Minder uitval door een betere match – intakegesprekken, selectie en snelle differentiatie moeten straks de oplossing bieden

Op 11 dec. 2007 is het rapport Wegen voor Talent, het eindrapport van de commissie ‘Ruim baan voor talent’, aan de Tweede Kamer aangeboden. In dit rapport zijn de uitkomsten te vinden van experimenten met selectie van studenten, collegeverhoging, flexibele toelating en honoursprogramma’s en worden een aantal aanbevelingen gedaan.
Begin mei heeft minister Plasterk van OC&W zijn reactie hierop gepresenteerd. Op 5 juni is er in de Tweede Kamer een overleg gepland over Ruim baan voor talent. Afhankelijk van de uitkomsten zal daarna een wetswijziging worden voorbereid om de in de beleidsreactie verwoorde voorstellen te realiseren. Hieronder een korte samenvatting van de voorstellen.


Uitgangspunten
Wat betreft studiekeuze en toegankelijkheid van het hoger onderwijs worden drie uitgangspunten gehanteerd:

1.

Het diploma voortgezet onderwijs (havo, vwo) biedt toegang tot hoger onderwijs.

2.

Geen onoverkomelijke financiële drempels voor studenten.

3.

Opleidingen in het hoger onderwijs dienen (ook voor de meest getalenteerde studenten) uitdagende opleidingen op maat te bieden.

Het kabinet geeft in haar reactie op het werk van de commissie ‘Ruim baan voor talent’ aan dat voor een kenniseconomie niet kan worden volstaan met basiskwaliteit. Zij verwijzen hiervoor ook naar ‘Het hoogste goed’, de strategische agenda voor het hoger onderwijs- en onderzoek- en wetenschapsbeleid, van november 2007. Een zo goed mogelijke match van studie en student is een voorwaarde voor het maximaal uitdagen van studenten en het bereiken van excellentie.

In reactie op de aanbevelingen van de commissie komt Plasterk met de volgende voorstellen voor matching en differentiatie.

Matching

1. Individuele studiekeuzegesprekken over de hele linie van het hoger onderwijs.

Uitgangspunt vormt een geleidelijke invoering, waarbij de gesprekken de komende tijd eerst nog uitgeprobeerd en ontwikkeld worden. Het feit dat bijvoorbeeld studenten tot 1 sept. de tijd hebben om zich voor een opleiding in te schrijven, zou een probleem kunnen vormen gezien de zomerperiode waarin studenten en personeel beperkt beschikbaar zal zijn. Studiegesprekken kunnen ook op andere manieren worden vormgegeven, bijvoorbeeld door activiteiten vanuit een HO-instelling gericht op scholieren.

Op termijn dienen studenten zowel als instellingen het recht te krijgen om een studiegesprek te vragen. Studiegesprekken vormen geen selectiemechanisme; ze zijn vooral informatief bedoeld en beogen de potentiële student een goed beeld te verschaffen van ene opleiding.

2. Opleidingen met kleinschalig, intensief en residentieel onderwijs mogen selecteren.

Uit alle experimenten is niet naar voren gekomen dat er een relatie bestaat tussen collegegelddifferentiatie en excellentie. Het nut van selectie aan de poort (bij bacheloropleidingen) als een instrument voor betere matching blijkt zich te beperken tot uitzonderingen.

De minister wil selectie en collegegelddifferentiatie mogelijk maken voor opleidingen met kleinschalig, intensief en residentieel onderwijs. Hierbij gaat het om de zogenaamde colleges in de bachelorfase en in de toekomst om mogelijk vergelijkbare opleidingen in de masterfase. Het betreft opleidingen waarbij studenten overduidelijk meer onderwijs dan normaal geboden krijgen en waarvoor, vanwege de beperkte onderwijscapaciteit en de verhoogde onderwijsintensiteit, het noodzakelijk is geschikte studenten te selecteren en hogere bijdragen van studenten te vragen. Of een opleiding aan de voorwaarden voor het toepassen van selectie en collegegelddifferentiatie voldoet, dient dan wel getoetst te worden. Hierover wil de minister nog overleg voeren met de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie.

3. Bij opleidingen met een numerus fixus kunnen selectiemogelijkheden uitgebreid worden

(“decentrale selectie”).

