07-09-2012 Onderwijsdag april 2010

Pimp my course: hoorcollege

In deze workshop heeft docent Mannes Poel zijn probleem voorgelegd aan de deelnemers.  In zijn vak worden de hoorcolleges en werkcolleges door steeds minder studenten bezocht, terwijl er wel voldoende interesse voor het vakgebied. Vol enthousiasme zijn de deelnemers op zoek gegaan naar een mogelijke oplossing.  Collega's zochten elkaar om te ontdekken wie eenzelfde idee of misschien een aanvullend idee had, waardoor levendige discussies onderstonden. In eerste instantie in drietallen en vervolgens in grotere groepen verdedigden ze hun ideeën en probeerden ze de andere deelnemers te overtuigen van hun idee. Na een korte pitch van de oplossing van iedere groep koos Mannes twee winnaars. Een idee voor de korte termijn, een cliffhanger aan het eind van het college en meer gastsprekers van buiten halen. En een idee voor de lange termijn, Tijdens het hoorcollege meer actieve werkvormen als debat en een onmogelijke vraag gesteld door de studenten aan de docent. Tijdens het werkcollege, miniprojecten of rapid prototyping.

Aan het eind van de workshop werd aan de deelnemers gevraagd om tips op te schrijven voor een collega. Opvallende tips die werden genoemd zijn: “Schaf hoorcolleges af.” “Wees niet bang om bepaalde stof niet in het college te behandelen als ze dat net zo goed in het boek kunnen lezen.” Laat studenten elkaar iets leren. Denk niet meteen in termen van hoorcolleges”.  En misschien een tip naar aanleiding van de workshop: Laat studenten staan, sommige deelnemers gaven aan dat dit de creativiteit en het denkproces bevorderen. Alle tips zijn te vinden op …..???

Web 2.0 in University Life

Russell Francis is een onderzoeker aan de universiteit van Oxford, hij doet onderzoek naar het gebruik van internet en social software door studenten. Via een videoconference lichtte hij kort zijn onderzoek toen, en vroeg de deelnemers naar hun eigen ervaringen. Het beeld dat Francis schetst is van studenten die over de grenzen van hun eigen universiteit studeren en applicaties gebruiken voor activiteiten waarvoor ze niet bedoeld zijn.Bijvoorbeeld een student die de recensies op Amazon.com gebruikt voor literatuurstudie of een student die minivakanties neemt met Google Earth.

Opvallend (of niet?) de aanwezige studenten bevestigen het geschetste beeld. De Open Courseware over lineaire algebra van MIT blijkt een goede aanvulling te zijn op de colleges op de UT. Studenten laten discussiëren op Blackboard levert meestal teleurstellende resultaten op, terwijl studenten zelf wel discussiëren via Twitter. Maar als een docent dit probeert te initiëren levert dit slechts 3 aanmeldingen op.

Hoe kunnen we studenten dan wel motiveren en kennis laten delen en ontwikkelen via social software? Dit is lastig te organiseren, de meeste discussiefora en communities ontstaan spontaan en laten zich niet vangen in regels van het formele curriculum. Francis stelt dat om de studenten te motiveren en te stimuleren, de universiteit en de docenten de studenten moeten aanspreken op hun ‘projective identity’, dus op hun toekomstige zelf. De workshop leverde geen makkelijke antwoorden op, maar wel inzicht in hoe studenten steeds meer over universiteits- en landsgrenzen heen hun eigen studie vormgeven.

Workshop “Gaming – Why Virtual?”

Docent Timo Hartman gaf startte met een uitleg over de niet-virtuele game die hij gebruikt in zijn vak ‘Facility Design’ in het 3e jaar van de Bacheloropleiding CIT. In dit vak maken studenten kennis met verschillende ontwerpprocessen. Door een game te spelen waarbij studenten in groepen van 6 gebouwen ontwerpen volgens bepaalde randvoorwaarden, ervaren de studenten welke voor- en nadelen de verschillende ontwerpprocessen hebben.

De deelnemers aan de workshop gaan ook aan de slag met het spel. In de groepen van 6 heeft iedereen een andere rol (architect, belichtings expert, kosten calculator, etc.). Tijdens de eerste ronde wordt een proces gesimuleerd waarin de verschillende partijen afhankelijk zijn van elkaars input. De architect tekent drie stukken grond in en geeft deze vervolgens door aan degene die de kamers intekent, etc. Het resultaat is duidelijk: na 10 minuten is er nog niet één ontwerp gereed en de helft van de groepsleden zaten te wachten, terwijl de andere helft erg druk bezig was.

