De ene bèta is de andere bèta niet

Inspelen op houding en interesse

Veel jongeren zijn geïnteresseerd in bètatechniek en onderzoek. Zij voeren thuis onderzoekjes uit en kijken graag naar tv-series als Discovery Channel, Mythbusters en Crime Scene Investigation. Waarom kiezen er dan toch zo weinig jongeren (minder dan 20%) voor een (wetenschappelijke) toekomst in de bètatechniek?

Het BètaMentality-model laat zien dat het antwoord wel eens gelegen kan zijn in een verkeerde communicatieaanpak. Volgens dit model kun je jongeren van 14 t/m 18 jaar indelen in

vier bètatypes, die onderling sterk verschillen wat betreft hun houding ten aanzien van de bètawereld. Door in de communicatieaanpak in te spelen op de motivaties en interesses van de verschillende bètatypes, kun je meer jongeren bereiken, motiveren voor en uiteindelijk ook geïnteresseerd houden in een studie en toekomst in de bètatechniek.

Schermbeeld van de website BètaMentality

Vier bètatypes

BètaMentality onderscheidt vier bètatypes of feitelijk drie bètatypes en een non-bèta type. Bij de eerste drie wordt uitgegaan van scholieren die in ieder geval de capaciteiten hebben om exacte vakken te kunnen volgen. Of ze daar voor kiezen, hangt samen met andere factoren.

De Concrete Bèta

De Concrete Bèta is enthousiast en nieuwsgierig naar de wereld om zich heen. Deze jongere wil graag het hoe en waarom weten van alles – van apparaat tot mens en van natuur tot dier. Deze jongere kiest vaak al uit zichzelf voor een exact vakkenpakket en de wetenschap.

De Carrière Bèta

De Carrière Bèta kiest een carrièrepad op basis van extrinsieke perspectieven. Hij/zij is geïnteresseerd in status, carrièremogelijkheden en een goed salaris. Deze jongere zal alleen voor een toekomst in de bètatechniek kiezen indien hij/zij verwacht deze doelen daarmee te kunnen bereiken. Veelal wordt wetenschap als omweg gezien en wordt eerder gekozen voor economie en handel, als een directere route naar status en geld.

De Geïnteresseerde Generalist

De Geïnteresseerde Generalist kijkt bij de keuze van een baan naar mogelijkheden om zichzelf te ontplooien en mensen te helpen. Deze mogelijkheden zien ze niet altijd terug in het beeld dat geschetst wordt of dat ze zelf hebben van bètatechnische omgeving. Zij kiezen om die reden eerder voor het profiel Cultuur en Maatschappij dan Natuur en Techniek.

De Non Bèta

De Non Bèta’s hebben een hekel aan exact onderwijs en zijn er niet goed in. Ze zijn niet geïnteresseerd in bètatechniek en wetenschap. Zij zijn op zoek naar een leuke, sociale baan en kiezen eerder voor bijvoorbeeld de pabo.

Toepasbaar voor de praktijk?

Het model generaliseert wel erg sterk (Ook onder scholieren die niet goed zijn in exacte vakken, zijn de potentiële wetenschappers en maatschappelijk geïnteresseerden te vinden.) en is feitelijk ook niet zo heel verassend. Desalniettemin kan het wel nuttig zijn dit model in het achterhoofd te houden – al was het alleen al om je er van bewust te zijn dat de communicatie richting scholieren de bètatechnische wereld niet te eenzijdig moet belichten wil je een brede doelgroep aanspreken.

Hoe kun je het model nu concreet toepassen? In voorlichtingsmateriaal en tijdens voorlichtingsbijeenkomsten kun je als opleiding (praktijk)verhalen opnemen die de verschillende bètatypes zullen aanspreken. Laat bijvoorbeeld alumni aan het woord die in banen werkzaam zijn die voor alle drie de bètatypes interessant zijn.
Als opleiding kun je je ook specifiek op een bepaald bètatype richten. Dan is het belangrijk dat je je in ieder geval bewust bent dat je je daarop richt en dat alle communicatie richting potentiële studenten ook op dit type is toegesneden. Wageningen Universiteit. richt zich met haar recentere campagnes zowel de Concrete Bèta als de Geïnteresseerde Bèta, mara met name op laatstgenoemde groep, met haar credo: “to explore the potential of nature to improve the quality of life”.

In het kader van een pilot, onderzoeken twee BètaMentality jongerenpanels, samengesteld uit jongeren die de eerste drie bètatypes vertegenwoordigen, de voorlichtingsactiviteiten van verschillende technische en bètaopleidingen. Op basis van hun ervaringen kunnen straks concrete richtlijnen voor voorlichting en werving worden opgesteld. Maar iedere opleiding of instelling zou ook zelf al door de verschillende ‘Betamentality-brillen’ naar voorlichtingsmaterialen en -activiteiten kunnen kijken of hiervoor al zelf panels van scholieren en/of studenten in kunnen zetten.

Dergelijk onderzoek zou verder kunnen worden doorgetrokken naar het onderwijs zelf: hoe ervaren de verschillende bètatypes het (bèta of technisch) onderwijs en welke beelden krijgen zij tijdens hun studieloopbaan voorgeschoteld over hun toekomstperspectieven, bijvoorbeeld aan de hand van opdrachten en gebruikte voorbeelden in het onderwijs?

Bron:

Website BètaMentality: http://www.betamentality.nl/