Notulen 3e interne FR-CTW vergadering d.d. 25 september 2001

Aanwezig: Dohmen-Janssen, Augustijn, Blokpoel, Hakvoort, Hofstra, De Jong, Kruidhof, Haaker, Kroezen, Van der Hoogt

Met kennisgeving later: Van der Hoogt

Voorzitter: Dohmen Jansen

Notulist: Hakvoort

De stukken voor de overlegvergadering d.d. 25 september 14:00uur worden doorgelopen.

1.

Strategienota CiT

Het is onduidelijke of er instemming met of advies over de strategienota van CiT moet worden gegeven.

2.

Jaarplan faculteit CTW en strategienota CiT

Er worden vraagtekens gezet bij de doelstelling om een instroom van 450 studenten te realiseren. Optelling van de verderop in het verslag genoemde instroomcijfers voor WB, CiT en IO komt hooguit op 250 uit. Er zal worden gevraagd hoe men denkt de doelstelling te halen, hoe de voorlichting vorm wordt gegeven en of zo’n hoge instroom gewenst is. Er zouden bijvoorbeeld problemen met de huisvesting kunnen ontstaan.

Hakvoort vraagt zich af wat de MESO correctie is. Kruidhof merkt op dat dit nogal belangrijk is omdat deze met een ongeveer factor 25 is gestegen naar E 500,=. Haaker legt uit dat het iets te maken heeft met de toewijzing van de eerste geldstroom binnen de Universiteit Twente. Nadere uitleg wordt gevraagd op de overlegvergadering.

Het zou handig zijn een lijst met afkortingen toe te voegen bij het jaarverslag. Ook afkortingen als E en EE zijn (in eerste instantie) onduidelijk.

Haaker vraagt zich af waarom de bijdrage van CTW aan Milieu Technologie is gestaakt. Thermische Werktuigbouw heeft nog wel een milieuvariant. De samenwerking met CT op het gebied van milieutechnologie is doodgebloed. Bij CT bestaat de variant nog wel.

Er zijn vragen over de betekenis van LOB2. Augustijn legt uit, dat dit modules zijn om een betere aansluiting tussen WO en VO te bewerkstelligen. De opgaven voor VO’ers geven bovendien een indruk van de betreffende opleiding. Bij CiT is er slechts een geringe belangstelling.

Hakvoort merkt op, dat de samenwerking met Delft en Eindhoven op het gebied van voorlichting voor WB een goede zaak is. Van der Hoogt is door Ruijter gevraagd om de samenwerking van de kant van Enschede op te pakken. Van der Hoogt merkt op dat het geheel nog gestalte moet krijgen. Er wordt een parallel getrokken naar CiT. Door het verschil in invulling en profilering van de opleidingen CiT in Delft en Enschede lijkt hier een samenwerking niet zinvol.

Hofstra merkt op, dat hoewel de instroom bij CiT ongeveer gelijk blijft, de VWO instroom bij CiT wel erg laag is. Augustijn merkt op, dat men blij moet zijn dat er nog een grote instroom is van HBO’ers. De HBO’ers schijnen zich echter slecht aan te passen aan de werkwijze op de UT volgens Hofstra.

Hoogt merkt op, dat we niet verder niet te veel over instroom verder moeten gaan, dat wordt ook in de OLC besproken. Hakvoort stelt voor in de overlegvergadering deze en eerdere punten over instroom samen te pakken.

Blokpoel vraagt zich af hoe CiT met de huidige personeelskrapte de internationalisering wil bewerkstelligen. Ook in het strategieplan wordt niet verduidelijkt hoe men dit wil realiseren. Er wordt opgemerkt, dat er misschien stimuleringsfondsen zijn voor internationalisering, waar de opleiding geld uit kan verwerven. WB wil internationalisering alleen nog op het gebied van stage en (engelstalige) masterprogramma’s. Uitwisselingen van studenten zoals in SOCRATES zijn niet (meer) aan de orde. CiT wil juist wel uitwisselingen binnen een beperkt netwerk van universiteiten. De vragen m.b.t. internationalisering zullen behandeld worden op de overlegvergadering.