Dan wordt een 2e methode voorgesteld: de groep mag eerst 5 minuten overleggen over een strategie en vervolgens naar eigen inzicht aan de slag gaan. Na 10 minuten geeft dit meer resultaat. Beide groepen zijn erin geslaagd een aantal ontwerpen af te krijgen. Zichtbaar wordt, dat de bedachte strategie invloed heeft op de hoeveelheid ontwerpen die opgeleverd wordt; groep A heeft een flinke stapel gereed, groep B heeft er slechts een paar af weten te krijgen. Met de deelnemers wordt besproken waar deze verschillen nu vandaan komen. In de werkelijke onderwijssetting worden de resultaten van de game ook gebruikt om verschillende aspecten van ontwerpprocessen te bespreken.

De workshop wordt afgesloten met een discussie over de waarde van de game voor het onderwijs. De deelnemers zijn van mening dat de game goed voor inhoudelijke vakken in te zetten is; ook bij andere opleidingen waar sprake is van gezamenlijke ontwerpprocessen. Tevens zou de game gebruikt kunnen worden als activiteit voor het versterken van groepssamenwerking (bijvoorbeeld bij projectonderwijs).

International Classroom

Deze workshop van Katja Haijkens en Huub Ruël was in het Engels. De workshop haakt in op de steeds grote wordende groep buitenlandse studenten die op de UT komen studeren en hoe daar als docent mee om te gaan. Deze groep nieuwe studenten is zeer divers en brengt allerlei uitdagingen met zich mee. Bijvoorbeeld dat deze studenten heel andere studiegewoontes zouden hebben, soms slecht Engels spreken en andere docenten gewend zijn.

Eigenlijk is de boodschap van Katja en Huub vrij simpel samen te vatten:

1.

Ieder mens is verschillend, en ja, ook culturen zijn verschillend, maar pas op met generalisaties (‘Aziaten zijn passief’).

2.

Probeer niet te snel te interpreteren of te oordelen, observeer eerst, kijk naar de feiten.

3.

Deze studenten komen hier voor de kwaliteit van het onderwijs van de UT, het is dus niet verstandig om je al te veel aan te passen.

4.

Wees expliciet over je verwachtingen (over het tempo, de zelfwerkzaamheid, de opdrachten etc).

5.

Gebruik je creativiteit om de buitenlandse studenten er bij te betrekken. Zet ze bijvoorbeeld bewust niet altijd bij elkaar in één werkgroep.

Al met al vond ik het een geslaagde workshop. Het heeft mij toch wel het één ander geleerd over je eigen ‘vooroordelen’ en aannames. Aan het einde van de workshop werden nog wat tips met elkaar gedeeld. Bijvoorbeeld wat je moet doen als een buitenlandse student je een cadeautje wil geven. Daarover waren de reacties wel redelijk eenduidig: dit is in sommige culturen en landen gebruikelijk, maar in Nederland dus niet. Dit kun je dan ook gewoon zeggen tegen de desbetreffende student. Eventueel accepteer je het cadeautje pas na het tentamen.

Sociale media en onderwijs

Deze workshop (met als officiële titel “SoMeRe.nl: Studenten als de onderzoekers van de toekomst”) werd verzorgd door Sjoerd de Vries (Faculteit GW), Martijn van Velzen (Faculteit MB) en Efthymios Constantinides (Faculteit MB). Dit zijn alle drie docenten, die in hun onderwijs gebruik maken van nieuwe ICT mogelijkheden of er onderzoek naar doen. Constantinides kwam er aan het einde een beetje bekaaid af, maar de andere twee hadden twee interessante verhalen.

De Vries is één van de initiatiefnemers van www.somere.nl. Dit is eigenlijk een sociaal netwerk dat is opgezet voor studenten en onderzoekers. Hierin kan met elkaar gecommuniceerd worden en kan men met elkaar netwerken. Maar SoMeRe kent enkele unieke eigenschappen. Zo kan er onderzoeksdata verzameld worden en gedeeld worden. En SoMeRe is ook onderzoeksobject voor De Vries. Er zijn nu zo 20 studenten die lid zijn en er ook gebruik van maken. De gebruikte software voor SoMeRe is een eigen ontwikkeling, begreep ik van De Vries.

Van Velzen liet zien hoe hij met behulp van Wikiversity (samenvoeging van Wiki en University) een groepsopdracht heeft laten doen door 20 internationale studenten voor een vak. Ondanks alle bedenkingen vooraf, zette Van Velzen door en het resultaat mag er zijn. Alle 20 studenten hebben bijdrages geleverd. Er werden twee belangrijke factoren benoemd die hebben bijgedragen aan het resultaat:

1.

