39e FR-vergadering, 04-11-2003

Notulen 39e interne FR CTW vergadering d.d. 4 november 2003

Aanwezig: Van der Hoogt(vz.), Tillema, Bijlsma, Witvers, Lutters, Bijkerk, Klijnstra, Sonnenberg, Van der Voort, Wijnands.

Gast: Grootenboer

Notulist: Lutters

1. Opening

Om 12:35 uur opent Van der Hoogt de vergadering.

2. Notulen vorige vergadering(7/10/2003)

1.

Tekstueel
p1. na het midden: Chantal: Traast invoegen
p1. onderaan Oprijzen is een contaminatie: Op verwijderen
p2.doelstelling moet zijn: doelstellingen
Met deze wijzigingen wordt het verslag met dank aan de notulist goedgekeurd

2.

N.a.v.
- De voorzitter zal bij de mededelingen terugkomen op de vergadering met de UR.
- (6.) Van der Hoogt moet de voorzitter van de UR nog vragen naar de onafhankelijke persoon die de begroting kan toelichten.

3. Ingekomen stukken

1.

Verslag en agenda OPUT. Het verslag gaat in op aio-overeenkomst, kinderopvang en keuzemodel arbeidsvoorwaarden. De agenda voor 4 november behandelt naast deze zelfde punten ook het rapport Hermans, de reorganisatie van de technische diensten en de situatie rond bouwprocesmanagement.

2.

Brochure Leergang personeelsbeleid. (deelname aan de aangeboden cursus is budgettechnisch niet verantwoord)

4. Mededelingen

1.

Bijeenkomst met de UR (aanwezig: Van der Hoogt, Tillema), betreffende de Instituutsraden. Impact blijkt als enige instituut al een instituutsraad te hebben, de andere instituten zijn nog bezig met de werving/selectie van kandidaten.

2.

Sectorplan: de UR wil van de faculteiten een mening over het sectorplan; 13 november as. heeft de UR hierover een bespreking met het CvB, waarbij de input van de faculteiten gebruikt kan worden. De UR zou met aandachtspunten voor deze input komen, maar heeft dit tot op heden nog niet gedaan. Mochten deze aandachtpunten nog komen, dan zullen ze rondgemaild worden.

3.

Verslag over laptopgebruik etc. komt zo spoedig mogelijk, als de Doolhof van IO een bijdrage geleverd heeft.

5. Sectorplan

Onderstaand een samenvatting van de toelichting van de decaan en de discussie.

Een eerste reflectie op het plan is dat er in het voorjaar afspraken tussen de 3 TU’s zijn gemaakt over het formuleren van aandachtsgebieden om een efficiencyslag te bereiken. Totnogtoe is daar weinig tot niets van terechtgekomen. Echte consequenties worden vooruitgeschoven. Op dit moment besteedt het tweede plan vooral aandacht aan de minder hete hangijzers.
De virtuele graduateschool uit het plan is nu een belangrijk kernpunt; met die opzet had echter toch al nauwelijks iemand problemen. Het virtuele researchinstituut daarentegen ligt een stuk gevoeliger. Niemand heeft behoefte aan een extra tussenlaag, waarin een ‘superdecaan’ de macht gaat grijpen. Bovendien is dit deel van het plan slecht uitgewerkt.

Kijkend naar de positie van de UT is het belangrijk om de aansluiting tussen bachelor- en master-opleidingen te waarborgen. In het eerste concept werd er al een breed scala aan masters voorgesteld die in aansluiting op bachelors van verschillende opleidingen gevolgd kunnen worden. Dit is gunstig voor de UT, mits de UT de benodigde verbreding en flexibilisering van haar bachelors kan waarmaken.

Vanuit de faculteit worden vier domeinen benoemd (WB, IO, CiT, ‘Bouwkunde’). In elk van die domeinen moet en wil de faculteit een master aanbieden, om in ieder geval de mogelijkheid tot interne doorstroming te garanderen. In het domein ‘Bouwkunde’ moet er een doorstroommogelijkheid naar architectuur in Delft komen; de UT richt zich voor deze master op bouwprocesmanagement en een verbreding daarvan.

Het sectorplan is voor de UT belangrijk om het domein bouw binnen te halen, om op termijn binnen CTW naar een jaarlijkse instroom van 450 studenten te komen.