De Jong verbaast zich over het opheffen van MICS (genoemd in de strategienota CiT) terwijl deze vakgroep bij de visitatie een goede beoordeling kreeg. Dohmen Jansen merkt op dat MICS niet zo werkte als bedoeld was. Nu er geen hoogleraar is word er nagedacht over een nieuwe vormgeving.

Dohmen Jansen en Augustijn hebben ook nog een paar vragen m.b.t. de strategienota aan het MT. Deze wordt later in deze vergadering besproken.

Van der Hoogt maakt zich zorgen over het gebrek aan kennis m.b.t. IO binnen de FR. Voorlopig is er nog niet veel sprake van onderzoek, maar vooral van onderwijs. Hij stelt voor, om specialisten van IO uit te nodigen op de FR vergadering, wanneer er specifieke zaken m.b.t. IO moeten worden besproken. De FR stemt hiermee in.

Augustijn merkt op, dat hoewel er eenheid zit in de opbouw van de stukken, de tekst inhoudelijk niet eenduidig is. Zo zijn bij CiT per onderdeel duidelijke doelstellingen aangegeven en de tekst wordt met meer detail en getallen ondersteund dan bij WB. De FR zal in de overlegvergadering aangeven, in de toekomst meer eenheid in de verslaglegging te willen zien.

Dohmen Jansen merkt op, dat er ambitieuze plannen zijn op het gebied van onderwijs, maar dat er niet over de benodigde mankracht wordt gesproken.

Kruidhof vraagt zich af of de faculteit in de begroting is uitgegaan van de -naar eigen zeggen- te hoge huurprijzen voor de hallen of van lagere. Uiteraard worden de hogere huurprijzen voor een groot deel weer gecompenseerd.

De FR is bezorgd over de huisvesting van het tweede jaar van IO en BMT. Men vraagt zich af of de huisvesting van BMT het probleem van de faculteit CTW is. Er wordt op de overlegvergadering duidelijkheid gevraagd.

Hakvoort vraagt zich af of de inperking van de practicumruimten geen weerslag zal hebben op de derde geldstroom. Bij CiT worden faciliteiten vaak ingehuurd. Bovendien is er zowel bij WB als CiT samenwerking met instituten die de benodigde faciliteiten hebben. Haaker merkt op, dat het hebben van eigen faciliteiten zoals bij Thermische Werktuigbouw toch van groot belang kan zijn voor het werven van derde geldstoom onderzoek.

Kruidhof vraagt zich af waarom de m2 prijs is gestegen. Van der Hoogt merkt op, dat de UT meer met marktconforme prijzen gaat werken. De prijzen lijken nu echter boven de marktprijs te stijgen.

Kruidhof vraagt zich af of er dan niet buiten de UT kan worden gehuurd. Er is echter sprake van gedwongen winkelnering.

Kruidhof zal de problematiek rond onderzoeksruimten aankaarten op de overlegvergadering.

Hakvoort vraagt zich af of er nog verder bezuinigd wordt op de m2 in onderwijs en onderzoek. Door de stijging van de m2 prijs kan dit niet uit de cijfers worden opgemaakt. Hij vraagt zich af of bijvoorbeeld projectruimten van WB in de toekomst gedeeld moeten gaan worden en of de computerzalen nog uit worden gebreid, zoals vorig jaar werd toegezegd toen de computers van de projectkamers werden gehaald.

Er wordt gewerkt aan oplossingen: De bezettingsgraad van de projectruimten is gestegen (met bijvoorbeeld werkcolleges) en ze worden nu alleen nog gehuurd, wanneer ze nodig zijn. Vloer 9 is uitgebreid waardoor de algemene (en flexibele) computercapaciteit is gestegen. Bovendien worden door de nieuwe passwords niet-WB/IO-studenten van de computerzalen geweerd. Op de overlegvergadering zal het bovenstaande ter sprake worden gebracht, ook zal er gevaagd worden of de computerzalen op vloer 5, 9 en 11 toegankelijk worden voor alle CTW studenten.

Hakvoort merkt op, dat er in de CiT-delen van het jaarplan veel meer sprake is van integratie van onderwijs en onderzoek dan bij WB. Kruidhof merkt op dat CiT bijvoorbeeld wel onderzoekt of bepaalde vakken als mechanica door WB-docenten (eventueel gezamenlijk met WB) gegeven kunnen worden.

