Interview Andre Doree over CROW infra dagen

André Dorée: Meer innovatieve ontwikkelingen op CROW Infradagen 2016

Door: Chequita Ketelaar-Damen, Hoofdredacteur Infrasite.nl

Interview met André Dorée, voorzitter Begeleidingscommissie CROW Infradagen 2016.
Professor André Dorée is voorzitter van de vakgroep BouwInfra aan de Universiteit Twente.

1. U bent voorzitter Begeleidingscommissie CROW Infradagen 2016. Wat is de functie van de Begeleidingscommissie?

CROW zorgt voor de praktische organisatie van het congres. De begeleidingscommissie richt zich vooral op de inhoud en de inhoudelijke aspecten. Denk daarbij aan vaststellen van de thema's, keuze van de plenaire sprekers, feedback geven op de ingeleverd papers, indelen van de papers naar sessie, sessie voorzitters aanzoeken, en bepalen wie de best paper award krijgt. We doen dit met een kleine tien personen vanuit verschillende achtergronden en disciplines.


2. Er zijn dit jaar veel papers ingezonden. Welke ontwikkelingen signaleert u aan de hand van de ingezonden papers?

Wat ik mooi vind aan de Infradagen zijn de schrijvers en bezoekers die trouw bijdragen en komen. Je ziet daardoor thema's uit de wegenbouw ook dit jaar terug. Ik signaleer wel dat er meer en meer innovatieve onderzoeken en ontwikkelingen door bedrijven worden gepresenteerd. Dat is gevolg van de veranderingen van contractvormen, en de opbouw van professionele laboratoria en R&D-staf bij de bedrijven. Ze worden ook steeds beter in de onderzoeksmethoden en rapportage. We letten daarbij vanuit de commissie overigens wel op dat het geen marketing verhalen worden. Daar prikken we doorheen. Het is mooi te zien hoe we in Nederland onderzoeksresultaten kunnen delen. Verder zie ik meer aandacht voor de ondergrondse infrastructuur.


3. Kabels en Leidingen spelen een steeds grotere rol op de Infradagen. Waarom is dat volgens u?

Ondanks dat we de ondergrondse infra niet kunnen zien, is het onverantwoord te doen alsof het er niet is. Dat realiseren zich steeds meer partijen. Er zijn een aantal redenen voor die extra aandacht. Na een aantal incidenten, zoals in Apeldoorn, Diemen, Den Haag, zijn de zorgen over graafschades en veiligheid gegroeid. De regels voor WION/KLIC worden aangepast. Meer en meer wordt in de bodem gebracht zoals glasvezel, warmte-koude-opslag, afvalcontainers, data- en sensornetwerken. Laadpalen van elektrische voertuigen moeten worden geplaatst en worden aangesloten op een netwerk. Projecten in de ondergrond blijken vaak een puzzel tussen een wirwar van netten met uiteenlopende eigenaren, en de uitloop van projecten wordt minder getolereerd. De ergernis over loze leidingen en weesleidingen neemt toe. Deze ontwikkelingen werpen vragen op voor overheden en bedrijven. Daartegenover worden de nieuwe technologieën om de ondergrondse infra in kaart te brengen - zoals grondradar - steeds beter.


4. Door intensiever gebruik van de ondergrond ontwikkelt zich een steeds grotere druk op die ondergrond in steden. De leefbaarheid kan in gedrag komen. Hoe kunnen steden daarmee omgaan?

De eerste stap is bewustwording. De ondergrond wordt nogal eens stiefmoederlijk behandeld als een soort niemandsland. Nu de schaarste, veiligheid en bereikbaarheid meer in het geding komen, is actie nodig. Om voorwaarts te komen, is het nodig te erkennen dat de ondergrond ook openbare ruimte is. Vervolgens kan worden toegewerkt naar een integrale visie. Welke rol en verantwoordelijkheid zie je daar als stad cq beheerder? Wie zorgt er bijvoorbeeld voor een waarheidsgetrouw beeld van de ondergrondse ruimte en infra? Het lijkt me dat individuele netbeheerders dat niet op zich zullen nemen, en daar een schone taak ligt voor de stad als beheerder van de openbare ruimte.


5. Is het gebruik van bouwinformatiemodellen (BIM) ook bij kleinere, lokale projecten belangrijk? Kunt u uitleggen waarom?

De voordelen van BIM bij ontwerpen en uitvoeren worden dagelijks bewezen. De technologie schrijdt voort en niemand ontkent dat in de toekomst alle projecten in BIM zullen gaan. We zullen in de komende jaren de fysieke stad digitaal nabouwen. Beheerders kunnen dan onderhoud en aanpassing eerst grondig virtueel analyseren en optimaliseren voor ze gericht tot ingrepen besluiten. Daarbovenop komt toepassing van sensoren en continue monitoring met oog op operationele beslissingen en risico gestuurd asset management. Nu al worden de digitale modellen van de stad stapsgewijs uitgebreid. Dat zal doorzetten. Van grote objecten naar kleine. Van lokale modellen naar integrale. Ook kleinere objecten en projecten zullen daaraan niet kunnen ontkomen. De huidige terughoudendheid bij de toepassing van BIM bij kleinere projecten zie ik ook. Dat is in mijn ogen een achterhoedegevecht.