‘Feetfree’ rijden met ACC

Door Sander Veenstra

Op vrijdagmiddag 19 mei werd de medewerkers van de vakgroep verkeer en de studenten van het pakket VVR10 de mogelijkheid geboden in een gloednieuwe Volkswagen Passat van Rijkswaterstaat te rijden die is uitgerust met een ACC en een LDWA. Van deze mogelijkheid werd gretig gebruik gemaakt en de reacties waren positief.

VW Passat met ACC en LDWA

In het kader van het pilot-project ‘de Rij-Assistent/vervoer in de toekomst’ heeft Rijkswaterstaat twintig Volkswagens uitgerust met een Adaptive Cruise Control en Lane Departure Warning Assistant. In dit project wordt gekeken naar de effecten van ACC en LDWA met betrekking tot veiligheid, verkeersdoorstroming en milieu. Tijdens de praktijkproeven wordt daarnaast ook nadrukkelijk gekeken naar de effecten op de bestuurder. Het rijgedrag van bestuurders zonder beide systemen wordt vergeleken met de situatie waarbij beide systemen zijn ingeschakeld.

Hier zullen alleen de ervaringen met het ACC-systeem besproken worden aangezien enkele maanden geleden al eens is kennisgemaakt met een LDWA-systeem.

ACC

Het ACC-systeem werkt als een gewone Cruise Control maar houdt hierbij ook rekening met de afstand tot de voorganger. Wanneer de voorganger te dicht is genaderd, wordt gas teruggenomen en wordt een ingestelde volgafstand aangenomen. Als de langzamere voorganger weer uit het zicht is, wordt de ingestelde snelheid weer aangenomen.

Sensor

De voorganger wordt waargenomen met een sensor die in de grill is ingebouwd. Deze sensor houdt constant de situatie voor het voertuig in de gaten. De sensor heeft een horizontaal bereik van 12 graden. Op deze manier worden alleen de voertuigen op dezelfde rijstrook gedetecteerd en zullen voertuigen in de aangrenzende rijstroken niet voor problemen met de detectie zorgen.

Snelheid

Het ACC systeem werkt vanaf een snelheid van 30 km/h. Wanneer de snelheid onder deze grens daalt wordt het systeem uitgeschakeld en krijgt de bestuurder een signaal dat hij weer de taken van de ACC moet overnemen. Het rijden in een file of in langzaam rijdend verkeer is daarom met dit systeem niet mogelijk. Het rijden met hogere snelheden op een snelweg kan het rijden echter wel aangenamer maken. Het systeem kan ingesteld worden op bijvoorbeeld 120 km/h. Bij vrije doorgang wordt deze snelheid uiteraard aangehouden. Wanneer het echter drukker wordt en de snelheid omlaag gaat, probeert het systeem de snelheid van het voertuig geleidelijk aan te passen. Als een langzamer voertuig in dezelfde rijstrook wordt gedetecteerd, wordt geleidelijk de snelheid omlaag gebracht door gas terug te nemen. Eventueel wordt bijgeremd als de volgtijd te klein dreigt te worden. Het systeem kan hiervoor 25% van de maximale remkracht van het voertuig gebruiken. Bij het passeren van dit langzamere voertuig wordt langzaam de snelheid weer opgevoerd tot de ingestelde snelheid. Hierbij wordt uiteraard weer rekening gehouden met eventuele nieuwe voorgangers. Zo wordt het afremmen en versnellen bij hogere snelheden van de bestuurder overgenomen.

