Professionalisering asfalt-wegenbouw

Professionalisering asfalt-wegenbouw

Van ambacht naar industrie.

Position paper voor oprichting van een centrum voor vernieuwend ondernemerschap in de asfaltwegenbouwsector, gebaseerd op onderzoek en ontwikkeling naar verbetering van asfaltverwerkingsprocessen.

Inleiding: De Nederlandse asfaltwegenbouwsector bevindt zich op een kantelpunt in haar ontwikkeling. De veranderde marktomstandigheden dwingen de bedrijven tot het professionaliseren van hun primaire processen i.c. de uitvoering. De bedrijven streven naar bedrijfsmatiger werken, naar optimaliseren van inzet van mensen en middelen, naar betere beheersing van de kwaliteit, en naar onderscheidbaarheid. Daarbij hebben ze belang bij systematisch inzicht in de primaire werkprocessen.

Verscheidene bedrijven zijn inmiddels intern begonnen met een analyse van het uitvoeringsproces. Dit is een goed teken. Echter, ze hebben nog weinig ervaring met dit soort (zelf) analyse van processen.

Ook als onderzoeksgebied is dit een witte vlek. In Nederland - en wereldwijd – is veel onderzoek gedaan naar asfalt als materiaal en het naar constructief ontwerp van asfalt wegen. Echter, er is relatief bijzonder weinig onderzoek - gedaan en gepubliceerd - op het gebied van het asfaltverwerkingsproces en de systematische inzet en beheersing van mensen en middelen in dat proces. De verwachting is dat met een kennisimpuls op dit punt de professionalisering van de asfaltwegenbouw in een versnelling kan worden gebracht.

Binnen de bouwsector is de asfaltwegenbouw een belangrijk afgebakend segment. Dit segment is bijzonder in een aantal opzichten. De opdrachtgevers zijn vooral overheden, en het aantal is beperkt. Het werk gebeurt op duidelijk zichtbare locaties, en heeft ook directe maatschappelijke effecten.

De randvoorwaarden waarbinnen men moet werken, worden steeds scherper. Eisen m.b.t. doorstroming van verkeer dwingen werk meer en meer naar de avonduren en nacht. Het weer en andere wisselende omstandigheden hebben een grote invloed op verwerking.

Technologie speelt een belangrijke rol in dit segment. In de asfaltverwerking zijn meerdere typen van gespecialiseerd materieel nodig (in andere segmenten in de bouw is dat beduidend minder). Ondanks die technologie is het opmerkelijk hoe doorslaggevend vakmanschap is voor het behalen van kwaliteit bij het aanbrengen van asfalt op het wegli

chaam. Eisen voor milieu en ARBO worden scherper. Door de verkeersdrukte wordt de beheersbaarheid van de aanvoer van asfalt van de centrale moeilijker.

In de bouw wordt enigszins neergekeken op de asfaltwegenbouw. Mede door de parlementaire enquête heeft het imago van de bouw een behoorlijker deuk opgelopen. Binnen de bouw lijkt dat nog sterker te gelden voor de asfaltwegenbouw. Binnen grote bouwconcerns staat de asfaltwegenbouw - in vergelijking met bouw en vastgoed - voor maar een relatief gering deel van de omzet, en draagt de asfaltwegenbouw relatief minder bij in de marge.

Oude praktijken worden verlaten. De oude marktstructuur verschafte de bedrijven veel zekerheden. Afzet en omzet waren goed voorspelbaar door een redelijk stabiele stroom van werken. Achteraf gezien kunnen we stellen dat deze voorspelbaarheid en zekerheid de prikkels tot innoveren hebben beperkt. De drang om te innoveren werd verder verminderd door [a] een opdrachtgever die werk tot in detail voorschreef, [b] het veelvuldig werken in combinaties, en [c] een sterke branche identificatie waarin problemen als collectief werden opgepakt. De penalty's op onvolkomen werk waren gering. Improviserende wijs liet zich veel oplossen. In dergelijke omstandigheden voelen bedrijven zich minder geprikkeld tot verleggen van hun mogelijkheden en grenzen. Zo'n markt nodigt maar weinig uit tot innovatie.

