Grote potentie voor drones in de bouwsector

Project 'Throw in the i-drone’ maakt kansen voor bouwsector duidelijk

24 april 2015


 

Dankzij financiering van 3TU kan de Universiteit Twente de bouwsector helpen met de inzet van drones. UT-onderzoekers laten aannemers, bouwinspecteurs en adviseurs zien dat drones, uitgerust met infraroodcamera’s (i-drones), geschikt zijn om eenvoudig isolatiegebreken van gebouwen te detecteren, niet functionerende cellen in zonnepanelen op te sporen en de temperatuur van asfalt te monitoren. Dat laatste is handig om te bepalen of pas gelegd asfalt nog kan worden gewalst. Walsen is schadelijk als het asfalt te koud is.


“Ons doel is om de bouwsector te laten zien dat een drone met een infraroodcamera bij bouwprojectbeheersing en inspecties ingezet kan worden”, vertelt Bram Entrop, universitair docent binnen de opleiding Civiele Techniek aan de UT. “We ontwikkelen een protocol dat ervoor zorgt dat de acceptatie van drones in de bouw makkelijker wordt. Denk daarbij aan het in kaart brengen van vliegroutes, de afstand tot gebouwen, hoogte en hellinghoek. Ook willen we de overheid laten zien dat de potentie van drones groot is en dat Nederland door strenge regelgeving niet de boot moet missen of techniek in de weg moet staan.”


De onderzoekers mikken erop dat binnen de accuduur van een drone, zo’n twintig minuten, een gemiddeld kantoorgebouw in kaart kan worden gebracht en zo warmtelekken worden opgespoord. Met een gewone camera onder de drone wordt met speciale software een zogenaamde 3D Point Cloud samengesteld. De uitdaging zit hem nu nog in het toevoegen van de informatie van de infraroodcamera aan deze 3D Point Cloud en vervolgens de automatische gegevensverwerking en analyse.

Drones vervangen handcamera’s

Inspecties aan de schil van woningen of gebouwen waarbij infraroodtechniek nodig is, vinden nu nog plaats met hand held camera’s. Op wijkniveau worden de daken soms door middel van kleine vliegtuigjes met infraroodcamera’s gefotografeerd. Inspecteurs die isolatie controleren en warmtelekken opsporen, kunnen nu moeilijk van buitenaf het dak controleren. Ook zijn er plekken die lastig te bereiken zijn, zoals de aansluiting tussen dak en muur van bestaande huizen. Bij zonnepanelen worden defecten soms pas opgemerkt als de opbrengst over een langere periode tegenvalt.


“Een i-drone is dan mogelijk een oplossing”, vertelt Entrop. “Bij zonnepanelen denken we dan niet alleen aan woningen, maar ook aan de gigantische velden met zonnepanelen zoals je die bijvoorbeeld in Amerika ziet. Inspectie daarvan is een flinke klus. Een drone met een thermische camera aan boord kan de temperatuur in de cellen eenvoudig meten en dus defecten opsporen.”

Entrop ziet, naast asfalt, isolatie en zonnepanelen, nog een vierde toepassing voor de i-drones. “Als de regelgeving het toelaat, kunnen ze worden ingezet voor handhaving van vergunningen of opsporing van illegale bouwactiviteiten. Inspecteurs kunnen moeilijk over elke schutting gaan kijken, drones kunnen dat wel. We houden uiteraard rekening met privacy en veiligheid.”

Video: eerste test succesvol

De Universiteit Twente maakt deel uit van een consortium dat inmiddels de eerste, succesvolle test achter de rug heeft. De mogelijkheden van i-drones zijn met behulp van een gewone drone op video vastgelegd. De onderzoekers willen eind dit jaar met een drone met infraroodcamera gaan vliegen om de uitgewerkte ideeën en protocollen te testen. Daarbij zoekt Entrop nog naar masterstudenten die hun afstudeeropdracht binnen dit project willen uitvoeren.

 

Dit zogenaamde Lighthouse-project ‘Throw in the i-drone’ wordt gefinancierd door 3TU.Bouw. Namens de UT houden naast Entrop (vakgroep Construction Management & Engineering, faculteit CTW) ook onderzoekers Alexandr Vasenev van de groep Services, Cybersecurity and Safety en Matteo Fumagalli van de vakgroep Robotics and Mechatronics zich bezig met het project. Vanuit de TU Delft zijn Eric van den Ham en Regina Bokel betrokken. De eerste contacten met het bedrijfsleven zijn inmiddels ook gelegd.