Een nieuw indelingsprincipe voor bètatechnische opleiding

Er ontstaan in Nederland steeds meer zogenaamde ‘snijvlakopleidingen’

van bètatechniek met andere sectoren. Deze opleidingen zijn ontstaan vanuit de steeds belangrijkere rol van bètatechnische kennis en toepassingen in sectoren als de financiële en ICT-sector, de logistieke en zakelijke dienstverlening en de gezondheidssector. In de samenleving ontstaat steeds meer behoefte aan mensen die een verbinding kunnen leggen tussen bètatechniek en andere terreinen.

Ook de interesses van de huidige generatie studenten speelt een rol bij het ontstaan van nieuwe type opleidingen; zij zijn opgegroeid in een samenleving die steeds technologischer wordt hen is deze link vanzelfsprekender.

Zicht houden op de technologische ontwikkelingen, is van belang voor de samenleving en het Platform Bèta Techniek wil de bewegingen in de brede wereld van bèta en techniek, met name op het gebied van (hoger) onderwijs, kunnen monitoren. Wordt daarbij alleen gekeken naar de opleidingen die traditioneel onder de CROHO sectoren Techniek en Natuur vallen, dan levert dit een te beperkt beeld op. Diverse opleidingen met een hoog bètatechnisch gehalte, bevinden zich niet in deze CROHO-sectoren.

Een indeling naar bètatechnisch gehalte en een update van de nulmeting

Om een beter beeld te verkrijgen, heeft het Platform Bèta Techniek een onafhankelijke

commissie Nulmeting gevraagd een advies uit te brengen over het bètatechnisch gehalte van opleidingen in het hoger onderwijs. Aan de hand van competentieprofielen voor en/of beschrijvingen van opleidingen en een beoordeling hiervan door een aantal deskundigen uit het onderwijsveld, zijn alle opleidingen die maar iets met bètatechniek te maken hebben onderzocht en ingedeeld in vier clusters.

De commissie heeft met deze classificatie niet de intentie gehad om de CROHO-systematiek te wijzigen, maar heeft de groepering vooral aangebracht om recht te doen aan “de brede blik waarmee het Platform naar bètatechniek wil kijken en de ontwikkelingen wil volgen”. In het rapport merkt de commissie bij de overzichten op dat door nieuwe ontwikkelingen in het onderwijsveld ze niet een volledig dekkend overzicht kunnen geven (in die zin zijn updates ook steeds nodig). Daarnaast geldt dat tegenwoordig de studenten steeds meer de vrijheid hebben om zelf hun opleiding samen te stellen uit verschillende componenten.

In 2006 is de eerste nulmeting verschenen en in 2008 is een update opgesteld. Op basis hiervan brengt de commissie een inventariserend advies uit over het bètatechnisch gehalte van opleidingen in het hoger onderwijs richting het Platform Bèta en Techniek . Het Platform legt dit advies, al dan niet voorzien van een reactie ter goedkeuring, voor aan de minister van OCW.
Bij het herzien van de nulmeting viel de commissie op dat bètatechniek in steeds meer niet traditioneel bètatechnisch georiënteerde opleidingen een rol van betekenis speelt. Daarnaast zijn er harde bètatechniek opleidingen aan te wijzen, waarin naast bètatechniek steeds meer aandacht komt voor andere disciplines. “Bètatechniek raakt steeds meer verweven met vele

domeinen van het maatschappelijke leven”, aldus de conclusie van de commissie.

Uitgaande van de bètatechnische doelstellingen (15% meer uitstroom van hoger

bètatechnisch opgeleiden ten opzichte van 2000) adviseert de commissie het Platform om zich niet enkel te richten op categorie 1, de CROHO-sectoren Natuur en Techniek, maar het bredere domein “Science & Technology” als reikwijdte te nemen en van alle opleidingen die binnen dit domein zijn geclassificeerd de kwantitatieve trends en cijfers te volgen. Tot het

domein Science & Technology rekent de commissie dan de opleidingen die door haar geclassificeerd zijn in de clusters 1 en 2.

