Elastomer Technology and Engineering (ETE)

Wilma Dierkes w.k.dierkes@utwente.nl
4894721
Buitenhorst BH204

Topic 1: Reduction of rolling resistance of tires

Topic 2: Reduction of abrasion of tires

I. Literature study: Influence of material composition on rolling and abrasion resistance
II. R&D Project:

Definition of the best material composition and verification by making the material and testing of tire performance indicators in the lab

  1. Choice of the best material composition for the property in question in terms of polymer, filler system (particular, short fibers), or crosslinking system.
  2. Preparing the material in the lab (mixing, testing of the uncured material, curing, measurements of basic properties of the cured material like stress strain properties, hardness).
  3. Rolling resistance: Measurement of rolling resistance indicators (dynamic properties, e.g. storage and loss modulus, tan delta). Development of a simple test method and comparison of lab results and small scale practical test results.
  4. Abrasion: Measurement of abrasion indicators (dynamic properties, e.g. Tg) and abrasion itself on lab scale, and correlation between the two types of measurements

Vakinformatie en Testplan

Algemene informatie


Cursuscode:

191155210

Cursusnaam:

Inleiding Technologisch Onderzoek

Contactpersoon:

prof.dr.ir. A. de Boer

Docenten:

prof.dr.ir. A. de Boer, drs. E.M.Gommer, gastdocenten en begeleiders

Studiebelasting (# EC’s):

6,5

Vereiste voorkennis:

Aan het einde van het 1e kwartiel van B3 moet aan de volgende voorwaarden zijn voldaan:

1.Alle voorgaande projecten (m.u.v. project F) zijn afgerond;

2.Geslaagd voor het P-examen; Het in totaal behaalde aantal EC aan verplichte B2- en B3-majorvakken moet ≥ 37 zijn.

Gewenste voorkennis:

-

Voertaal:

Nederlands (onderzoekspaper en –presentatie Engelstalig)

Verplicht studiemateriaal:

Boek: Christiaans, H.C.M. et.al. (2004). Methodologie van technisch wetenschappelijk onderzoek. Utrecht, Lemma B.V.



Aanbevolen studiemateriaal:


Gebruikte werkvormen:

Hoorcollege, Werkcollege, Groepsopdracht

Toetsing:

Onderzoeksplan (incl. Literatuuronderzoek), Paper, Conferentiebijdrage (presentatie / discussie)

Studiefase (B1, B2, M, …):

B3

Periode / kwartiel:

2a en 2b

Leerdoelen (± 5 tot 10):

Na afloop van het vak kan de student …

  1. Uitleggen wat onderzoek is, welke soorten en fasen je hierin kunt onderscheiden en hoe kwaliteit van onderzoek gewaarborgd wordt
  2. Een onderzoeksvraag opstellen op basis van een concreet en bestaand probleem
  3. Een gedegen literatuuronderzoek uitvoeren en op basis hiervan de onderzoeksvraag specificeren
  4. Een plan opstellen voor een technologisch onderzoek op basis van de geformuleerde onderzoeksvraag
  5. Het eigen onderzoek uitvoeren volgens het opgestelde onderzoeksplan
  6. De onderzoeksresultaten weergeven in een Engelstalig, wetenschappelijk paper
  7. De onderzoeksresultaten communiceren naar de opdrachtgevers door middel van een Engelstalige, wetenschappelijke presentatie
  8. Kritisch reflecteren op onderzoeksresultaten van medestudenten

Vakinformatie

Het vak Inleiding Technologisch Onderzoek biedt een grondige kennismaking met de wereld van het (technologisch) onderzoek.

Tijdens de colleges leer je wat onderzoek eigenlijk inhoudt, waarom het zo belangrijk is en waar je als onderzoeker allemaal rekening mee moet houden als je onderzoek doet. Zaken als plagiaat preventie, onderzoeksethiek en techniekfilosofie komen hier aan de orde.

Daarnaast ga je zelf een onderzoek opzetten en uitvoeren op basis van een bestaand en concreet probleem bij één van de CTW-vakgroepen.

Na de keuze van een opdracht ga je in de literatuur kijken wat er op dit gebied allemaal onderzocht is en waar de zogenaamde ‘white spots’ zitten. Op basis van dit literatuuronderzoek specificeer je een eigen onderzoeksvraag maak je een concreet onderzoeksplan om tot beantwoording van deze vraag te komen.

In het tweede deel van ITO voer je het onderzoek uit bij de vakgroep en schrijf je een wetenschappelijke paper waarin je de resultaten van je onderzoek weergeeft. Het vak wordt afgesloten met een conferentie waarbij studenten hun onderzoeksresultaten aan elkaar presenteren.

