Manieren om het studiesucces van studenten uit etnische minderheidsgroepen te verbeteren

Slechts drie procent van de UT-studenten is afkomstig uit een etnische minderheidsgroep, dit percentage blijft ver achter bij het universitaire landelijk gemiddelde van waarschijnlijk rond de 10 procent. Uit internationale zowel als landelijke cijfers blijkt dat het studiesucces van allochtone studenten achterblijft bij dat van hun autochtone medestudenten. Hoe komt dit en wat kunnen onderwijsinstellingen hieraan doen? Wat gebeurt er landelijk op dit gebied?

Een medewerkster van de Onderwijskundige Dienst kwam tijdens een conferentie in contact met Sabine Severiens. Severiens en Rick Wolff (Risbo, Erasmus Universiteit), hebben (literatuur)onderzoek gedaan naar studiesucces van studenten uit ethische minderheidsgroepen en naar de rol die onderwijs hierin kan spelen. Ze proberen de verschillen te verklaren en geven enkele aanwijzingen die onderwijsinstellingen kunnen opvolgen om de resultaten van allochtone studenten te verhogen. Hieronder wordt een korte samenvatting van dit artikel gegeven en een verwijzing naar het volledige artikel, dat via VoP met toestemming mocht worden gepubliceerd.

Dec. 2007 is er een onderzoeksrapport van de Inspectie Onderwijs verschenen waarin verslag wordt gedaan van een onderzoek naar de mate waarin hbo- en wo-opleidingen aandacht besteden aan allochtone studenten. In dit onderzoek worden de deskundigen Severiens en Wolff herhaaldelijk aangehaald. Het onderzoek resulteerde in een aantal conclusies en aanbevelingen voor onderwijsinstellingen, die verderop worden weergegeven. Tevens wordt verwezen naar zeer recente actie van minster Pasterk om vijf hbo-instellingen financieel te ondersteunen om meer beleid en maatregelen te ontwikkelen en in te voeren voor allochtone studenten.

Verklaringen voor het lagere studiesucces van ethische minderheden in het hoger onderwijs en enkele mogelijke maatregelen

Dr. Sabine Severiens is directeur van het Rotterdams Instituut voor Sociaal-wetenschappelijk BeleidsOnderzoek (RISBO) van de Erasmus Universiteit. Het belangrijkste thema in haar werk is diversiteit en onderwijsongelijkheid, vanuit het perspectief van motivatie, integratie en de leeromgeving.

Het artikel “Study success of students from ethnic-minority backgrounds. An overview of explanations for differences in study careers” waar onderstaande samenvatting op gebaseerd is, is (met toestemming) te vinden via de volgende link: artikel Study Success.

Verschillende verklaringen voor minder studiesucces

De sociale en academische integratie van studenten uit minderheidsgroepen blijkt minder te zijn dan van autochtone studenten. Ze voelen zich minder verbonden met hun universiteit en met hun medestudenten. Veel studenten geven ook aan dat ze ervaringen hebben met ongelijke behandeling tijdens hun opleiding. Er zijn bijvoorbeeld docenten die lagere verwachtingen hebben van allochtone studenten dan van hun autochtonen medestudenten. Dit heeft gevolgen voor de prestaties van deze studenten. Studenten die zich sterk bewust zijn van hun eigen culturele identiteit en er trots op zijn, blijken het beter te doen.

Wat kunnen onderwijsinstellingen doen?

Er zijn een aantal mogelijkheden voor universiteiten om de verschillen te verkleinen. De eerste die Severiens en Wolff noemen heeft betrekking op het omgaan met verschillen:

allochtone studenten presteren wel goed op opleidingen waar verschillen het uitgangspunt zijn, waar de docenten de verschillen beschouwen als een verrijking en ze gebruiken in hun lessen én waar diversiteit duidelijk als een positief punt wordt gezien.

Dit zou bevorderd kunnen worden, door “omgaan met diversiteit” te beschouwen als en professionele competentie voor docenten.

Een tweede mogelijkheid is dat onderwijsinstellingen stimuleren dat studenten contact houden met hun eigen gemeenschap en zich bewust blijven van hun eigen culturele identiteit. Dit zou bijvoorbeeld kunnen door sociale netwerken te stimuleren en daar gebruik van te maken als instelling.