De onmiddelijke zichtbaarheid van het werk (op het openbare internet) maakt het intrinsiek motiverend; je werk verdwijnt niet in een bureala (of nog erger: een prullenbak).

2.

Het plezier en gemak waarmee je op Wikiversity een tekst kunt maken.

Leren-Leren

De workshop Leren-Leren werd verzorgd door Bernadette Pol (opleidingscoördinator Technische Bedrijfskunde) en Susanne Ootes (S&O). Leren-Leren is een project van de faculteit MB, dat in het collegejaar 2009/2009 voor het eerst gedraaid heeft bij TBK en in het huidige collegejaar bij meerdere opleidingen van MB gebruikt wordt.

Leren-Leren is bedoeld om de eerstejaars studenten zo goed mogelijk op weg te helpen in de academische wereld die de Universiteit Twente is. In het eerste semester van het eerste studiejaar zijn er een aantal bijeenkomsten, die gaan over onderwerpen als presenteren, plannen en snellezen. Deelname is facultatief.

Leren-Leren kent de meester à gezel à leerling structuur. Bij deze structuur staat de gezel centraal. De gezel is een ervaren student (tweedejaars of ouder), die als een soort mentor gaat fungeren voor een groepje eerstejaars studenten. De meester is een expert, die over een bepaald onderwerp uitleg komt geven, de leerling is de eerstejaars student. De meester begint de bijeenkomst met uitleg over een onderwerp, daarna gaan de leerlingen met de gezel discussie voeren. Met de uitkomsten uit deze discussie keert men weer terug naar de plenaire zaal, waar de belangrijkste bevindingen centraal besproken worden.

Wat je vaak ziet gebeuren is dat eerstejaars studenten zaken als het belang van het maken van een goede studieplanning van een docent niet zo één, twee, drie aannemen. Na een discussie met de gezel en medestudenten blijkt het belang van zo’n planning wel door te dringen. Een eerstejaars student neemt eerder iets aan van een ouderejaars student dan van een docent, is een belangrijke bevinding uit het Leren-Leren project. Naast de functie van gezel vervult zo iemand vaak ook de rol van een vertrouwenspersoon. De eerstejaars student heeft iemand waarbij hij terecht kan met vragen en problemen.

Academische vaardigheden

In 2007 besloot de bacheloropleiding Technische Informatica van de Universiteit Twente meer aandacht te geven aan de problematiek van de aansluiting bij de net begonnen eerstejaars. Het ging daarbij niet om deaanpak van kennishiaten, maar op het vergroten van de academische
integratie, het ontwikkelen van een perspectief op de (studie)loopbaan en het oefenen van de academische vaardigheden (schriftelijk en mondelingpresenteren). Uit onderzoek is gebleken dat de eerste twee factoren (integratie en perspectief) van invloed zijn op de studie-uitval en het studiesucces. Voor de derde factor (vaardigheden) is gekozen, enerzijds omze in te zetten als middel voor kennisdeling tussen de studenten onderling, anderzijds om de studenten al in een vroeg stadium kennis te laten maken metde eisen die de academische wereld stelt aan communicatie.Het besluit heeft geleid tot het ontwikkelen van een nieuw vak (Academische Vaardigheden Informatica, AVI), waarin intensief en kleinschalig onderwijs wordt aangeboden, waarin de inzet van studenten niet vrijblijvend is, maar dat tegelijk de studenten wel uitdaagt. De werkvormen zijn voor een klein deel passief (hoorcolleges van o.a. hoogleraren), voor een veel groter deelactief (lezen van een wetenschappelijk paper, interviewen van informatici, zowel onderzoekers als alumni.  Zo vergaren ze kennis over de studie, hetvakgebied en het onderzoek en vormen ze zich een mening over hun gemaakte studiekeuze en over hun mogelijkheden in de toekomst.

In deze Workshop gaven Hans Romkema (docent AVI), en Sander van den Bosch en Paul Stapersma (studentassistenten AVI) een presentatie over de inhoud en opzet van het vak. Het doel van deze worshop was enerzijds de deelnemers te voorzien van ideeen die in het eigen onderwijs gebruikt kunnen worden, anderzijds het verzamelen van positieve en negatieve kritiek en suggesties. Na de presentatie werd er gediscussieerd in groepjes, waarna de resultaten
werden verzameld in een electronisch discussietool. Dit alles leidde tot levendige discussies en waardevolle suggesties.