Studentenmonitor ministerie OCW

In opdracht van het ministerie van OCW worden sinds 2000 jaarlijks uiteenlopende gegevens verzameld over studenten in het Hoger onderwijs. December 2007 is de 'Studentenmonitor 2006' gepubliceerd, waarin de resultaten staan van enquêtes die medio 2006 zijn gehouden. De omvang van de totale steekproef was 48500 studenten: 17276 uit het HBO en 31224 uit het WO. De steekproef was gestratificeerd op basis van sector en jaar van inschrijving. De sectoren zijn: Landbouw, Natuur (alleen WO), Techniek, Gezondheidszorg, Economie, Recht (alleen WO), Gedrag en Maatschappij, Taal en Cultuur, Onderwijs (alleen HBO). De bruikbare respons was 34%.

Welke onderwerpen bevat de Studentenmonitor? Er zijn vaste onderdelen die jaarlijks terugkomen en variabele onderdelen. In de laatste versie is één van die variabele onderdelen de overgang van bachelor naar master. Hieronder volgt een volledig overzicht van de behandelde onderwerpen:

De niveau's waarop de cijfers in het rapport gepresenteerd worden, zijn: hoger onderwijs totaal, WO totaal en per sector, HBO totaal en per sector. Waar dat relevant is, zijn groepen studenten onderscheiden op basis van bepaalde achtergrondkenmerken (bijvoorbeeld voltijd/deeltijd of uitwonend/thuiswonend). Er zijn dus geen cijfers op het niveau van universiteit of opleiding te vinden.

We hebben hier een kleine selectie gemaakt van een paar interessante uitkomsten.

Studievoortgang en tijdbesteding

Qua studievoortgang doen de HBO-ers het beter dan de WO-ers. In het HBO ligt 40% op schema (90-120% gehaald van het programma tot dan toe) en slechts 28% heeft minder dan driekwart van het programma gehaald. In het WO is het vrijwel andersom: daar ligt 28% op schema en heeft 45% van de studenten minder dan driekwart van het programma gehaald. De WO-sectoren waarin de minste studenten op schema lopen zijn Techniek (17%) en Recht (21%). Bij Gezondheidszorg zijn er relatief veel studenten die op schema lopen: 45%.

HBO-ers besteden ook iets meer tijd aan hun studie. Vanaf 2002 ligt de tijdbesteding in het HBO op ongeveer 35 uur per week en in het WO op 30 uur (alleen voltijdstudenten). In het WO besteden de Landbouwstudenten gemiddeld de meeste tijd (40 uur) aan de studie en de Rechtenstudenten de minste tijd (28 uur).

Tweederde van de voltijdstudenten heeft een betaald baantje naast de studie (zie tabel 1). WO-studenten hebben minder vaak een baantje dan HBO-studenten: 61% versus 69%. Er zijn wel verschillen tussen de sectoren: in de sector WO-Techniek bijvoorbeeld gaat het om 51% van de studenten en bij WO-Gedrag & Maatschappij bedraagt het aandeel 71%. Een bijbaankun je gedurende je hele studieperiode hebben; er is nauwelijks verschil tussen het aandeel eerstejaarsstudenten met een bijbaan en het aandeel ouderejaarsstudenten.

Zowel WO-studenten als HBO-studenten besteden gemiddeld 12 uur per week aan de baan. In tabel 1 (laatste twee kolommen) is te zien dat het hebben van een baan ertoe leidt dat men minder tijd aan de studie besteedt.

Interessant is uiteraard om te weten welk soort werk men verricht: staat men achter de tap of is het werk in enige mate relevant voor de studie? Hier is naar gevraagd in de enquête (dus oordeel van de student zelf) en ook is gevraagd naar het vereiste opleidingsniveau. We noemen hier alleen de resultaten voor het WO. Het blijkt dat een minderheid een baan heeft die relevant is voor de studie (35%) en dat het opleidingsniveau veelal ten hoogste vwo is (47% ten hoogste mavo/vbo; 26% havo/mbo/vwo; 27% hbo/wo).

In ieder geval hebben studenten geen last van een hoge werkdruk: bij slechts 3% is dat desgevraagd het geval. Er zijn daarin geen verschillen tussen HBO- en WO-studenten of tussen de sectoren.

Redenen om niet voor een technische opleiding te kiezen

Ruim 40 procent van de respondenten (voltijders) had na afronding van hun vooropleiding toegang tot een technische studie (29% van de vrouwen en 54% van de mannen). Bijna de helft daarvan heeft daadwerkelijk voor een bètatechnische opleiding (sectoren Natuurkunde en Techniek) gekozen. Mannen deden dat twee keer zo vaak dan vrouwen. Vrouwen die afzien van een bètatechnische studie terwijl zij wel toegang hebben, kiezen massaal voor een opleiding in de sector Gezondheidszorg (45%), Gedrag & Maatschappij (18%) en Economie (13%). Mannen wijken vooral uit naar Economie (36%) en Gezondheidszorg (22%).

Er is gevraagd naar de redenen om niet voor een bètatechnische studie te kiezen terwijl men daar wel de juiste vooropleiding voor had. De verschillen én overeenkomsten tussen de argumenten van mannen en vrouwen zijn te zien in onderstaande figuur (overgenomen Studentenmonitor 2006, p. 48). Opmerkelijk is dat het beeld van een gering aandeel vrouwen binnen opleiding of beroep voor mannen afschrikwekkender is dan voor vrouwen.

Masterkeuze

Zeer weinig studenten uit het WO zijn van plan om na afronding van de bachelor een baan te gaan zoeken. Bijna iedereen gaat dus verder met een masteropleiding en voor de meesten is dat een master die inhoudelijk aansluit bij hun bacheloropleiding en wel aan dezelfde universiteit. Twaalf procent kiest een master die niet inhoudelijk aansluit bij de bachelor, voor tweederde betekent dat ook een verandering van universiteit. In de sector Techniek is het percentage dat een niet-aansluitende master kiest het laagst: 4%.

Meer weten?

Voor wie nog meer wil weten, is het rapport online beschikbaar op: http://www.minocw.nl/documenten/Studentenmonitor_2006.pdf . Ieder hoofdstuk bevat een samenvatting, dus u hoeft niet per se het gehele rapport te lezen om de belangrijkste resultaten te weten te komen. Voor wie geïnteresseerd is in de details en alle vragen die zijn gesteld, is er nog meer: op de website http://www.studentenmonitor.nl is een set van tabellen opgenomen waarmee alle beschikbare cijfers opgevraagd kunnen worden.

Referentie

Broek, A. van den, Wartenbergh, F., Wermink, I., Sijbers, R., Thomassen, M., Klingeren, M. van, Hogeling, L. (2007). Studentenmonitor 2006. Studeren in Nederland: kernindicatoren, motieven bij masterkeuze, studievoortgang, studenttypen en de bijzonder gemotiveerde student. Beleidsgerichte studies Hoger onderwijs en Wetenschappelijk onderzoek (129). ResearchNed Nijmegen in opdracht van het ministerie van OCW.