20 didactische tips voor het verzorgen van onderwijs

1.

Weet wat de studenten aan het einde van je college in ieder geval moeten kennen, kunnen of aan houding moeten hebben ontwikkeld (leerdoelen). Beperk dit tot een paar kerndoelen en richt heel je onderwijs in om die kerndoelen te bereiken. Deze aanpak kun je zowel hanteren voor je gehele onderwijsprogramma, als voor een enkel college of onderdelen van je college. Vertel ook je studenten om welke doelen het gaat.

2.

Bedenk van te voren met welke punten in je leerstof studenten problemen of moeite zullen hebben en/of vraag de studenten daar voorafgaande aan je college naar. Besteed daar met name tijd aan in je college, de rest kunnen ze door zelfstudie leren.

3.

Geef vanaf het begin duidelijk aan waarop de eindbeoordeling is gebaseerd: wat moeten de studenten kennen/kunnen? Op welk niveau of op welke wijze moeten ze de stof beheersen (alleen kunnen weergeven, kunnen toepassen bij eenvoudige problemen, kunnen toepassen bij complexe problemen enz.)? Hoe moeten ze dit aantonen? Geef voorbeelden van toetsvragen of goede opdrachtuitwerkingen (uit voorgaande jaren bijvoorbeeld).

4.

Zorg voor interactie. Zorg dat niet jij als docent steeds aan het woord bent, maar dat de studenten veel aan het woord zijn. Plan bijvoorbeeld een vragenronde in, discussie, duo-gesprekken over het behandelde thema, laat studenten kort even samen werken aan een probleem en hun uitkomsten presenteren enz.

5.

Veronderstel niet dat stilte en het ontbreken van vragen of reacties automatisch betekent dat iedereen meedoet en je begrijpt.

6.

Presenteer nooit langer dan 15-20 minuten achter elkaar. Dat is wel de maximale aandachtsspanne. Kom na 15-20 minuten met een andere activiteit of pauze. Zorg voor afwisseling.

7.

Voor iedere presentatieronde kun je de volgende opzet hanteren: vertel wat je gaat presenteren –> geef aan hoe dit samenhangt met eerdere en latere presentaties (colleges) en overig lesmateriaal –> vertel het belang en de waarde ervan (wat is de bedoeling dat de studenten na de presentatie weten, kunnen, gaan doen…, wat is het nut) –> presenteer –> vat samen/ concludeer –> zorg voor een pauze of actieve oefening (bijvoorbeeld het laten toepassen van wat net gepresenteerd is) -> maak overgang naar de volgende activiteit.

8.

Ken je doelgroep. Weet van welke voorkennis je kunt uitgaan en waar de interesses liggen.

9.

Toon interesse voor je studenten. Laat merken dat je er bent om hen te helpen om de leerstof eigen te maken. Nodig vragen en reacties uit en ga daar op in.

10.

Geef de studenten gedurende het onderwijsprogramma regelmatig via gerichte feedback inzicht in wat ze al geleerd hebben en waar nog de hiaten zitten. Gebruik de ‘toetsing’ meteen om je eigen onderwijs bij te stellen waar nodig.

11.

Zorg voor activerende werkvormen. Studenten leren het meest op het moment dat ze actief met de leerstof omgaan en zelf moeten nadenken. Er zijn tientallen mogelijkheden voor toepassing van activerende werkvormen, die veel effect kunnen sorteren, zonder dat het de docent extra (nakijk)tijd hoeft te kosten. Zie daarvoor ook op de VoP-website (o.a. “Onderwijs-links” en “Tips”).

12.

Studenten hebben verschillende leerstijlen; presenteer daarom bij voorkeur de informatie op meerdere manieren. Bijvoorbeeld: maak bij je presentatie gebruik van een visueel schema of laat de studenten even zelf ideeën, antwoorden, meningen over het behandelde onderwerp uitwisselen met medestudenten.

13.

Wees niet bang om te zeggen dat je iets niet weet, je kunt niet alles weten. Als je vervolgens wel bereid bent om iets uit te zoeken en daar in een later stadium op terugkomt zal dat zeker door de studenten gewaardeerd worden.

14.

Beloon goed gedrag (colleges voorbereid e.d.) door daar waardering voor te geven en serieus mee om te gaan. Negeer ‘slecht’ gedrag of geef duidelijk aan wat regels en consequenties zijn voor het niet naleven daarvan en hanteer die consequenties (bijvoorbeeld bij te laat komen of te laat inleveren van werkstukken).

15.

Onderwijs mag zeker ook leuk zijn: wat humor, anekdotes, leuke voorbeelden enz. maken het onderwijs leuker. Maar let wel: doe jezelf geen geweld aan, wees vooral jezelf.

16.

Geef de studenten regelmatig inzicht in de structuur van het onderwijs: relaties van verschillende leerstofonderdelen met elkaar, relatie college met leerstof in boek, relatie van dit vak met andere vakken enz. Dit is voor jou als docent misschien helder, maar voor de studenten vaak veel minder. Een goede structuur (bijv. schematisch) geeft de studenten een kapstok om verschillende kennisdelen aan op te hangen en helpt aanzienlijk bij een goede verwerking van het geleerde.

17.

Ga eens bij een collega kijken of nodig een collega uit om eens bij jou te komen kijken, becommentarieer elkaar en bespreek verschillen en overeenkomsten in aanpak. Het kan heel wat ‘eye-openers’ opleveren. Je kunt ook een docententrainer van de Onderwijskundige Dienst (UT) voor dit doel vragen of gebruiken als ‘reflectie-praatpaal’ om je voorbereide onderwijs eens door te spreken.

18.

Bij (verwachte) ordeproblemen, lees: “Hoe voorkom je ordeproblemen”, te vinden op de VoP-site onder Tips.

19.

Evaluaties zijn er niet alleen voor gebruik voor de kwaliteitscontrole door het management. Gebruik ze om ook je eigen onderwijs kritisch te beschouwen. Indien geen evaluatie standaard wordt georganiseerd, organiseer er zelf een. Dit kan via schriftelijke of elektronische vragenlijsten, maar ook door een aantal studenten uit te nodigen om eens over het onderwijs te praten (Nb. Wel beter na het tentamen of ergens halverwege, zodat de studenten niet de angst hebben dat wat ze zeggen eventueel van invloed kan zijn op hun beoordeling. Die angst kan totaal ongegrond zijn, maar kan wel spelen.)

20.

De Onderwijskundig Dienst van de Universiteit Twente biedt een veelheid aan (korte) cursussen. Waarom daar geen gebruik van maken? Of kijk eens bij je leerstoelgroep, opleiding, faculteit of er behoefte is aan scholing of een bijeenkomst of studiedag op een specifiek gebied (bijv. activerende werkvormen of toetsbeleid of competentiegericht onderwijs) en laat een cursus, bijeenkomst of studiedag op maat verzorgen. Individuele begeleiding (eenmalig of coaching) is eveneens mogelijk.