Human machine interface

In het dashboard is de interface verwerkt, die de bestuurder aangeeft of een voorligger is gedetecteerd en zo ja, waar deze zich bevindt. Wanneer het systeem is ingeschakeld, verschijnt op dit scherm een volgafstand en de plaats van de voorligger. De volgafstand kan worden aangepast tijdens de rit. In de interface verschuift dan de afstand die in ieder geval wordt vrijgehouden tot een voorligger. Er kan een volgtijd van ongeveer 1,3 tot 2,3 seconden worden ingesteld. Dit wordt echter op de interface niet in tijd als wel in afstand uitgedrukt. De voorligger kan tot een afstand van ongeveer 100 meter worden gedetecteerd. Deze voorligger verschijnt dan op de interface. Als de voorligger te dicht genaderd wordt en in de buurt van de vrij te houden afstand komt, wordt het voertuig langzaam afgeremd tot de ingestelde volgafstand is bereikt.

Bediening

Het ACC-systeem wordt bediend met een stick die aan de stuurkolom is bevestigd. Hiermee kan het systeem worden in- en uitgeschakeld en de snelheid en volgafstand worden ingesteld. Tijdens de rit kan zonder de ogen van de weg te halen het systeem bediend worden. Door de stick naar voren of naar achter te bewegen wordt de ACC in- en uitgeschakeld. Door het omhoog en naar beneden te bewegen kan de gewenste snelheid worden ingesteld. Een wieltje op de stick regelt de volgafstand.

Rijden met ACC

Op vrijdagmiddag was voor ons een route uitgestippeld over de snelwegen rondom Enschede om de ACC en de LDWA eens op de weg te ervaren. Voor dit type wegen is het ACC systeem immers het meest geschikt. Al gauw bleek dat de ACC onze automatismen in de war schopte. Bij het naderen van de rotonde Auke Vleerstraat – Jupiterstraat nam het systeem het remmen over, terwijl je dit normaal gesproken uiteraard zelf moet doen. Dit vereist enige gewenning. Na enkele minuten rijden in de auto ging dit steeds beter.

Op de snelweg werd een klein experimentje gedaan door met relatief hoge snelheid achter een vrachtwagen te duiken. Het voertuig reed met 130 km/h over de linkerbaan, terwijl 100 meter verder op de rechterbaan een vrachtwagen reed. Pas op het laatste moment (ongeveer 25 meter tot de achterkant van de vrachtwagen) stuurden we het voertuig naar de rechterbaan. Op dat moment remde het voertuig af tot de snelheid van de vrachtwagen. Dit voelde zeer comfortabel aan. Alhoewel 25% van de remkracht zorgt voor een behoorlijke duw voorwaarts, voelde de ingreep van het systeem niet als onprettig aan.

Ook bij minder extreme verkeerssituaties voelde het systeem erg goed aan. De geleidelijkheid waarmee voorgangers genaderd worden is prettig. Als bestuurder ervaar je een prettige optrek- en afrembewegingen, waarbij onprettige schokken in het voertuiggedrag achterwege blijven.

Daarnaast hebben we ook de grenzen van de sensor opgezocht door op een afrit van de snelweg het systeem aan te laten staan. Nu werd geprobeerd de voorganger continu in het vizier te houden. Dit bleek erg moeilijk. De sensor toonde steeds een wisselend signaal, terwijl we ons uiterste best deden de voorganger te blijven volgen met de neus van het voertuig. Hierbij hadden we de snelheid van tevoren verlaagd om gevaarlijke situaties zoals versnellen in de bocht te vermijden. Hiermee werden de beperkingen van de sensor en het horizontale bereik ervan duidelijk.

Over het algemeen was de ervaring van het rijden met ACC op de snelweg positief. De voet kan van het gaspedaal en de controle van de auto wordt volledig overgenomen door de handen. Het voelde als een vermindering van de werklast voor de bestuurder. Op het onderliggend wegennet moest het systeem echter goed in de gaten gehouden worden. Hier kon de controle niet zomaar in de handen van het systeem gelegd worden.