De herverdeling van het onderzoek is een proces dat al een jaar loopt, en waar bovendien weinig beweging in zit. Dit wordt mede veroorzaakt doordat veel afspraken al binnen de onderzoeksscholen gemaakt zijn. De vraag is of onder externe druk (doorzettingsmacht) er onverwachte dingen (moeten) gaan gebeuren. Het risico bestaat hierbij dat de TU’s het initiatief verliezen aan Hermans c.s. met alle risico’s van dien. Dit zou in ieder geval geen goed doen aan de hoofddoelstelling van de TU’s: meer studenten in de techniek. Er moet dus in ieder geval voorkomen worden dat in specifieke vakgebieden de TU’s filialen van een andere TU worden.


In het sectorplan dreigt een onbalans te ontstaan doordat in sommige vakgebieden meer fragmentatie van masteropleidingen optreedt dan in andere vakgebieden. Dit ondanks de minimumeis van 20 studenten per master-track, waardoor een tendens naar een beperkt aantal masters had moeten ontstaan.


In zijn algemeenheid kan met betrekking tot het sectorplan worden geconcludeerd dat inzichtverschillen tussen controlerende en bestuurlijke gezichtspunten niet alleen remmend hoeft te werken, maar ook juist mogelijkheden biedt: de faculteitsraad kan bijvoorbeeld vragen om garanties met betrekking tot uitvoering van het plan en gevolgen daarvan zonder daarbij de onderhandelingspositie van de ‘bestuurslaag’ te verzwakken.

Gevoelsmatig zit er ‘een angel in het plan’. Er is echter niet duidelijk aan te wijzen waar die zit. Bijvoorbeeld de positie van de instituten komt ter discussie te staan, omdat ‘namens de instituten’ in voorkomende gevallen niet te onderhandelen is.

Het derde sectorplan staat gepland voor staat voor januari; in beginsel zou daarin het ‘echte kwartetten’ geregeld moeten worden. De vraag is echter of men daar op die termijn al aan toe komt, mede gezien het feit dat de achterban niet overloopt van enthousiasme. Hierbij wordt aangetekend dat de interactie tussen rector en faculteit op dit gebied redelijk is.

Met ingang van januari 2004 zal WB deelnemen in het ‘3TU Institute of Science and Technology‘ De concrete gevolgen hiervan zijn (nog) niet te overzien. Het lijkt daarom uitzonderlijk als deze deelname zonder verdere besluitvorming gerealiseerd wordt.

Er is inmiddels bezwaar gemaakt tegen een aantal punten in het sectorplan. Zo is de indeling in ‘basisdisciplines’ niet aanvaardbaar; voor TU’s zouden de construerende opleidingen eerder basisdisciplines moeten zijn dan bv. wiskunde, elektrotechniek en natuurkunde. Verder wordt geconstateerd dat de instroommatrix nog niet klopt; er zijn nu nog merkwaardige combinaties (on)mogelijk.

Als afzonderlijk punt wordt opgemerkt dat de wettelijke grondslag op enkele gebieden lijkt te ontbreken. De gevolgen hiervan zijn dus volstrekt onoverzichtelijk.

6. WVTTK

Van der Voort vraagt welke concrete gevolgen dit sectorplan voor de FR heeft. De bedoeling is dat de behandeling van dit stuk leidt tot ondersteuning van de UR in haar overleg met het CvB. Gezien de planningen van de vergaderingen wordt afgesproken dat vragen die naar aanleiding van de vergadering van vandaag opkomen rondgemaild worden. Van der Hoogt zal deze vragen verzamelen. Van der Hoogt en Klijnstra zullen bij de betreffende vergadering van de UR aanwezig zijn.

Aangaande het tijdspad voor de FR met betrekking tot bijvoorbeeld medezeggenschap en personele consequenties blijft veel onduidelijk. Veel helderheid zal er in de nabije toekomst ook niet komen. Toch worden er beslissingen doorgevoerd, waar de politieke beslissingen nog niet genomen zijn.

Dit leidt tot de concrete vraag wanneer de FR geïnformeerd zal worden over de (mogelijke) gevolgen en consequenties van de invoering van het sectorplan. De FR maakt zich met name zorgen over de onzekerheid die gepaard gaat met zowel het tweede als derde (definitieve) sectorplan. Vooral het mogelijke verlies aan inspraak wordt door de FR als zeer negatief ervaren.

Van der Voort zal bij de volgende vergadering op 18 november niet aanwezig zijn.

7. Rondvraag

Geen rondvraag

8. Sluiting

Van der Hoogt sluit de vergadering om 13:45 uur.