Bij opleidingen met een specifiek profiel en weinig opleidingsplaatsen, waarvoor nu een toelatingsbeperking of numerus fixus geldt, geeft de minister de voorkeur aan selectie aan de poort boven het huidige systeem van loting. Op dit moment mag een opleiding met een numerus fixus al een bepaald percentage (minstens de helft van het aantal opleidingsplaatsen wordt verdeeld via loting en kandidaten met een gemiddeld eindexamencijfer van een acht of hoger worden automatisch toegelaten) toewijzen aan zelf geselecteerde studenten (decentrale selectie). Het gaat dan om selectie op bijzondere kwalificaties. Dit percentage kent nu een maximum, maar de minister wil dat maximum laten vervallen. Opleidingen kunnen dan zelf kiezen voor de selectiemethode.

In principe bestaat de wens dat alleen in uitzonderingen selectie aan de poort geldt. Gebeurt dit, dan dient er in ieder geval een relatie te zijn tussen de criteria en het onderwijsconcept en dient de selectie aan de poort voor de betreffende opleiding voordelen te bieden boven matching na de poort.

4. Selectie voor een traject binnen een opleiding mag vanaf drie maanden na aanvang van de studie.

Een groot deel van de studenten wil meer uitdaging. Hiervoor is meer maatwerk door differentiatie, tussen en binnen opleidingen gewenst: “veeleisend voor de excellente studenten, inspirerend voor de goede studenten en structurerend voor degenen die nu uitvallen”. De minister wil de selectie na de poort vervroegen tot 3 maanden na aanvang van de studie. Hierbij kan gedacht worden aan honoursprogramma’s. Opleidingen die nu een ‘bindende’ verwijzing toepassen na het eerste jaar of de propedeuse, kunnen het termijn vervroegen.

Differentiatie

5. Opleidingen met kleinschalig, intensief en residentieel onderwijs mogen een hoger collegegeld vragen.

Uitgangspunt vormt een vast collegeld-bedrag voor iedere studie. Uitzondering op die regel vormen opleidingen met kleinschalig, intensief en residentieel onderwijs. Op experimenteerbasis komt er ook ruimte voor collegegeldverhoging voor masteropleidingen (maximaal 5 keer het wettelijke collegegeldbedrag), mits die opleidingen dit geld ook inzetten om wat extra’s te kunnen aanbieden. Studenten zullen hiervoor een beroep kunnen doen op collegegeldkrediet (lening), ook kunnen instellingen beurzen uitgeven.

6. Lopende experimenten met selectie en collegegeldverhoging worden voortgezet.

7. Ruimte voor selectie en collegegeldverhoging (master) binnen het FES-programma voor excellentie.

Uit de evaluatie van de experimenten blijkt dat tweederde van de experimenten positief is beoordeeld, maar dat het termijn te kort is geweest om iets te kunnen zeggen over de uiteindelijke resultaten, d.w.z. de kwaliteit en de arbeidsmarktperspectieven van afgestudeerden.

De minister sluit aan bij het advies van de commissie1 die voor ‘Ruim baan voor talent’ de experimenten beoordeelde de meeste experimenten voort te zetten. Hij wil verder ruimte bieden voor selectie en collegegeldverhoging (de masterfase) binnen het programma - zoals aangekondigd in het ‘Hoogste Goed’- voor excellentie in het hoger onderwijs. Deze experimenten worden gefinancierd uit het Fonds Economische Structuurversterking (FES).

Bronnen en meer informatie:

Beleidsreactie minister Plasterk op Wegen voor Talent:

http://www.minocw.nl/documenten/13989a.pdf

Eindrapport Wegen voor Talent

Pdf-icoonPdf-bestand, 2.2MB

Rapport Ruim Baan voor Talent

Pdf-icoonPdf-bestand, 894kB

Voortgangsrapportage 2008 van Het Hoogste Goed, de strategische agenda voor het

hoger onderwijs-, onderzoek –en wetenschapsbeleid

Pdf-icoonPdf-bestand, 201kB

Een succesvolle start in het hoger onderwijs

http://www.minocw.nl/documenten/1574a.pdf

* Foto: Wikipedia