Recent onderzoek naar de aandacht voor allochtonen in het hoger onderwijs, aanbevelingen en acties

Dec. 2007 is er een onderzoeksrapport van de Inspectie van het Onderwijs uitgekomen getiteld “Aandacht voor allochtone studenten in het hoger onderwijs”. Aan de hand van een vragenlijst zijn op opleidingsniveau activiteiten en voorzieningen geïnventariseerd die tot doel hebben om de instroom en het studiesucces van allochtone studenten in het hoger onderwijs te bevorderen. Tevens is gekeken naar beleid en knelpunten. In totaal hebben 188 hbo- en wo-opleidingen aan het onderzoek deelgenomen.

Uit de onderzoeksresultaten is geconcludeerd dat:

-

een integrale beleidsaanpak ontbreekt bij het merendeel van de opleidingen.
Slechts 7% van de wo-opleidingen en 17% van de hbo-opleidingen beschikt over formeel beleid. Er worden nauwelijks streefcijfers geformuleerd en bij onderwijsevaluaties spelen etniciteit van de studenten of multiculturele aspecten van het onderwijs niet of nauwelijks een rol. Ook wordt er weinig beleid gevoerd wat betreft het komen tot een multicultureel personeelsbestand. Soms is er wel beleid geformuleerd op een hoger niveau (faculteit, instelling), maar daarvan zie je op opleidingsniveau weinig terug. Als redenen om geen gericht beleid te voeren wordt o.a. de mogelijke stigmatisering, het voldoen van de algemene voorzieningen de kleine aantallen allochtonen voor wie het geldt genoemd.

-

er veel wordt gedaan aan voorlichting voor studenten in spe, maar dat er met name in het wo weinig aparte aandacht is voor allochtone doelgroepen.
Een weloverwogen studiekeuze en een goede voorbereiding op de studie zijn van belang voor studiesucces. Maar met name in het wo wordt in de voorlichting weinig aandacht besteed aan etniciteit en culturele verschillen. Voor studenten die een vooropleiding buiten Nederland hebben gevolgd biedt maar 1 op de 3 HO-opleidingen een opvang- en introductieprogramma.

-

veel opleidingen algemene maatregelen ter bevordering van het studiesucces kennen, maar dat er weinig activiteiten gericht zijn op (de binding van) allochtone studenten.
Uit het onderzoek blijkt dat wel veel opleidingen individuele (studieloopbaan)begeleiding bieden, maar dat activiteiten en voorzieningen die specifiek gericht zijn op allochtone studenten, mondjesmaat voorhanden zijn. Met name in het wo.
Voor het studiesucces van allochtone studenten speelt het gevoel van verbondenheid met de opleiding een rol, waarbij persoonlijke contacten met docenten en medestudenten, het gevoel serieus genomen te worden en je als student ‘thuis te voelen’ bepalend zijn. Essentieel daarbij zijn: begeleiding, persoonlijk contact, kleinschaligheid, en een gevoeligheid voor culturele diversiteit bij medewerkers en docenten. In het Inspectierapport wordt verwezen naar aanbevelingen van Severiens en Wolff om leergemeenschappen te ontwerpen waarin het leren intensief wordt begeleid door docenten. Maar het aantal contacturen in het hoger onderwijs is vrij beperkt en in het wo ligt het aantal contacturen over het algemeen nog lager dan in het hbo.
Met name in het wo worden vrijwel geen activiteiten ontplooid om allochtone studenten actief te betrekken bij de instelling of de opleiding, bijvoorbeeld door ze actief te betrekken bij projecten, onderzoek, docentschappen of bestuursactiviteiten.

-

taal- en communicatieproblemen als de voornaamste knelpunten worden gezien voor het studiesucces van allochtone studenten, maar dat er met name binnen het wo weinig aandacht aan de Nederlandse taalvaardigheid wordt besteed.
Slechts een minderheid van de responsopleidingen denkt dat de studieresultaten van allochtone studenten negatief worden beïnvloed door hun etnische achtergrond. Opleidingen die wel van mening zijn dat de studieresultaten van allochtone studenten negatief worden beïnvloed door hun etnische achtergrond, noemen als voornaamste knelpunt taal- en communicatieproblemen. Dergelijke problemen hebben invloed op zowel het studeren zelf als bij het vinden van een stageplaats. Maatregelen om de Nederlandse taalvaardigheid te bevorderen komen betrekkelijk veel voor in het hbo (60%), maar veel minder in het wo (ca. 33%).