De asfalt wegenbouwaannemers zien zich geconfronteerd met een sterk veranderde markt. De marktomstandigheden waarin gewerkt wordt zijn in meerdere opzichten fundamenteel veranderd. Een direct uitvloeisel van de parlementaire enquête was de beperking van gezamenlijk eigendom van asfaltcentrales. Deze herverdeling van de centrales heeft directe gevolgen voor de samenhang in de keten. Verder: Het vooroverleg waarmee spreiding van werk plaatsvond is vervallen. Daarmee zijn zekerheden en stabiliserende elementen in de markt verminderd. Een andere trend is er de verschuiving in toegepaste contractvormen. Rijkswaterstaat gaat over op langjarige onderhoudscontracten op prestatiebasis. Andere opdrachtgevers volgen. Wanneer een aannemer zo'n contract heeft, is het direct van (eigen) belang geworden de kwaliteit van het asfalt goed te kunnen beheersen. Immers een kwalitatief betere verharding leidt tot een beperking van onderhoudswerkzaamheden (en dus kosten. Deze trend tot optimalisatie van het proces wordt ook geprikkeld door bonus-malus systemen waarin afgerekend wordt op beschikbaarheid van de weg (lane rental en boetes bij te late openstelling).

In de nieuwe contracten valt veel geld te verdienen en verliezen met beheersing (en verbetering) van het uitvoeringsproces. Deze veranderde marktsituatie zet de concurrentie opnieuw op scherp. Natuurlijk vraagt verandering aanpassingstijd. Dat neemt niet weg dat de aanpassing er wel zal komen. In het nieuwe marktlandschap is immers veel te winnen.

Nieuw ondernemerschap: Nu de markt is veranderd, voelen de bedrijven een sterkere druk richting pro­cesbeheersing en professionaliseren. Ze willen zich verbeteren. De nieuwe markten maken het mogelijk je als bedrijf meer te onderscheiden. Opdrachtgevers willen meer ruimte bieden voor innovatie, en realiseren zich ook iets te moeten doen aan de problematiek rondom bescherming van het intellectueel eigendom. Door deze veranderingen worden vernieuwend ondernemen, en investeren in onderzoek en ontwikkeling, gestimuleerd. Dan doet zich de vraag voor: Waar die investeringen, acties en inspanningen voor verbetering zich op moeten richten. Immers, niet alle denkbare acties zijn even effectief. Wat is dan nodig? Om te kunnen bepalen waar op dit moment de grootste ruimte tot verbetering ligt, moet allereerst een goede procesanalyse gemaakt worden. Zonder goed inzicht in de samenhang binnen het proces van aanvoer, verwerking en kwaliteit, is de uitkomst van een verbeteringsvoorstel op voorhand niet goed te doordenken. Een eerste stap naar professionalisering is aldus het inzicht krijgen in de samenhang tussen processen van aanvoer, verwerking en kwaliteit. Vervolgens kan structuur gebracht worden in de wijze waarop deze processen worden uitgevoerd en aangestuurd.

Voorbeeldwerking vanuit de asfaltwegenbouw: De Regieraad bouw pleit voor meer transparantie, innovatie en voor verbetering van de kwaliteit/prijs verhouding. De asfalt wegenbouw sector is bij uitstek het voorbeeld van een economisch segment dat sterk onder invloed staat van de overheid, en moet opereren binnen de randvoorwaarden van aanbestedingsregels. Door deze specifieke omstandigheid kan de asfalt wegenbouw beschouwd worden als experimenteerveld voor de ontwikkeling van innovatieve aanbestedingsvormen, dito contracten, en voor andere instrumenten die innovatie in een bouwsegment moeten stimuleren. Met transparantie, gerichte rapportage en exposure, kan de sector maatschappelijk krediet herwinnen.

Er is wel degelijk innovatie capaciteit in deze sector: In het verleden heeft de sector laten zien dat ze wel degelijk over de capaciteiten beschikt om tot technologie vernieuwing te komen. In programma's SI-kwadraat, en Wegen naar de Toekomst heeft het bedrijfsleven laten zien dat ze met hoogwaardige oplossingen kan komen. De sector heeft ook een belangrijke rol gehad in de ontwikkeling en introductie van nieuwe soorten asfalt. Toch voelen de bedrijven zich beknot in hun innovatie ambitie. Bij de problemen met innovatie wordt vaak gewezen op drempels vanuit de markt:

1.

de opdrachtgever kiest voor de laagste prijs bij een net acceptabele kwaliteit. Als een betere kwaliteit wordt geleverd, wordt dat niet beloond. Het heeft dus geen zin daarin te investeren.

2.

Als een aanbieder een uniek hoogwaardig product heeft, wil de opdrachtgever het niet afnemen omdat die zich niet wil binden aan één aanbieder.

3.

De nieuwe technologie is vaak moeilijk af te schermen. Waardoor anderen het kunnen kopiëren (zonder daarvoor de investeringslast mee toe hoeven torsen).