Vier clusters met de UT-opleidingen binnen die clusters

Aan de hand van het percentage aan bètatechniek heeft de commissie opleidingen in het hoger onderwijs ingedeeld in vier clusters van opleidingen. Hiernavolgend worden deze clusters beschreven en wordt weergegeven welke bachelor- en master-opleidingen van de UT (gebaseerd op de CROHO-gegevens) volgens de commissie tot deze vier clusters behoren. De tabellen met een overzicht van de indeling van alle CROHO-opleidingen in Nederland, zijn te vinden in het rapport van de commissie (zie onderaan).

Cluster 1

De opleidingen in het hoger onderwijs die behoren tot de CROHO-sectoren Natuur en Techniek.

Dit zijn de opleidingen die normaal gesproken worden weergegeven als men het heeft over bèta- en technische opleidingen. Dit blijkt wel een dynamische verzameling te zijn, doordat er bijvoorbeeld steeds meer multi- en interdisciplinaire opleidingen binnen dit cluster naast de traditionele monodisciplinaire opleidingen ontstaan.

In dit cluster bevinden zich ook opleidingen die in de oude systematiek niet als bètatechnisch werden aangemerkt, maar waarvan de nieuwe bacheloropleidingen wel onder Natuur of Techniek vallen (zoals Bewegingstechnologie). Tevens bevat het opleidingen die ook voorkomen in de sector Natuur of Techniek, maar daar niet onder vallen, omdat ze aan een landbouwinstelling worden gegeven (Milieukunde bijvoorbeeld).

UT-opleidingen:

Bachelor: Technische Wetenschappen, Biomedische Technologie, Bedrijfsinformatietechnologie, Telematica, Civiele Techniek, Elektrotechniek, Industrieel Ontwerpen, Scheikundige Technologie, Technische Natuurkunde, Technische Informatica, Technische Wiskunde, Werktuigbouwkunde, Technische Bedrijfskunde

Master: Computer Science, Business Information Technology, Civil Engineering en Management, Mechatronics, Nanotechnology, Industrial Engineering en Management, Human Media Interaction, Geo-informatics, Telematics, Embedded Systems, Construction Management and Engineering, Applied Mathematics, Electrical Engineering, Applied Physics, Chemical Engineering, Mechanical Engineering, Sustainable Energy Technology, Bio-medical Engineering, Industrial Design Engineering,

Cluster 2

De opleidingen buiten de CROHO-sectoren Natuur en Techniek met meer dan 50% bètatechniek.

Inhoudelijk onderscheiden deze opleidingen zich nauwelijks van die in cluster 1 opleidingen,

maar ze behoren niet officieel tot deze sector. De opleiidngen bestaan voor het grootste deel uit bèta- en/of technische vakken, vaak verweven zijn met andersoortige vakken.

UT-opleidingen:

Bachelor: Klinische Technologie

Cluster 3

De lerarenopleidingen bètatechniek.

Dit is een cluster met een geheel eigen dynamiek, beleid en marktsector. Ze behoren tot de CROHO-sector Onderwijs en bieden voor (aankomende) studenten een onderwijs-/docentenprofiel.

UT-opleidingen:

Master: 1e gr. Science Education, Computer Science Education, 1e gr. Wiskunde, 1e gr. Natuurkunde, 1e gr. Scheikunde

Cluster 4

De opleidingen met minder dan 50% bètatechniek, maar wel met raakvlak aan bètatechniek.

Dit zijn snijvlakopleidingen waarvan het grootste gedeelte van het curriculum bestaat uit niet-bètatechnische vakken, die worden gecombineerd met aan bètatechniek gerelateerde modules/vakken.

UT-opleidingen:

Bachelor: Algemene Gezondheidswetenschappen

Master: Healthcare-management , Technical Medicine, Philosophy of Science, Technology and Society

Bron: Van Natuur en Techniek naar Science & Technology / Update 2008

Tweede rapport van de onafhankelijke Commissie Nulmeting Bèta en Techniek in opdracht van het Platform Bèta Techniek

http://www.sprintprogramma.nl/content/files/grp1/25044_broch%200%20meting_v4(definitief).pdf

Ondersteuning door: ResearchNed

Uitgave: Platform Bèta Techniek, Den Haag, januari 2008

www.platformbetatechniek.nl