Je doet deze onderzoeksopdracht met z’n tweeën en krijgt hierbij begeleiding van een medewerker uit de vakgroep. Tijdens de ITO colleges krijg je informatie, tools en oefeningen aangereikt die je helpen om de benodigde literatuur te vinden, het onderzoek op te zetten en resultaten op wetenschappelijke wijze te rapporteren.

Testplan


Leerdoel

Toetsvorm

[bv tentamen, opdracht, presentatie, huiswerkopdracht]

Niveau

[weten; begrijpen / verklaren; toepassen; probleem oplossen: analyseren; evalueren; ontwerpen / creëren]

Weging

[relatieve gewicht van het leerdoel]

1. Uitleggen wat onderzoek is, welke soorten en fasen je hierin kunt onderscheiden en hoe kwaliteit van onderzoek gewaarborgd wordt

Conferentiebijdrage

Begrijpen / verklaren

5

2. Een onderzoeksvraag opstellen op basis van een concreet en bestaand probleem

Onderzoeksplan

Analyseren, evalueren

5

3. Een gedegen literatuuronderzoek uitvoeren en op basis hiervan de onderzoeksvraag specificeren

Onderzoeksplan

Analyseren, evalueren

15

4. Een plan opstellen voor eens technologisch onderzoek op basis van de geformuleerde onderzoeksvraag

Onderzoeksplan

Ontwerpen, evalueren

20

5. Het eigen onderzoek uitvoeren volgens het opgestelde onderzoeksplan

Paper


Ontwerpen, evalueren

20

6. De onderzoeksresultaten weergeven in een Engelstalig, wetenschappelijk paper

Paper

Toepassen, evalueren

20

7. De onderzoeksresultaten communiceren naar de opdrachtgevers door middel van een Engelstalige, wetenschappelijke presentatie

Conferentiebijdrage

Toepassen, evalueren

10

8. Kritisch reflecteren op onderzoeksresultaten van medestudenten

Peer review sessies en Conferentie

Evalueren

5

Beoordelingsplan

Per toetsvorm: op welke wijze komt de beoordeling van het werk of de prestatie van de student tot stand? (denk hierbij aan: beoordelingscriteria, antwoordmodel, puntentelling, etc.)

Het vak ITO loopt over 2 kwartielen (of periodes). Het onderzoek wordt uitgevoerd in groepen van twee studenten.

1.Aan het einde van kwartiel 3 (periode 2A) leveren de student-koppels een onderzoeksplan met literatuurstudie in. Deze wordt beoordeeld door de vakdocenten en de vakgroep begeleider. Het cijfer dat de studenten hiervoor krijgen is het eerste deelcijfer voor ITO. Dit deelcijfer is een groepscijfer.

2.Aan het einde van kwartiel 4 (periode 2b) leveren de student-koppels een paper in waarin zij hun onderzoeksresultaten weergeven. Deze wordt ook beoordeeld door zowel de vakdocenten en de vakgroep begeleider en is het tweede deelcijfer voor ITO Dit deelcijfer is een ook groepscijfer.

3.Tijdens de slotconferentie presenteren de koppels hun onderzoek, waarna zij vragen kunnen verwachten van zowel studenten als vakdocenten / begeleiders. Voor je bijdrage aan de conferentie krijgen studenten een individueel cijfer. Dit is het derde deelcijfer voor ITO.

Het totaalcijfer wordt als volgt berekend:

(0,40 * deelcijfer 1) + (0,40 * deelcijfer 2) + (0,20 * deelcijfer 3) / 3

De onderzoekspaper en de presentatie moeten in het Engels worden geschreven / gedaan. De onderzoeksopzet en literatuurstudie mogen ook in het Nederlands worden ingeleverd.

Bij een gemiddeld cijfer van 5,5 of hoger is de student geslaagd voor het vak. Voorwaarde hierbij is wél, dat de student voor alle onderdelen tenminste een 50 heeft behaald. Wanneer dit niet het geval is krijgt de student de mogelijkheid om een aanvulling te doen voor het betreffende onderdeel. Voorwaarde om deel te nemen aan het 2e deel van ITO dat in het 4e kwartiel begint is dat deelcijfer 1 tenminste een 5,0 is.

Cesuurbepaling

Hoe wordt (op basis van het bovenstaande) het eindcijfer van de student berekend? Waar wordt de zak / slaaggrens gelegd?

Het cijfer wordt als volgt berekend:
(0.40 * deelcijfer 1) + (0.40 * deelcijfer 2) + (0.20 * deelcijfer 3) / 3

Bij een gemiddeld cijfer van 5.5 of hoger is de student geslaagd voor het vak. Voorwaarde hierbij is wél, dat de student voor alle onderdelen tenminste een 5.0 heeft behaald. Wanneer dit niet het geval is krijgt de student de mogelijkheid om een aanvulling te doen voor het betreffende onderdeel.