De successen die in het verleden geboekt zijn laten echter zien dat binnen de bedrijven de innovatie dynamiek wel degelijk te mobiliseren is, maar die dynamiek werd geremd door de traditionele aanbestedingwijzen en marktstructuur.

De sector kent een sterke structuur voor vakopleidingen: In het reguliere HBO en WO onderwijs wordt weinig aandacht besteed aan asfaltverwerkingsprocessen. Daarentegen zijn de vakopleidingen goed gestructureerd en ook sterk in de praktijk ingebed. Rondom de structuur van de vakopleidingen, het praktijkonderwijs, het centrum voor infra opleidingen is een levendig netwerk van ervaringsdeskundigen met een gedrevenheid het vak over te brengen en het vakmanschap te versterken. Via zo'n netwerk kan in relatief korte tijd veel ervaringskennis worden gemobiliseerd. De rijkheid en bereikbaarheid van die ervaring biedt een mooie springplank naar de toekomst.

De kansen: Ook in andere landen lijkt voor asfaltverwerking het karakter van de ambachtelijke productie eerder regel dan uitzondering. De Nederlandse situatie was in dat opzicht geen unicum. Kwa prestatie is de Nederlandse asfaltwegenbouw sector zeker niet minder dan die in andere landen. De sector had internationaal beschouwd aanzien, en er is zeker geen sprake van een achterstandspositie. In dat internationale veld kan de relatieve positie van de asfalt wegenbouwsector - door de verandering van de marktomstandigheden - verder versterkt worden. Door de professionalisering bewust en doordacht aan te pakken en te stimuleren, is een gidspositie voor asfalt­ver­werking niet ondenkbaar.

De uitdaging: Door de kennis en ervaring van asfaltwegenbouw bedrijven, aan te vullen met de kennis en ervaring van de universiteit (ihb methodische aanpak van procesanalyse en implementatie), een versnelling tot stand brengen in de professionalisering en concurrentiepositie van de bedrijven.

Toelichting: in de bovenstaande figuur staat links bovenin de centrale cyclus van concurrentie en verbetering van bedrijfsprocessen (het grijze veld). Door analyse van werkwijze en prestatie wordt gericht gewerkt aan de verbetering van de prestatie. Vanuit de universiteit kan dit proces worden versneld: de vier blokjes buiten het grijze veld. Belangrijkste aangrijpingspunten zijn: methodieken voor proces analyse, kennis uit andere bedrijfstakken, ontwikkeling van nieuwe technologie, en me­thodische implementatie van nieuwe inzichten (door o.a. opleiding en training).

tabel

Vliegende start met promotieonderzoek. Binnen de faculteit Construerende Technische Wetenschap, en de vakgroep Construction Management & Engineering, wordt erkend dat dit professionalisering van asfaltverwerkingsprocessen kansrijk is voor ontwikkeling in samenwerking met de praktijk (wetenschap mode 2). De Faculteit heeft daartoe budget beschikbaar gesteld voor een promotieproject gericht op het ontwikkelen van instrumenten en modellen voor de analyse van asfalt verwerkingsprocessen. Zo'n procesmodel van de samenhang tussen processen van aanvoer, verwerking en kwaliteit (enerzijds) en organisatie (anderzijds) moet dynamisch zijn. De gevolgen van acties cq maatregelen moeten immers vooraf doordacht kunnen worden. Hoe kun je anders doelgericht besturen? Wanneer een procesmodel gemaakt wordt, moeten die samenhangen van begin af aan in het procesontwerp worden meegenomen. Het procesmodel moet what-if analyses kunnen ondersteunen. De intentie van het promotie onderzoek is het ontwikkelen van een simulatiemodel voor het asfaltverwerkingsproces.

Dit nieuwe project sluit direct aan op lopende onderzoeksactiviteiten binnen CM&E en de faculteit:

§

Analyse asfaltverdichtingsprocessen (afgerond promotieonderzoek dr HL ter Huerne);

§

Innovatie in de asfaltwegenbouw sector (promotie onderzoek ir JC Caerteling);

§

Onderzoek naar contractvormen, marktwerking, vernieuwend ondernemerschap en innovatie in de bouw (prof AG Dorée);

§

Computer Simulatiemodel voor grondverzet (dr S Al-Jibouri);

§

Logistiek en asfalttransport (project in Transumo door dr H Voordijk);

§

Onderzoek naar band-wegcontact, stroefheid en geluidseffecten (prof DJ Schipper & prof A de Boer).