-

het hbo significant meer activiteiten en voorzieningen biedt dan het wo.
Zie eerdere punten. Een opvallend punt is het gegeven dat bijvoorbeeld slechts een vijfde deel van de wo-opleidingen exitgesprekken met studenten die de studie gestaakt hebben organiseren, tegen driekwart van de hbo-opleidingen.

-

de aanwezigheid van voorzieningen samenhangt met de studentenpopulatie.
Naarmate responsopleidingen relatief veel niet-westerse allochtone studenten kennen, zijn er significant meer voorzieningen voor deze groep. Dit geldt zowel voor het hbo als in het wo. Grotere opleidingen blijken relatief veel allochtone studenten te hebben, kleinere opleidingen relatief weinig. Er is een verband gevonden tussen enerzijds het aantal allochtone studiestakers en anderzijds het aantal voorzieningen voor allochtone studenten. Blijkbaar komen opleidingen in actie te wanneer de studentpopulatie daar aanleiding toe geeft. Daarnaast is er nog een derde verband gevonden: responsopleidingen met veel activiteiten en voorzieningen voor alle studenten, blijken significant vaker ook beleid en maatregelen kennen die specifiek zijn gericht op allochtone studenten.

Aanbevelingen

In het Inspectierapport wordt aangegeven dat met name in het wo, maar ook in het hbo, actie noodzakelijk is om het aandeel en studiesucces van niet-westerse allochtone studenten te vergroten. Op grond van de resultaten van het onderzoek komt de inspectie tot de volgende

aanbevelingen:

§

nader onderzoek naar het effect van beleid en maatregelen op het studiesucces van allochtone studenten. Wat zijn de succesfactoren? De inspectie stelt voor dit onderzoek ook betrekking te laten hebben op het voortgezet onderwijs en de BVE-sector en regionale verschillen in de studentenpopulatie mee te nemen.

§

aandacht voor allochtone studenten zou een structureel onderdeel moeten vormen in het beleid van alle instellingen voor hoger onderwijs. Het beleid op opleidingsniveau dient vertaald te worden naar activiteiten en voorzieningen die het studiesucces van deze groep bevorderen.

§

wo-opleidingen en -instellingen dienen zich sterker in te zetten voor voorlichting en werving, gericht op allochtone jongeren en hun ouders.

§

extra maatregelen (beleid en voorzieningen) ter bevordering van het studiesucces van allochtone studenten zijn nodig, met name in het wo.

§

er is meer aandacht wenselijk voor taal- en communicatievaardigheden van allochtone studenten en het effect daarvan op studiesucces. Bij knelpunten op dit gebied dienen maatregelen genomen te worden.

Financiële stimulans voor maatregelen in het hbo
Zeer recentelijk (26 mei 2008) stond in een nieuwsbericht van de Directie Communicatie OCW te lezen dat minister Plasterk de komende jaren een flink bedrag (4 miljoen euro in 2008, oplopend tot 17 miljoen euro in 2011) uittrekt om de studieresultaten van niet-westerse allochtonen aan vijf grote hbo-instellingen in de Randstad te verbeteren en vroegtijdige uitval tegen te gaan. Het bedrag is afkomstig van de strategische agenda voor het hoger onderwijs-, onderzoek- en wetenschapsbeleid. De betrokken hogescholen zullen het geld onder meer besteden aan betere voorlichting en begeleiding van allochtone studenten in spé. Er zijn prestatieafspraken gemaakt en over drie jaar wordt de balans opgemaakt.

Bronnen en nadere informatie:

Study success of students from ethnic-minority backgrounds. An overview of explanations for differences in study careers.
Sabine Severiens and Rick Wolff / Risbo, Erasmus University Rotterdam.

Uit: Severiens, S.E. & Wolff, R. Study success of ethnic minority students. In M. Tight, J. Huisman, Mok, K.H. & Morphew, C. International Handbook of Higher Education. Routledge. (date of appearance autumn 2008).

Klik hier voor de volledige tekst van het artikel (met toestemming gepubliceerd).

Meer allochtone studenten in het hoger onderwijs
Nieuwsbericht | 26-05-2008 | Directie Communicatie Ministerie OCW
http://www.minocw.nl/actueel/nieuws/35594/Meer-allochtone-studenten-in-het-hoger-onderwijs.html

Aandacht voor allochtone studenten in het hoger onderwijs.
Inspectierapport 2007-31, december 2007.

http://www.minocw.nl/documenten/2198a.pdf