Landelijke erkenning voor deelnemers aan het vernieuwde Didactisch Universitair Inwerktraject Twente (DUIT)

Voor goed onderwijs heb je competente docenten nodig; docenten die beschikken over kennis en kunde om onderwijs te kunnen ontwerpen, uitvoeren en evalueren. De UT biedt docenten de mogelijkheid om deze competenties te verwerven via het geheel vernieuwde Didactisch Universitair Inwerktraject Twente (DUIT). Het certificaat dat hiermee behaalt kan worden, wordt erkend door vrijwel alle Nederlandse universiteiten

Landelijke erkenning van de DUIT-certificering

Het DUIT (Didactisch Universitair Inwerktraject Twente) wordt al meer dan 10 jaar op de UT aangeboden. DUIT ondersteunt (veelal nieuw aangestelde) docenten bij het verwerven van de startbekwaamheid als beginnend docent.

Onder invloed van nieuwe onderwijskundige inzichten en landelijke ontwikkelingen is het traject geheel herzien en gaat vanaf september 2007 in de nieuwe opzet van start.

Een belangrijke reden voor de herziening kwam voort uit de deelname van de UT aan de invoering van een in 3-TU en landelijk verband ontwikkelde erkenningsregeling voor de gezamenlijk opgestelde “Basiskwalificatie Onderwijs (BKO)”. Het DUIT voor nieuwe docenten is aangepast en nieuw opgezet op basis van deze BKO-regeling. Docenten die (vanaf studiejaar 2007/2008) aan dit traject deelnemen, ontvangen na een positieve beoordeling van hun competenties, een landelijk erkend certificaat. Andersom geldt ook dat een elders behaald BKO-certificaat ook door de UT erkend zal worden.

De 3 technische universiteiten (3-TU’s) willen met deze nieuwe regeling nog een stapje verder te gaan. Gestreefd wordt naar een stevige inbedding van de BKO in het HRM beleid op de TU’s. Daarnaast wordt op dit moment nog nagedacht over en gewerkt aan een screeningsprocedure voor zittend (en veelal ervaren) onderwijsgevenden.

De nieuwe opzet van DUIT

De persoonlijke leerweg en het portfolio

Uitgangspunt voor het programma vormt de individuele docent met diens kwaliteiten en leerbehoeften in relatie tot de opgestelde competenties. De opzet is zodanig dat iedere cursist in staat wordt gesteld om een persoonlijke leerweg te volgen die leidt naar het bereiken van de gestelde competenties. Hiervoor stelt de cursist in overleg met zijn/haar coach en begeleider uit de eigen faculteit een persoonlijk ontwikkelplan (DUITplan) op. Bij het opstellen van het plan wordt rekening gehouden met wat een cursist al eerder op het gebied van onderwijs verzorgen heeft gedaan en eerdere professionaliseringsactiviteiten op dit terrein. In het plan kunnen ook specifieke leerwensen worden opgenomen; een docent kan zich bijvoorbeeld extra willen verdiepen in de wijze waarop je bij studenten creativiteit kunt bevorderen. In het traject wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met alle wensen.

Het gehele DUIT omvat maximaal 250 uur tijdsbesteding, maar op grond van eerdere ervaringen kan deze tijdsbesteding veel kleiner zijn.
Het traject is flexibel ingericht. Het bestaat uit verschillende thema-modulen, waarvoor opdrachten zijn geformuleerd en ondersteunende cursussen worden aangeboden. Een deel van het programma is naar eigen keuze in te vullen. De meeste cursussen worden 2x per jaar aangeboden. De cursist kan zijn of haar eigen weg hierin vormgeven, maar kan de competenties ook op basis van eigen activiteiten aantonen, zonder aan de cursussen deel te nemen. Niet de leerweg, maar de uiteindelijke bewijzen bepalen of de cursist de competenties bereikt heeft en een certificaat ontvangt.