Mogelijkheden

Het systeem toonde op de snelweg meteen haar waarde. Wanneer een voorligger gevolgd wordt, die een lagere snelheid aanhoudt dan op de eigen ACC is ingesteld, wordt constant dezelfde afstand gehouden. De voet kan van het gaspedaal. De bestuurder hoeft zich alleen nog maar bezig te houden met sturen. Ook bij het inhalen hoeft het gaspedaal niet te worden gebruikt. Als een langzame voorligger wordt gepasseerd, wordt het voertuig versneld tot de snelheid die vooraf aan de ACC is meegegeven. Deze snelheid wordt aangehouden tot er in dezelfde rijstrook een nieuwe voorganger opdoemt. Ook wanneer de bestuurder een andere snelheid wil aannemen, omdat bijvoorbeeld de plaatselijke snelheidlimiet is veranderd, hoeft de bestuurder slechts de gewenste snelheid in de ACC te veranderen. Ook hierbij is het bedienen van de pedalen niet nodig. De fysieke werklast voor de bestuurder daalt hierdoor. Het rijden op de snelweg wordt zo een taak die alleen met de handen wordt uitgevoerd.

Wanneer het op de snelweg niet al te druk is, kan het systeem de rijtaak verlichten. Het gaspedaal hoeft niet meer bediend te worden. Een bestuurder hoeft zich alleen maar bezig te houden met de laterale positie van zijn/haar voertuig. Bij het overbruggen van lange afstanden over de snelweg kan dit het comfort van de bestuurder vergroten. Tijdens drukkere periodes is het systeem niet meer te gebruiken. Het systeem schakelt zichzelf uit wanneer de snelheid onder 30 km/h komt.

Gevaren

Naast het gemak van het rijden met de ACC zijn er ook gevaren te noemen van de ACC. Al vroeg in de testrit kwam naar voren dat een voorganger niet meer werd opgemerkt in een bocht. Het zicht van de sensor van 12 graden is niet toereikend om dit voertuig te blijven detecteren. Het gevaar schuilt dan in de ingestelde snelheid. Wanneer het voertuig het gezichtsveld van de sensor heeft verlaten, zal de ACC het voertuig laten versnellen tot de vooraf ingestelde snelheid. Dit zou kunnen betekenen dat het voertuig extra snelheid maakt nog voordat de bocht moet worden genomen. Dit kan tot gevaarlijke situaties leiden. Het voertuig zou uit de bocht kunnen vliegen of alsnog na de bocht tegen de voorligger kunnen botsen. Met andere woorden: het systeem moet worden afgeraden op het onderliggend wegennet (bochtige wegen) of in ieder geval met veel zorg worden gebruikt.

Ook op de snelweg kwam een situatie voor dat de voorligger buiten het bereik van de sensor kwam. Bij sommige afritten moeten scherpe bochten genomen worden, waardoor een voorganger niet meer gedetecteerd wordt. Ook hier kan het gevaar ontstaan dat het voertuig voor de bocht versnelt en uit de bocht vliegt. Het systeem zou daarom bij het verlaten van de snelweg moeten worden uitgeschakeld, waarna de bestuurder deze manoeuvre zelf uitvoert.

Conclusie

Het ACC systeem kan op de snelweg een succesvol systeem worden. Het verlicht de rijtaak doordat de bestuurder zijn/haar voet permanent van het gaspedaal kan afhouden. De snelheid en de volgafstand worden geregeld door het systeem en kan manueel worden bijgesteld tijdens de rit. Het voertuig wordt op deze manier alleen nog bestuurd met de handen. De vraag is echter in welke mate het systeem de rijtaak verlicht nu het bedienen van het gaspedaal gedeeltelijk door de hand van de bestuurder wordt overgenomen.

Daarnaast kan worden geconcludeerd dat het systeem voornamelijk bruikbaar is voor de snelweg. Op het onderliggend wegennet zou het systeem voor gevaren kunnen zorgen wanneer het systeem is ingeschakeld op een bochtige weg. Doordat een voorganger in een bocht uit het zicht van de sensor verdwijnt, gaat het systeem bij een hoger ingestelde snelheid versnellen en kunnen zich gevaarlijke situaties voordoen.