Ook dit zal op de overlegvergadering ter sprake worden gebracht.

Dohmen Jansen merkt op, dat het jaarplan volg uit het strategisch plan voor CiT en stelt voor hierover verder te gaan. Er wordt opgemerkt, dat het jaarplan weinig visie heeft. Er worden wel doelstellingen gezet en problemen (met name rond personeelstekort) gesignaleerd, maar geen oplossingen genoemd.

Er is aan de afdelingen advies gevraagd m.b.t. de strategienota en het leerstoelplan. Dit advies is gegeven, maar er is in de uiteindelijke versie weinig mee gedaan. Dohmen Jansen en Augustijn betreuren deze gang van zaken. Ze stellen voor de strategienota echter wel goed te keuren, om voortgang te kunnen boeken met het aantrekken van nieuw personeel. Onder het aan te trekken personeel zijn 3 hoogleraren. Wanneer deze er zijn kan met deze nieuwe mensen nog eens opnieuw naar de strategie van de opleiding worden gekeken. De FR kan zich goed in dit voorstel vinden.

Er wordt verder voorgesteld op de overlegvergadering eerst de strategienota te behandelen en dan het jaarplan, omdat deze laatste volgt uit de eerste.

De algemene conclusie is dat er na verduidelijking van de bovenstaande zaken een positief advies kan worden uitgebracht over jaarplan en begroting. Van der Hoogt is blij, dat de begroting niet zo negatief uitpakt als verwacht n.a.v. de problematiek van vorig jaar. Haaker merkt op dat dit komt, doordat er al flink is bezuinigd op m2 en personeel.

3.

ARBO jaarplan

Over het jaarplan is nog niet inhoudelijk gesproken, omdat de huidige versie niet lees- en werkbaar is. Het jaarplan is echter voor 2001 en om de boel niet te vertragen (we zijn al bijna aan het eind van 2001) wordt er voorgesteld, om het goed te keuren.

Kruidhof merkt op, dat het meer op een to-do-list lijkt met daarin de wettelijke verplichtingen. Het is niet duidelijk wat men wil en waar de prioriteiten liggen.

De FR keurt het jaarplan nu goed, maar wil voor komend jaar zeker een beter stuk zien. Om het jaarplan nu nog tegen te houden heeft geen zin.

Men vraagt zich af of het plan voor WB of voor heel CTW geldt. Het is echter nog voor de fusie gemaakt en bestemd voor het WB-gebouw.

4.

Arbeidssatisfactie onderzoek

De status van het arbeidssatisfactie onderzoek is niet duidelijk.

Het onderzoek is wettelijk opgelegd. Een officieel onderzoek zou veel geld hebben gekost. Het resultaat bleek bij andere faculteiten echter niet meer bruikbaar dan het resultaat van een eigen onderzoek. Dit onderzoek is dan ook door de faculteit zelf gedaan. Bovendien zou voor een officieel onderzoek veel meer papier moeten worden ingevuld door het personeel, waardoor de respons waarschijnlijk nog lager zou zijn en de resultaten minder betrouwbaar. Uit de enquête komt geen duidelijke ontevredenheid naar voren, over het algemeen is het personeel tevreden.

Er wordt nog opgemerkt, dat de huidige situatie op de UT, met de aankomende, maar nog niet verduidelijkte bezuinigingen, veel onrust teweeg brengt. Onduidelijkheid, zoals o.a. bij de mogelijke fusie met TW, zorgt i.h.a. voor onrust.

5.

Functieverdeling FR

Na een voorzet door Van der Hoogt stelt Haaker zich beschikbaar als secretaris, op voorwaarden dat Hakvoort notulist blijft en er geen andere kandidaten zijn. Hakvoort wil notulist blijven en er zijn geen andere kandidaten. De FR stemt in met de kandidaatsstelling, waarmee Haaker de nieuwe secretaris is.

6.

Mededelingen

Kroezen merkt op dat de cursus voor FR-leden zeer interessant zou kunnen zijn. Er is bijvoorbeeld besproken, dat de faculteitsraden meer naar buiten zouden kunnen komen, door aan het personeel te laten blijken wat er speelt.

Kroezen roept ons nogmaals op 16 oktober de bijeenkomst met de UR en de FR’en bij te wonen