de opleidingen of een onafhankelijke accreditatiecommissie kan liggen die een directe link hebben met het vakgebied. Nu wordt universiteitsbreed iets over de kwaliteit van het onderwijs gezegd, en daarmee voor alle opleidingen tegelijk gesproken.

Bijkerk vraagt of er geen kans is dat het invoeren van een brede bachelor tot een zodanige vermindering van de kwaliteit leidt dat de opleidingen niet meer door de accreditatie komen. Van der Hoogt antwoordt dat de brede bachelor vermoedelijk tot een soort verdunning van de kwaliteit zal leiden. Het op hetzelfde pijl houden als nu van het niveau van de opleidingen bij een brede bachelor zal de opleidingen een stuk moeilijker maken en daarmee niet aantrekkelijker maken ofwel weer ten koste gaan van de beoogde breedheid.

De afspraak is het onderwijsdeel van het instellingsplan op de agenda voor de volgende vergadering te zetten.

6.

Rondvraag en sluiting

Witvers vraagt of er aan het eind van de vorige overlegvergadering waar zij niet meer bij was nog iets over de studentenstatuten of de verhuizing is gezegd. Klijnstra antwoord dat civiele techniek eventueel naar de toren kan verhuizen. Voorlopig verhuist alleen de automatisering alvast naar hal 3.

Over de studentenstatuten is alleen gezegd dat het geen manier van doen is dat die er nog niet zijn voor de master IO en WB.

Witvers vraagt of al bekend is wie Van Vught opvolgt. Dit is nog niet bekend.

De vergadering wordt om 13.45 gesloten.

7.

actiepunten

·

Volgende overlegvergadering voorstellen ook bij civiele techniek en werktuigbouw een fysieke studiegids uit te geven (zoals bij IO).

·

Volgende interne vergadering definitieve begroting/jaarplan bespreken.

·

Volgende interne vergadering onderwijsdeel instellingsplan bespreken.

·

Bespreken gebrekkige animo voor medezeggenschaporganen.