De ambitie: Het onderzoek en de ontwikkeling gericht op innovatie en verbetering van asfaltverwerkingsprocessen - en vernieuwend ondernemerschap in de asfaltwegenbouwsector – zou kunnen worden samengebracht in een kenniscentrum voor asfaltverwerkingsprocessen. Zo'n centrum zou de brug kunnen slaan tussen de praktijk en de wetenschap. Gezien de wens wetenschap en praktijk dichter bij elkaar te brengen, wordt substantiële en actieve betrokkenheid van de sector na gestreefd. Gedacht wordt aan een adviesraad waarin personen uit de sector zich kunnen uitspreken over de korte en lange termijn strategie en de daaruit voortvloeiende acties.

Het is van vitaal belang dat verschillende vormen van werken en van vertrouwelijkheid van projecten naast elkaar kunnen bestaan. Meerdere participanten kunnen gezamenlijk actie nemen, bijvoorbeeld voor algemene vraagstukken of als er subsidie mogelijkheden zijn. Daartegenover staan projecten voor de ontwikkeling van inzichten en technologie die concurrentieel van belang zijn. Voor deze laatste categorie moet het intellectueel eigendom gerespecteerd worden. Voor het spanningsveld collectief vs concurrentieel moet in overleg met betrokkenen bij het centrum, heldere afspraken en regels gemaakt worden.

Opportunity: Als kennisgebied is het domein asfaltverwerking gefragmenteerd en onderontwikkeld (in verhouding tot de mengsels, eigenschappen, constructies). De innovatiecapaciteit van de sector wordt onvoldoende gemobiliseerd. Er valt dus een wereld te winnen. Gezien de beperkte schaal van de huidige kennisinfrastructuur, moet het mogelijk zijn een vooraanstaande en leidende positie te verwerven in een tijdspanne van vier tot zes jaar.

Haalbaarheid? Om de haalbaarheid van zo'n centrum te toetsen is een verkenning uitgevoerd. Er is een scan uitgevoerd naar de stand van ontwikkelingen in het wetenschappelijk domein (is dit wetenschappelijk een interessant en kansrijk veld?). Anderzijds is er gesproken met ter zake deskundigen uit de sector (ziet de sector mogelijkheden en waarde in de ontwikkeling van dit veld?). De uitkomsten daarvan onderschrijven de vooronderstelde dynamiek, en bevestigen het vermoeden dat zo'n kenniscentrum een waardevolle bijdrage zou kunnen leveren aan de ontwikkeling van dit gebied; zowel voor de praktijk als voor de wetenschap:

§

Er is geen gespecialiseerd instituut of instelling voor onderzoek en ontwikkeling op het gebied van asfaltverwerkingsprocessen (niet in Nederland, niet daarbuiten).

§

R&D ter verbetering van asfaltverwerkingsprocessen is beperkt; vindt vooral plaats bij de fabrikanten van materieel;

§

Kennisinstellingen en publicaties richten zich primair asfaltmengsels, eigenschappen en constructies. Slechts een fractie van het werk en de publicaties is gewijd aan het asfaltverwerkingsproces en de optimalisatie daarvan;

§

De bedrijven hebben laten zien over de capaciteit tot innoveren te beschikken, maar ze voelen zich daarin vaak door de marktsituatie belemmerd;

§

In Nederland wordt alleen op de SBW machinistenschool toegespitst onderwijs verzorgd over asfaltverwerkingsprocessen (met nadruk op de machinistenopleiding). Op HBO's en Universiteiten wordt geen gestructureerd onderwijs over asfaltverwerking aangeboden; Vanuit SBW is wel een netwerk van ervaringsdeskundigen bereikbaar.

Netwerk en draagvlak: Een ambitie, als hierboven in het kader geformuleerd, kan alleen succesvol worden in samenspraak met de instellingen en bedrijven die werkzaam zijn op het terrein van de asfaltverwerking. In initiatief als dit vraagt in ieder geval actieve betrokkenheid van: RWS DWW, CROW, VBW-asfalt, TUDelft afdeling wegenbouw, aannemers, KOAC-NPC, EAPA, SBW infra opleidingen. Op termijn zoeken ligt het in de bedoeling ook de producenten van materieel te betrekken.

Volgende stap: Bovenstaande analyse is het resultaat van verkenning door Henny ter Huerne en André Dorée. De promovendus wordt inmiddels geworven. De volgende stap is een workshop in september waarbij [1] deze korte notitie ter discussie staat, en [2] gesproken kan worden over de prioriteiten en relevantie in professionalisering van de asfaltwegenbouw sector.

Juli 2005