De vorderingen gedurende de persoonlijke leerweg, worden door de cursist vastgelegd in een portfolio. Dit gebeurt aan de hand van bewijzen die aantonen dat je als cursist over de vereiste competenties beschikt. Een bewijs vormt bijvoorbeeld een beschrijving van een zelf ontworpen cursus, waarbij het ontwerp dient te voldoen aan de criteria die zijn aangereikt.

De bewijslast kun je verzamelen aan de hand van ‘proeve van bekwaamheden’ (te zien als opdrachten) of door zelf met een goed bewijs te komen. Als je de modulen volgt, maak je ook opdrachten tussendoor en reflectieverslagen, ter ondersteuning van je ontwikkeling.

Uiteindelijk wordt al het bewijslast in je portfolio voorgelegd aan een toetsingscommissie. Indien de bewijslast aantoont dat je als cursist over de vereiste competenties (op het niveau van een beginnend docent) beschikt, ontvang je het landelijk erkende certificaat.

Fig. 1.: Opzet DUIT.

Competentieontwikkeling op de werkplek

De competentieontwikkeling van de cursist gebeurt grotendeels op de werkplek. Om die reden zijn ook de opleidingsdirecteur, collega-docenten en studenten bij de ontwikkeling betrokken. Uitgangspunt is dat de cursist gedurende het traject het geleerde ook direct toepast in de onderwijspraktijk en op die manier ook feedback vanuit de onderwijspraktijk krijgt.

Begeleiding

Gedurende het traject ontvang je individuele begeleiding van je persoonlijke coach (een medewerker van de Onderwijskundige Dienst) en van een begeleider afkomstig van je eigen faculteit. Daarnaast worden er een aantal coachingsbijeenkomsten georganiseerd, waarbij je met een groep mede-cursisten uitwerkingen van opdrachten bespreekt, problemen en vragen op het gebied van onderwijs aan de orde stelt, discussieert over relevante onderwijskundige thema’s e.d.

Werkvormen

In het DUIT, in de modulen en de cursussen die daarbij horen, wordt gebruik gemaakt van een scala aan werkvormen, die meteen ter voorbeeld dienen voor werkvormen die je in het eigen onderwijs kunt inzetten. Werkvromen die ingezet worden zijn bijvoorbeeld: gecombineerde hoor-/werkcollege, groeps- en individuele opdrachten, eigen presentaties, discussies, rollenspelen, excursies e.a.

Meer informatie, aanmelding en kosten

Iedere nieuwe UT-medewerker met een substantiële onderwijstaak zal in principe via de P&O-functionaris of zijn/haar leidinggevende geïnformeerd worden over het DUIT. In overleg met een leidinggevende, kan een beginnend docent besluiten om aan de cursus deel te nemen.

Aan deelname zijn voor UT-medewerkers geen kosten verbonden. De eigen faculteit dient voldoende werktijd beschikbaar te stellen en draagt zorg voor goede begeleiding op je werkplek.

DUIT start in principe aan het begin van ieder studiejaar. Het is het handigst voor cursisten om dan te beginnen, maar desgewenst en in overleg zijn er mogelijkheden om op een ander tijdstip in te stromen.

Ook medewerkers van andere HO-instellingen (hbo, wo) kunnen aan het traject deelnemen. Hiervoor worden echter wel kosten berekend.

Wilt u eerst meer informatie, dan kunt u via het secretariaat van de Onderwijskundige Dienst of via P&O een brochure opvragen of een kijkje nemen op de OD-website.

Met vragen en om te bespreken of DUIT iets voor u kan zijn, kunt u contact opnemen met Maria van der Blij of Erik Smuling:

Coördinator DUIT

Coördinator Professionalisering

Secretariaat OD

Maria van der Blij

Tel: 053-4892064

m.b.vanderblij@utwente.nl

Erik Smuling

Tel.: 053-4892043

e.b.smuling@utwente.nl

Irena Niekrake-Olde engberink

Tel.: 053 489 5453

G.W.M.Niekrake-Oldeengberink@utwente.nl